Bijlage 1 01_03_B7_Toelichting_Quickscan natuurtoets.pdf
Tekst van het document
RF w
Quickscan natuurtoets
Ontwikkeling Holterhoek Doetinchem
KlaassenGroep B.V.
Projectnummer: 3625.01 Datum: 06-06-2023
Quickscan natuurtoets Ontwikkeling Holterhoek Doetinchem
Opdrachtgever:
KlaassenGroep B.V.
Projectnummer:
3625.01
Datum:
06-06-2023
Projectleider en rapporteur:
Dorie Lukkezen
Autorisatie:
Jur Metselaar
Opdrachtnemer:
Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
INHOUD
Pagina
1
INLEIDING .............................................................................................................................................. 3
2
PLANGEBIED EN WERKZAAMHEDEN ..................................................................................................... 4 2.1 Beschrijving plangebied .......................................................................................................... 4 2.2 Algemene constateringen ....................................................................................................... 4 2.3 Geplande werkzaamheden ..................................................................................................... 5
3
WERKWIJZE............................................................................................................................................ 6 3.1 Bureauonderzoek .................................................................................................................... 6 3.2 Veldbezoek .............................................................................................................................. 6 3.3 Betrouwbaarheid .................................................................................................................... 6
4
RELEVANTE WETGEVING ....................................................................................................................... 7 4.1 Algemeen ................................................................................................................................ 7 4.2 Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 7 4.3 Soortbescherming ................................................................................................................... 8 4.4 Houtopstanden ....................................................................................................................... 8
5
RESULTATEN .......................................................................................................................................... 9 5.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 9 5.2 Soortbescherming ................................................................................................................. 11 5.3 Samenvatting ........................................................................................................................ 17
6
CONCLUSIE .......................................................................................................................................... 18 6.1 Conclusies soort- en gebiedsbescherming ............................................................................ 18 6.2 Nader onderzoek ................................................................................................................... 19
7
LITERATUURLIJST ................................................................................................................................. 20 7.1 Referenties ............................................................................................................................ 20 7.2 Gebruikte websites ............................................................................................................... 21 7.3 Overige geraadpleegde bronnen .......................................................................................... 21
Holterhoek te Doetinchem
2
3625.01
Quickscan natuurtoets
1
Buro Ontwerp & Omgeving
INLEIDING In opdracht van KlaassenGroep B.V. is door Buro Ontwerp & Omgeving een quickscan natuurtoets uitgevoerd aan de Holterhoek te Doetinchem. Het plangebied betreft een braakliggend terrein met vegetatie en een stukje verharding. De initiatiefnemer is voornemens om vier woningen te realiseren. Het doel van de natuurtoets is om een indicatie te krijgen van de aanwezigheid en (mogelijke) effecten van de ingreep op beschermde gebieden en dier- en plantensoorten. Uit deze natuurtoets moet blijken of er nadelige effecten zijn op gebieden met een speciale beschermingsstatus, namelijk: Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone. Vervolgens worden de mogelijke effecten onderzocht op onder de Wet natuurbescherming beschermde dier- en plantensoorten. Als (nadelige) effecten niet uit te sluiten zijn moet nader onderzoek plaatsvinden, moeten er mitigerende/compenserende maatregelen getroffen worden en/of eventueel een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Deze natuurtoets is gebaseerd op bureauonderzoek en een veldonderzoek. In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens het plangebied (hoofdstuk 2), de werkwijze (hoofdstuk 3), het beleidskader (hoofdstuk 4), de resultaten (hoofdstuk 5) en de conclusie (hoofdstuk 6) beschreven.
Holterhoek te Doetinchem
3
3625.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
2
PLANGEBIED EN WERKZAAMHEDEN
2.1
Beschrijving plangebied Het plangebied is gelegen in het oosten van de kern van Doetinchem. De locatie bestaat uit braakliggend terrein met vegetatie en een stuk verharding. Het plangebied is gelegen in een woonmilieu met enkele kleine bedrijven, een middelbare school en een treinstation (figuur 1).
Figuur 1. Ligging onderzoeksgebied aan de Holterhoek (rood kader).
2.2
Algemene constateringen Het braakliggend terrein is voor een groot gedeelte begroeid met diverse soorten vegetatie. De oprit naar het braakliggende terrein is verhard. Er is slechts één volwassen boom aanwezig (iep) bij de oprit in het noorden van het plangebied. Er zijn geen gebouwen of aquatische elementen aanwezig.
Holterhoek te Doetinchem
4
3625.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Figuur 2. De verharde oprit en gedeelte van de iep (linksboven), overzicht van het braakliggend terrein (rechtsboven), hoop met verwijderde vegetatie (linksonder) en diverse soorten vegetatie aanwezig op het braakliggend terrein (rechtsonder).
2.3
Geplande werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens om vrijstaande woningen te realiseren op ruime kavels.
Holterhoek te Doetinchem
5
vier
3625.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
3
WERKWIJZE
3.1
Bureauonderzoek Voorafgaand aan het veldbezoek is onderzoek gedaan naar de ligging van het gebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden, de voorkomende habitats en de verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en rondom het gebied. De bronnen die hiervoor zijn geraadpleegd zijn te vinden in de literatuurlijst (zie hoofdstuk 7).
3.2
Veldbezoek Het veldbezoek is uitgevoerd door Dorie Lukkezen (ecoloog bij Buro Ontwerp & Omgeving) op 2 augustus 2022 en vond plaats van 10:10 tot 11:20. Tijdens het veldbezoek was het zonnig, stond er een matige wind (Z3) en was het 22 tot 25 graden Celsius. Er is gekeken naar het terrein en de geschiktheid hiervan voor beschermde planten- en diersoorten. Ook is gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten (visueel, auditief en met behulp van een verrekijker), met inbegrip van sporen als braakballen, uitwerpselen, nesten en andere mogelijke verblijfplaatsen.
3.3
Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige wet- en regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van het plangebied voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van deze soorten. In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan natuurtoets geldig is voor een periode van maximaal drie jaar, tenzij de ecologische omstandigheden in deze periode wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, of wanneer inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan drie jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de natuurtoets opnieuw te onderzoeken.
Holterhoek te Doetinchem
6
3625.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
4
RELEVANTE WETGEVING
4.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel de natuur te beschermen, te ontwikkelen en de biologische diversiteit te behouden en herstellen. Voor ruimtelijke ingrepen zijn naast de algemene zorgplicht (artikel 1.11) ook hoofdstuk 2 (Natura 2000-gebieden), hoofdstuk 3 (soortenbescherming) en hoofdstuk 4 (houtopstanden) van de Wnb van belang. Beschermde gebieden die geen deel uitmaken van het Natura 2000-netwerk zijn het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Deze gebieden vallen echter niet onder de Wnb, maar worden op provinciaal niveau beschermd.
4.2
Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebieden zijn aangewezen op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn van de Europese Unie. Dit zijn gebieden waarin habitats en soorten beschermd worden die van Europees belang zijn. Per Natura 2000-gebied zijn specifieke instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten en andere handelingen die negatieve effecten hebben op de kwaliteit van de habitats en/of de instandhoudingsdoelen van het gebied mogen niet plaatsvinden zonder een vergunning. Dit geldt niet alleen voor projecten en handelingen binnen het Natura 2000-gebied. Ook projecten en handelingen aangrenzend of buiten het gebied kunnen negatieve effecten veroorzaken. Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (NNN) bestaat uit een netwerk van natuurgebieden en heeft als doel deze beter met elkaar en omringende agrarische gebieden te verbinden. In Gelderland zijn deze gebieden bekend als het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het NNN is niet meegenomen in de Wnb; provincies wijzen zelf gebieden aan en dragen de verantwoordelijkheid voor het NNN en zijn behoud en ontwikkeling. In Gelderland zijn de GNN-gebieden aangewezen in de Provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018; Provincie Gelderland, 2023). Ruimtelijke ingrepen mogen de kenmerken en waarden van het NNN niet schaden.
Dit wordt gewaarborgd door het ‘nee, tenzij’-principe. Dit houdt in dat de voorgenomen ontwikkeling geen doorgang kan vinden als er sprake is van significant negatieve effecten, tenzij wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De ontwikkeling moet van groot openbaar belang zijn; Er zijn geen reële alternatieven; Negatieve effecten op oppervlakte, samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden worden zoveel mogelijk beperkt en de overblijvende effecten worden gelijkwaardig gecompenseerd. Groene ontwikkelingszone Om de samenhang van de natuur in het Gelders Natuurnetwerk te beschermen wil de provincie verbindingszones aanleggen in de Groene Ontwikkelingszone. Het bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan natuur die vervlochten zijn met het GNN. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn in principe niet toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de kernkwaliteiten. Net als de GNN-gebieden is de Groene Ontwikkelingszone aangewezen in de Provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018; Provincie Gelderland, 2023).
Holterhoek te Doetinchem
7
3625.01
Quickscan natuurtoets
4.3
Buro Ontwerp & Omgeving
Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes voor soorten: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Wnb § 3.1) Beschermingsregime soorten uit bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het verdrag van Bern en bijlage I van het verdrag van Bonn (Wnb § 3.2) Beschermingsregime andere soorten (Wnb § 3.3) In bovengenoemde paragrafen uit het Wnb zijn verbodsbepalingen vastgesteld en is vastgesteld voor welke handelingen een vrijstelling verleend kan worden. De verbodsbepalingen houden in dat vogels en andere beschermde soorten niet gedood of opzettelijk gestoord mogen worden en nesten, voortplantings- en rustplaatsen niet beschadigd mogen worden. Verder mogen beschermde planten niet geplukt of vernield worden. Als de werkzaamheden van het project leiden tot het overtreden van deze verbodsbepalingen moet worden nagegaan of een provinciale vrijstelling geldt of dat een ontheffing moet worden verkregen.
4.4
Houtopstanden Als houtopstanden buiten de bebouwde kom worden geveld kan er een meld- en herbeplantingsplicht gelden. Dergelijke houtopstanden worden in de Wet natuurbescherming omschreven als een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die een oppervlakte van 10 are of meer beslaan. Ook wordt een rijbeplanting van meer dan 20 bomen als houtopstand gerekend (Wnb §4.1). Voor de kap van houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt gemeentelijke regelgeving.
Holterhoek te Doetinchem
8
3625.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
5
RESULTATEN
5.1
Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Er bevinden zich negentien Natura 2000gebieden binnen 25 kilometer afstand van het plangebied (figuur 3). Het meest nabijgelegen Natura 2000gebied bevindt zich op circa 12,1 kilometer ten noordwesten van het plangebied en betreft Rijntakken (figuur 3). Andere Natura 2000-gebieden op minder dan 25 km afstand zijn de Veluwe (ca. 16,9 km), Landgoederen Brummen (ca. 19,6 km), Stelkampsveld (ca. 20,5 km), Korenburgerveen (ca. 23,2 km) en de in Duitsland gelegen ‘Klevsche Landwehr, Anholtsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach’ (ca. 12,1 km), ‘VSG Unterer Niederrhein (ca. 12,1 km), ‘NSG Hetter-Millinger Bruch, mit Erweiterung’ (ca. 12,1 km), ‘NSG Emmericher Ward’ (ca. 14,4 km), ‘Dornicksche Ward’ (ca. 14,8 km), ‘Rhein-Fischschutzzonen zwischen Emmerich und Bad Honnef’ (ca. 15,0 km), ‘Kalflack’ (ca. 15,4 km), ‘NSG Bienener Altrhein, Millinger und Hurler Meer und NSG Empeler Meer’ (ca. 15,6 km), ‘NSG Salmorth, nur Teilfläche’ (ca. 16,5 km), ‘NSG Grietherorter Altrhein’ (ca. 16,8 km), ‘NSG Kellener Altrhein, nur Teilfläche, mit Erweiterung (ca. 17,7 km), ‘Wisseler Dünen’ (ca. 20,9 km), ‘NSG Altrhein Reeser Eyland, mit Erweiterung’ (ca. 23,4 km) en ‘NSG Reeser Schanz’ (ca. 24,2 km).
Figuur 3. Ligging plangebied (zwarte pijl) t.o.v. de Natura 2000-gebieden (groen gearceerde vlakken en lijnen).
Gezien het type werkzaamheden en de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden zijn er geen negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. Door het gebruik van werktuigen kunnen er wel gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Omdat negentien Natura 2000gebieden op minder dan 25 km afstand van het plangebied liggen, vindt er mogelijk stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige habitattypen van deze Natura 2000-gebieden. Aangezien er in de toekomstige situatie sprake zal zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen vindt er in de gebruiksfase een toename van stikstofemissie plaats. Om de effecten van de stikstofuitstoot op nabijgelegen Natura 2000-gebieden inzichtelijk te maken wordt geadviseerd om een AERIUS-berekening uit te laten voeren. Holterhoek te Doetinchem
9
3625.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone Het plangebied ligt op circa 440 meter afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en circa 570 meter van de Groene Ontwikkelingszone (GO). Ter waarborging van de natte landnatuur in de GNN en GO ligt de Beschermingszone natte landnatuur rondom de GNN en GO. Het plangebied valt buiten deze zone (figuur 4). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast.
Figuur 4. Ligging plangebied (rood) t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen), de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen) en de Beschermingszone natte landnatuur (lichtblauw) .
Houtopstanden Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bebouwde kom en er zijn geen houtopstanden aanwezig. Hierdoor is er geen sprake van een meld- en herbeplantingsplicht zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. Indien het noodzakelijk is om de vrijstaande boom te kappen, moet echter rekening worden gehouden met een gemeentelijke kapvergunning.
Holterhoek te Doetinchem
10
3625.01
Quickscan natuurtoets
5.2
Buro Ontwerp & Omgeving
Soortbescherming Vleermuizen Op basis van openbare verspreidingsgegevens kunnen de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis in de ruime omgeving van het plangebied voorkomen. Alle vleermuissoorten vallen onder de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb). Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen globaal opgedeeld worden in boombewonende soorten zoals de rosse vleermuis en gebouwbewonende soorten zoals de gewone dwergvleermuis. Er zijn ook soorten die zowel gebouw- als boombewonend zijn. Vervolgens wordt er onderscheid gemaakt in typen verblijfplaatsen, bijvoorbeeld zomer- en paarverblijven. Gebouwbewonende vleermuizen maken doorgaans gebruik van spouwruimtes, spleten en vergelijkbare ruimtes in gebouwen. Er is echter geen bebouwing aanwezig in het plangebied, waardoor negatieve effecten op gebouwbewonende vleermuizen kunnen worden uitgesloten. In het plangebied bevindt zich slechts één volwassen boom. Deze iep bevat echter geen holen waar boombewonende vleermuizen in weg kunnen kruipen. Negatieve effecten op de rust- en verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kunnen daarom worden uitgesloten. Vliegroutes Vleermuizen volgen vaak lijnvormige elementen om heen en weer te bewegen tussen de verblijfplaatsen en foerageergebieden.
Het behoud van lijnvormige landschapselementen is daarom van groot belang voor de instandhouding van vleermuispopulaties. De woningbouw heeft echter geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. Essentiële foerageergebieden De in Nederland voorkomende vleermuizen leven allemaal van insecten. Ze foerageren daarom op allerlei plekken waar veel vliegende insecten aanwezig zijn. Enkele voorbeelden van dit soort gebieden zijn windbeschutte plaatsen langs lijnvormige elementen (bijv. sloten, beken en houtwallen), maar ook open plekken in bosgebieden of langs oevers met rietkragen. Bij het verdwijnen van essentiële foerageergebieden gaan de verblijfplaatsen ook verloren. Het is mogelijk dat vleermuizen uit de omgeving foerageren in het plangebied. Echter wordt deze locatie niet als essentieel foerageergebied gezien aangezien groenvoorzieningen in de directe omgeving ruim voorradig zijn. Negatieve effecten op essentiële foerageergebieden kunnen worden uitgesloten.
Holterhoek te Doetinchem
11
3625.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Grondgebonden zoogdieren Algemene soorten Er wordt verwacht dat er verschillende algemene grondgebonden zoogdieren kunnen voorkomen in en rondom het plangebied. Enkele voorbeelden hiervan zijn de egel en het konijn. Het is niet uit te sluiten dat deze zoogdieren in het plangebied aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden. Voor de meeste grondgebonden zoogdieren geldt in Gelderland een vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht, waarbij alle handelingen die nadelige gevolgen veroorzaken achterwege gelaten moeten worden (artikel 1.11 Wnb). Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Strikt beschermde soorten Op basis van verspreidingsgegevens kunnen de bever, otter, das, boommarter, steenmarter, bunzing, wezel, grote bosmuis en eekhoorn in de ruime omgeving van het plangebied voorkomen. Negatieve effecten op de bever en otter kunnen op voorhand worden uitgesloten aangezien er geen aquatische elementen aanwezig zijn in het plangebied. Tenslotte kunnen negatieve effecten op de das uitgesloten worden aangezien deze soort niet voorkomt in de bebouwde kom van Doetinchem. De boommarter is een bosbewoner die in verschillende bostypen voorkomt. Boommarters verblijven in holen van andere diersoorten en passen die naar eigen behoefte aan.
Vaak zijn dit holtes die zijn uitgehakt door spechten of burchten van vossen en dassen (Zoogdiervereniging, 2023). Dergelijke boomholtes en burchten werden niet aangetroffen binnen de begrenzing van het plangebied. Bovendien is het plangebied in 2022 volledig kaal gemaakt waardoor het terrein niet geschikt is voor deze soort. Negatieve effecten op de soort kunnen daarom worden uitgesloten. Steenmarters kunnen binnen het leefgebied meerdere schuilplaatsen hebben, zoals takkenhopen, boomholtes, dichte struwelen, kruipruimtes of zolders. Ook ruimtes onder dakbedekkingen en spouwmuren worden gebruikt door steenmarters. Openingen van 5 à 6 cm zijn al van voldoende grootte om een schuilplaats te bereiken (Zoogdiervereniging, 2023). Het plangebied is in 2022 volledig kaal gemaakt waardoor het braakliggende terrein met vegetatie geen potentieel geschikte verblijfplaatsen voor de steenmarter bevat. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van de steenmarter kunnen worden uitgesloten. De bunzing en wezel zijn kleine marterachtigen die in met name in kleinschalige cultuurlandschappen voorkomen (Bouwens, 2017). Alle kleine marters zoeken graag dekking in houtwallen, houtstapels of heggen. Ze nestelen vaak in holen van andere diersoorten.
Zo wordt de bunzing vaak aangetroffen in de holen van konijnen, mollen, vossen en dassen, maar bijvoorbeeld ook andere beschutte ruimtes zoals onder boomwortels of takkenrillen. De wezel nestelt vooral in holen van muizen, ratten en konijnen (Veldman & Troost, 2019). Zowel de rust- en verblijfplaatsen als de functionele leefomgeving van de kleine marters zijn beschermd. Het plangebied wordt echter niet gezien als geschikte functionele leefomgeving met rust- of verblijfplaatsen aangezien het ontbreekt aan holen. Bovendien is het plangebied in 2022 volledig kaal gemaakt waardoor het terrein niet aantrekkelijk is voor deze soorten. Negatieve effecten op de bunzing en wezel kunnen daarom worden uitgesloten.
Holterhoek te Doetinchem
12
3625.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
De grote bosmuis is een nachtactieve soort die voorkomt in bosgebieden en een voorkeur heeft voor oude eiken- en beukenbossen. Dekking in de vorm van lage begroeiing en stenen zijn hierin erg belangrijk. Nesten kunnen zich bevinden onder grote wortelstronken van oude bomen, burchten van dassen of holen van woelmuizen en mollen (Zoogdiervereniging, 2023). Binnen de begrenzing van het plangebied werden geen holen aangetroffen die kunnen duiden op de aanwezigheid van de grote bosmuis. Bovendien is het plangebied in 2022 volledig kaal gemaakt waardoor het terrein niet aantrekkelijk is voor deze soorten. Negatieve effecten op de soort kunnen daarom worden uitgesloten. Eekhoorns bouwen bolvormige nesten in bomen. Deze hebben een doorsnede van 30 tot 50 cm en zijn vooral ‘s winters goed waarneembaar. Soms gebruiken ze ook boomholtes, oude kraaien- of eksternesten of grote nestkasten als nestplaats. Nesten van eekhoorns kunnen op die van de ekster lijken, maar zijn te onderscheiden aan de aanwezigheid van blaadjes (Zoogdiervereniging, 2022). In het plangebied werden geen holen en boomnesten aangetroffen. Negatieve effecten op de eekhoorn kunnen daarom worden uitgesloten. Vogels Algemene soorten Verschillende algemene vogelsoorten kunnen voorkomen in en rondom het plangebied. Tijdens de quickscan werden de houtduif, kauw en merel waargenomen.
Conform de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 Wnb) is het verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van in het wild levende vogelsoorten te vernielen of te beschadigen, of nesten van deze vogels weg te nemen. Tevens zijn alle vogelsoorten tijdens het broedseizoen beschermd. Voor de meeste vogels kan worden aangenomen dat het broedseizoen van 15 maart tot en met 15 juli (indicatief broedseizoen) loopt, maar bij enkele soorten begint het seizoen eerder of loopt het langer door. Dichter bij het indicatieve broedseizoen is de kans op de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten groter. Op het moment dat sprake is van een nest dat in gebruik is, zijn werkzaamheden die kunnen leiden tot beschadiging of verstoring hiervan verboden. Hierop is geen uitzondering en er is ook geen ontheffing mogelijk. Er wordt daarom geadviseerd om werkzaamheden waarbij nesten in struiken en bomen op de naastgelegen terreinen verstoord kunnen worden, (ruim) buiten het indicatieve broedseizoen uit te voeren. Strikt beschermde soorten Van sommige vogelsoorten zijn de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Binnen de bebouwde kom van Doetinchem kunnen dit de gierzwaluw, huismus, roek en sperwer zijn. Van deze soorten kunnen negatieve effecten op de gierzwaluw op voorhand worden uitgesloten. Deze soort broedt namelijk in gebouwen, waardoor het plangebied niet geschikt is als nestlocatie.
De huismus is een standvogel die gebonden is aan bebouwing en komt voornamelijk voor in dorpen en steden. Nesten worden gebouwd onder dakpannen, in kieren en gaten van gebouwen en in speciaal voor de soort ontworpen mussenkasten (BIJ12, 2023). De huismus werd tijdens het veldbezoek niet waargenomen en het ontbreekt in het projectgebied aan nestgelegenheid. Het verwijderen van groenvoorzieningen heeft daarnaast geen negatief effect op eventueel in de omgeving broedende huismussen. Rondom het projectgebied blijven geschikte groenvoorzieningen ruimschoots aanwezig. Negatieve effecten op de rustof nestplaatsen van de huismus kunnen daarom worden uitgesloten.
Holterhoek te Doetinchem
13
3625.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
De roek is een koloniebroeder die van oorsprong voorkomt in vochtige gras- en bouwlanden met verspreid staande boomgroepen. Een groot deel van de Nederlandse populatie broedt tegenwoordig binnen de bebouwde kom. De nesten worden gebouwd in hoog opgaande bomen (BIJ12, 2017). In het plangebied is slechts één volwassen boom aanwezig en daarin werden geen potentiële nesten aangetroffen. Negatieve effecten op de roek kunnen daarom worden uitgesloten. De sperwer broedt voornamelijk in jonge dichte bossen en halfopen landschappen met houtsingels en houtwallen, maar kan ook in tuinen en parken broeden. De bomen waar in wordt gebroed moeten voldoende dekking bieden. Hierdoor worden vaak naaldbomen zoals de fijnspar gebruikt als nestlocatie (Vogelbescherming Nederland, 2022). Het plangebied is niet geschikt bevonden voor de sperwer, aangezien er geen nestlocatie werd aangetroffen in het plangebied. Negatieve effecten op de sperwer kunnen daarom worden uitgesloten. Naast strikt beschermde soorten, staan er ook vogelsoorten in de Wet natuurbescherming beschreven waarvan het nest alleen jaarrond beschermd is als er zwaarwegende ecologische redenen zijn. Dit zijn voornamelijk holenbroeders, maar ook soorten die op of tegen gebouwen aan nestelen zoals de tijdens de quickscan waargenomen ekster, huiszwaluw (overvliegend) en pimpelmees.
In de omgeving van het plangebied zijn echter voldoende uitwijkmogelijkheden, waardoor er geen ecologisch zwaarwegende redenen zijn om potentiële nesten van deze soorten jaarrond te beschermen. Reptielen en amfibieën Algemene soorten Op basis van de openbare verspreidingsgegevens zijn verschillende algemene amfibieënsoorten te verwachten in de omgeving van het plangebied. Enkele voorbeelden hiervan zijn de gewone pad en de bruine kikker. Voor de algemene soorten geldt een vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Verder geldt wel de zorgplicht, waarbij alle handelingen die nadelige gevolgen veroorzaken achterwege gelaten moeten worden (artikel 1.11 Wnb). Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Strikt beschermde soorten Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de alpenwatersalamander, boomkikker, heikikker, kamsalamander, poelkikker, hazelworm en levendbarende hagedis in de omgeving van het plangebied kunnen voorkomen. Van deze soorten worden de boomkikker, heikikker, kamsalamander en poelkikker op Europees niveau beschermd conform de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb) en zijn de alpenwatersalamander, hazelworm en levendbarende hagedis nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb).
Voor de genoemde amfibieën ontbreekt het echter aan voortplantingswater waardoor negatieve effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten. De hazelworm verblijft vaak onder vegetatie en dood hout en komt voornamelijk voor in open bossen, bosranden, heideterreinen, houtwallen en bermen op zand- en lössgronden (RAVON, 2022a). Van de hazelworm zijn recente waarnemingen bekend bij het natuurgebied de Koekendaal, ca. 2,0 km ten zuidoosten van het plangebied en het Kruisbergse bos, ca. 2,5 km ten noordwesten van het plangebied. Het plangebied is echter niet verbonden met deze natuurterreinen. Gezien de ligging en de vele barrières tussen het plangebied en deze natuurterreinen, kan de hazelworm niet in het plangebied voorkomen. Negatieve effecten op de hazelworm kunnen daarom worden uitgesloten. Holterhoek te Doetinchem
14
3625.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
De levendbarende hagedis komt voornamelijk voor op heidevelden en hoogvenen en wordt hier vaak op vochtige plekken waargenomen. De soort komt ook voor in bermen, ruige graslanden, open bossen en duingebieden (RAVON, 2022b). Recente waarnemingen zijn bekend van het natuurgebied het Kruisbergse bos, ca. 2,7 km ten noordwesten van het plangebied natuurgebied en in de buurt van de Bielhelmerbeek bij Gaanderen, ca. 3,5 km ten zuidoosten van het plangebied. Gezien de ligging en de vele barrières tussen het plangebied en deze natuurterreinen, kan de levendbarende hagedis niet in het plangebied voorkomen. Negatieve effecten op de levendbarende hagedis kunnen daarom worden uitgesloten. Vlinders Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de teunisbloempijlstaart, grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage en kleine ijsvogelvlinder voorkomen in de ruime omgeving van het plangebied. Van deze soorten wordt de teunisbloempijlstaart op Europees niveau beschermd conform de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb) en zijn de grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage en kleine ijsvogelvlinder nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb). De teunisbloempijlstaart gebruikt vooral de (middelste) teunisbloem als waardplant, maar ook het (harig) wilgenroosje, basterdwederik en grote kattenstaart worden gebruikt om eitjes op af te zetten.
De soort komt daarom voor in vochtige bossen, bosranden en warme open plekken (Van Deijk, 2018). Tijdens het veldbezoek werden waardplanten van de teunisbloempijlstaart (teunisbloemen) aangetroffen in het plangebied. Deze werden daarom gecontroleerd op de aanwezigheid van rupsen en sporen van de teunisbloempijlstaart. De optimale periode voor het aantreffen van rupsen van de teunisbloempijlstaart is van juni tot en met september. De teunisbloempijlstaart werd echter niet aangetroffen. Hierdoor kunnen negatieve effecten op de soort worden uitgesloten. De grote vos is een zeldzame, migrerende vlinder die haar eitjes legt rond de bovenste takken van hoogopgaande bomen. In Nederland voorzien iepen in 96% van de gevallen in de voortplantingsplaatsen van grote vossen. Sommige wilgensoorten, de pruim en de zoete kers vullen de overige 4% op (Nederlands Soortenregister, 2022). Het plangebied voorziet in een waardplant voor de soort (iep). Echter heeft deze soort geen populatie in de omgeving. Aangetroffen vlinders betreffen zwervende individuen. Bovendien ontbreekt het aan gunstig habitat (vochtig bosklimaat). Negatieve effecten op de grote vos kunnen daarom worden uitgesloten. De grote weerschijnvlinder gebruikt de boswilg en grauwe wilg als waardplant en komt voornamelijk voor rond oude, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of bossen langs beekdalen (De Vlinderstichting, 2022a).
Het plangebied vormt geen geschikt voorplantingshabitat voor de grote weerschijnvlinder omdat de geprefereerde habitat niet aanwezig is en er geen waardplanten aanwezig zijn. Negatieve effecten op de grote weerschijnvlinder kunnen worden uitgesloten. De iepenpage zet haar eitjes af op diverse iepensoorten, zoals de ruwe en gladde iep en komt met name voor langs bosranden, (vochtige) bossen, grotere tuinen en in parken (De Vlinderstichting, 2020b). De iep is aanwezig in het plangebied. Echter is deze boom geen geschikte waardplant voor de iepenpage, aangezien deze niet in het vereiste habitat voorkomt. Negatieve effecten op de iepenpage kunnen daarom worden uitgesloten.
Holterhoek te Doetinchem
15
3625.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
De kleine ijsvogelvlinder gebruikt de wilde kamperfoelie als waardplant en komt voornamelijk voor rond bosranden van loof- en gemengde bossen (De Vlinderstichting, 2022c). De wilde kamperfoelie werd tijdens het veldbezoek niet aangetroffen, waardoor het plangebied geen geschikte voortplantingsbiotoop vormt voor deze soort. Negatieve effecten op de kleine ijsvogelvlinder kunnen daarom worden uitgesloten. Overige beschermde diersoorten Er zijn geen waarnemingen bekend van strikt beschermde vissen, weekdieren en kevers uit de omgeving van het plangebied. Wel komt de strikt beschermde gevlekte witsnuitlibel voor in de ruime omgeving van het plangebied. Deze soort wordt echter aangetroffen in laagveenmoerassen, vegetatierijke vennen en duinplassen (Vlinderstichting, 2022d). Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied kunnen negatieve effecten op de gevlekte witsnuitlibel worden uitgesloten. Vaatplanten Op basis van openbare verspreidingsgegevens zijn de strikt beschermde akkerogentroost, glad biggenkruid, en grote leeuwenklauw in de omgeving van het plangebied te verwachten. Deze soorten zijn nationaal beschermd (artikel 3.10 Wnb). Akkerogentroost is een zeer zeldzame soort die voorkomt op zonnige, open plaatsen op matig voedselarme, vochtige en kalkrijke gronden. De soort groeit met name op akkers en woekert op de wortels van cypergrassen en grassen.
De bloeitijd is van juni t/m augustus (NDFF, 2022a). Het plangebied vormt geen geschikte habitat voor deze soort en de soort is niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Negatieve effecten op akkerogentroost kunnen daarom worden uitgesloten. Glad biggenkruid is een zeldzame soort die onder andere in akkers en bermen kan voorkomen. Zijn biotoopvoorkeur is kalkarme akkers en hij bloeit van juni t/m september (NDFF, 2022 b). Het plangebied vormt geen geschikte habitat voor deze soort en de soort is niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Negatieve effecten op het glad biggenkruid kunnen daarom worden uitgesloten. Grote leeuwenklauw komt voor langs wegbermen, graanakkers, rivieroeverwallen, sloothellingen, braakliggende terreinen, dijken en spoorwegen (NDFF, 2022c). Het plangebied bestaat voornamelijk uit braakliggend terrein, maar tijdens het veldonderzoek is er geen grote leeuwenklauw aangetroffen. De bloeiperiode voor deze soort is van mei tot en met augustus. Omdat de quickscan is uitgevoerd in de juiste tijd van het jaar voor het waarnemen van de grote leeuwenklauw, kunnen negatieve effecten op de grote leeuwenklauw worden uitgesloten.
Tijdens de quickscan werden alleen algemene plantensoorten waargenomen in en rondom het projectgebied, namelijk bijvoet, braam, Canadese fijnstraal, dagkoekoeksbloem, duizendblad, gewone esdoorn, gewone hennepnetel, gewone melkdistel, grote teunisbloem, hazenpootje, Hollandse iep, kleine leeuwentand, klimop, kromhals, late guldenroede, naaldaar, robinia, speerdistel en wegdistel.
Holterhoek te Doetinchem
16
3625.01
Quickscan natuurtoets
5.3
Buro Ontwerp & Omgeving
Samenvatting Onderstaande tabel geeft de soorten die (mogelijk) aanwezig zijn weer, de effecten waar ze last van hebben en eventuele vervolgstappen die genomen moeten worden. Soortgroep Vleermuizen
Grondgebonden zoogdiersoorten Vogels
Reptielen en amfibieën
Vlinders Overige diersoorten Vaatplanten
Soort(en) Verblijfplaatsen boombewonende soorten Verblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Vliegroutes
Aanwezigheid Nee
Mogelijk effect Nee
Opmerkingen -
Nee
Nee
-
Nee
Nee
-
Essentiële foerageergebieden Strikt beschermde soorten Algemene soorten
Nee
Nee
-
Nee
Nee
-
Mogelijk
Nee*
-
Strikt beschermde soorten Algemene soorten
Nee
Nee
-
Mogelijk
Strikt beschermde soorten Algemene soorten
Nee
Verstoring nestplaatsen Nee
Werken buiten het vogelbroedseizoen -
Mogelijk
Nee*
-
Strikt soorten Strikt soorten Strikt soorten
beschermde
Nee
Nee
-
beschermde
Nee
Nee
-
beschermde
Nee
Nee
-
*Er dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.
Holterhoek te Doetinchem
17
3625.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
6
CONCLUSIE
6.1
Conclusies soort- en gebiedsbescherming Er is onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van het project op vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten (Wnb). Daarnaast zijn de mogelijke effecten op beschermde natuurgebieden onderzocht. In het plangebied zijn geen potentiële verblijfsfuncties van beschermde soorten geconstateerd. Gebiedsbescherming Natura 2000 Gezien het type werkzaamheden en de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden zijn er geen negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. Door het gebruik van werktuigen kunnen er wel gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Omdat negentien Natura 2000gebieden op minder dan 25 km afstand van het plangebied liggen, vindt er mogelijk stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige habitattypen van deze Natura 2000-gebieden. Aangezien er in de toekomstige situatie sprake zal zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen, vindt er ook in de gebruiksfase mogelijk een toename van stikstofemmissie plaats. Om de effecten van de stikstofuitstoot op nabijgelegen Natura 2000-gebieden inzichtelijk te maken wordt geadviseerd om een AERIUS-berekening uit te laten voeren.
Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone Het plangebied ligt op circa 440 meter afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en circa 570 meter van de Groene Ontwikkelingszone (GO). Ter waarborging van de natte landnatuur in de GNN en GO ligt de Beschermingszone natte landnatuur rondom de GNN en GO. Het plangebied valt buiten deze zone. Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast. Houtopstanden Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bebouwde kom en er zijn geen houtopstanden aanwezig. Hierdoor is er geen sprake van een meld- en herbeplantingsplicht zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. Indien het noodzakelijk is om de vrijstaande boom te kappen, moet echter rekening worden gehouden met een gemeentelijke kapvergunning.
Holterhoek te Doetinchem
18
3625.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Soortbescherming Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van strikt beschermde soorten geconstateerd. Het kan wel zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten op de locatie voorkomen. Bij het uitvoeren van werkzaamheden moet de algemene zorgplicht in acht worden genomen (artikel 1.11 Wnb). Handelingen die nadelige effecten hebben moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Overigens moeten de werkzaamheden plaatsvinden buiten het vogelbroedseizoen omwille de aanwezigheid van algemene broedvogelsoorten. 6.2
Nader onderzoek Op basis van de uitgevoerde quickscan zijn negatieve effecten op strikt beschermde plant- en diersoorten uitgesloten. Er is geen nader onderzoek nodig en de werkzaamheden kunnen zonder ontheffing van de Wet natuurbescherming worden uitgevoerd.
Holterhoek te Doetinchem
19
3625.01
Quickscan natuurtoets
7
LITERATUURLIJST
7.1
Referenties
Buro Ontwerp & Omgeving
Bouwens, S. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. ’s-Hertogenbosch, Nederland: Zoogdiervereniging Nederland en Provincie Noord-Brabant BIJ12 (2017). Kennisdocument Roek, Corvus frugilegus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12: Utrecht, Nederland. BIJ12 (2023). Kennisdocument Huismus, Passer domesticus, versie 2.1, februari 2023. Utrecht, Nederland: BIJ12. De Vlinderstichting (2022a). Grote weerschijnvlinder, Apatura iris. Geraadpleegd op 5 augustus 2022 via https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/grote-weerschijnvlinder De Vlinderstichting (2022b). Iepenpage, Satyrium w-album. Geraadpleegd op 5 augustus 2022 via https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/iepenpage De Vlinderstichting (2022c). Kleine ijsvogelvlinder, Limenitis camilla. Geraadpleegd op 5 augustus 2022 via https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/kleine-ijsvogelvlinder De Vlinderstichting (2022d). Gevlekte witsnuitlibel, Leucorrhinia pectoralis. Geraadpleegd op 5 augustus 2022 via https://www.vlinderstichting.nl/libellen/overzicht-libellen/details-libel/gevlekte-witsnuitlibel Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) (2022a). Akkerogentroost. Geraadpleegd op 5 augustus 2022 via https://www.verspreidingsatlas.nl/1496# Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) (2022b). Glad biggenkruid.
Geraadpleegd op 5 augustus 2022 via https://www.verspreidingsatlas.nl/0652 Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) (2022c). Grote leeuwenklauw. Geraadpleegd op 5 augustus 2022 via https://www.verspreidingsatlas.nl/0074# Nederlands Soortenregister (2022). Grote vos, Nymphalis polychloros. Geraadpleegd op 5 augustus 2022 via https://www.nederlandsesoorten.nl/linnaeus_ng/app/views/species/nsr_taxon.php?id=168189& cat=152 Provincie Gelderland (2018). Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. Provincie Gelderland (2023). Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023). Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. RAVON (2022a). Hazelworm, Anguis fragilis. Geraadpleegd https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/hazelworm
Holterhoek te Doetinchem
20
op
5
augustus
2022
3625.01
via
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
RAVON (2022b). Levendbarende Hagedis, Zootoca vivipara. Geraadpleegd op 5 augustus 2022 via https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/levendbarende-hagedis Van Deijk, J. (2018). Een nieuwe standvlinder: De teunisbloempijlstaart. Geraadpleegd op 5 augustus 2022 via https://edepot.wur.nl/464086 Veldman, J. & Troost, C. (2019). Brochure Soortenbescherming in Overijssel: Bunzing, egel, hermelijn en wezel. Zwolle, Nederland: Provincie Overijssel. Vogelbescherming Nederland (2022). Sperwer. Geraadpleegd op 5 augustus 2022 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/sperwer Zoogdiervereniging (2022). Eekhoorn. Geraadpleegd op 4 augustus 2022 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/eekhoorn Zoogdiervereniging (2023). Boommarter. Geraadpleegd op 1 januari 2023 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/boommarter Zoogdiervereniging (2023). Grote bosmuis. Geraadpleegd op 1 januari 2023 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/grote-bosmuis Zoogdiervereniging (2023). Steenmarter. Geraadpleegd op 1 januari 2023 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter 7.2
Gebruikte websites www.floron.nl www.pdok.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl
7.3
Overige geraadpleegde bronnen Dietz, C. & Kiefer, A. (2016). Bats of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: Bloomsbury Publishing. Jędrzejewski, W. & Sidorovich, V. (2010). The art of tracking animals. Białowieża, Polen: Mammal Research Institute Polish Academy of Sciences Białowieża. Svensson, L., Mullarney, K. & Zetterström, D. (2009). Birds of Europe (2e ed.). Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers. Tolman, T. & Lewington, R. (2008). Collins Butterfly Guide: The Most Complete Guide to the Butterflies of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers.
Holterhoek te Doetinchem
21
3625.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Vogelbescherming Nederland & Stichting Veldonderzoek Flora en Fauna (2007). Topografische atlas voor flora en fauna van Nederland (1e ed.). Papendrecht, Nederland: Mouthaan Grafisch Bedrijf.
Holterhoek te Doetinchem
22
3625.01