CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 01_03_B10_Toelichting_Archeologisch bureau onderzoek en verkennend booronderzoek v2.0.pdf

beeldvormende raad 13 maart 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 3: Bestemmingsplan Holterhoek ong. - 20238.371 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Doetinchem

Holterhoek

te

Doetinchem,

gemeente

Opdrachtgever Buro Ontwerp & Omgeving M. Wagemakers Velperweg 157, 6824 MB Arnhem m.wagemakers@ontwerpenomgeving.nl 06-82403962 Projectnummer 213665 Kenmerk DWS/ZMPD/213665

Eindredactie/kwaliteitscontrole Drs. E.E.A. van der Kuijl

Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

Paraaf

Datum 11-10-2022

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Colofon

Opdrachtgever

Buro Ontwerp & Omgeving

Project

BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem

Projectnummer

213665

Titel

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem, gemeente Doetinchem

Datum en versie

11-10-2022, versie 2.0 (definitief)

Auteurs

D. Woolschot MSc en E.E.A. van der Kuijl

Kwaliteitscontrole

E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector)

Afbeelding voorzijde:

Luchtfoto van het plangebied (Archis3)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

2 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Inhoud 1.

2

3

4

Inleiding ............................................................................................................................. 6 1.1

Inleiding en onderzoekskader .................................................................................. 6

1.2

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek en booronderzoek ....................... 7

1.3

Werkwijze Bureauonderzoek ................................................................................... 7

1.4

Beleidskaders ........................................................................................................... 8

1.5

Administratieve gegevens ...................................................................................... 10

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel....................................................................... 11 2.1

Landschapsgenese ................................................................................................ 11

2.2

Historische ontwikkeling van Doetinchem en het plangebied ................................ 14

2.3

Archeologische waarden ........................................................................................ 17

2.4

Archeologisch verwachtingsmodel ......................................................................... 20

Booronderzoek ................................................................................................................ 21 3.1

Werkwijze Booronderzoek ..................................................................................... 21

3.2

Resultaten .............................................................................................................. 21

Conclusie en aanbeveling ............................................................................................... 23 4.1

Conclusie................................................................................................................ 23

4.2

Selectieadvies ........................................................................................................ 23

4.3

Selectiebesluit ........................................................................................................ 23

4.4

Voorbehoud ............................................................................................................ 24

Gebruikte Bronnen ................................................................................................................. 27 Gebruikte literatuur ............................................................................................................. 27 Geraadpleegde websites .................................................................................................... 27 BIJLAGEN .............................................................................................................................. 28

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

3 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek conform de BRL 4002 en 4003 uitgevoerd ten behoeve van de realisatie van vijf woningen in de Holterhoek te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3.675 m2. De diepte van de bodemverstoring zal afhankelijk van de te kiezen funderingswijze minimaal 80 cm-mv zijn (vorstvrij funderen). In het bestemmingsplan Parapluherziening Archeologie – 2020 (2021) heeft het plangebied een dubbelbestemming Waarde - Archeologische Verwachting 3. In het meest noordelijke deel is nog sprake van een Waarde – Archeologische Verwachting 6. Bij meerdere waardes is de hoogste waarde leidend. Het gemeentelijk beleid is dat archeologisch vooronderzoek dient plaats te vinden bij bodemingrepen dieper dan 40 cm-mv en groter dan 250 m2. De waardes op de archeologische beleidskaart komen overeen met het bestemmingsplan. Bureauonderzoek Rivierduinen zijn gebieden die wat betreft hoogteligging, reliëf en bodemvochtigheid een hoge positie innemen in het landschap. Ze zijn geschikt als tijdelijke vestigingsplek voor jagersverzamelaars, aangezien ze vaak op de overgang tussen hoge en natte gebieden liggen. In het plangebied worden op grond van de beschikbare gegevens rivierduinen.

De waarnemingen in Archis3 geven een indicatie dat er in de directe omgeving vanaf de prehistorie al bewoning voorkomt. De kans op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd wordt, gezien de landschappelijke ligging, hoog geacht. De vondsten die worden verwacht zijn losse (strooi)vondsten en nederzettingsterreinen. Hierbij kan gedacht worden aan afvaldumps, rituele dumps en haardkuilen. Indien er eventueel archeologische resten aanwezig zijn komen deze direct aan of onder het maaiveld voor, in de antropogene plaggendekken en/of cultuurlagen of in de top van de C-horizont.

Veldonderzoek Vanaf het maaiveld bestaat de ondergrond uit één of meerdere opgebrachte en/of geroerde pakketten. Boring 2 is op een diepte van 65 cm-mv gestuit op een betonbuis. In boring 3 en boring 4 is onder de subrecente ophogingen met betonpuin, keramiektegels en baksteenpuin sprake van een restant van een bruine eerdlaag waarvan de top is aangetroffen op respectievelijk 75 cm-mv en 95 cm-mv. De onderkant van de eerdlaag bevindt zich op respectievelijk 110 cm-mv en 115 cmmv. Dit is tevens het niveau waarop de top van het dekzand aangetroffen is in deze boringen. In boring 5(b) bevindt de top van het dekzand zich op een diepte van 85 cm-mv.

Selectieadvies Vanwege de grote mate van bodemverstoring en het ontbreken van intacte bodems in boring 2 en 5 adviseren wij om alleen vervolgonderzoek te laten uitvoeren rond boring 3 en 4 indien bodemingrepen dieper reiken dan 75 cm-mv. Over de mate van intactheid van de bodemopbouw ter plaats van boring 1 (asfaltweg) kunnen geen uitspraken gedaan worden, omdat hier niet geboord kon worden. Op basis van de KLIC gegevens mag verondersteld worden dat de bodem onder de asfaltweg grotendeels verstoord zal zijn tot in de top van het dekzand. Selectiebesluit

Het conceptrapport is op 10 oktober 2022 namens gemeente Doetinchem beoordeeld door de Regioarcheoloog van de ODA. 1 De Regioarcheoloog is akkoord met het rapport maar kan het selectieadvies niet geheel onderschrijven. “De conclusie dat ter hoogte van boring 1 hoogstwaarschijnlijk sprake zal zijn van diepgaande verstoringen ten gevolge van de aanwezige kabels en leidingen kan ik onderschrijven. De conclusie dat ook de omgeving van boring 5 dermate diep verstoord is dat geen sprake meer kan zijn van grootschalige archeologische resten is wat mij

1

Zaaknummer 2022EA1165, beoordeling door D. Kastelein

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

4 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

betreft iets te voorbarig. Het klopt dat er geen afdekkend plaggendek meer aanwezig is en dat daardoor mogelijk iets van het archeologisch sporenvlak verloren is gegaan. Gezien de NAP hoogte waarop de top van de C is aangetroffen lijkt dit niet al te veel te zijn. Dat ligt namelijk met 13 35+NAP hoger dan dat van de boringen waarbij wel een restant plaggendek is aangetroffen. Mogelijk is de bodem in het verleden wat geëgaliseerd. De hoogte van 13,35 is ook hoger dan die van het sporenvlak van de aangrenzende opgraving uit 2014.2 Daardoor is het niet uit te sluiten dat eventuele grondsporen toch goed bewaard zijn gebleven. Met uitzondering van de smalle strook bij boring 2 dient in het overige deel rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische resten. Vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Voorafgaand aan een proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen opgesteld te worden dat getoetst wordt door het bevoegd gezag.

Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Doetinchem (mw. G. Dutman) hiervan per direct in kennis te stellen.

2 Definitieve opgraving, Holterhoek te Doetinchem, Synthegra rapport S100306.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

5 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

1.

Inleiding

1.1

Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek conform de BRL 4002 en 4003 uitgevoerd ten behoeve van de realisatie van vijf woningen in de Holterhoek te Doetinchem, gemeente Doetinchem (zie Afbeelding 1). Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3.675 m2. De diepte van de bodemverstoring zal afhankelijk van de te kiezen funderingswijze minimaal 80 cm-mv zijn (vorstvrij funderen).

Afbeelding 1: Topografische kaart met plangebied in het rode kader (Pdok)

In het bestemmingsplan Parapluherziening Archeologie – 2020 (2021) heeft het plangebied een dubbelbestemming Waarde - Archeologische Verwachting 3. In het meest noordelijke deel is nog sprake van een Waarde – Archeologische Verwachting 6.3 Bij meerdere waardes is de hoogste waarde leidend. Het gemeentelijk beleid is dat archeologisch vooronderzoek dient plaats te vinden bij bodemingrepen dieper dan 40 cm-mv en groter dan 250 m2. De waardes op de archeologische beleidskaart komen overeen met het bestemmingsplan. Het plangebied overschrijdt de vrijstellingsgrenzen en dient derhalve voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden in het kader van de Erfgoedwet te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek dat aangevuld is met een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). De resultaten van dit onderzoek zijn op 10 oktober 2022 getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Doetinchem, mw. G. Dutman) en de Regioarcheologen van de ODA.

3

www.ruimtelijkeplannen.nl NL.IMRO.0222.R70B017A-0001

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

6 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

1.2

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek en booronderzoek Het doel van het bureauonderzoek en het verkennend booronderzoek (verkennende fase) is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Om deze doelstelling te realiseren, zijn de volgende onderzoeksrichtlijnen opgesteld:4 1. Beschrijving van de administratieve gegevens conform de KNA, inclusief minimaal één kaart van het onderzoeksgebied met RD-coördinaten; 2. Beschrijving van de geologie en de geomorfologie van het onderzoeksgebied; 3. Beschrijving van de te verwachten natuurlijke en de antropogene bodemhorizonten en de mogelijke verstoring van de bodem; 4. Beschrijving van het historisch grondgebruik en eventuele bebouwing van de onderzoekslocatie op basis van historische kaarten en archief en/of literatuuronderzoek; 5. Beschrijving van de bekende archeologische gegevens van de onderzoekslocatie en de omgeving (archeologische monumenten, vindplaatsen, archeologische onderzoeken met onderzoeksresultaten); 6. Beschrijving van de aard, de datering, de omvang en de verwachte fysieke kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten; 7. Beschrijving van de verwachte vondstverspreiding en de vondst- en spoorniveaus; 8. Uitgebreide onderbouwing van de gespecificeerde archeologische verwachting; 9.

Gemotiveerde beschrijving van de meest geschikte KNA-onderzoeksmethode voor het opsporen van de verwachtte sporen en vondsten; 10. Opstellen van locatie-specifieke onderzoeksvragen voor het vervolgonderzoek.

1.3

Werkwijze Bureauonderzoek Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.1) en bestaat uit de volgende onderdelen: • Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01) • beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); • beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); • beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijk kenmerken (KNA LSO4); • het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5); • het opstellen van een standaardrapport (KNA LS06). Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen.

De gegevens voor het bureauonderzoek zijn ontleend aan: • Archis, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland • geomorfologisch, geologische, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; • Archeologische verwachtings- en advieskaart gemeente Doetinchem; • archeologische rapporten en publicaties;

4

Format archeologisch bureau- en booronderzoek Omgevingsdienst Regio Achterhoek, 2019

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

7 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

1.4

Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valletta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaald'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats.

Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing.

De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet. Provinciaal Beleid Het provinciaal archeologisch beleid van Gelderland is vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma5: • Erfgoedwaarden zijn inzichtelijk van natuur en landschap, buitenplaatsen en buitenplaatsrijke gebieden • Bescherming van erfgoedwaarden in natuur en landschap en buitenplaatsen is verankerd in plannen • Maatwerk in de (toepassing van) regelgeving zodat ontwikkeling mogelijk is • Investeren in de instandhouding en kwaliteit van het erfgoed van natuur en landschap en van buitenplaatsen (restauratie, functieverandering, duurzaamheidsbevordering). Ook kunst en cultuur hiervoor inzetten

5http://www.gelderland.nl/4/Hier-werkt-de-provincie-Gelderland-aan/Cultuur-en-erfgoed/Landschap-en-

archeologie.html

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

8 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

•

Versterken van de programmatische samenwerking en afstemming met het netwerk, vergroting van het cultuurhistorisch besef en draagvlak.

Het archeologisch beleidskader deelt Gelderland op in drie soorten archeologische gebieden: • A-gebieden: de Gelderse parels; • B-gebieden: de ruwe diamanten • C-gebieden: de rest van Gelderland. Het plangebied ligt binnen het gebied C, waar de provincie geen sturing geeft in het beleid. Gemeentelijk beleid Gemeente Doetinchem beschikt over eigen archeologiebeleid. Er is een vastgestelde archeologische beleidsadvieskaart uit 2019 (zie Afbeelding 2).6 De beleidsadvieskaart is gebruikt als toetsingskader voor de archeologische verwachting. Verder zijn de landelijke en provinciale richtlijnen leidend, voor het opstellen en toetsen van het onderhavig onderzoek. In 2012 is er in opdracht van de gemeenten in de Regio Achterhoek een afwegingskader voor archeologiebeleid opgesteld.7 De richtlijnen van dit beleid zijn bij het opstellen van onderhavig onderzoek toegepast.

Afbeelding 2: Uitsnede uit de Waarde- en verwachtingskaart plangebied in het rode kader (Willemse, et al. 2019)

6 7

van de gemeente Doetinchem met het

Willemse et al. 2019 Willemse en Kocken, 2012

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

9 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

1.5

Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied

Uitvoerder en Beheer en plaats documentatie Bevoegd gezag

Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem Gemeente Doetinchem (mw. G. Dutman)

Toetser namens bevoeg gezag

Regioarcheologen van de ODA

Provincie, Gemeente, Plaats

Gelderland, Doetinchem, Doetinchem

Toponiem, Adres

Holterhoek

RD-coördinaten

X, Y N ZO

217.773 / 441.747 217.819 / 441.668

ZW

217.758 / 441.630

W

217.746 / 441.668

Hoogte centrumcoördinaat

13.40 – 14.00 m+NAP

Kadastrale gegevens

Ambt Doetinchem, Sectie M, perceel 3748 en 2151

CMA/AMK Status

N.v.t N.v.t

Archis-monumentnummer Archis-waarnemingsnummer CIS code/Archis onderzoekmeldingsnummer Oppervlakte plangebied

N.v.t

Huidig grondgebruik

Braakliggend

Toekomstig grondgebruik

Woningen pZg21 Beekeerdgrond, leemarm en zwak lemig fijn zand Zb21 Vorstvaaggrond, leemarm en zwak lemig fijn zand bEZ21 Hoge bruine enkeerdgrond, leemarm en zwak lemig fijn zand Rn15C Kalkloze poldervaaggrond, lichte zavel, profielverloop 5 10B53yc Dekzandrug met oud-bouwlanddek 11B58 Landduin 1M42yd Terrasvlakte met dekzand Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen (rivierduin) en/of Laagpakket van Singraven (veen) Laat-Paleolithicum t/m Nieuwe Tijd

Bodemtype (extrapolatie)

Geomorfologie (extrapolatie) Geologie Periode

5289458100 3.675 m²

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

10 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

2

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel

2.1

Landschapsgenese Het onderzoeksterrein ligt net buiten het stroomgebied van de Oude IJssel, welke op circa 900 meter ten westen van het plangebied stroomt. De geologische ondergrond bestaat uit rivierduinzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen (Bx4) en/of veen van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Singraven (Bx3).8 Op de geomorfologische kaart9 (zie Afbeelding 3) is het plangebied niet gekarteerd wegens de ligging in de bebouwde kom. In de directe omgeving komen een dekzandrug met oudbouwlanddek (10B53yc), een landduin (11B58) en een terrasvlakte met dekzand (1M42yd) voor.

Afbeelding 3: Geomorfologische kaart, situering van het plangebied binnen het rode kader (Archis3)

Op de zandbanenkaart van de provincie Gelderland ligt het noordelijk deel van het plangebied in een zone met code 32: verstoord (bebouwd, zandwinning, vergraven). Er is geen deklaag aangegeven (code 0). Het zuidelijk deel ligt binnen dezelfde code 32, maar hier is wel sprake van een deklaag (code 301). Aan het maaiveld komt een dek van eolisch zand voor met een dikte van meer dan 1,0 meter.10

8

Geologische kaart van Nederland Archis3 10 https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer/index.html?id=ca0682f26ad148e08abf81579488d6e4 9

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

11 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Op de bodemkaart11 (zie Afbeelding 4) is het plangebied eveneens niet gekarteerd. In de directe omgeving komen beekeerdgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand (pZg21), vorstvaaggronden in leemarm en zwak lemig fijn zand (Zb21), hoge bruine enkeerdgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand (bEZ21) en kalkloze poldervaaggronden in lichte zavel met profielverloop 5 (Rn15C) voor.

Afbeelding 4: Bodemkaart met de situering van het plangebied binnen het rode kader (Archis3)

Binnen het plangebied is de grondwaterstand niet gekarteerd. Wegens de ligging binnen de bebouwde kom zal er van een natuurlijke stand waarschijnlijk geen sprake meer zijn. Het plangebied heeft op de hoogtekaart12 (zie Afbeelding 5) een hoogte van 13.40 m+NAP in het westelijk deel tot 14.00 m+NAP in het oostelijk deel. Deze geleidelijke overgang van de lagere delen in het westen naar de hogere delen in het oosten zet zich ook ruim buiten het plangebied voort. In het Bodemloket13 zijn voor het plangebied geen meldingen opgenomen.

11

Archis3 https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ 13 www.bodemloket.nl 12

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

12 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Afbeelding 5: Uitsnede uit de hoogtekaart met de situering van het plangebied binnen het witte kader (AHN3)

In het Dinoloket14 (zie Afbeelding 6) staan de volgende boringen binnen een straal van 300 meter rondom het plangebied: •

•

•

14

Boring B40F1869 op 230 meter ten noorden geeft een boorprofiel tot 500 cm-mv. Tot 50 cm-m komt fijn, kleiig, humeus zand voor. Daaronder is tot 150 cm-mv fijn zand aangetroffen. De rest van het boorprofiel bestaat uit matig fijn zand. Tussen 175 en 185 cm-mv wordt dit pakket doorsneden. De bovenste 5 centimeter bestaat uit matig zandige klei, de onderste 5 uit kleiig veen. Boring B40F0039 is op 150 meter ten zuidoosten gezet. Het einde van de boring ligt op 90 m-mv. Tot 100 cm-mv is een antropogeen esdek bestaande uit fijn zand aangetroffen. Daaronder komen tot 16,25 m-mv zandafzettingen van de Formatie van Kreftenheye voor. De korrelgrootte loopt op van zeer fijn tot uiterst grof tot grindig zand. De diepere lagen worden niet beschreven omdat deze archeologisch gezien niet relevant zijn. Boring B40F0040 staat op 270 meter ten zuidoosten en heeft een maximale boordiepte van 27 meter. Tot 3,00 m-mv is fijn zand aangetroffen. Dit gaat over in grof zand, dat overgaat in grof grindig zand om te eindigen als grind. De afzettingen behoren tot de Formatie van Kreftenheye, welke tot 17,00 m-mv voorkomt. Diepere lagen zijn archeologisch gezien niet relevant.

www.dinoloket.nl

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

13 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Afbeelding 6: Uitsnede uit de kaart met ondergrondse gegevens met de situering van het plangebied binnen het rode kader (dinoloket.nl)

2.2

Historische ontwikkeling van Doetinchem en het plangebied15 Uit archeologisch onderzoek blijkt dat er op het grondgebied van de gemeente Doetinchem al meer dan 11.000 jaar mensen leven. Hoewel al vanaf circa 9000 v.Chr. af en toe mensen in de regio woonden ontstond de eerste permanente bewoning in de vroege bronstijd (1700 v.Chr. - 1500 v.Chr.). Uit diverse opgravingen is gebleken dat ten tijde van het Romeinse Rijk in ieder geval sprake is geweest van permanente bewoning. Na de Romeinse tijd zijn deze bewoners echter weer weg getrokken. Het vermoeden is dat de stad is gesticht tussen 796 en 838 n.Chr. De naam Doetinchem wordt voor het eerst in 838 genoemd in een oorkonde van bisschop Albericus van Utrecht als ‘villa Duetinghem’. In de nederzetting, die op de locatie van de latere stad Doetinchem lag, was thans een kerk aanwezig. In de naam Doetinchem zou ook het Frankische woord heem zitten. Tussen 1182 en 1207 of tussen 1229 en 1271 krijgt Doetinchem stadsrechten.16 Het plangebied is op historische kaarten als volgt aangegeven: - Op de Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland uit 1773-1794 (zie Afbeelding 7) ligt het plangebied in een agrarisch gebied ten zuidoosten van Doetinchem. - Op de Kadastrale Kaart van 1822 (zie Afbeelding 8) ligt het plangebied op perceel 320 en 321. Beide percelen zijn in gebruik als bouwland.

Ten noordoosten van het plangebied ligt de Weg naar den Holten.

15 16

Gemeente Doetinchem, 2006 Boogman en Oosterhaven (red.), 1986

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

14 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

- De kaart van 1930 (zie Afbeelding 9) laat voor het eerst de (huidige) J.F. Kennedylaan zien. Buiten het plangebied staat her en der wat bebouwing, maar het plangebied zelf is onbebouwd. De waterloop die de westelijke grens van het plangebied vormde is verdwenen. - In de periode tussen circa 1955 – 2006 was het plangebied bebouwd. Op het hoogtepunt omvatte de bebouwing het gehele centrale deel van het plangebied. Alleen de noordelijke uitloper en de zuidwestelijke hoek waren onbebouwd (zie Afbeelding 10 voor 1970). Vanaf de kaart van 2006 is het plangebied niet langer bebouwd. Hiermee is de huidige situatie ontstaan.

Afbeelding 7: Hottingerkaart met de situering van het plangebied bij benadering in het rode kader (Versfelt, 2003)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

15 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Afbeelding 8: Situatie 1822 met plangebied in het rode kader (beeldbank.cultureelerfgoed.nl)

Afbeelding 9: Situatie 1930 met plangebied in het rode kader (topotijdreis.nl)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

16 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Afbeelding 10: Situatie 1970 met plangebied in het rode kader (topotijdreis.nl)

De geraadpleegde historische kaarten bevestigen dat het plangebied tot circa 1955 een agrarische functie had. Daarna was het tot circa 2006 bebouwd, waarna het braak kwam te liggen. Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed 17 ligt het plangebied in deze zone waar resten kunnen worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen. In het Verliesregister18 staan voor de nabijheid van het plangebied geen vliegtuigcrashes gemeld.

2.3

Archeologische waarden In het plangebied heeft eerder archeologisch onderzoek plaatsgevonden (zie Afbeelding 11). Dit onderzoek wordt hieronder besproken. Tevens worden de resultaten van enkele onderzoeken die direct grenzend aan het huidige plangebied uitgevoerd zijn beschreven. •

RAAP heeft een bureau- en booronderzoek19 uitgevoerd (2140484100). Binnen het huidige plangebied zijn boring 70, 71 en 72 gezet (zie Afbeelding 12). Uit de resultaten blijkt dat er binnen het deelgebied Holterhoek op de rivierduin al een vindplaats bekend is uit de Late Bronstijd/Vroege IJzertijd tot en met de Romeinse tijd. Ook zijn er verkavelingsgreppels uit de 15e/16e eeuw tot het eind van de 17e/begin 18e eeuw aangetroffen. Het plaggendek dateert waarschijnlijk uit dezelfde periode. RAAP heeft met het booronderzoek geconcludeerd dat met name ten noorden en oosten van deze vindplaats archeologische resten te verwachten zijn. Dit geldt voornamelijk voor de zone rond boring 71 en 72. Boring

17

www.ikme.nl https://www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl 19 Van Oosterhout, 2008 18

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

17 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

•

•

•

70 is vroegtijdig gestuit op een puinlaag. In boring 71 komt onder de opgebrachte grond tussen 30 en 75 cm-mv een esdek voor, dat overgaat in een B-horizont (tot 80 cm-mv). Tussen 80 en 90 cm-mv is een BC-horizont aangetroffen, waaronder de C-horizont voorkomt. In boring 72 is tot 60 cm-mv sprake van opgebrachte grond. Daaronder is direct de C-horizont waargenomen. Ten zuiden zijn door RAAP een booronderzoek 20 (2115536100) en een proefsleuvenonderzoek (2125329100) uitgevoerd. De rapportage van het proefsleuvenonderzoek is niet beschikbaar, maar de resultaten daarvan zijn onder bovenstaande melding al beschreven. Ten zuidoosten heeft RAAP een proefsleuvenonderzoek21 uitgevoerd (2274289100), dat geleid heef tot een opgraving door Synthegra 22 (2308195100). Uit de resultaten van de opgraving blijkt dat het plangebied op een zuidoostnoordwest georiënteerd rivierduinencomplex ligt. De oorspronkelijke bodem (Bhorizont) is al in de prehistorie, mogelijk het Midden-Neolithicum, vermengd geraakt met de opgebrachte bemesting. In de Aa2-horizont, direct boven de Chorizont gelegen, is materiaal uit de Bronstijd en Vroege IJzertijd aangetroffen. Daarboven is een Aa1-horizont waargenomen, waarin vondsten uit de 16e-18e eeuw gevonden zijn. De archeologische resten dateren uit vijf perioden. De eerste fase was het Vroeg-Mesolithicum.

Gerelateerd aan een huisplattegrond (structuur Doetinchem type 1) zijn vuurstenen artefacten aangetroffen. De vuursteenvindplaats is echter niet meer in situ aanwezig. Uit een C14-analyse van houtskool is gebleken dat ook in het Midden-Neolithicum menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden – waarschijnlijk gaat het om landbouwactiviteiten. Twee huisplattegronden en lokaal vervaardigd aardewerk stammen uit de Late Bronstijd/Vroege IJzertijd. Het gaat om een woonstalboerderij (Doetinchem type 1) en een drie-beukige plattegrond (Doetinchem type 2). De eerstgenoemde structuur is waarschijnlijk iets ouder dan de tweede. Type 1 stond mogelijkerwijs nog toen type 2 gebouwd werd, of was als relict nog aanwezig, aangezien de gebouwen elkaar niet overlappen en vrijwel in elkaars verlengde liggen. Uit de Midden en Laat-Romeinse tijd zijn fragmenten houtskool uit de paalkuilen van beide voorgenoemde structuren aangetroffen. Mogelijkerwijs is het terrein in deze periode geschikt gemaakt voor landbouw door de begroeiing plat te branden. Uit dezelfde periode stamt mogelijk een houtskoolmeiler, aangetroffen ter hoogte van het zuidelijk deel van het gebouw Doetinchem type 1. Uit het plaggendek, dat vondsten bevat uit de 16e-19e eeuw, blijkt dat het terrein in die periode opnieuw in gebruik is genomen. Ten oosten heeft RAAP een opgraving uitgevoerd (2297188100).

23 Vuursteen duidt erop dat de oudste bewoning in in ieder geval de Late Bronstijd plaatsvond (mogelijk eerder maar hiervoor ontbreken aanwijzingen). De Late Bronstijd lijkt in ieder geval het zwaartepunt van de prehistorische bewoning te zijn geweest. Tussen de Midden-IJzertijd en de Vroege Middeleeuwen hebben weinig of slecht traceerbare activiteiten plaatsgevonden in het plangebied. Het startpunt voor de (her)ontginning van het terrein ligt waarschijnlijk in de Vroege Middeleeuwen; uit deze periode zijn houtskoolmeilers opgegraven. Het gebied werd als landbouwgrond in gebruik genomen, wat zo gebleven is tot ver in de 20ste eeuw.

20

Van Oosterhout, 2006 Van Oosterhout, 2010 22 Diependaal et al, 2014 23 Van Oosterhout, 2014 21

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

18 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Afbeelding 11: Uitsnede uit de kaart met onderzoeksmeldingen met het plangebied in het rode kader (Archis3)

Afbeelding 12: Boorpuntenkaart van RAAP met het huidige plangebied binnen het rode kader. Rood boorpunt: met archeologische indicator. Geel: plaggendek (naar: Van Oosterhout, 2008)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

19 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

2.4

Archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plangebied is de archeologische verwachting worden bepaald. Rivierduinen zijn gebieden die wat betreft hoogteligging, reliëf en bodemvochtigheid een hoge positie innemen in het landschap. Ze zijn geschikt als tijdelijke vestigingsplek voor jagersverzamelaars, aangezien ze vaak op de overgang tussen hoge en natte gebieden liggen. In het plangebied worden op grond van de beschikbare gegevens rivierduinen. De waarnemingen in Archis3 geven een indicatie dat er in de directe omgeving vanaf de prehistorie al bewoning voorkomt. De kans op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd wordt, gezien de landschappelijke ligging, hoog geacht. De vondsten die worden verwacht zijn losse (strooi)vondsten en nederzettingsterreinen. Hierbij kan gedacht worden aan afvaldumps, rituele dumps en haardkuilen. Indien er eventueel archeologische resten aanwezig zijn komen deze direct aan of onder het maaiveld voor, in de antropogene plaggendekken en/of cultuurlagen of in de top van de C-horizont. Tabel 2: Archeologisch verwachtingsmodel plangebied Periode

Verwachting

Verwachte vindplaatstypen

Tweede Wereldoorlog

Middelhoog

Crashlocaties, veldgraven en onderduikholen Afvaldumps, resten van landbouwwerkzaamheden, perceelsgreppels en mogelijk resten van de bebouwing uit 1955-2006 Urnenvelden resten van ijzerbewerking, meilers, dumps, resten van landbewerking Jachtkampen, haardplaatsen/haardkuilen, vuursteenstrooiingen

Late Middeleeuwen Nieuwe Tijd

-

MiddelhoogHoog

Neolithicum-Vroege Middeleeuwen

Hoog

Laat PaleolithicumMesolithicum

Hoog

Verwachte grondlaag (diepte) In de bouwvoor Direct onder bouwvoor en in plaggendek

de het

In het oudere plaggendek en in de top van de Chorizont In het oudere plaggendek en in de top van de Chorizont

Potentiële verstoringen Het plangebied heeft voordat het bebouwd werd in 1955 een agrarische functie gehad. Door agrarische bewerking van de grond kan de bodem verstoord zijn tot op een nog onbekende diepte. Daarnaast heeft in de periode 1955-2006 bebouwing gestaan in het centrale deel van het plangebied. Deze bebouwing kan gezorgd hebben voor een nog onbekende bodemverstoring.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

20 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

3

Booronderzoek

3.1

Werkwijze Booronderzoek Het verkennend booronderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de KNA versie 4.1, specificatie VS03 en de BRL SIKB 4003 en het vooraf opgestelde Plan van Aanpak24. Nadat het eind augustus door de droogte niet gelukt was om op de onderzoekslocatie boringen te zetten, zijn op 7 september in relatie tot de omvang van het plangebied in totaal vier (4) van de geplande vijf (5) boringen geplaatst. Ten tijde van het booronderzoek lag het plangebied braak, bestond de bovengrond uit los zand met bouwpuin en was het deels overgroeid met manshoog onkruid, waaronder berenklauwen, brandnetels, bramen en kleefkruid. Boring 1 kon niet worden gezet vanwege de aanwezigheid van een asfaltverharding (asfaltweg). Boring 5(b) is 8 meter oostelijker gezet vanwege een ondoordringbare puinlaag (5a). Alle boringen zijn met de hand 30 cm voorgegegraven door de sterk puinhoudende losse zandlaag. De boringen zijn zo verspreid mogelijk over het plangebied gezet, voor zover de terreingesteldheid dat toeliet. De boringen zijn gezet en beschreven door E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector). De boringen zijn doorgezet tot minimaal 25 centimeter in de C-horizont (dekzand). De exacte locaties zijn ingemeten met een GPS (x- en y-waarden). Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3).

Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling uit 1989. Alle afzonderlijke bodemlagen zijn gezeefd over een metalen zeef met een maaswijdte van 4 millimeter of verbrokkeld/versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrande leem, bot etc.

3.2

Resultaten Geologie en Bodem Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar bijlage 3. De resultaten van de boringen (de boorbeschrijvingen) zijn opgenomen in bijlage 5. In alle boringen is sprake van een sterk geroerde puinhoudende bovengrond als gevolg van sloopwerkzaamheden van de eerder in het plangebied aanwezige bebouwing. Onder de verstoorde bovenlaag is in boring 3 en 4 een restant van een eerdlaag aangetroffen. In boring 5 is sprake van een A-C profiel. Boring 2 die gezet is in een gat in de asfaltverharding is op 65 cm-mv gestuit op een betonbuis.25 Tabel 3: Bodemopbouw plangebied (boring 3)

Diepte (cm – mv) 0-50 50-75 75-110 110-135

24 25

Samenstelling Grijs gevlekt fijn zand met veel puin Geel/grijs/bruin gevlekt fijn iets siltig zand Bruin fijn iets siltig zand Grijs fijn iets siltig zand met roestvlekken

Interpretatie Ap1; subrecent geroerde laag Ap2; geroerde laag A1; eerdlaag C1; dekzand

Woolschot en Van der Kuijl, 2022. Er was geen mogelijkheid om deze boring te verplaatsen zonder het asfalt te doorboren.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

21 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Op basis van de resultaten van het booronderzoek kunnen de onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak als volgt beantwoord worden: •

Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied?

Vanaf het maaiveld bestaat de ondergrond uit één of meerdere opgebrachte en/of geroerde pakketten. Boring 2 is op een diepte van 65 cm-mv gestuit op een betonbuis. In boring 3 en boring 4 is onder de subrecente ophogingen met betonpuin, keramiektegels en baksteenpuin sprake van een restant van een bruine eerdlaag waarvan de top is aangetroffen op respectievelijk 75 cm-mv en 95 cm-mv. De onderkant van de eerdlaag bevindt zich op respectievelijk 110 cm-mv en 115 cmmv. Dit is tevens het niveau waarop de top van het dekzand aangetroffen is in deze boringen. In boring 5(b) bevindt de top van het dekzand zich op een diepte van 85 cm-mv. Wat is de intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? In alle boringen is sprake van een verstoorde bovengrond tot een diepte van minimaal 75 cm-mv (boring 3) en maximaal 115 cm-mv (boring 4). Onder de verstoorde bovengrond is in boring 3 en 4 sprake van een deels intacte eerdlaag. Boring 2 is op 65 cm-mv gestuit op een betonbuis. Er mag vanuit gegaan worden dat de betonbuis in een zandpakket ligt, waardoor de bodem hier tot in het dekzandpakket geroerd is. Boring 5 heeft eveneens een geroerde bodemopbouw tot in het dekzand. •

Zijn, daar waar de bodem intact is, archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied? Zo ja, wat is de aard en diepteligging ervan?

Nee, in boring 3 en 4 bevindt zich nog een restant van respectievelijk 35 cm en 20 cm van de oorspronkelijke eerdlaag die door sloop- en graafwerkzaamheden aangetast is. In dit restant van de eerdlaag zijn tijdens het uitzeven van de bodemlagen geen archeologische indicatoren aangetroffen. Dat geldt ook voor de andere boringen met een geroerde bodemopbouw. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het opsporen van archeologische indicatoren en vindplaatsen niet het primaire doel is van een verkennend booronderzoek. •

Zijn er archeologische lagen aangetroffen (cultuur- en afvallagen c.q. ophogingslagen)? Zo ja, wat is de aard, diepteligging en minimale en maximale dikte ervan?

Zie het antwoord op de vorige vraag. •

In welke mate stemmen de resultaten overeen met de verwachtingen?

Zoals verwacht werd is de bodem in het plangebied sterk verstoord geraakt door subrecente bodemingrepen, waaronder de sloop van de voormalige bebouwing. In tegenstelling tot boring 70, 71 en 72 die door RAAP in de noordelijke helft van het plangebied gezet zijn (zie Afbeelding 12), ontbreekt een B-horizont in de zuidelijke helft van het plangebied. Slechts in boring 3 en 4 is nog een dun restant van de oorspronkelijke eerdlaag aanwezig, die ook in de noordelijke helft van het plangebied aangetroffen is. De eerdlaag is door RAAP in de 17e of 18e eeuw gedateerd. Onder de eerdlaag kunnen in de top van het dekzand in theorie nog oudere sporen aanwezig zijn. Met betrekking tot de gespecificeerde archeologische verwachting, kan deze gehandhaafd blijven voor de zone rond boring 3 en 4. Voor de zones rond boring 2 en 5 kan deze bijgesteld worden naar laag met als indicatie ‘verstoord’. •

Is vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, welke methode is hiervoor het meest geschikt?

Vanwege de grote mate van bodemverstoring en het ontbreken van intacte bodems in boring 2 en 5 adviseren wij om alleen vervolgonderzoek te laten uitvoeren rond boring 3 en 4 indien bodemingrepen dieper reiken dan 75 cm-mv. Over de mate van intactheid van de bodemopbouw ter plaats van boring 1 (asfaltweg) kunnen geen uitspraken gedaan worden, omdat hier niet geboord kon worden. Op basis van de KLIC gegevens mag echter verondersteld worden dat de bodem onder de asfaltweg grotendeels verstoord zal zijn tot in de top van het dekzand.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

22 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

4

Conclusie en aanbeveling

4.1

Conclusie Bureauonderzoek Rivierduinen zijn gebieden die wat betreft hoogteligging, reliëf en bodemvochtigheid een hoge positie innemen in het landschap. Ze zijn geschikt als tijdelijke vestigingsplek voor jagersverzamelaars, aangezien ze vaak op de overgang tussen hoge en natte gebieden liggen. In het plangebied worden op grond van de beschikbare gegevens rivierduinen. De waarnemingen in Archis3 geven een indicatie dat er in de directe omgeving vanaf de prehistorie al bewoning voorkomt. De kans op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd wordt, gezien de landschappelijke ligging, hoog geacht. De vondsten die worden verwacht zijn losse (strooi)vondsten en nederzettingsterreinen. Hierbij kan gedacht worden aan afvaldumps, rituele dumps en haardkuilen. Indien er eventueel archeologische resten aanwezig zijn komen deze direct aan of onder het maaiveld voor, in de antropogene plaggendekken en/of cultuurlagen of in de top van de C-horizont.

Veldonderzoek Vanaf het maaiveld bestaat de ondergrond uit één of meerdere opgebrachte en/of geroerde pakketten. Boring 2 is op een diepte van 65 cm-mv gestuit op een betonbuis. In boring 3 en boring 4 is onder de subrecente ophogingen met betonpuin, keramiektegels en baksteenpuin sprake van een restant van een bruine eerdlaag waarvan de top is aangetroffen op respectievelijk 75 cm-mv en 95 cm-mv. De onderkant van de eerdlaag bevindt zich op respectievelijk 110 cm-mv en 115 cmmv. Dit is tevens het niveau waarop de top van het dekzand aangetroffen is in deze boringen. In boring 5(b) bevindt de top van het dekzand zich op een diepte van 85 cm-mv.

4.2

Selectieadvies Vanwege de grote mate van bodemverstoring en het ontbreken van intacte bodems in boring 2 en 5 adviseren wij om alleen vervolgonderzoek te laten uitvoeren rond boring 3 en 4 indien bodemingrepen dieper reiken dan 75 cm-mv. Over de mate van intactheid van de bodemopbouw ter plaats van boring 1 (asfaltweg) kunnen geen uitspraken gedaan worden, omdat hier niet geboord kon worden. Op basis van de KLIC gegevens mag verondersteld worden dat de bodem onder de asfaltweg grotendeels verstoord zal zijn tot in de top van het dekzand.

4.3

Selectiebesluit Het conceptrapport is op 10 oktober 2022 namens gemeente Doetinchem beoordeeld door de Regioarcheoloog van de ODA. 26 De Regioarcheoloog is akkoord met het rapport maar kan het selectieadvies niet geheel onderschrijven. “De conclusie dat ter hoogte van boring 1 hoogstwaarschijnlijk sprake zal zijn van diepgaande verstoringen ten gevolge van de aanwezige kabels en leidingen kan ik onderschrijven. De conclusie dat ook de omgeving van boring 5 dermate diep verstoord is dat geen sprake meer kan zijn van grootschalige archeologische resten is wat mij betreft iets te voorbarig. Het klopt dat er geen afdekkend plaggendek meer aanwezig is en dat daardoor mogelijk iets van het archeologisch sporenvlak verloren is gegaan. Gezien de NAP hoogte waarop de top van de C is aangetroffen lijkt dit niet al te veel te zijn. Dat ligt namelijk met 13 35+NAP hoger dan dat van de boringen waarbij wel een restant plaggendek is aangetroffen. Mogelijk is de bodem in het verleden wat geëgaliseerd. De hoogte van 13,35 is ook hoger dan die

26

Zaaknummer 2022EA1165, beoordeling door D. Kastelein

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

23 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

van het sporenvlak van de aangrenzende opgraving uit 2014.27 Daardoor is het niet uit te sluiten dat eventuele grondsporen toch goed bewaard zijn gebleven. Met uitzondering van de smalle strook bij boring 2 dient in het overige deel rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische resten. Vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Voorafgaand aan een proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen opgesteld te worden dat getoetst wordt door het bevoegd gezag.

4.4

Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling

27 Definitieve opgraving, Holterhoek te Doetinchem, Synthegra rapport S100306.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

24 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Doetinchem (mw. G. Dutman) hiervan per direct in kennis te stellen.

Afbeelding 13: Foto van het plangebied ten tijde van het booronderzoek. De foto is genomen in noordwestelijke richting. Op de achtergrond is de bebouwing aan de Kennedylaan zichtbaar.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

25 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Afbeelding 14: Foto van de entree (asfaltweg) tot het plangebied vanaf de Kennedylaan. De foto is genomen vanuit het plangebied in noordoostelijke richting.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

26 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Gebruikte Bronnen Gebruikte literatuur Bakker, H. de & Schelling J., 1989; Systeem van bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005; Landschappelijk Nederland: De fysisch-geografische regio’s. Assen Berendsen, H.J.A., 2008; De vorming van het land: inleiding in de geologie en de geomorfologie. Assen. Boogman, J.C. en S. Oosterhaven (red.), 1986. Geschiedenis van Doetinchem. Doetinchem. Cohen, K.M., E. Stouthamer, W.Z. Hoek, H.J.A. Berendsen & H.F.J. Kempen, 2009: Zand in Banen Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Diependaal, S., S.M. Koeman, P. Wemerman en J.S. Krist, 2014. Definitieve opgraving Holterhoek te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Sporen van menselijke aanwezigheid in een rivierduinlandschap langs de Oude IJssel, van het Vroeg Mesolithicum tot Nieuwe tijd. Synthegra rapport S100306. Oosterhout, F. van, 2006. Plangebied Holterhoek, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: een bureauen inventariserend veldonderzoek. RAAP-notitie 1654. Oosterhout, F. van, 2008. Plangebieden Masterplan De Schil, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAP-rapport 1518 (herziene eindversie). Oosterhout, F. van, 2010.

Plangebied Holterhoek 2, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (proefsleuven). RAAP-rapport 2091. Oosterhout, F. van, 2014. Plangebied Holterhoek 2, deelgebied Fatima (weide Annahoeve). Gemeente Doetinchem, archeologisch onderzoek: een opgraving. RAAP-rapport 2697. Tol, drs. A. et al., 2012; Leidraad inventariserend veldonderzoek Deel: verkennend booronderzoek, 4 december 2012, versie 2.0 vastgesteld door het CCvD Archeologie. Gouda. Versfelt, 2003. Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland uit 1773-1794. Willemse, N.W. et. Al. 2019.Archeologie in de gemeente Doetinchem: actualisatie van de archeologische waardenen verwachtingskaart, RAAP-rapport 2877, Weesp.

Geraadpleegde websites http://zoeken.cultureelerfgoed.nl https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/ www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ www.dans.easy.nl https://www.gelderland.nl/Kaartenencijfers https://hisgis.nl/projecten/gelderland/ www.ikme.nl www.Back2Basics.nl

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

27 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

BIJLAGEN

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

28 van 37

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Bijlage 1: Plangebied

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Bijlage 2: Overzicht van geologische en archeologische perioden

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Bijlage 3: Boorpuntenkaart en RD-coördinaten van de boorpunten

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Boring

x-coördinaat

y-coördinaat

Maaiveldhoogte in meters t.o.v. NAP

Opmerking

Vervallen i.v.m. asfaltverharding

01 02

217.793

441.712

13,82

03

217.803

441.673

13,94

04

217.782

441.670

13,69

05A

217.761

441.641

13,44

05B

217.768

441.651

14,21

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

In een gat in het asfalt

Gestuit op puinlaag op 40 cm-mv

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

Bijlage 4: Boorlegenda en boorstaten (separaat bijgevoegd)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Project : BO en IVO Archeologie Plangebied Holterhoek te Doetinchem Kenmerk: DWS/ZMPD/213665

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

boorstaten

20213579 Holterhoek ong Doetinchem

Boring 01, vervallen door asfalt (0cm) Maaiveld

datum: 09-09-2022

asfaltweg

(1:50) 20cm

Boormeester: Eric

Boring 02 (65cm) Maaiveld

datum: 09-09-2022 braak

(1:50) Zs2 50cm

Zs1 gestuit

Zand, matig siltig. Donkerbruin. sterk gevlekt, brokken asfalt en modern puin, Ap1-horizont, laagovergang: scherp. Edelmanboor. Zand, zwak siltig. Bruin-grijs. sterk gevlekt, modern puin, Ap2-horizont, gestuit op betonbuis. Edelmanboor.

---

100cm

Boormeester: Eric

Boring 03 (135cm) Maaiveld

datum: 09-09-2022

braak

(1:50) Zs1 50cm

Zs1 Zs1

100cm

Zs1

Zand, zwak siltig. Grijs. sterk gevlekt, veel betonpuin, baksteenpuin en tegels, Ap1-horizont, laagovergang: scherp. Edelmanboor. Zand, zwak siltig. Grijs-geel. bruin gevlekt, Ap2-horizont, laagovergang: scherp. Edelmanboor. Zand, zwak siltig. Bruin. restant eerdlaag, A1-horizont, laagovergang: scherp. Edelmanboor. Zand, zwak siltig. Grijs. roestvlekken, C-horizont. Edelmanboor.

-----

150cm

Boormeester: Eric

Boring 04 (140cm) Maaiveld

datum: 09-09-2022

braak

(1:50) Zs1 50cm

Zs1 100cm

Zs1 Zs1

150cm

Zand, zwak siltig. Bruin-grijs. sterk gevlekt, betonpuin, baksteenpuin en tegels, Ap1-horizont, laagovergang: scherp. Edelmanboor. Zand, zwak siltig. Bruin-grijs. gevlekt, iets puin, Ap2-horizont, laagovergang: scherp. Edelmanboor. Zand, zwak siltig. Bruin. restant eerdlaag, A1-horizont, laagovergang: scherp. Edelmanboor. Zand, zwak siltig. Grijs. C-horizont. Edelmanboor.

-----

Boormeester: Eric

projectnummer

20213579

blad

1/2

locatieadres

Holterhoek ong

locatie

Plangebied Holterhoek opdrachtgever

Buro Ontwerp&Omgeving bureau

Hamaland Advies

postcode / plaats

Doetinchem land

Nederland getekend volgens NEN 5104

boorstaten

20213579 Holterhoek ong Doetinchem

Boring 05A (40cm) Maaiveld

datum: 09-09-2022

braak

(1:50)

50cm

2x verzet en 2x gestuit op dichte gebroken puinlaag op 40 cm-mv. Edelmanboor.

Laagjes puin.

gestuit

Boormeester: Eric

Boring 05B (110cm) Maaiveld

datum: 09-09-2022

braak

(1:50) Zs1

Zand, zwak siltig. Bruin-grijs. betonpuin, kiezels, Ap1-horizont, laagovergang: scherp. Edelmanboor.

--

Zs1

Zand, zwak siltig. Grijs. baksteenpuin, spijkers, Ap2-horizont, laagovergang: scherp. Edelmanboor.

--

Zs1

Zand, zwak siltig. Geel. C-horizont. Edelmanboor.

--

50cm

100cm

150cm

Boormeester: Eric

projectnummer

20213579

blad

2/2

locatieadres

Holterhoek ong

locatie

Plangebied Holterhoek opdrachtgever

Buro Ontwerp&Omgeving bureau

Hamaland Advies

postcode / plaats

Doetinchem land

Nederland getekend volgens NEN 5104

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8091/documents/45847