B15.00 Beeldkwaliteitsplan De Hoekshorst, Nieuw-Wehl
Tekst van het document
Nieuw-Wehl, HOEKHORSTERWEG BEELDKWALITEITSPLAN DE HOEKHORST, NIEUW WEHL DE HOFMEESTERS | STNS INGENIEURS | BURO KWIEK 10-01-2026 VOORWOORD Voor u ligt het beeldkwaliteitsplan voor de nieuwbouwontwikkeling aan de Hoekhorsterweg in Nieuw -Wehl. Dit plan bestaat uit meerdere samenhangende onderdelen, waaronder het stedenbouwkundig plan en het groenplan. Gezamenlijk beschrijven deze onderdelen de ruimtelijke, architectonische en landschappelijke uitgangspunten voor de nieuwe woonbuurt. In het beeldkwaliteitsplan zijn de stedenbouwkundige structuur, de gewenste beeldkwaliteit en de groene inrichting integraal op elkaar afgestemd. Deze samenhang zorgt ervoor dat bebouwing, openbare ruimte en landschap elkaar versterken en bijdragen aan een her kenbare, dorpse en toekomstbestendige woonomgeving. De nieuwe wijk vormt daarbij een zorgvuldige overgang tussen de bestaande bebouwin g van Nieuw-Wehl en het zuidelijk gelegen landschap van De Tuut. Het beeldkwaliteitsplan heeft een formele status en fungeert als toetsingskader voor de beoordeling van omgevingsvergunningen binnen het plangebied. Het wordt gehanteerd bij de welstandstoets en bij de beoordeling van omgevingsvergunningen. De in het plan opgeno men uitgangspunten en richtlijnen bieden duidelijke houvast voor ontwerp en uitwerking en zijn bepalend bij de toetsing van nieuw e ontwikkelingen.
Op deze manier wordt gewaarborgd dat toekomstige bebouwing bijdraagt aan een samenhangende ruimtelijke en architectonische kwaliteit en past binnen het karakter en de identiteit van Nieuw -Wehl. 2 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1: Inventarisatie 4 HOOFDSTUK 2: Analyse 12 HOOFDSTUK 3: Ontwerp 28 HOOFDSTUK 4: Groenplan 36 HOOFDSTUK 5: Beeldkwaliteit (architectuur en materialisatie) 64 3 H1 I N V E N T A R I S A T I E NIEUW-WEHL 4 1.1 Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de zuidoostrand van Nieuw -Wehl, op de overgang tussen de bestaande woonbebouwing en het lager gelegen na tuur- en recreatiegebied De Tuut. De locatie wordt omsloten door de Deutseveldstraat , de Nieuw Wehlseweg en de Hoekhorsterweg , en vormt daarmee een natuurlijke afronding van de dorpskern. Aan de noord -, oost- en westzijde wordt het gebied begrensd door bestaande woonstrat en, terwijl de zuidzijde wordt gekenmerkt door een groene rand en een duidelijk waarneembare esrand die afloopt richting het beekdallandschap. 1.2 Het dorp Nieuw -Wehl Nieuw-Wehl is een kleinschalig, dorps woonmilieu binnen de gemeente Doetinchem, gelegen tussen Wehl, Didam en Angerlo. Het dorp heeft een overzichtelijke structuur met een mix van vrijstaande woningen, tweekappers en rijwoningen op ruime kavels.
De historische gr oei van de kern concentreerde zich rond de parochie, die in 1925 werd gerealiseerd en sindsdien een herkenbaar middelpunt vormt. Naast de ker kelijke functies speelt ook Elver een belangrijke rol in het dorp, met haar hoofdvestiging aan de zuidwestzijde van Nieuw -Wehl — een instelling die zowel sociaal als economisch verweven is met de gemeenschap. De ligging van het plangebied, precies tussen de dorpsbebouwing en het open landschap, maakt het tot een plek met een sterke ruimtelijke kwaliteit: enerzijds verbonden met de bestaande woonwijk, anderzijds in directe relatie tot de landschappelijke openheid van De Tuut. Deze positie vormt een belangrijk uitgangspunt voor de stedenbouwkundige en landschappelijke opzet van de nieuwe woonbuurt. 5 Ligging plangebied in Nieuw-Wehl 6 Uitsnede plangebied met bestaande bebouwing 7 O M G E V I NG 8 B E B O U W I NG 9 1.3 Nadere beschrijving omgeving, bebouwing en historie De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een afwisseling van dorpse woonstraten en het open landschap dat direct ten zuiden van Nieuw-Wehl begint. De bebouwing in de directe omgeving bestaat voornamelijk uit vrijstaande woningen en twee -onder-een-kapwoningen op ruime kavels, met groene voortuinen en informele straatprofielen die typerend zijn voor de dorpsstructuur.
Aan de randen van het dorp gaat deze bebouwing geleidelijk over in agrarische percelen en natuurgebieden, waarbij de esrand een herkenbare overgang vormt tussen het dorp en het beekdallandschap. Historisch heeft Nieuw -Wehl zich ontwikkeld als een kleine nederzetting die langzaam is uitgebreid langs bestaande wegen en pade n. De groei vond vooral plaats na de twintigste eeuw, waarbij het dorp zijn karakteristieke kleinschaligheid behield. De aanwezigheid van enkele historische elementen, zoals de kerk, de parochiegebouwen en enkele oudere lintstructuren, zorgt voor een herkenbare identiteit. Deze his torische gelaagdheid vormt vandaag de dag een belangrijke drager voor de ruimtelijke beleving en de opbouw van de dorpskern. 10 H I S T O R I E 11 H2 A N A L Y S E NIEUW-WEHL 12 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie van Nieuw -Wehl en het plangebied onderzocht. De analyse vormt de basis voor de stedenbouwkundige keuzes en geeft inzicht in de ruimtelijke structuren, landschappelijke kenmerken en planologische randvoorw aarden die van invloed zijn op de ontwikkeling. Door het plangebied te beschouwen binnen de bredere context van Nieuw -Wehl ontstaat een ond erbouwd kader voor de ruimtelijke kwaliteit en de stedenbouwkundige opzet van het plan.
De analyse richt zich op het geldende bestemmingsplan en planologisch kader, groenstructuren, de historische ontwikkeling, de hoogteverschillen, de waterstructuren, bodemopbouw én de ligging binnen natuur - en groennetwerken. De verzamelde informatie word t vervolgens vertaald naar een integrale analysekaart die richting geeft aan de positionering van bebouwing, groen en infrastru ctuur binnen het plangebied. 2.2 Stedenbouwkundige analyse van het dorp 2.2.1 Bestemmingsplan en planologisch kader Het plangebied valt binnen twee bestaande planologische regelingen: de Beheersverordening Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022 voor het agrarische deel, en het tijdelijke Omgevingsplan Stedelijk gebied – 2021 voor de voormalige bedrijfslocatie aan de Hoekhorsterweg . Binnen deze regelingen gelden de functies Agrarisch met waarden en Bedrijf, waarin woningbouw niet is toegestaan. Omdat het project voorziet in de sloop van bedrijfsbebouwing, de beëindiging van de bedrijfsfu nctie en de realisatie van 38 nieuwe woningen, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Met de omgevingsplanwijziging wordt h et nieuwe stedenbouwkundig plan juridisch -planologisch vastgelegd en ontstaat een passend planologisch kader voor de beoogde woonontwikkel ing.
13 B E S T E M M I N G S P L A N STEDELIJK GEBIED 2021 14 B E H E ER S V E R O R D E N I N G LANDELIJK GEBIED 2020 15 Groenstructuurkaart Nieuw-Wehl en Wehl 2.2.2 Groenstructuren Nieuw-Wehl ligt in directe relatie tot natuurgebieden ten zuiden en westen van de kern. De openheid van De Tuut, de aanwezige groenstructuren en recreatieve routes vormen belangrijke ecologische en landschappelijke dragers. Door in het plangebied aan te sluiten op deze netwerken kan de ruimtelijke kwaliteit worden versterkt, zowel voor bewoners als voor flora en fauna. Kijkend naar de groenstructuurkaart van Nieuw-Wehl valt op dat er een duidelijk kruis ontstaat van een hoofdstructuur met een nevenstructuur. Deze structuren van bomen zijn verbonden met het grotere netwerk in de richting van Wehl. Verder valt op dat tegen het plangebied aan een groen hoofdstructuur is gelegen, dat verbonden is met de grotere groenstructuur van het gebied. 16 1950 1850 1925 2.2.3 Historische ontwikkeling 1850–1900: Esdorpenlandschap met heide en ontginningen Het gebied rond Nieuw -Wehl is onderdeel van het oude Achterwehl: een verspreid boerenlandschap zonder centrale kern. De Nieuw -Wehlseweg is een zandweg, functionerend als verbindingsroute tussen Wehl, de Diem en het open veld. Rondom bevinden zich enkele losse boerderijen met bijbehorende akkers (essen), graslanden en heidevelden. Geen dorpsstructuur.
Het landschap is rijk aan greppels, houtwallen en kleine waterlopen die percelen scheiden. Deze vormen nu nog herkenbare erfgoedsporen. 1900–1950: Vorming van een dorpskern rond kerk en school Aan de Nieuw -Wehlseweg ontstaat een concentratie van bebouwing, te beginnen met: Een katholieke lagere school en de kerk met pastorie. Dit is het begin van de kern Nieuw -Wehl: de omgeving krijgt een dorps karakter met maatschappelijke functies. Het landschap blijft agrarisch met akkerbouw (rogge, haver) en veeteelt, maar percelen worden iets rationeler ingedeeld. In 1933 wordt aan de overzijde het Fatimacomplex gebouwd: een zustershuis dat bijdraagt aan het sociale en religieuze leven. 1950–2000: Voorzichtig uitbreiden en moderniseren Er komen enkele vrijstaande woningen en boerderijen bij aan de Nieuw -Wehlseweg. De omgeving ontwikkelt zich tot een dorpslint, met huizen op ruime kavels in het groen. De omliggende landbouwgronden worden moderner ingericht: percelen worden groter en rechte lijnen domineren. De historische sloten en wallen blijven voor een deel bestaan, maar verliezen soms hun functie. 2000–2025: Erfgoedherstel en landschapsversterking Nieuw-Wehl blijft een klein dorp (ca. 130 huizen) zonder grote uitbreidingswijken. Reconstructie en onderhoud van sloten, houtwallen en historische paden (o.a. bij ‘De Tuut’ en wandelroutes).
Nieuw groenbeleid zorgt voor de aanleg van bloemrijke bermen en landschapselementen (2024 -project: Levend Landschap). De school wordt deels herontwikkeld ; de kerk en pastorie blijven belangrijke ruimtelijke referentiepunten. Woningbouw beperkt zich tot inpassing in bestaande structuur: geen verstedelijking, maar behoud van openheid en dorpskarakter. 17 2024 2000 1975 1900 1925 18 ahn.nl viewer + NAP hoogtes +12,80 +14,50 +16,30 +14,30 +11,90 +13,00 +13,20 +8,10 +8,90 +9,20 +10,50 +12,50 +9,30 +11,40 +9,70 2.2.4 Hoogtekaart grote schaal Kijkend naar de hoogtekaart van Nieuw - Wehl op grote schaal valt meteen de rivierbedding in het noorden op. Rondom deze rivier (de IJssel) ligt dan ook het laagste punt in de omgeving. Verder valt op dat in het zuiden het hoogste punt in de omgeving ligt, het Bergherbosch . Precies tussen deze twee uitersten in ligt het plangebied Nieuw -Wehl. Dit gebied heeft een hoogte van 12,80m boven NAP . 19 2.2.5 Hoogtekaart kleine schaal +13,50 Kijkend naar de hoogtekaart van Nieuw-Wehl op kleinere schaal valt +13,60 | +13,00 | meteen op dat er verscheidene +12,60 | hoogtes aanwezig zijn in het gebied. +14,20 | Het hoogste punt is gelegen rondom de kerk en bijbehorende parochie en zusterhuis. +12,30 | Het laagste punt is gelegen ten zuiden van het plangebied. Een verklaring hiervoor is dat daar de +12,30 | waterstructuur van het gebied ligt.
+11,10 | +13,50 | Deze structuur bestaat uit enkele wadi’s en een doorlopende beek. +12,80 | +13,10 | +13,80 +11,60 +11,10 ahn.nl viewer + NAP hoogtes | 20 Waterdiepte bij hevige regenbui 70mm/2uur 2.2.6 Wateroverlast bij regen Wat opvalt aan deze kaart is dat er in de omgeving allemaal losse vlekken met wateroverlast ontstaan na een hevige regenbui. Een mogelijke verklaring hiervoor is het verschil in hoogtes in het gebied, waardoor het water naar de lagere delen stroomt. Kijkend naar het plangebied valt op dat veel water blijft staan in het noordwestelijke deel van ons gebied. Deze punt is dan ook lager gelegen ten opzichte van de rest van het deelgebied, waardoor het regenwater deze kant op stroomt. 21 Waterdiepte bij hevige regenbui 140mm/2uur Ten opzichte van de vorige kaart is het belangrijkste verschil dat bij een nog heftigere regenbui de overlastplekken in omvang toenemen. De punt in het noordwesten van het plangebied neemt vandaar dus ook toe, waardoor circa 1/3 e van het plangebied overlast zal ervaren. Ook het gebied ten zuiden en noorden van het plangebied zullen overlast ervaren van de hoeveelheid regenwater.
22 2.2.7 Bodemkaart (bEZ23) Hoge bruine enkeerdgronden;lemigfijn zand (pZg23) Beekeerdgronden; lemig fijn zand (Zn23) Vlakvaaggronden; lemig fijn zand (KRn1) Poldervaaggronden; lichte zavel (Zb21) Vorstvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (Zb23) Vorstvaaggronden; lemig fijn zand 23 2.2.8 Geomorfologische kaart B53 B53 N51 L51 L51 M53 M53 M42 M46 M53 M42 2 3 4 5 6 1 1 4 2 5 3 6 24 2.2.9 Natuurnetwerk kaart Kenmerken: Kijkend naar het natuurnetwerk in de omgeving van Nieuw-Wehl valt op dat er ten zuidwesten van Wehl een grote partij aanwezig is. De overgangszones worden met lichtgroen weergegeven. Opvallend is dat deze precies om Nieuw-Wehl heen loopt. 25 2.2.10 Molenbiotoop kaart Kenmerken: Een deel van het plangebied ligt binnen de molenbiotoop van de Bernadette Molen aan de Kerkhofweg 10A. In de Omgevingsverordening Gelderland gelden hiervoor specifieke regels om de windvang, zichtbaarheid en cultuurhistorische beleving van de molen te beschermen. 26 4x vrijstaand duur 14x 2kapper duur + betaalbaar 4x Hoek 16x Rij goedkoop – betaalbaar Totaal 38x 2.2.11 Analysekaart De hierboven beschreven kenmerken zijn samengebracht in een integrale analysekaart. Deze kaart maakt inzichtelijk welke ruimtelijke kwaliteiten behouden, versterkt of juist toegevoegd dienen te worden.
Daarmee vormt zij het fundament voor de stedenbouwkundige opzet en de positionering van bebouwing, groen en infrastructuur in het nieuwe plan. 27 H3 O N T W E R P NIEUW-WEHL 28 NIEUW-WEHL 3.1 Planbeschrijving Het stedenbouwkundig plan voor de locatie Hoekhorsterwegin Nieuw-Wehl vormt een zorgvuldig ontworpen overgang tussen de bestaande dorpsbebouwing en het zuidelijk gelegen natuur- en recreatiegebied De Tuut. De structuur van de nieuwe woonbuurt is gebaseerd op een heldere opbouw van compact binnengebied, ruimere randen en een zachte groene dorpsrand, waardoor de wijk logisch aansluit op zowel de dorpse context als het omliggende landschap. 3.2 Overgang tussen dorp en landschap De stedenbouwkundige opzet respecteert de ligging aan de esrand, die het historische hoogteverschil tussen de kern van Nieuw-Wehl en het lager gelegen beekdallandschap markeert. De zuidrand blijft daarom groen en open van karakter . Door de inrichting met landschappelijke beplanting, doorzichten en wandelverbindingen vormt deze rand een geleidelijke overgang naar De Tuut. De wijk is hierdoor visueel en functioneel verbonden met het omliggende landschap, wat bijdraagt aan de kwaliteit van zowel het woonmilieu als de recreatieve beleving. 3.3 Openbare ruimte, groen en oriëntatie Het ontwerp maakt gebruik van drie noord-zuid zichtlijnen die vanuit het binnengebieddoorlopen richting De Tuut.
Hierdoor blijft het landschap op meerdere plekken beleefbaar en ontstaat een duidelijke ruimtelijke structuur en oriëntatie binnen de buurt. Deze zichtlijnen worden landschappelijk begeleid en ingebed in een groene inrichting met een natuurlijk karakter . De openbare ruimte krijgt een groen, informeel en dorps karakter , waarbij bewust wordt gekozen voor een minder strak en meer ecologisch ingerichte groenstructuur . Langs de wandelpaden wordt een gemaaide strook toegepast om een verzorgd en toegankelijk beeld te waarborgen. Aansluitend hierop krijgt het groen een ruiger karakter, met extensief beheerde gras- en kruidenvegetaties die ruimte bieden aan biodiversiteit. Deze overgang tussen verzorgd en natuurlijk versterkt zowel de gebruikskwaliteit als de landschappelijke uitstraling van de wijk.
De groeninrichting kenmerkt zich door: • extensief beheerde, ruige gras- en kruidenzones buiten de padstroken • een biodivers en seizoensgebonden groenbeeld met ruimte voor natuurlijke ontwikkeling • een minder ‘aangeharkte’ uitstraling, passend bij het dorpse en landschappelijke karakter • wadi’s die fungeren als klimaatadaptievegroenzones • halfopen parkeeroplossingen geïntegreerd in het groen • wandelroutes die aansluiten op het bestaande netwerk richting De Tuut 29 STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP 30 NIEUW-WEHL 3.4 Structuur en verkaveling De structuur en verkaveling van het plan zijn ontworpen vanuit de dorpse maat en korrel die kenmerkend zijn voor Nieuw -Wehl. De opzet sluit aan op de bestaande woonstraten en respecteert de landschappelijke ligging aan de zuidrand. Hierdoor ontstaat een heldere, leesbare woonstructuur die logisch aansluit op zowel het dorp als het open landschap. De verschillende woonmilieus binnen het plan worden opgebouwd vanu it drie zones: een compact middenveld, ruimere woonranden en een groene dorpsrand. Centraal gebied – compact woonveld Het centrale deel van het plan vormt het meest compacte woonmilieu. Hier worden rijwoningen en hoekwoningen gerealiseerd met relatief smalle kavels en een duidelijke oriëntatie op de straat.
De korte rooilijnen, kleinschalige korrel en de nabijheid van de woningen t ot de openbare ruimte creëren een intiem straatprofiel dat aansluit op de bestaande woonstraten van Nieuw -Wehl. De samenhang tussen bebouwing en openb are ruimte bevordert sociale interactie, overzichtelijkheid en een duidelijk straatbeeld. Het centrale woonveld functioneert daarmee als het hart van de nieuwe wijk, waarbij de samenstelling van woningtypen zorgt vo or betaalbare en herkenbaar dorpse woonmilieus. Woonranden – tweekappers en vrijstaande woningen Aan de noord -, oost- en westzijde opent de verkaveling zich naar de bestaande woonbebouwing. Hier worden grotere kavels toegepas t met tweekappers en vrijstaande woningen. De woningen staan verder van de perceelsgrenzen en krijgen meer ruimte voor groen in de voortuinen en langs de erfafscheidingen. Deze ruimere opzet zorgt voor een geleidelijke overgang van het compactere middengebied naar de be staande ruim opgezette woonstraten van Nieuw -Wehl. De bebouwingsstructuur in de randen zorgt bovendien voor voldoende variatie in architectuur, korrelgrootte en massa, zonder d e samenhang van het totale plan te doorbreken. De vormgeving van de hoeksituaties — vaak met driezijdige oriëntatie — versterkt de leesbaarheid van de wijk en markeert belangrijke ruimtelijke punten.
31 NIEUW-WEHL Groene dorpsrand aan de zuidzijde De zuidelijke rand vormt een wezenlijk onderdeel van de landschappelijke inpassing van het plan. Hier maakt de woonbebouwing plaats voor een open, groene zone die de overgang vormt naar het natuur - en recreatiegebied De Tuut. De structuur is hier losser, een groene ran d richting het landschap en landschappelijke beplanting zoals hagen, struweel en bomenrijen. Er worden geen harde erfafscheidingen toegepast; in plaats daarvan worden groene overgangen gebruikt die de openheid van de esrand respecteren en versterken. Deze opzet borgt de landschappelijke karakteristiek van de zuidrand en behoudt het waardevolle ruimtelijke con trast tussen het dorp en het omliggende landschap. Parkeren Het parkeren voldoet aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Er zijn voldoende plekken aanwezig. Het parkeerkader volgt de logica van de stedenbouwkundige structuur en houdt rekening met de aanwezige molenbiotoop: Oostzijde van het plangebied Voor de rijwoningen is parkeren aan de voorzijde verplicht, omdat de molenbiotoop beperkingen oplegt aan de bouwhoogte en het positioneren van bijgebouwen. Door het parkeren voor de woningen te situeren, blijft de ruimtelijke opstelling binnen de toegestane hoogte en wordt het open karakter van de biotoop gerespecteerd.
De voorkeur gaat uit naar een open verharding zoals: s sbeton, padvast, grind of water passerende verharding. Waarbij de vakken duidelijk zichtbaar worden gemarkeerd. Westzijde van het plangebied Hier ligt geen molenbiotoop. Daardoor kan parkeren aan de achterzijde worden opgelost, waardoor auto’s meer uit het straatbee ld verdwijnen. Dit komt de groenbeleving, de rust en de ruimtelijke kwaliteit van de woonstraten ten goede. De parkeeroplossingen zijn zorgvuldig opgenomen binnen het groene raamwerk van de wijk, waarbij gebruik wordt gemaakt van hal fverharding en groene inpassing om verstening te beperken zoals: grasbeton, padvast, grind of water passerende verharding. Waarbij de parkeervakken duidelijk zichtbaar worden gemarkeerd. 32 P A R K E R E N 33 Aanwezig: Koffer (gedeeltelijk halfverharding) 42 P Eigen terrein: (18 x 2) 36 P + Totaal: 78 P NIEUW-WEHL 3.5 Relatie met bestaande bebouwing De nieuwe buurt sluit aan op de bestaande straten en perceelsstructuur van Nieuw -Wehl. De korrelgrootte van kavels, de plaatsing van hoofdvolumes en de oriëntatie op de straat sluiten aan bij de woonwijk die het plangebied omringt. Hoewel de nieuwe woningen een eigentijdse uitstraling krijgen, vormen zij door hun maat, schaal en geleding een logisch onderdeel van de dorpsrand.
3.6 Architectonische uitgangspunten De architectuur binnen het stedenbouwkundig plan is gericht op een rustig, samenhangend dorpsbeeld, met ruimte voor verfijnin g en variatie binnen een heldere hoofdstructuur. Belangrijke uitgangspunten zijn: • heldere, herkenbare hoofdvormen met hellende kappen • warme materialen en kleuren die aansluiten op het bestaande dorp • beperkte variatie in materiaal - en kleurgebruik om samenhang te waarborgen • versterking van hoeksituaties door tweezijdige of driezijdige oriëntatie • groene erfafscheidingen (hagen) in plaats van schuttingen Onder het onderdeel beeldkwaliteit wordt hier nader op ingegaan. 3.7 Verkeersontsluiting Het plangebied wordt primair ontsloten via de Hoekhorsterweg , met een aanvullende lokale aansluiting op de Deutseveldstraat aan de noordwestzijde. Aan de zuidwestzijde wordt een langzaamverkeersroute gerealiseerd die het plan verbindt met de recreatieve omgeving van De Tuut. Binnen het gebied zorgen kleinschalige woonstraten voor een rustige, verkeersveilige interne structuur die past bij het dorpse karakter van Nieuw-Wehl. Tevens zorgen aanwezige drempel en wegversmallingen voor een minder snelle doorstroom van het verkeer . Advies is dez e wijk te benaderen als een woonerf maximale snelheid 15km. Bij het verlaten - oprijden van het erf moet je voorrang verlenen aan alle ande re verkeersdeelnemers op de doorgaande weg.
34 Voorstel 1 (gemeente)V E R K E E R 35 H4 GROENPLAN NIEUW-WEHL 36 NIEUW-WEHL Zichtlijnen en groene verbinding NIEUW-WEHL 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk vormt een essentieel fundament onder de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe woonbuurt in Nieuw -Wehl. Door de liggi ng aan de zuidrand van het dorp bevindt het plangebied zich op de overgang tussen bebouwing en het open landschap richting De Tuut. Dez e plek vraagt om een sterke verweving tussen wonen, natuur en water. Het groenplan is daarom niet slechts een esthetische toevoeging, maar een drager van klimaatadaptatie, biodiversiteit, waterberging en landschappelijke verankering. 4.2 Integratie met het omliggende landschap In de nieuwe wijk vormt het landschap de stedenbouwkundige basis. De ruimtelijke opzet is ontworpen vanuit een integraal same nspel tussen bebouwing en groenstructuren. De wijk wordt niet simpelweg omgeven door groen, maar wordt erdoor gevormd: er ontstaat een rob uuste landschappelijke kader om deze nieuwebouw wijk. Het omliggend landschap Nieuw -Wehl is voelbaar en zichtbaar en lopen diep door tussen de woonvelden. Deze groene kamers bepalen de oriëntatie van de buurt, structureren de verkaveling en vormen een herkenbare ident iteit voor de wijk. Heldere zichtlijnen versterken deze landschappelijke beleving.
Vanaf bestaande hoofdwegen, vanuit nieuwe buurtplekken en vanu it het buitengebied ontstaan zichtrelaties die de wijk ruimtelijk verankeren in haar omgeving. Hierdoor ontstaat een transparante, o pen stedenbouwkundige structuur waarin landschap, routes en woningen elkaar continu ontmoeten. De beplanting bestaat uit inheemse, gevarieerde soorten: bosplantsoen, boomgroepen en -of solitaire bomen, kruidenrijke grasveget aties en ruige of juist gemaaide zones. De afwisseling in nat -droog en licht -schaduw creëert natuurlijke gradaties die de biodiversiteit verste rken en de wijk een uitgesproken groene en gelaagde uitstraling geven. Waar de inwoners en toekomstige inwoners van Nieuwe Wehl blij en gelukkig van worden. 38 G R O E N I n p a s s i n g NIEUW-WEHL NIEUW-WEHL 40 referentiebeelden NIEUW-WEHL 1 = Privé-eigendom tuin 2 = Openbaargroen Inheems en robuust + bomen 3 = Gemaaid gras 4 = Ruig gras / bloemenmengsels kruidenmengsel + wadi mengsel 5= Onderbeplanting 20-150cm 1 1 11 1 2 2 4 4 4 2 2 5 5 5 5 2 2 2 2 2 NIEUW-WEHL 4.3 Inrichting openbare ruimte 1. Groenstructuur, wadi’s en bomen Het groen in de openbare ruimte wordt opgebouwd uit drie samenhangende onderdelen: Centrale groene zones en wadi’s • De infiltratiezones worden ontworpen als groene, beleefbare plekken met kruidenrijke vegetatie die geschikt is voor zowel dro ge als natte periodes.
• Wadi’ s vormen een zichtbaar onderdeel van de openbare ruimte. • Ze functioneren als natuurlijke buffers die regenwater vasthouden, infiltreren en langzaam afvoeren. 2. Structuurbomen en laanbeplanting Langs de hoofdstructuren komen laanbomen, afgestemd op de maat van de straat. In woonstraten worden middelgrote soorten toegepast die schaduw geven en bijdragen aan verkoeling. Bomen zijn overwegend inheems: eik, linde, els, esdoorn, berk. De boomkeuze volgt het principe om biodiversiteit te versterken met variatie in soorten, bloeitijd en vruchtdracht. 3. Drie groenmilieus binnen het plangebied a. Compact middengebied: straatgroen met bomen en lage groenvakken, zorgvuldig ingepast tussen rijwoningen. b. Woonranden: groene voortuinen, hagen en boomgroepen met een meer open, informele uitstraling. c. Landschappelijke zuidrand: natuurlijke beplanting, ruig gras, kruidenmengsels en open zichtlijnen naar De Tuut. 42 NIEUW-WEHL 4.4 | De 3-30-300-regel De 3-30-300 | regel: een professionele onderbouwing voor nieuwbouwwijken De regel is een internationale richtlijn die de aanwezigheid en inrichting van groen in steden en nieuwbouwwijken structureel bevordert. Het uitgangspunt is dat goed gepland groen bijdraagt aan gezondheid, welzijn, biodiversiteit, klimaatadaptatie en stedelijke duurzaamheid.
Groen in de stad biedt meerdere functies: • | Gezondheid en welzijn | : zicht op en toegang tot groen verlaagt stress, verbetert cognitieve prestaties en stimuleert fysieke activiteit. • | Klimaatadaptatie | : bomen en beplanting bieden schaduw, verminderen hittestress en zorgen voor natuurlijke verkoeling via verdamping. • | Biodiversiteit | : gevarieerde vegetatie biedt habitat voor vogels, insecten en kleine zoogdieren, versterkt ecologische netwerken en draagt bij aan een robuust stedelijk ecosysteem. • | Waterbeheer: groenstructuren verbeteren infiltratie van regenwater en verminderen druk op rioleringen. De regel bestaat uit drie onderdelen, elk met specifieke functionele doelen: e groene inrichting volgt de 3 | -30-300-regel, een internationaal richtlijn voor gezonde woonomgevingen: • | 3 bomen zichtbaar vanuit elke woning (of volwaardige kroonstructuren). • | 30% bladerdek in de directe leefomgeving, bereikt door straatbomen. • | 300 meter toegang tot een grotere groene verblijfsplek. Binnen het plan wordt voldaan aan deze ambitie door een robuuste groenstructuur en meerdere groene verblijfsplekken binnen de wijk.
| 43 B E P L A N T I N G 44 NIEUW-WEHL 4.5 Algemeen gebruik van beplanting Beplanting De beplanting richt zich op een biodivers en robuust ecosysteem: • Voor de bomen is in basis een plan opgezet betreft uitstraling en mogelijke type bomen (volgende pagina) • Inheems bosplantsoen als basis: liguster, lijsterbes, sneeuwbal, hazelaar, krent, sleedoorn. • Onderbeplanting zoals vaste planten siergrassen en sierheesters welke variëren in hoogte van 20 – 250 cm. • Kruidenrijke bermen en bloemenrijke graslanden voor bijen, vlinders en andere bestuivers. • Ruig gras en bloemrijke mengsels in overgangszones richting De Tuut om de landschappelijke openheid te benadrukken. • Erfafscheidingen zijn groen en bestaan uit hagen, en of klimplanten + gaas. Deze is verplicht aan de buitenkant van tuin -of woonblok Schuttingen, muren en wanden (doodmateriaal) mogen niet aan de zichtzijde vanuit de openbare ruimte. Bij voorkeur ecologisch waardevol en duurzaam en kleur gebruik welke passend is bij het dorpse karakter . Natuurinclusieve maatregelen Om flora en fauna optimaal te ondersteunen worden de volgende maatregelen toegepast: • Nestkasten voor verschillende vogelsoorten, zoals huismus, gierzwaluw en koolmees. • Insectenhotels, bijenstenen en vlinderkasten op strategische plekken binnen hofjes en plantsoenen.
• Vleermuiskasten geïntegreerd in gevels van woningen (spouwkasten of gevelinbouwvoorzieningen ). • Houtrillen en beschutte zones langs groene randen 45 NIEUW-WEHL 4.6 Bestaande beplanting vs nieuwe groen Bij de herontwikkeling van het perceel staat het behoud van het bestaande groen centraal. Het volledige bomenbestand blijft b ehouden; er worden geen bomen verwijderd. Het ontwerp voegt daarnaast nieuwe groenstructuren en beplanting toe, waarmee het landschap en de architectuur van de wijk op een natuurlijke wijze met elkaar verbonden worden. Het perceel kent momenteel beperkte landschappelijke waarde. Daarom worden de randen van het terrein – aan de noord -, oost- en westzijde – ingericht met robuuste, inheemse beplanting en bomen. Deze groene randen fungeren als visuele en ecologische buffer, versterk en de ruimtelijke samenhang en creëren een duidelijke groene structuur die de wijk identiteit en karakter geeft. Tegelijkertijd leggen zij een architectonische relatie tussen de bestaande bebouwing en de nieuwe woningen. De nieuwe groenstructuren verhogen de leefkwaliteit door bewoners zowel privacy te bieden als zichtlijnen naar groen te creëren. Ze accentueren de architectuur van de nieuwe en bestaande gebouwen, bevorderen biodiversiteit en dragen bij aan klimaatadaptatie door schadu w en microklimaatregulatie.
Zo ontstaat een duurzaam, samenhangend en aantrekkelijk woonmilieu dat natuur, ecologie en architectuu r met elkaar verbindt. Kortom, bomen en struweel en -of bosplantsoen zijn een sleutelfactor voor een gezonde, veerkrachtige en ecologisch waardevolle leefomgeving in nieuwbouwwijken. Bieden schaduw en gaan verdamping tegen, waardoor de omgeving afkoelt en stedelijke hitte -eilanden worden verminderd. 46 47 B o m e n p l a n NIEUW-WEHL
NIEUW-WEHL 4.7 Bomen De bomen in dit plan zijn onder te verdelen in de volgende groepen (zie onderstaand schema): • Bestaande bomen (16st) Te behouden staan niet eens in het plangebied • Bomen informeel (15st) Inheems tussen bosplantsoen (bijvoorbeeld: esdoorn, berk, eik, beuk, meidoorn, els, wilg) • Bomenrij formeel (16st) Laanbomenrij planten in sloot amberboom, tulpenboom, sierkers • Dubbele bomenrij formeel (12st) Laanbomenrij (bijvoorbeeld: linde, plataan of esdoorn) • Vrijstaande bomen (10st) Park uitstraling (moeraseik, fladderiep, paardenkastanje, magnolia, lijsterbes) 49 NIEUW-WEHL 4.8 Erfafscheidingen De erfafscheidingen vormen een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke uitstraling en ecologische kwaliteit van de nieuwe woo nwijk. Om het groene, landschappelijke en dorpse karakter van Nieuw -Wehl te versterken, worden erfafscheidingen zoveel mogelijk groen en natuurlijk uitgevoerd. Hiermee sluiten ze aan bij het landschappelijke beeld, versterken ze de biodiversiteit en voorkomen ze visuele ve rsnippering in het straatbeeld. Dit principe sluit aan bij de groene erfafscheidingen die succesvol zijn toegepast in andere hedendaagse woonwij ken. De erfgrenzen van de tuinen zijn onderverdeeld in vier categorieën, zoals op het kaartje in de legenda wordt weergegeven: • Verplichte samenhang met de omgeving .
• Verplichte haag , 180–200 cm hoog, naar keuze (zie de keuzemogelijkheden voor verschillende haagsoorten). • Klimop in de achtertuinen , maximaal 180 cm hoog. • Voortuinen met een verplichte groene uitstraling. Algemene uitgangspunten Groene erfafscheidingen vormen het uitgangspunt voor tuinafscheidingen aan de zichtzijde (voortuinen, hoeken en zijtuinen aan de openbare ruimte). Groene erfafscheidingen dragen bij aan biodiversiteit, privacy en klimaatcomfort en zorgen voor een zachter en natuu rlijke uitstraling van de wijk. Harde afscheidingen worden in het straatbeeld vermeden, tenzij functioneel noodzakelijk (bijvoorbeeld lage keerbande n of tuinmuren binnen het bouwvlak tot 60cmboven maaiveld) Samenhang in materiaal - en groengebruik is belangrijk om een rustig en herkenbaar te creëren. Afscheidingen die grenzen aan straten, plantsoenen, paden of de landschappelijke zuidrand bestaan standaard uit: Haagsoorten : liguster, beuk, haagbeuk, veldesdoorn, laurier, en/of klimop op gaas. De maximale hoogte bedraagt 100 cm in voortuinen en aan straatzijden, om het open en sociale karakter van de wijk te behouden en 180-200cm aan de achterzijde of zijkant van de woning -tuin. Struweelranden : menging van heester - en bessenstruiken zoals lijsterbes, hazelaar, vlier en sleedoorn. Deze zien we als een verplichte samenhang met de omgeving.
Deze kan bestaan uit een losse, natuurlijke struweelzone of haag ( niet geknipt) worden toegepast, passend bij de landschappelijke overgang richting De Tuut. Indien men het terrein wil afschermen kan dat do ormiddel van houtenhekwerk ofwel een schapenhekwerk of een open - transparante gaas constructie tot max 100cm hoog 50 E r f a f s c h e i d i n g NIEUW-WEHL Verplichte samenhang met omgeving Erfafscheiding klimop Groene voortuin haag max. 100cm Haag 180-200 referentiebeelden NIEUW-WEHL 53 ONGEWENST WENSELIJK VOORTUIN ACHTERTUIN NIEUW-WEHL klimop klimop liguster esdoorn beuk 54 V E R L I C H T I N G NIEUW-WEHL 55 4.9 Verlichting De openbare verlichting moet duurzaam, eenvoudig en van hoge kwaliteit zijn. Alle armaturen worden uitgerust met energiezuinige, dimbare LED- lichtbronnen. Een mogelijke keuze is om de verlichting te koppelen aan een managementsysteem. Hiermee worden beheergegevens draadloos verzameld en kan de lichtsterkte van verschillende verlichtingsclusters centraal en naar behoefte worden geregeld. Daarbij geldt dat de verlichting geen overbodige lichtvervuiling mag veroorzaken. De geselecteerde leveranciers voldoen aan hoge eisen op het gebied van duurzaamheid en technische kwaliteit. Daarnaast bieden zij maximale leveringszekerheid bij eventuele vervanging van armaturen of onderdelen.
V E R L I C H T I N G 2 3 0 V 56 Specificaties SOLAR VERLICHTING •Lichtbron: 4W LED 4000K •Lichtopbrengst: 800 lumen •Lichtbreedte: circa 16 meter Upward light ratio (ULR): 0% •Brandduur: Minimaal 17 uur in de wintermaanden. •Materiaal: Douglas hout, Duurzaamheidsklasse 3 •Behuizing: Zwart •Zonnepaneel: Reinforced Glass solar-panel •Bescherming: Anti -rot bescherming •Afmeting: 450x15x80 cm *Hogere modellen op aanvraag •Ingraafdiepte: 125 cm •Garantie: 3 jaar inclusief on -site support •Certificaten: PEFC, •NLGreenLabel A, B.U.G. Rating =B0U0G0 •(Geen verstoring van het nachtleven en lichtvervuiling) •Klantspecifieke opties: Schakelen op tijd, • datum en andere LED kleuren •Ook leverbaar met een ronde stam V E R L I C H T I N G S O L A R 57 V E R H A R D I N G open en gesloten NIEUW-WEHL 58 NIEUW-WEHL 4. 10 De hoofdstraat – ontsluitingsweg Bestaan uit elementenverharding. Het betreft betonstraatsteen met een toplaag van gemalen bruin rode kleur. De meeste wegverhardingen liggen op één oor, de bestrating watert dan af op een aanliggende groenperken, molgoot of direct naar wadi’s. De rijbanen worden uitgevoerd in keiformaat 10x20, gelegd in keperverband met een dubbele strekken laag als kader. De zones rondom de parkeerkoffers hebben de zelfde steen molgoten. De verhardingen worden opgesloten door een verholen opsluitband band, die circa 15 mm beneden het straatwerk ligt.
Op deze wijze kunnen de op één oor liggende straten goed richting de aanliggende wadi’s afwateren.Bovendien ontstaat er een rustig beeld omdat de grijze betonbanden niet in het zicht liggen. De wijk kent geen trottoirs we zien het als een woonerf. 4.11 Loop en fietspaden Loop en fietspaden bestaan uit Achterhoeks padvast, deze kleur refereert aan landelijke zandpaden. 4.12 Parkeren Parkeervakken zoals benoemd en met sfeerbeelden aangegeven bestaan uit een openverharding groen verharding waterdoorlaten Kilimanjaro Zwart bruin Retro Old London Zwart bruin Achterhoeks padvast Grasbeton vlak 59 E C O L O G I E f l o r a e n f a u n a 60 NIEUW-WEHL 4.13 Hemelwater en klimaatadaptatie Hemelwater vormt een belangrijke drager binnen de inrichting van de nieuwe woonwijk. Door de ligging van het plangebied op de overgang van het esdek naar het lagere beekdal van De Tuut biedt de locatie natuurlijke kansen voor het vasthouden en infiltreren van water. Het hemelwatersysteem wordt vormgegeven volgens het principe vasthouden – bergen – infiltreren, waarbij regenwater zoveel mogelijk b innen het gebied wordt verwerkt en niet wordt afgevoerd naar het riool. Vasthouden op eigen perceel Dakwater wordt rechtstreeks afgevoerd naar de tuin, infiltratiestroken of half - verharding. Bewoners worden gestimuleerd om voorzieningen toe te passen zoals regentonnen, infiltratiekratten of groene daken.
Tuinen dienen minimaal 40% onverhard te blijven om infiltratie mogelijk te maken. Bergen in de openbare ruimte De openbare ruimte bevat meerdere wadi’s en verlaagde groenzones die water tijdelijk kunnen bergen. De wadi’s maken het watersysteem zichtbaar en begrijpelijk voor bewoners, en dragen bij aan biodiversiteit door variatie in v ochtige en droge zones. De capaciteit van de wadi’s is afgestemd op extreme buien (piekbuien) om wateroverlast te voorkomen. Infiltratie in bodem en landschap Door de zandige ondergrond infiltreert water snel en natuurlijk in de bodem, waardoor het gebied klimaatbestendig functioneer t. Het natuurlijke afschot richting het zuiden wordt benut: bij zware neerslag kan water gecontroleerd weglopen naar de wadi’s i n de landschappelijke zuidrand. Overstorten worden zo min mogelijk toegepast en uitsluitend in situaties waar infiltratie tijdelijk onvoldoende is. 61 NIEUW-WEHL Doorlatende verharding Parkeerkoffers en paden worden bij voorkeur uitgevoerd in halfverharding of doorlatende klinkers. Hierdoor kan regenwater direct in de bodem zakken zonder druk op het watersysteem. Relatie met groen en biodiversiteit Hemelwater wordt niet alleen functioneel, maar ook ecologisch waardevol verwerkt: Vochtige zones rondom wadi’s worden ingericht met oevervegetatie en kruidenrijke mengsels.
Variatie in hoog - en laagtes creëert diverse microhabitats voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Het systeem draagt bij aan verkoeling van de wijk en voorkomt hittestress. Bewoners en beheer Om het functioneren van het watersysteem ook op lange termijn te borgen: Wordt gestuurd op bewonersbewustzijn, bijvoorbeeld door uitleg over het nut van groene tuinen en regenwateropvang. Worden wadi’s voorzien van beplanting die weinig onderhoud vraagt en goed tegen droogte én tijdelijke natheid kan. 62 NIEUW-WEHL Wadi zoals getekend zou ca 400m3 kunnen bergen Wadi talud totaal 680/2= 340x0,4diep = 135m3 Wadi bodem totaal 665m2x0,4diep = 265m3 Totaal 400m3 Noodzakelijk is 4850m2 x0,08cm regen geeft een totaal van 388m2 onderdelen aantal st totaal eenheid Rijwoningen 20 st 1100 m2 Tweekappers ( infiltratie op eigen kavel) 14 st 1050 m2 Vrijstaand ( infiltratie op eigen kavel) 4 st 425 m2 Verharding wegen 1725 m2 Parkeren 550 m2 Looppaden 675 m2 4850 m2
NIEUW-WEHL 4.14 Afval en beheer Een goed functionerende en leefbare woonwijk vraagt om een zorgvuldig ingerichte afvalinzameling en duurzaam beheer van de op enbare ruimte. Binnen het plangebied wordt het afvalsysteem zodanig georganiseerd dat het uit het zicht, toegankelijk en praktisch is, zonde r afbreuk te doen aan de ruimtelijke en groene kwaliteit van de wijk. Afvalinzameling De afvalinzameling vindt plaats via centrale inzamelpunten of individuele containers op het eigen perceel, afhankelijk van de gemeentelijke richtlijnen. BUHA heeft aangegeven waar deze plekken komen. Inzamelpunten worden strategisch geplaatst langs de hoofdontsluiting, zodat afvalwagens veilig kunnen manoeuvreren zonder de rust in woonstraten te belasten. Locaties worden groen ingepast met hagen of lage beplanting, zodat containers en ondergrondse bakken niet domineren in het st raatbeeld. Voor GFT en restafval worden bewoners gestimuleerd om gebruik te maken van voorzieningen zoals compostbakken of afvalscheidin g aan huis. Er komt daarnaast 1 centrale ondergrondse afvalcontainer 64 H5 B E E L D K W A L I T E I T NIEUW-WEHL 65 NIEUW-WEHL 5.1 Inleiding Het beeldkwaliteitskader vormt de leidraad voor de architectonische uitwerking van de nieuwe woonbuurt.
Het plangebied ligt o p een overgangszone: aan de ene kant sluit het aan op de bestaande dorpsbebouwing van Nieuw -Wehl, aan de andere kant op het open en landschappelijke gebied van De Tuut. Deze bijzondere ligging vraagt om een zorgvuldige balans tussen dorpse samenhang, landsc happelijke openheid en eigentijdse architectonische kwaliteit. In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten voor beeldkwaliteit, architectuur en materiaalgebruik beschreven, zodat de nieuwe b ebouwing op een passende manier wordt geïntegreerd in haar omgeving. 5.2 Beeldkwaliteit en architectuur algemeen Het plangebied wordt omringd door uiteenlopende bebouwingstypen. Aan de noordzijde staan voornamelijk vrijstaande woningen me t twee bouwlagen en een hellend dak, uitgevoerd in diverse kaprichtingen maar met overwegend donkergrijze dakpannen en gevels in bak steenvarianten van geel tot donkerrood. De oostzijde bestaat uit een mix van vrijstaande woningen en kleinschalige bedrijfsbebouwing langs d e Hoekhorsterweg . Hier varieert de korrel van één tot twee bouwlagen met kap of plat dak, met vooral roodkleurige baksteen en donkergrijze daka fwerking. Aan de westzijde grenst het plangebied aan een relatief nieuwe woonbuurt met een meer diverse architectuur, waarin verschille nde kleurstellingen en kapvormen voorkomen.
De zuidzijde opent zich volledig naar het groene landschap met natuurrijke wandelpaden, openheid en zicht op De Tuut. Deze la ndschappelijke waarde vormt een belangrijk beeldbepalend element en beïnvloedt de opzet en architectonische verfijning van de nieuwe woonbuu rt. De architectonische ambitie voor het plan is om een hoogwaardige en duurzame woonomgeving te realiseren die zich herkenbaar v oegt in de dorpscontext, maar tegelijkertijd een hedendaagse en rustige eenheid uitstraalt. Materialisering , kleurgebruik en kapvormen sluiten aan op de kwaliteiten uit de omgeving, waarbij eenvoud, samenhang en een groen karakter centraal staan. 66 NIEUW-WEHL 5.3 Stedenbouwkundige uitgangspunten en inrichting De stedenbouwkundige uitwerking van het plan is gebaseerd op heldere en herkenbare principes die bijdragen aan een samenhange nd en dorpse woonomgeving. Rooilijnen Rooilijnen spelen hierbij een belangrijke rol: in het centrale woonveld liggen de voorgevels grotendeels in één lijn en dicht aan de straat, wat zorgt voor een duidelijke begrenzing van de openbare ruimte en een intiem, overzichtelijk straatbeeld. In de woonranden verspringen de rooilijnen subtiel en liggen de woningen verder terug op de kavel, waardoor meer ruimte ontstaat voor groene voortuinen en een informeler profie l dat past bij de overgang naar de bestaande bebouwing.
Oriëntatie van bebouwing De oriëntatie van de bebouwing is primair gericht op de openbare ruimte. Woningen hebben hun voordeuren en belangrijkste verb lijfsruimten aan de straat of aan groene verblijfsgebieden, wat bijdraagt aan sociale veiligheid, levendigheid en onderlinge betrokkenheid. Op hoeken en bijzondere locaties krijgen woningen een meervoudige oriëntatie, waardoor deze plekken ruimtelijk worden versterkt en de wijk als geheel beter leesbaar wordt. Maat, schaal en korrel De maat en schaal van de bebouwing sluiten aan bij de bestaande dorpse structuur van Nieuw -Wehl. Variatie in kavelbreedtes, woni ngtypen en kapvormen voorkomt monotonie en draagt bij aan een gevarieerd straatbeeld. Tegelijkertijd zorgen consistente bouwhoogtes en t erugkerende typologieën voor rust en samenhang binnen het plan. Zichtlijnen en oriëntatiepunten Binnen de verkaveling zijn zichtlijnen bewust ingezet om oriëntatie en ruimtelijke beleving te versterken. Straatassen en ope ningen in de bebouwing bieden doorzichten naar groenstructuren en het omliggende landschap. Bijzondere plekken, zoals hoeken, pleintjes en overgange n tussen woonmilieus, fungeren als herkenningspunten binnen de wijk. 67 NIEUW-WEHL 68 R O O I L I J N E N NIEUW-WEHL 69 O R I E N T A T I E NIEUW-WEHL Klimaatadaptatie en toekomstbestendigheid De inrichting van het plan houdt rekening met klimaatadaptieve principes.
Water kan lokaal worden opgevangen en geïnfiltreerd in groene zones, terwijl voldoende ruimte voor bomen en beplanting bijdraagt aan schaduw, verkoeling en biodiversiteit. De flexibele verkaveli ng en robuuste structuur maken het plan bovendien geschikt voor toekomstige aanpassingen. Groenstructuur als drager van het plan De groenstructuur vormt een samenbindend element binnen de wijk. Bestaande bomen en landschappelijke lijnen worden zoveel mog elijk behouden en versterkt, terwijl nieuwe groene ruimtes zorgen voor samenhang tussen de verschillende woonmilieus. Het groen is niet alleen functioneel als buffer en overgang naar het landschap, maar ook beeldbepalend en bepalend voor de identiteit van de wijk. Met name langs de randen en in de zuidelijke dorpsrand krijgt het groen een landschappelijk karakter. Overgang openbaar: collectief – privé Binnen het plan is veel aandacht besteed aan een zorgvuldige overgang tussen openbare, collectieve en private ruimtes. Voortuinen, groene bermen en halfopen erfafscheidingen fungeren als overgangszones, waardoor de openbare ruimte wordt verrijkt en een vriendelijk straa tbeeld ontstaat. Collectieve groene plekken en informele verblijfsruimten versterken de sociale samenhang en bieden ruimte voor ontmoeting. Erfafscheidingen Erfafscheidingen vormen een belangrijk onderdeel van het beeld en de overgang tussen openbaar en privé.
In het centrale gebie d worden lage, groene erfafscheidingen toegepast om de relatie tussen woning en straat open en vriendelijk te houden. Naar de randen toe wor den erfafscheidingen groener en informeler vormgegeven, bijvoorbeeld door hagen, houtwallen of losse beplanting. Hiermee sluit de in richting aan op het omliggende landschap en wordt de zuidrand van het plan vormgegeven als een groene dorpsrand, waar bebouwing en landschap op een natuurlijke manier in elkaar overlopen. Samen zorgen deze stedenbouwkundige principes voor een evenwichtige opbouw van de wij k, met een herkenbaar dorps karakter, duidelijke ruimtelijke structuur en een zorgvuldige overgang tussen openbaar , privé en landschap. 70 NIEUW-WEHL 71 E R F A F S C H E I D I N G E N NIEUW-WEHL Kaart hoogtes en kapvorm 72H O O G T E S E N K A P V O R M 1 bouwlaag = 3 meter Maximale nokhoogtes bij twee bouwlagen met een kap: 10 meter (i.v.m. mogelijkheid tot plaatsen installaties onder dak en functioneel ruimtegebruik) Maximale nokhoogtes bij 1 tot 1,5 bouwlaag met kap: 6,0 tot 7,5 m hoogte (dit i.v.m. keuze dakhelling en architectuur). **Met uitzondering van de woningen in deelgebied 3 waar de molenbiotoop sturend is voor de maximale nokhoogte (6,3 m). Maximale goothoogtes bij twee bouwlagen: 6 tot 7 meter (i.v.m. nader uit te werken architectuur type bouw en vloerdiktes).
Maximale goothoogtes bij 1 of 1,5 bouwlaag: 3 tot 4 meter (i.v.m. nader uit te werken architectuur , type bouw en vloerdiktes).
5.4 Beeldkwaliteit per deelgebied In de volgende paragrafen worden de kwaliteitseisen per deelgebied omschreven. Samen met de algemene beeldkwaliteitseisen en de toegevoegde referentiebeelden vormen zij de eisen als het gaat om beeldkwaliteit. De referentiebeelden dienen vooral voor de architectonische typologie en sfeer, de tekstuele omschrijving is bindend. De kleurstelling van de referentiebeelden zijn niet bindend en kunnen in die zin ook geen rechten aan worden ontleend. 73 NIEUW-WEHL 5.4.1 Deelgebied 1, middengebied Het middengebied wordt omsloten door een weg welke aan de noord - en westzijde door een groene buffer aansluiting heeft op de oml iggende bebouwing. Aan de zuid - en oostzijde zitten respectievelijk deelgebied 2 en 3. Deelgebied 1 wordt gekenmerkt door een afwisselen d beeld in het type bebouwing, met vrijstaande woningen 2 -kappers en rijwoningen. Voor de uitstraling van de bebouwing van dit middengebied is een wat strakkere regie gewenst waarbij doel is wat uniformiteit en een rustig beeld in dit deelgebied te krijgen. Bebouwingstypologie Vrijstaande, 2-onder-1 kap, en rijwoningen met een ingetogen architectuur. Bouwvolume De woningen hebben 1 laag met kap óf maximaal 2 lagen met een kap (lager mag). De aanbouwen/uitbouwen van de woningen mogen p lat afgedekt dan wel aangekapt worden.
Het aankappen kan middels het door laten lopen van de kap van de hoofdbouw. Voor de vrijst aande woningen ligt de kaprichting in noord -zuid richting, bij deze woningen is een 2 -zijdige oriëntatie vereist. De 2 -onder 1 kap won ingen hebben vrijheid in de kaprichting, deze mag zowel parallel als haaks op de weg georiënteerd zijn. De rijwoningen hebben een kap met de wegric hting mee, waarbij 1 of 2 haakse tuitgevels denkbaar zijn. De rijwoningen op de hoek zijn ook 2 -zijdig georiënteerd. De rijwoningen aan de oostzijde van het plangebied mogen vanwege de aanwezige molenbiotoop een maximale hoogte van 10,9 meter ontvangen. Bij de bouw dient ook hier rekening geh ouden te worden met het uiteindelijke planbouwpeil en het molenpeil. Bebouwingstypologie Gevel: Baksteen en houten tinten (volgens kleurenpalet op pagina 46). Kleuren zijn voornamelijk rustig, variëren van grijswit tot rode aardetinten. Fel gekleurde accenten passend bij architectuur zijn denkbaar. Dak: Keramische, zinken of groendak afdekking (volgens kleurenpalet op pagina 47). Architectuur De woningen hebben een rustige en evenwichtige uitstraling. De vrijstaande woningen zijn qua hoofdvorm eenvoudig en rechthoek ig. De bijgebouwen zijn ondergeschikt of gaan op in de architectuur van de hoofdbouw.
74 NIEUW-WEHL Deelgebied 1, middengebied 75 Bebouwingstypologie Vrijstaande woningen, 2 -onder-1-kap en rijwoningen Ingetogen architectuur Bouwvolume Maximaal 2 lagen met kap Aan-/uitbouwen met plat dak of aangekapt Aankappen mogelijk door doorlopende kap van hoofdbouw Vrijstaand: kaprichting noord –zuid, 2-zijdige oriëntatie 2-onder-1-kap: vrije kaprichting (parallel of haaks op weg) Rijwoningen: kap in wegrichting, 1 of 2 haakse tuitgevels mogelijk Hoek-rijwoningen: 2 -zijdig georiënteerd Gevel en dak Gevels: baksteen en houten tinten (rustige kleuren, grijswit tot rode aardetinten, meer donkere tinten) Beperkte felle accenten mogelijk passend bij architectuur Daken: keramisch, zink of groendak Architectuur Rustige, evenwichtige uitstraling Vrijstaande woningen: eenvoudige, rechthoekige hoofdvorm Bijgebouwen ondergeschikt of geïntegreerd in hoofdbouw
NIEUW-WEHL M A T E R I A A L 76 1 Licht grijswit / kalkachtig : zacht wit met lichte grijze nuances, vergrijsd en rustig 2 Warm beige met zandtinten : natuurlijke beige kleur met lichte bruine en grijze schakeringen 3 Donker warm bruin : aardse bruintint met een robuuste, licht verouderde uitstraling 4 Grijsbeige met koele ondertoon : menging van beige en lichtgrijs, iets koeler van karakter 5 Warm roodbruin : klassieke baksteenrood met donkere en licht verweerde nuances 6 Licht taupe / greige: beige-grijs met een zachte, neutrale uitstraling 7 Rood-oranje baksteen : heldere roodtint met oranje ondertoon, traditioneel en warm 8 Donker taupegrijs: diepe grijsbruine tint, ingetogen en krachtig 9 Roodbruin met grijze accenten : warme rode baksteen met zichtbare grijze en donkere insluitsels 1 2 3 4 5 6 7 8 9 NIEUW-WEHL M A T E R I A A L 77 Hout (naturel, grijs, zwart) Zwart hout: Diep antraciet tot zwart, strak en modern Grijs hout: Vergrijsd hout met koele, ingetogen uitstraling Naturel hout (warm) : Warme goud- tot honingkleurige houttint Naturel hout (licht) : Lichte, natuurlijke houtkleur met zachte uitstraling Dakvlak (zink, keramisch, groen) Zink: Lichtgrijs tot zilvergrijs, mat en verfijnd Keramische dakpan (donker) : Donkergrijs tot antraciet, rustig en egaal Keramische dakpan (zwart) : Diep zwart, strak en modern Groendak: Groen met rood - en geeltinten, natuurlijk en
levendig NIEUW-WEHL 5.4.2 Deelgebied 2, zuidrand De zuidrand grenst aan de noordzijde op het middengebied met tussenliggend de rijweg, aan de zuidzijde ligt de groene parkran d. Dit deelgebied wordt gekenmerkt door een afwisselend beeld in het type bebouwing, met vrijstaande 2 -kappers en vrijstaande woningen. Voor de ui tstraling van de bebouwing van dit gebied is een wat diversere en meer individuele uitstraling mogelijk om deze rand een meer creatieve impuls te geven. De bebouwing bestaat uit 1 of anderhalve laag met kap. Bebouwingstypologie Vrijstaande en 2 -onder-1 kap woningen met hoogwaardige architectuur. Bouwvolume De woningen hebben maximaal 1,5 laag met een kap, de aanbouwen/uitbouwen mogen plat afgedekt dan wel aangekapt worden. De kap richting is vrij te kiezen waarbij een mansardedak ook denkbaar. Bebouwingstypologie Gevel: Baksteen en houten (zachtere tinten vanuit kleurenpallet) Fel gekleurde accenten passend bij architectuur zijn denkbaar. Dak: Keramische, zinken of groendak afdekking (zachtere tinten vanuit kleurenpalet). Architectuur De woningen hebben een hoogwaardige uitstraling en kan afwijken van de rest van de bebouwing in het plangebied mits zorgvuldi g en met oog voor detail ontworpen.
78 NIEUW-WEHLDeelgebied 2, zuidrand 79 Bebouwingstypologie Vrijstaande en 2 -onder-1-kap woningen Hoogwaardige architectuur Bouwvolume Maximaal 1,5 laag met kap Aan-/uitbouwen met plat dak of aangekapt Vrije kaprichting Mansardedak mogelijk Gevel en dak Gevels: baksteen en hout (tinten volgens kleurenpalet) Fel gekleurde accenten mogelijk, passend bij architectuur Daken: keramisch, zink of groendak Architectuur Hoogwaardige uitstraling Mag afwijken van overige bebouwing binnen plangebied Zorgvuldige detaillering vereist NIEUW-WEHL M A T E R I A A L 80 1 Licht grijswit / kalkachtig : zacht wit met lichte grijze nuances, vergrijsd en rustig 2 Warm beige met zandtinten : natuurlijke beige kleur met lichte bruine en grijze schakeringen 3 Donker warm bruin : aardse bruintint met een robuuste, licht verouderde uitstraling 4 Licht rozegrijs: zacht vergrijsd roze met subtiele donkere accenten 5 Grijsbeige met koele ondertoon : menging van beige en lichtgrijs, iets koeler van karakter 6 Licht taupe / greige: beige-grijs met een zachte, neutrale uitstraling 1 2 3 4 5 6 6 8 9 NIEUW-WEHL M A T E R I A A L 81 Hout (naturel, grijs, zwart) Zwart hout: Diep antraciet tot zwart, strak en modern Grijs hout: Vergrijsd hout met koele, ingetogen uitstraling Naturel hout (warm) : Warme goud- tot honingkleurige houttint Naturel hout (licht) : Lichte, natuurlijke houtkleur met zachte uitstraling
Dakvlak (zink, keramisch, groen) Zink: Lichtgrijs tot zilvergrijs, mat en verfijnd Keramische dakpan (donker) : Donkergrijs tot antraciet, rustig en egaal Keramische dakpan (zwart) : Diep zwart, strak en modern Groendak: Groen met rood - en geeltinten, natuurlijk en levendig NIEUW-WEHL5.4.3 Deelgebied 3, Hoekhorsterweg Dit deel ligt tussen het middengebied, zuidrand en de Hoekhorsterweg . Het type bebouwing kenmerkt zich door 2 -onder-1 kap woning. Voor de uitstraling van de bebouwing van dit gebied is een wat diverse en meer individuele uitstraling mogelijk waarbij de 2 -kapper aangrenzend aan de bebouwing van de Hoekhorsterweg aan dient te sluiten op de naastgelegen bebouwing, de woning bij de entree van de nieuwe wijk een eigen uitstraling mag krijgen maar wel een kwalitatief hoge architectuur gewenst is. De 2 -kapper grenzend aan het middengebi ed mag ook een eigen identiteit krijgen. De bebouwing bestaat uit anderhalve laag of 2 lagen met kap. Waarbij de “entreewoning” als uitgangspunt 1 of anderhalve laag met kap heeft. Bebouwingstypologie 2-onder-1 kap woningen met ingetogen architectuur. Bouwvolume De woningen hebben maximaal 1,5 laag met een kap, de aanbouwen/uitbouwen mogen plat afgedekt dan wel aangekapt worden. De woningen op de hoek zijn 2 -zijdig georiënteerd.
De nieuwe woningen krijgen een nokhoogte van circa 6,30 m (gemeten vanaf maaivel d voormalige situatie werkplaats) dan wel een vergelijkbare of lagere nokhoogte. Dit vanwege de molenbiotoop die in dit gebied van toepassing is. De exact te bepalen hoogte is bij afgifte omgevingsvergunning bouw afhankelijk van het uiteindelijke planbouwpeil dat wor dt bepaald bij afgifte vergunning t.o.v. het molenpeil van de Bernadette molen. Bebouwingstypologie Gevel: Baksteen en houten (tinten volgens kleurenpallet) Fel gekleurde accenten passend bij architectuur zijn denkbaar. Dak: Keramische, zinken of groendak afdekking (volgens kleurenpalet). Architectuur De woningen aan de Hoekhorsterweg hebben een uitstraling passend in de rij van de Hoekhorsterweg . De uitstraling is ingetogen, bestaat uit een gemetselde gevel en een dak met pannen bedekt. Dit kan afwijken van de rest van de bebouwing in het plangebied. De woning en aan het middengebied moeten een eigen uitstraling hebben mits zorgvuldig en met oog voor detail ontworpen.
82 NIEUW-WEHLDeelgebied 3, Hoekhorsterweg 83 Bebouwingstypologie 2-onder-1-kap woningen Ingetogen architectuur Bouwvolume Maximaal 1,5 of 2 lagen met kap Aan-/uitbouwen met plat dak of aangekapt Hoekwoningen: 2 -zijdig georiënteerd Gevel en dak Gevels: baksteen en hout (tinten volgens kleurenpalet) Fel gekleurde accenten mogelijk, passend bij architectuur Daken: keramisch, zink (of groendak). Architectuur Woningen aan de Hoekhorsterweg : passend in straatbeeld, mogen afwijken van rest plangebied Woningen in het middengebied: eigen uitstraling Zorgvuldige detaillering vereist NIEUW-WEHL M A T E R I A A L 84 1 Licht grijswit / kalkachtig : zacht wit met lichte grijze nuances, vergrijsd en rustig 2 Warm beige met zandtinten : natuurlijke beige kleur met lichte bruine en grijze schakeringen 3 Donker warm bruin : aardse bruintint met een robuuste, licht verouderde uitstraling 4 Licht rozegrijs: zacht vergrijsd roze met subtiele donkere accenten 5 Grijsbeige met koele ondertoon : menging van beige en lichtgrijs, iets koeler van karakter 6 Warm roodbruin : klassieke baksteenrood met donkere en licht verweerde nuances 7 Licht taupe / greige: beige-grijs met een zachte, neutrale uitstraling 8 Geelbruin / okertint : warme geelachtige aardetint met natuurlijke variatie 9 Rood-oranje baksteen : heldere roodtint met oranje ondertoon, traditioneel en warm 10 Koel lichtgrijs : egaal grijs
met een licht industriële uitstraling 11 Donker taupegrijs: diepe grijsbruine tint, ingetogen en krachtig 12 Roodbruin met grijze accenten : warme rode baksteen met zichtbare grijze en donkere insluitsels 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 NIEUW-WEHL M A T E R I A A L 85 Hout (naturel, grijs, zwart) Zwart hout: Diep antraciet tot zwart, strak en modern Grijs hout: Vergrijsd hout met koele, ingetogen uitstraling Naturel hout (warm) : Warme goud- tot honingkleurige houttint Naturel hout (licht) : Lichte, natuurlijke houtkleur met zachte uitstraling Dakvlak (zink, keramisch, groen) Zink: Lichtgrijs tot zilvergrijs, mat en verfijnd Keramische dakpan (donker) : Donkergrijs tot antraciet, rustig en egaal Keramische dakpan (zwart) : Diep zwart, strak en modern Groendak: Groen met rood - en geeltinten, natuurlijk en levendig NIEUW-WEHL 5.5 Dakbedekking De woningen worden met een kap afgedekt, aan - en uitbouwen mogen plat afgedekt worden. De kleurstelling van de daken is zeer bep alend voor de uitstraling van het plangebied. Bij de hellende daken bestaan de dakvlakken uit grijze/ antraciete of zwarte (keramische) dakpannen. Verder behoren ook gras - of sedumdaken , zinken en rieten daken tot de mogelijkheden. Hoogglans geglazuurde dakpannen zijn niet toegestaan. 5.6 Gevelmaterialen De gevelafwerking mag bestaan uit baksteen, hout, riet, zink of leien.
Andere materialen zijn als accent toegestaan, mits dit ten goede komt van het plan. Gevels of accentvlakken met een houten afwerking worden gewaardeerd. Voor de gevels die in baksteen uitgevoerd word en geldt dat er een genuanceerde steen moet worden toegepast. Stenen die heel vlak zijn qua structuur of kleurstelling worden uitgesloten. Er kan worden gewerkt met contrasterende baksteenkleuren met dien verstande dat er sprake dient te zijn van een duidelijke hoofdkleur. Het baksteenpalet in dit plan geeft de bandbreedte aan mogelijkheden aan. De woningen worden in een kleur met een grijs -, geel- rood-, en/of bruintint toegepast. 5,7 Detaillering Hoogwaardige detaillering is beeldbepalend voor de uitstraling van het plangebied. Belangrijk is dat de woningen met oog voor detail ontwerpen en uitgevoerd worden. Hierbij valt te denken aan metselwerkdetails, rollagen, spekbanden of diepe neggen. Andere materialen ( zoals natuursteen of beton elementen) zijn als accent toegestaan. Ook de verhoudingen van de diverse onderdelen in de gevel dienen in samenhang te zijn. 5.8 Natuurinclusief bouwen In het plangebied is er aandacht voor natuurinclusief bouwen. Dit ter bevordering van de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. Te denken valt bijvoorbeeld aan groene gevels, groendaken, nestkasten voor vleermuizen en vogels en insectmuren en kasten. 86 NIEUW-WEHL 87 88