CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1_00 Bestemmingsplan 'Wehl_Fokkenkamp-2023'.pdf

beeldvormende raad 16 mei 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 4: Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Wehl Fokkenkamp (19.45 uur)35.554 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

WEHL FOKKENKAMP - 2023 Gemeente Doetinchem

INHOUDSOPGAVE regels

4

hoofdstuk 1 Inleidende regels

5

artikel 1 Begrippen

5

artikel 2 Wijze van meten

14

hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

16

artikel 3 Agrarisch

16

artikel 4 Groen

17

artikel 5 Maatschappelijk

20

artikel 6 Verkeer

22

artikel 7 Wonen

24

artikel 8 Waarde - Archeologie

31

artikel 9 Waarde - Archeologische verwachting 2

34

artikel 10 Waarde - Archeologische verwachting 3

37

hoofdstuk 3 Algemene regels

40

artikel 11 Anti-dubbeltelregel

40

artikel 12 Algemene bouwregels

40

artikel 13 Algemene gebruiksregels

41

artikel 14 Algemene aanduidingsregels

42

artikel 15 Algemene afwijkingsregels

42

artikel 16 Algemene wijzigingsregels

43

artikel 17 Overige regels

44

hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

45

artikel 18 Overgangsrecht

45

artikel 19 Slotregel

45

bijlagen bij regels

47

1 Lijst van vrije beroepen

48

2 Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven

49

3 Nota parkeernormen auto en fiets gemeente Doetinchem

50

4 Gebiedstypen

51

5 Notitie (Para-)commercie in de horeca Doetinchem

52

6 Watertoets Fokkenkamp

53

toelichting

54

1 Inleiding

55

1.1 Aanleiding en doel

55

1.2 Plangebied

55

1.3 Geldende bestemmingsplannen

57

2 Planbeschrijving

59

2.1 Algemeen

59

1

2.2 Opzet Wehl Fokkenkamp

59

2.3 Beeldkwaliteit(splan)

60

3 Beleidskader

61

3.1 Inleiding

61

3.2 Rijksbeleid

61

3.3 Provinciaal beleid

63

3.4 Regionaal beleid

67

3.5 Gemeentelijk beleid

68

4 Haalbaarheid

81

4.1 Algemeen

81

4.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

81

4.3 Bodem

82

4.4 Ontplofbare oorlogsresten

83

4.5 Akoestiek

84

4.6 Luchtkwaliteit

86

4.7 Externe veiligheid

87

4.8 Bedrijven en milieuzonering

89

4.9 Flora en fauna

90

4.10 Water

93

4.11 Archeologie en cultuurhistorie

97

4.12 Verkeer en parkeren

99

4.13 Veehouderijen en gezondheid

101

5 Wijze van bestemmen

103

5.1 Inleiding

103

5.2 Toelichting op de regels

103

6 Economische uitvoerbaarheid

110

7 Procedure

111

7.1 Algemeen

111

7.2 Vooroverleg

111

7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

111

bijlagen bij toelichting

113

1 Laddertoets Wehl Fokkenkamp

114

2 Verkennend bodemonderzoek

115

3 Aanvullend bodemonderzoek

116

4 Onderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

117

5 Geluidbelasting wegverkeer op woninglocatie Fokkenkamp Wehl

118

6 Quickscan natuurtoets Wehl Fokkenkamp

119

7 Aanvullend steenuilonderzoek

120

8 Aanvullend onderzoek vleermuizen, ransuil en kleine marterachtigen Wehl Fokkenkamp 121 9 Watertoets Wehl Fokkenkamp

122 2

10 AERIUS-berekening gebruiksfase Wehl Fokkenkamp

123

11 AERIUS-berekening aanlegfase Wehl Fokkenkamp

124

12 Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Wehl Fokkenkamp

125

13 Proefsleuvenonderzoek (IVO-P) Wehl Fokkenkamp

126

14 Maatwerkadvies gezondheidsaspecten woningbouw Wehl

127

3

REGELS

4

hoofdstuk 1 Inleidende regels artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan 'Wehl Fokkenkamp - 2023' met identificatienummer NL.IMRO.0222.WeB003-0002 van de gemeente Doetinchem;

1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5 aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde gestapelde woningen;

1.6 aangebouwd bijbehorend bouwwerk een bijbehorend bouwwerk dat met minimaal één gevel tegen de gevel van het hoofdgebouw is gebouwd. Dit op een zodanige wijze dat een rechtstreekse - voor mensen toegankelijke - interne verbinding tussen beide gebouwen mogelijk is;

1.7 aan huis gebonden beroep en/of bedrijf een beroep en/of bedrijf, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en waarbij het beroep en/of bedrijf een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is (zie 2 Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven);

1.8 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;

1.9 antennedrager antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne;

1.10 archeologisch deskundige

5

de regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg;

1.11 archeologische verwachting een gebied met een daaraan toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;

1.12 archeologische waarde een gebied met een daaraan toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;

1.13 archeologisch onderzoek een onderzoek gericht op het opsporen, waarderen en/of behouden van archeologische resten, al dan niet ex-situ, conform de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg. Het onderzoek moet worden verricht door een dienst, bedrijf of instelling, gecertificeerd conform artikel 5.1 van de Erfgoedwet en werkend volgens de geldende kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie;

1.14 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.15 bebouwingspercentage een percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd met gebouwen en andere bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.16 bed & breakfast een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt. Hieronder wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur;

1.17 bedrijf een zelfstandige productie-eenheid;

1.18 bestaand op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan legaal aanwezig of op grond van een vergunning toegestaan;

1.19 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

1.20 bestemmingsvlak

6

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.21 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander bouwwerk, met een dak;

1.22 boeiboord opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal;

1.23 bos elk terrein waarop bosbouw wordt uitgeoefend, zijnde het geheel van bedrijfsmatige handelingen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van één of meer van de volgende functies en aspecten: natuur, houtproductie, landschap, milieu, waaronder begrepen waterhuishouding, en recreatie;

1.24 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.25 bouwgrens de grens van een bouwvlak;

1.26 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;

1.27 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.28 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel;

1.29 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.30 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.31 bronmaatregel

7

maatregel om de oorzaak van het probleem weg te nemen;

1.32 dagrecreatie recreatie in de vorm van: a. extensieve dagrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op natuurbeleving en landschapsbeleving zoals wandelen en fietsen; b. intensieve dagrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig aantrekken van (grote) groepen mensen zoals een attractiepark en een dierentuin;

1.33 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ter verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.34 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van op publiek gerichte diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen (dus geen kantoor);

1.35 druiplijn onderste horizontale lijn van een dakvlak dat geen goot heeft, bijvoorbeeld een rieten dak;

1.36 erf al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van dat gebruik van dat gebouw en het plan deze inrichting niet verbiedt;

1.37 erker een erker of een uitgebouwd venster is een in plattegrond recht-, drie-, veelhoekige of halfronde uitbreiding van een ruimte in een gebouw, die buiten de gevel uitsteekt en in open verbinding staat met de bedoelde ruimte. De buitenzijde bestaat uit (een borstwering en) raamconstructies (wanden die grotendeels bestaan uit glas);

1.38 evenement periodieke en/of incidentele manifestaties van meerdere dagen zoals concerten, festivals, kermissen, volksfeesten, stadsfeesten, circussen, sportmanifestaties e.d.;

1.39 escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;

1.40 externe veiligheid de kans om buiten een inrichting te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is;

8

1.41 functioneel verbonden huisvesting in verband met mantelzorg wordt in dit plan aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw, een en ander zoals bedoeld in artikel 1, lid 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor);

1.42 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.43 geluidsgevoelig object woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidsgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder;

1.44 gestapelde woning een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat, al dan niet met de daarbij behorende bergingen;

1.45 geurgevoelig object woningen en andere geurgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij;

1.46 gevaarlijke stof stof zoals gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);

1.47 gevellijn de als zodanig aangeduide lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd;

1.48 groepsrisico de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is;

1.49 hoofdgebouw gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.50 huishouden persoon of groep personen die een huishouden voert, waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;

1.51 kantoor

9

het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of uitsluitend in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen;

1.52 kleine windturbine een windturbine om energie op te wekken, deze staat op het maaiveld;

1.53 lessenaarsdak een dakvorm die bestaat uit uitsluitend één dakvlak of dakschild, dat onder een zekere helling is aangebracht;

1.54 luifel een afdak met een diepte van meer dan 0,75 m, bevestigd aan de gevel van een gebouw zonder directe verbinding met de grond;

1.55 maaiveld bovenkant van een terrein dat een bouwwerk omgeeft;

1.56 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;

1.57 mini windturbine een windturbine om windenergie op te wekken, deze staat op het dak van een gebouw;

1.58 mogelijkheden voor ontmoeting terrassen, standplaatsen voor de ambulante handel, weekmarkten, rommelmarkten, braderieën, stadspromotionele activiteiten en andere vergelijkbare activiteiten niet zijnde evenementen;

1.59 naar de weg gekeerde bouwgrens (voorgevelrooilijn) een lijn van een bouwvlak, gekeerd naar de weg, die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten;

1.60 onderbouw een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven peil is gelegen;

1.61 ondergronds bouwwerk een bouwwerk of een gedeelte van een bouwwerk, dat zich geheel onder het niveau van het maaiveld bevindt en daarmee niet gelijk ligt of erboven uit steekt;

10

1.62 openbaar toegankelijk gebied weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, maar ook pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar toegankelijk gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;

1.63 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.64 overkapping een bouwwerk met een open constructie;

1.65 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;

1.66 peil a. voor bouwwerken op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang vermeerderd met 0,30 m; b. voor bouwwerken op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. als in of op het water wordt gebouwd: het gemiddeld waterpeil ter plaatse; d. voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: het hoogste punt van het aansluitende afgewerkte bouwperceel (incidentele verhogingen niet meegerekend);

1.67 plaatsgebonden risico (PR) risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is;

1.68 plaatsgebonden risicocontour 10-6 plaatsgebonden risicocontour waarbinnen de kans 1 op de 1.000.000 per jaar is dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is;

1.69 raamprostitutie een vorm van prostitutie, waarbij de werving van klanten geschiedt door een prostituee, die door houding, gebaren, kleding of anderszins vanuit een vitrine de aandacht op zich vestigt en waarbij de seksuele handelingen in een voor het publiek besloten ruimte plaatsvinden;

1.70 reclamezuil een rechtopstaand bouwwerk geen gebouw zijnde dat aanmerkelijk hoger is dan breed voor de uiting van reclame;

11

1.71 rijbaan elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van fietspaden;

1.72 risicobron 1. inrichtingen bij welke ingevolge het 'Bevi' een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten en/of; 2. inrichtingen waar opslag, overslag en/of het gebruik van gevaarlijke stoffen plaatsvindt én die behoren tot een categorie van inrichtingen als bedoeld in bijlage 1 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer én waarvan het invloedsgebied tot over de eigen perceelsgrens reikt en/of; 3. inrichtingen waarvoor, krachtens artikel 3.12, 3.17, 3.18, 3.28, 4.1, 4.3, 4.4, 4.5, 4.7 of 4.81 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, regels gelden bij de opslag, overslag en / of het gebruik van gevaarlijke stoffen met betrekking tot minimaal aan te houden afstanden ten aanzien van (beperkt) kwetsbare objecten en/of; 4. een inrichting waarin meer dan 1.000 kilogram consumentenvuurwerk als bedoeld in het Vuurwerkbesluit of waarin professioneel vuurwerk als bedoeld in het Vuurwerkbesluit wordt opgeslagen of bewerkt of; 5. inrichtingen die niet onder 1 tot en met 4 vallen en waarvan de plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar voor het plaatsgebonden risico is gelegen buiten de eigen perceelsgrens; 6.

Transporten van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor die vallen per 1 april 2015 onder het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); 7. Transportleidingen voor gas, olie en chemicaliën (buisleidingen) die vallen onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb);

1.73 risicocontour denkbeeldige contour rondom een object (een bedrijf, buisleiding of weg), waarbinnen in geval van een calamiteit de bevolking ongewenste risico's loopt in de zin van doden en gewonden;

1.74 ruimtelijke uitwerking de aard, de omvang, de intensiteit, maar ook de ruimtelijke uitstraling van het gebruik en/of de functie van gronden en/of bouwwerken;

1.75 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: a. een seksbioscoop; b. een seksautomatenhal; c. een sekstheater; d. een parenclub; e. een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder ook begrepen een erotische massagesalon; al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een sekswinkel. Thuisprostitutie en een escortbedrijf vallen niet onder het begrip seksinrichting.

12

1.76 straatmeubilair bij of op de weg behorende bouwwerken zoals verkeersgeleiders, abri's, zitbanken, reclamezuilen, bloembakken, ondergrondse vuilcontainers en cocons van vuilcontainers;

1.77 terrasinrichting bij een terras behorende (semi-permanente) bouwwerken zoals terrasschermen, parasols en vlonders;

1.78 thuisprostitutie een vorm van prostitutie, waarbij de seksuele dienstverlening plaatsvindt op het woonadres van de prostituee en waarbij ook uitsluitend door deze prostituee op dit adres wordt gewerkt als prostituee;

1.79 tijdelijke woonunit een demontabel en/of relatief eenvoudig verwijderbaar gebouw voor huisvesting voor mantelzorg onder welke benaming ook aangeduid, doch in het spraakgebruik als woonunit wordt aangemerkt, bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht ten dienste van woon-, dag- en/of nachtverblijf;

1.80 twee-onder-een-kap woning een woning die deel uitmaakt van een blok van maximaal twee aaneengebouwde woningen;

1.81 toegangspartij een toegangspartij of een uitgebouwde toegang is een uitbreiding van de toegangsruimte (hal) van een gebouw, die buiten de gevel uitsteekt en al dan niet in open verbinding staat met die ruimte;

1.82 verantwoording groepsrisico het afleggen van verantwoording over het genomen besluit om toename van het groepsrisico toe te staan. Hierbij moet aandacht worden besteed aan mogelijke alternatieven en risico reducerende maatregelen en het belichten van de mogelijkheid voor rampenbestrijding en hulpverlening;

1.83 verblijfsrecreatie vormen van vrijetijdsbesteding waarbij ook in overnachtingsmogelijkheden is voorzien;

1.84 vliering bergruimte onder het dak en niet voor bewoning geschikt;

1.85 voorgevel de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of als het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;

1.86 vrij beroep een professionele dienstverlening, voornamelijk bestaande uit hoofdarbeid, waarbij gebruik wordt gemaakt van

13

verworvenheden verkregen door een academische of een hogere beroepsopleiding (zie lijst 1 Lijst van vrije beroepen);

1.87 vrijstaand bijbehorend bouwwerk een bijbehorend bouwwerk, dat vrij van het hoofdgebouw gebouwd is en in functioneel opzicht geen deel uitmaakt van het hoofdgebouw;

1.88 vrijstaande woning woning die hoogstens door middel van een bijbehorend bouwwerk met een andere woning verbonden is;

1.89 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, woonwagens niet inbegrepen;

1.90 woonfunctie wonen in enge zin;

1.91 woonwagen een voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst;

1.92 zolder ruimte(n) in een gebouw die geheel is (zijn) afgedekt met veelal schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt (uitmaken) van de daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen;

1.93 zorgwoning een woning bestemd voor wonen met zorg voor mensen die vanwege hun leeftijd, gezondheid of beperkingen aangewezen zijn op zorg en ondersteuning, ongeacht of deze door een professional, vrijwilliger of mantelzorger wordt verstrekt;

artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de afstand van een bouwwerk tot een perceelsgrens de kortste afstand tussen enig punt van een bouwwerk en een perceelsgrens, de overdekte gebouwgebonden buitenruimten (dakoverstekken) tot 0,75 m niet meegerekend;

2.2 de bebouwde oppervlakte van een perceel of ander terrein de som van de oppervlakten van alle op een perceel of een ander terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 1 m boven peil neerwaarts geprojecteerd en buitenwerks gemeten;

2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk

14

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.4 de breedte van een bouwwerk van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande dat wanneer de zijgevels niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte;

2.5 de bruto-vloeroppervlakte (b.v.o.) de som van de horizontale vloeroppervlakten van de bouwlagen, met inbegrip van de daarbij behorende kantoren, magazijnen, werkplaatsen en overige dienstruimten, buitenwerks gemeten;

2.6 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; bij een 'half-ronde' of anderszins gebogen kapvorm, wordt de dakhelling berekend als de hoek tussen de lijn die de goothoogte en het hoogste punt van het bouwwerk verbindt ten opzichte van het horizontale vlak;

2.7 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen; bij afgeknotte schilddaken is de onderste goothoogte maatgevend, onder de voorwaarde dat de dakhelling van alle dakvlakken maximaal 60° is;

2.8 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; de inhoud van een eventueel ondergronds bouwwerk niet meegerekend;

2.9 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.10 de oppervlakte van een overkapping tussen de rand van het dakvlak, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.11 de vloeroppervlakte van een woning de som van de horizontale vloeroppervlakten van de voor bewoning bestemde vertrekken van een woning, waaronder mede moeten worden verstaan keukens, slaapvertrekken, gangen, toiletten, bad- en doucheruimten, zolders en vlieringen welke gebruikt worden als berging, maar ook inpandige of aangebouwde bergingen die op grond van het bestemmingsplan verbouwd mogen worden tot woonruimte, binnenwerks gemeten;

15

hoofdstuk 2 Bestemmingsregels artikel 3 Agrarisch 3.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische bedrijvigheid; b. extensieve dagrecreatie; c. fiets- en wandelpaden en verhardingen, niet zijnde parkeervoorzieningen; d. instandhouding van aanwezige natuur- en landschapswaarden; e. waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen; f. groen- en nutsvoorzieningen; en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen.

3.2 bouwregels 3.2.1 algemeen Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming 'Agrarisch' worden gebouwd.

3.2.2 bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde op de gronden met de bestemming 'Agrarisch' gelden de navolgende bepalingen: a. het oprichten van kuilvoerplaatsen, tunnelkassen, windturbines, mestopslag, dierenverblijven en silo's is niet toegestaan; b. de bouwhoogte mag maximaal 1 m bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in sub b mag de bouwhoogte van: 1. erf- en terreinafscheidingen maximaal 1,2 m bedragen; 2. antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 m bedragen; d. de totale oppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 20 m2 per hectare bedragen; e. de maximale oppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde zoals bedoeld in sub d is niet van toepassing op zonnepanelen en andere bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van een zonnepark.

3.3 nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 3.2, nadere eisen stellen met betrekking tot: a. dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; b. de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; c. de afmetingen van bouwwerken; d. het aantal en de situering van bouwwerken; onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

3.4 afwijken van de bouwregels

16

3.4.1 kleine gebouwen voor niet-bedrijfsmatige agrarische activiteiten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwen, zoals schuilplaatsen en voederbergingen, niet behorende bij een bedrijfsmatig uitgeoefend (agrarisch) bedrijf, onder voorwaarden dat: a. de aanvrager beschikt over ten minste 1 ha aaneengesloten onbebouwde agrarische gronden voor het houden van (huis)dieren, in welk geval ten hoogste één hiervoor bedoeld gebouw mag worden gebouwd; b. daardoor het landschap en het natuurlijk milieu van de omgeving niet onevenredig worden aangetast; c. daarbij, als mogelijk is, ruimtelijk zoveel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande bebouwing; d. het bouwwerk geen dierenverblijf is; e. de oppervlakte van een gebouw niet meer dan 40 m2 mag bedragen, waarvan ten hoogste 30 m2 als stal en ten hoogste 10 m2 als opslag mag worden gebruikt; f. de goothoogte maximaal 3 m mag bedragen; g. de bouwhoogte maximaal 6 m mag bedragen; h. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

3.4.2 hoogte erf- en terreinafscheidingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 sub c voor het bouwen van erf- of terreinafscheidingen tot een hoogte van 2 m, onder voorwaarden dat: a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende beschaduwing en gebruiksmogelijkheden van die percelen; b. daardoor geen overwegend ondoorzichtige afscheidingen ontstaan; c. als de afscheiding grenst aan grond met de bestemming 'Verkeer', hierdoor geen verkeersonveilige situatie ontstaat.

3.5 afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 volkstuincomplex Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 sub a en in lid 3.2 voor het toestaan van een volkstuincomplex, onder voorwaarden dat: a. bij een volkstuin met een oppervlakte van minder dan 75 m2 geen gebouwen zijn toegestaan; b. bij een volkstuin met een oppervlakte van 75 m2 of meer de bebouwingsoppervlakte per volkstuin maximaal 10 m 2 mag bedragen; c. de bouwhoogte van gebouwen maximaal 3 m mag bedragen; d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 1 m mag bedragen; e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; f. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

artikel 4 Groen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. structurele groenvoorzieningen waaronder houtige opstanden; b. extensieve dagrecreatie en mogelijkheden voor ontmoeting en spelen; c. fiets- en wandelpaden en verhardingen, niet zijnde parkeervoorzieningen;

17

d. waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. kunstobjecten; g. bestaande inritten; h. bestaande geluidwerende voorzieningen; i. straatmeubilair en speeltoestellen; en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Groen' worden gebouwd.

4.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de navolgende regels: a. er mogen maximaal twee gebouwen of bijbehorende bouwwerken per bestemmingsvlak worden opgericht; b. de afstand tot de bestemmingsgrens moet minimaal 2 m bedragen; c. de oppervlakte per gebouw of bijbehorende bouwwerken mag maximaal 20 m2 bedragen; d. de bouwhoogte mag maximaal 4 m bedragen.

4.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 2 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van 1. speeltoestellen maximaal 6 m bedragen; 2. verlichting, vlaggenmasten, straatmeubilair (geen terrasinrichting), kunstobjecten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 m bedragen; 3. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen; c. de oppervlakte van een bouwwerk geen gebouwen zijnde mag maximaal 20 m2 bedragen.

4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in 4.2, op gronden met de bestemming 'Groen' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; b. de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; c. de afmetingen van bouwwerken; d. het aantal en de situering van bouwwerken; onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

4.4 Afwijken van de bouwregels

18

4.4.1 Parkeervoorzieningen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 sub c voor de aanleg van parkeervoorzieningen, onder voorwaarden dat: a. de oppervlakte maximaal 100 m2 per 2.500 m2 bestemmingsvlak mag bedragen; b. de parkeervoorziening geen onevenredige afbreuk doet aan de flora en fauna ter plaatse; c. de waarde of beleving van de groenvoorziening niet onevenredig wordt aangetast; d. geen onevenredige hinder ontstaat voor de omgeving; e. geen onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen plaatsvindt; f. vooraf advies is ingewonnen bij ter zake deskundigen op het gebied van ecologie en verkeer; g. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

4.4.2 Inritten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 voor de aanleg van een inrit, onder voorwaarden dat: a. de inrit noodzakelijk is om een perceel te ontsluiten; b. de inrit geen onevenredige afbreuk doet aan de flora en fauna ter plaatse; c. de waarde of beleving van de groenvoorziening niet onevenredig wordt aangetast; d. vooraf advies is ingewonnen bij ter zake deskundigen op het gebied van ecologie en verkeer; e. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

4.4.3 Geluidwerende voorzieningen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 en lid 4.2.3 voor de aanleg van geluidwerende voorzieningen in de vorm van een geluidswal, een geluidsscherm of een combinatie daarvan, onder voorwaarden dat: a. de geluidwerende voorziening geen onevenredige afbreuk doet aan de flora en fauna ter plaatse; b. de waarde of beleving van de groenvoorziening niet onevenredig wordt aangetast; c. uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidwerende voorziening het noodzakelijke effect heeft; d. vooraf advies is ingewonnen bij ter zake deskundigen op het gebied van ecologie, verkeer en geluid; e. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Vleermuisvriendelijke verlichting Het toepassen van (openbare) buitenverlichting op gronden met de bestemming 'Groen' is, om aantasting van het leefgebied van de vleermuis te voorkomen, uitsluitend toegestaan onder de voorwaarden dat sprake is van vleermuisvriendelijke verlichting door in ieder geval te voldoen aan de volgende voorwaarden: a. uitsluitend niet-uitstralende verlichting/armaturen wordt/worden toegepast; b. geen sprake is van verlichting van boomkronen; c. uitsluitend UV-vrije (led)lampen met een vleermuisvriendelijke lichtkleur worden toegepast.

4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.6.1 Algemeen Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op de gronden met de bestemming 'Groen' de navolgende werken

19

en werkzaamheden uit te voeren of uit te doen voeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden en het aanleggen en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen van en/of het vellen of rooien van beplantingen; c. het aanleggen en/of het dempen van watergangen en waterpartijen; d. het verlagen van en/of het graven in de bodem en het afgraven, ophogen en/of egaliseren van gronden; e. het verlagen van het (grond)waterpeil; f. het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en/of de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

4.6.2 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning is vereist als: a. de werken en werkzaamheden het normale onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen; b. het werken en werkzaamheden betreft die: 1. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd op basis van een vergunning waarin de te beschermen waarden al zijn meegewogen.

4.6.3 Advies Alvorens te beslissen op een verzoek om een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij een ter zake deskundige op het gebied van ecologie.

artikel 5 Maatschappelijk 5.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van een 24-uurs begeleidwonenvoorziening met zorgplekken voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden; b. paardrijvereniging en scouting, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verenigingsleven'; c. detailhandel, uitsluitend ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a genoemde bestemming; d. horeca, uitsluitend in de vorm van een bedrijfsrestaurant/kantine en ondergeschikt aan de in sub a genoemde functie; e. groen- en nutsvoorzieningen; en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen.

5.2 bouwregels 5.2.1 algemeen Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Maatschappelijk' worden gebouwd.

5.2.2 hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels:

20

a. realisatie is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte, maximum bouwhoogte' gelden de weergegeven maten.

5.2.3 bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 3 m bedragen; b. als het bouwwerk vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens wordt geplaatst, mag de bouwhoogte maximaal 1 m bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van: 1. geluidwerende voorzieningen, maximaal 3 m bedragen; 2. speeltoestellen maximaal 6 m bedragen; 3. verlichting en vlaggenmasten maximaal 10 m bedragen; 4. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen; d. de totale oppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 20 m2 per bouwperceel bedragen.

5.3 nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 5.2, op gronden met de bestemming 'Maatschappelijk' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; b. de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; c. de afmetingen van bouwwerken; d. het aantal en de situering van bouwwerken; e. het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein; onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

5.4 afwijken van de bouwregels 5.4.1 hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken buiten bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 sub a voor het bouwen van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak, onder voorwaarden dat: a. het bouwperceel aan de zijde waar de bouwgrens wordt overschreden grenst aan openbaar toegankelijk gebied, waarop een groen-, natuur-, water-, verkeers- of daarmee vergelijkbare bestemming rust; b. de afstand tot het in sub a genoemde gebied minimaal 2 m bedraagt; c. de naar de weg gekeerde bouwgrens niet wordt overschreden; d. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is; e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; f. de logistieke afwikkeling op eigen terrein blijft plaatsvinden; g. wordt voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (bijlage 3 Nota parkeernormen auto en fiets gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; h. de overige bouwregels onverminderd blijven gelden.

5.4.2 luifels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.3 sub a voor het bevestigen

21

van een luifel aan een hoofdgebouw, onder voorwaarden dat: a. de luifel wordt bevestigd aan de voorgevel en/of de zijgevel van het hoofdgebouw; b. de luifel maximaal 1,50 m uit de gevel van het hoofdgebouw mag steken; c. de breedte van de luifel niet meer dan de totale breedte van de gevel waaraan de luifel wordt bevestigd mag bedragen met aan weerszijden een overstek van maximaal 0,75 m; d. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is; e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; f. de logistieke afwikkeling op eigen terrein blijft plaatsvinden.

5.5 specifieke gebruiksregels 5.5.1 parkeren In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (bijlage 3 Nota parkeernormen auto en fiets gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

5.5.2 verbod dak- en thuislozenvoorziening Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken in strijd met het plan. Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik als voorziening voor 24 uurs begeleidwonen met zorgplekken voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden.

5.6 afwijken van de gebruiksregels 5.6.1 zelfstandige horeca als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning in afwijking van het bepaalde in artikel 5.1 onder d zelfstandige horeca-activiteiten als nevenactiviteit bij de bestemming toestaan, onder de voorwaarde dat: a. de activiteit voldoet aan de uitgangspunten van de nota 'Notitie (Para)commercie in de horeca Doetinchem', versie 18-06-2013 (bijlage 5), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. de ruimtelijke uitwerking van de wijziging aanvaardbaar is.

artikel 6 Verkeer 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeer, verblijf en mogelijkheden voor ontmoeting; b. waterlopen, waterberging en waterinfiltratievoorzieningen; c. geluidwerende voorzieningen; d. straatmeubilair en speeltoestellen; e. parkeervoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. nutsvoorzieningen; h. kunstobjecten; en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen.

22

6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen Op de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Verkeer' worden gebouwd.

6.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen op gronden met de bestemming 'Verkeer' gelden de navolgende regels: a. de gebouwen dienen zodanig gesitueerd te worden dat zij niet onevenredig afbreuk doen aan de stroomfunctie en de ontsluitingsfunctie van de gronden met de bestemming 'Verkeer'; b. de bouwhoogte van de gebouwen mag maximaal 4 m bedragen; c. de oppervlakte van een gebouw mag maximaal 20 m2 bedragen;

6.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde op gronden met de bestemming 'Verkeer' gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 4 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder sub a mag de bouwhoogte van: 1. speeltoestellen maximaal 6 m bedragen; 2. verlichting, vlaggenmasten, straatmeubilair (geen terrasinrichting), kunstobjecten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 m bedragen; 3. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen; c. de oppervlakte van een bouwwerk geen gebouw zijnde mag maximaal 20 m2 bedragen;

6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 6.2, op gronden met de bestemming 'Verkeer' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; b. de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; c. de afmetingen van bouwwerken; d. het aantal en de situering van bouwwerken; onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

6.4 Afwijken van de bouwregels 6.4.1 Gebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.2 sub b voor de bouwhoogte van gebouwen tot maximaal 5 m, onder voorwaarden dat: a. niet onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de stroom- of ontsluitingsfunctie van gronden met de bestemming 'Verkeer';

23

b. vooraf advies wordt ingewonnen bij een ter zake deskundige op het gebied van stedenbouw en verkeer; c. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

6.4.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.3 sub b voor de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde tot maximaal 30 m onder voorwaarden dat: a. niet onevenredig inbreuk wordt gedaan aan de stroom- of ontsluitingsfunctie van de gronden met de bestemming 'Verkeer'; b. vooraf advies wordt ingewonnen bij een ter zake deskundige op het gebied van stedenbouw en verkeer; c. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

6.5 Specifieke gebruiksregels 6.5.1 Vleermuisvriendelijke verlichting Het toepassen van (openbare) buitenverlichting op gronden met de bestemming 'Verkeer' is, om aantasting van het leefgebied van de vleermuis te voorkomen, uitsluitend toegestaan onder de voorwaarden dat sprake is van vleermuisvriendelijke verlichting door in ieder geval te voldoen aan de volgende voorwaarden: a. uitsluitend niet-uitstralende verlichting/armaturen wordt toegepast; b. geen sprake is van verlichting van boomkronen; c. uitsluitend UV-vrije (led)lampen met een vleermuisvriendelijke lichtkleur worden toegepast.

artikel 7 Wonen 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, waarbij een maximum geldt van 53 woningen, in de vorm van: 1. vrijstaande woning, ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; 2. twee-onder-één kap woningen, ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; 3. aaneengebouwde woningen, ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd'; b. tuinen en erven; c. parkeren op eigen terrein; d. waterlopen, waterberging en waterinfiltratievoorzieningen; e. paden en erftoegangswegen; f. nutsvoorzieningen; en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen.

7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen Op de in lid 7.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Wonen' worden gebouwd.

7.2.2 Hoofdgebouwen Algemeen Voor het bouwen van hoofdgebouwen op gronden met de bestemming 'Wonen' gelden de volgende regels:

24

a. de realisatie van het hoofdgebouw is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' gelden de weergegeven maten; c. hoofdgebouwen dienen met een kap te worden gebouwd. Vrijstaande woningen Voor het bouwen van vrijstaande woningen geldt, in aanvulling op sub a tot en met d, de volgende regel: f. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen moet minimaal 3 m bedragen; Twee-onder-één kap woningen Voor het bouwen van twee-onder-één kap woningen geldt, in aanvulling op sub a tot en met d, de volgende regel: g. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens aan de niet aangebouwde zijde moet minimaal 3 m bedragen; Aaneengebouwde woningen Voor het bouwen van aaneengebouwde woningen gelden, in aanvulling op sub a tot en met d, de volgende regels: h. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens aan de niet aangebouwdezijde moet minimaal 3 m bedragen; i. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden' geldt een maximum van 3 aaneengebouwde woningen per blok; j. de diepte van het hoofdgebouw mag maximaal 13 m bedragen.

7.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 100 m2 per woning bedragen; b. niet meer dan 50% van het bouwperceelsgedeelte buiten het bouwvlak mag worden bebouwd; c. als de bouwmogelijkheden voor het hoofdgebouw in het bouwvlak niet volledig zijn benut, mogen deze worden gebruikt voor de realisatie van bijbehorende bouwwerken in datzelfde bouwvlak, zonder dat dit ten koste gaat van de onder sub a genoemde oppervlaktenorm; d. bijbehorende bouwwerken mogen buiten het bouwvlak uitsluitend vanaf 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gebouwd; binnen het bouwvlak mogen ze op één lijn met de woning worden gebouwd; e. bijbehorende bouwwerken mogen, met inachtneming van het bepaalde onder d, tot op de bouwperceelsgrenzen worden gebouwd; f. de goothoogte mag maximaal 3 m bedragen; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm; g. de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen; h. in geval van een bijbehorend bouwwerk met een lessenaarsdak, waarvan de bouwhoogte meer dan 3 m bedraagt, moet de afstand, van de zijde waar de bouwhoogte wordt gemeten, tot de bouwperceelsgrens minimaal de breedte van het bijbehorende bouwwerk bedragen.

7.2.4 Erkers en toegangspartijen In afwijking van het bepaalde in lid 7.2.3 sub d mogen aan het hoofdgebouw bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers en toegangspartijen vóór de voorgevel worden gebouwd, onder voorwaarden dat:

25

a. de bouwhoogte maximaal 3 m mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag worden dan de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning, vermeerderd met 30 cm; b. de breedte maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning mag bedragen; c. de diepte maximaal 1,50 m mag bedragen.

7.2.5 Overkappingen In afwijking van het bepaalde in lid 7.2.3 sub d mogen bijbehorende bouwwerken in de vorm van overkappingen vóór de voorgevel worden gebouwd, onder voorwaarden dat: a. de goothoogte maximaal 3 m mag bedragen, uitgezonderd: 1. als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm; 2. als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, geldt als maximum de goothoogte van dat bouwwerk; b. de bouwhoogte maximaal 3,5 m mag bedragen, als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, geldt een bouwhoogte die maximaal 50 cm hoger is dan de goothoogte van dat bijbehorend bouwwerk; c. de overkapping maximaal aan drie zijden gesloten is met wanden van een bestaand gebouw of een bestaand ander bouwwerk geen gebouw zijnde, zoals een erfafscheiding; d. de in lid 7.2.3 sub a opgenomen oppervlaktenorm (100 m2) en het in sub b opgenomen bebouwingspercentage (50%) onverminderd van kracht blijven.

7.2.6 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van: 1. speeltoestellen en tuinmeubilair maximaal 3,5 m bedragen; 2. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 6 m bedragen; 3. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen. c. de totale oppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 20 m2 per bouwperceel bedragen; d. afschermingen van technische installatie(s) op platte daken mogen tot maximaal 0,5 m boven het dakvlak worden gebouwd.

7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 7.2, op gronden met de bestemming 'Wonen' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. de situering van het hoofdgebouw op de kavel; b. dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; c. de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; d. de afmetingen van bouwwerken; e. het aantal en de situering van bouwwerken; f. het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein; onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

7.4 Afwijken van de bouwregels

26

7.4.1 Bouwen buiten het bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2.2 sub a voor het gedeeltelijk bouwen van een hoofdgebouw buiten het bouwvlak, tot op de zijdelingse bouwperceelsgrens, onder voorwaarden dat: a. het bouwperceel aan de zijde en ter hoogte van het (geplande) hoofdgebouw grenst aan (openbaar) gebied waarop een groen-, natuur-, water-, verkeers- of daarmee vergelijkbare bestemming rust; b. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is; c. wordt voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (bijlage 3 Nota parkeernormen auto en fiets gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en eventuele bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; e. de weergegeven aanduidingen in acht worden genomen; f. de overige bouwregels onverminderd blijven gelden.

7.4.2 Bouwhoogte overkapping Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2.5 sub b tot een bouwhoogte van maximaal 6 m, als de stedenbouwkundige situatie ter plaatste zich er voor leent en onder de voorwaarde, dat de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

7.4.3 Mantelzorgwoning a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2.2 sub a en 7.5.4 voor het plaatsen en gebruiken van een tijdelijke woonunit voor mantelzorg, waarbij de volgende regels gelden: 1. de mantelzorgwoning is functioneel verbonden met het hoofdgebouw; 2. totale oppervlakte die voor mantelzorg in gebruik wordt genomen maakt onderdeel uit van de in lid 7.2.3 sub a genoemde oppervlaktenorm (100 m2) en de woonunit strekt zich niet uit tot meer dan één bouwlaag; 3. de afstand tussen de woonunit en de achterste bouwperceelsgrens bedraagt minimaal 8 m; deze afstand kan worden teruggebracht naar 3 m als de aangrenzende (openbare) grond ter hoogte van de geplande woonunit een groen-, natuur-, water-, verkeer of daarmee vergelijkbare bestemming heeft; 4. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 5. er moet sprake zijn van een ruimtelijke eenheid; de woonunit moet binnen een straal van 10 m van het hoofdgebouw worden geplaatst; 6. de woonunit moet voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit en de bouwverordening; 7. het gestelde in lid 7.2.3 sub c en f is van overeenkomstige toepassing; 8. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking is aanvaardbaar; b. het bevoegd gezag kan in uitzonderlijke gevallen, als er geen goede alternatieven zijn, toestaan dat: 1.

in afwijking van het bepaalde in sub a lid 3 (minimaal 8 of 3 m uit de achterste bouwperceelsgrens), een woonunit op minder dan 3 m uit of op de bouwperceelsgrens wordt geplaatst; 2. de in sub a lid 2 genoemde oppervlaktenorm (100 m2) wordt overschreden tot maximaal 150 m2; c. als de noodzaak van mantelzorg is vervallen, moet de situatie in en om de woning worden teruggebracht in de oude staat, dan wel in overeenstemming met het bestemmingsplan; dat betekent dat daarna geen sprake meer is van (extra) woonruimte of de tijdelijke woonunit is verwijderd.

7.5 Specifieke gebruiksregels

27

7.5.1 Vrij beroep en aan huis gebonden beroep en/of bedrijf Een als zodanig bestemde woning, inclusief eventueel aanwezige aangebouwde bijbehorende bouwwerken, mag ook worden gebruikt voor zowel een vrij beroep (bijlage 1 Lijst van vrije beroepen ) als een beroep en/of bedrijf (bijlage 2 Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven), in het laatste geval uitsluitend mits voldaan wordt aan de voorwaarden dat: a. het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft; b. niet meer dan 40% van de totale vloeroppervlakte van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken die voor woondoeleinden mogen worden gebruikt, mag worden gebruikt voor het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf; c. het medegebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken zodanig beperkt blijft dat de afstand tussen de als zodanig gebruikte ruimte en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 m bedraagt. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen; d. de woning moet blijven voldoen aan het bepaalde in het Bouwbesluit en de bouwverordening van de gemeente Doetinchem; e. degene die het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf uitoefent ook de bewoner van de woning moet zijn; f.

uitsluitend een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toelaatbaar is, dat behoort tot de Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven zoals opgenomen in bijlage 2; g. geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens: 1. internetverkoop (internetwinkels); 2. een beperkte verkoop (als ondergeschikte nevenactiviteit) van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het beroep en/of bedrijf aan huis; h. een bedrijf geen winkeluitstraling mag hebben; i. geen uitstalling van te verkopen artikelen mag plaatsvinden; geen showroom binnen of buiten; j. wordt voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (bijlage 3 Nota parkeernormen auto en fiets gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; k. uitsluitend onverlichte reclame-uitingen met een oppervlakte kleiner dan 0,5 m2 zijn toegestaan, waarvan de langste zijde minder dan 1 m moet bedragen; l. geen sprake mag zijn van werkzaamheden, activiteiten en/of opslag in de open lucht voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf; buitenactiviteiten gekoppeld aan gastouderschap zijn wel toegestaan; m.

vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet mogen worden gebruikt voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf.

7.5.2 Wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken Aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt voor de uitbreiding van de woonfunctie, onder voorwaarde dat: a. de afstand tussen dat bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 m bedraagt. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen; b. bewoning slechts is toegestaan door personen die deel uitmaken van de huishouden van de bijbehorende woning; c. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor wonen niet is toegestaan.

7.5.3 Parkeren In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de

28

parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (bijlage 3 Nota parkeernormen auto en fiets gemeente Doetinchem ), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

7.5.4 Strijdig gebruik Onverminderd het bepaalde in artikel 13 wordt onder strijdig gebruik in ieder geval verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van een bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woning.

7.5.5 Voorwaardelijke verplichting - geur Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – voorwaardelijke verplichting geur’ mag de in lid 7.1 omschreven bestemming slechts gerealiseerd worden en vervolgens in stand worden gehouden indien wordt voldaan aan artikel 4 van de wet geurhinder en veehouderij of diens rechtsopvolgers.

7.5.6 Voorwaardelijke verplichting - bergingscapaciteit hemelwater De in lid 7.1 omgeschreven bestemming mag slechts gerealiseerd worden en vervolgens in stand worden gehouden indien binnen het plangebied waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van tenminste 80 mm per m2 verhard oppervlak binnen het plangebied e.e.a. zoals opgenomen in bijlage 6 Watertoets Fokkenkamp.

7.6 Afwijken van de gebruiksregels 7.6.1 Aan huis gebonden beroep en/of bedrijf dat niet in de lijst is opgenomen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.5.1 sub f voor het toelaten van een beroep en/of bedrijf aan huis, dat naar aard, omvang en hinder gelijk te stellen is met één of meer in bijlage 2 opgenomen Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven, onder de voorwaarde, dat de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8153/documents/46647