Bijlage 0 Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bahrseweg, 11 augustus 2021.pdf
Tekst van het document
Het projectgebied is 13 hectare groot (zie afbeelding 11) waarbij uit een eerste studie blijkt dat er de volgende technische mogelijkheden zijn: Constructiegebied Aantal modules Aantal omvormer/trafostations
128.900m2 35.184 5
Afbeelding 12: Luchtfoto van het plangebied
In afbeelding 13 is in een eerste impressie opgenomen hoe dit gesitueerd wordt binnen het plangebied. Voor meer detailinformatie zie de inrichtingstekening in de bijlage.
29
KRONOS SOLAR
Afbeelding 13: Inrichtingstekening van het Zonnepark
Voor de ruimtelijke inpasbaarheid is de constructie van de zonnepanelen van belang, welke is weergegeven in afbeelding 14. De heipalen van de fundering en de diepte ervan worden in het hoofdstuk archeologie 4.12 verder toegelicht.
Afbeelding 14: Doorsnede van de basisconstructie
30
KRONOS SOLAR 3.4
Landschappelijke inpassing
Analyse van bestaande kavelstructuur Leidend bij de keuze voor de landschappelijke inpassing zijn het regionale landschapsontwikkelingsplan (“Van nieuwe naobers en brood op de plank”), de Gebiedsvisie Wehlse Broeklanden, het Groenstructuurplan Doetinchem en de algemene aanduidingsregels uit het bestemmingsplan. Er wordt uitgegaan van behoud, bescherming, ontwikkeling en herstel van cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. Daarnaast worden de panelen reliëfvolgend geplaats zodat het oorspronkelijke maaiveld intact blijft. Ontwerp Bij de landschappelijke inpassing wordt ingespeeld op de zichtbaarheid en onzichtbaarheid van de projectlocatie vanuit de wijdere omgeving. Het plan richt zich op het realiseren van een verdichting van het (te) open geworden en qua natuur verarmde landschap. Daarbij blijven bestaande landschappelijke elementen, zoals houtwallen, bosblokken en struweelzones behouden. Hiermee worden onnodige ingrepen in het landschap voorkomen. Historische kavellijnen worden aangezet ter versterking van identiteit, beleving, landschappelijke patronen en ecologie. Als onderdeel van de landschappelijk inpassing zijn onderstaande maatregelen genomen, een en ander wordt onder de opsomming nader uitgewerkt: • • •
• • • • • • • • • • •
Rondom het zonnepark een singel van 5m breed en 5-7m hoog bestaande uit zo’n 11 soorten voor veel variatie; Gebruik aanvullend soorten in singels en struwelen die ook voor trekvogels als lijsterachtigen, bijen, vlinders en andere insectensoorten aantrekkelijk zijn; Rondom het zonnepark wordt de ruimte tussen panelen en het hekwerk in een zone van ca. 5m ingezaaid met een kruidenrijk mengsel. Op de hoeken van het zonnepark wordt deze zone verbreed; Aanleg koeienpaden ofwel kavelpaden van 4m breed aan de westzijde van het westelijk deel van het zonnepark en oostelijk van de Bahrseweg voor passeren met koeien; Aan weerszijden van de Bahrseweg (achter de bermen) een struweel van 3m breed en 3-4m hoog; Aan de zuidzijde een afstand van 3m tussen knotwilgen en struweel voor extra dieptewerking; Aan de zuidzijde onder de knotwilgen een 6m ruigte ten behoeve van de steenuil; Aanplant overhoek oostzijde van 2000m2 voor realisatie van een bosblok, onder meer positief voor reeën; Plaatsen van 4 uilenkasten, weidepaaltjes en uitkijkposten; De grond onder de panelen wordt in overleg ingezaaid met een weidemengsel, eventueel aangevuld met kruiden. Afhankelijk van de grondwaterstand kan de kruidenzone tot 25 cm worden verlaagd.
De uitkomende grond kan worden gebruikt voor ophoging onder singelbeplanting; Bij waterloop aan de westzijde kan in overleg met het waterschap een natuuroever worden aangelegd; Extensief beheer door middel van schapen; Hekwerk met grote mazen en op 10cm van het maaiveld geplaatst waardoor kleine zoogdieren kunnen passeren; 31
KRONOS SOLAR • •
Noodzakelijk technische installaties worden in gedekte kleuren met als hoofdtoon dennengroen (RAL 6009) uitgevoerd; Ontsluiting via de Bahrseweg (beide delen van het zonnepark);
Het zonnepark ligt aan weerszijden van de Bahrseweg, en grotendeels achter de stallen van het melkveebedrijf. Hiermee sluit het goed aan op de bestaande bedrijfsvoering op deze percelen. De opsplitsing door de Bahrseweg zorgt ervoor dat het park als een minder groot vlak in het landschap komt te liggen, een verzoek dat komt uit overleg met de omwonenden. De groenaanplant langs de Bahrseweg zorgen voor een robuuste en toekomstbestendige inpassing, die een blijvende landschappelijke impuls geeft. Bij een goede landschappelijke inpassing dienen ook de bermen van de Bahrseweg in het plan mee te worden genomen. Deze bermen liggen echter buiten het plangebied, en zijn in het bezit en onder beheer van de gemeente Doetinchem. Er is een voorstel voor de inpassing van de Bahrseweg opgesteld, waarover ook is gesproken met de bewoners van de Bahrseweg. Hieruit is gebleken dat de grootste wens is om geen extra bomen aan te planten, en in plaats daarvan in te zetten op de ruimte en passeermogelijkheden voor weggebruikers. Dit voorstel is terug te vinden in de bijlage Participatietraject in de Gesprekken van 1 februari 2021 met de bewoners van de Bahrseweg over inpassing Bahrseweg. De grond onder de panelen wordt ingezaaid met een kruidenmengsel. Rondom het zonnepark, in een 5m zone tussen de panelenopstelling en het hekwerk, wordt ook een kruidenmengsel ingezaaid.
Deze zone kan als voedingsrijke habitat voor verschillende kleine insecten en wilde bijen fungeren en bijdragen aan het herstel van de biodiversiteit in en rondom de projectlocatie. De samenstelling van de kruidenmengsels zal worden afgestemd op de locatie, in overleg met specialisten van de firma Cruydt-hoeck. De voorliggende locatie was van oudsher een stuk kleinschaliger dan wat het huidige beeld nu laat zien. De kavelgrenzen waren rijkelijk beplant, waar nu nog slechts enkele bomen over zijn. De keuzes in de landschappelijke inpassing brengen deze kleinschaligheid weer terug door het opnieuw aanzetten van kavellijnen. De aanleg van het struweel biedt tevens een geschikte broedbiotoop, schuilgelegenheid en/of foerageergebied voor diverse vogels en zoogdieren. Het struweel bestaat uit soorten die van nature reeds in Doetinchem voorkomen zoals de meidoorn, sleedoorn en hondsroos. Vergelijkbare singels zijn ook in de omgeving te vinden. Naar wens kan de singelbeplanting verder worden gevarieerd met andere streekeigen beplantingen. De gedetailleerde invulling van het landschap is terug te vinden in het Landschapsplan en het Inrichtings- en beheerplan in de bijlage.
32
KRONOS SOLAR
Afbeelding 15: Voorbeeld hekwerk, trafostation, wilde natuurlijke haag en kruidenbeplanting
Hekwerken zijn vanwege de veiligheid noodzakelijk. Er wordt gekozen om een hoogwaardig hekwerk opgebouwd uit een combinatie van ruwe houten palen en gaas toe te passen (max 2m). Voor het gaas zal grootmazig Ursus Heavy worden gebruikt, in overleg met omwonenden. Deze hekwerken voorkomen tevens afschrikking van reeën. Het gebruik van hout in het hekwerk vindt aansluiting bij de vele bossen, houtwallen en singels die in de directe omgeving te vinden zijn. Het gaas is open en transparant. Het hekwerk wordt niet pal op de erfgrens geplaats maar op enkele meters ervandaan met een singel of struweel ervoor. Dit hekwerk wordt dus consequent aan de binnenzijde geplaatst, en grotendeels met klimplanten (klimop, kamperfoelie en hop) begroeid. Hierdoor is zowel het zomer- als winterbeeld verdicht door middel van “groene wanden”. De noodzakelijke installaties (netwerkstation, omvormers, onderhoudscontainer e.d.) worden uitgevoerd in gedekte kleuren met als hoofdtoon Dennengroen (RAL6009) en staan tussen de panelen in en zo ver mogelijk van bestaande bewoning af. Hierdoor gaan ze op in de structuur van de rest van het zonnepark.
Afbeelding 16: Staatsbosbeheer hekwerk
Duurzame energie maakt een integraal onderdeel uit van het Nederlandse landschap en de Nederlandse samenleving, en dit zal in de toekomst alleen maar groter worden. Zichtbaarheid vergroot de acceptatie van dit nieuwe landschappelijke element. Door de ligging aan weerszijden van de Bahrseweg en de aanleg van kavelpaden vormt het zonnepark een soepele combinatie met de bestaande bedrijfsvoering. Er worden geen extra wandel- of fietspaden aangelegd omdat het gebied reeds via de Bahrseweg wordt ontsloten en reeën populaties ter plekke kan afschrikken. Er wordt ingezet op meervoudig ruimtegebruik met vooral ecologische meerwaarde bijvoorbeeld
33
KRONOS SOLAR voor reeën (bosblok) en steenuilen (weidepaaltjes, steenuilenkasten, ruigte onder knotwilgen). Door extensief beheer met behulp van schapen ontstaat een gebied met kruidig grasland. Overleg met de omwonenden Het hier beschreven landschapsplan en diverse afspraken die daarmee samenhangen zijn in een uitvoerig proces met de omwonenden afgestemd. Meer hierover is te vinden in paragraaf 2.4. Status omgeving en omgevingsfonds Omwonenden zijn van mening dat de natuur in de gehele omgeving een opwaardering verdient. In aanvulling op de landschappelijke inpassing is daarom met hen gesproken over een mogelijk omgevingsfonds. Dit fonds zou ertoe kunnen dienen ook de grotendeels verdwenen natuur in de bredere omgeving in ere te herstellen, zoals bijvoorbeeld het opnieuw aanplanten van de verbindingswegen. Dit kan onderdeel zijn van het financiële participatie traject. Daarnaast is er een taak weggelegd voor omwonenden in het aanplanten van de eigen erven en erfafscheidingen. De optelsom van deze handelingen zal voor de hele natuurlijke omgeving een opwaardering betekenen, waarin het gebied meer begint te lijken op de situatie zoals die hier in het verleden bestond.
Afbeelding 17: Huidige beeld vanaf de Bahrseweg richting het plangebied: een weidegebied met restanten beplanting
34
KRONOS SOLAR 3.5
Conclusie
De invulling van het zonnepark sluit aan op de locatiekenmerken van het kampenlandschap en broeklandschap. Het plaatsen danwel versterken van de beplanting zorgt ervoor dat de karakteristieke landschapskenmerken behouden blijven. Het veelal verschraalde landschap als gevolg van de ruilverkaveling en modernisering van de landbouw wordt hierdoor opgewaardeerd en in ere hersteld. Het zonnepark blijft voor omwonenden onzichtbaar.
Afbeelding 18: Overzichtsschets met de verschillende maatregelen
35
KRONOS SOLAR
HOOFDSTUK 4 – SECTORALE ASPECTEN 4.1
Inleiding
Om te beoordelen of de aanleg van het zonnepark in overeenstemming is met alle wet- en regelgeving wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de verschillende onderwerpen die daarbij van belang zijn.
4.2
Milieueffectrapportage
Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.- beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben (ook wel genoemd de 'vergewisplicht'). Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, er moet worden nagegaan of er voor activiteiten en projecten beoordeeld moet worden of er een MER gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd om te zien of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • •
belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: • • •
de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten.
Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling betreft de realisatie van een zonnepark op agrarische gronden. De realisatie van zonneparken wordt niet in het Besluit milieueffectrapportage genoemd. Het plan is daarmee niet m.e.r.-plichtig. Gelet op de kenmerken van het project zullen ook geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Eén en ander blijkt tevens uit dit hoofdstuk waarbij uitgebreid is ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten.
36
KRONOS SOLAR 4.3
Bodem- en grondwaterkwaliteit
Bij de toetsing of een project uitvoerbaar is moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Toetsing van de ontwikkeling Gezien de beperkte bodemroering (alleen de basisconstructies voor de zonnepalen en de stations) en het tot op heden agrarische gebruik is de kans zeer gering dat er bodemverontreinigingen aanwezig zijn en dat ze door de aanleg van het zonnepark verstoord zouden kunnen worden. Nader bodemonderzoek is dan ook niet noodzakelijk en het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid.
4.4
Geluid
In de Wet geluidhinder, en de daarbij behorende Besluiten en Regelingen, is bepaald dat bij de beslissing op een aanvraag voor een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan op binnen de onderzoekzones van industrieterreinen, wegen en spoorwegen te realiseren geluidsgevoelige gebouwen of terreinen de waarden uit de Wet geluidhinder in acht dienen te worden genomen. Toetsing van de ontwikkeling Omdat een zonnepark geen geluidgevoelig gebouw of terrein is kan verdere toetsing aan de Wet geluidhinder achterwege blijven. Het geluidseffect van het zonnepark op de omgeving wordt in paragraaf 4.6 (milieuzonering) meegenomen. Het aspect geluid is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
4.5
Luchtkwaliteit
Het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen is geregeld in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: • • • •
er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).30.
Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling leidt vanwege de zeer geringe uitstoot niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor de aanlegfase is er een beperkte toename in verkeersbewegingen en in de gebruiksfase zal er zeer incidenteel verkeer zijn in verband met beheer en onderhoud. Luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
37
KRONOS SOLAR 4.6
Geur
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de Wet geurhinder en Veehouderij. Als gevolg van deze wet worden normen gesteld voor de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten (zoals woningen). Er dient voor deze objecten sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mag geen inbreuk ontstaan op de milieuruimte van omliggende veehouderijen. Toetsing van de ontwikkeling Een zonnepark is geen geurgevoelig object. Daarmee kan verdere toetsing aan de Wet geurhinder en Veehouderij achterwege blijven en vormt het aspect geur geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
4.7
Bedrijven en milieuzoneringen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNGuitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Toetsing van de ontwikkeling De voorgenomen inrichting van de betrokken gronden als zonnepark levert geen hinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies. Wel worden transformators en omvormers geplaatst.
Deze worden echter niet aan de randen van het plangebied gesitueerd. In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ valt dit onder de activiteit ‘elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tussen de 10 en 100 MVA’. De grootste richtafstand is die van geluid en bedraagt 50 meter. Voor de 6 omvormers is de vergelijking gemaakt met de activiteit ‘elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA’. Voor deze activiteit staat in de richtafstanden tabel voor het aspect geluid 30 meter. In het voorliggende plan liggen de dichtstbijzijnde woningen op een grotere afstand. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstanden.
38
KRONOS SOLAR 4.8
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen zijn onderverdeeld in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Van de brandweer zijn er aanbevelingen gedaan t.a.v. het zonnepark deze zijn allen overgenomen. 1. Ten behoeve van de bluswatervoorziening zal minimaal 1 bluswatervoorziening gerealiseerd worden op het terrein met een capaciteit van minimaal 90m3/h. 2. Berijdbare paden met een draagkracht van minimaal 16 ton en voldoen aan de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 (minimaal 3,5 meter breed en voldoende draagkracht zodat de brandweervoertuigen er overheen kunnen rijden). 3.
Het aanbrengen van verharding of grind van 3 meter in het vierkant rond de omvormer/ trafostations. Dit is ook in de inrichtingstekening overgenomen. 4. Kwetsbare onderdelen van de elektrische installatie worden waar nodig beveiligd tegen ongedierte. Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling omvat geen kwetsbare objecten en maakt ook geen nieuwe bronnen mogelijk met veiligheidscontouren. Om de veiligheid te waarborgen wordt rondom het zonnepark een hekwerk geplaatst, waardoor het niet openbaar toegankelijk is en enkel middels een afgesloten poort kan worden betreden ten behoeve van regulier beheer en onderhoud. Daarnaast wordt het park doelmatig geaard en worden elektriciteitskabels op voldoende ondergrondse diepte (bijv. 40 cm) aangelegd. Uit de Risicokaart Nederland blijkt dat er zich in de directe omgeving van de projectlocatie geen risicovolle objecten bevinden waarvan de contouren over het plangebied liggen. Externe veiligheid is dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
39
KRONOS SOLAR
Afbeelding 19: De planlocatie (paars, schematisch) binnen de Risicokaart
4.9
Waterparagraaf
Bij nieuwe projecten moet worden onderbouwd op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het project voor de waterhuishoudkundige situatie. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn: • • • •
Waterbeheerplan 2016-2021 van waterschap Rijn en IJssel; Watervisie 2030 van waterschap Rijn en IJssel; Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (2018); Provinciaal Waterplan.
Op hoger schaalniveau zijn met name het Nationaal Waterplan en de Europese Kaderrichtlijn Water van belang. Belangrijkste uitgangspunt bij deze documenten is deze volgorde te hanteren: • •
vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit).
Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten voor de waterhuishouding in en rond het plangebied, omdat de waterhuishoudkundige situatie nagenoeg ongewijzigd blijft. Onder de 40
KRONOS SOLAR zonnepanelen wordt geen gesloten verharding aangelegd, waardoor het regenwater binnen het plangebied zelf kan infiltreren. Daarnaast zijn er geen te beschermen watergangen in het plangebied. Alleen aan de westzijde van het zonnepark staat een sloot op de legger. Deze sloot wordt niet gewijzigd. Het idee om hier een natuuroever te realiseren zal geen doorgang vinden in verband met onderhoudskosten. Eventueel wordt dit ingezaaid met kruidenrijk gras, maar in overleg met waterschap en waarbij onderhoud mogelijk blijft. Verder worden de panelen en de constructie uitgevoerd van niet-uitloogbare materialen. Op basis hiervan is de conclusie dat er geen water(schaps)belangen in het geding zijn en dat de korte procedure vanuit de watertoets van toepassing is.
4.10
Kabels en leidingen
In het plangebied zijn geen te beschermen kabels en leidingen aanwezig.
4.11
Wet natuurbescherming
Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden met de provincie als bevoegd gezag. Deze wet omvat zowel de soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden. Toetsing van de ontwikkeling Het besluit gebied ligt in Agrarisch met landschapswaarden gebied volgens het bestemmingsplan Wehl – Buitengebied 2002, nadat het bestemmingsplan 2012 waarin het gebied alleen als agrarisch bestemd door de Raad van State is vernietigd. Al geruime tijd is het perceel als bouwland in gebruik (grasland). Daarnaast zijn er geen effecten vanuit het zonnepark op het plangebied of omgeving waardoor eventuele bijzondere natuurlijke en/of landschappelijke waarden in de wijdere omgeving worden aangetast. Uitgangspunt is dat het terrein extensief gemaaid dan wel begraasd wordt door schapen. De randen van het zonnepark worden daarbij extra ingezaaid met een kruidenmengsel voor bijen en vlinders. Gezocht wordt naar een imker om bijenkasten te plaatsen. Door dit extensief beheer, de aanleg van een bosblok en daarnaast houtsingels rondom het gehele park ontstaat een gebied dat ruimte biedt voor meervoudig ruimtegebruik door toevoeging van natuurwaarden ten opzichte van het huidige agrarische gebruik.
De projectlocatie is niet gelegen in of in de directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura2000 gebied of dat onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Daarnaast is in januari 2020 op de planlocatie een ecologische quickscan uitgevoerd, welke is bijgevoegd bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing (door onafhankelijk adviesbureau Econsultancy). Op basis van de conclusie dat er mogelijk steenuilen en vleermuizen in het gebied aanwezig zijn, is deze potentiële aanwezigheid vervolgens nader onderzocht door Econsultancy met onder andere veldbezoeken. Deze studie is tevens bijgevoegd. Hierbij zijn geen geschikte plekken voor vleermuizen gevonden. Ten aanzien van de steenuilen zijn er buiten het plangebied tekenen van steenuilen aangetroffen. Op andere plekken was de aanwezigheid van steenuilen niet met zekerheid te bepalen. Hierbij 41
KRONOS SOLAR gaat het met name om de knotwilgen die zich aan de zuidkant van het plangebied bevinden. Er is hierbij ook overleg geweest met de lokale steenuilenwerkgroep. Er is vervolgens, in overleg met de gemeente en de lokale steenuilenwerkgroep, een plan opgezet met mitigerende maatregelen waarbij een benadering is toegepast waarbij er vanuit is gegaan dat steenuilen zich genesteld hebben op alle mogelijk geschikte plekken rondom het zonnepark. De diverse mitigerende maatregelen die zijn afgesproken zijn de aanleg van nestkasten buiten het zonnepark, het plaatsen van weidepaaltjes aan de binnenzijde van het zonnepark langs de kruidenzones, de aanleg van ruigtes van 6 meter breed onder de wilgen aan de zuidzijde van het plangebied, extra kruidenzones en het plaatsen van een uitkijkpost. Daarnaast zijn de diverse singels en struwelen die als onderdeel van de landschappelijke inpassing worden aangeplant ook een verbetering van het leefgebied voor de steenuil. Meer hierover is te vinden in de bijlagen ”Quickscan ecologie”, “Ecologiestudie effectbepaling steenuilen” en “Akkoord steenuilen werkgroep op voorgestelde plan”. De hieruit voorkomende conclusie is dat er geen grote negatieve effecten van het zonnepark zijn in ecologische zin, immers blijven bestaande ecologische en landschappelijke structuren behouden en waar mogelijk zoveel mogelijk versterkt.
Verder dat zowel de soortenbescherming als de gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming geen belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling. 4.12
Archeologie en cultuurhistorie
Op grond van het Verdrag van Malta en de daaruit voortvloeiende Wet op de archeologische monumentenzorg, dient te worden gekeken naar de archeologische waarden in het plangebied. In paragraaf 1.3 is al ingegaan op het gemeentelijke archeologische beleidskader.
Afbeelding 20: Archeologische verwachtingskaart
42
KRONOS SOLAR Toetsing van de ontwikkeling Voor de projectlocatie gelden twee archeologische verwachtingswaarden. Het gebied is deels aangemerkt als 'hoge verwachting' en deels 'lage verwachting’. Bij de verwachting ‘hoge verwachting' is archeologisch onderzoek noodzakelijk indien de ingrepen groter zijn dan 250m2 en 30cm diepte. Bij een lage verwachting ligt deze grens op 5.000m2 en 30cm diepte. Voor de bovenbeschreven waarden gelden de volgende onderzoeksplichten: Aanduiding
Soort waarde
Vrijstelling in m²
Waarde – archeologie 2 Waarde – archeologie 4
Hoge verwachting Lage verwachting
250 5000
Vrijstelling diepte in cm 30 30
Bij de bouw van het zonnepark blijft de totale oppervlakte aan bodemverstoring zeer gering. De grootste bodemverstoring wordt veroorzaakt door de kabelgeulen, deze zijn 0,6 meter breed en hebben een diepte van 1,30 meter. De overige bodemverstoring bestaat uit het plaatsen van de transformatorstations, het hekwerk en de onderconstructie die met palen in de grond staat. Voor de palen van de onderconstructie is gekozen voor een U-profiel waardoor de oppervlakte aan bodemverstoring zeer minimaal is (0,0007935m² per paal). Onderstaande tabel geeft de bodemverstoring per werkzaamheid aan met een diepte van meer dan 0,3m. Hierbij is voor zowel het aantal benodigde palen als het aantal meter kabels de hoeveelheid zeer ruim naar boven bijgesteld om er zeker van te zijn dat de voorgeschreven waardes niet worden overschreden. Werkzaamheid
Aantal
Bodemverstoring m2
Totaal m2
Onderconstructie (palen)
21.200
0,0007935
16,82
Kabelgeulen
1300
0,6
912
CCTV
11
0,0625
0,9375
Hekwerk (palen)
620
0,01
6,2
Center station
1
18
18
Totaal
953,75
Met de bouw wordt rekening gehouden met de aanwezige archeologische waarde. Het deel van het plangebied waar een hoge archeologische verwachting voor van toepassing is betreft ca. 3,8ha, dit is ca. 29% van het gehele plangebied. Dit zou betekenen dat er ca 278m2 bodemverstoring zou optreden in het gebied met hoge verwachting. Voor dit gebied wordt gezorgd dat er max. 250m2 bodemverstoring optreedt en niet meer. Dit kan worden gedaan door een deel van de kabels bovengronds te verleggen (achter op de onderconstructie middels een kabeldrager), kabels niet dieper te leggen dan 30cm (zie bijlage) en of door de inzet van betonnen voetconstructies, zoals in onderstaande afbeelding en in de bijlagen opgenomen. 43
KRONOS SOLAR
Afbeelding 21: Voorbeeld onderconstructie met betonvoeten
Naast bovenstaande werkzaamheden worden er ook nog een vijftal transformatorhuisjes en eventueel een onderhoudscontainer geplaatst. De transformatorhuisjes hebben een oppervlakte van 64,3m2 per stuk en de container 17,8 m2 en worden gefundeerd op een basis van maximaal 0,3m diep, liggen in de lage verwachtingszone en zijn daardoor vanuit het oogpunt archeologie/impact bodemingrepen niet relevant. Voor het gebied met een lage verwachting vormen bovenstaande werkzaamheden geen probleem.
4.13
Verkeer en parkeren
Het zonnepark wordt ontsloten via de Bahrseweg. Na ingebruikname wordt het zonnepark incidenteel bezocht in het kader van beheer en onderhoud. Voor zover er al sprake is van een verkeersaantrekkende werking is deze beperkt. Het uitgangspunt is dat een ontwikkeling voorziet in de eigen parkeerbehoefte. Op het park is voldoende parkeergelegenheid aanwezig voor het eerdergenoemde incidentele bezoek. Het project voorziet in de benodigde parkeerbehoefte.
4.14
Duurzaamheid
Met de aanleg van het zonnepark wordt invulling gegeven aan de ambitie om te komen tot energieneutraliteit in 2030. Daarnaast wordt meervoudig ruimtegebruik gestimuleerd door het versterken van de ecologische waarde (extensieve begrazing e.d.). Bij de aanleg van het zonnepark worden geen uitlogende materialen gebruikt.
44
KRONOS SOLAR 4.15
Lichtreflectie
Niet-technische samenvatting De schittering en reflectie die door een PV systeem wordt gegenereerd is aanzienlijk lager dan de schittering die afkomstig is van standaard glas, staal of andere veelvoorkomende reflecterende oppervlakken. De efficiënte productie van zonne-energie hangt samen met het absorberen van zoveel mogelijk licht. Doordat de reflectie minimaal is zijn PV modules ook zeer geschikt om op vliegvelden of langs snelwegen in te zetten (zie volgende afbeeldingen). Conclusie: Het valt niet te verwachten dat er sprake is van overlast door schittering danwel reflectie.
Bij de plaatsing van een zonnepark is de lichtreflectie richting de omgeving vaak een punt van aandacht dat door omwonenden wordt genoemd. Van enige lichtreflectie richting de omgeving is echter geen sprake. De schittering en reflectie van een PV systeem zijn aanzienlijk lager dan de schittering en reflectie die wordt gegenereerd door standaard glas en andere veelvoorkomende reflecterende oppervlakken in de directe omgeving van een PV systeem. Een logisch gegeven, gezien het feit dat zonnepanelen gemaakt zijn om zo veel mogelijk zonlicht op te nemen en zo weinig mogelijk zonlicht terug te reflecteren in de atmosfeer. Een efficiënte productie van zone-energie hangt direct samen met het absorberen van zoveel mogelijk licht en tegelijkertijd het minimaliseren van reflectie. Daardoor leveren standaard zonnepanelen veel minder schittering en reflectie dan het glas van een doorsnee raam. De schittering en reflectie van zonnepanelen is eerder te vergelijken met dat van vlak water. In de onderstaande grafiek zijn de percentages aan gereflecteerde energie van de zon te zien ten opzichte van oppervlakken die veel voorkomen in woon/werkgebieden. De legenda aan de rechterkant laat de verschillende oppervlakken zien, waarbij de bovenste het meest reflecteert.
Grafiek 1: Vergelijking in reflectie voor veel voorkomende oppervlakken. Source: Sunpower Corporation: “PV Systems: Low Levels of Glare and Reflectance vs. Surrounding Environment” provided with information e.g.by the University of Minnesota
45
KRONOS SOLAR Overlast door schittering en/of reflectie wordt niet verwacht. Sterker nog, door de beperkte schittering en reflectie zijn zonneparken vaak terug te vinden in de directe omgeving van vliegvelden en snelwegen, zoals zichtbaar is in de onderstaande voorbeelden. Bovendien zal het gehele zonnepark worden omzoomd met een 5 meter brede groene rand van planten en bomen.
Afbeelding 22: Zonnepark op Airport Weeze, Duitsland
Afbeelding 23: Zonne installatie langs de “Brennerautobahn” in Italië
Afbeelding 24: Zonne installatie langs de a94 dicht bij Toging
46
KRONOS SOLAR 4.16
Elektromagnetische straling
Niet-technische samenvatting Bij de bouw van het zonnepark worden enkel zogenoemde ‘industrial grade’ componenten en electronische apparaten gebruikt die voldoen aan alle Europese en internationale normen en richtlijnen. Eventuele electromagnetische emissie blijft onder de grenswaarden die in Nederland worden gehanteerd. Doordat het dichstbijzijnde emissiepunt minimaal 4 meter binnen het hekwerk van het zonnepark gelegen is, is de emissie buiten het zonnepark nihil. Conclusie: Alle componenten en onderdelen die gebruikt worden voldoen aan de Europese en internationale richtlijnen. Het is niet te verwachten dat er sprake is van electromagnetische emissie buiten het zonnepark.
De uitzending van elektromagnetische velden door technische apparatuur heeft effect op mens en omgeving. Elektromagnetische velden worden door alle elektrische apparaten geproduceerd en zijn in elk huishouden aanwezig. Om de emissie hiervan zoveel mogelijk te beperken zijn tal van studies uitgevoerd en internationale en Europese richtlijnen opgelegd voor de productie van technische apparatuur. Binnen de context van elektromagnetische emissie is vooral de volgende richtlijn van belang: “EN61000-6-4:2007 Electromagnetic compatibility (EMC) - Part 6-4: Generic standards Emission standard for industrial environments (IEC 61000-6-4:2006 + A1:2010)” Kronos Solar maakt bij de bouw van zonneparken enkel gebruik van zogenoemde ‘industrial grade’ componenten en elektronische apparaten die voldoen aan de Europese en internationale normen en richtlijnen, en zijn daardoor als veilig voor gebruik aangemerkt. Het Fraunhofer Institute (Europa’s grootste organisatie voor toegepast wetenschappelijk onderzoek) heeft de volgende tabellen gepubliceerd waarin de elektromagnetische emissie van PV-Systemen wordt geïllustreerd.
Fluxdichtheid van een fotovoltaïsch systeem Bron van emissie
Afstand
Fluxdichtheid (µT)
Type
Enkel aderige kabel, gelijkstroom, 3 Ampère Enkel aderige kabel, wisselstroom 0,3A/0,03A
10 cm 1m 10 cm 1m
6 0,6 0,6/0,06 0,06/0,006
Gelijkstroom magnetisch veld Wisselstroom magnetisch veld
Tabel 1: Fluxdichtheid van een PV systeem (vertaald naar NL) Bron: Fraunhofer Institute, Germany, Christian Märtel, www.Photovoltaik-Web.de
In Nederland is het advies dat de fluxdichtheid niet hoger dan 0.4 μT mag liggen in gevoelige gebieden. Tabel 1 laat zien dat zodra de afstand groter wordt, de emissie zeer snel afneemt. Op 1 meter afstand zijn de waardes reeds zo laag dat ervan uit kan worden gegaan dat de emissie buiten het park nihil is. Het dichtstbijzijnde emissiepunt ligt 4 meter binnen het hekwerk van het park. 47
KRONOS SOLAR
Veldsterkte van een fotovoltaïsch systeem Bron van emissie
Afstand
Veldsterkte (V/m)
Type
Zonnepaneel oppervlak, Transformatorloze omvormer Zonnemodule gebied, omvormer met transformator
10 cm 1m 10 cm 1m
350 17 18 0,8
Wisselstroom elektrisch veld Wisselstroom elektrisch veld
Tabel 2: elektrische velden van een PV-Systeem (vertaald naar NL) Bron: Fraunhofer Institute, Germany, Christian Märtel, www.Photovoltaik-Web.de
Voor elektrische velden bij wisselspanning is de toegestane kracht maximaal 10V/m gedurende de nacht in een slaapomgeving, en 20V/m gedurende de dag. Tabel 2 laat zien dat zelfs in de directe omgeving van de elektrische componenten deze waarden reeds zeer laag zijn (1 meter – 17V/m). Buiten het park zijn deze waardes nihil, doordat de afstand vanaf het dichtstbijzijnde elektronische component +/- 50 meter is. De elektromagnetische straling van een zonnepark is enkel afkomstig van de inverters. De overige componenten in het park leveren geen significante straling. Marktleider SMA Solar Technology heeft een onderzoek laten uitvoeren om inzicht in het stralingsniveau van omvormers (de transformatorhuisjes die in een zonnepark worden geplaatst) te krijgen. De omvormers in een zonnepark zijn enkel gedurende de dag in gebruik en worden niet in de nabijheid van mensen ‘gebruikt’. Over het algemeen gedragen PV-omvormers zich niet anders dan typische elektronische huishoudelijke apparaten (zie hiervoor ook onderstaande grafiek). De PVomvormers die Kronos gebruikt voldoen daarnaast altijd aan de strengste eisen (EG richtlijn van 12 Juli, 1999 - betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz — 300 GHz6 ). In het onderstaande diagram zijn enkele elektrische apparaten met elkaar vergeleken op basis van de procentuele straling.
De twee geteste inverters zijn aangegeven als Sunny Boy en Sunny Beam, twee omvormers die door marktleider SMA Solar Technology veelvuldig worden gebruikt voor zonneparken. Ook onafhankelijke studies hebben deze uitkomsten bevestigd.
6
http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:31999H0519&from=EN
48
KRONOS SOLAR Stralingsbelasting van diverse elektrische apparaten
Diagram 1: Stralingsbelasting van verschillende elektrische apparaten Bron: SMA Solar Technology AG ´Elektromagnetische (Umwelt-)Verträglichkeit´
4.17
Warmteontwikkeling
Niet-technische samenvatting Recente studies hebben onderzocht of er bij zonneparken sprake is van zogenoemde ‘(Urban) Heat Island Effects’ (UHI-Effecten). Er is op dit moment nog geen wet- en/of regelgeving omtrent UHIEffecten in Nederland. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat er onder bepaalde condities sprake kan zijn van een hogere temperatuur direct boven het zonnepark (1.9°C op 5-18m). Rondom het zonnepark zijn eventuele temperatuurverschillen te verwaarlozen. Conclusie: Het is niet te verwachten dat er sprake is van temperatuurverschillen door de komst van een zonnepark.
Voor het onderwerp warmteontwikkeling is op dit moment nog geen wet- en/of regelgeving opgesteld. In verband met de zorgvuldige afweging en een goed ruimtelijke onderbouwing is gekeken naar enkele studies die de mogelijke effecten in kaart brengen. 49
KRONOS SOLAR Recente studies hebben onderzocht of grootschalige zonneparken kunnen leiden tot de ontwikkeling van een zogenaamd ‘heat island effect’. Uit een studie van de Columbia University7, New York, blijkt dat de luchttemperatuur door een zonnepark wordt beïnvloed. Uit de studie blijkt dat de lucht temperatuur direct boven de panelen gemiddeld met 1.9°C hoger uitvalt. Het temperatuurverschil vervalt bij een hoogte van 5m – 18m boven de panelen. Gelet op de directe omgeving van een zonnepark is uit de studie gebleken dat het temperatuur verschil in de eerste 100m zeer sterk daalt tot waardes tussen de 0,3°C – 0,5°C. De temperatuur verschillen rondom het park zijn deels, danwel geheel te verwaarlozen afhankelijk van de windrichting en eventuele neerslag. De enige significante warmteontwikkeling die plaatsvindt is te meten op de panelen waar het temperatuurverschil kan oplopen tot ca. 30°C hoger dan de gemeten omgevingstemperatuur. Deze warmte ontwikkeling is te verwachten, alle oppervlakte die zon opvangen worden uiteindelijk warmer (bijv. auto, dak of zand). De uiteindelijk weerslag op de luchttemperatuur beperkt zich tot onderstaande waardes.
Grafiek 3: Overzicht warmteontwikkeling in relatie tot afstand
Bij de studie uitgevoerd door Columbia University dienen de volgende kanttekeningen gezet te worden. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van simulaties die geen rekening houden met omgevingsfactoren die bepalend zijn voor de locatie waarin het zonnepark geplaatst wordt. Daarnaast is bij de simulatie gekozen voor een opstelling die lager bij de grond staat dan de opstelling die in deze ruimtelijke onderbouwing wordt voorgesteld. Dit is belangrijke kanttekening omdat een andere studie uitgevoerd door het National Center for Atmospheric Research8, heeft uitgewezen dat een zonnepark een verkoelend effect (0,26°C in bewoonde gebieden) kan hebben op de directe omgeving. De studie concludeert dat door de daling in luchttemperatuur veroorzaakt door een zonnepark, af te zetten tegen de hogere lucht temperaturen die veroorzaakt worden door ‘stedelijke ontwikkelingen’ het verschil nagenoeg nihil is. Op onderstaande afbeelding is het UHI (Urban Heat Island) effect van Wehl te zien. In de kern van Wehl zijn waardes tussen 1.0°C – 1.2°C terug te vinden. Verder richting het buitengebied nemen deze waardes af en komen ze rond de 0.2°C uit. Het Nationaal Georegister merkt bij het UHI effect op dat deze ’s nachts het sterkst is. Uit de onderzoeken naar mogelijke Heat Island effecten bij
7
Analysis of the potential for a Heat Island Effect in Large Solar Farms, Columbia University: http://www.clca.columbia.edu/13_39th%20IEEE%20PVSC_%20VMF_YY_Heat%20Island%20Effect.pdf 8 Impact of solar panels on global climate: https://www.nature.com/articles/nclimate2843
50
KRONOS SOLAR zonneparken is naar voren gekomen dat deze in tegenstelling tot Urban Heat Islands wel geheel afkoelen gedurende de nacht.
Afbeelding 25: Omgeving Doetinchem en Wehl, planlocatie in rood
Een verdere studie van het Frauenhofer Institut9 geeft ook weer dat de donkere oppervlakte die terug te vinden zijn in een zonnepark een hogere absorptiegraad hebben. Het Frauenhofer institut heeft berekend dat de reflectiegraad (Albedo) van PV-module met een rendement van 17% vergelijkbaar zijn met een oppervlakte waarvan het Albedo 20% is. Ter vergelijking: asfalt heeft een Albedo van 15%, gazon van 20% en een woestijn heeft een reflectiegraad van 30%. Gelet op het huidige gebruik van de percelen waarbij een deel als grasland en een deel als bouwland (mais) werd ingezet blijft het Albedo vergelijkbaar met de huidige situatie. De drie bovenstaande studies kijken vanuit verschillende perspectieven naar de situatie waardoor er kleine verschillen zijn in de meetresultaten. De uiteindelijke conclusie van de drie studies komt met elkaar overeen, temperatuur verschil, of een zogenaamd ‘heat island effect’ door de komst van een zonnepark is niet aan de orde. Toetsing van de ontwikkeling Het is niet te verwachten dat er een zogenaamd ‘Heat Island’ effect zal optreden door de komst van een zonnepark.
9
Aktuelle fakten zur photovoltaik in Deutschland: https://www.ise.fraunhofer.de/content/dam/ise/de/documents/publications/studies/aktuelle-fakten-zurphotovoltaik-in-deutschland.pdf
51
KRONOS SOLAR
HOOFDSTUK 5 – UITVOERBAARHEID 5.1
Economische en financiële haalbaarheid
Wanneer er sprake is van een bouwplan als bepaald in de ruimtelijke wetgeving dan moet hiervoor in beginsel een exploitatieplan worden vastgesteld. Hiermee worden de gemeentelijke kosten geborgd. Hiervan kan worden afgezien als het kostenverhaal op een andere manier verzekerd is. De realisatie van een zonnepark is geen bouwplan als bepaald in de wet (het gaat om een bouwwerk, geen gebouw). De vaststelling van een exploitatieplan is bij de omgevingsvergunning dus niet vereist. Daarnaast wordt er een overeenkomst gesloten tussen gemeente en ontwikkelende partij waarin het kostenverhaal (waaronder planschade) is geregeld. De financiële haalbaarheid van het plan wordt daarmee gewaarborgd. Kronos Solar werkt samen met gerenommeerde financiers. De middelen worden beschikbaar gesteld wanneer duidelijk is dat de benodigde vergunningen afgegeven zijn en de SDE++ subsidie verkregen is. Voor dat laatste is het eveneens noodzakelijk dat de gemeentelijke vergunningen zijn afgegeven. Om die reden wordt de gemeente verzocht de betaling van de bouwleges te verplaatsen naar het moment dat daadwerkelijk met de bouw van het project gestart wordt.
5.2
Handhaving
De gemeente Doetinchem voert haar handhavingstaak uit op basis van het VTH Beleidsplan Doetinchem 2018-2023. Hierin geeft zij aan de verschillende belangen in de gemeente te willen beschermen, met als visie “Met elkaar werken en niet langs elkaar heen!”. Het beleid is gebaseerd op de zogenaamde Big-8 beleidscyclus, die door veel gemeenten wordt toegepast. Het doel en de beleidsuitgangspunten van het handhavingsbeleid zijn: • • • •
Eenduidig, cyclisch kader voor de sturing van de uitvoering; Voldoen aan wet- en regelgeving; Samenwerken; Denken in mogelijkheden in plaats van beperkingen.
De gemeente Doetinchem wil in samenwerking met haar inwoners een veilige en gezonde leefomgeving creëren. Daarbij is aandacht voor duurzaamheid belangrijk. Ook staat ze open voor alternatieve oplossingen die door inwoners worden aangedragen, en wil ze ruimte bieden voor initiatieven.
52
KRONOS SOLAR 5.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Draagvlak Kronos Solar werkt in een vroeg projectstadium actief aan het creëren van draagvlak voor het zonnepark bij de directe omwonenden van het park. Het is van belang dat inwoners dit herkennen als “ons eigen” zonnepark. De inwoners van Wehl moeten merken dat een zonnepark ook voor hen is gebouwd, en kansen voor hen biedt. Het creëren van een breed maatschappelijk draagvlak voor een door Kronos Solar ontworpen zonnepark neemt daarom een belangrijke rol in het proces van projectontwikkeling in. Kronos heeft in samenwerking met de grondeigenaar van de voorgestelde percelen een plan opgezet om omwonenden zo vroeg mogelijk te informeren en te betrekken bij het initiatief. Bij het zonnepark in Wehl zijn daartoe publieke informatiebijeenkomsten georganiseerd en keukentafelgesprekken gevoerd. Naar aanleiding hiervan zijn direct omwonenden gestimuleerd om een werkgroep op te richten om de plannen samen te bespreken. Met deze werkgroep zijn vervolgens verschillende gesprekken gevoerd over het initiatief. Hieruit zijn diverse aanpassingen voortgevloeid, zoals de gebruikte percelen, de afmetingen van het zonnepark en de inpassingsmaatregelen. Uiteraard worden de directe omwonenden van de vorderingen van het project op de hoogte gehouden. De proces- en financiële participatie is reeds in meer detail besproken in paragraaf 2.4.
Tenslotte dient vermeld te worden dat Kronos Solar, in tegenstelling tot vele andere (Nederlandse) projectontwikkelaars, gedurende het gehele proces van projectontwikkeling nauw betrokken blijft bij haar individuele projecten. Doordat Kronos Solar als doel heeft haar projecten na de ontwikkeling in eigen beheer te houden, blijft de projectontwikkelaar na de constructie van het park aanspreekpartner voor grondeigenaren en omwonenden, maar ook de Gemeente Doetinchem en alle inwoners die participeren in het zonnepark, tot het zonnepark ontmanteld en het perceel in zijn oorspronkelijke staat opgeleverd wordt. Dit levert voor alle betrokken partijen transparantie en een heldere communicatievorm op en illustreert de grote betrokkenheid van Kronos Solar voor het welzijn van haar projecten en klanten.
Financiële Participatie Financiële participatie Bij de financiële participatie is het belangrijkste uitgangspunt dat er een optie wordt gekozen die het beste aansluit bij de wensen en behoeften van omwonenden. Financiële participatie kan namelijk op verschillende manieren worden ingekleed. Tijdens de werkgroep bijeenkomsten is door omwonenden aangegeven dat er een behoefte is aan bredere natuurontwikkeling in de omgeving. Kronos Solar heeft hierop aangeboden een bedrag te kunnen doneren aan een bestaand of door de buurt opgericht omgevingsfonds voor de stimulering van natuurontwikkeling in de omgeving. In het plan voor de landschappelijke inpassing is dit idee verder uitgewerkt door voorbeelden te geven van manieren waarop dit zou kunnen worden gerealiseerd in aansluiting op de cultuurhistorie van het gebied, bijvoorbeeld door aanplant van verbindingswegen en erven. Aanplant van groen op agrarische gronden van lokale grondbezitters zou een verdere overweging zijn, mits deze grondbezitters hier voor open 53
KRONOS SOLAR staan. Ook de gemeente heeft aangegeven dat er buiten het plangebied mogelijkheden zijn tot bredere natuurontwikkeling en dat aangesloten kan worden bij bestaande initiatieven indien gewenst. Financiële participatie is in Augustus 2020 aan bod gekomen in de werkgroep, maar een verdere uitwerking zal in een bredere groep worden besproken. Dit traject is reeds ingezet door naast de omwonenden ook de dorpsraad van Wehl en de wijkraad Wehlse Broeklanden te benaderen. Mocht een omgevingsfonds toch niet de gewenste uitkomst van de financiële participatie bieden, dan worden door Kronos Solar nog diverse alternatieve participatiemogelijkheden aangeboden: •
•
•
•
•
Voor wie overweegt zonnepanelen op zijn eigen dak te leggen kan Kronos Solar de inwoners van Doetinchem, woonachtig binnen een straal van 1,5km rondom het zonnepark, de mogelijkheid bieden om mee te doen in een collectieve inkoop waarbij de panelen kunnen worden verkregen via een lokale energie coöperatie. Als Kronos de panelen voor het park bestelt kunnen de inwoners meeliften op de bestelling, en kunnen zonnepanelen tegen inkoop-kostprijs geleverd krijgen. Kronos Solar kan zonnepanelen doneren aan enkele maatschappelijke functies in Doetinchem. Bijvoorbeeld een verenigingsgebouw kan dan over gratis elektrische energie beschikken. Lokaal eigenaarschap via een lokale energie coöperatie. Een deel van het door Kronos aan te leggen zonnepark (max. 50%) kan in eigendom komen van een lokale energie coöperatie. Burgers kunnen vervolgens aandelen verkrijgen via de lokale energie coöperatie. Burgers die geen eigen panelen op hun dak kunnen leggen kunnen zo toch investeren in zonnepanelen of een rendement behalen door te investeren in het zonnepark Kronos Solar zal scholen in Doetinchem educatieve faciliteiten aanbieden over duurzame energie. Gedurende de eerste tien jaar kan één dag per jaar worden besteed aan educatieve doeleinden zoals lessen op school, of voor het rondleiden van schoolklassen bij het zonnepark.
Daarbij zal dan ook aandacht worden geschonken aan onderwerpen als de ecologische waarde en biodiversiteit van het zonnepark. Tijdens de aanleg van het park en tijdens het erop volgende beheer zal de mogelijkheid geboden worden om lokale bedrijven, en waar mogelijk ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, via SROI (Social Return on Investment) te betrekken. Dat zou kunnen via de lokale sociale werkvoorziening. Te denken valt aan uitvoerende werkzaamheden (opbouwen van het park, omheinen, eventuele grondwerkzaamheden, beveiliging, huisvesting en catering voor de medewerkers tijdens de realisatiefase, onderhoud en beheer van het terrein daarna, of educatieve werkzaamheden).
De precieze invulling, samenstelling en uitwerking van deze opties zullen in samenspraak met omwonenden, dorpsraad, de gemeente en waar mogelijk een lokale energie coöperatie nader worden uitgewerkt. De daadwerkelijk uitvoering van financiële participatie zal pas na vergunningsverlening en na realisatie van het zonnepark gaan lopen. Op dat moment genereert het zonnepark namelijk inkomsten. De hoogte van de inkomsten is afhankelijk van de SDE++ subsidie die pas na vergunningverlening kan worden aangevraagd. Het is om deze reden dat financiële participatie voor vergunningsverlening niet kan worden afgerond. Om zekerheid te geven dat Kronos Solar
54
KRONOS SOLAR financiële participatie aanbiedt en goed inricht zal er met de gemeente een anterieure overeenkomst worden gesloten waarin dit wordt vastgelegd.
Juridische procedure Bij de verlening van een omgevingsvergunning die strijdig is met het geldende bestemmingsplan is wettelijk vastgelegd welke stappen doorlopen moeten worden. Een permanente vergunning wordt eerst als ontwerp ter inzage gelegd. Tijdens die termijn kan iedereen schriftelijk zienswijzen indienen tegen het voornemen tot het verlenen van de omgevingsvergunning. Eventuele zienswijzen en de gemeentelijke reactie daarop worden bij de definitieve besluitvorming betrokken. Na het verlenen van de vergunning kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank tegen de verleende vergunning. Tot slot kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
HOOFDSTUK 6 – AFWEGING EN EINDCONCLUSIE De aanleg van een zonnepark aan de Bahrseweg ten noorden van Wehl is strijdig met het geldende bestemmingsplan omdat het niet past binnen de agrarische bestemming. In deze ruimtelijke onderbouwing is onderzocht of de gewenste ontwikkeling past binnen de wettelijke en beleidsmatige kaders. Met het initiatief wordt bijgedragen aan de doelstelling om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Daarnaast past het binnen de aangegeven ruimtelijke kaders en sluit de inrichting van het terrein aan op de cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Tegen de aanleg van het zonnepark zijn vanuit andere ruimtelijke en/of milieutechnische aspecten ook geen bezwaren. De locatie is geschikt omdat de ontwikkeling niet wordt belemmerd door reeds aanwezige, beperkende milieuaspecten en het geen hinder veroorzaakt op de omgeving. Het plan is economisch uitvoerbaar omdat er een overeenkomst met de ontwikkelende partij wordt gesloten over de kosten. Over het ontwerp is overeenstemming gevonden met de omwonenden. Er zijn concrete voorstellen om het maatschappelijk draagvlak te vergroten en de wettelijke procedures worden doorlopen waardoor zienswijzen, bezwaar en beroep ingesteld kunnen worden. Op basis van bovenstaande is de conclusie dat met de aanleg van het zonnepark wordt voldaan aan de criteria voor een goede ruimtelijke ordening.
55
KRONOS SOLAR
BIJLAGEN
1. Reactie op aanvullende vragen april 2020 2. Inrichtingstekening met maatvoering 3. Profiel locaties dwarsdoorsneden 4. Dwarsdoorsneden landschap 5. Landschapsplan 6. Inrichtings- en beheerplan 7. Schets met inpassing 8. Participatietraject 9. Motivatie grondeigenaar 10. Quickscan ecologie 11. Ecologiestudie effectbepaling steenuilen 12. Akkoord steenuilen werkgroep op voorgestelde plan 13. Archeologie 14. Aerius berekening 15. M.E.R. 16. Uitloging studie 17. Vervuiling van zonnepanelen 18. Planschaderisicoanalyse 19. Rapport nulsituatie steenuilen 20. Doorsnede Klantstation Liander 21. Doorsnede Omvormers 22. Doorsnede interne wegen 23. Doorsnede kabelgoten 24. Doorsnede kabelgoten archeologisch gebied 25. Profiel van ram 26. Draagconstructie zonnepanelen 27. Draagconstructie zonnepanelen archeologisch gebied 28. Beveiligingscamera camera maatvoering 29. Beveiligingscamera datasheet 30. Hekwerk 31. Toegangspoort 32. Materialen en kleuren 33. Data privacy 34. 20 voet onderhoudscontainer 35. Plangebied zonder intekening
56