B6.1 Bijlagen bij onderbouwing Oude Terborgseweg 313 (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 3. 7 Grond . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 3. 8 Grondwater . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 3. 9 Asbest . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 3. 10 Toetsing hypothese . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 4 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 4. 1 Conclusies . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 4. 2 Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7:
Ligging onderzoekslocatie Boorstaten en zintuiglijke waarnemingen
Analyseresultaten Toetsingstabellen Situering monsterpunten
Checklist vooronderzoek Certificaat puingranulaat
Rapportnummer: K2420210
1
1
INLEIDING
opdracht van BEN (geanonimiseerd) Ns (geanonimiseerd) deer De Klinker Milieu Adviesbureau een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en 5897 op de locatie Oude Terborgseweg 313 te Doetinchem. In
De onderzoekslocatie en
bijlage
5 een
heeft
overzicht
een
oppervlakte
van
450
m?.
In
bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen
de onderzoekslocatie.
van
aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de buitenplanse omgevingsactiviteit. Hierbij zal het achterhuis worden verbouwd tot woning. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. De
Het
door
voldoet
De aan
Klinker
Milieu
NEN-EN-ISO
Adviesbureau
9001:2015.
geen sprake werkzaamheden
een
relatie die de
zou
kunnen
In
rapportage
van
voorliggende
verkennend
informatie,
gehanteerde kwaliteitssysteem
Tussen
De
Klinker Milieu
onafhankelijkheid
en
integriteit
zou
de toepassing
en
Adviesbureau
en
kunnen
de
daarvan
opdrachtgever is en/of haar
beïnvloeden
belemmeren.
wordt
bodemonderzoek.
In
een
overzicht
hoofdstuk
2
gegeven
worden
de
van
de
tijdens
resultaten het
het
uitgevoerde
vooronderzoek
verzamelde
van
de
globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens en de hypotheses weergegeven. onderzoeksopzet en de uitgevoerde werkzaamheden. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten weergegeven in hoofdstuk 4. Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 3 presenteert de
Rapportnummer:
K2420210
2
2
VOORONDERZOEK
Onderstaand wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (2023). Hierbij is getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In bijlage 6 is de tabel met de diverse
aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven , alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De gekozen aanleiding van het vooronderzoek is ‘A: uitvoeren van bodemonderzoek , saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie’. In onderstaande alinea’s worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. 2. 1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft het perceel , kadastraal bekend als gemeente Doetinchem (DTC01) , sectie L , perceelnummer 3767 (ged. ) (bron: Kadaster). Voor het vooronderzoek zijn gegevens van zowel de
onderzoekslocatie als de direct aangrenzende percelen bekeken. 2. 2 Locatie-inspectie De onderzoekslocatie betreft woning aan de Oude Terborgseweg. Men is voornemens het achterhuis te verbouwen tot woonruimte , zodat er twee woningen ontstaan. Het voorhuis is reeds in gebruik als woning.
Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden op 16 september 2024 heeft een plaatsgevonden. Onderstaande foto’s geven een indruk van de onderzoekslocatie.
foto 1
foto 2
locatie-inspectie
foto 3
2. 3
Historische kaarten Historische kaarten , afkomstig van www.topotijdreis.nl , tonen aan er zijn geen verdachte zaken waar te nemen op de historische kaarten die betrekking hebben op het voorkomen van bodembedreigende activiteiten.
Rapportnummer: K2420210
3
2023
2020
1980
1960
1955
1940
2. 4 Informatie Omgevingsrapportage Uit de omgevingsrapportage blijkt dat er van de locatie en de directe omgeving geen gegevens beschikbaar zijn. 2. 5 Bodemkwaliteitskaart De locatie is volgens de bodemkwaliteitskaart van Regio Achterhoek gelegen in deelgebied ‘Overig gebied met de volgende bodemkwaliteitsklassen:
Ontgravingskwaliteit: o bovengrond: landbouw/natuur; o tussenlaag: landbouw/natuur; o ondergrond: landbouw/natuur; Bodemfunctieklasse: landbouw/natuur; Toepassingsklasse: o bovengrond: landbouw/natuur , o tussenlaag en ondergrond: landbouw/natuur , (bron: informatie Omgevingsdienst Achterhoek). -
Asbestdakenkaart Volgens de asbestdakenkaart van de Provincie Gelderland zijn op de locatie geen daken met asbestverdachte dakbedekking aanwezig. Dit is bevestigd tijdens de locatie inspectie. 2. 6
2. 7
Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B40F0753 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd. De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:
Rapportnummer: K2420210
4
Afbeelding: Regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket)
De regionale grondwaterstroming is oostelijk gericht (bron: Isohypsenkaart provincie Gelderland). 2. 8 Beïnvloeding vanuit de omgeving Vanuit de omgeving zijn geen zaken bekend die van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit van de
huidige onderzoekslocatie. 2. 9 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet bekend. Er zijn vooraf echter geen aanwijzingen aangetroffen dat de bodem op de locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging. Bij de werkzaamheden is echter een puinverharding aangetroffen rondom de bebouwing op de onderzoekslocatie. Door de eigenaar is aangegeven dat een deel (ten noorden van de onderzoekslocatie) van de verharding recent is aangebracht en afkomstig is van een gecertificeerde puinbreker. De certificaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 7. Van een ander deel op de locatie , aan de oostzijde van de woning , zijn geen gegevens bekend van het puin. Derhalve is het puin aan de noordzijde van de onderzoekslocatie verdacht op het voorkomen van
asbest.
Rapportnummer: K2420210
5
2. 10 Hypothese en strategie De hypotheses en onderzoeksstrategieën zijn weergegeven in tabel 2. 1. Tabel 2. 1: Geselecteerde deellocaties en hypothese Deellocatie Oppervlakte (m²) Hypothese Puinverharding Verdacht , < 10 450 Overig terrein Onverdacht ONV-NL * = onverdachte , niet lijnvormige locatie
Verdachte stoffen asbest -
Verdachte bodemlaag verharding
Strategie* paragraaf 6. 5. 3. 3 NEN 5897 ONV-NL
Indien in de geanalyseerde monsters geen van de onderzochte stoffen aanwezig zijn in een concentratie boven de kwaliteitseis landbouw/natuur uit de Regeling Bodemkwaliteit 2022 of de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering (voormalige interventiewaarden uit Circulaire bodemsanering 2013) uit bijlage Vd van het Bkl wordt de hypothese onverdacht aangenomen en de hypothese verdacht verworpen.
Rapportnummer: K2420210
6
ONDERZOEKSOPZET
EN
UITGEVOERDE
WERKZAAMHEDEN
Onderzoeksopzet
2.11
oppervlakte van 450 m?. Het aantal boringen, gaten en peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740 en NEN 5897 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. In tabel 3.1. worden de uit te voeren De
onderzoekslocatie heeft
veld-
en
laboratorium werkzaamheden
Tabel 3.1: Uit te voeren
weergegeven.
veld- en laboratoriumwerkzaamheden
Locatie Gehele
een
Veldwerk terrein
Analyses
2 gaten / boringen 1
boring
1
peilbuis
tot
tot
0,5
m-mv
2,0 m-mv
1x standaardpakket
grond (laag 0,0-0,5 m-mv)
1x standaardpakket
grond (laag 0,5-2,0 m-mv)
1x standaardpakket
grondwater
1
De
opgeboorde grond de veldwaarnemingen
wordt in en
trajecten bodemlagen.
van
maximaal
50
x
asbest in puin cm
bemonsterd,
of anders
afhankelijk
van
Veldonderzoek
2.12
In tabel 3.2 worden
de verrichte veldwerkzaamheden
weergegeven.
Tabel 3.2: Verrichte veldwerkzaamheden
Locatie
Aantal boringen
Gehele terrein
2 boringen tot 0,5
(excl. peilbuizen)
1
gat/boring
1
gat tot onderzijde
(2
en
3)
Aantal peilbuizen 1
peilbuis (PB1, filterstelling 3,5-4,5 m-mv)
2,0 m-mv (G2) puinverharding (G1)
uitgevoerd op 16 september 2024 (boorwerkzaamheden) en op 26 september 2024 (monsterneming grondwater) door (geanonimiseerd) EN HN (geanonimiseerd) zowel De Klinker Milieu Adviesbureau als (geanonimiseerd) BM Kinnaer zijn erkend voor het uitvoeren van deze werkzaamheden (certificaat K25343-18). De
veldwerkzaamheden
tot
m-mv
zijn
De veldwerkzaamheden
zijn uitgevoerd conform de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Tevens is conform de “Veldwerk gewerkt Beoordelingsrichtlijnen bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" (BRL-SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001en 2002. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van het materiaal in en is en opgeboorde gekarakteriseerd vastgelegd verontreinigingen boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de “olie-op-water"proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. De zintuiglijke waarnemingen en boorprofielen zijn vermeld in bijlage 2.
Rapportnummer:
K2420210
7
2. 13 Chemisch onderzoek De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling staan weergegeven in tabel 3. 3. Tabel 3. 3: Geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling Monster Deellocatie Samenstelling Gehele terrein
Traject (m-mv)
Analyse
MMBG1
G
1-1 , 2-2 , 3-2 , G2-2
01-08 , ,
Standaardpakket grond en arseen 1
MMOG1
G
1-3 , 1-4 , 1-5 , G2-3 , G2-4 , G2-5 , G2-6
08-20 , ,
Standaardpakket grond en arseen
01-1-1
W
PB01
35-45 , ,
AMM01
A
G1 en G2
00-03 , ,
Standaardpakket grondwater Asbest in puin
G=grond W=grondwater A=puinmonsters i. k. v. asbestonderzoek
Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door Eurofins Analytico B. V. (Raad voor de Accreditatie (RvA)- erkend laboratorium (NEN-EN-ISO/IEC 17025). Tevens is Eurofins Analytico B. V. ISO 14001 gecertificeerd en AS 3000 erkend. In de onderstaande tabel worden de samenstelling van de standaard analysepakketten weergegeven Tabel 3. 4: Samenstelling standaard analysepakketten Zware metalen: Ba , Cd , Co , Cu , Hg , Pb , Mo , Ni , Zn
Grond *
Aanvullend zware metalen: Arseen Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM)) PCB (7)
* * *
Minerale olie Vluchtige aromaten , incl. naftaleen en styreen
*
Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (incl. vinylchloride , chloorpropanen en bromoform) Geleidbaarheid , pH en troebelheid Organische stof en lutum
1 In verband met
Grondwater *
* * * *
*
het aantreffen van roest in de bodem is de grond aanvullend geanalyseerd op arseen.
Rapportnummer: K2420210
8
3
ONDERZOEKSRESULTATEN
Globale bodemopbouw globale beschrijving van de bodemopbouw is opgenomen onderstaande tabel. Het beschrijving van de bodemopbouw ter plaatse van boring 01 van onderhavig onderzoek. 3. 1 Een
Tabel 4. 1: Lokale bodemopbouw Bodemsamenstelling Diepte [m-mv]
Opmerkingen
00, - 025 ,
Volledig puin Zand , matig fijn , zwak siltig , zwak humeus
-
Zand , matig fijn , zwak siltig Zand , matig fijn , zwak siltig , zwak humeus
-
Zand , matig fijn , zwaks siltig Zand , matig grof , zwak siltig
-
Matig roesthoudend
39, – 41,
Zand , matig grof , zwak siltig Zand , matig grof , zwak siltig Zand , uiterst fijn , uiterst siltig
41, – 45,
Zand , matig grof , zwak silitig
-
025 , – 06 , 06, – 09, 09, – 12, 12, – 16, 16, – 22, 22, – 24, 24, – 39,
3. 2 Zintuiglijke waarnemingen De tijdens de veldwerkzaamheden weergegeven in tabel 4. 2. Tabel 4. 2: Zintuiglijke afwijkingen Boring Traject (m -mv) 01
02 03 G1 G2
000 , - 025 , 025 , , - 060 060 , , - 090 000 , , - 010 000 , - 010 , 000 , , - 025 000 , , - 030 100 , , - 130
is de
-
Matig roesthoudend -
-
zintuiglijke
waargenomen
afwijkingen
in
de bodem
zijn
Waargenomen bijzonderheden
volledig puingranulaat zwak baksteenhoudend matig baksteenhoudend volledig puingranulaat brokken beton volledig puingranulaat volledig puingranulaat zwak baksteenhoudend
3. 3 Veldmetingen Bij bemonstering van het grondwater uit de peilbuizen is de grondwaterstand , de zuurgraad (pH) , geleidbaarheid en de troebelheid gemeten. De meetresultaten zijn opgenomen in tabel 4. 3. Tabel 4. 3: Grondwaterstand , zuurgraad , geleidbaarheid en de troebelheid grondwater Peilbuis PB01
Plaatsingsdatum
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad
ringsdatum
Bemonste-
pH
Geleidbaarheid EGV (µS/cm)
Troebelheid (ntu)
16-09-2024
26-09-2024
35-45 , ,
28,
68,
334
723 ,
Geen
van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde , welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden.
3. 4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest Ten tijde van het veldonderzoek heeft een visuele beoordeling van asbest op de bodem plaatsgevonden (maaiveld inspectie). Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De puinfundatie uit de gegraven gaten is geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. In het fundatiemateriaal uit de gaten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Rapportnummer: K2420210
9
opgeboorde grond van het overig terrein is visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. In de bodem is geen ‘asbestverdacht’ materiaal aangetroffen. Opgemerkt dient te worden dat er geen verkennend asbestonderzoek conform NEN-5707 “Monsterneming en analyse van asbest in bodem” of NEN-5897 “Monsterneming en analyse van asbest in bouw- en sloopafval en puingranulaat” heeft plaatsgevonden. De
3. 5 Toetsingskader De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de volgende waarden: Kwaliteitseisen uit het Besluit Bodemkwaliteit (bijlage B , regeling bodemkwaliteit 2022); Interventiewaarde bodemkwaliteit (bijlage IIa , Besluit activiteiten leefomgeving);
Signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering (Bijlage Vd , Besluit kwaliteit leefomgeving = interventiewaarden Circulaire bodemsanering 2013). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de , door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). Toetsingen zijn voorlopig uitgevoerd volgens tijdelijke kaders van de Omgevingswet , in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat medio 2024. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. De in deze tabel genoemde kwaliteitseisen hebben de volgende betekenis: = bestaande kwaliteit in ‘schone’ gebieden Landbouw/natuur Wonen Industrie Interventiewaarde Signaleringsparameter
geschikte toestand voor functie Wonen geschikte toestand voor functie Industrie aanwezigheid van mogelijke onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu beoordeling of sanering nodig is bij historische grondwaterverontreiniging
= = = =
De kwaliteitseisen voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel (zie bijlage 3 voor de analyseresultaten en bijlage 4 voor de toetsing). Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel , ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: Kwaliteitseis Landbouw/natuur (a)
Ondergrens kwaliteitsklasse
Bovengrens kwaliteitsklasse
-
Landbouw/natuur
Wonen (b)
Landbouw/natuur
Wonen
Industrie Matig verontreinigd Sterk verontreinigd
Wonen
Industrie Interventiewaarde bodemkwaliteit
Industrie Interventiewaarde bodemkwaliteit
-
De locatie wordt als verontreinigd beschouwd , indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de kwaliteitseis landbouw/natuur. Overschrijding van de kwaliteitseis industrie houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader
onderzoek moet worden uitgevoerd. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de klasse landbouw/natuur en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen:
Rapportnummer: K2420210
10
(a)
De kwaliteit van de grond overschrijdt niet de kwaliteitseis landbouw/natuur als bij meting van X stoffen in de grond het rekenkundige gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de kwaliteitseis landbouw/natuur. De verhoging mag per stof maximaal 2x de kwaliteitseis landbouw/natuur voor die stof bedragen , waarbij voor alle stoffen (met uitzondering van nikkel) geldt dat
de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de kwaliteitseis wonen van de betreffende stof.
(b)
X
2
7
16
27
Y
1
2
3
4
37
5 De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen , waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor
kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X
7
16
27
37
Y
2
3
4
5
3. 5. 1 Asbest In bijlage IIA van het Bal is voor asbest een interventiewaarde opgenomen van 100 mg/kg (gewogen: serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie).
asbest beneden de 100 mg/kg gewogen zijn geen risico’s aanwezig en wordt vastgehouden aan de benadering dat beneden deze norm het materiaal als asbestvrij beschouwd mag worden. Echter bij een verkennend asbestonderzoek kan door de lage intensiteit van het onderzoek niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde , maar dient deze waarde gecorrigeerd te worden met factor 2. Indien het asbestgehalte groter is dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. Bij concentraties
3. 6 Analyseresultaten grond en grondwater In tabel 4. 5 zijn de toetsingsresultaten van de grond en grondwater weergegeven en wordt per
analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de kwaliteit van de grond en grondwater weergegeven (T. 101 en T. 13). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3 , de toetsingsresultaten in bijlage 4. Tabel 4. 5: Resultaten toetsing grond Deellocatie
Gehele locatie
Monster
Traject
Toetsing
Beoordeling monster
[m-mv]
> L/N
> WO
> Ind
> Int
MMBG01
01-08 , ,
-
-
-
-
landbouw/natuur
MMOG01
08-20 , ,
-
-
-
-
landbouw/natuur
AMM01
00-03 , ,
-
-
-
-
landbouw/natuur
Tabel 4. 6: Resultaten toetsing grondwater Deellocatie Gehele locatie
Monster
2-1-1
Traject
Toetsing
[m-mv]
> S
35-45 , , m-mv
>I
Barium , nikkel , naftaleen
3. 7 Grond Op basis van de analyseresultaten en toetsing kan geconcludeerd worden dat:
Rapportnummer: K2420210
11
in het bovengrondmengmonster MMBG01 én in het ondergrondmengmonster MMOG02 geen verhoogde gehalten aangetoond. De grond wordt geclassificeerd
zijn
als
bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur; 3. 8 Grondwater Op basis van de analyseresultaten en toetsing kan geconcludeerd worden dat: in het het grondwater van peilbuis PB02 zijn verhoogde gehalte aan barium , nikkel en naftaleen
aangetoond boven de streefwaarde. 3. 9 Asbest In de puinfundatie is zowel analytisch als zintuiglijk geen asbest aangetoond. 3. 10 Toetsing hypothese In de onderstaande tabel staan de hypotheses weergegeven. Tevens wordt aangegeven of deze aangenomen
of verworpen kan worden.
Tabel 4. 6: Toetsing hypotheses Deellocatie Puinverharding
Oppervlakte (m²) < 10
Hypothese Verdacht ,
Verdachte stoffen asbest
Overig terrein
450
Onverdacht
-
Verdachte bodemlaag verharding
Toetsing verworpen verworpen
Door de aangetroffen lichte verontreinigingen in het grondwater dient de hypothese ‘onverdachte locatie’ verworpen te worden. De aangetroffen gehalten zijn van dien aard dat de onderzoeksinspanning niet hoeft te worden herzien. Omdat er in de puinfundatie geen asbest is
aangetroffen , word de hypothese ‘verdachte locatie’ verworpen.
Rapportnummer: K2420210
12
4
CONCLUSIES
EN AANBEVELINGEN
's door De Klinker Milieu Adviesbureau een bodemonderzoek opdracht van (geanonimiseerd) BN (geanonimiseerd) KN NEN 5740 5897 en uitgevoerd conform de op de locatie Oude Terborgseweg 313 te Doetinchem. In
aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de buitenplanse omgevingsactiviteit. Hierbij zal het achterhuis worden verbouwd tot woning. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. De
Conclusies
4.1
Uit de resultaten kan het volgende e
geconcludeerd
De
bodem
is
plaatselijk verhard
Een
onder
deel betreft puin
met
van
worden:
puinverharding.
en
onbekende
afkomst.
Een
Het
deel hiervan is gecertificeerd
puin
van
onbekende
afkomst
puin. is niet
asbesthoudend; in zowel
e
bodem- de
de
ondergrond
van
het
gehele
zijn geen verhoogde concentraties
terrein
aangetroffen; e
het
e
de
grondwater is licht verontreinigd met barium, nikkel en naftaleen; hypothese dient verworpen te worden, echter de onderzoeksinspanning
aangepast Het
terrein
is ons
hoeft
niet
te worden.
inziens op
basis
van
de
milieuhygiënische
kwaliteit
geschikt
voor
het voorgenomen
gebruik. 4.2 Ten
Algemeen behoeve
wordt
De
van
verwezen
conclusies
de naar
verwerking
van
vrijkomende grond
de uitgangspunten
hebben
uitsluitend
van
betrekking
op
een
locatie
buiten
de onderzoekslocatie
het Besluit Activiteiten
Leefomgeving (Bal).
op de
deellocaties
geselecteerde
en
de
geanalyseerde
componenten. Gezien
het verkennende
uitgevoerd, altijd mogelijk
Rapportnummer:
karakter
van
dit onderzoek
dat eventueel
K2420210
is
het, ondanks
lokaal voorkomende
de
zorgvuldigheid
verontreinigingen
niet
waarmee
het is
zijn ontdekt.
13
BIJLAGE 1:
LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE
Rapportnummer: K2420210