CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

B14.15 Bijlage 15 onderbouwing Laborijnlocatie - bodem nader onderzoek Terborgseweg 108.pdf

beeldvormende raad 12 maart 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G35.486 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Deellocatie A: (vml. ) ondergrondse dieselolietank (4. 000 l) Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie " verdacht , plaatselijke bodembelasting één of meer ondergrondse opslagtank(s) -OO). De boven-en/of ondergrond is plaatselijk zwak baksteenhoudend en/of matig kolengruishoudend. De bijmengingen zijn niet direct in verband te brengen met de (voormalige) aanwezigheid van een ondergrondse dieselolietank , maar duiden wel op een geroerde bodem. , , Ter plaatse van boring A02 is de bovengrond (traject: 05-07 m -mv) sterk verontreinigd met minerale olie. Vermoedelijkis de sterke verontreiniging te relateren aan een lekkage ter hoogte van de tank. De ondergrond is licht verontreinigd met PCB. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. De vooraf gestelde hypothese , dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie A als " plaatselijk verdacht " kan worden beschouwd wordt , op basis van de onderzoeksresultaten , bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging , bestaat er reden voor een nader onderzoek.

Deellocatie B: parkeerterrein (puinverharding) Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de bodem onder de puinverharding onderzocht dient te worden op basis van maatwerk , gebaseerd opde diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming , niet lijnvormig " (VED-HE-NL). De bodem onder de puinverharding is plaatselijk zwak baksteen-en betonhoudend. Ter plaatse van boring B03 is de bovengrond (traject: 015-05 , , m -mv) onder de puinverharding sterk verontreinigd met PAK. Verder is de bodem onder de puinverharding ten hoogste licht verontreinigd met lood , zink , minerale olie , PCB en/of PAK. De verontreinigingen zijn niet direct te relateren aan bodemvreemde bijmengingen.

21702. 001versie D1

24/ 27

21702. 001versie D1

25/ 27

De vooraf gestelde hypothese , dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie B als " heterogeen verdacht " kan worden beschouwd wordt , op basis van de onderzoeksresultaten , bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging , bestaat er reden voor een nader onderzoek. Deellocatie C: overig terrein Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd , dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een " verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming , niet lijnvormig " (VED-HE-NL). De bodem is zwak tot matig baksteenhoudend en zwak beton- , metaal- , aardewerk- , kolengruis , glas-en/of asbesthoudend. Ter plaatse van boring C13 is de bovengrond (traject: 01-05 , , m -mv) sterk verontreinigd met PAK. Verder is de bovengrond ten hoogste licht verontreinigd met lood , zink , minerale olie , PCB en/of PAK. De verontreinigingen zijn mogelijk deels te relateren aan de bodemvreemde bijmengingen. In de bovengrond is geen PFAS aangetoond. De ondergrondis licht verontreinigd met PCB. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en tetrachlooretheen (per). De vooraf gestelde hypothese , dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie C als " heterogeen verdacht " kan worden beschouwd wordt , op basis van de onderzoeksresultaten , bevestigd.

Gelet op de aard en mate van verontreiniging , bestaat er reden voor een nader onderzoek. Verkennend onderzoek asbest in bodem NEN 5707 Deellocatie B: parkeerterrein (puinverharding) Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd , dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor (HV).

Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialenaangetroffen. In de bodemzijn zintuiglijk inde fractie > 20 mm enkele asbesthoudende materialen aangetroffen(gat C03 en C09). Het betreft chrysotiel. Analytisch is in de fractie < 20 mm in de grondmengmonstersgeen asbest aangetoond. Op basis van de berekende indicatieve gehaltenvan de fijne en grove fractie blijkt dat in de asbestinspectiegatenC03 en C09 , op basis van de aanwezigheid van asbesthoudendplaatmateriaal , sprake is van asbestgehaltenvan respectievelijk 161, en 97, mg/kg d. s. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie C ten aanzien van asbest als betreft de parameter asbest bevestigd. De berekende gehalten aan asbest bevinden zich echter ruim beneden de toetsingswaarde; derhalve bestaat er géén reden voor een nader onderzoek. Conclusie en advies Op de onderzoekslocatie zijn in de bovengrond plaatselijk sterke verontreinigingen met minerale olie en PAK aangetoond. De onderzoeksresultaten komen niet geheel overeen met een voorgaand op de locatie uitgevoerd bodemonderzoek. Wel is er ten aanzien van de parameter PAK mogelijk een verband met de in het verleden aangetroffen sterke PAK-verontreinigingen op aangrenzende terreindelen.

Met betrekking tot de sterk verhoogde gehalten bestaan er in het kader van de milieuhygiënischekwaliteit van de bodem mogelijk belemmeringen voor deaankoop en herontwikkelingvan de onderzoekslocatie. Econsultancy adviseert om de aard en deomvang van de vastgesteldeverontreinigingen met minerale olie en PAK nader te onderzoeken. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt , zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit , het voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecieof de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialenaangetroffen. In de puinverhardingzijn zintuiglijk in de fractie > 20 mm geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In het puinmengmonsteris analytisch in de fractie < 20 mm een verhoogd gehalte asbest aangetoond. Het betreft chrysotiel. Het verhoogde asbestgehalte is , gelet op de analyseresultaten , te relateren aan de aanwezigheidvan enkelestukjesplaatmateriaal in het puinmengmonster. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie B ten aanzien van asbest als wordt voor wat betreft de parameter asbest bevestigd. Het gehalte aan asbest bevindt zich echter ruim beneden de toetsingswaarde; derhalve bestaat er géén reden voor een nader onderzoek. Deellocatie C: overig terrein Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd , dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een " verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming " (VED-HE).

Econsultancy 3mei2023 21702. 001versie D1

26/ 27

21702. 001versie D1

27/ 27

Bijlage

2b

Foto's onderzoekslocatie

Bijlage

Foto 1.

Foto 3.

(geanonimise rd)

Foto 2.

Foto 4.

2b

Foto's

onderzoekslocatie

Bijlage 2bFoto's onderzoekslocatie

Bijlage 2bFoto's onderzoekslocatie

Foto 5.

Foto 7.

Foto 6.

Foto 8.

Bijlage 2bFoto's onderzoekslocatie

Bijlage 2bFoto's onderzoekslocatie

Foto 9.

Foto 11.

Foto 10.

Foto 12.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8364/documents/51616