CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

B3 Nota van zienswijzen (anonieme versie).pdf

gemeenteraad 30 maart 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 4.1: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G17.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

8-3 Briefschrijver stelt dat het plan de leefbaarheid aantast en zorgt voor geluidsoverlast, trillingen en lichtvervuiling. Antwoord gemeente Zie beantwoording 3-4. 8-4 Briefschrijver geeft aan dat het plan leidt tot forse afname van groen, verdere achteruitgang van biodiversiteit en toename van hittestress. Antwoord gemeente Zie beantwoording 3-5 en 5-5. 8-5 Omdat er in Gaanderen al voldoende andere woningbouwprojecten in voorbereiding zijn, concludeert briefschrijver dat het plan Akkerhof overbodig is en niet nodig om aan de gemeentelijke woningbouwopgave te voldoen. Gaanderen wil een dorp blijven. Een stadse uitbreiding is niet passend. Antwoord gemeente Zie beantwoording 3-6, 3-7, 4-1. Ter aanvulling: Er is sprake van een landelijke woningbouwopgave die onverminderd voor de gemeente Doetinchem geldt. De feitelijke woningtoevoeging in Gaanderen is de afgelopen jaren zeer beperkt geweest. Hierdoor kan de indruk ontstaan dat er al veel plannen zijn. Dit is echter verhoudingsgewijs niet anders als in de rest van de gemeente. Ondanks deze uitbreidingen houden wij oog voor het dorpse karakter van Gaanderen. De Woonvisie spreekt voor Gaanderen van een Dorps woonmilieu en Wonen in het groen. De dorpse gemoedelijkheid zal dus zeker behouden blijven en mogelijk nog verder worden versterkt. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van deze zienswijze:

De zienswijze heeft geleid tot de volgende aanpassing: • De openbare ruimte van het initiatief Akkerhof wordt vormgegeven als een “erf” in plaats van een 30km/uur zone. Op een erf geldt een snelheidsregime van 15 km/uur, komen geen trottoirs en worden parkeervakken voorzien van een “P”. De onderbouwing en het inrichtingsplan zijn hierop aangepast • De aansluiting met de Akkerstraat wordt vormgegeven door een gelijkwaardige kruising, waarbij rechts voorrang heeft. Er komt geen inrit constructie. De onderbouwing is hierop aangepast. Zienswijze 9 9-1 Briefschrijver stelt dat de belangen van direct omwonenden onvoldoende zijn betrokken en verzoekt de gemeente om aan te geven welke concrete stappen de gemeente zelf zal zetten om het gebrek aan participatie te herstellen. Antwoord gemeente Zie beantwoording 4-3 en 6-2. Ter aanvulling: De verantwoordelijkheid voor de participatie bij ontwikkelingen door derden ligt bij de initiatiefnemer. Als gemeente zijn wij wel verantwoordelijk voor de procedure rond het omgevingsplan. Hierin hebben belanghebbenden de mogelijkheid om te reageren op een ontwerp besluit en na een vastgesteld wijzigingsbesluit is het nog mogelijk om in beroep te gaan bij de Raad van State. De gemeente gaat niet zelf actief een participatietraject starten met de omgeving.

We leggen een ontwerp wijzigingsbesluit en een vastgesteld besluit ter inzage, maar gaan zelf niet actief in gesprek met belanghebbenden bij initiatieven van derden. Er heeft een uitvoerig participatietraject plaats gevonden (zie bijlage 5 t/m 10 bij de onderbouwing. Hierin lezen we terug dat de belanghebbenden/omwonenden betrokken zijn geweest middels één op één gesprekken, inloopavonden en schriftelijke communicatie. Naar aanleiding van het participatietraject is een ingang tot de tuin en tevens een poort achter de woningen aan de planvorming toegevoegd . 9-2 Briefschrijver uit zijn zorgen dat het bouwplan een onredelijke en onevenredige impact heeft op de directe omgeving en het woon- en leefcomfort. De ontwikkeling leidt tot een onacceptabele aantasting van de leefbaarheid. Antwoord gemeente Zie beantwoording 4-1 en 6-5. 9-3 Briefschrijver voorziet dat het bouwplan zal leiden tot een aanzienlijke toename van de verkeersbewegingen, geschat op circa 150 tot 200 verkeersbewegingen per dag. Deze toename vergroot de kans op onveilige verkeerssituaties en stelt dat de bestaande infrastructuur niet is ingericht op de verwachte toename van verkeersbewegingen. Dit gaat ten koste van de verkeers- en persoonlijke veiligheid. Antwoord gemeente Zie beantwoording 1-1.

Ter aanvulling: In de onderbouwing is berekend dat de voorgenomen ontwikkeling zal leiden tot een toename van 139 verkeersbewegingen en niet 150 tot 200 verkeersbewegingen per dag. De berekening van de verkeersbewegingen is gebaseerd op cijfers van het CROW. Het beleid van de gemeente is ook gebaseerd op deze cijfers.

De verwachte toename van het aantal verkeersbewegingen op de Akkerstraat voldoet aan de normen en heeft geen negatief effect op de verkeersveiligheid. 9-4 Briefschrijver spreekt zijn zorgen uit voor de verkeersveiligheid naar aanleiding van de geplande toegangsweg direct naast zijn woning en stelt dat de toevoeging van een extra ontsluitingsweg op een reeds drukke doorgaande route tot potentieel gevaarlijke situaties kan leiden. De toegangsweg vergroot het risico op verkeersopstoppingen, met name in de richting van de spoorwegovergang. Antwoord gemeente Zie beantwoording 1-1. 9-5 Briefschrijver geeft aan dat de toename van het aantal verkeersbewegingen zal leiden tot extra geluidsoverlast, waarbij de ruimte tussen zijn woning en die van de buren fungeert als “klankkast”. Daarnaast voorziet briefschrijver trillingshinder door de voertuigen Antwoord gemeente Zie beantwoording 3-4. Ter aanvulling: Er wordt aan beide zijden, op verzoek van de aanwonenden een groenstrook aangelegd. Door de groenstrook is er geen sprake van doorlopende bestrating van de weg naar de woning, waardoor het niet aannemelijk is dat er sprake is van trillingen als gevolg van het verkeer op de toegangsweg. De groenstroken zorgen ook voor absorptie van het geluid afkomstig van de voertuigen.

9-6 Briefschrijver stelt dat het plan leidt tot afname van groen, verlies van biodiversiteit en toename van hittestress. Antwoord gemeente Zie beantwoording 5-5 en 7-3. 9-7 Briefschrijver geeft aan dat een alternatieve ontsluiting via de Kerkstraat onvoldoende is onderzocht. Ook is niet voldoende onderbouwd waarom een alternatieve ontsluiting niet mogelijk is. Een verkeerskundige onderbouwing ontbreekt. Antwoord gemeente Zie beantwoording 1-1, 2-2, 2-3 en 4-4. 9-8 Briefschrijver stelt dat een invulling met minder woningen, meer groen en een eenrichtingsontsluiting leidt tot een ruimtelijk en verkeerskundig beter ingepast plan. Antwoord gemeente Zie beantwoording 1-1, 3,6. Ter aanvulling: Het voorliggende plan is het resultaat van een afweging tussen woningbehoefte, ruimtelijke kwaliteit, groeninpassing en verkeerskundige haalbaarheid. Het aantal woningen is afgestemd op de omvang en ligging van het projectgebied en past binnen het woonbeleid. Daarnaast voorziet het plan in groenvoorzieningen en een inrichting die aansluit bij het dorpse karakter.

Gevolgen voor het plan naar aanleiding van deze zienswijze: De zienswijze heeft geleid tot de volgende aanpassing: • De openbare ruimte van het initiatief Akkerhof wordt vormgegeven als een “erf” in plaats van een 30km/uur zone. Op een erf geldt een snelheidsregime van 15 km/uur, komen geen trottoirs en worden parkeervakken voorzien van een “P”. De onderbouwing en het inrichtingsplan zijn hierop aangepast • De aansluiting met de Akkerstraat wordt vormgegeven door een gelijkwaardige kruising, waarbij rechts voorrang heeft. Er komt geen inrit constructie. De onderbouwing is hierop aangepast. Zienswijze 10 10-1

Briefschrijver stelt dat de locatie ongeschikt is voor het aantal woningen.

Antwoord gemeente Zie beantwoording 3-6. 10-2

Briefschrijver geeft aan dat toegangswegen en inrit te smal zijn en de belasting voor direct aangrenzende woningen te groot.

Antwoord gemeente Zie beantwoording 1-1 en 3-4. 10-3

Briefschrijver is van mening dat de hoeveelheid woningen, soort en bouwstijl ten koste gaat van het dorpse karakter van Gaanderen.

Antwoord gemeente Het plan Akkerhof is al goedgekeurd door welstand. Tijdens de besprekingen met welstand zijn de bouwstijl van het plan uitvoerig besproken en afgestemd. Ook het uiterlijk voorkomen van de nieuw te bouwen woningen zijn al uitvoerig besproken met welstand. Architectuur, maat/schaal en aantal woningen sluit vanwege de kleine schaal wel aan bij het dorpse karakter van Gaanderen. Hier is ook duidelijk rekening mee gehouden in de planuitwerking. 10-4

Briefschrijver stelt dat de geplande woningen te duur zijn, niet haalbaar voor starters (waar behoefte aan is) en niet passen bij het dorpse, landschappelijke karakter.

Antwoord gemeente Zie beantwoording 7-1. 10-5

Het plan is gericht op 14 woningen om 1 woning. Daarmee tref je maar 1 huiseigenaar het hardst. Direct aangrenzende bewoners hebben eerder al moeten tekenen bij de oud eigenaar geen bezwaar te mogen maken.

Antwoord gemeente Het inrichtingsplan is in opdracht van de initiatiefnemer ontwikkeld door een stedenbouwkundig bureau en is gemaakt in overleg en afstemming met de stedenbouwkundige van de gemeente Doetinchem. De woningen die het dichtst gelegen zijn, aangrenzend aan de voorzijde van het perceel Kerkstraat 278, zijn levensloopbestendige rijwoningen bestaande uit 1 laag een kap. Het uitzicht kan hierbij enigszins belemmerd worden, maar een aanvaardbaar woon- en leefklimaat blijft gehandhaafd. De overige aangrenzende woningen zijn rijwoningen bestaande uit 2 lagen en een kap. Dit betekent dat er enigszins inkijk kan ontstaan vanuit deze nieuwe woningen naar de bestaande tuin van het perceel Kerkstraat 278. Bestaande bomen kan deze inkijk verminderen. De initiatiefnemer is bereid om in de verdere uitwerking van de planontwikkeling over dit aspect mee te denken.

De gemeente is niet bekend met eventuele afspraken die zijn gemaakt tussen de direct aangrenzende bewoners en de oud eigenaar. Mochten er in het verleden al afspraken zijn gemaakt, dan lijken deze afspraken geen stand te houden, aangezien er meerdere zienswijzen zijn binnengekomen, ook van direct aangrenzende eigenaren. 10-6Briefschrijver uit grote zorg over de ontsluiting voor auto’s op de Akkerstraat. Hiertoe worden een aantal punten aangedragen: (1) drukte op de Akkerstraat; (2) ligging vlakbij een spoorwegovergang; (3) slechte zichtlijnen; (4) geen check door veiligheidsregio/brandweer op toegankelijkheid en veiligheid; (5) ontsluiting is te smal waardoor onvoldoende passeerruimte van voertuigen ontstaat; (6) waarom een haag langs de gevels? Dit is geluidsreductie boven veiligheid stellen; (7) verkeerskundig onderzoek mist in de stukken Antwoord gemeente Zie beantwoording 1-1, 2-2, 6-1. 10-7

Briefschrijver stelt dat een ontsluiting van wandel- en fietsverkeer naar de Kerkstraat niet wenselijk is. Hiertoe worden een aantal punten aangedragen: (1) toename van verkeersbewegingen; (2) te smalle weg om veilig te passeren; (3) zandpad is onverlicht;

Antwoord gemeente Zie beantwoording 2-3. 10-8

Briefschrijver vraagt zich af of er een toetsing heeft plaatsgevonden omtrent de noodzakelijkheid voor veiligheidshekken langs het spoortracé en de zandweg. Ook wordt gevraagd of ProRail hiervan op de hoogte is en hier akkoord mee gaat.

Antwoord gemeente Zie beantwoording 2-4 en 3-3. 10-9

Briefschrijver geeft aan dat het plan leidt tot forse afname van groen, ecologische schade, verdere achteruitgang van biodiversiteit.

Antwoord gemeente Zie beantwoording 5-5 en 7-3. 10-10 Briefschrijver geeft aan dat ‘groene ruimte met mogelijke aanleiding tot natuurlijk spelen’ is opgenomen ter plaatse van de wadi. Een wadi is bedoeld als waterbuffer en niet geschikt als speelplek (onveilig, bedoeld om nat te zijn, bedoeld voor wateropvang). Antwoord gemeente Het doel van een wadi is bij regenval (soms overvloedig) het regenwater te bufferen / verzamelen, zodat het op dat punt in de grond kan trekken. Het regenwater mag maar 24 uur in de wadi staan. Volgens ons, maar ook volgens de bedenkers van ‘natuurlijk spelen’ juist een prima combinatie. Veranderende omstandigheden zorgen juist voor extra uitdagingen. Wel is het zo dat bij de combinatie van spelen en water ‘op elkaar letten’ in de vorm van meerdere kinderen en of een ouder wenselijk is. 10-11 Briefschrijver stelt dat alleen de geluidsbelasting van het spoor is onderzocht en niet die van nabij gelegen gemeentelijke wegen. Geluid reducerende maatregelen zijn niet voldoende onderzocht. Het is niet duidelijk waarom bv een geluidswal niet mogelijk zou zijn.

Antwoord gemeente In het ‘Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai Akkerstraat, Gaanderen’ is ook het geluid door wegverkeer op gemeentelijke wegen onderzocht. Hieruit blijkt dat het geluid vanwege het verkeer op gemeentelijke wegen lager is dan de standaardwaarde voor geluid. Het toepassen van geluid reducerende maatregelen is daarom niet onderzocht. 10-12 Briefschrijver stelt geluidshinder door de warmtepompen op de directe omgeving/bestaande woningen niet is onderzocht Antwoord gemeente Zie beantwoording 3-4. 10-13 Briefschrijver concludeert dat de conclusie dat er vanuit het aspect trillingshinder geen belemmeringen zijn onjuist is. De streefwaarden worden overschreden waardoor nader onderzoek nodig is en eventuele benodigde maatregelen moeten worden omschreven. Antwoord gemeente Zie beantwoording 3-4. Ter aanvulling: Op basis van de resultaten van het trillingsonderzoek is geconcludeerd dat het woningbouwplan niet onuitvoerbaar is. Op basis van het onderzoek is geadviseerd om bij de uitwerking van het ontwerp van de woningen de trillingen en trillingsreductie door te rekenen.

Om hieraan vervolg te geven, is in het omgevingsplan een gebod trillingshinder opgenomen: Binnen het gebied Akkerhof – gebod trillingen mag de omschreven functie alleen gerealiseerd worden en vervolgens in stand gehouden worden, als voldaan wordt aan de streefwaarden uit de Meet- en Beoordelingsrichtlijn, deel B, 'Hinder voor personen in gebouwen 2006' Stichting Bouwresearch Rotterdam (SBR Richtlijn B). Als deze richtlijn gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging. 10-14 Briefschrijver geeft aan dat openbare verlichting niet is ingetekend maar van grote invloed kan zijn op lichtvervuiling en lichtoverlast. Dit moet worden onderbouwd en aangepast. Antwoord gemeente Zie beantwoording 3-4. Ter aanvulling: De openbare verlichting is ingepland aan de buitenrand van de geplande wadi en langs het spoor. Bij de verdere uitwerking wordt de exacte locatie van de openbare verlichting bepaald. Onderdeel van de uitwerking van de openbare ruimte. De verdere uitwerking van de openbare verlichting op de projectlocatie is een punt van aandacht. De openbare verlichting is onderdeel van de uitwerking van de openbare ruimte (rond de wadi en bij het spoor). Ingezet wordt op het voorkomen van lichthinder door openbare verlichting op omringende aangrenzende woonpercelen.

10-15 Briefschrijver stelt dat de belangen van direct omwonenden onvoldoende zijn betrokken. Briefschrijver voelt zich niet gehoord in het participatieproces. Briefschrijver is niet als direct belanghebbenden aangemerkt (buiten de rode cirkel) en daardoor niet meegenomen in de participatie. Antwoord gemeente Zie beantwoording 4-3 en 6-2. Ter aanvulling:

Initiatiefnemer heeft aangegeven dat er in eerste instantie één op één gesprekken gepland stonden met omwonenden. Men heeft toen aangegeven dat niet te willen en liever als groep geïnformeerd te worden. Bij nader inzien was dat toch echter niet de gewenste oplossing van de buurt, waardoor er alsnog, op verzoek, één op één gesprekken hebben plaatsgevonden. Zie verder bijlage 7 t/m 10 bij de onderbouwing voor de gespreksverslagen en het eindverslag van de participatie. 10-16 Briefschrijver stelt dat het traject nadelige gevolgen voor het naobuurschap laat zien. Antwoord gemeente Zie beantwoording 4-1. 10-17 Briefschrijver vreest veel overlast tijdens de bouw. Geluid, trilling en lichtoverlast. Geen privacy en gebruik van de tuin niet mogelijk tijdens de bouw. Ook worden ze afgesloten van het persriool. Komt er bouwverkeer over het zandpad vanaf de Kerkstraat? Antwoord gemeente Zie beantwoording 6-6. 10-18 Briefschrijver geeft samenvattend aan dat de nieuwbouwplannen hun woonkwaliteit ernstig aantasten: zij vrezen verlies van privacy, uitzicht, rust en buitenleven, extra kosten voor een nieuwe erfafscheiding, meer licht-, geluid- en trillingshinder, aantasting van natuur en problemen met hun dieren. Ook vinden zij dat hun boerderijtje wordt “ingebouwd” en dat het pad zijn rustige karakter verliest. Er is onvoldoende rekening gehouden met mobiliteit, geluid en trillingen.

Ook vragen zij om heroverweging van het wijzigingsbesluit en een traject met echte participatie en betere alternatieven. Antwoord gemeente Zie beantwoording 3-4, 4-3, 5-1, 6-2 en 6-5 Er heeft participatie plaatsgevonden door middel van gesprekken bij de inloopavond alsmede de aanvullende individuele gesprekken/overleg met de bewoners van Kerkstraat 278. Om mee te denken met de bewoners zijn gedurende de participatie diverse toezeggingen gedaan (voornamelijk technische en juridische aspecten) om de bewoners zo veel mogelijk tegemoet te komen ten aanzien van de voorgenomen woningbouw op de projectlocatie: • Men wordt afgekoppeld van het persriool en wordt aangesloten op het nieuwe vrij vervalriool op kosten van de initiatiefnemer; • De bewoners krijgen van de initiatiefnemer een deel van de inrit/toegangsweg tot de woning “om niet” in eigendom. Zie hiervoor het besprekingsverslag participatie gesprek omwonenden (Bijlage 9 bij de onderbouwing) en het eindverslag participatietraject (Bijlage 10 bij de onderbouwing). Ten aanzien van het aantasten van de woonkwaliteit ter plaatse, wordt verwezen naar de onderbouwing waarin alle diverse milieu- en omgevingsaspecten (met onderzoeken) zijn onderbouwd om tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te komen.

Hierdoor wordt aangetoond dat voor de nabije omgeving van de projectlocatie een aanvaardbaar woonen leefklimaat gehandhaafd blijft. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van deze zienswijze: De zienswijze heeft geleid tot de volgende aanpassing: • De aansluiting met de Akkerstraat wordt vormgegeven door een gelijkwaardige kruising, waarbij rechts voorrang heeft. Er komt geen inrit constructie. De onderbouwing is hierop aangepast.

Planonderdeel Ribesstraat 4, Gaanderen Zienswijze 1 t/m 38 Er is 38 keer nagenoeg dezelfde zienswijze ingediend. De zienswijzen komen grotendeels overeen, maar er zijn twee versies: • één voor bewoners van de Ribesstraat; • één voor bewoners van de Bloemenweg, Frans Bultstraat en de Hoofdstraat. Daarnaast is op twee zienswijzen handmatig iets bijgeschreven. Omdat de hoofdpunten waar het om gaat overeenkomen zijn de zienswijzen eenmaal samengevat en beantwoord. Zienswijze 38 is buiten de termijn ingediend. Briefschrijver heeft aangegeven dat deze vanwege vakantie te laat is. Daarnaast is deze inhoudelijk hetzelfde als de andere zienswijzen. Daarom hebben we deze alsnog in behandeling genomen. 1-1. Briefschrijver stelt dat de privacy wordt aangetast door de hoogte, positionering en oriëntatie van de bebouwing. Het plan voorziet in een appartementengebouw van meerdere bouwlagen, alsmede grondgebonden woningen aan de Ribesstraat. Beplanting biedt geen afdoende bescherming tegen inkijk vanaf hogere bouwlagen. In de planstukken wordt dit effect slechts summier besproken en feitelijk gebagatelliseerd. Het plan voldoet volgens briefschrijver niet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Antwoord gemeente Op basis van het geldende omgevingsplan is hier een bedrijfsfunctie met een bedrijfsgebouw toegestaan met een maximale goothoogte van 7 meter en een bouwhoogte van 9 meter. Het bouwvlak voor de bedrijfsfunctie is (ten opzichte van het nieuwe plan voor woningen) groter en kan voor 70% worden bebouwd. In de nieuwe situatie komen er bouwvlakken voor woningen met meer ruimte ertussen. Wij merken op dat hiervoor de wetgeving uit het Burgerlijk Wetboek leidend is (art. 5:50 Burgerlijk Wetboek). Die geeft aan dat ramen, deuren of balkons die binnen 2 meter van de grenslijn van het erf van de buren worden geplaatst en die recht naar voren uitzicht geven op dit erf niet zijn toegestaan. Wanneer ramen, deuren of balkons slechts zijdelings (niet rechtstreeks dus) uitzicht geven op het erf van de buren, dan is dit wel toegestaan. In het plan liggen de bouwvlakken voor de rijwoningen op meer dan 2 meter van het erf van de buren. Er liggen achtertuinen en een achterpad tussen. Het appartementengebouw komt op een nog grotere afstand te liggen van de omliggende woningen. Bovendien geldt dat, naast de norm uit het Burgerlijk Wetboek, bij de beoordeling ook is gekeken naar de ruimtelijke aanvaardbaarheid van mogelijke privacy-effecten in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Daarbij is van belang dat niet alleen de afstand, maar ook andere aspecten, zoals de situering en de bouwhoogte worden betrokken. Uit het participatieverslag bij de motivering en de informatie op de website www.elshofgaanderen.nl blijkt dat gesproken is over het aantal bouwlagen en dat hierin aanpassingen zijn gedaan om de omwonenden wat tegemoet te komen in hun wensen. In het omgevingsplan is ook opgenomen dat een deel van de rijtjeswoningen een maximale bouwhoogte van 7 meter mag hebben. Verder blijkt uit het participatieverslag dat uit de bijeenkomsten naar voren is gekomen dat aanwonenden unaniem de bestaande fabrieksmuur (als erfscheiding) willen handhaven. Daarbij is mede in afstemming met aanwonenden eveneens een groenstrook opgenomen langs de bestaande muur.

1-2. Briefschrijver stelt dat er sprake is van verlies van uitzicht aan de achterzijde (of voorzijde) van de woningen. Door de beoogde bebouwing én de voorziene groenstructuren (waaronder hogere beplanting) wordt dit uitzicht grotendeels weggenomen. De ingrijpende aantasting van het vrije uitzicht is onvoldoende afgewogen of inzichtelijk gemaakt in de motivering. (dit punt is niet van toepassing voor zienswijze 33) Antwoord gemeente Bij ruimtelijke besluitvorming bestaat geen recht op blijvend vrij uitzicht. Bovendien staat er op dit moment een bedrijfspand op het betreffende perceel. Daarmee is in de huidige situatie al geen sprake van vrij uitzicht. Het enige is dat een deel van het bedrijfsgebouw al is gesloopt in verband met de brand. Op basis van het geldende omgevingsplan is hier een bedrijfsfunctie met een bedrijfsgebouw toegestaan met een maximale goothoogte van 7 meter en een bouwhoogte van 9 meter. In het plan is daarnaast ook rekening gehouden met voldoende groen en openheid, waarmee wordt aangesloten op het naastgelegen bestaande park. Het groen wordt op een gelijkwaardige manier aangelegd als het bestaande park. Op dit moment zijn al diverse hoge bomen aanwezig en staan niet op het perceel van de initiatiefnemer. Dus verhoudingsgewijs komen er niet veel grote bomen bij.

Daarnaast heeft initiatiefnemer aangegeven dat er bladhoudende (lei)bomen komen in overleg met de buurt, juist vanwege het aspect privacy. Dit blijkt ook uit het participatieverslag en de website van het project. Zie ook onder punt 1-1. 1-3. Briefschrijver stelt dat er sprake is van vermindering van zonlicht en bezonning. De combinatie van hogere bouwmassa’s, beperkte afstand tot bestaande percelen en de positionering van met name het appartementencomplex zal leiden tot aanzienlijke schaduwwerking, met name in de middag- en avonduren. Er ontbreekt een bezonningsstudie. Zonder zo’n onderbouwing kan niet worden geconcludeerd dat het woon- en leefklimaat van omwonenden voldoende wordt beschermd. (dit punt is niet van toepassing voor zienswijze 33) Antwoord gemeente Bij beoordeling van het plan is gekeken of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dat het woningbouwplan op enkele momenten van de dag zorgt voor schaduw en minder bezonning dan in de huidige situatie is in inherent aan het realiseren van nieuwe woningen. De leefomgeving rondom de nieuwe woningen verandert, maar aangetoond is dat het wel acceptabel is voor de bestaande woningen. Daarnaast is op de locatie ook al bedrijfsbebouwing planologisch toegestaan die zorgt voor de nodige schaduw.

Er is een bezonningsstudie uitgevoerd waaruit blijkt dat aan de landelijk gehanteerde TNO norm voor bezonning kan worden voldaan. De eisen van de TNO-norm zijn: • Minimaal 2 mogelijke bezonningsuren per dag; • In de periode 19 februari – 21 oktober (8 maanden); • Gemeten op de middenvensterbank binnenzijde raam. De berekeningen van maart, juni en september zijn dus leidend. En kijkend naar deze studie dan wordt voldaan aan de eisen van TNO. Uit de bezonningsstudie blijkt dat de dag- en zonlichttoetreding bij de bestaande woningen in de omgeving voldoende gewaarborgd is. De bezonningsstudie is als bijlage bij de motivering opgenomen. 1-4. Briefschrijver stelt dat er sprake zal zijn van geluidsoverlast en aantasting van rust. Doordat er sprake is van een korte afstand tot bestaande woningen, wordt de overdracht van leefgeluiden aanzienlijk. Daar komt bij dat warmtepompinstallaties naar verwachting in de nabijheid van perceelsgrenzen worden geplaatst en dat cumulatieve geluidseffecten onvoldoende concreet zijn onderzocht vanuit de positie van de bestaande woningen. Dit aspect is in de planmotivering onvoldoende concreet en specifiek uitgewerkt.

Antwoord gemeente Bij de afweging om woningen (met tuinen) op een locatie ruimtelijk mogelijk te maken, moet de gemeente in het omgevingsplan rekening houden met geluid van wegen, spoor en industrie/bedrijvigheid. En niet het geluid vanuit of tussen particuliere tuinen. In de motivering is aangetoond dat er sprake is van een evenwichtig toedeling van de functie wonen op de beoogde locatie. De (eventuele) toename van het omgevingsgeluid is inherent aan de komst van nieuwe woningen en bewoners. Het geluid dat een individuele installatie voor warmte- of koudeopwekking van een woning naar de omgeving mag maken is geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Op de perceelsgrens met een aangrenzend woonperceel is de geluidsnorm 40 dB. Als bij de nieuwe woningen installaties voor warmte- of koudeopwekking geplaatst worden, moet iedere individuele installatie voldoen aan deze wettelijk vastgelegde geluidsnorm. Aan deze geluidsnorm moet worden voldaan zodra de woning met de installatie wordt gebruikt. Het is de verantwoordelijkheid van de bouwer of eigenaar dat voldaan wordt aan deze geluidsnorm. De gemeente kan handhaven als de installatie te veel geluid produceert. Het aantonen dat de individuele installatie voor warmte- of koudeopwekking voldoet aan deze geluidsnorm is dus geen onderdeel van het omgevingsplan.

Uit jurisprudentie blijkt dat bij een woningbouwplan met meerdere installaties voor warmte- of koudeopwekking ook toetsing van het cumulatieve geluid afkomstig van deze installaties noodzakelijk is. Als bij de nieuwe woningen installaties voor warmte- of koudeopwekking geplaatst worden, moet het gecumuleerde geluidsniveau van deze installaties voldoen aan 45 dB op de perceelsgrens met een aangrenzend woonperceel buiten het woningbouwplan. Bij de nieuwe woningen worden installaties voor warmte- of koudeopwekking geplaatst. Het gecumuleerde geluidsniveau van deze installaties is onderzocht en voldoet aan 45 dB op de perceelsgrens met een aangrenzend woonperceel buiten het woningbouwplan. Hiermee is aangetoond dat het gecumuleerde geluid door deze installaties geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving van het plan en er dus sprake is van ETFAL. De berekening is als bijlage bij de motivering opgenomen. 1-5. Briefschrijver stelt dat het plan leidt tot waardevermindering van de woning. Het verlies van privacy, uitzicht, zonlicht en rust leiden onmiskenbaar tot een waardevermindering van de woning. Dit is een rechtstreeks gevolg van de gekozen planopzet en bouwhoogtes. De voorzienbaarheid en ernst van deze nadelige gevolgen dient te worden meegewogen bij de besluitvorming over de omgevingsplanwijziging en dat is onvoldoende gebeurd.

(dit punt is niet opgenomen in versie 2 van de zienswijze van de bewoners Ribesstraat) Antwoord gemeente In de motivering is aangegeven dat er een risicoanalyse nadeelcompensatie is uitgevoerd. Hieruit blijkt dat mogelijke financiële nadelen voor omwonenden zich kunnen voordoen. Deze mogelijke nadelen zijn echter niet zodanig dat de ontwikkeling ruimtelijk onaanvaardbaar wordt geacht. De gemeente heeft een overeenkomst gesloten met initiatiefnemer over eventuele kosten voor nadeelcompensatie. Dit aspect is dus wel meegenomen. Te zijner tijd kan een verzoek voor nadeelcompensatie worden ingediend. 1-6. Briefschrijver stelt dat er sprake is van onvoldoende opvolging van eerdere toezeggingen. Initiatiefnemer heeft tijdens keukentafelgesprekken aangegeven dat, mede naar aanleiding van zorgen van omwonenden, één woonlaag van de eengezinswoningen én van het appartementencomplex zou worden geschrapt. Dit is echter niet consequent doorgevoerd. Het grootste bezwaar – de hoogbouw in de vorm van een appartementencomplex – is onverminderd blijven bestaan. Juist deze hoogbouw heeft de grootste impact op privacy, bezonning en beleving. De nadrukkelijke wens van briefschrijver is dat de bebouwing aan de zijde van de bestaande woningen uitsluitend laagbouw betreft, grotere afstand wordt gehouden tot bestaande tuinen en woningen en hoogbouw geheel achterwege blijft.

Antwoord gemeente De initiatiefnemer heeft diverse participatiebijeenkomsten georganiseerd in de buurt. Gemeente is geen onderdeel geweest van het participatietraject, dus kan hier geen uitspraak over doen. Bij het participatietraject is de gemeente geen partij. Wel beoordeelt de gemeente of voldaan is aan het vereiste om te participeren. Bij de beoordeling van het plan door de gemeente is doorslaggevend of het ontwerp leidt tot een aanvaardbare stedenbouwkundige, landschappelijke en milieukundige situatie. Er wordt beoordeeld of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Dat betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Dat is hier het geval. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van deze zienswijze: De zienswijzen hebben geleid tot de volgende aanpassingen: • De onderbouwing is aangevuld op gebied van gecumuleerd geluid voor installaties voor warmte- en of koudeopwekking. In de bijlagen bij de onderbouwing is een berekening voor gecumuleerd geluid van installaties voor warmte- of koudeopwekking toegevoegd. • De motivering is aangevuld met een bezonningsstudie. In de bijlagen bij de onderbouwing is de bezonningsstudie toegevoegd.

Planonderdeel Kilderseweg naast 39, Doetinchem Zienswijze 1 1-1. Strijd met artikel 22.6 van de Omgevingswet. Briefschrijver stelt dat het ontwerp-besluit niet in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 22.6, eerste lid, van de Omgevingswet. Volgens briefschrijver conflicteren de voorgestelde omgevingsplan regels met de bepalingen uit het tijdelijk deel van het Omgevingsplan en daarom moeten alle bepalingen uit het tijdelijk deel van het Omgevingsplan in één keer vervallen. Antwoord gemeente: De gemeente heeft het ‘Ontwerp wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 20252G’ in overeenstemming met de omgevingswet opgesteld. Hieronder wordt uitgelegd waarom. Het klopt dat de gemeente delen van het tijdelijk omgevingsplan, ook wel het omgevingsplan van rechtswege genoemd, wil laten vervallen. Dit is nodig om de initiatieven in het ‘Ontwerp wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G’ mogelijk te maken. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan zijn de bestemmingsplannen, beheersverordeningen en de "bruidsschat" (rijksregels). Artikel 22.6 Omgevingswet geeft aan dat bij vaststelling de regels die gelden voor een locatie allemaal tegelijk moeten vervallen. Hier worden alleen niet alle regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan bedoeld.

Voor de regels die gezamenlijk moeten vervallen wordt in artikel 22.6 Omgevingswet verwezen naar artikel 4.6 eerste lid onder a, b, c, g, h, i, j, k, l, of m Invoeringswet Omgevingswet. In het laatste genoemde artikel worden de bruidsschat regels niet genoemd. Dat betekent dat de regels van de bruidsschat niet in één keer met de ruimtelijke regels (regels uit bestemmingsplannen of de beheersverordening) op één locatie moeten komen te vervallen. Dat het in de memorie van toelichting van 2018 van de invoeringswet Omgevingswet wel wordt genoemd doet daar niets aan af. De Omgevingswet en de invoeringswet Omgevingswet gaan vóór op de toelichting. Deze wetten gelden nu. Het omgevingsplan van de gemeente Doetinchem en daarmee ook het ‘Ontwerp wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G’ zijn in overeenstemming met artikel 22.6 Omgevingswet opgesteld. Met het besluit van de raad komen de regels uit het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied en de beheersverordening ‘Landelijk gebied 2020, reparatie 2022’ voor de opgenomen initiatieven te vervallen en geldt alleen nog het Omgevingsplan gemeente Doetinchem. De pons1, het ook technisch laten vervallen van de ruimtelijke plannen (het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied en de beheersverordening ‘Landelijk gebied 2020, reparatie 2022’) wordt bij de vaststelling ook voorgesteld.

Wanneer volgens de voorgestelde besluiten wordt besloten, vervallen alle regels zoals genoemd in artikel 4.16 eerste lid onder a, b, c, g, h, i, j, k, l, of m Invoeringswet Omgevingswet gezamenlijk op de specifieke locaties zoals ook met artikel 22.6 Omgevingswet is bedoeld. 1-2. Strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel Briefschrijver stelt zich op het standpunt dat zijn belangen in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel niet bij het ontwerp-besluit zijn betrokken. Volgens briefschrijver wordt onvoldoende rekening gehouden met het feit dat het geldende omgevingsplan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op alle rond het plangebied liggende agrarische percelen (waaronder het perceel van de briefschrijver) zonder beperking toe laat. Er is onvoldoende in kaart gebracht wat de precieze gevolgen zijn van de ingreep voor de grondeigenaren of – gebruikers. Hierbij wijst briefschrijver op eventuele beperking van landbouwkundig gebruik van de gronden en daarmee samenhangende waardedaling van zijn Pons: De pons zorgt ervoor dat op de viewer van ‘Regels op de kaart’ alleen nog het Omgevingsplan Doetinchem te zien is voor de locaties waarvoor de pons wordt toegepast. 1

gronden. Ook stelt de briefschrijver dat evenmin aandacht is geschonken aan de effecten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op het woon- en leefklimaat voor de geprojecteerde woningen en tuinen en al evenmin voor het voorgestane openbaar groen. Antwoord gemeente: De motivering behorende bij deze ontwikkeling is aangevuld met een onderbouwing over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de agrarische gronden in de nabijheid van de nieuwe woningen. Vanuit het oogpunt van gezondheidsrisico’s is een zorgvuldige afweging gemaakt over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De conclusie is dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van de gezondheid of van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de nieuwe woningen. Als er geen gebruiksregels worden opgenomen in het omgevingsplan over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op agrarische percelen in de omgeving van de nieuwe woningen is er ook geen sprake van een beperking van gebruiksmogelijkheden of waardedaling van omliggende agrarische percelen. Zie voor een nadere toelichting de motivering behorende bij dit plan. Door de motivering aan te vullen is voldaan aan het zorgvuldigheidsbeginsel. 1-3.

Strijd met artikel 1 EP EVRM en het evenredigheídsbeginsel Briefschrijver stelt dat het ontwerpbesluit in strijd is met het recht op eigendom (artikel 1 EP EVRM) en het evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4 lid 2 Awb). Volgens hem ontbreekt een legitiem algemeen belang dat de inperking van zijn eigendomsrechten rechtvaardigt, zeker omdat het slechts om een klein woningbouwproject gaat. Ook is de maatregel niet proportioneel: de lasten voor de briefschrijver zijn groot, terwijl het doel beperkt is. Daarnaast wordt zijn agrarisch gebruik ingeperkt zonder alternatief. Daarom vindt briefschrijver dat het besluit juridisch niet voldoet. Antwoord gemeente: Met het initiatief wordt briefschrijver niet gestoord in zijn huidige genot van zijn eigendom. De gronden werden in het verleden en ook op dit moment gebruikt als hobbymatige schapenweide. Het is nooit bedrijfsmatig ingezet. Gezien het verleden, de geringe omvang van de gronden en de toegankelijkheid is de verwachting dat het huidige gebruik in de toekomst niet zal gaan veranderen. Overigens hebben de gronden volgens het tijdelijk omgevingsplan nog steeds de agrarische functie. Deze rechten blijft briefschrijver ook behouden. Briefschrijver kan dus zijn huidige genot blijven voortzetten. Met het besluit worden de rechten van briefschrijver niet buiten proportie geschaad. De briefschrijver wordt dus niet in zijn eigendom geschaad.

Daarnaast laat de motivering zien dat er sprake is van ETFAL. Daarmee kan gesteld worden dat het besluit om medewerking te verlenen zorgvuldig is genomen. Het besluit heeft geen onevenredige negatieve gevolgen voor briefschrijver en is daarmee niet in strijd met artikel 1 EP EVRM en het evenredigheidsbeginsel. 1-4. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL): veilige afstand vanwege het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op gronden met een agrarische bestemming. Briefschrijver stelt dat de nieuwe woningen te dicht op agrarische percelen komen te liggen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet minimaal 50 meter afstand worden gehouden, en onderzoek (‘Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden’) laat zelfs zien dat binnen 250 meter van een teeltlocatie verhoogde concentraties bestrijdingsmiddelen voorkomen. Omdat het plan deze afstand niet respecteert en geen onderzoek is gedaan naar spuitvrije zones, is volgens briefschrijver geen veilig en aanvaardbaar woon‑ en leefklimaat gegarandeerd en voldoet het plan niet aan de eisen van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Antwoord gemeente: Zie beantwoording 1-2.

1-5. Woningdifferentiatie Briefschrijver merkt op dat alle geplande woningen in het dure koopsegment vallen en dat niet wordt onderbouwd waarom wordt afgeweken van de voorgeschreven woningdifferentiatie. Het argument dat dit de doorstroming zou bevorderen is volgens briefschrijver niet overtuigend, omdat de woningen voor iedereen te koop zijn en niet specifiek voor lokale bewoners, waardoor doorstroming helemaal niet is gegarandeerd. Antwoord gemeente: Het artikel over woningdifferentiatie waarnaar verwezen wordt is hier niet op van toepassing. De ontwikkeling aan de zuidrand van de kern Doetinchem is passend bij de kernkwaliteiten van het landschap en voldoet aan het bijbehorende woonmilieu ‘Wonen in het groen (lage dichtheid)’, zoals opgenomen in de ‘Woonvisie Doetinchem 2023-2036 ‘Stadse allure - dorpse gemoedelijkheid’ dat op 20 april 2023 is vastgesteld. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van vijf woningen in het dure koopsegment. Omdat het een ontwikkeling van minder dan 20 woningen betreft, gaat het om maatwerk. Verwacht wordt dat dit een positief effect op de woningmarkt teweegbrengt vanwege een treintje van verhuisbewegingen wat in gang wordt gezet. Hiermee wordt ook weer ruimte gecreëerd in andere segmenten van de markt. 1-6. Landschappelijke inpassing Briefschrijver stelt dat de landschappelijke inpassing onduidelijk en juridisch onvoldoende is uitgewerkt.

Het artikel 6.96 dat dit moet regelen verwijst naar het verkeerde perceel (Rijksweg 288 Gaanderen). Ook is niet duidelijk wie het openbare groen gaat beheren, gemeente of bewoners. Dit is ook relevant in verband met de spuitzoneringsproblematiek. Briefschrijver merkt op dat het inpassingsplan slechts een vrijblijvend voorstel is zonder bindende status. Omdat er bovendien meerdere verschillende versies circuleren, ontstaat rechtsonzekerheid en is niet gewaarborgd dat het landschap daadwerkelijk goed wordt beschermd. Antwoord gemeente: Het klopt dat er een verkeerde verwijzing in het Omgevingsplan terecht is gekomen. Deze wordt hersteld, zodat verwezen wordt naar het juiste document. Dat er verschillende versies in omloop zijn van het landschappelijk inpassingsplan kan niet worden beaamd. De juiste versie waar het plan op is gebaseerd maakt onderdeel uit van dit besluit. Het openbaar groen wordt na realisatie overgedragen aan de gemeente. Buha is vervolgens verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het groen voor de gemeente Doetinchem. Met een gebodsbepaling in het Omgevingsplan wordt geborgd dat het landschappelijk inpassingsplan wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. 1-7.

Aanvaardbaar woon- en leefklimaat Briefschrijver stelt dat de gemeente ten onrechte aanneemt dat de nieuwe woningen “buiten de bebouwde kom” liggen, terwijl de toevoeging van woningen het gebied juist tot bebouwde kom maakt. Daardoor gelden strengere geurnormen en kunnen omliggende veehouderijen in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Volgens briefschrijver is dit volledig miskend. De gevolgen op het woon- en leefklimaat voor toekomstige bewoners is onvoldoende onderzocht. Ook de hoge geluidbelasting (een hogere waardenbesluit is nodig) speelt daarbij een rol. Antwoord gemeente: Met het toevoegen van vijf woningen is er sprake van een geringe verdichting van de bebouwing. In het gebied blijft sprake van verspreid liggende bebouwing en daarmee houdt het gebied een open karakter. Met het ontwerp van de nieuwe woningen, de erfopzet en de landschappelijke inpassing is hier rekening mee gehouden. De woningdichtheid en daarmee de hoeveelheid mensen die er verblijft per oppervlakte blijft laag. Daarbij komen er door de toevoeging van de vijf woningen geen stedelijke voorzieningen bij. En is uitbreiding van de infrastructuur, anders dan ontsluitingen naar de nieuwe woningen, ook niet aan de orde. Hierdoor kunnen zowel de bestaande woningen aan de Oud Kilderseweg 47, Kilderseweg 39 en de Stroombroekweg 2 als ook de nieuwe woningen gezien worden als gelegen buiten de

bebouwde kom met een wettelijke geurnorm van 14 ouE/m3. Aan deze norm wordt voldaan, waardoor het omliggende bedrijf niet belemmerd wordt in de bedrijfsvoering. Voor wat betreft het aspect ‘geluid’ wordt verwezen naar het ‘Akoestisch onderzoek geluid wegverkeer Gemeente Doetinchem’, d.d. 28 januari 2025 van SAB. Daaruit blijkt dat de standaardwaarde voor geluid uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) overschreden wordt. Als gevolg hiervan is het gezamenlijke geluid op de gevels van woningen vastgelegd in het omgevingsplan. Het gezamenlijke geluid is de basis voor het bepalen van de karakteristieke geluidwering om zo te voldoen aan de binnenwaarde uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hiermee is de geluidkwaliteit binnen de woning goed. Voor de beoordeling van de mate van hinder door geluid en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is het gecumuleerde geluid van de wegen beoordeeld. Het gecumuleerde geluid is ter plaatse van de geprojecteerde woningen 52 tot 57 dB. Het akoestische klimaat en daarmee het woon- en leefklimaat bij het bouwplan is overwegend te kwalificeren als redelijk tot matig. Hieruit kan geconcludeerd worden dat samen met het feit dat de geluidkwaliteit binnen de woningen goed is, het woon- en leefklimaat bij de nieuwe woningen ook vanuit akoestisch oogpunt als goed kan worden gekwalificeerd. 1-8.

Verkeersontsluiting Briefschrijver stelt dat de motivering ten onrechte zegt dat het extra verkeer probleemloos via de Kilderseweg kan worden afgehandeld, terwijl directe ontsluiting daar niet is toegestaan en bovendien geen enkel onderzoek is gedaan naar de verkeersveiligheid op deze drukke weg. Antwoord gemeente: De berekening voor wat betreft het aantal verkeersbewegingen als het aantal parkeerplaatsen zijn gebaseerd op cijfers zoals het CROW (publicatie: 381, Parkeren en parkeerkencijfers 2024 (verschijningsvorm 22-07-2024, ISBN: 978 90 6628 714 3)) deze aandraagt. Deze cijfers zijn ook opgenomen in het (parkeer)beleid van de gemeente Doetinchem. De Kilderseweg is een gebiedsontsluitingsweg (GOW) met een snelheidsregime van 50 km/uur. Op de Kilderseweg (model 2030H Mvt/Etm Doetinchem) rijden 5600 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm). De kleine toename (42 mvt/etm) door het toevoegen van de 5 woningen is geen probleem en kan de Kilderseweg aan. Met deze relatief lage verkeersintensiteiten (er rijden hier in de avondspits (model 2030H MvtAs Doetinchem) max 550 voertuigen. Hierdoor zijn er voldoende hiaten en zal de wachttijd voor oprijden voldoende zijn. Doordat het fietspad op afstand ligt van de hoofdrijbaan, kan het gemotoriseerde verkeer zich hier opstellen en wachten alvorens ze de hoofdrijbaan oprijden en vice versa. 1-9.

Soortenbescherming Briefschrijver geeft aan dat de uitgevoerde quickscan laat zien dat het gebied mogelijk belangrijk leefgebied is voor kerkuilen en mogelijk ook voor steenuilen, maar volgens briefschrijver is het vervolgonderzoek te beperkt om dat goed te beoordelen. Briefschrijver vindt de conclusies van SAB tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd, en stelt dat de wettelijke bescherming van deze soorten het plan in de weg kan staan. Antwoord gemeente: De kerkuil heeft een vrij groot foerageergebied, wat betekent dat de soort vrij mobiel is en makkelijk ergens anders gaat foerageren. In de omschrijving van de quick scan Natuur (d.d. 16 januari 2025 uitgevoerd door SAB) is bij de aanwezigheid van de kerkuil opgenomen dat het terrein geschikt is als foerageergebied en daarom ook essentieel kan zijn. In de effectbeoordeling is gekeken of er voldoende alternatieven zijn, en dat is hier zeker het geval. Daarom is het foerageergebied als niet essentieel aangemerkt (al staat er de term functioneel leefgebied). Hiermee kunnen de effecten van de werkzaamheden op de kerkuil weggeschreven worden. Het nader onderzoek naar de steenuil (d.d. 28 mei 2025) is volgens geldige onderzoeksprotocollen uitgevoerd en daarmee is een reëel beeld verkregen om de aan- of in dit

geval de afwezigheid aan te tonen van de steenuil. Omdat de soort niet in het besluitgebied is aangetroffen of in de directe omgeving kan uitgesloten worden dat steenuilen het gebied gebruiken als essentieel foerageergebied. Het dichtstbijzijnde territorium is op een dusdanige afstand aangetroffen dat er hier rondom voldoende foerageergebied en voedsel is te vinden. 1.10 Reclamebord Briefschrijver stelt dat het geplaatste reclamebord voor de woningbouw niet is toegestaan: het veroorzaakt hinder, past niet binnen de APV-regels voor handelsreclame en is bovendien in strijd met het omgevingsplan, omdat op deze agrarische grond geen reclamebouwwerken mogen worden gebouwd. Er is geen omgevingsvergunning verleend, waardoor het bord illegaal is geplaatst. Antwoord gemeente: In de APV zijn voorschriften opgenomen voor reclameborden. Het betreft hier een bouwbord en dat wordt gezien als een bijbehorend bouwwerk. Dit moet in overeenstemming met de regels in het geldende omgevingsplan zijn. Het bouwbord wordt niet ten dienste van de geldende functie gebouwd en is daarom in strijd met het omgevingsplan. Ten aanzien hiervan zou een aanvraag om omgevingsvergunning gedaan moeten worden. Dit is echter niet gedaan. Initiatiefnemer zou dit alsnog moeten aanvragen of het bouwbord op korte termijn moeten verwijderen.

Gevolgen voor het plan naar aanleiding van deze zienswijze: De zienswijze heeft geleid tot de volgende aanpassingen: • De motivering behorende bij deze ontwikkeling is aangevuld met een onderbouwing over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de agrarische gronden in de nabijheid van de nieuwe woningen. • In artikel 6.97 is de zinsnede ‘voor het perceel Rijksweg 288’ vervangen door de zinssnede ‘voor het perceel Kilderseweg naast 39’ Zienswijze 2 De heer R. Tomesen vraagt zich af of de kenbaar gemaakte aspecten in het voortraject (bij brief van 1 oktober 2024 waarop per brief van 16 december 2024 een reactie is ontvangen) voldoende zijn meegenomen en afgewogen in het ontwerp wijzigingsbesluit. Het gaat om de volgende aspecten: a. Geurbelasting. b. Goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen. c. Omliggende bedrijven in de omgeving mogen niet worden belemmerd. 2-1. Aspect geurbelasting Briefschrijver stelt dat de 5 nieuwe woningen op de beoogde locatie direct een belemmering vormen voor de bedrijfsvoering en eventuele ontwikkelingsmogelijkheden van het pluimveebedrijf aan de Kilderseweg 41 te Doetinchem, omdat de nieuw te bouwen woningen aan de westkant van de Kilderseweg moeten worden gezien als woningen in de bebouwde kom van Doetinchem en daarvoor geldt de wettelijke geurnorm van 3 ouE/m3.

Hierdoor kan volgens briefschrijver geen goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Verder wordt gesteld dat geur afkomstig van de beide aanwezige (vergunde) mestloodsen (drogen + opslag vaste pluimveemest) niet meegenomen/beoordeeld zijn Antwoord gemeente: Dit aspect wordt onderbouwd in de reactie op punt 7 van zienswijze 1. Met het toevoegen van vijf woningen is er sprake van een geringe verdichting van de bebouwing. In het gebied blijft sprake van verspreid liggende bebouwing en daarmee houdt het gebied een open karakter. Met het ontwerp van de nieuwe woningen, de erfopzet en de landschappelijke inpassing is hiermee rekening gehouden. De woningdichtheid en daarmee de hoeveelheid mensen die er verblijft per oppervlakte blijft laag. Daarbij komen er door de toevoeging van de vijf woningen

geen stedelijke voorzieningen bij. En is uitbreiding van de infrastructuur, anders dan ontsluitingen naar de nieuwe woningen, ook niet aan de orde. Hierdoor kunnen zowel de bestaande woningen aan de Oud Kilderseweg 47, Kilderseweg 39 en de Stroombroekweg 2 als ook de nieuwe woningen gezien worden als gelegen buiten de bebouwde kom met een wettelijke geurnorm van 14 ouE/m3. Aan deze norm wordt voldaan, waardoor het bedrijf niet belemmerd wordt in de bedrijfsvoering. Het geuronderzoek d.d. 7 maart 2025 van SAB laat ook zien dat de mestloodsen (opslag en drogen) C en G meegenomen zijn in de berekeningen met geuremissie, zoals vermeld in de verleende vergunning voor de veehouderij aan de Kilderseweg 41 (d.d. 31 maart 2009 en de melding uit 2018). In de berekening van de planologische rechten zijn alle vergunde geuremissies van de stallen en de mestloodsen bij elkaar opgeteld en als één emissiepunt doorgerekend. 2-2. Aspect goed woon- en leefklimaat Briefschrijver stelt dat in de beoogde ontwikkeling voor de 5 nieuwe woningen het aspect luchtkwaliteit/ fijn stof (individueel en cumulatief) ten onrechte niet is onderzocht en beoordeeld. Gelet op de situering van de pluimveehouderij (en snelweg A18) vreest briefschrijver dat niet aan de geldende normstelling kan worden voldaan. Antwoord gemeente: Dit aspect is onderbouwd in de motivering van het plan.

Aangetoond is dat er ter plaatse van het plangebied voldaan wordt aan de wettelijke normen voor luchtkwaliteit. De wettelijke norm voor fijn stof (jaargemiddeld) is 25 µg/m3 voor PM2,5 en 40 µg/m3 voor PM10. Daarnaast geldt dat maximaal 35 keer per jaar de 24-uurs gemiddelde waarde van 50 µg/m3 voor PM10 overschreden mag worden. Uiterlijk in 2030 gaan er strengere normen gelden voor fijn stof, namelijk jaargemiddeld een waarde van 10 µg/m3 voor PM2,5 en 20 µg/m3 voor PM10. Uit de meest recente gegevens van de Atlas Leefomgeving en het CIMLK blijkt, dat de luchtkwaliteit als gevolg van onder meer verkeer, veestallen en industrie in het plangebied jaargemiddeld ca. 8 µg/m3 voor PM2,5 en ca. 16 µg/m3 voor PM10 is. Uit de monitoringsgegevens van het jaar 2025 uit het CIMLK blijkt verder dat in de nabije omgeving van het plangebied 6 tot 6,5 keer per jaar de 24-uurs gemiddelde waarde voor PM10 overschreden wordt als gevolg verkeer en van de pluimveehouderij aan de Kilderseweg 41. 2-3. Aspect gezondheid Briefschrijver stelt dat met de mogelijke gezondheidsrisico’s afkomstig van de pluimveehouderij van de heer Tomesen ter plaatse van de planlocatie voor de 5 woningen onvoldoende rekening is gehouden. De mogelijke (nadelige) gevolgen voor de gezondheid zijn onvoldoende onderzocht.

Hierbij wordt verwezen naar het advies van de Gezondheidsraad (2025) over wonen in de nabijheid van geitenhouderijen. Briefschrijver geeft aan dat de GGD ten aanzien van dit woningbouwplan om advies had moeten worden gevraagd. Antwoord gemeente: De Gezondheidsraad heeft geen advies uitgebracht om maatregelen te nemen om de gezondheid van omwonenden van pluimveehouderijen te beschermen. Hiermee kan er geen parallel getrokken worden met het advies van de Gezondheidsraad over gezondheidsrisico’s door geitenhouderijen. Aangezien mogelijke gezondheidsrisico’s door pluimveehouderijen niet wetenschappelijk aangetoond is, is dit aspect geen punt om ruimtelijk mee af te wegen.

2-4. Aspect spuitzone Briefschrijver geeft aan dat op grond van de geldende wet- en regelgeving inclusief jurisprudentie van de Raad van State ten opzichte van percelen landbouwgrond een beschermingszone (spuitzone) van minimaal 50 m in acht dienen te worden genomen. Briefschrijver stelt dat ten onrechte ten aanzien van dit aspect geen beoordeling is opgenomen in de motivering van dit plan. Antwoord gemeente: De motivering behorende bij deze ontwikkeling is aangevuld met een onderbouwing over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de agrarische gronden in de nabijheid van de nieuwe woningen. Vanuit het oogpunt van gezondheidsrisico’s is een zorgvuldige afweging gemaakt over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De conclusie is dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van de gezondheid of van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de nieuwe woningen. Als er geen gebruiksregels worden opgenomen in het omgevingsplan over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op agrarische percelen in de omgeving van de nieuwe woningen is er ook geen sprake van een beperking van gebruiksmogelijkheden of waardedaling van omliggende agrarische percelen. Zie voor een nadere toelichting de motivering behorende bij dit plan.

Gevolgen voor het plan naar aanleiding van deze zienswijze: De zienswijze heeft geleid tot de volgende aanpassingen: • De motivering behorende bij deze ontwikkeling is aangevuld met een onderbouwing over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de agrarische gronden in de nabijheid van de nieuwe woningen. Zienswijze 3 3-1. Briefschrijver vraagt zich af waarom het geplande wandelpad niet doorgetrokken wordt tot de Oud Kilderseweg? Antwoord gemeente: Het wandelpad wordt gerealiseerd op de gronden die betrekking hebben op de ontwikkeling. Doortrekking naar de Oud Kilderseweg is op dit moment niet mogelijk vanwege andere eigendomsverhoudingen. Het ontwerp van de woningen en inrichting van de openbare ruimte hebben zich enkel gericht op de te ontwikkelen gronden die in eigendom zijn van de ontwikkelaar. 3-2. Briefschrijver vraagt wie straks het wandelpad onderhoud en of voldoende veiligheid is geborgd voor wandelaars i.v.m. de geplande bomen? Antwoord gemeente: Na realisatie wordt het openbaar groen en daarmee ook het wandelpad overgedragen aan de gemeente en komt het beheer te liggen bij Buha. Buha is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het openbaar groen binnen de gemeente Doetinchem. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de begaanbaarheid van wandelpaden en veiligheid van wandelaars. 3-3.

Briefschrijver vraagt of er een definitieve inrichtingstekening beschikbaar is van het openbaar groen? Antwoord gemeente: Er is een definitieve inrichtingstekening en een uitgewerkt beplantingsplan beschikbaar en deze is opvraagbaar bij de initiatiefnemer.

3-4. Briefschrijver vraagt waarom het gebied ten westen van de Kilderseweg voor de Hinderwet wordt gezien als gebied buiten de bebouwde kom? Antwoord gemeente: De Hinderwet bestaat niet meer. Deze wet is jaren geleden overgegaan in de Wet milieubeheer. Vervolgens is een specialistisch wet voor het aspect geur in werking getreden, namelijk de Wet geurhinder en veehouderijen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn deze wetten hierin opgegaan. Met het toevoegen van vijf woningen is er sprake van een geringe verdichting van de bebouwing. In het gebied blijft sprake van verspreid liggende bebouwing en daarmee houdt het gebied een open karakter. Met het ontwerp van de nieuwe woningen, de erfopzet en de landschappelijke inpassing is hiermee rekening gehouden. De woningdichtheid en daarmee de hoeveelheid mensen die er verblijft per oppervlakte blijft laag. Daarbij komen er door de toevoeging van de vijf woningen geen stedelijke voorzieningen bij. En is uitbreiding van de infrastructuur, anders dan ontsluitingen naar de nieuwe woningen, ook niet aan de orde. Hierdoor kunnen de nieuwe woningen gezien worden als gelegen buiten de bebouwde kom met een wettelijke geurnorm van 14 ouE/m3. Aan deze norm wordt voldaan, waardoor het bedrijf niet belemmerd wordt in de bedrijfsvoering. 3-5.

Briefschrijver vraagt van wie straks de toegangsweg naar de huizen is? Antwoord gemeente: Het deel van de toegangsweg dat in het openbaar gebied ligt zal worden overgedragen aan de gemeente. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van deze zienswijze: De zienswijze heeft geen gevolgen voor het plan. Planonderdeel Heijendaalseweg 3, Wehl Zienswijze 1 1-1. Briefschrijver stelt dat er geen sprake kan zijn van een doorstart, omdat de Natuurvergunning door de Provincie is ingetrokken. Daarbij wordt verwezen naar een uitspraak van de Rechtbank Gelderland d.d. 27 oktober 2025. Een doorstart maakt geen onderdeel uit van de intrekking. Op deze basis is de deelname aan de LBV+ regeling toegekend. Nu blijkt dat er toch een doorstart komt van een varkensbedrijf naar agrarisch/hoveniersbedrijf. Hiertegen maakt briefschrijver bezwaar omdat er volgens de uitspraak van 27 oktober 2025 van Rechtbank Gelderland geen stikstofuitstoot meer zou mogen plaatsvinden op deze locatie. Er zou in ieder geval een omgevingsvergunning/natuurvergunning nodig zijn, als er al sprake zou zijn van een nieuwe situatie, maar zoals omschreven wordt in het plan betreft het hier een wijziging van de planlocatie. Antwoord gemeente Op basis van de LBV+ regeling is de voorwaarde dat geregeld wordt dat er geen landbouwhuisdieren meer mogen worden gehouden op het perceel.

Daarom is er voor dit perceel een regel in het omgevingsplan opgenomen dat landbouwhuisdieren verboden zijn. Een akkerbouwbedrijf is niet uitgesloten op basis van de regeling, mits het houden van landbouwhuisdieren planologisch is uitgesloten. Daarnaast was een akkerbouwbedrijf ook al mogelijk op basis van het geldende omgevingsplan. Het omgevingsplan wijzigt op dit punt dus niet. Het akkerbouwbedrijf is nog steeds toegestaan.

De omgevingsplanwijziging betreft dus geen voortzetting of doorstart van de voormalige varkenshouderij, maar een wijziging waarbij het houden van landbouwhuisdieren planologisch wordt uitgesloten. Dat sprake is van een wijziging van het omgevingsplan betekent niet automatisch dat ook sprake is van een nieuwe vergunningplichtige situatie. Daarnaast wil de initiatiefnemer graag nevenactiviteiten uitvoeren, namelijk fouragehandel en hoveniersactiviteiten. Initiatiefnemer wil deze nevenactiviteiten graag uitvoeren tot maximaal 500 m2. In het planologisch kader voor het landelijk gebied – 2021, vastgesteld door de gemeenteraad op 1 juli 2021, is een regeling opgenomen om nevenactiviteiten tot 750 m2 toe te staan. Het plan van initiatiefnemer voor nevenactiviteiten tot 500 m2 kan hieraan voldoen. De regels voor het uitoefenen van een nevenactiviteit uit planologisch kader zijn overgenomen in het omgevingsplan. De initiatiefnemer kan hiervoor te zijner tijd een omgevingsvergunning kan aanvragen. Voor het beoogde akkerbouwbedrijf met fouragehandel en hoveniersactiviteiten is een Aeriusberekening uitgevoerd. Uit de Aerius-berekening blijkt dat in de nieuwe bedrijfssituatie geen sprake is van stikstofdepositie met significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Daarmee is geen nieuwe natuurvergunning nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8376/documents/51858