CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

B14.33 Bijlage 33 onderbouwing Laborijnlocatie - archeologisch vooronderzoek.pdf

beeldvormende raad 12 maart 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G14.392 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Laagland Archeologie Rapport 1653

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase

Noaberhoek en Laborijnlocatie, Doetinchem, gemeente Doetinchem (GD).

september 2025 Versie 1.1 (concept)

In opdracht van: BJZ.nu

7 Colofon

v3.3

Laagland Archeologie Rapport 1653

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem (GD) Auteur: Jeroen Wijnen & Ronny Kost

In opdracht van: BJZ.nu

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: concept

Redactie:

Erwin Brouwer

Senior KNA-archeoloog/Senior KNA-prospector: Jeroen Wijnen

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876

© Laagland Archeologie BV, Almelo, september 2025 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in Augustus 2025 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de ontwikkeling van een woningbouwproject (Noaberhoek) en nieuwbouw en vervanging van de bebouwing voor Laborijn (Laborijnlocatie). Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Aan hand van de geomorfologische kaart en aardkundige kaart van de gemeente Doetinchem ligt deelgebied Noaberhoek in een geul op een terraslaagte en deelgebied Laborijnlocatie ligt op de overgang van een zone met een plaggendek op dekzanden in het oosten en een rivierterrasvlakte van de Oude IJssel in het westen. Bodemkundig worden in het oostelijke deel van deelgebied Laborijnlocatie hoge bruine enkeerdgronden in leemarm en zwak lemig zand verwacht en in de rest van het plangebied kalkloze poldervaaggronden in lichte zavel.

Onder het plaggendek van de hoge bruine enkeerdgronden kan nog podzolvorming verwacht worden. Het plaggendek fungeert eveneens als een beschermende laag tegen bodemingrepen uit moderne tijden. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd bekend. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd deelgebied Noaberhoek en het westelijke deel van deelgebied Laborijnlocatie omschreven als weiland. Het oostelijke deel van deelgebied Laborijnlocatie werd omgeschreven als bouwland. Uit oude kaarten blijkt dat in deelgebied Noaberhoek rekening is te houden met bodemverstoring als gevolg van bebouwing vanaf ca. 1970. In deelgebied Laborijnlocatie is sprake van bebouwing vanaf ca. 1893. Voor deelgebied Noaberhoek is een lage verwachting opgesteld voor alle perioden vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Voor deelgebied Laborijnlocatie is een hoge verwachting opgesteld voor het Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.

Op de Lamborijnlocatie kan een gebied met een hoge archeologische verwachting, waar een dikke of matig dikke A-horizont is aangetroffen op de natuurlijke ondergrond worden afgebakend. De natuurlijke ondergrond in het plangebied bestaat uit dekzandafzettingen en/of afzettingen van vlechtende rivieren. Tegelijkertijd zijn er twee zones waar de boringen gestagneerd zijn. Om die reden is niet bekend in hoeverre de natuurlijke ondergrond intact is. Slechts in een relatief kleine zone is een duidelijk verstoorde profielopbouw aangetroffen en is duidelijk sprake van een lage archeologische verwachting.

Op de Noaberhoek is een zone met een dik opgebracht grondpakket, waar de bodem eerst tot op de Laag van Wijchen is afgegraven. Ondanks dat er theoretisch nog resten van het Laat-Paleolithicum kunnen worden verwacht, wordt de archeologische verwachting voor deze zone in het noordwestelijk deel van het plangebied als laag ingeschat. Voor de rest heeft deelgebied Noaberhoek een hoge archeologische verwachting. Voor een deel is een Bw-horizont bewaard gebleven onder een bouwvoor (initiële A-horizont waar de oorspronkelijke A-horizont waarschijnlijk is afgegraven). Verder is in twee boringen een dikke A-horizont bewaard gebleven. Op de Laborijnlocatie en de Noaberhoek zijn met behulp van de resultaten van het verkennend booronderzoek archeologische verwachtingszones aangewezen (Bijlage 13). Voor de zones met een lage archeologische verwachting adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven. In de zones met een hoge archeologische verwachting of waar deze onbekend is, omdat de boringen zijn wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems).

Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Hiervoor is een door het bevoegd gezag goed te keuren Programma van Eisen benodigd. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Doetinchem. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de regio-archeologen van de Omgevingsdienst Achterhoek Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Samenvatting ___________________________________________________ 3 1 Inleiding ____________________________________________________ 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Aanleiding onderzoek______________________________________________ 6 Afbakening plan- en onderzoeksgebied ________________________________ 6 Administratieve gegevens __________________________________________ 7 Huidige situatie en toekomstig gebruik ________________________________ 9 Geplande verstoring _____________________________________________ 11 Gemeentelijk beleid ______________________________________________ 11 Onderzoeksdoel _________________________________________________ 11

2 Inventarisatie _______________________________________________ 12 2.1 2.2 2.3

Inleiding_______________________________________________________ 12 Landschappelijke ontwikkeling _____________________________________ 12 Archeologie ____________________________________________________ 14

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.4

Bekende archeologische waarden _________________________________ 14 Waarnemingen _______________________________________________ 14 AMK-terreinen ________________________________________________ 15 Gemeentelijke verwachtingskaart _________________________________ 15 Eerder archeologisch onderzoek __________________________________ 15

Historie _______________________________________________________ 22

3 Conclusie en verwachtingsmodel _________________________________ 28 3.1 3.2 3.3

Conclusie ______________________________________________________ 28 Verwachtingsmodel ______________________________________________ 28 Advies ________________________________________________________ 29

4 Veldonderzoek _______________________________________________ 30 4.1 4.2 4.3

Beschrijving onderzoeksmethodiek __________________________________ 30 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling ________________ 30 Resultaten: archeologie ___________________________________________ 32

5 Conclusie en verwachting ______________________________________ 33 6 Selectieadvies _______________________________________________ 34 literatuur _____________________________________________________ 35 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus __________________________________________ 39 BIJLAGE 2 Archeologische perioden _______________________________ 40 BIJLAGE 3 Niet-toegankelijke delen voor veldonderzoek _______________ 41 BIJLAGE 4 Aardkundige kaart ____________________________________ 42 BIJLAGE 5 Geomorfologische kaart ________________________________ 43 BIJLAGE 6 Actueel Hoogtebestand Nederland ________________________ 44 BIJLAGE 7 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ____________ 45 BIJLAGE 8 Bodemkaart _________________________________________ 46 BIJLAGE 9 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen ______ 47 BIJLAGE 10 Boorpuntenkaart veldonderzoek ________________________ 48 BIJLAGE 11 Boorstaten _________________________________________ 50 BIJLAGE 12 Zonering bodemopbouw op basis van Voronoi-polygonen _____ 61 BIJLAGE 13 Advies ____________________________________________ 63 BIJLAGE 14 Verklarende woordenlijst ______________________________ 65

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Hamburgerbroeklaan-Ambachtsstraat-Terborgseweg te Doetinchem, gemeente Doetinchem (GD). De gemeente Doetinchem heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het Omgevingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied betreft de Noaberhoek en Laborijnlocatie in Doetinchem, gemeente Doetinchem (GD), zie onderstaande afbeelding.

6

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Bron: pdok.nl Het plangebied heeft een omvang van totaal 5,7 ha. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 250 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS

1

Provincie

Gelderland

Gemeente

Doetinchem

Plaats

Doetinchem

Beheerder/eigenaar grond

-

Toponiem

Noaberhoek en Laborijnlocatie

Kadastrale perceelnummer(s)1

DTC01-L-2899, -3065, -3874, -4840, -4844, -5185, -5186, -5475

Laagland Archeologie projectnummer

DONO25

Datum conceptrapportage

25-9-2025

kadastralekaart.com 7

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

Datum definitief rapport XY-coördinaten

N: 217144/441493 O: 217752/441324 Z: 217645/441194 O: 217137/441403

Kaartblad

40F

Oppervlakte/lengte Plangebied Datering

totaal 5,7 ha

Complextype

-

Onderzoeksmeldingsnr

5829630001

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek Datum begin veldonderzoek

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase 18-9-2025

Datum eind veldonderzoek

18-9-2025

Opdrachtgever

BJZ.nu

Goedkeuring bevoegde overheid

nog niet beoordeeld

Bevoegde overheid

gemeente Doetinchem

Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie

de regio-archeologen van de Omgevingsdienst Achterhoek

2

Uitvoerder

Projectleider/opsteller onderzoek

-

Archeologisch Depot Gelderland E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 40 61 85 50 Jeroen Wijnen jeroen.wijnen@laaglandarcheologie.nl

Tabel 1. Objectgegevens.

2

www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 8

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden, deelgebied Noaberhoek en deelgebied Laborijnlocatie. Het westelijke deel van deelgebied Noaberhoek ligt momenteel braak, het oostelijke deel is in gebruik als parkeerplaats. Deelgebied Laborijnlocatie is vrijwel volledig bebouwd of bestraat. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3 Er vindt een ontwikkeling plaats van een woningbouwproject (Noaberhoek) en nieuwbouw en vervanging van de bebouwing voor Laborijn (Laborijnlocatie). In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.

3

bron: gemeentelijke monumentenlijst 9

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

Afbeelding 2. Huidige situatie Noaberhoek (boven) en Laborijnlocatie (onder). Bron: pdok.nl

10

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

1.5 GEPLANDE VERSTORING De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. De diepte van de geplande verstoring reikt vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 100 cm –mv. Rioleringsbuizen kunnen dieper aangelegd worden.

1.6 GEMEENTELIJK BELEID Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. In het omgevingsplan is aangegeven dat archeologisch onderzoek is vereist bij ingrepen groter dan 100 m2, indien geen andere regeling is opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan (de zogenaamde ‘bruidsschat’, waarin de oude bestemmingsplannen zijn opgenomen). Gemeenten hebben tot eind 2031 de tijd om die bestemmingsplannen om te zetten naar nieuwe onderdelen van het omgevingsplan. In de praktijk geldt dus nog het oude bestemmingsplan. Hierin is geregeld dat archeologisch onderzoek nodig is bij ingrepen groter 250 m2 en dieper dan 0,4 m mv of 5000 m2 en dieper dan 0,3 m -mv (Parapluherziening Archeologie – 2020, Artikel 9 Waarde – Archeologische verwachting 3 en Artikel 12 Waarde – Archeologische verwachting 6). De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende Omgevingsplan zijn aangegeven.

1.7 ONDERZOEKSDOEL

Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.

11

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

2I

NVENTARISATIE

2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.

2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING Het plangebied ligt in het Overijssels-Gelders zandgebied. Dit landschap is gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien) en de laatste ijstijd (Weichselien). Kenmerkend voor dit gebied is het dekzandlandschap, met dekzandvlakten, welvingen en –ruggen. Beken doorsnijden dit landschap en her en der komen grotere en kleine stuwwallen voor. Gedurende het Saalien was dit deel van Nederland geheel met landijs bedekt dat een dikte van honderden meters kon bereiken. De stuwwallen ontstonden langs de flanken en het front van de voortkruiende, dikke ijsmassa. Ze bestaan uit oudere afzettingen van de voorloper van de Rijn (klei, zand, grind), die door de gletsjers zijn weggedrukt. De glaciale afzettingen afkomstig van de ijskap (glaciaal, inclusief subglaciaal (keileem/grondmorene), fluvioglaciaal (sandur, kame en esker; (kei)zand), en glaciale meersedimenten (klei met warven) die toen tot afzetting kwamen worden gerekend tot de Formatie van Drenthe. Tijdens de laatste fasen van het Weichselien werd het keileem afgedekt door dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Op de geomorfologische kaart (Bijlage 5) ligt het plangebied in een zone die niet in kaart gebracht is in verband met bebouwing.

Ten zuidoosten en verder ten noordwesten van het plangebied liggen dekzandruggen (3B53), een complex van dekzandwelvingen (3L51), landduinen (14B58) met bijbehorende vlakten en laagten (11L54). Ten zuidwesten van het plangebied liggen meanderruggen en -geulen (3L42) en terrasvlakten (1M42) met restgeulen (22R43) en terrasresten of -ruggen (3B43) gerelateerd aan de Oude IJssel. In het plangebied zijn vermoedelijk dekzandruggen en meanderruggen en -geulen te verwachten. De gemeente Doetinchem heeft een eigen aardkundige kaart (zie Bijlage 4). Op de aardkundige kaart ligt deelgebied Noaberhoek op een geul in terraslaagte. Deelgebied Laborijnlocatie ligt grotendeels in een zone met plaggendek. Het westelijke deel van het plangebied ligt in een rivierterrasvlakte met geul in terraslaagte. Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 6, is te zien dan het plangebied op de rand van het stroomgebied van de Oude IJssel en de dekzanden ligt. Op het detailoverzicht (Afbeelding 4) liggen beide deelgebieden relatief laag. In 12

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

het zuidoostelijke deel van deelgebied Laborijnlocatie lijkt sprake te zijn van enige ophoging.

Afbeelding 3. Uitsnede van het plangebied en omgeving op het AHN.

Bodemkundig (Bijlage 8) ligt het plangebied in een zone die niet in kaart gebracht is in verband met bebouwing. Op de dekzanden en landduinen ten oosten van het plangebied liggen voornamelijk hoge bruine en zwarte enkeerdgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand (bEZ21, zEZ21), vorstvaaggronden in lemig fijn zand (Zb23) en veldpodzolgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand (Hn21). Ten oosten van deze dekzanden liggen voornamelijk beekeerdgronden in lemig fijn zand (pZg23) en leemarm en zwak lemig fijn zand (pZg21). Direct ten westen van het plangebied liggen kalkloze poldervaaggronden in lichte zavel met profielverloop 5 (Rn15C) of zware zavel en lichte klei met profielverloop 5 (Rn95C). Verder ten westen van deze kalkloze poldervaaggronden liggen vorstvaaggronden in grof zand (Zb30), vorstvaaggronden in lemig fijn zand (Zb23), ooivaaggronden in lichte zavel (KRd1), vlakvaaggronden in lemig fijn zand (Zn23), poldervaaggronden in klei (KRn8), zware zavel (KRn2) en lichte zavel (KRn1). In de plangebied zijn vermoedelijk hoge bruine enkeerdgronden leemarm en zwak lemig fijn zand en kalkloze poldervaaggronden in lichte zavel verwachten. Enkeerdgronden zijn zandgronden met een plaggendek van tenminste 50 cm dik. Dit plaggendek is vanaf de Late Middeleeuwen ontstaan door het periodiek opbrengen van met mest vermengde plaggen op de akker.

Doel hiervan was de bodemvruchtbaarheid op peil te houden of te verbeteren. Enkeerdgronden zijn voor wat betreft archeologie om twee redenen relevant. De oudste enkeerdgronden zijn meestal ontstaan op locaties die ook vóór het in zwang komen van plaggenbemesting al als akker in gebruik waren. Dat waren meestal relatief hooggelegen, goed ontwaterde zandgronden die redelijk goed met de toenmalige

13

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

landbouwtechnieken konden worden bewerkt. Door deze eigenschappen zijn deze gronden vaak al heel vroeg – soms al vanaf het Midden-Neolithicum – in gebruik genomen als landbouwgrond. Resten van bewoning uit deze perioden worden daarom vaak onder een plaggendek aangetroffen. Daarnaast fungeert het plaggendek in meer moderne tijden als een dikke beschermende laag, waardoor eventueel aanwezige resten niet of in mindere mate zijn aangetast door allerlei bodemingrepen. Poldervaaggronden zijn sterk – zwak siltige klei/ of zavelgronden zonder duidelijke bodemvorming, waarin periodieke hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen. Ze hebben geen veen binnen 80 cm en geen donkere bovengrond. Ze kunnen kalkhoudend of kalkloos zijn. De gronden zijn geheel gerijpt.

2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 9 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied.

2.3.2 WAARNEMINGEN In het onderzoeksgebied zijn diverse waarnemingen bekend: Objectnummer 1026618: Op ongeveer 215 m ten zuidwesten van het plangebied (Havenstraat) is in 1952 bij niet-archeologische werkzaamheden een vuurstenen Flint-Ovalbeil uit het Vroeg Neolithicum – Midden Neolithicum B aangetroffen – complextype: onbekend. Objectnummer 1087859: Op ongeveer 180 m ten oosten van het plangebied (Randweg Oost) zijn in 2008 bij archeologisch booronderzoek enkele fragmenten aardewerk uit het IJzertijd – Vroege Middeleeuwen aangetroffen – complextype: niet te bepalen. Objectnummer 1095561: Op ongeveer 235 m ten noorden van het plangebied (Terborgseweg) zijn in 2011 bij archeologisch booronderzoek enkele fragmenten aardewerk uit de Vroege Middeleeuwen – Nieuwe Tijd en enkele fragmenten vuursteen uit het Paleolithicum – Nieuwe Tijd aangetroffen – complextype: niet te bepalen. Objectnummer 1224947: Op ongeveer 120 m ten noorden van het plangebied (Terborgseweg) zijn in 2018 bij een archeologische begeleiding een grote hoeveelheid vondstmateriaal (aardewerk, metaal, bot, glas) en sporen (greppels, kuilen, muurrestanten, put) uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd aangetroffen – complextype: versterking onbepaald.

Objectnummer 1291052: Op ongeveer 125 m ten noorden van het plangebied (Terborgseweg 74-78) zijn in 2021 bij archeologisch booronderzoek aardewerk uit de perioden Neolithicum – Vroege Middeleeuwen en Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd aangetroffen – complextype: onbekend.

14

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

Objectnummer 1382672: Op ongeveer 120 m ten noorden van het plangebied (Terborgseweg 74-78) is in 2022 bij proefsleuvenonderzoek sporen van bewoning (inclusief verdediging) uit de IJzertijd aangetroffen.

2.3.3 AMK-TERREINEN AMK-terreinen ( = Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologische waarde en van hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMKterreinen van zeer hoog archeologisch belang). Binnen het onderzoeksgebied zijn geen AMK-terreinen geregistreerd.

2.3.4 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 7) ligt het deelgebied Noaberhoek in een dalvormige laagte en is tot >40 cm -mv afgegraven. Deelgebied Laborijnlocatie ligt grotendeels in een zone met een hoge verwachting en waarschijnlijk goede conservering. Het westelijk deel van het deelgebied heeft een lage verwachting en het zuidoostelijke deel van dit plangebied is tot >40 cm -mv afgraven.

2.3.5 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 9. Zaakidentificatienummer 2012609100: Direct grenzend aan de noordzijde van deelgebied Laborijnlocatie is in 2000 door RAAP Archeologisch Adviesbureau een archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Er zijn bij het onderzoek geen archeologische resten aangetroffen. Bovendien is de bodem in het plangebied grotendeels verstoord. De diepte van de bodemverstoringen varieert van 0,5 tot maximaal 1,1 m -mv. Er is geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen.4 Zaakidentificatienummer 2080293100: Op ongeveer 55 m ten zuidoosten van het plangebied is in 2001 door RAAP Archeologisch Adviesbureau een archeologisch bureauonderzoek en karterend booronderzoek uitgevoerd. De westelijke en oostelijke delen van dit tracé lopen door zones met middelmatige en hoge archeologische verwachting. In het middendeel is geen archeologisch onderzoek uitgevoerd gezien er een lage archeologische verwachting geldt voor deze zone. Uit het booronderzoek blijkt dat in het westen de bodem bestaat uit jonge rivierafzettingen van de Oude IJssel. Het oostelijk deel doorsnijdt een dekzandrug waarvan de westelijke flank deels is afgedekt door jonge rivierafzettingen. De top van de dekzandrug is grotendeels verstoord.

Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Verder archeologisch onderzoek werd niet verder noodzakelijk geacht.5 Zaakidentificatienummer 2115536100: Op ongeveer 175 m ten noordoosten van het plangebied (Holterbroek) is in 2006 door RAAP Archeologisch Adviesbureau een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. De verwachting op

4

Broeke, 2020 (indirect).

5

Bente, 2001. 15

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

basis van het bureauonderzoek is de verwachting dat de ondergrond bestaat uit rivierduingronden. In 8 van de 9 boringen is een afdekkend plaggendek aangetroffen. Eveneens zijn in 8 boringen archeologische indicatoren aangetroffen uit zowel het plaggendek, de onderliggende menglaag en de oude cultuurlaag. Het plangebied werd beschouwd als vindplaats met mogelijke resten van een prehistorische nederzetting. De kans op archeologische grondsporen onder het plaggendek wordt groot geacht. Bodemingrepen dieper dan 50 cm -mv dienen te worden voorkomen. Indien de vindplaats niet behouden kan worden, wordt vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven geadviseerd.6 Zaakidentificatienummer 2125329100: Op ongeveer 180 m ten noordoosten van het plangebied (Holterhoek) is in 2006 door RAAP Archeologisch Adviesbureau een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Er is vastgesteld dat er goed geconserveerde archeologische sporen aanwezig zijn. De sporen dateren tot de IJzertijd – Romeinse Tijd op basis van het vondstmateriaal en zijn afgedekt door een akkerpakket uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. De bodemopbouw was vrijwel geheel intact.

Het behoud van de archeologisch waarden werd aanbevolen, maar indien dit niet mogelijk is wordt vervolgonderzoek door middel van een archeologische opgraving.7 Zaakidentificatienummer 2140119100: Overlappend met het plangebied van het plangebied (De Schil) is in 2007 door RAAP Archeologisch Adviesbureau een bureauonderzoek en booronderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat in het gebied een gehucht heeft gelegen op basis van historische kaarten en de aanwezigheid van archeologische resten aan de overzijde van de Terborgseweg. Bij het veldonderzoek zijn archeologische resten aangetroffen die dateren uit de IJzertijd – Romeinse Tijd. Het gebied lijkt langdurig bewoond te zijn geweest.8 Zaakidentificatienummer 2140484100: Op ongeveer 160 m ten noordoosten van het plangebied (De Schil) is in 2007 door RAAP Archeologisch Adviesbureau een archeologisch booronderzoek uitgevoerd. In het centrale deel van dit plangebied is voorgaand boor- en proefsleuvenonderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat de Holterhoek een lange bewoningsgeschiedenis kent. Tijdens het booronderzoek ten noorden en ten oosten zijn in 8 van de 15 boringen archeologische indicatoren aangetroffen (aardewerk, bouwpuin, roodleem en breuksteen).

Vier boringen bevatte aardewerk gedateerd tot de Romeinse Tijd – Vroege Middeleeuwen en één boring bevatte aardewerk gedateerd tot de IJzertijd – Romeinse Tijd.9 Zaakidentificatienummer 2182053100: Op ongeveer 100 m ten zuidoosten van het plangebied (Terborgseweg) is in 2007 door een RAAP Archeologisch Adviesbureau een archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten hiervan is gesteld dat er een (verstoord) plaggendek aanwezig is van 50 tot 100 cm dik met aan de basis een al dan niet verstoorde fossiele akkerlaag of menglaag, met plaatselijk daaronder een intacte B- of BC-horizont aan de oost- en westzijde van het plangebied. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Vervolgonderzoek werd niet noodzakelijk geacht.10 Zaakidentificatienummer 2218252100: Op ongeveer 230 m ten noordoosten van het plangebied (Randweg Oost) is in 2008 door RAAP Archeologisch Adviesbureau

6

Oosterhout, 2006.

7

Schabbink, 2007.

8

Oosterhout, 2008.

9

Oosterhout, 2008.

10

Ringenier, 2008. 16

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd in verband met drie mogelijke tracés. Er geldt een uiteenlopende archeologische verwachting voor verschillende delen van het onderzoeksgebied. Met name in het zuiden en midden komen terreinen met een hoge archeologische verwachting voor. Uit het veldonderzoek bleek dat grote delen van de terreinen met een hoge en middelmatige verwachting een intacte bodemopbouw hebben. Archeologische sporen zijn te verwachten op ongeveer 55 cm -mv. In enkele gevallen is de natuurlijke ondergrond afgetopt. 5 van de 12 boringen bevatte archeologische indicatoren. Deze zijn aangetroffen tussen de onderste lagen van het cultuurdek en het grensvlak van de BC- en C-horizont. De voorkeur gaat naar tracé 1 met het advies aanvullend archeologisch vooronderzoek uit te voeren in de vorm van inventariserend veldonderzoek karterende fase.11 Zaakidentificatienummer 2250352100: Op ongeveer 130 m ten oosten van het plangebied (Oostelijke Randweg) is in 2009 door RAAP Archeologisch Adviesbureau een karterend booronderzoek uitgevoerd. Er zijn drie vindplaatsen vastgesteld tijdens het karterend veldonderzoek. Vindplaats 1 ligt op een rivierduin, vindplaats 2 ligt op een dekzandrug ter hoogte van het bouwlandcomplex ten noorden van de Varsseveldseweg en vindplaats 3 ligt op de dekzandrug van de IJzevoorde.

Voor vindplaatsen 1 en 2 geldt een datering van IJzertijd – Middeleeuwen. Vindplaats 3 bevat een vuurstenen afslag en heeft een datering van Paleolithicum – Vroege Bronstijd. De overige delen van het plangebied hebben een bouwvoor/cultuurdek van maximaal 40 cm en daaronder een scherpe overgang naar de C-horizont. Hier heeft waarschijnlijk aftopping plaatsgevonden. Er is geadviseerd de drie vindplaatsen in situ te behouden waarbij verstoringen respectievelijk niet dieper dan 40, 50 en 30 cm -mv plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is wordt voor vindplaatsen 1 en 2 vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuvenonderzoek aanbevolen. Voor vindplaats 3 voor vervolgonderzoek in de vorm van een waarderend booronderzoek aanbevolen.12 Zaakidentificatienummer 2269259100: Op ongeveer 35 m ten zuiden van het plangebied (Fabriekstraat) is in 2010 door Archeodienst Gelderland BV een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek gold een middelhoge verwachting voor een oude rivierduin in het oostelijke deel van het plangebied en een lage verwachting voor de rest van het plangebied. Uit het booronderzoek bleek dat het plangebied tot grote diepte verstoord was.

Vervolgonderzoek werd niet noodzakelijk geacht.13 Zaakidentificatienummer 2333491100: Op ongeveer 185 m ten oosten van het plangebied (Randweg-Oost) is in 2011 door RAAP Archeologisch Adviesbureau een karterend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens het booronderzoek zijn in het zuidelijke deel van het plangebied aanwijzingen voor een intacte archeologische vindplaats aangetroffen. Voor het Esbro-terrein werd geadviseerd bodemingrepen te beperken tot 100 cm -mv en in de rest van het plangebied tot 40 cm -mv. Indien dit niet mogelijk is vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding (Esbroterrein) en proefsleuvenonderzoek aanbevolen.14 Zaakidentificatienummer 2338002100 & 2338010100: Op ongeveer 200 m ten noorden van het plangebied (Terborgseweg) is in 2011 door Econsultancy BV een bureauonderzoek, verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van

11

Keunen, 2008.

12

Schuurman, 2009.

13

Helmich, 2010.

14

Schuurman, 2011. 17

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

het bureauonderzoek gold een hoge verwachting voor alle perioden van het LaatPaleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd en werden verwacht in de top van de rivierduinafzettingen/dekzandafzettingen. Tijdens het booronderzoek bleek de ondergrond uit rivierduinafzettingen te bestaan. In het centrale deel van het plangebied zijn grotendeels intacte vorstvaaggronden aanwezig. In het zuidwestelijke en noordoostelijke deel van het plangebied zijn tot in de ondergrond verstoord. In het centrale deel zijn aardewerkfragmenten uit de Late Middeleeuwen aangetroffen. Vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuvenonderzoek is aanbevolen.15 Zaakidentificatienummer 2358959100 & 2359793100: Op ongeveer 115 m ten zuiden van het plangebied (Fabriekstraat 17) is in 2012 door Econsultancy BV een bureauonderzoek en verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek wordt de verwachting op archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum laag geacht in tegenstelling tot de hoge verwachting op de gemeentelijke beleidskaart. In het geval er toch archeologische resten aanwezig zijn worden resten uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum verwacht in de top van de terrasafzettingen en in de Laag van Wijchen. Resten uit het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen worden verwacht in de top van de Laag van Wijchen of in overstromingsklei van de Rijn.

Resten uit de Nieuwe Tijd worden alleen verwacht in de overstromingsklei van de Rijn. Uit het veldonderzoek blijkt de bodemopbouw bestaat uit een dik pakket van zwak tot matig humeus, matig siltig, matig grof zand met recent puin. Hieronder rivierterrasafzettingen van Terras X. Het terrein is naar verwachting verstoord of vergraven tot in de rivierterrasafzettingen. Kleiafzettingen uit het Vroege en/of Late Holoceen zijn niet meer aanwezig en archeologische resten worden dus niet meer verwacht. Er is geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen.16 Zaakidentificatienummer 2408076100 & 2418647100: Op ongeveer 170 m en 185 m ten oosten van het plangebied (Oostelijke Randweg) is in 2013 door RAAP Archeologisch Adviesbureau een proefsleuvenonderzoek en opgraving uitgevoerd. Het tracé doorsnijdt een reeks rivierduinen ten noordoosten van en parallel aan het dal van de Oude IJssel. Ten zuidoosten van de spoorlijn loop een zwak glooiende en reliëfarme voet van een rivierduin. Ten oosten van de Rembrandtweg ligt het hoogste reliëfrijke deel van het tracé waar zich dikke pakketten stuifzand bevinden. Ter hoogte van de Vijverlaan gaat de rivierduin abrupt over in een reliëfarme, LaatPleistocene terrasvlakte van de Rijn. Aan hand van het proefsleuvenonderzoek zijn vier vindplaatsen onderscheiden.

Uit de opgraving bleek dat vindplaatsen 1-1 en 1-2 een gebied vormen met archeologische resten van de Vroege Bronstijd tot en met de Vroege Romeinse Tijd. Hier is een Midden-Bronstijd grafheuvel en meervoudige palenrij ontdekt en sporen van agrarisch gebruik vanaf de Middeleeuwen. Vindplaats 1-1 bevatte ook een vuursteenvindplaats daterend uit het Laat Paleolithicum. Dit was een goed geconserveerde vuursteenvindplaats van de Ahrensburg-groep, hetgeen zeer zeldzaam is. Vindplaats 1-3 bevatte resten van een Duits stelsel van loopgraven en kleine bunkers van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Vindplaats 4 bevatte agrarische sporen van de periferie van een 18e/19e eeuw erf.17 Zaakidentificatienummer 2423530100: Op ongeveer 200 m ten noorden van het plangebied (Terborgseweg 63) is in 2013 door RAAP Archeologisch Adviesbureau een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. In een deel van het gebied was sprake van een intact plaggendek en cultuurlaag. Het vondstmateriaal bestaat uit handgevormd en gedraaid aardewerk, natuursteen en een ijzerslak. Het aardewerk dateert deels uit de Late Bronstijd en deels uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd. Het overige

15

Broeke, 2011.

16

Broeke, 2012.

17

Scholte Lubberink et al., 2016. 18

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

dateert uit de Bronstijd tot en met de Middeleeuwen. De grondsporen bestaan uit greppels, kuilen en paalkuilen. De paalkuilen zijn geïnterpreteerd als nederzettingssporen. De greppels zijn geïnterpreteerd als perceelgreppels uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Er is een houtskoolmeiler aangetroffen daterend tot de Vroege Middeleeuwen. Deze staat waarschijnlijk in verband met ijzerproductie.18 Zaakidentificatienummer 2453711100: Op ongeveer 210 m ten noorden van het plangebied (Terborgseweg) is in 2014 door Movares/MUG Ingenieursbureau B.V. een archeologische opgraving uitgevoerd. Dit plangebied ligt op rivierduinafzettingen. Op de C-horizont is een restant van een oudere akkerlaag of esdek aanwezig en daarop een recente ophooglaag. Tijdens het onderzoek zijn sporen uit de IJzertijd tot en met de Vroege Middeleeuwen aangetroffen, eveneens is vondstmateriaal uit de IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd aangetroffen. Vermoedelijk is het plangebied in gebruik geweest als nederzettingsterrein vanaf de IJzertijd of Romeinse Tijd, daarna als productieplaats voor vervaardiging van houtskool in en Vroege Middeleeuwen en later als akkerland.19 Zaakidentificatienummer 2472074100 & 2472082100: Op ongeveer 75 m ten noorden van het plangebied (Terborgseweg 74-78 en Stationsplein 2) is in 2015 door Econsultancy BV een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd.

Op basis van de gemeentelijke waarden- en verwachtingskaart ligt dit plangebied binnen een laaggelegen terrasrest. Het AHN duidt er echter op dat het plangebied op een rivierduin ligt welke een gunstige ligging is geweest voor jager-verzamelaars. Vanaf het Neolithicum waren vooral overgangsposities gunstige locaties voor bewoning. De rivierduinen die vanaf de Late Middeleeuwen bedekt werden met plaggendekken vormde een goede locatie voor landbouwactiviteiten. Deze beslaan grote delen van het landschap ten oosten van de Oude IJssel. De verwachting op archeologische resten is hoog voor zowel jager-verzamelaars als landbouwers. Deze kunnen verwacht worden direct onder het plaggendek. Op basis van het veldonderzoek bleek de bodemopbouw grotendeels intact te zijn. Verstoringen van bouwwerkzaamheden zijn plaatselijk en beperkt. De opbouw bestaat uit een plaggendek tot gemiddeld 75 cm -mv, gevolgd door het resterende deel van het natuurlijk gevormde holtpodzolprofiel tussen 75 – 120 cm -mv. Het duidelijk archeologisch niveau wordt tussen 100 – 120 cm -mv verwacht. Eén boring in het zuidwestelijke deel stuitte op een betonverharding op ca. 60 cm -mv.

De hoge verwachting is bevestigd en vervolgonderzoek in de vorm van een archeologisch karterend booronderzoek werd geadviseerd.20 Zaakidentificatienummer 4643969100: Direct grenzend aan de noordzijde van deelgebied Laborijnlocatie (Terborgseweg) is in 2018 door Econsultancy BV een archeologische begeleiding uitgevoerd. Het plangebied is goed geconserveerd als gevolg van een dik plaggendek. Het plangebied ligt aan de Terborgseweg. Deze staat al aangegeven op een kaart uit de 16e eeuw als een belangrijke verkeersader. De resten van een voorloper van de Terborgseweg en aangelegen bebouwing kunnen aangetroffen worden. Het noordelijke deel van dit plangebied ligt binnen de historische kern van Doetinchem. Tijdens het onderzoek zijn recente verstoringen, vier paalkuilen uit de prehistorie, karrensporen en een greppel van de oude Terborgseweg uit de 14e tot 19e eeuw en, in het noordwestelijke deel, een deel van het vestingwerk van de Hamburgerpoort uit de 16e tot 17e eeuw aangetroffen.21

18

Zielman, 2015.

19

Wit, 2015.

20

Broeke, 2016.

21

Wemerman, 2020. 19

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

Zaakidentificatienummer 4894364100: Overlappend met deelgebied Noaberhoek is in 2020 door Econsultancy BV een bureauonderzoek uitgevoerd in verband met persleidingtracé papierfabriek Doetinchem. De noordwestelijke en zuidoostelijke deel van het tracé ligt binnen middelhoog gelegen terrasresten van het Laagterras of de laaggelegen terrasresten van het Terras X. Later behoorde het tracé tot het overstromingsgebied van de Rijn. Enkele delen van het tracé liggen binnen hooggelegen terrasresten van het Laagterras en zijn grotendeels afgedekt met rivierduinzand. De hooggelegen terrasresten en rivierduinen hadden een gunstige ligging voor jager-verzamelaars van het Laat Paleolithicum en Mesolithicum en landbouwers vanaf het Neolithicum. Grotendeels conform aan de archeologische beleidskaart geldt voor de hooggelegen terrasresten en rivierduinen een middelhoge tot hoge verwachting voor resten van het Laat-Paleolithicum. In twee delen van het tracé, de kruising van de Terborgseweg en Havenstraat, ter hoogte van de Ettenseweg en ten zuiden van de kruising met de Gaanderenseweg, heeft een loopgraaf gelegen en hebben twee schuttersopstellingen gestaan. Hier kunnen in de bovenste 1 – 1,5 m resten uit de Tweede Wereldoorlog verwacht worden.

Er is geadviseerd aanvullend onderzoek uit te voeren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek verkennende fase in de delen van met middelhoge tot hoge archeologische verwachting.22 Zaakidentificatienummer 5022975100: Overlappend met deelgebied Noaberhoek is in 2021 door Econsultancy BV een verkennend booronderzoek uitgevoerd in verband met persleidingtracé papierfabriek Doetinchem. Op basis van het voorgaande bureauonderzoek geldt een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor de hooggelegen terrasresten en rivierduinen. Uit het booronderzoek bleek dat het tracé grotendeels diep verstoord is als gevolg van moderne bodemingrepen. De verstoringsdiepte varieert van 70 – 220 cm -mv. In slechts twee uiteen gelegen boringen is bodemvorming aangetroffen in de Chorizont. Gezien de grootschalige en diepgaande recente bodemingrepen worden geen archeologische resten meer verwacht. Er is geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd.23 Zaakidentificatienummer 5077091100: Op ongeveer 70 m ten noorden van het plangebied (Terborgseweg 74-78) is in 2021 door Bureau voor Archeologie een karterend booronderzoek uitgevoerd. De bebouwing die ten tijde het verkennend booronderzoek aanwezig was is inmiddels gesloopt. Op twee locaties na is de bodem gedeeltelijk intact.

In de A-horizont zijn vier fragmenten handgevormd aardewerk uit het Neolithicum – Vroege Middeleeuwen, een fragment roodbakkend aardewerk uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd en fragmenten pijp uit de 16e – 19e eeuw aangetroffen. Deze wijzen op een vindplaats uit het Neolithicum – Nieuwe Tijd. Het archeologische niveau wordt op 50 – 130 cm -mv verwacht. Vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven is geadviseerd.24 Zaakidentificatienummer 5143640100: Op ongeveer 70 m ten noorden van het plangebied (Terborgseweg 74-78) is in 2022 door Vestigia BV een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Vier van de acht proefsleuven bleken tot in de Chorizont verstoord. Werkputten 1 en 3 hebben nog een restant van het plaggendek met daaronder een B-horizont of verbruinings- en inspoelingslaag opgeleverd. Werkputten hebben alleen een mogelijke B-horizont of verbruinings- en inspoelingslaag. Enkele fragmenten handgevormd aardewerk zijn aangetroffen, waarschijnlijk daterend uit de IJzertijd. Sporen van drie waterputten en enkele paalkuilen zijn aangetroffen, daterend tot de 19e of 20e eeuw. De recente datering en slechte conservering maken dat het van lage archeologische waarde is. De

22

Broeke, 2021a.

23

Broeke, 2021b.

24

Jong, 2021. 20

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

waterputten zijn deels vergraven en de paalkuilen vormen geen structuur. Er is geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen.25 Zaakidentificatienummer 5289458100: Op ongeveer 240 m ten noordoosten van het plangebied (Holterhoek) is in 2022 door Hamaland Advies vof een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Dit plangebied ligt op een rivierduin en had een hoge verwachting voor het Laat-Paleolithicum – Nieuwe Tijd. Uit het booronderzoek bleek de bodemopbouw uit een of meerdere opgebrachte en/of geroerde pakketten te bestaan. De onderkant van de eerdlaag en de top van het dekzand lag op 110 – 115 cm -mv. In één boring lag het dekzand op 85 cm -mv. Ter plaatse van boringen 3 en 4 is vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm van proefsleuvenonderzoek bij bodemingrepen dieper dan 75 cm -mv.26 Zaakidentificatienummer 5295443100: Op ongeveer 140 m ten zuidwesten van deelgebied Laborijnlocatie (Fabriekstraat 29) is in 2022 door KSP Archeologie een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied binnen een rivierterrasvlakte van de Oude IJssel en heeft een lage verwachting. Uit het booronderzoek bleek het plangebied tot minimaal 110 cm -mv afgegraven te zijn.

Vervolgonderzoek werd niet nodig geacht.27 Zaakidentificatienummer 5335805100: Op ongeveer 240 m ten noordoosten van het plangebied (Holterhoek) is in 2023 door Laagland Archeologie BV een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. De bodem bestond uit dekzand. De oorspronkelijke podzol is verploegd en is een oude akkerlaag ontstaan. Deze is afgedekt door een plaggendek van minimaal 80 cm dik. Veertien sporen zijn herkend, daterend uit de Late Bronstijd tot en met de Romeinse Tijd. Verder zijn een greppel uit de Late Middeleeuwen – Vroege Nieuwe Tijd en paalsporen uit de Nieuwe Tijd aangetroffen. Het plangebied maakt deel uit van de periferie van een eerder onderzocht nederzettingsterrein uit de Late Bronstijd – Romeinse Tijd. Vervolgonderzoek werd niet noodzakelijk geacht.28 Zaakidentificatienummer 5356793100: Op ongeveer 30 m ten oosten van het plangebied (Terborgseweg) is in 2023 door Laagland Archeologie BV een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied op een dekzandrug en/of een landduin. Tijdens het booronderzoek is midden op het terrein een verstoorde bodemopbouw aangetroffen of is gestuit op een puinlaag. Verder is een overwegend onverstoorde bodemopbouw aangetroffen.

De hoge archeologische verwachting bleef gehandhaafd en vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuvenonderzoek aanbevolen.29 Zaakidentificatienummer 5500745100: Overlappend met deelgebied Laborijnlocatie (Terborgseweg 106-110) is in 2024 door Hamaland Advies vof een archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de eerste bevindingen zijn geen intacte bodems aangetroffen en de bodem diep verstoord is door eerdere bebouwing en bodemingrepen.

25

Brouwer et al., 2022.

26

Woolschot & Kuijl, 2022.

27

Schorn, 2022.

28

Hendriks, 2023.

29

Wijnen & Kost, 2025. 21

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

Zaakidentificatienummer 5538516100: Op ongeveer 185 m ten noorden van het plangebied (De Pas) is in 2024 door ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. De natuurlijke ondergrond bestaat uit rivierduinafzettingen met een relatief intacte top van het rivierduin. In enkele boringen is nog een intact plaggendek aanwezig, in de meeste boringen ligt op de natuurlijke ondergrond een verstoord pakket. De bovengrond was in alle boringen verstoord en reikt tot 40 – 250 cm -mv. Voor enkele zones geldt een hoge archeologische verwachting. Voor deze zones is vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding aanbevolen.30 Zaakidentificatienummer 5647550100 & 5647559100: Op ongeveer 235 m ten noordoosten van het plangebied (Spoorstraat) is in 2024 door Econsultancy BV een bureauonderzoek en verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting uit de perioden (Laat) Paleolithicum – Middeleeuwen. Uit het booronderzoek bleek een groot deel van het plangebied tot gemiddeld 2 m -mv geroerd/verstoord te zijn met een scherpe overgang naar de C-horizont. In het noordwestelijke, noordelijke, zuidwestelijke en oostelijke deel van het plangebied bestaat de eerste meter uit geroerde/verstoorde lagen met daaronder een grotendeels intact hoge enkeerdgrond.

Op zes locaties waar een (deels) intacte oorspronkelijke bodemopbouw is aangetroffen, is sprake van een fossiele akkerlaag/cultuurlaag met archeologische indicatoren uit de IJzertijd – Late Middeleeuwen A. Op deze locaties is vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuvenonderzoek geadviseerd.31

2.4 HISTORIE Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)32 is het plangebied en haar omgeving nog onbebouwd (zie onderstaande afbeelding). Deelgebied Noaberhoek is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) aangeduid als weiland, deelgebied Laborijnlocatie deels is aangeduid als weiland en deels als bouwland.

30

Hanemaaijer, 2024.

31

Broeke, 2025.

32

bron: hisgis.nl 22

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

Afbeelding 4. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. Bron: hisgis.nl.

Op de topografische kaart van 1850 (zie Afbeelding 5) is het plangebied onbebouwd en in gebruik als weiland en bouwland. Op de topografische kaart van 1893 (zie Afbeelding 7) is direct ten noorden van deelgebied Noaberhoek de spoorlijn aangelegd. In deelgebied Laborijnlocatie is de eerste bebouwing binnen het plangebied aangelegd, maar bestaande uit een enkel erf. Gedurende de eerste helft van de 20e eeuw (zie Afbeelding 8) breidde de bebouwing in de Laborijnlocatie zich uit tot enkele erven aan de Terborgseweg. Op de topografische kaart van 1955 (zie Afbeelding 9) zijn meerdere grote gebouwen achter de erven tot stand gekomen. Door deelgebied Noaberhoek is een weg aangelegd richting een fabriek. De eerste bebouwing in de Noaberhoek is voor het eerst te zien op de topografische kaart van 1970 (zie Afbeelding 10). Op de Laborijnlocatie is de bebouwing richting het zuidoosten uitgebreid. Rond 1995 (zie Afbeelding 11) is het weiland aan de westzijde van de Laborijnlocatie in gebruik genomen, maar is de bebouwing in het zuidoosten van het deelgebied verwijderd. Rond 2006 (zie Afbeelding 12) is het zuidoostelijke deel van het deelgebied bebouwd met kantoorpanden. De fabriek bij Noaberhoek is volledig afgebroken (zie Afbeelding 13).

23

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

Afbeelding 5. Uitsnede uit de topografische kaart van 1850. Bron: topotijdreis.nl.

Afbeelding 6. Uitsnede uit de topografische kaart van 1893. Bron: topotijdreis.nl.

24

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart van 1931. Bron: topotijdreis.nl.

Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart van 1955. Bron: topotijdreis.nl.

25

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart van 1970. Bron: topotijdreis.nl.

Afbeelding 10. Uitsnede uit de topografische kaart van 1995. Bron: topotijdreis.nl.

26

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

Afbeelding 11. Uitsnede uit de topografische kaart van 2006. Bron: topotijdreis.nl.

Afbeelding 12. Uitsnede uit de topografische kaart van 2019. Bron: topotijdreis.nl.

27

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

3C

ONCLUSIE EN

VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE

Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Aan hand van de geomorfologische kaart en aardkundige kaart van de gemeente Doetinchem ligt deelgebied Noaberhoek in een geul op een terraslaagte en deelgebied Laborijnlocatie ligt op de overgang van een zone met een plaggendek op dekzanden in het oosten en een rivierterrasvlakte van de Oude IJssel in het westen. Bodemkundig worden in het oostelijke deel van deelgebied Laborijnlocatie hoge bruine enkeerdgronden in leemarm en zwak lemig zand verwacht en in de rest van het plangebied kalkloze poldervaaggronden in lichte zavel. Onder het plaggendek van de hoge bruine enkeerdgronden kan nog podzolvorming verwacht worden. Het plaggendek fungeert eveneens als een beschermende laag tegen bodemingrepen uit moderne tijden. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd bekend. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd deelgebied Noaberhoek en het westelijke deel van deelgebied Laborijnlocatie omschreven als weiland. Het oostelijke deel van deelgebied Laborijnlocatie werd omgeschreven als bouwland. Uit oude kaarten blijkt dat in deelgebied Noaberhoek rekening is te houden met bodemverstoring als gevolg van bebouwing vanaf ca. 1970. In deelgebied Laborijnlocatie is sprake van bebouwing vanaf ca.

1893.

3.2 VERWACHTINGSMODEL De ligging van deelgebied Noaberhoek op een geul in de terraslaagte van de Oude IJssel geven dit deelgebied een lage archeologische verwachting voor alle perioden vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Voor deelgebied Laborijnlocatie geldt een hoge verwachting voor archeologische resten vanaf het Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen in verband met de ligging op de overgang van de hogere dekzanden en de rivierterrasvlakte van de Oude IJssel, de aanwezigheid van archeologische resten in de nabije omgeving en de aanwezigheid van een plaggendek. In de Nieuwe Tijd was het deelgebied tot het eind van 19e eeuw in gebruik als bouwland en weiland. Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de periode Bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 28

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).33 Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor of eventuele ophogingslaag. De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door dekzand waarin zich een podzol heeft ontwikkeld. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum, in mindere mate Bronstijd en IJzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden; in bewoningskernen al eerder). Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken.

3.3 ADVIES Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten verwacht, ook al is de archeologische verwachting laag voor deelgebied Noaberhoek. De geplande bodemingrepen zullen deze resten zeer waarschijnlijk aantasten. We adviseren daarom vervolgonderzoek aan in de vorm van een verkennend booronderzoek. Hierbij worden verspreid over de toegankelijke delen van het plangebied in totaal 35 grondboringen gezet. De boringen hebben tot doel het archeologische verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Met dit booronderzoek wordt de bodemopbouw in kaart gebracht. Aangezien de daadwerkelijke bodemopbouw in het plangebied niet precies bekend is, vormt een verkennend booronderzoek de aangewezen onderzoeksmethode. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kunnen kansrijke delen worden geselecteerd voor eventueel vervolgonderzoek, terwijl delen met geen of weinig kansrijke delen van vervolgonderzoek kunnen worden uitgesloten.

33 bron: Tol e.a., 2006.

29

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Noaberhoek en Laborijnlocatie te Doetinchem, gemeente Doetinchem, Gelderland

4V

ELDONDERZOEK

4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Voor het booronderzoek niet-toegankelijke en/of verstoorde delen zijn aangegeven op de kaart in bijlage 3. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld34 en gedeponeerd in Archis3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van 35 verkennende boringen. Verkennend booronderzoek is een snelle en kostenefficiënte onderzoeksmethode om de archeologische potentie van een plangebied in kaart te brengen. Aangezien de specifieke bodemopbouw in het plangebied niet bekend is, is verkennend onderzoek in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boorkernen zijn visueel geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m.

Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB. De NAPmaaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in Bijlage 11. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 10.

4.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING

Lamborijnlocatie Gedurende het veldonderzoek bleek een deel van het plangebied niet toegankelijk te zijn omdat dit hermetisch was afgezet met bouwhekken. Verder was de bebouwing op dat deel al gesloopt. Heel onverwacht bleek dat dit deel van het plangebied al was

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8364/documents/51634