CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

B14.34 Bijlage 34 onderbouwing Laborijnlocatie - beoordeling archeologisch vooronderzoek regioarcheoloog.pdf

beeldvormende raad 12 maart 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G738 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsdienst

Achterhoek

Beoordeling

archeologisch

Aan

:

Gemeente

Zaaknummer

:

2025EA1484

Onderwerp

:

Noaberhoek

rapport

Doetinchem en

bureauonderzoek Behandeld

door

Ë

tav.

(geanonimiseerd)

Laborijnlocatie, en

Doetinchem

verkennend

—

beoordeling

booronderzoek

(geanonimiseerd)

Datum

1

13 november

Opsteller rapport

:

2025

<< (geanonimiseerd) Laagland Archeologie (geanonimiseerd) NN

Rapportnummer

:

1653

Rapportdatum

:

september

Titel

:

Bureauonderzoek

en

Inventariserend

veldonderzoek

fase

en

Laborijnlocatie

Doetinchem,

2025

Noaberhoek

Doetinchem

te

-

verkennende

gemeente

(GD)

Advies

Archeologisch vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. vrijgegeven wat betreft archeologie.

De

plangebieden

kunnen

worden

Inleiding In

verband met de ruimtelijke procedure rondom de ontwikkeling van een woningbouwproject (Noaberhoek) en nieuwbouw en vervanging van de bebouwing voor Laborijn (Laborijnlocatie) is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in een rapport. De gemeente Doetinchem vraagt de Omgevingsdienst Achterhoek om dit rapport te

beoordelen.

he

EE 217000 Afb.

1

Situering

van de

217250 :

217500

U

nT 217250

plangebieden (rode contour).

217500

Beoordeling Het onderzoek met bijbehorende rapportage voldoet aan de hiervoor geldende richtlijn uit de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4. 2). Het onderzoek voldoet aan het archeologiebeleid van de gemeente Doetinchem.

Ik heb de volgende opmerkingen op de rapportage: -

-

-

In de rapportage is geen rekening gehouden met funderingsdieptes , de mogelijke aanwezigheid van kelders of verstoringen door het uitgraven van een bouwkuip ten behoeve van de bestaande bebouwing. Voor een plangebied met een dergelijke hoeveelheid aan bebouwing was een (paragraaf) bouwdossieronderzoek wel op zijn plaats geweest. Deze gegevens zijn (in ieder geval ten dele) namelijk wel voorhanden getuige de paragraaf Bouwdossieronderzoek ECAL in het rapport van

Hamaland (pag. 24-26). Het toepassen van Voronoi-polygonen voor de resultaten van het booronderzoek wekken een verkeerde indruk ; het resultaat van een boring zegt namelijk alleen iets over de locatie van de boring en is dus niet zonder meer uit te breiden naar de gehele omliggende zone. Hetzelfde geldt voor de advieszones die gebaseerd zijn op de contouren van de Voronoi-polygonen. Het doortrekken van de hoge verwachting onder bestaande bebouwing waar geen gegevens over bekend zijn en waar de bodem mogelijk verstoord is door één van bovenstaande ingrepen , geeft een vertekend beeld.

Binnen het plangebied Laborijn bleek circa de helft van het plangebied niet toegankelijk voor veldonderzoek. De boringen werden veelal gezet aan de rand van het plangebied. Bijna de helft van de boringen is gestuit. In het rapport wordt gesuggereerd dat onder de harde laag nog een intacte bodem aanwezig zou kunnen zijn en dit resulteert in zones met een onbekende verwachting door de gestuite boringen. In het booronderzoek van Hamaland (april 2024) zijn een aantal boringen niet ver van de gestuite boringen gezet. In één daarvan is een 30 cm dikke puinlaag aangeboord , waaronder de bodem verstoord bleek tot 190 cm -mv. Ook in de overige boringen binnen het onderzoek van Hamaland was geen sprake van een intacte

bodem. Eventuele restanten van voormalige historische bebouwing binnen het plangebied Laborijn worden vooral in de zone langs de Terborgseweg verwacht , maar juist in deze zone is sprake van een verstoorde bodemopbouw en gestuite boringen. Mogelijk zijn er binnen het plangebied nog intacte delen aanwezig , maar hoogstwaarschijnlijk zijn deze zeer versnipperd door de huidige bebouwing. Daarmee lijkt de kenniswinst voor het plangebied Laborijn zeer beperkt. Het plangebied Noaberhoek is ten dele verstoord. In de rest van het plangebied is weliswaar sprake van antropogene ophogingslagen , maar lijkt de kans op de aanwezigheid van een vindplaats gering. In de nabije omgeving bevinden zich namelijk locaties die landschappelijk gezien aantrekkelijker zijn geweest voor vestiging. De aanwezigheid van een enkele

houtskoolspikkel die “net zo goed een natuurlijke herkomst kan hebben” , geeft onvoldoende aanleiding voor een vervolgonderzoek. Conclusie/advies In tegenstelling tot het voorgestelde selectieadvies in de rapportage , acht ik vervolgonderzoek weinig zinvol. De kans dat er binnen de beide plangebieden sprake is van een behoudenswaardige vindplaats acht ik gering. De plangebieden Noaberhoek en Laborijnlocatie kunnen dan ook worden vrijgegeven wat betreft archeologie.

Aandachtspunten In de omgevingsvergunning zal de wettelijke meldingsplicht bij toevalsvondsten (Erfgoedwet , art. 5. 10) opgenomen moeten worden:

2 van 3

Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin) ,

meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. N. B. Het gaat dan bijvoorbeeld om archeologische vondsten , oud muurwerk , een beerput of een waterput.

Ook wordt geadviseerd om de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Doetinchem (of de regioarcheologen van de Omgevingsdienst Achterhoek) hierover direct te informeren.

3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8364/documents/51635