CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 01_03_B3_Toelichting_Verkennend bodemonderzoek.pdf

gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 7.2: Bestemmingsplan Holterhoek ong. - 202313.626 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<0,05 <0,05 0,12 0,35 0,2 0,2 0,16 0,11 0,14 0,14

<0,04 <0,04 0,12 0,35 0,2 0,2 0,16 0,11 0,14 0,14 1,5

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0,0014 0,0014 0,0011

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C10 - C40 Minerale olie C12 - C16 Minerale olie C16 - C21 Minerale olie C21 - C30 Minerale olie C30 - C35 Minerale olie C35 - C40

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

<3 <35 <5 <5 <11 5,1 <6

% (m/m) ds % m/m % %

97,8

OVERIG Gloeirest Droge stof Lutum Organische stof (humus)

Projectcode: 2018-0480-004

89,8 2,9 2

0,034 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 0,0070 0,0070 0,0055

11 (6) <123 18 (6) 18 (6) 39 (6) 25,5 (6) 21 (6)

Index

-0,05 -0,26 0,13 0,04 -0 0,01 -0 0,01

<3 7,7 5,2 41 <1,5 <0,2 27 <0,05 15

<7 22,1 10,7 96 <1,1 <0,2 102 (6) <0,05 24

<0,05 <0,05 <0,05 0,089 0,054 0,051 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05

<0,04 <0,04 <0,04 0,089 0,054 0,051 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 0,44

0

0,01 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001

-0,01

GSSD

<3 <35 <5 <5 <11 <5 <6

<0,025 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004

11 (6) <123 18 (6) 18 (6) 39 (6) 18 (6) 21 (6)

98,5 90,0

92 2,2 1,3

Index

-0,05 -0,2 -0,2 -0,08 -0 -0,03 -0 -0,05

0,50 - 2,00 1,2 6,8 14-12-2018 Overschrijding Achtergrondwaarde

3,3 11 14 52 <1,5 <0,2 27 <0,05 16

7,6 23 25 99 <1,1 <0,2 65 (6) <0,05 23

<0,05 0,079 0,12 1,6 0,95 1,2 1,1 0,55 0,67 0,7

<0,04 0,079 0,12 1,6 0,95 1,2 1,1 0,55 0,67 0,7 7,0

-0,03

0,01

-0,01

GSSD

<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001

<0,025 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004

<3 48 <5 8,6 28 8,5 <6

11 (6) 240 18 (6) 43,0 (6) 140 (6) 42,5 (6) 21 (6)

98,3 92

91,1 6,8 1,2

91,0

Index

-0,04 -0,18 -0,1 -0,07 -0 -0,03 -0 -0,06

0,14

0,01

0,01

---------< 8,88 <=T 8,88 8,88 1 2 6 8 # GSSD Index

: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Achtergrondwaarde : Kleiner of gelijk aan Tussenwaarde : <= Interventiewaarde : > Interventiewaarde : Gemeten gehalte is <= 0 : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : Asbest voldoet : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.0.0 -

Tabel 2: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming AW

WO

IND

I

METALEN Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140

1,2 35 54 0,83 210 88 39 200

4,3 190 190 4,8 530 190 100 720

13 190 190 36 530 190 100 720

PAK PAK 10 VROM

mg/kg ds

1,5

6,8

40

40

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)

mg/kg ds

0,02

0,04

0,5

1

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

mg/kg ds

Projectcode: 2018-0480-004

190

190

500

5000

Tabel 3: Gemeten concentraties in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3

B08-1-1 14-12-2018 3,50 - 4,50 21-12-2018 Overschrijding Streefwaarde

Meetw METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood AROMATISCHE VERBINDINGEN BTEX (som) Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) meta-/para-Xyleen (som) ortho-Xyleen Styreen (Vinylbenzeen) Som 16 Aromatische oplosmiddelen PAK Naftaleen PAK 10 VROM GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN CKW (som) 1,3-Dichloorpropaan 1,1-Dichloorpropaan Dichloorpropaan Dichloorpropanen (0,7 som, 1,1+1,2+1,3) cis + trans-1,2Dichlooretheen 1,1-Dichlooretheen cis-1,2-Dichlooretheen trans-1,2-Dichlooretheen Dichloormethaan Trichloormethaan (Chloroform) Tribroommethaan (bromoform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,2-Dichloorpropaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) Vinylchloride OVERIGE

Projectcode: 2018-0480-004

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<2 <3 3,4 <10 <2 <0,2 52 <0,05 <2

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,9 <0,2 <0,2 <0,2

µg/l -

<0,02

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<1,6 <0,2 <0,2

<0,2 <0,1 <0,2

GSSD

<1 <2 3,4 <7 <1 <0,1 52 <0,04 <1

Index

-0,24 -0,22 -0,19 -0,08 -0,01 -0,05 0 -0,04 -0,23

<0,1 -0 <0,1 -0,03 <0,1 -0,01 <0,21 0 <0,1 <0,1 <0,1 -0,02 <0,77(2,14)

<0,01 <0,00020(11)

0

<0,1 <0,1 <0,42

-0

<0,14

0,01 0,01

0,42

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,1 <0,1 <0,1 <0,2 <0,2

<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1

µg/l

<0,2

<0,1(14)

µg/l

<0,1

<0,1

0,01

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,2 <0,2 <0,2 <0,1 0,22 0,4 0,18 <0,1

<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 0,22 0,4 0,18 <0,1

-0,01 -0,02

0 -0,01

0 0 -0,05 0 0,02

Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C10 - C40 Minerale olie C12 - C16 Minerale olie C16 - C21 Minerale olie C21 - C30 Minerale olie C30 - C35 Minerale olie C35 - C40

---------< 8,88 8,88 8,88 >T 11 14 2 6 # GSSD Index

B08-1-1 14-12-2018 3,50 - 4,50 21-12-2018 Overschrijding Streefwaarde

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<10 <50 <10 <10 <15 <10 <10

7(6) <35 7(6) 7(6) 11(6) 7(6) 7(6)

-0,03

: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Streefwaarde : > Streefwaarde : > Interventiewaarde : Groter dan Tussenwaarde : Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie : Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - S) / (I - S) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.0.0 -

Tabel 4: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming S

S Diep

Indicatief

I

METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

50 0,4 20 15 0,05 15 5 15 65

AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Styreen (Vinylbenzeen) Tolueen Xylenen (som) Som 16 Aromatische oplosmiddelen

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

0,2 4 6 7 0,2

PAK Naftaleen

µg/l

0,01

70

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan 1,1-Dichloorethaan 1,1-Dichlooretheen 1,2-Dichloorethaan cis + trans-1,2-Dichlooretheen

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

0,01 0,01 7 0,01 7 0,01

300 130 900 10 400 20

Projectcode: 2018-0480-004

200 0,06 0,7 1,3 0,01 1,7 3,6 2,1 24

625 6 100 75 0,3 75 300 75 800

30 150 300 1000 70 150

Dichloormethaan Dichloorpropaan Tetrachlooretheen (Per) Tetrachloormethaan (Tetra) Tribroommethaan (bromoform) Trichlooretheen (Tri) Vinylchloride Trichloormethaan (Chloroform)

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

24 0,01 6

I 1000 80 40 10 630 500 5 400

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

µg/l

50

600

Projectcode: 2018-0480-004

S 0,01 0,8 0,01 0,01

S Diep

Indicatief

Toelichting / wijzigingen op de toetsingswaarden Somparameters (faktor 0,7)

Bij de berekening van de somparameter worden voor de individuele componenten de resultaten, welke beneden de rapportagegrens liggen vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen somwaarde kan worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Het toetsingsresultaat, alsmede de somwaarde (faktor 0,7) heeft geen verplichtend karakter. Het is aan de onderzoeker/adviseur om eventueel onderbouwd aan te geven hoe de toetsingsresultaten geïnterpreteerd dienen te worden. Barium

Ten tijde van de inwerkingtreding van het Besluit bodemkwaliteit is afgesproken om het standaard analysepakket voor bodem uit te breiden met de stof barium. Door het opnemen van deze stof in het standaard analysepakket, is sinds de inwerkingtreding van het Besluit bodemkwaliteit veel inzicht verkregen in de aanwezigheid van deze stof in de bodem. Barium wordt vaak in hoge gehalten aangetroffen, omdat deze stof van nature voorkomt in de bodem. Het hoge gehalte van barium in de bodem leidt tot stagnatie en tot meer saneringsgevallen. De normstelling voor barium veronderstelt dat barium mogelijk in een meer toxische variant voorkomt in de (water)bodem, grond en baggerspecie dan in de vorm waarvan in werkelijkheid sprake is. RIVM is gevraagd om advies te geven over de aanpassing van de norm voor barium. In afwachting van dit advies is besloten om voor barium (tijdelijk) geen normen te hanteren. Deze tijdelijk buitenwerkingstelling geldt niet voor die situaties waarvan met zekerheid kan worden vastgesteld dat het om een antropogene (door menselijk handelen) bodemverontreiniging gaat. Het streven is om voor barium binnen enkele jaren een nieuw toetsingskader te introduceren. Drins en DDT/DDE/DDD

Per 1 oktober 2008 zijn via de inwerkingtreding van de Circulaire bodemsanering, voor een aantal stoffen de interventiewaarden voor grond gewijzigd. De bodemnormen werden geactualiseerd op basis van nieuwe wettenschappelijke inzichten. Voor drins(som) betekende dit toen een verstrenging van de interventiewaarde van 4,0 mg/kg d.s. naar 0,14 mg/kg d.s., welke gebaseerd is op de risico’s voor de ecologie. Het gevolg van deze verstrenging bleek de toename van het aantal gevallen van ernstige bodemverontreinigingen met uitsluitend risico’s voor ecologie, welke ongewenst is. Daarom heeft er een hernieuwde maatschappelijke afweging plaatsgevonden, waarbij weer teruggevallen wordt op de oude waarde van 4,0 mg/kg d.s. Vervolgens is gebleken dat er naast (som)drins de noodzaak bestaat om een aparte interventiewaarde voor aldrin vast te stellen. Voor aldrin is de interventiewaarde op 0,32 mg/kg d.s. vastgesteld (gebaseerd op onaanvaardbare humane risico’s bij gebruik van de bodem voor wonen en tuin). Voor DDT/DDE/DDD geldt hetzelfde als voor (som)drins, maar wijkt in die zin af dat de per 1 oktober 2008 geïntroduceerde aparte toets per stof van kracht blijft. Bij de heroverweging is vastgesteld dat de interventiewaarden voor DDT en DDE respectievelijk 1,7 en 2,3 mg/kg d.s. is (som is 4 mg/kg d.s.) en de interventiewaarde voor DDD blijft 34 mg/kg d.s.

Bij deze interventiewaarden zijn er geen humane risico’s.

BIJLAGE VI

Normatieve verwijzingen Norm NEN 5104 NEN 5706

NEN 5707 NEN 5709 NVN 5720 NEN 5725 NTA 5727 NPR 5741

NEN 5742

NEN 5743

ontwerp NEN 5744

NEN 5745

NEN 5766

NEN 5861 NEN 5896

Titel Geotechniek - Classificatie van onverharde grondmonsters Richtlijnen voor de beschrijving van zintuiglijke waarnemingen tijdens de uitvoering van milieukundig bodemonderzoek Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem Bodem - Monstervoorbehandeling voor de bepaling van organische en anorganische parameters in grond Bodem - Waterbodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek in waterbodem Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek Bodem - Monsterneming en analyse van asbest in waterbodem en baggerspecie Bodem - Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek

Bodem - Monsterneming van grond en sediment ten behoeve van de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig-vluchtige organische verbindingen en fysisch-chemische bodemkenmerken Bodem - Monsterneming van grond en sediment voor de bepaling van vluchtige verbindingen

Bodem - Monsterneming van grondwater ten behoeve van de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matigvluchtige organische verbindingen en fysisch-chemische eigenschappen Bodem - Monsterneming van grondwater ten behoeve van de bepaling van vluchtige verbindingen

Bodem - Plaatsing van peilbuizen ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek

Afwijkingen

In afwijking op bijlage A, is het gebruik van een spuitboring tijdens het veldwerk niet toegestaan. In afwijking op artikel 6.2, zijn de in dit artikel genoemde richtlijnen t.a.v. diepten informatief en worden niet als beoordelingscriteria gehanteerd. In afwijking op artikel 6.6.1 is filtergrind vereist, tot 0,5 m boven de bovenzijde van het filter. Tevens wordt een laag bentoniet aangebracht direct op de grindlaag en is een halve meter dikke laag bentoniet op circa 0,5 meter beneden het grondoppervlak niet vereist.

In afwijking op artikel 5.3, moeten de grondmonsters, die geanalyseerd worden op vluchtige verbindingen (steekbussen), geconditioneerd bewaard worden in het veld en tijdens transport opdat de monsters niet opwarmen om de vervluchtiging en afbraak tegen te gaan. Dit bijvoorbeeld in een koelbox met koelelementen (ijs) of en koelkast. In afwijking op artikel 5.2 is siliconenslang toegestaan voor de werking van een slangenpomp of als verbindingsmateriaal, mits de siliconenslang middels blanco monsterneming (zie BRL SIKB 2000 of AS SIKB 2000: Blanco bemonstering grondwater) gecontroleerd is op afgifte van stoffen. In afwijking op artikel 5.5 en in aansluiting op de NEN 5742, artikel 5.3, moeten de grondwatermonsters geconditioneerd bewaard worden in het veld en tijdens transport opdat de monsters niet opwarmen om de vervluchtiging en afbraak tegen te gaan. Dit bijvoorbeeld in een koelbox met koelelementen (of ijs) of een koelkast, zodat de ideale bewaarcondities, zijnde donker en een temperatuur van 1-5ºC, wordt nagestreefd. In afwijking op artikel 6.1.2 is filtergrind vereist, tot 0,5 m boven de bovenzijde van het filter. Tevens wordt een laag bentoniet aangebracht direct op de grindlaag en is een halve meter dikke laag bentoniet op circa 0,5 meter beneden het grondoppervlak niet vereist.

In afwijking op artikel 6.3.2 is een duurzaam label met daarop de gegevens van de peilbuis (monsternemingsfilter) niet nodig, indien een andere duurzame identificatiemethode van de peilbuis wordt gebruikt.

Milieu - Procedures voor de monsteroverdracht Kwalitatieve analyse van asbest in materialen met polarisatiemicroscopie NEN 5897 Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouwen sloopafval en granulaat NEN 6411 Water - Bepaling van de pH NEN 7777 Milieu - Prestatiekenmerken van meetmethoden NEN-EN-ISO 5667-3 Water - Monsterneming - Deel 3: Richtlijn voor de conservering en behandeling van watermonsters NEN-ISO 7888 Water - Bepaling van het elektrisch geleidend vermogen ADV 223 Leeswijzer voor het gebruik van asbest-bodemnormen SKB-rapport SV 515 Asbest in bodem Bij ongedateerde verwijzingen is de laatste versie van het document (met inbegrip van wijzigingsbladen) waarnaar is verwezen van toepassing.

TOEGEPASTE WERKWIJZE EN BEMONSTERINGSTECHNIEKEN De werkwijze en de manier van monstername worden, tenzij anders vermeld, uitgevoerd conform het gestelde in de Voorlopige Praktijkrichtlijnen voor monstername en analyse bij bodemverontreiniging van het Ministerie van VROM (VPR, 1988). 1.

Grondboringen tot aan de grondwaterspiegel Voor het verrichten van grondboringen tot aan de grondwaterspiegel, wordt in de meeste gevallen gebruik gemaakt van de Edelmanboor met een diameter van 60 of 90 mm. Indien er grindrijke lagen of puin in de bodem voorkomen, dan wordt gebruik gemaakt van een grind- of puinboor. In veenachtige- of ongerijpte kleigronden, wordt gebruik gemaakt van een guts.

2.

Grondboringen onder de grondwaterspiegel Bij grondboringen onder de grondwaterspiegel wordt, afhankelijk van de samenstelling van de bodem, gebruik gemaakt van een Edelmanboor of een pulsboor. Als de bodem voldoende samenhangend vermogen bezit, om de vorm van het boorgat te behouden (bijvoorbeeld in klei of leem), dan wordt gebruik gemaakt van een Edelmanboor. Wanneer de structuur van de bodem zodanig is dat de vorm van het boorgat niet behouden blijft tijdens het omhoog halen van de grondboor, dan wordt een boorgatmantel toegepast. Deze bestaat uit een kunststofbuis met een diameter van 90 mm. Het boren gebeurt dan met pulsapparatuur, waarbij de grond door de aanwezigheid van het grondwater in vloeibare vorm naar boven wordt gehaald. Indien dit noodzakelijk is wordt bij het pulsen (zo weinig mogelijk) werkwater toegepast.

3.

Plaatsing van peilbuizen Bij de plaatsing van peilbuizen wordt gebruik gemaakt van uit HDPE of PVC bestaande buisstukken. De buisverbindingen bestaan uit schroefdraad- of mofverbindingen. Deze verbindingen worden niet gelijmd. De onderste meter (filter) van de peilbuis is geperforeerd. Aan de onderzijde wordt de peilbuis afgesloten met een kunststof dop. Om de filterbuis wordt, enkel bij slecht doorlatende grondsoorten, tot circa 0,20 m. boven het filter, om de instroming van fijn grondmateriaal in de filterbuis zo veel mogelijk tegen te gaan, een gewassen naylonkous aangebracht. Het boorgat rondom de ingebrachte filterbuis wordt indien dit voor de goede werking van de peilbuis noodzakelijk mocht zijn, tot 0,50 m. boven het filter gevuld met uitgegloeid filtergrind. Indien in het doorboorde boorprofiel slecht doorlatende lagen worden aangetroffen, worden ter hoogte van deze lagen kleikorrels (bentoniet) in het boorgat gebracht. Worden er in de peilbuis meerdere filters op verschillende diepten geplaatst, dan worden in het boorgat tussen de verschillende filters kleikorrels aangebracht, om verticale waterstroming te voorkomen. De bovenste 0,50 m. van het boorgat wordt indien er sprake kan zijn van instroming van regenwater afgewerkt met kleikorrels. Na het plaatsen van de peilbuis, wordt deze schoon gepompt door minimaal drie maal de inhoud van het boorgat af te pompen.

Indien werkwater is gebruikt, wordt behoudens driemaal de inhoud van het boorgat, tevens de hoeveelheid ingebracht werkwater afgepompt. Ter controle wordt doorgepompt totdat de EC van het grondwater constant is.

4.

Grondmonstername Het uit een boring komende materiaal wordt zodanig uitgelegd, dat een strook geboorde grond overeenkomt met een meter boorgat. Indien nodig wordt de grond uitgelegd op een folie, teneinde bijmenging van de ondergrond te voorkomen. De monstername vindt plaats door de grond in nieuwe glazen potten over te brengen. Ten einde vervluchtiging van componenten tegen te gaan worden de potten volledig gevuld met grond. Indien geen zintuiglijke verontreinigingen worden waargenomen, wordt de grond bemonsterd via trajecten van een halve meter (bijvoorbeeld B1-1 is het monster van MV 0,00 tot MV - 0,50 etcetera). Indien zintuiglijke verontreinigingen worden waargenomen, wordt per verontreinigde laag bemonsterd. Bij zeer vluchtige stoffen wordt in de regel gebruik gemaakt van steekbussen waarin het monster luchtdicht wordt opgeslagen ten behoeve van analyse in het laboratorium. Bij minder vluchtige stoffen worden de monsters genomen voordat de boorbeschrijving wordt gemaakt, teneinde vervluchtiging zo veel mogelijk te voorkomen. De grondmonsters worden in afwachting van de afvoer naar het laboratorium gekoeld opgeslagen.

5.

Grondwatermonstername Grondwatermonsters worden -indien er gezien de situering geen gevaar bestaat voor het storen van de peilbuis door vandalen of anderszins- minimaal één week nadat de peilbuis is geplaatst genomen. Indien het filter tussen de MV - 5,00 m. en MV - 10,00 m. is geplaatst, wordt een wachttijd van twee weken in acht genomen. Voordat een grondwatermonster wordt genomen, wordt de peilbuis nogmaals afgepompt. Het afpompen gebeurt met een accupompje. De monstername van het grondwater wordt uitgevoerd met een vacuumpomp of een kogelkleppompje. Indien het grondwater dieper dan MV - 5,00 m. aanwezig is, dan vindt de monstername plaats met een kogelkleppompje. Bij het opvangen van het watermonster wordt turbulentie in de monsterfles zo veel mogelijk voorkomen. Voor de analyse op zware metalen, wordt het watermonster in het laboratorium gefiltreerd over een filter van 0,45 µm en vervolgens aangezuurd met HNO3 tot pH=2,00. De monsters worden opgevangen in speciaal voorbehandelde glazen flessen (t.b.v. analyse op zware metalen in kunststof fles). De flessen worden volledig gevuld, teneinde vervluchtiging van componenten uit het grondwater tegen te gaan. Vervolgens worden de flessen gekoeld opgeslagen.

BIJLAGE VII

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Informatiebron

Te raadplegen bron

Historie

Eigenaar / gebruiker Archief bouw- en woningtoezicht Gemeente-ambtenaar milieuzaken Hinderwet archief Archief Wet Milieubeheer Archief ondergrondse tanks Vergunningen (eventueel) Luchtfoto (eventueel) Oud kaartmateriaal (eventueel) Interviews (eventueel) Kamer van Koophandel (eventueel) Streek- of Rijksarchief (eventueel) Eigenaar / gebruiker Gemeente-ambtenaar milieuzaken Locatie-inspectie Omwonenden (eventueel) Eigenaar / gebruiker Gemeente-ambtenaar milieuzaken Bodemkaart Nederland Grondwaterkaart Geologische kaart Archief bodemonderzoeken

Huidige situatie

Toekomstige situatie Bodemopbouw en geohydrologie

BIJLAGE VII

Geraadpleegd X X X X X X X X X X X X X X X

Opmerkingen

BIJLAGE VIII

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7971/documents/46214