Bijlage 01_14_Toelichting bijlage 5.pdf
Tekst van het document
Laagland Archeologie Rapport 1052
Archeologische opgraving
Monseigneur Hendriksenstraat 29, Wehl gemeente Doetinchem (GD).
januari 2023 Versie 2 (concept) In opdracht van: BJZ.nu
7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 1052
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD) Auteur: Nick Hendriks
In opdracht van: BJZ.nu
Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie status rapport: concept
Controle: Hans Oude Rengerink
Autorisatie: Hans Oude Rengerink
ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo Tel 06 - 49 88 34 03 E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876 © Laagland Archeologie BV, Almelo, januari 2023
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
V3
Samenvatting Laagland Archeologie heeft op 17 en 18 januari 2023 een Archeologische opgraving uitgevoerd aan de Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD). Dit onderzoek diende plaats te vinden binnen het geplande bouwblok voor een nieuwe bedrijfswoning bij een agrarisch bedrijf. Aangrenzend aan het terrein is in 2016 archeologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek en een opgraving vanwege de bouw van een veestal. Tijdens dit onderzoek zijn nederzettingssporen uit de Late-Middeleeuwen aangetroffen. Voor het oostelijke deel, dat in aanzienlijke mate overlapt met het bouwblok van de bedrijfswoning, is op basis van het proefsleuvenonderzoek uit 2016 geadviseerd om dit vrij te geven. Door het bevoegd gezag is besloten dat er binnen het bouwblok van de bedrijfswoning een aanvullend onderzoek diende plaats te vinden in de vorm van een Archeologische opgraving. Hierbij diende het gehele bouwblok opgegraven te worden. De archeologische opgraving conform KNA-protocol 4004 heeft tot doel om de archeologische sporen en resten te documenteren, en het materiaal van de vindplaats veilig te stellen. Om deze daarna uit te werken om daarmee de informatie te behouden die van belang is voor de kennisvorming over het verleden. Tevens diende het onderzoek antwoord te geven op de in het PvE opgestelde onderzoeksvragen.
Bij de start van de opgraving is gebleken dat tijdens de bouw van de stal in 2016 het maaiveld rondom de stal ca. 80 centimeter opgehoogd, bovenop een ouder ophogingspakket. Deze ophoging is tevens in het profiel aangetroffen. De bodemopbouw onder deze ophogingslaag is vergelijkbaar met de bodemopbouw die is gedocumenteerd tijdens het voorgaande onderzoek. De ondergrond bestond uit een cultuurlaag uit de Nieuwe tijd, die scherp begrensd lag op de natuurlijke ondergrond, bestaande uit rivierduinafzettingen. De dikte van de rivierduinafzettingen varieerde en volgende het natuurlijke reliëf. De afzettingen waren het dunste in het noorden van het plangebied, waar onder deze afzettingen een pakket leem van de Laag van Wijchen is aangetroffen. Gezien de diepteligging van het verwachte archeologisch niveau op circa 1,3 m onder het maaiveld, is overlegd met de archeologisch adviseur namens het bevoegd gezag omtrent de noodzaak voor een opgraving in het grootste deel van het bouwblok. Er is namens het bevoegd gezag mee ingestemd om de opgraving te beperken tot het meest oostelijke deel van het bouwblok in de zone waar de initiatiefnemer voornemens is de nieuwe woning te bouwen. Er zijn tijdens het onderzoek geen relevante archeologische sporen aangetroffen. Een groot deel van het vlak was verstoord door recente graafwerkzaamheden en in het overige deel zijn geen sporen waargenomen.
Vermoedelijk bevindt de Laat-Middeleeuwse vindplaats zich ten zuidwesten van het huidige plangebied. De bevindingen liggen in lijn met de bevindingen van het voorgaande onderzoek. Tijdens dit onderzoek is de oostgrens van de vindplaats reeds aangetroffen en werd een deel van het toenmalige plangebied voorgesteld voor vrijgave. Het huidige onderzoeksgebied bevindt zich grotendeels in deze advieszone. De resultaten van het huidige onderzoek bevestigen de bevindingen van het proefsleuvenonderzoek en de opgraving uit 2016.
Samenvatting ___________________________________________ 3 1 Inleiding _____________________________________________ 5 1.1 1.2 1.3
2
Voorgaand onderzoek en verwachting ______________________ 8 2.1 2.2 2.3
3
Resultaten voorgaand onderzoek ___________________________________ 8 Archeologische verwachting ______________________________________ 10 Selectiebesluit_________________________________________________ 11
Doel van het onderzoek ________________________________ 12 3.1 3.2
4
Aanleiding onderzoek ____________________________________________ 5 Afbakening onderzoeksgebied _____________________________________ 6 Administratieve gegevens _________________________________________ 7
Doel van het onderzoek en motivatie _______________________________ 12 Onderzoeksvragen uit het PvE ____________________________________ 12
Methoden ___________________________________________ 13 4.1
Onderzoeksmethodiek __________________________________________ 13
5 Landschap en bodem ___________________________________ 15 5.1
Geologie en geomorfologie _______________________________________ 15
6 Archeologie __________________________________________ 17 6.1 6.2 6.3
Sporen en structuren (zie bijlage 5) ________________________________ 17 Vondsten_____________________________________________________ 17 Synthese _____________________________________________________ 19
7 Onderzoeksvragen en conclusie __________________________ 20 Literatuur en bronnen ____________________________________ 22 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus ___________________________________ 23 BIJLAGE 2 Archeologische perioden ________________________ 24 BIJLAGE 3 Sporenlijst ___________________________________ 25 BIJLAGE 4 Vondstenlijst _________________________________ 26 BIJLAGE 5 Opgravingsvlakken; Puttenoverzicht met alle sporen __ 27 BIJLAGE 6 Profielen _____________________________________ 29
HOOFDSTUK
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
1I
NLEIDING
1.1 AANLEIDING ONDERZOEK De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van een nieuwe bedrijfswoning aan de Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD) (afbeelding 1). De exacte plannen zijn op dit moment nog niet bekend. Voornemens is om in het oostelijke deel van het plangebied, langs de toegangsweg, een woning te bouwen. De exacte locatie van deze woning is vooralsnog niet bekend. Aangrenzend aan het plangebied is in 2016 een proefsleuvenonderzoek en opgraving uitgevoerd, waarbij archeologische sporen uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd zijn aangetroffen.1 Voor het oostelijke deel, dat in aanzienlijke mate overlapt met het bouwblok van de bedrijfswoning, is op basis van het proefsleuvenonderzoek uit 2016 geadviseerd om dit vrij te geven. Door het bevoegd gezag is besloten dat er binnen het bouwblok van de bedrijfswoning een aanvullend onderzoek diende plaats te vinden in de vorm van een Archeologische opgraving. Hierbij diende het gehele bouwblok opgegraven te worden. Het doel van de opdrachtgever is te voldoen aan de eisen en randvoorwaarden ten aanzien van het aspect archeologie, die gesteld worden in het bestemmingsplan/de verstrekte omgevingsvergunning. De opdrachtgever heeft geen aanvullende wensen kenbaar gemaakt.
1
Kasbergen 2016.
5
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
Afbeelding 1. Ligging van het plangebied (bouwblok nieuwe bedrijfswoning).
1.2 AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied betreft de Monseigneur Hendriksenstraat 29 in Wehl, gemeente Doetinchem (GD). Het terrein is in gebruik als weiland en heeft een omvang van 613 m2.
6
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie
Gelderland
Gemeente
Doetinchem
Plaats
Wehl
Toponiem
Monseigneur Hendriksenstraat 29
Kadastrale perceelnummer(s)2 Laagland Archeologie projectnummer Datum conceptrapportage Datum definitief rapport XY-coördinaten
WEH00-M-833 WEMO231 26-01-2023
207418/442807 207425/442764 207473/442770 207467/442815
Kaartblad
40E
Oppervlakte/lengte plangebied Datering
1150 m2
Complextype
-
Onderzoeksmeldingsnr
5325542100
AMK-terrein
n.v.t.
Vondstmeldingsnr.
1150980; 1186479; 1186619
Type onderzoek
Archeologische opgraving
uitvoeringsperiode
Deelproces 1: 16-1-2023 Deelproces 2: 17-1-2023 – 18-1-2023 Deelproces 3: Deelproces 4: 19-1-2023 – 23-1-2023 Deelproces 5:na definitief rapport BJZ.nu
Opdrachtgever
-
contactpersoon: F. Spitzen Bevoegde overheid
Gemeente Doetinchem
Goedkeuring bevoegde overheid Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie
D. Kastelein (Omgevingsdienst Achterhoek)
Uitvoerder
Projectleider
E-depot voor de Nederlandse Archeologie Archief Laagland archeologie BV Provinciaal Depot voor Bodemvondsten van Gelderland Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 - 49 88 34 03 Hans Oude Rengerink Hans.Ouderengerink@laaglandarcheologie.nl
Tabel 1. Objectgegevens.
2
kadastralekaart.com
7
HOOFDSTUK
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
2V
OORGAAND ONDERZOEK
EN VERWACHTING
2.1 RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK Voor een deel van het plangebied is in 2016 reeds een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van karterende boringen uitgevoerd.3 Op basis van de resultaten van dit onderzoek is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd met een doorstart naar een archeologische opgraving.4 Hieronder worden beknopt de resultaten van dit onderzoek beschreven. Bodem en geomorfologie Wehl ligt in het Overijssels-Gelderlands zandlandschap. Dit landschap is gevormd in de laatste ijstijd, het Weichselien. In het Midden-Weichselien stroomde de voorloper van de Rijn door een groot deel van de Liemers en de Achterhoek. Dit was een vlechtend rivierensysteem, bestaande uit meerdere ondiepe, brede, stroomgeulen die gedurende de warmere seizoenen met een grote waterlast te maken kregen. In de koudere seizoenen lag het rivierdal nagenoeg droog. Deze rivieren zetten in een groot gebied grof zand en grind af dat gerekend wordt tot de Formatie van Kreftenheye. In het Allerød, een warmere periode in het Laat-Weichselien steeg de waterafvoer van de rivieren. Hierdoor sneden de rivieren zich in en kregen een meanderend karakter. Als gevolg hiervan werd zandige en stugge klei afgezet, die wordt gerekend onder het Laag van Wijchen. In het Jonge Dryas verslechterde het klimaat en ontstond een poolwoestijn.
Door het gebrek aan begroeiing is het zand gaan verstuiven en is in grote delen van Nederland een pakket dekzand afgezet. Dit bestaat uit matig tot zeer fijn zand dat wordt gerekend onder de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Het dekzand is afgezet in de vorm van paraboolduinen, vlakten en langgerekte ruggen. Op basis van de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een dekzandrug (M53) maar het is meer waarschijnlijk dat het een rivierduin betreft. Rondom het plangebied bevindt zich een rivierkomvlakte.
3 4
De Rouw et al. 2016. Kasbergen 2016
8
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
Archeologie Het plangebied ligt bij een historisch erf genaamd De Nichtenhorst. Dit erf is voor het eerst genoemd rond 1570, toen het in handen kwam van de graven van Bergh. 5 Het is echter goed denkbaar dat het erf al langer bestaat of dat een mogelijke middeleeuwse voorganger van de boerderij binnen het plangebied aanwezig is. Voor een deel van het plangebied is in 2016 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Op basis van de bevindingen van het proefsleuvenonderzoek is een deel van het plangebied vrijgegeven en is een deel van het plangebied nader onderzocht middels een definitieve opgraving. Tijdens deze voorgaande onderzoeken is op een pakket grof zand (Formatie van Kreftenheye) een dunne laag klei aangetroffen (Laag van Wijchen), waarop dekzand aanwezig is. Het vlak is aangelegd in dit dekzand. Hierbij zijn sporen en vondsten aangetroffen vanaf de 13e eeuw, die vermoedelijk hebben behoord bij de voorganger van het huidige erf Nichtenhorst.
Afbeelding 2. Advies van SOB Research naar aanleiding van het proefsleuvenonderzoek.
5
De Rouw et al. 2016, 19.
9
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
2.2 ARCHEOLOGISCHE VERWACHTING Op basis van het voorgaande onderzoek is er in het PvE een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Datering en complextype Op basis van de resultaten van het voorgaande onderzoek kan worden vastgesteld dat binnen het plangebied sprake is van een vindplaats uit de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Het gaat om het historische erf de Nichtenhorst. Omvang Op basis van de resultaten van het voorgaande onderzoek is de oostgrens van de vindplaats vastgesteld. De vindplaats strekt zich met zekerheid uit ten zuiden van het plangebied en ook de westgrens van de vindplaats kon vooralsnog niet worden vastgesteld. Het is waarschijnlijk dat de vindplaats zich ook in noordelijke richting verder uitstrekt tot buiten het plangebied. Diepteligging Tijdens het proefsleuvenonderzoek van SOB Research zijn de sporen aangetroffen in de top van het dekzand, op een diepte van ca. 41 – 148 cm -mv. De top van het dekzand bevindt zich onder een cultuurlaag uit de Nieuwe tijd. De verwachting is dat de bodemopbouw binnen het nog te onderzoeken deel van het plangebied nauwelijks tot niet afwijkt van het reeds onderzochte deel van het plangebied. Gaafheid en conservering De gaafheid van eventuele vindplaatsen kan variëren als gevolg van de wisselende diepten van eventuele bodemverstoringen.
In geval van vindplaatsen uit de late prehistorie ligt de archeologische waarde in de mate waarin grondsporen nog grotendeels intact zijn en in het horizontale vlak nog samenhang vertonen. Indien in de resterende B-, BC- of C-horizonten nog sporen leesbaar zijn, mogen dergelijke vindplaatsen nog als ‘gaaf’ beschouwd worden. Meestal is alleen in oude, opgevulde laagten en in diepe sporen zoals waterputten vanwege de natte condities sprake van redelijke conservatieomstandigheden. Mogelijk zijn in het onderzoeksgebied nog waterputten of –kuilen aanwezig, al dan niet met houten putconstructies (kistwerk, vlechtwerk of holle boomstammen). Locatie Een vindplaats kan zich binnen het gehele plangebied bevinden of zich daar buiten nog uitstrekken. Uiterlijke kenmerken Grondsporen kunnen onder andere bestaan uit (paal)kuilen, greppels en waterputten. Artefacten kunnen bestaan uit (bewerkt) vuursteen, natuursteen, aardewerkfragmenten, verbrande leem, baksteen, glas en metaal. Organische materialen waarmee rekening gehouden dient te worden zijn hout, dierlijk bot, leer en textiel. Deze materialen kunnen vooral worden aangetroffen in diepere sporen in de grondwaterzone. Mogelijke verstoringen Vanwege de hoge verwachting van werd aanbevolen nader archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren door middel van een Archeologische opgraving.
10
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
2.3 SELECTIEBESLUIT Op basis van het proefsleuvenonderzoek uit 2016 is de aangetroffen vindplaats gewaardeerd als een behoudenswaardige vindplaats. Hierbij is voor een deel van het toenmalige plangebied vervolgonderzoek geadviseerd, waarna een doorstart is gemaakt naar een opgraving. Het huidige plangebied bevindt zich buiten deze advieszone, maar op basis van de ligging van het plangebied in de directe omgeving van de vindplaats heeft het bevoegd gezag besloten dat de aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het te onderzoeken bouwblok voor de nieuwe bedrijfswoning ligt met de westelijke zijde binnen het toenmalige onderzoeksgebied dat met proefsleuven is onderzocht en waarvan het oostelijke deel (liggend binnen het onderhavige te onderzoeken bouwblok) is vrijgegeven voor verder onderzoek).
Afbeelding 3. Advieskaart van het voorgaande onderzoek van SOB. Rood: toenmalige plangebied, paars: advieszone opgraving, groen: proefsleuven. (Bron: Kasbergen 2016, 15).
11
HOOFDSTUK
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
3D
OEL VAN HET ONDERZOEK
3.1 DOEL VAN HET ONDERZOEK EN MOTIVATIE De archeologische opgraving conform KNA-protocol 4004 heeft tot doel om de archeologische sporen en resten te documenteren, en het materiaal van de vindplaats veilig te stellen. Om deze daarna uit te werken om daarmee de informatie te behouden die van belang is voor de kennisvorming over het verleden.
3.2 ONDERZOEKSVRAGEN UIT HET PVE Conform het Programma van Eisen6 diende de archeologische opgraving antwoord te geven op de volgende onderzoeksvragen:
1. Wat is de bodemkundige opbouw en hoe intact is deze? 2. Wat is de aard, datering en complextype van de aangetroffen archeologische resten? 3. Welke structuren zijn te onderscheiden in het plangebied? 4. Hoe verhouden deze structuren zich ten opzichte van elkaar? 5. Is er een fasering in de sporen of structuren te onderscheiden? 6. Hoe verhouden de aangetroffen sporen zich met het historische erf de Nichtenhorst? 7. Hoe verhoudt de vindplaats zich ten opzichte van het landschap? 8. Zijn er hergebruikte bouwmaterialen aangetroffen tijdens het onderzoek? 9. Welke uitspraken kunnen er worden gedaan over de materiële cultuur? 10. Liggen de bevindingen en interpretatie van de vindplaats op basis van het onderhavige onderzoek in lijn met de bevindingen tijdens het voorgaande proefsleuvenonderzoek en opgraving?
6
Hendriks/Oude Rengerink 2023.
12
HOOFDSTUK
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
4M
ETHODEN
4.1 ONDERZOEKSMETHODIEK De opgraving is uitgevoerd op 17 en 18 januari 2023. Tijdens het onderzoek zijn in totaal twee putten aangelegd. De werkputten zijn aangelegd met behulp van een graafmachine met een gladde afwerkbak en conform de KNA-leidraad Veldhandleiding Archeologie en de overige veldwerkspecificaties volgens het vigerende KNA-protocol Opgraven (4004) en de aanvullende eisen van het Programma van Eisen. De sporen zijn ingemeten met behulp van een GPS in het Rijksdriehoekstelsel (RD). Rondom de opgravingsput is om de drie meter de maaiveldhoogte opgemeten en in elke put is om de drie meter de vlakhoogte ingemeten. Tijdens de ontgraving is intensief gebruik gemaakt van de metaaldetector. Tijdens het veldwerk zijn geen sporen of lagen aangetroffen die geschikt waren voor bemonstering. Ten behoeve van aardwetenschappelijk onderzoek is van iedere wand één profielkolom van minimaal 1 meter breed gedocumenteerd. De lagen zijn beschreven conform de ASB met speciale aandacht voor bodemhorizontbeschrijving en genese van een eventueel cultuurdek. Ten opzichte van het vlak zijn de profielkolommen ten minste 20 centimeter verdiept, om een beter beeld van de natuurlijke bodemopbouw te verkrijgen. Tijdens de ontgraving van werkput 1 bleek dat het maaiveld ten tijde van de aanleg van de koeienstal in 2016 aanzienlijk is opgehoogd.
Hierdoor ligt het archeologisch niveau met circa 1 tot 1,3 m -mv. aanzienlijk dieper dan vooraf verwacht. Aangezien in het westelijke deel van het plangebied geen nieuwbouw is gepland, wordt het archeologisch niveau door de plannen niet verstoord. In overleg met het bevoegd gezag is besloten archeologisch onderzoek in het westelijke deel van het plangebied niet noodzakelijk is, omdat het archeologisch niveau op deze locatie niet wordt bedreigd. In het oostelijke deel van het plangebied is wél nieuwbouw gepland en daar is het terrein tevens aanzienlijk minder of bijna niet opgehoogd. Op deze locatie is archeologisch onderzoek wel noodzakelijk. Besloten is om alleen het oostelijke deel van het plangebied, waar de ingrepen plaatsvinden en het maaiveld niet is opgehoogd, op te graven. Direct ten zuiden van werkput 2 bevond zich hekwerk en bestrating, waardoor het niet mogelijk was om dit deel van het plangebied tegelijkertijd op te graven. Tevens werd dit deel doorsneden door een gasleiding, waardoor het vermoeden bestond dat het vlak hier verstoord zou zijn. In werkput 2 is deze gasleiding ook op deze plaats aangetroffen, waardoor kan worden vastgesteld dat het archeologisch niveau op deze plaats ook daadwerkelijk is verstoord.
13
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
Afbeelding 4. Aangelegde werkputten.
14
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
5L
ANDSCHAP EN BODEM
5.1 GEOLOGIE EN GEOMORFOLOGIE Ten behoeve van aardwetenschappelijk onderzoek zijn in totaal vijf profielen gedocumenteerd. De bodemopbouw binnen het plangebied komt grotendeels overeen met de beschreven bodemopbouw tijdens het voorgaande onderzoek uit 2016. De bovenste laag bestaat uit de recente bouwvoor, bestaande uit matig siltig, iets humeus, zeer fijn zand. In deze bouwvoor kwamen inclusies als plastic en baksteenspikkels voor. De dikte van de bouwvoor varieerde tussen de 20 en 30 centimeter. In de directe nabijheid van de stal is het terrein opgehoogd. Dit is terug te zien in profiel 101 (Afbeelding 5). Onder de recente bouwvoor is hier een dik ophogingspakket zichtbaar. Dit ophogingspakket bestaat uit iets siltig matig fijn, bruingeel, grijs gevlekt zand met leembrokken en humusbrokjes. De begrenzing van dit ophogingspakket is zeer scherp. Het pakket is ontstaan bij de ophoging tijdens de bouw van de stal. Dit is goed te zien op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (zie Afbeelding 6). Het AHN 2 dateert van voor de stal (2007 – 2012) en hierop is te zien dat het maaiveld van het westelijke deel van het plangebied op ca. 10,80 m +NAP ligt. Op het AHN 3 (2014 – 2019) is te zien dat de stal is gebouwd en dat er een ophoging aanwezig is aan de noordzijde van de stal. Op dezelfde locatie is het maaiveld na de bouw van de stal ca. 11,60 m +NAP.
Dit betekent dat het maaiveld direct ten noorden van de stal met ca. 80 centimeter is opgehoogd. Dit komt overeen met de dikte van het ophogingspakket in profiel 101, dat 70 cm dik is.
Afbeelding 5. Profiel 101 met de ophogingslaag en links de proefsleuf van SOB Research. 15
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
Afbeelding 6. Actueel Hoogtebestand Nederland 2 (links) en Actueel Hoogtebestand Nederland 3 (rechts). Onder het ophogingspakket is in zowel profiel 101 (s1004) als profielen 202 en 204 (s2008 en 2045) een cultuurlaag waargenomen van lichtgrijs matig siltig zeer fijn zand met enkele spikkels baksteen. De cultuurlaag heeft een dikte van ca. 30 centimeter. Deze cultuurlaag is ook aangetroffen tijdens het onderzoek in 2016. Deze cultuurlaag is toen in de Nieuwe tijd gedateerd op basis van het aangetroffen aardewerk en baksteensporen.7 Het gaat om de oude bouwvoor en een daaronder gelegen eerdlaag die mogelijk als een bruin plaggendek kan worden geïnterpreteerd. Op basis van het huidige onderzoek zijn er geen indicatoren om aan deze datering te twijfelen. Onder de cultuurlaag bevindt zich de C-horizont van de natuurlijke bodem (s1050 en s2050). Deze bodem bestaat uit matig siltig, zeer fijn, geelbruin, lichtgrijs gevlekt, relatief los zand. In het zand bevinden zich enkele grindjes. Tijdens het voorgaande onderzoek is dit zand geïnterpreteerd als dekzand. De geelbruine kleur, de fijne korrelgrootte, de compactheid en de aanwezigheid van kleine grindjes komen echter niet overeen met dekzand. Vermoedelijk is er sprake van rivierduinafzettingen van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen. De dikte van dit pakket neemt naar de zuidzijde toe en volgt het natuurlijke reliëf.
Onder de rivierduinafzettingen is in profiel 201 een pakket iets zandige, lichtbruin, wit gevlekte leem aangetroffen (s2060). De bovengrens van deze laag is scherp. Dit leempakket kan worden geïnterpreteerd als het laag van Wijchen (Formatie van Kreftenheye). Over het algemeen komt de bodemopbouw overeen met de bodemopbouw die tijdens het voorgaande onderzoek uit 2016 is aangetroffen. De bodem is nabij de stal naderhand 80 centimeter opgehoogd. De interpretatie van het zandpakket boven de laag van Wijchen was tijdens dat onderzoek geïnterpreteerd als dekzand, maar lijkt eerder rivierduinafzetting te zijn. Dit betekent dat het plangebied zich niet bevindt op de flank van een dekzandrug, maar op de rand van een rivierduin.
7
Kasbergen 2016, 19.
16
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
6A
RCHEOLOGIE
6.1 SPOREN EN STRUCTUREN (ZIE BIJLAGE 5) Het leesbare sporenvlak is aangelegd op de top van de rivierduinafzettingen. Dit was op 10,80 m +NAP aan de zuidzijde en 10,70 m +NAP aan de noordzijde. Door ophogingen ten noorden van de schuur varieerde de diepte van het vlak ten opzichte van het maaiveld. Aan de oostzijde lag het vlak op ca. 40 cm -mv en aan de westzijde bevond het vlak zich op ca. 75 tot 80 cm -mv. Het sporenniveau bevindt zich ten opzichte van het NAP hoger dan het sporenniveau dat is aangetroffen tijdens de opgraving in 2016. 8 Dit heeft te maken met het in oostelijke richting oplopende natuurlijke reliëf van de rivierduin. In het vlak zijn veel recente verstoringen aangetroffen met een onregelmatige vorm. De sporen lijken machinale vergravingen te zijn. De vulling van deze recente verstoringen bestond uit zeer fijn, matig siltig zand en de grenzen waren zeer scherp. In de recente verstoringen bevond zich onder andere landbouwplastic en moderne bouwkeramiek. Tevens is de sleuf van een gasleiding in het vlak waargenomen, die tevens op de KLIC vermeld stond. Tijdens het onderzoek zijn geen oudere sporen aangetroffen.
6.2 VONDSTEN Tijdens het onderzoek zijn geen vondsten aangetroffen.
8
Kasbergen 2016, 19-21.
17
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
Afbeelding 7. Vlakfoto van put 2 met recente verstoringen, waarin zich landbouwplastic bevindt.
18
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
6.3 SYNTHESE Het plangebied bevindt zich op de flank van een rivierduin. Direct langs de stal is het plangebied ruim 80 centimeter opgehoogd. De bodemopbouw binnen het plangebied komt verder overeen met de aangetroffen bodemopbouw tijdens de opgraving uit 2016. In tegenstelling tot dat onderzoek, zijn tijdens de opgraving geen archeologische sporen aangetroffen. Grote delen van het vlak zijn verstoord door recente graafwerkzaamheden. Ook in de intacte delen van het plangebied zijn geen archeologische sporen aangetroffen. Deze bevindingen komen overeen met de conclusie van het onderzoek uit 2016. Hierbij is de oostgrens van de middeleeuwse vindplaats vastgesteld. De vindplaats bevind zich ten westen van het huidige plangebied en strekt zich vermoedelijk in zuidwestelijke richting uit.
19
HOOFDSTUK
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
7O
NDERZOEKSVRAGEN EN
CONCLUSIE 1. Wat is de bodemkundige opbouw en hoe intact is deze? De bodemopbouw kwam overeen met de bodemopbouw van het voorgaande onderzoek. Onder een recente ophogingslaag uit 2016 bevond zich een cultuurdek uit de Nieuwe tijd. Hieronder bevindt zich de natuurlijke ondergrond in de vorm van rivierduinafzettingen van matig siltig, zeer fijn zand. De dikte van de rivierduinafzetting is in het noordelijke deel van het plangebied dunner en de dikte volgt het natuurlijke reliëf. Onder de rivierduinafzettingen bevindt zich een pakket iets zandig, zeer compacte leem van de Laag van Wijchen. 2. Wat is de aard, datering en complextype van de aangetroffen archeologische resten? Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische sporen aangetroffen, maar alleen recente verstoringen. 3. Welke structuren zijn te onderscheiden in het plangebied? Tijdens het onderzoek zijn geen structuren aangetroffen. 4. Hoe verhouden deze structuren zich ten opzichte van elkaar? Tijdens het onderzoek zijn geen structuren aangetroffen. 5. Is er een fasering in de sporen of structuren te onderscheiden? Tijdens het onderzoek zijn alleen recente verstoringen aangetroffen, waardoor in feite sprake is van 1 fase. 6.
Hoe verhouden de aangetroffen sporen zich met het historische erf de Nichtenhorst? De recente verstoringen zijn vermoedelijke veroorzaakt door agrarische activiteiten van het historische erf, dat tegenwoordig nog steeds als agrarisch bedrijf in gebruik is.
20
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
7. Hoe verhoudt de vindplaats zich ten opzichte van het landschap? Het historische erf bevindt zich aan de rand van de rivierduin. De hogere delen van de rivierduin zijn in gebruik geweest als bouwland. 8. Zijn er hergebruikte bouwmaterialen aangetroffen tijdens het onderzoek? Het bouwmateriaal dat is aangetroffen bevond zich in recente context en is daarom gedeselecteerd. Doordat het bouwmateriaal in recente context is aangetroffen, kan niet worden vastgesteld of het bouwmateriaal is hergebruikt. 9. Welke uitspraken kunnen er worden gedaan over de materiële cultuur? Tijdens het onderzoek zijn geen vondsten aangetroffen, daardoor kunnen er geen uitspraken worden gedaan over de materiële cultuur. 10. Liggen de bevindingen en interpretatie van de vindplaats op basis van het onderhavige onderzoek in lijn met de bevindingen tijdens het voorgaande proefsleuvenonderzoek en opgraving? De bevindingen van het huidige onderzoek komen overeen met de bevindingen van het voorgaande onderzoek. Tijdens het onderzoek uit 2016 is de oostgrens van de vindplaats vastgesteld. Het huidige onderzoek bevond zich ten oosten van deze grens. De afwezigheid van sporen bevestigd in feite dat de oostgrens van de vindplaats tijdens het voorgaande onderzoek is vastgesteld.
21
Archeologische opgraving Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD)
Literatuur en bronnen
Hendriks, N., J.A.M. Oude Rengerink, 2023: Programma van Eisen Archeologische opgraving, Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, gemeente Doetinchem (GD), Almelo. Kasbergen, F.J.H., 2016: Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven en Archeologische Opgraving ‘Plangebied Monseigneur Hendriksenstraat 29’, Wehl, Gemeente Doetinchem, Heinenoord (SOB Research projectnummer 2419-1606). Rouw, de, J.D.J., E.E.A. van der Kuijl, J.F.M. Rohling, 2016: Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Monseigneur Hendriksenstraat 29 te Wehl, Zelhem (Hamaland advies project 161246). Gebruikte kaarten Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 18-1-2023
22
BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS
23
BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN
24
1 103 1001 1 103 1002 1 103 1003 1 103 1004 1 103 1005 1 103 1015 1 103 1050 2 103 2006 2 103 2007 2 103 2008 2 101 2010 2 1 2045 2 1 2050 2 101 2060 2 1 999
0 Zs1 GRBR DGR LG LGBO hb 0 Zs1 BRGE GR LG LGO hb 0 Zs1 BRGE DGR VS VSR hb LGR LG LGC - g2 0 Zs4 GR GR VS VSR - 0 Zs2 LBR GR LG LGN - 0 Zs2 LBR LG LGN - 0 Zs2 LGRBR DGR VS VSR hl g1 0 Zs2 GR BR VS VSR - 0 Zs2 GE LG LGC - 0 Zs2 LGR LG LGBO h1 g1 0 Zs2 BRGR LG LGC h1 0 Zs2 BR LG LGN - g1 0 Zs2 LGEBR WT LG LGN - 0 Lz1 LBR 0 Zs2 LBRGE GR VS VSR hb g1
0001 rb 1 mb 2 rb 01 rb 01 rb 1 rb 0001 mb
000010000000000-
Opmerking
Ijzer/Mangaan
Houtskool
Type puin
Puin
Grind
Humus
Specifiek
Interpretatie
Gevlekt
Kleur
Textuur
Vulling
Spoor
Vlak
Put
BIJLAGE 3 SPORENLIJST
Leembrokken Leembrokken Gele leembrokken Rivierduin Gelaagde verstoring met plastic en leembrokjes Lijkt op s1002; leembrokjes; slecht gesorteerd zand Cultuurdek Rivierduinafzetting Laag van Wijchen Overkoepelend spoornummer recente verstoring
25
BIJLAGE 4 VONDSTENLIJST Niet van toepassing. Er zijn geen vondsten gedaan
26
BIJLAGE 5 OPGRAVINGSVLAKKEN; PUTTENOVERZICHT MET ALLE SPOREN
27
28
BIJLAGE 6 PROFIELEN
29
30