B14.14 Bijlage 14 onderbouwing Laborijnlocatie - bodem nader onderzoek Laborijn.pdf
Tekst van het document
PCB , organisch stof
Zintuiglijk schoon
109-4
109 (090 , , - 110)
PCB , organisch stof
Zwak baksteenhoudend
109-5
109 (110 , - 150) ,
PCB , organisch stof
Zintuiglijk schoon
110-2
110 (020 , - 070) ,
PCB , organisch stof
Zintuiglijk schoon
111-3
111 (040 , , - 070)
PCB , organisch stof
Matig slakhoudend
111-4
111 (070 , , - 100)
PCB , organisch stof
Zwak baksteenhoudend
112-1
112 (008 , - 050) ,
PCB , organisch stof
Zintuiglijk schoon
112-2
112 (050 , - 090) ,
PCB , organisch stof
Zwak baksteenhoudend
113-1
113 (008 , , - 030)
PCB , organisch stof
Zwak baksteenhoudend
113-2
113 (030 , , - 080)
PCB , organisch stof
Zwak puinhoudend
113-3
113 (080 , , - 120)
PCB , organisch stof
Zintuiglijk schoon
114-1
114 (008 , - 050) ,
PCB , organisch stof
Zwak betonhoudend
114-2
114 (050 , , - 100)
PCB , organisch stof
Zintuiglijk schoon
308-2
308 (015 , , - 048)
PCB , organisch stof
Matig baksteenhoudend , matig betonhoudend , zwak dakpan houdend , zwak slakhoudend
308-3
308 (050 , , - 100)
PCB , organisch stof
Zintuiglijk schoon
310-2
310 (040 , , - 090)
PCB , organisch stof
Sterk baksteenhoudend , matig betonhoudend , zwak asbesthoudend , zwak slakhoudend , zwak metaalhoudend
312-3
312 (100 , - 150) ,
PCB , organisch stof
Zwak asbesthoudend , sterk baksteenhoudend , matig betonhoudend , zwak glashoudend , zwak plastichoudend , zwak slakhoudend
313-1
313 (000 , , - 050)
PCB , organisch stof
Zwak asbesthoudend , sterk baksteenhoudend , matig betonhoudend , zwak plastichoudend , zwak slakhoudend , matig glashoudend
313-3
313 (100 , , - 150)
PCB , organisch stof
Zwak asbesthoudend , sterk baksteenhoudend , matig betonhoudend , zwak plastichoudend , zwak slakhoudend , matig glashoudend
314-2
314 (030 , - 080) ,
PCB , organisch stof
Zwak baksteenhoudend , zwak betonhoudend
21400. 003 versie D1
22 / 49
Grond(meng)monster
Traject (m -mv)[IEW29]
Analysepakket
Bijzonderheden
314-3
314 (080 , , - 120)
PCB , organisch stof
Zintuiglijk schoon
316-3
316 (060 , , - 100)
PCB , organisch stof
Zintuiglijk schoon
316-4
316 (100 , , - 150)
PCB , organisch stof
Zintuiglijk schoon
Nader onderzoek PAK grond (mogelijk slootdemping zuidelijke perceelsgrens) 310-1
310 (000 , - 040) ,
PAK , organisch stof
Sterk baksteenhoudend , matig betonhoudend , zwak asbesthoudend , zwak slakhoudend , zwak metaalhoudend
311-1
311 (000 , - 050) ,
PAK , organisch stof
Zwak baksteenhoudend , sterk betonhoudend , zwak dakpan houdend , zwak asbesthoudend , matig slakhoudend
311-2
311 (050 , , - 100)
PAK , organisch stof
Zwak baksteenhoudend , sterk betonhoudend , zwak dakpan houdend , zwak asbesthoudend , matig slakhoudend
316-2
316 (034 , , - 060)
PAK , organisch stof
Zwak glashoudend , sterk baksteenhoudend , matig betonhoudend , matig slakhoudend , matig asbesthoudend
Nader onderzoek zink , PAK en cyanide grond (zuidelijke perceelsgrens) 200-1
200 (000 , , - 050)
Cyanide totaal , PAK , zink , Matig baksteenhoudend , zwak kooldeeltjes lutum en organische stof houdend , matig betonhoudend , zwak slakhoudend
201-1
201 (040 , - 090) ,
Cyanide totaal , PAK , zink , Sterk baksteenhoudend , matig slakhoudend , lutum en organische stof matig betonhoudend , zwak glashoudend
202-2
202 (050 , , - 100)
Cyanide totaal , PAK , zink , Sterk baksteenhoudend , matig slakhoudend , lutum en organische stof matig betonhoudend , zwak glashoudend
203-1
203 (000 , - 050) ,
Cyanide totaal , PAK , zink , Zintuiglijk schoon lutum en organische stof
318-1
318 (000 , , - 050)
Cyanide totaal , PAK , zink , Sterk baksteenhoudend , matig asbesthoulutum en organische stof dend , matig slakhoudend , matig betonhoudend , zwak glashoudend
318-4
318 (120 , , - 140)
Cyanide totaal , PAK , zink , Zwak puinhoudend lutum en organische stof
Nader onderzoek zink grond (loods De Groenmakers) 300-2
300 (026 , , - 060)
Zink , lutum stof
en
organische
Zwak betonhoudend , zwak asbesthoudend , matig baksteenhoudend , zwak slakhoudend
304-2
304 (020 , - 050) ,
Zink , lutum stof
en
organische
Sterk puingranulaathoudend
21400. 003 versie D1
23 / 49
Grond(meng)monster
Traject (m -mv)[IEW29]
S100-2
S100 (025 , , - 060)
Zink , lutum stof
en
organische
Sterk baksteenhoudend , zwak betonhoudend
S101-2
S101 (020 , , - 060)
Zink , lutum stof
en
organische
Zintuiglijk schoon
Analysepakket
Bijzonderheden
Aanvullend verkennend onderzoek grond (bodemlaag onder puinlaag zuidelijk terreindeel) 303-3
303 (028 , , - 070)
Standaardpakket , lutum en organische stof
Zwak baksteenhoudend , zwak glashoudend , zwak betonhoudend , zwak aardewerkhoudend
305-2
305 (020 , - 070) ,
Standaardpakket , lutum en organische stof
Sterk puingranulaathoudend
STAP-MM1
324 (080 , , + 325 (080 , , + - 120) - 120) 326 (060 , , - 110)
Standaardpakket , lutum en organische stof
Zintuiglijk schoon
STAP-MM2
319 (040 , - 090) , + 321 (050 , - 100) , + 323 (030 , , - 067)
Standaardpakket , lutum en organische stof
Matig tot zwak tot sterk baksteenhoudend , matig asbesthoudend , zwak tot matig slakhoudend , matig betonhoudend , zwak glashoudend
STAP-MM3
320 (053 + 323 (110 + , - 100) , , - 150) , 327 (053 , , + 328 (060 , , - 100) - 100)
Standaardpakket , lutum en organische stof
Zintuiglijk schoon
STAP-MM4
309 (000 , , + 312 (000 , , - 050) - 050)
Standaardpakket , lutum en organische stof
Zwak asbesthoudend , sterk baksteenhoudend , matig betonhoudend , zwak glashoudend , zwak plastichoudend , zwak slakhoudend.
STAP-MM5
309 (150 , , + 311 (170 , , + - 200) - 200) 313 (150 , , - 200)
Standaardpakket , lutum en organische stof
Zintuiglijk schoon
STAP-MM6
315 (020 , - 070) ,
Standaardpakket , lutum en organische stof
Sterk puingranulaathoudend
Onderzoek PFAS grond PFAS-MM1
101 (0-50) 103 (0-50) + 105 (14-50) + 113 (30-80) + 114 (8-50)
PFAS , organisch stof
Zwak baksteenhoudend , zwak betonhoudend
PFAS-MM2
108 (50-80) + 109 (50-90) + 400 (8-45) + 402 (22-70) + 405 (22-65)
PFAS , organisch stof
Zintuiglijk schoon
PFAS-MM3
112 (50-90) + 300 (26-60) + 304 (20-50) + 308 (15-48)
PFAS , organisch stof
Zwak tot matig baksteenhoudend , zwak tot matig betonhoudend , zwak dakpanhoudend
PFAS-MM4
309 (0-50) + 310 (0-40) + 311 (0-50) + 312 (0-50) + 313 (50-100)
PFAS , organisch stof
Zwak asbesthoudend , sterk baksteenhoudend , matig betonhoudend , zwak glashoudend , zwak plastichoudend , zwak slakhoudend
21400. 003 versie D1
24 / 49
Grond(meng)monster PFAS-MM5
Traject (m -mv)[IEW29] 315 (20-70) + 317 (40-90) + 319 (40-90) + 324 (80-120) + 326 (60-110)
Analysepakket
Bijzonderheden
PFAS , organisch stof
Zwak glashoudend , sterk baksteenhoudend , matig betonhoudend , matig slakhoudend , matig asbesthoudend , zwak asfalthoudend
Verkennend / nader onderzoek asbest in bodem / puin Het aangetroffen asbestverdachte plaatmateriaal (fractie > 20 mm) is aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie. In het laboratorium zijn deze asbestverdachte verzamelmonsters geanalyseerd op de volgende componenten (zie ook tabel 5. 5): -
asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm; kwalitatief): serpentijn asbest (chrysotiel) amfibool asbest (amosiet crocidoliet anthophylliet tremoliet en actinoliet). ,
,
,
,
Van de opgegraven grond en het puin zijn in het veld mengmonsters samengesteld. Hiervan is een selectie aan het laboratorium aangeboden en geanalyseerd op het volgende analysepakket: -
asbest (kwantitatief): droge stof serpentijn asbest (chrysotiel) amfibool asbest (amosiet crocidoliet anthophylliet tremoliet en actinoliet). ,
,
Tabel 6. 2 geeft een overzicht van de samenstelling Tabel 6. 2
,
van
,
,
de (meng)monsters en de analysepakketten.
Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het analysepakket.
(Meng)-
Monsters
monster
(in m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
Puinlaag zuidelijk terreindeel ASB-MM1
324 (019-080) + 326 (000-050) , , , ,
asbest in puin (NEN 5898 - 2016)
Matig zandhoudende puinlaag. Bevat asbesthoudende plaatmaterialen.
ASB-MM2
325 (018-080) + 327 (020-055) + , , , , 328 (022-060) , , + 329 (023-041) , ,
asbest in puin (NEN 5898 - 2016)
Matig zandhoudende puinlaag.
ASB-MM3
324 (080-120) , , + 325 (080-120) , , + 326 (060-110) , , + 328 (060-010) , ,
asbest in bodem (NEN 5898 -2016)
Zintuiglijk schone bodemlaag onder puinlaag.
ASB-MM4
319 (018-040) , , + 320 (014-040) , , + 323 (018-030) , ,
asbest in puin (NEN 5898 - 2016)
Matig zandhoudende puinlaag (granulaat).
ASB-MM7
318 (00-050) , , + 319 (040-100) , , + 321 (050-100) , ,
asbest in bodem (NEN 5898 -2016)
Puinhoudende grond. Bevat asbesthoudende plaatmaterialen.
ASB-MM8
316 (017-034) , , + 317 (017-038) , ,
asbest in puin (NEN 5898 - 2016)
Puinlaag (granulaat).
ASB-MM10
309 (050-100) , , + 310 (000-050) , , + 311 (000-050) , , + 328 (100-150) , , + 316 (034-060) , , + 317 (038-050) , ,
asbest in bodem (NEN 5898 -2016)
Puinhoudende grond. Bevat asbesthoudende plaatmaterialen.
ASB-MM12
306 (018-039) + 307 (014-064) , , , ,
asbest in puin (NEN 5898 - 2016)
Matig zandhoudende puinlaag (granulaat).
21400. 003 versie D1
25 / 49
(Meng)-
Monsters
monster
(in m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
ASB-MM13
308 (015-050) , , + 314 (030-080) , , + 315 (020-070) , ,
asbest in bodem (NEN 5898 -2016)
Puinhoudende grond.
ASB-MM19
300 (026-060) , ,
asbest in bodem (NEN 5898 -2016)
Puinhoudende grond. Bevat asbesthoudende plaatmaterialen.
ASB-MM20
303 (028-070) + 304 (020-050) + , , , , 305 (020-070) , ,
asbest in bodem (NEN 5898 -2016)
Puinhoudende grond.
ASB-MM22
301 (030-055) , , + 302 (025-065) , , + 303 (019-028) , ,
asbest in puin (NEN 5898 - 2016)
Puinlaag (granulaat).
Puinlagen (2 delen) noordelijk terreindeel ASB-MM15
410 (30-60)
asbest in bodem (NEN 5898 -2016)
Puinhoudende grond t. h. v. pand Laborijn. Bevat asbesthoudende plaatmaterialen.
ASB-MM17
406 (013-040) , , + 407 (013-045) , , + 408 (013-060) + 409 (012-055) , , , ,
asbest in bodem (NEN 5898 -2016)
Puinhoudende grond t. h. v. pand Laborijn.
ASB-MM23_N
401 (080-100) + 403 (050-080) + , , , , 404 (020-070) , ,
asbest in bodem (NEN 5898 -2016)
Puinhoudende grond.
ASB-MM25
402 (022-070) , , + 403 (018-028) , , + 405 (022-065) , ,
asbest in bodem (NEN 5898 -2016)
Puinhoudende grond. Bevat asbesthoudende plaatmaterialen.
asbest in bodem (NEN 5898 -2016)
Puinhoudende grond.
Zone puinhoudende grond noordelijk terreindeel ASB-MM23
500 (000-050) , , + 501 (000-020) , , + 502 (000-050) , ,
Zone puinhoudende grond centraal terreindeel ASB-MM27
508 (018-050) , , + 509 (035-050) , , + 512 (019-050) , , + 513 (023-038) , ,
asbest in bodem (NEN 5898 -2016)
Puinhoudende grond.
ASB-MM28
503 (018-050) , , + 505 (021-050) , , + 506 (020-050) + 507 (040-038) , , , ,
asbest in bodem (NEN 5898 -2016)
Puinhoudende grond.
ASB-MM29
504 (030-050) + 510 (000-050) + , , , , 511 (018-050) , ,
asbest in bodem (NEN 5898 -2016)
Puinhoudende grond.
asbest in bodem (NEN 5898 -2016)
Puinhoudende grond. Bevat asbesthoudende plaatmaterialen.
Zone puinhoudende grond zuidelijke perceelsgrens ASB-MM26
514 (000-050) , , + 515 (000-050) , , + 516 (000-050) , ,
21400. 003 versie D1
26 / 49
Onderzoek fundatie (indicatief samenstelling en uitloging) Alle puinmonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat erkend is door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. Deze monsters zijn elk geanalyseerd op de volgende pakketten: ,
-
Organische parameters beperkt (samenstellingswaarden; indicatief): droge stof polychloorbifenylen (PCB) polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie; ,
-
,
Uitloging anorganische parameters (schudproef; emissiewaarden; indicatief): metalen (antimoon arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik molybdeen lood nikkel leen tin vanadium en zink) bromide chloride fluoride en sulfaat. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
se-
,
Tabel 6. 3 geeft een overzicht van de samenstelling Tabel 6. 3
,
van
de (meng)monsters en het analysepakket.
Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het analysepakket.
(Meng)-
Monsters
monster
(in m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
FUN-MM1
301 (030 , - 055) , + 302 (025 , - 065) , + 303 (019 , , - 028)
organische parameters beperkt (samenstellingswaarden) + uitloging (emissiewaarden anorganische parameters)
Puinfractie omgeving zuidelijke open loods (De Groenmakers)
FUN-MM2
306 (018 , , + 307 (014 , , + - 039) - 064) 314 (018 + 322 (020 , - 030) , , - 090) ,
organische parameters beperkt (samenstellingswaarden) + uitloging (emissiewaarden anorganische parameters)
Puinfractie omgeving pand Graafschap college (pand 112).
FUN-MM3
316 (017 , , + 317 (017 , , + - 034) - 038) 319 (018 , , + 320 (014 , , + - 040) - 040) 323 (018 , - 030) ,
organische parameters beperkt (samenstellingswaarden) + uitloging (emissiewaarden anorganische parameters)
Puinfractie zuidoostelijk parkeerterrein.
FUN-MM4
324 (019 + 325 (018 + , - 080) , , - 080) , 326 (023 , , - 060)
organische parameters beperkt (samenstellingswaarden) + uitloging (emissiewaarden anorganische parameters)
Puinfractie terrein oostelijk van pand 110 (Laborijn)
FUN-MM5
327 (020 , , + 328 (022 , , + - 053) - 060) 329 (023 , - 041) ,
organische parameters beperkt (samenstellingswaarden) + uitloging (emissiewaarden anorganische parameters)
Puinfractie t. h. v. inrit Terborgseweg.
21400. 003 versie D1
27 / 49
6. 2
Toetsingskaders
Circulaire bodemsanering / Regeling bodemkwaliteit De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B tabel 1). Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: ,
-
achtergrondwaarde: deze waarde (AW) " " geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuuren landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen; streefwaarde: " " geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater waarbij als nadelig te waardedeze waarde (S) ren effecten verwaarloosbaar worden geacht; tussenwaarde: deze waarde (T) " " is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat; interventiewaarde: deze waarde (I) " " geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk. ,
-
,
-
,
-
,
,
,
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: ,
,
Grond: niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd: -
21400. 003 versie D1
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
28 / 49
Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.
De omgerekende gehalten naar gehalten in een standaardbodem zijn tevens indicatief getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit. Dit opgenomen resultaat geeft een indicatie van de kwaliteit van de grond met betrekking tot grondverzet en/of (indien van toepassing) terugsaneerwaarden. Hierbij wordt grond ingedeeld in de klassen Achtergrondwaarde Wonen Industrie en Niet Toepasbaar. ,
,
Handelingskader PFAS De analyseresultaten voor wat betreft PFAS in grond zijn getoetst aan de toepassingswaarden voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem zoals opgenomen in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”. De toepassingswaarden voor wat betreft de parameter PFAS zijn in tabel 6. 4 weergegeven. Tabel 6. 4
Toepassingswaarden voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem
Bodemfunctieklasse
Bodemkwaliteitsklasse
Toetsingswaarde (µg/kg d. s. )
landbouw/natuur
landbouw/natuur , wonen of industrie
PFOA = 19, overige PFAS = 14,
wonen
of industrie
landbouw/natuur
PFOA = 19, overige PFAS = 14,
wonen
of industrie
wonen
of industrie
PFOA = 7 overige PFAS = 3
Regeling bodemkwaliteit (bouwstoffen) De analyseresultaten van het fundatiemateriaal (niet zijnde grond) zijn getoetst aan de maximale samenstellings- en emissiewaarden voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage A tabel 1 en 2 | zie bijlage 5c). De analyseresultaten zijn tevens getoetst aan het Beleid voor asbest in bodem grond en puin(granulaat) (kenmerk BWL 2004000321 VROM Beleidsbrief 25 maart 2004). ,
,
,
21400. 003 versie D1
,
29 / 49
6. 3
Resultaten grond- en grondwatermonsters
Verkennend / nader onderzoek Tabel 6. 3 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tevens is het resultaat van de indicatieve toetsing aan de Regeling bodemkwaliteit weergegeven. Tabel 6. 3
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grond(meng)monster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Indicatieve toetsing Rbk (*A)(*B)(*C)
Nader onderzoek PCB grond (gehele terrein) 100-1
100 (008 , , - 050)
-
-
-
AW
100-4
100 (100 , , - 125)
PCB
-
-
Industrie [476]
101-1
101 (000 , - 050) ,
-
PCB
-
Niet Toepasbaar [723]
101-2
101 (050 , , - 090)
PCB
-
-
Industrie [428]
102-1
102 (000 , , - 050)
PCB
-
-
, Industrie [615]
102-3
102 (080 , , - 100)
PCB
-
-
Industrie [56]
103-1
103 (000 , - 050) ,
PCB
-
-
Wonen [38]
103-3
103 (080 , , - 120)
-
-
-
AW
104-1
104 (015 , , - 050)
-
-
-
AW
105-2
105 (050 , , - 100)
PCB
-
-
Wonen [28]
106-2
106 (020 , - 050) ,
PCB
-
-
Industrie [174]
106-3
106 (050 , - 080) ,
-
-
-
AW
106-5
106 (100 , , - 130)
-
-
-
AW
107-2
107 (025 , , - 050)
PCB
-
-
Industrie [45]
107-4
107 (080 , - 120) ,
PCB
-
-
Industrie [41]
108-2
108 (030 , - 050) ,
-
-
-
AW
108-4
108 (080 , - 100) ,
PCB
-
-
Industrie [254]
109-2
109 (025 , , - 050)
PCB
-
-
Industrie [433]
109-4
109 (090 , , - 110)
PCB
-
-
Industrie [198]
109-5
109 (110 , , - 150)
PCB
-
-
Wonen [395] ,
110-2
110 (020 , - 070) ,
PCB
-
-
Industrie [182]
111-3
111 (040 , - 070) ,
PCB
-
-
Wonen [278] ,
21400. 003 versie D1
30 / 49
Grond(meng)-
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
monster
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Indicatieve toetsing Rbk (*A)(*B)(*C)
111-4
111 (070 , , - 100)
PCB
-
-
Wonen [331] ,
112-1
112 (008 , , - 050)
PCB
-
-
Wonen [40]
112-2
112 (050 , , - 090)
PCB
-
-
Niet Toepasbaar [502]
113-1
113 (008 , - 030) ,
-
-
-
AW
113-2
113 (030 , - 080) ,
PCB
-
-
Industrie [112]
113-3
113 (080 , , - 120)
PCB
-
-
Wonen [30]
114-1
114 (008 , , - 050)
PCB
-
-
, Industrie [975]
114-2
114 (050 , - 100) ,
-
-
-
AW
308-2
308 (015 , - 048) ,
PCB
-
-
Industrie [137]
308-3
308 (050 , , - 100)
-
-
-
AW
310-2
310 (040 , , - 090)
-
PCB
-
Niet Toepasbaar [695]
312-3
312 (100 , , - 150)
-
PCB
-
Niet Toepasbaar [516]
313-1
313 (000 , - 050) ,
-
PCB
-
Niet Toepasbaar [715]
313-3
313 (100 , , - 150)
-
PCB
-
Niet Toepasbaar [981]
314-2
314 (030 , , - 080)
-
-
-
AW
314-3
314 (080 , , - 120)
-
-
-
AW
316-3
316 (060 , - 100) ,
PCB
-
-
Industrie [555] ,
316-4
316 (100 , , - 150)
-
-
-
AW
Nader onderzoek PAK grond (mogelijk slootdemping zuidelijke perceelsgrens) 310-1
310 (000 , , - 040)
PAK
-
-
Wonen
, [423]
311-1
311 (000 , - 050) ,
PAK
-
-
Industrie [196] ,
311-2
311 (050 , - 100) ,
PAK
-
-
Industrie [133] ,
316-2
316 (034 , - 060) ,
PAK
-
-
Industrie [978] ,
-
-
AW: zink/cyanide
Nader onderzoek zink , PAK en cyanide grond (zuidelijke perceelsgrens) 200-1
200 (000 , , - 050)
PAK
Industrie [PAK: 951] , 201-1
201 (040 , - 090) ,
-
PAK
-
AW: zink/cyanide
Industrie [PAK: 251] ,
21400. 003 versie D1
31 / 49
Grond(meng)-
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
monster
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Indicatieve toetsing Rbk (*A)(*B)(*C)
202-2
202 (050 , , - 100)
Zink
AW: cyanide
PAK
Industrie [zink: 146] , Industrie [PAK: 925]
203-1
203 (000 , - 050) ,
PAK
-
-
AW: zink/cyanide Wonen [PAK: 22] ,
318-1
318 (000 , , - 050)
Zink
-
-
AW: cyanide
PAK
318-4
318 (120 , - 140) ,
-
Industrie [zink: 249] Industrie [PAK: 163] , -
-
AW
Nader onderzoek zink grond (loods De Groenmakers) 300-2
300 (026 , , - 060)
-
-
-
AW
304-2
304 (020 , , - 050)
Zink
-
-
Industrie [222]
S100-2
S100 (025 , - 060) ,
Zink
-
-
Wonen [195]
S101-2
S101 (020 , , - 060)
-
-
-
AW
-
-
Industrie
PAK
-
Industrie
Aanvullend verkennend onderzoek grond (bodemlaag onder puinlaag zuidelijk terreindeel) 303-3
303 (028 , , - 070)
Lood Zink PAK PCB
305-2
305 (020 , , - 070)
PCB
Minerale olie STAP-MM1
324 (080 , - 120) , 325 (080 , , - 120) 326 (060 , , - 110)
-
-
-
AW
STAP-MM2
319 (040 , - 090) , 321 (050 , - 100) , 323 (030 , , - 067)
Lood
PAK
-
Industrie
STAP-MM3
320 (053 , , - 100) 323 (110 , , - 150) 327 (053 , , - 100) 328 (060 , - 100) ,
PCB
-
-
AW (*C)
STAP-MM4
309 (000 , - 050) , 312 (000 , , - 050)
PAK
-
PCB
Niet Toepasbaar
STAP-MM5
309 (150 , , - 200) 311 (170 , - 200) , 313 (150 , - 200) ,
-
-
-
AW
21400. 003 versie D1
PCB
Minerale olie
32 / 49
Grond(meng)-
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
monster
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Indicatieve toetsing Rbk (*A)(*B)(*C)
STAP-MM6
315 (020 , , - 070)
Cadmium
PAK
Lood
Niet Toepasbaar
Koper
Nikkel Zink PCB
(*A)
Bij de monsters die zijn geanalyseerd in het kader van nader bodemonderzoek zijn ook de aangetoonde gehalten (GSSD) weergegeven.
(*B)
De weergegeven indicatieve beoordeling geldt voor de situatie " Grond , toepassing op landbodem:" AW = toepasbaar voldoet aan Achtergrondwaarde wonen = toepasbaar (functieklasse wonen) industrie = toepasbaar (functieklasse industrie) NT = niet toepasbaar
(*C)
De indicatieve beoordeling AW is gebaseerd op: - Er is geanalyseerd op het standaardpakket - Het aantal stoffen dat de achtergrondwaarde overschrijdt < = 2 is - De overschrijding(en) niet meer dan twee keer de Achtergrondwaarde betreffen - De overschrijdingen lager zijn dan de toetsingsgrens ‘Max. wonen’ Voor de separaat geanalyseerde monsters geldt dat de beoordeling is gebaseerd enkel op die parameter en niet op een pakket aan parameters. Een partijkeuring (BRL SIKB 1000 , protocol 1001) zal echter definitief uitsluitsel kunnen geven of er sprake is van grond klasse AW.
Tabel 6. 4 geeft een overzicht van de parameter PFAS in de grond die de actuele toepassingswaarden overschrijden. ,
Tabel 6. 4
Overschrijdingen toepassingswaarden PFAS in grond
Grond(meng)monster
Traject (m -mv)
Gehalte > Toepassingswaarde Functieklasse Landbouw/natuur
Gehalte > Toepassingswaarde Functieklasse Wonen/Industrie
-
-
PFAS-MM1
101 (000 , , + 103 (000 , , + - 050) - 050) 105 (014 , , + 113 (030 , , + - 050) - 080) 114 (008 , , - 050)
PFAS-MM2
108 (050 + 109 (050 + , - 080) , , - 090) , 400 (008 , - 045) , + 402 (022 , - 070) , + 405 (022 , - 065) ,
-
-
PFAS-MM3
112 (050 , , + 300 (026 , , + - 090) - 060) 304 (020 , , + 308 (015 , , - 050) - 048)
PFOS
-
PFAS-MM4
309 (000 + 310 (000 + , - 050) , , - 040) , 311 (000 + 312 (000 + , - 050) , , - 050) , 313 (050 , , - 100)
-
-
PFAS-MM5
315 (020 , , + 317 (040 , , + - 070) - 090) 319 (040 , , + 324 (080 , , + - 090) - 120) 326 (060 , - 110) ,
-
-
21400. 003 versie D1
33 / 49
Tabel 6. 5 geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel 6. 5
Overschrijdingen toetsingskader grondwater
Grondwater-
Situering peilbuis
Concentratie > S
Concentratie > T
Concentratie > I
monster
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
AC02-1-1
Stroomafwaarts (middeldiep)
Barium Tetrachlooretheen
-
-
AD05-1-1
Stroomopwaarts (middeldiep)
Barium Zink
-
Cadmium
I01-1-1
Centraal (middeldiep)
Barium
Cadmium
-
AD03-1-1
Zuidhoek (ondiep)
-
-
-
M01-1-1
Pand Laborijn (ondiep)
-
-
-
N01-1-1
Binnenplaats pand Laborijn (ondiep)
-
-
-
Bijlage 6a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 6b bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering. De bijlagen 6c en 6d bevatten de getoetste analyseresultaten aan de Regeling bodemkwaliteit (indicatief) en aan het Handelingskader PFAS. Verkennend / nader onderzoek asbest in bodem / puin Tabel 6. 8 geeft een overzicht van de asbesthoudendheid (plaat)materialen (fractie > 20 mm). Tabel 6. 8
en
karakterisering van de in het veld verzamelde
Aangetroffen asbestverdachte plaatmaterialen.
Sleuf/
Monster-
Gewicht (g)
(niet-)hechtgebonden
chrysotiel/ amosiet/ crocidoliet
Asbestgehalte
naam
Traject (m -mv)
Toepassing/soort
gat
300
SL300-1
026-06 , ,
Plaat
636,
hechtgebonden
Chrysotiel
, 125%
309
SL309-1
0-15,
Board Golfplaat
1016 , 258,
hechtgebonden
Plaat
2518 ,
Chrysotiel Chrysotiel/ Crocidoliet Chrysotiel
, 105% , 125% , 35% 125% ,
310
SL310-1
0-09,
Board Plaat
852 , 1733 ,
hechtgebonden
Chrysotiel Chrysotiel
105% , , 125%
311
SL311-1
0-15,
Plaat
1984 ,
hechtgebonden
Chrysotiel
, 125%
312
SL312-1
0-15,
Plaat
13213 ,
hechtgebonden
Chrysotiel
125% ,
313
SL313-1
0-15,
Plaat
9549 ,
hechtgebonden
Chrysotiel
125% ,
21400. 003 versie D1
34 / 49
Sleuf/
Monster-
Gewicht (g)
(niet-)hechtgebonden
chrysotiel/ amosiet/ crocidoliet
Asbestgehalte
naam
Traject (m -mv)
Toepassing/soort
gat
316
SL316-1
034-06 , ,
Plaat
8051 ,
hechtgebonden
Chrysotiel
, 125%
317
SL317-1
038-05 , ,
Plaat
6018 ,
hechtgebonden
Chrysotiel
, 125%
318
SL318-1
0-10,
Plaat
2823,
hechtgebonden
Chrysotiel
125% ,
319
SL319-1
04-10 , ,
Plaat
11251 ,
hechtgebonden
Chrysotiel
125% ,
321
SL321-1
0-10,
Plaat
7848 ,
hechtgebonden
Chrysotiel
, 125%
322
SL322-1
02-09 , ,
Plaat
2. 099
hechtgebonden
Chrysotiel
, 125%
324
SL324-1
019-08 , ,
Golfplaat
7453 ,
hechtgebonden
Plaat
4816 ,
Chrysotiel/ Crocidoliet Chrysotiel
125% , , 75% , 125%
Golfplaat
34
hechtgebonden
Plaat
22
Chrysotiel/ Crocidoliet Chrysotiel
, 125% , 75% 125% ,
Gele plaat Golfplaat
2761 , 1304 ,
hechtgebonden
Plaat
2036 ,
Chrysotiel Chrysotiel/ Crocidoliet Chrysotiel
, 75% , 125% , 35% 125% ,
326
402
SL326-1
SL402-1
023-06 , ,
022-07 , ,
403
SL403-1
019-028 , ,
Plaat
3002 ,
hechtgebonden
Chrysotiel
, 125%
405
SL405-1
022-06 , ,
Plaat
3832 ,
hechtgebonden
Chrysotiel
, 125%
410
410-1
03-06 , ,
Plaat
2848 ,
hechtgebonden
Chrysotiel
, 125%
Tabel 6. 9 geeft een overzicht van de analytisch vastgestelde asbestgehalten (fractie < 20 mm). Tabel 6. 9 (Meng)monster
Vastgestelde asbestgehalten fijne fractie ( < 20 mm). Traject (m -mv)
Asbestgehalte ( < 20 mm)
Puinlaag zuidelijk terreindeel ASB-MM1
324 (019-080) , , + 326 (000-050) , ,
728, mg/kg d. s.
ASB-MM2
325 (018-080) , , + 327 (020-055) , , + 328 (022-060) , , + 329 (023-041) , ,
069 , mg/kg d. s.
ASB-MM3
324 (080-120) , , + 325 (080-120) , , + 326 (060-110) , , + 328 (060-010) , ,
< 2 mg/kg d. s.
ASB-MM4
319 (018-040) , , + 320 (014-040) , , + 323 (018-030) , ,
< 2 mg/kg d. s.
ASB-MM7
318 (00-050) , , + 319 (040-100) , , + 321 (050-100) , ,
< 2 mg/kg d. s.
ASB-MM8
316 (017-034) , , + 317 (017-038) , ,
< 2 mg/kg d. s.
ASB-MM10
309 (050-100) , , + 310 (000-050) , , + 311 (000-050) , , + 328 (100-150) , , +
< 2 mg/kg d. s.
21400. 003 versie D1
35 / 49
(Meng)monster
Asbestgehalte ( < 20 mm)
Traject (m -mv) 316 (034-060) , , + 317 (038-050) , ,
ASB-MM12
306 (018-039) , , + 307 (014-064) , ,
< 2 mg/kg d. s.
ASB-MM13
308 (015-050) , , + 314 (030-080) , , + 315 (020-070) , ,
0197 , mg/kg d. s.
ASB-MM19
300 (026-060) , ,
545, mg/kg d. s.
ASB-MM20
303 (028-070) , , + 304 (020-050) , , + 305 (020-070) , ,
< 2 mg/kg d. s.
ASB-MM22
301 (030-055) , , + 302 (025-065) , , + 303 (019-028) , ,
< 2 mg/kg d. s.
Puinlagen (2 delen) noordelijk terreindeel ASB-MM15
410 (30-60)
551, mg/kg d. s.
ASB-MM17
406 (013-040) + 407 (013-045) + 408 (013-060) + 409 (012-055) , , , , , , , ,
< 2 mg/kg d. s.
ASB-MM23_N
401 (080-100) , , + 403 (050-080) , , + 404 (020-070) , ,
< 2 mg/kg d. s.
ASB-MM25
402 (022-070) , , + 403 (018-028) , , + 405 (022-065) , ,
< 2 mg/kg d. s.
Zone puinhoudende grond noordelijk terreindeel ASB-MM23
500 (000-050) , , + 501 (000-020) , , + 502 (000-050) , ,
< 2 mg/kg d. s.
Zone puinhoudende grond centraal terreindeel ASB-MM27
508 (018-050) , , + 509 (035-050) , , + 512 (019-050) , , + 513 (023-038) , ,
281, mg/kg d. s.
ASB-MM28
503 (018-050) , , + 505 (021-050) , , + 506 (020-050) , , + 507 (040-038) , ,
< 2 mg/kg d. s.
ASB-MM29
504 (030-050) , , + 510 (000-050) , , + 511 (018-050) , ,
257, mg/kg d. s.
Zone puinhoudende grond zuidelijk terreindeel ASB-MM26
514 (000-050) + 515 (000-050) + 516 (000-050) , , , , , ,
< 2 mg/kg d. s.
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Tabel 6. 10 geeft een overzicht van de berekende totale asbestgehalten plaatmaterialen zijn aangetroffen.
voor
de sleuven waar asbesthoudende
Tabel 6. 10 Berekende asbestgehalten. Sleuf/gat
Traject (m -mv)
Gehalte
Gehalte
< 05, x interventiewaarde/
> 05, x interventiewaarde/
hergebruikswaarde
hergebruikswaarde
Gehalte > interventiewaarde/ hergebruikswaarde
300
026-06 , ,
-
855, mg/kg d. s.
-
309
0-15,
173, mg/kg d. s.
-
-
310
0-09,
38, mg/kg d. s.
-
-
311
0-15,
39, mg/kg d. s.
-
-
312
0-15,
114, mg/kg d. s.
-
-
21400. 003 versie D1
36 / 49
Sleuf/gat
Traject (m -mv)
Gehalte
Gehalte
< 05, x interventiewaarde/
> 05, x interventiewaarde/
hergebruikswaarde
hergebruikswaarde
Gehalte > interventiewaarde/ hergebruikswaarde
354, mg/kg d. s.
-
-
313
0-15,
316
034-06 , ,
-
601, mg/kg d. s.
317
038-05 , ,
144, mg/kg d. s.
-
-
318
0-10,
-
-
1110, mg/kg d. s.
319
04-10 , ,
490, mg/kg d. s.
-
-
321
0-10,
122, mg/kg d. s.
-
-
322
02-09 , ,
-
-
7474, mg/kg d. s.
324
019-08 , ,
-
-
2543, mg/kg d. s.
326
023-06 , ,
-
-
1955, mg/kg d. s.
402
022-07 , ,
455, mg/kg d. s.
-
-
403
019-028 , ,
-
647, mg/kg d. s.
-
405
022-06 , ,
213, mg/kg d. s.
-
-
410
03-06 , ,
-
-
1058, mg/kg d. s.
Bijlage 6a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 6f bevat de berekeningen van de totaalgehalten aan asbest voor de sleuven waarin asbesthoudende plaatmaterialen zijn aangetroffen. Onderzoek fundatie (indicatief samenstelling en uitloging) Tabel 6. 11 geeft een overzicht van de samenstelling van de mengmonsters de parameters die de samenstellingswaarden voor bouwstoffen overschrijden alsmede het resultaat van de indicatieve toetsing. ,
,
Tabel 6. 11 Overschrijdingen toetsingskader fundatie (chemisch analytisch)
Mengmonster
Boringen/sleuven
Klassenbepalende parameter(s) Samenstelling
Uitloging
Resultaat indicatieve toetsing Rbk (*A)
FUN-MM1
301 (030 , , + 302 (025 , , + 303 (019 , , - 055) - 065) - 028)
-
-
Toepasbaar
FUN-MM2
306 (018 , , + 307 (014 , , + 314 (018 , , + - 039) - 064) - 030) 322 (020 , - 090) ,
-
-
Toepasbaar
FUN-MM3
316 (017 + 317 (017 + 319 (018 + , - 034) , , - 038) , , - 040) , 320 (014 , - 040) , + 323 (018 , - 030) ,
-
-
Toepasbaar
FUN-MM4
324 (019 , , + 325 (018 , , + 326 (023 , , - 080) - 080) - 060)
-
-
Toepasbaar
FUN-MM5
327 (020 , , + 328 (022 , , + 329 (023 , , - 053) - 060) - 041)
-
-
Toepasbaar
(*A)
De weergegeven indicatieve beoordeling voor de fundaties (niet zijnde grond) geldt voor niet-vormgegeven bouwstoffen SW = maximale samenstellingswaarde voor bouwstoffen EW nv = maximale emissiewaarde niet-vormgegeven bouwstoffen EW ibc = maximale emissiewaarde IBC-bouwstoffen
21400. 003 versie D1
37 / 49
Bijlage 6a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 6e bevat de getoetste analyseresultaten aan de Regeling bodemkwaliteit (indicatief).
6. 4
Interpretatie onderzoeksresultaten [DOE37]
Algemeen Op basis van de huidige onderzoeksresultaten in samenhang met die van voorgaand onderzoek is een totaalbeeld verkregen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond het grondwater en de puinlagen op het terrein. Als onderdeel van het onderzoek is specifiek onderzoek gedaan naar asbest op die terreindelen die op grond van de voorgaand onderzoeken als verdacht voor asbest zijn aangemerkt. Het gaat om asbest in grond en in puin. Om die reden zijn de resultaten van het asbestonderzoek onder de twee onderstaande paragrafen separaat opgenomen. De resultaten in de paragraaf puin hebben ook betrekking op het indicatieve onderzoek naar samenstelling en uitloging. ,
,
,
Er is sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hiervoor wordt verder verwezen naar hoofdstuk 8. Grond Het grondonderzoek heeft zich gericht op het in beeld brengen van de volgende verontreinigingssituaties: -
PCB (ter nadere afperking van de tijdens het verkennend onderzoek vastgestelde situatie); PAK (sloot zuidelijke perceelsgrens); PAK zink cyanide (ter hoogte van de zuidelijke perceelsgrens); Zink/PCB (ter hoogte van de loods van De Groenmakers); Asbest. ,
,
Ook is aanvullend verkennend onderzoek uitgevoerd naar de grond onder de puinlaag op het zuidelijk terreindeel en is grondonderzoek naar PFAS uitgevoerd. PCB Tijdens het verkennend bodemonderzoek is reeds vrij veel onderzoeksinspanning geleverd middels het uitsplitsen van mengmonsters en aanvullend inzetten van grondmonsters teneinde een beeld te krijgen van de aard en omvang van de PCB-verontreiniging in de grond. Op basis hiervan bleek reeds een grillig verontreinigingsbeeld. ,
,
Op basis van de resultaten van het verkennend onderzoek is de verwachting dat PCB veelal zal voorkomen in het traject 0-15 m -mv. Het onderhavig nader onderzoek heeft op een aantal plaatsen lacunes aangaande het verontreinigingsbeeld nader ingevuld. Hierbij is er echter niet naar gestreefd om de verontreinigingskernen met PCB op veel detail af te perken. Er zijn 5 zones te onderscheiden waar PCB sterk verhoogd is aangetoond. Daarnaast is sprake van aanwezigheid van met PCB verontreinigde grond die niet elders toepasbaar is. Voor het overige wisselt de kwaliteit van de grond voor PCB tussen AW en Industrie. ,
21400. 003 versie D1
38 / 49
Voor een oppervlakte van globaal 2. 750 m 2 geldt dat er sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde voor PCB. De sterk verontreinigde monsters betreffen in nagenoeg alle gevallen de humeuze bodemlaag met een (beperkte) bijmenging met puin / kooldeeltjes. Vaak betreft het een laag van circa 05 m deels weer afgedekt met een laag zintuiglijk schoon zand. De sterke verontreiniging wordt nagenoeg overal binnen het traject 0-10 m -mv aangetoond. De omvang van de sterke verontreiniging wordt geraamd op circa 1. 500 m.3 ,
,
,
Specifiek wordt nog het zuidelijk terreindeel genoemd in de huidige situatie in gebruik als grasveld. Binnen dit terreindeel is in wisselende mate PCB aangetoond ook boven de interventiewaarde en deels wordt de grond als Niet Toepasbaar aangemerkt. De interventiewaardecontouren binnen dit grasveld zijn slechts globaal vastgesteld. ,
,
PAK (sloot zuidelijke perceelsgrens) De interventiewaardecontour is middels het onderhavig onderzoek afdoende vastgesteld. De oppervlakte van het sterk met PAK verontreinigd terreindeel bedraagt circa 25 m.2 Gezien de bodemopbouw ter plaatse (humeuze laag met een bijmenging met puin) kan als verontreinigd traject 0-±10 m -mv worden aangemerkt. De omvang van de sterk met PAK verontreinigd grond wordt daarmee geraamd op < 25 m.3 ,
PAK zink cyanide (ter hoogte van de zuidelijke perceelsgrens) De interventiewaardecontour is middels het onderhavig onderzoek afdoende vastgesteld. De oppervlakte van het sterk met PAK verontreinigd terreindeel bedraagt circa 55 m.2 Gezien de bodemopbouw ter plaatse (ondoordringbare puinlaag) kan als sterk verontreinigd traject 0-05 m -mv worden aangemerkt. De omvang van de sterk met PAK verontreinigd grond op de locatie wordt daarmee geraamd op circa 25 á 30 m.3 De bron van de verontreiniging zal zich op het aangrenzende terreindeel bevinden. Onderzoek ter plaatse van het aangrenzende terreindeel is verder niet uitgevoerd. ,
,
,
Zink (ter hoogte van de loods van De Groenmakers) De interventiewaardecontour is middels het onderhavig onderzoek afdoende vastgesteld. De oppervlakte van het sterk met zink verontreinigd terreindeel bedraagt circa 25 m 2 en betreft enkel de omgeving de boring S01. Ter plaatse van boring S01 is overigens ook sprake van een sterke verontreiniging met PCB. De verontreiniging is afgeperkt op basis van enkele grondanalyses maar de aanwezigheid van een puinlaag zuidelijk en oostelijk wordt tevens als afperking beschouwd. De omvang van de sterk met zink verontreinigd grond wordt uitgaande van een verontreinigd traject van circa 08 m (zintuiglijk met puin en slakken verontreinigde bodemlaag) geraamd op circa 20 m.3 ,
,
,
Grond onder puinlaag De grond wordt veelal aangemerkt als een kwaliteitsklasse Industrie. Ter plaatse van sleuf 315 is een sterke loodverontreiniging aangetoond in een zintuiglijk met puin verontreinigde bodemlaag. Aangenomen wordt dat deze verontreiniging een spot/toevalstreffer van beperkte omvang zal betreffen mede gezien de bekende resultaten van grondmonsters uit de omgeving. ,
21400. 003 versie D1
39 / 49
PFAS PFAS is geen parameter die van uit de historie van het terrein wordt verwacht. Er zijn zekerheidshalve om een algemeen beeld te krijgen van de kwaliteit van de grond ten aanzien van PFAS in totaal 5 mengmonsters geanalyseerd. Afgezien van mengmonster MM3 (PFOS-gehalte > Toepassingswaarde Functieklasse Landbouw/natuur) is er geen PFAS aangetoond. Het gehalte van MM3 vormt verder geen aanleiding tot nader bodemonderzoek. ,
,
Asbest Op twee plaatsen is in de grond asbest aangetoond > interventiewaarde zijnde ter plaatse van asbestinspectiegat 410 en sleuf 318. Inspectiegat bevindt zich ter hoogte van het pand van Laborijn en sleuf 318 ter hoogte van de zuidelijke perceelsgrens. Voor het overige bevinden de gehalten zich beneden de interventiewaarde. Gezien het totaalbeeld van de verontreiniging (zie ook verderop onder de onderdelen puin noordelijk en zuidelijk terreindeel) wordt aanvullend onderzoek niet meer noodzakelijk geacht. ,
Grondwater Tijdens het verkennend onderzoek is intensief onderzoek naar de kwaliteit van het freatisch (ondiepe) grondwater uitgevoerd. Dit naar aanleiding ook van de resultaten van grondwateronderzoeken in de jaren ’90 en ’00. Tijdens die onderzoeken zijn verschillende interventiewaardecontouren vastgesteld (zie tekening 2d van het actualiserend vooronderzoek Econsultancy 2023). Uit de resultaten van het verkennend onderzoek bleek dat de kwaliteit van het freatisch grondwater (beduidend) beter is dan eerder vastgesteld. Deels kan het worden veroorzaakt door een natuurlijk afbraak wat betreft chloorkoolwaterstoffen. Voor het overige kan er geen directe reden voor worden gegeven. De resultaten van het verkennend onderzoek zijn wel als vertrekpunt genomen voor het nader onderzoek waarbij enkel nog is gekeken naar de kwaliteit van het middeldiepe grondwater (6-7 m -mv). Ter plaatse van peilbuis AD05 is een sterke cadmiumverontreiniging aangetoond. Het ondiepe grondwater ter plaatse is matig verontreinigd met cadmium. In het middeldiepe grondwater stroomafwaarts (peilbuis I01) is deze nog matig verhoogd aangetoond. De cadmiumverontreiniging zal naar alle waarschijnlijkheid afkomstig zijn van het stroomopwaarts gelegen perceel dat in het verleden in gebruik was door firma EDGI (galvanische industrie). ,
,
,
,
Gezien het algemeen vastgestelde verontreinigingsbeeld aangaande de kwaliteit van het ondiepe grondwater en het feit dat de cadmiumverontreiniging naar alle waarschijnlijkheid afkomstig is van een aangrenzend perceel wordt aanvullend grondwateronderzoek niet noodzakelijk meer geacht.
,
,
Puin zuidelijk terreindeel Het merendeel van het puin dat onder de verharding (als fundatie) is aangetroffen betreft een (zandig) granulaat dat vermoedelijk ten tijde van de herinrichting van het terrein (nadat firma BFI haar activiteiten had gestaakt) zal zijn opgebracht. In dit materiaal zijn in de fractie > 20 mm zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Analytisch is in de van deze laag geanalyseerde puinmengmonsters ook geen asbest aangetoond. ,
,
Het puin ter hoogte van de inrit vanaf de Terborgseweg en het parkeerterrein oostelijk van ‘pand 110’ is anders van samenstelling. Het betreft hier een ‘oud’ puin dat waarschijnlijk het puin betreft dat in 2002 ook door Hamabest is onderzocht en waarin een asbestgehalte > 100 mg /kg d. s. ( > hergebruiksnorm) is aangetoond. De oppervlakte van het terreindeel met ‘oud’ puin bedraagt circa 1. 450 m.2 ,
21400. 003 versie D1
40 / 49
De hoeveelheid puin wordt uitgaande van een gemiddelde dikte van 05 m hiermee ruwweg geschat op 725 m.3 Hiervan zal circa 400 m 3 asbest bevatten in een gehalte > 100 mg/kg d. s. Het gaat hier om de sleuven 322 324 en 326 (die bijlage 2d-3). ,
,
,
,
Uit het samenstellings- en uitloogonderzoek is gebleken dat al het op de locatie aanwezige puin zowel het granulaat als het ‘oude’ puin indicatief elders toepasbaar / herbruikbaar is. ,
Het zuidelijk terreindeel bevat veel puin maar is nog wel als bodem aan te merken. Deze grond bevat veelal asbesthoudend maar voor het overgrote deel in een gehalte < 100 mg/kg d. s. ( < interventiewaarde). Op de tekening in bijlage 2d-3 is dit deel aangeduid met de blauwe contour (sterk puinhoudende grond). De oppervlakte van dit terreindeel bedraagt circa 2. 575 m.2 Uitgaande van een gemiddelde dikte van het asbesthoudende pakket van ca. 14 m wordt de totale omvang geraamd op circa 3. 600 m.3 ,
,
Puin noordelijk terreindeel (ter hoogte van / omgeving pand Laborijn) Op het noordelijk terreindeel zijn op basis van de waarnemingen tijdens het huidige onderzoek en het voorgaande onderzoek enkele globale contouren getrokken van het voorkomen van puin. Dit puin is onderzocht op asbest deels middels het graven van sleuven (buitenterrein) en verder middels kernboringen ter plaatse van het pand van Laborijn (diameter 35 cm). Ter plaatse van een deel van de bebouwing is een puinlaag aanwezig die niet handmatig kon worden doorgraven. Onderzoek middels sleuven ter plaatse is praktisch gezien niet mogelijk. Volstaan is daarom met een beoordeling van de huidig vastgestelde situatie. ,
,
,
,
Ter plaatse van het pand van Laborijn is op één plaats (gat 410) in een sterk puinhoudende bodemlaag sprake van een asbestgehalte > 100 mg/kg d. s. ( > interventiewaarde). Voor het overige zijn er in het opgegraven materiaal ter hoogte van het pand zintuiglijk geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen en is geen asbest aangetoond in de fractie < 20 mm. Gezien de beperkte onderzoeksmogelijkheden blijft het resultaat een wat indicatief karakter houden. In het kader van het onderhavig onderzoek wordt de situatie wel als afdoende in beeld gebracht beschouwd. Ten tijde van eventueel grondwerk / bodemsanering kan wanneer de bebouwing en vloeren zijn verwijderd de situatie zo nodig nog wat beter in beeld gebracht worden. ,
,
,
Op het omringende buitenterrein is ter hoogte van de sleuven 402 403 en 405 sprake van asbestgehalten tussen 213 en 647 mg/kg d. s. Gezien de reeds geleverde onderzoeksinspanning wordt gesteld dat dit terreindeel afdoende onderzocht is en dat redelijkerwijs geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van asbest > interventiewaarde. ,
,
,
21400. 003 versie D1
41 / 49
7
MILIEUHYGIENISCHE BEOORDELING
7. 1
Algemeen
Indien er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging is er sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Met behulp van een standaard risicobeoordelingsmethode (Sanscrit) is getoetst of de verontreiniging bij het huidige en/of toekomstige gebruik risico's oplevert die onaanvaardbaar zijn voor de mens voor het ecosysteem of uit het oogpunt van verspreiding van de verontreiniging. De standaard risicobeoordeling kan leiden tot de volgende resultaten: ,
-
risico niet onaanvaardbaar:
indien uit de standaard risicobeoordeling volgt dat de aanwezige bodemverontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik geen onaanvaardbare risico's oplevert is het niet noodzakelijk om met spoed te saneren. Wel is een vorm van beheer nodig waaronder tenminste registratie van de aanwezigheid van bodemverontreiniging wordt verstaan. Verdere vormen van beheer zijn ter beoordeling door het bevoegd gezag; ,
,
onaanvaardbaar risico: (spoedig saneren)
indien uit de standaard risicobeoordeling volgt dat de verontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik onaanvaardbare risico's oplevert is spoedig saneren vereist;
onaanvaardbaar risico: (specifieke beoordeling)
indien uit de standaard risicobeoordeling blijkt dat de aanwezige verontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik onaanvaardbare risico's oplevert kan er gelet op de mogelijke overschatting van de risico's in de standaard risicobeoordelingsmethode aanleiding zijn te verwachten dat een meer specifieke risicobeoordeling voor het geval van verontreiniging tot een andere conclusie leidt. In een dergelijk geval kan al dan niet op verzoek van het bevoegd gezag een locatie specifieke risicobeoordeling aansluitend aan de standaard risicobeoordeling uitgevoerd worden.
-
-
,
,
,
,
Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Vanaf dat moment wordt een risicobeoordeling in eerste aanleg enkel gericht op risico’s voor de mens. Gezien het gebruik van het terrein (met een lage ecologische doelstelling) de vastgestelde verontreinigingssituatie in de grond en het grondwater en het feit dat de aangetoonde grondwaterverontreiniging een bron buiten de locatie heeft is er daarom een beoordeling van de risico’s voor de mens uitgevoerd. Ecologische en verspreidingsrisico’s zijn normaliter ook niet te verwachten. ,
,
,
De afweging van de risico's heeft plaatsgevonden met behulp van het programma Sanscrit uitgaande van een realistisch scenario. De resultaten van de risico-afweging zijn opgenomen in bijlage 8. ,
21400. 003 versie D1
42 / 49
7. 2
Risico's onderhavig geval
Algemeen Aan de hand van de Sanscrit Risicobeoordeling is een inzicht verkregen in de humane ecologische en de verspreidingsrisico's uitgaande van het gebruik “Ander groen bebouwing infrastructuur en industrie gebruik”. Het toekomstig gebruik van de locatie kan gevoeliger zijn dan het huidig gebruik. Op basis van de analyseresultaten blijkt dat de navolgende stoffen in gehalten > interventiewaarde in de bodem van de onderzoekslocatie aanwezig zijn: ,
,
-
,
,
PCB; PAK; Cyanide.
Voor de sterke zinkverontreiniging geldt dat deze verontreiniging als een aparte verontreinigingsspot ( < 25m m)3 is beoordeeld. Een afleiding van de risico’s hoeft daarvoor niet plaats te vinden. Voor asbest is een apart beoordelingsmodel opgesteld (zie verderop). Beoordeling humane risico's Humane risico's zijn van een aantal factoren afhankelijk. Bij de standaardbeoordeling wordt rekening gehouden met het bodemgebruik en met de blootstellingsroutes. De volgende blootstellingsroutes kunnen zich voordoen: -
ingestie grond drinkwater en gewas; inhalatie grond binnenlucht buitenlucht en inhalatie dampen bij het douchen; dermaal contact grond en dermaal contact bij het douchen. ,
,
,
De risico’s zijn separaat beoordeeld voor twee verontreinigingssituaties op het terrein: PCB-verontreiniging grond PAK- en cyanideverontreiniging grond zuidelijke perceelsgrens.
1. 2.
PCB-verontreiniging grond Relevant voor het optreden van risico’s zijn met name de PCB-verontreinigingen die zich ter plaatse van bebouwing bevinden. Inhalatie van de binnenlucht is daarbij de meest bepalende factor. Er zijn op basis van alle PCBgehalten ( > tussenwaarde) die zijn aangetoond ter plaatse van bedrijfsruimten (bebouwing) gemiddelde gehalten berekend voor de 7 individuele PCB die deel uitmaken van het PCB-pakket waarop is geanalyseerd: ,
PCB28: 107 µg/kg d. s. PCB52: 1624 µg /kg d. s. PCB101: 1677 µg /kg d. s. PCB118: 4815 µg /kg d. s. PCB138: 35207 µg /kg d. s. PCB153: 42221 µg /kg d. s. PCB180: 35407 µg /kg d. s. ,
,
,
,
, , ,
21400. 003 versie D1
43 / 49
In het beoordelingsmodel Sanscrit zijn de potentiële blootstellingsroutes geselecteerd die mogelijk relevant kunnen zijn voor het optreden van risico’s. Op basis van de risicobeoordeling wordt voor de PCB-verontreiniging geconcludeerd dat er geen sprake is van onaanvaardbare risico's voor de mens. PAK- en cyanideverontreiniging grond zuidelijke perceelsgrens Ter hoogte van de zuidelijke perceelsgrens is er sprake van twee verontreinigingssituaties (PAK in het sloottracé) en cyanide en PAK op de zuidelijke perceelsgrens ter hoogte van het voormalige galvanisatiebedrijf. Voor de beoordeling zijn deze twee gevallen als een worst-case als één verontreiniging aangemerkt maar de PAK-verontreiniging ter hoogte van het slootracé kan op zichzelf als een niet-ernstig geval worden aangemerkt. Uit de resultaten blijkt dat er geen sprake is van risico’s voor de mens. ,
Asbest De beoordeling van de risico’s vindt plaats op grond van het Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem protocol asbest (bijlage 3 van de Circulaire bodemsanering). Voor het toepassen van het ‘protocol asbest’ gelden de volgende uitgangspunten: ,
-
Het protocol heeft alleen betrekking op (water)bodem grond en baggerspecie. Het protocol is alleen van toepassing indien er sprake is van een bodemverontreiniging met asbest waarbij asbest aanwezig is in een gehalte boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d. s. gewogen (concentratie serpentijn + 10 x concentratie amfibool). Opgemerkt wordt dat bij asbest in (water)bodem grond en baggerspecie alleen over ‘verontreiniging’ wordt gesproken als de interventiewaarde wordt overschreden. Het protocol is alleen van toepassing op historische asbest verontreinigingen (die zijn voor 1993 ontstaan) in (water)bodem grond en baggerspecie die niet op basis van de zorgplicht gesaneerd dienen te worden Het protocol heeft betrekking op de huidige en toekomstige situatie. ,
,
,
-
,
-
Er worden drie stappen doorlopen: 1. 2. 3.
Vaststellen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Standaard risicobeoordeling. Locatiespecifieke risicobeoordeling (indien nodig).
Asbest in bodem in gehalten > interventiewaarde zijn enkel aangetoond ter hoogte van asbestinspectiegat 410 en sleuf 318. Voor de situatie ter hoogte van inspectiegat 410 geldt dat er sprake is van aanwezigheid van een betonnen vloer. Op basis van de standaard risicobeoordeling kan daarmee worden geconcludeerd dat er geen sprake is van risico’s. Voor sleuf 318 geldt dat er sprake is van een onverharde bodem met aanwezigheid van asbest binnen 05 m -mv. Het gewogen asbestgehalte (1110 mg/kg d. s. ) bevindt zich echter ruim beneden 1. 000 mg/kg d. s. waarmee ook gesteld kan worden dat er geen sprake is van risico’s. ,
,
21400. 003 versie D1
,
,
44 / 49
8
GEVALSDEFINITIE
De Wet bodembescherming (Wbb) bevat een uitgebreid stelsel waarin is beschreven op welke wijze met gevallen van historische bodemverontreiniging (ontstaan vóór 1 januari 1987 of 1993 in geval van asbest) moet worden omgegaan. Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Onder de Omgevingswet worden bestaande bodemverontreinigingen aangepakt bij ontwikkelingen en is het ‘geval van bodemverontreiniging’ niet meer bepalend of er sprake is ven een saneringsplicht. De voorgenomen activiteit of gebiedsopgave staat dan voorop in plaats van de verontreiniging. In de Omgevingswet resteert een bepaling over " toevalsvondsten " (historische verontreinigingen die een risico vormen voor de gezondheid (humaan risico)). Het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente waarin een dergelijke bodemverontreiniging wordt aangetroffen kan tijdelijke beschermingsmaatregelen - met inbegrip van onderzoek naar de toestand van de bodem - verplichten aan de eigenaar van het stuk grond. De tijdelijke beschermingsmaatregelen hebben betrekking op onaanvaardbare risico's voor de gezondheid als gevolg van de blootstelling. Volledigheidshalve wordt in het onderstaande nog kort aandacht besteed aan de gevalsdefinitie. Uitgaande van de situatie dat er niet wordt gesaneerd vóór het in werking treden van de Omgevingswet is de gevalsdefinitie niet meer relevant uitgaande van historische gevallen.
De volgende gevallen van (ernstige) bodemverontreiniging is op de locatie aan te wijzen: ,
,
PCB in de grond: o Bestaand en niet-spoedeisend geval van ernstige bodemverontreiniging. Asbest in de grond: o Bestaand en niet-spoedeisend geval van ernstige bodemverontreiniging. PAK- en cyanide in de grond zuidelijke perceelsgrens: o Bestaand en niet-spoedeisend geval van bodemverontreiniging. De omvang van de verontreiniging is niet geheel vastgesteld. De bron van de verontreiniging bevindt zich op het zuidelijk gelegen perceel.
-
-
-
9
VEILIGHEIDSKLASSE (CROW 400)
Bij uitvoering van (grond)werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met veiligheidsmaatregelen conform CROW-publicatie 400 “Werken in en met verontreinigde bodem”. Voor de hoogst aangetoonde gehalten aan PCB PAK zink cyanide en asbest is ter indicatie een voorlopige veiligheidsklasse vastgesteld met de volgende resultaten: ,
,
,
PCB: Oranje niet-vluchtig PAK: Geen veiligheidsklasse van toepassing Cyanide: Geen veiligheidsklasse van toepassing Zink: Geen veiligheidsklasse van toepassing Asbest: Zwart niet-vluchtig Bij daadwerkelijke uitvoering van grondwerk/sanering zal de uitvoerend aannemer een VGM-plan / Uitvoeringsplan maken waarin de definitieve veiligheidsklasse wordt vastgesteld.
21400. 003 versie D1
45 / 49
10
SAMENVATTING , CONCLUSIES EN ADVIES
Laborijn heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek op de locatie Terborgseweg 106 110 en 112 / Ambachtstraat 39 en 15 te Doetinchem (terrein Laborijn). ,
,
Aanleiding voor het nader bodemonderzoek zijn de resultaten van het verkennend bodemonderzoek (projectnummer (project 21400.002 Econsultancy 10 juli 2023). Tijdens dit onderzoek zijn sterke verontreinigingen met PCB PAK en zink aangetoond in de grond. Tevens is op een aanzienlijk deel van de locatie een puinlaag aanwezig in de grond waarvan de aard omvang en het eventueel voorkomen van asbest erin niet bekend is. Op het zuidelijk deel van de locatie zijn in de bovengrond asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen. Op het zuidelijk terreindeel is tijdens voorgaande bodemonderzoeken in delen van een puinlaag ook asbest aangetoond in gehalten > interventiewaarde. In het grondwater zijn lokaal matige verontreinigingen met cyanide of cis aangetoond. ,
,
,
,
,
,
Het nader bodemonderzoek heeft zich gericht op de onderstaande (verontreinigings)situaties: -
PCB-verontreiniging grond; PAK-verontreiniging sloottracé (B02); Zinkverontreiniging grond (boring S01); Zink- PAK- en cyanide-verontreiniging (boring AA03); Algemene kwaliteit grond onder de puinlaag; PFAS grond; Asbest grond en puin; Kwaliteit middeldiep grondwater. ,
Grond PCB Er zijn 5 zones te onderscheiden waar PCB sterk verhoogd is aangetoond. Daarnaast is sprake van aanwezigheid van met PCB verontreinigde grond die niet elders toepasbaar is. Voor het overige wisselt de kwaliteit van de grond voor PCB tussen AW en Industrie. Voor een oppervlakte van globaal 2. 750 m 2 geldt dat er sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde voor PCB. De sterk verontreinigde monsters betreffen in nagenoeg alle gevallen de humeuze bodemlaag met een (beperkte) bijmenging met puin / kooldeeltjes. Vaak betreft het een laag van circa 05 m deels weer afgedekt met een laag zintuiglijk schoon zand. De sterke verontreiniging wordt nagenoeg overal binnen het traject 0-10 m -mv aangetoond. De omvang van de sterke verontreiniging wordt geraamd op circa 1. 500 m.3 ,
,
,
Specifiek wordt nog het zuidelijk terreindeel genoemd in de huidige situatie in gebruik als grasveld. Binnen dit terreindeel is in wisselende mate PCB aangetoond ook boven de interventiewaarde en deels wordt de grond als Niet Toepasbaar aangemerkt. De interventiewaardecontouren binnen dit grasveld zijn slechts globaal vastgesteld. ,
,
21400. 003 versie D1
46 / 49
PAK (sloot zuidelijke perceelsgrens) De interventiewaardecontour is middels het onderhavig onderzoek afdoende vastgesteld. De oppervlakte van het sterk met PAK verontreinigd terreindeel bedraagt circa 25 m.2 Gezien de bodemopbouw ter plaatse (humeuze laag met een bijmenging met puin) kan als verontreinigd traject 0-±10 m -mv worden aangemerkt. De omvang van de sterk met PAK verontreinigd grond wordt daarmee geraamd op circa < 25 m.3 ,
PAK zink cyanide (ter hoogte van de zuidelijke perceelsgrens) De interventiewaardecontour is middels het onderhavig onderzoek afdoende vastgesteld. De oppervlakte van het sterk met PAK verontreinigd terreindeel bedraagt circa 55 m.2 Gezien de bodemopbouw ter plaatse (ondoordringbare puinlaag) kan als sterk verontreinigd traject 0-05 m -mv worden aangemerkt. De omvang van de sterk met PAK verontreinigd grond (op de locatie) wordt daarmee geraamd op circa 25 á 30 m.3 De bron van de verontreiniging zal zich op het aangrenzende terreindeel bevinden. Onderzoek ter plaatse van het aangrenzende terreindeel is niet uitgevoerd. ,
,
,
Zink (ter hoogte van de loods van De Groenmakers) De interventiewaardecontour is middels het onderhavig onderzoek afdoende vastgesteld. De oppervlakte van het sterk met zink verontreinigd terreindeel bedraagt circa 25 m 2 en betreft enkel de omgeving de boring S01. Ter plaatse van boring S01 is overigens ook sprake van een sterke verontreiniging met PCB. De verontreiniging is afgeperkt op basis van enkele grondanalyses maar de aanwezigheid van een puinlaag zuidelijk en oostelijk wordt tevens als afperking beschouwd. De omvang van de sterk met zink verontreinigd grond wordt uitgaande van een verontreinigd traject van circa 08 m (zintuiglijk met puin en slakken verontreinigde bodemlaag) geraamd op circa 20 m.3 ,
,
,
Grond onder puinlaag De grond wordt veelal aangemerkt als een kwaliteitsklasse Industrie. Ter plaatse van sleuf 315 is een sterke loodverontreiniging aangetoond in een zintuiglijk met puin verontreinigde bodemlaag. Aangenomen wordt dat deze verontreiniging een spot/toevalstreffer van beperkte omvang zal betreffen mede gezien de bekende resultaten van grondmonsters uit de omgeving. ,
PFAS PFAS is geen parameter die van uit de historie van het terrein wordt verwacht. Er zijn zekerheidshalve om een algemeen beeld te krijgen van de kwaliteit van de grond ten aanzien van PFAS in totaal 5 mengmonsters geanalyseerd. Afgezien van mengmonster MM3 (PFOS-gehalte > Toepassingswaarde Functieklasse Landbouw/natuur) is er geen PFAS aangetoond. Het gehalte van MM3 vormt verder geen aanleiding tot nader bodemonderzoek. ,
,
Asbest Op twee plaats is in de grond asbest aangetoond > interventiewaarde zijnde ter plaatse van asbestinspectiegat 410 en sleuf 318. Inspectiegat bevindt zich ter hoogte van het pand van Laborijn en sleuf 318 ter hoogte van de zuidelijke perceelsgrens. Voor het overige bevinden de gehalten zich beneden de interventiewaarde. Gezien het totaalbeeld van de verontreiniging (zie ook verderop onder de onderdelen puin noordelijk en zuidelijk terreindeel) wordt aanvullend onderzoek niet meer noodzakelijk geacht. ,
21400. 003 versie D1
47 / 49
Grondwater Tijdens het verkennend onderzoek is intensief onderzoek naar de kwaliteit van het freatisch (ondiepe) grondwater uitgevoerd. Dit naar aanleiding ook van de resultaten van grondwateronderzoeken in de jaren ’90 en ’00. Tijdens die onderzoeken zijn verschillende interventiewaardecontouren vastgesteld (zie tekening 2d van het actualiserend vooronderzoek Econsultancy 2023). Uit de resultaten van het verkennend onderzoek bleek dat de kwaliteit van het freatisch grondwater (beduidend) beter is dan eerder vastgesteld. Deels kan het worden veroorzaakt door een natuurlijk afbraak wat betreft chloorkoolwaterstoffen. Voor het overige kan er geen directe reden voor worden gegeven. De resultaten van het verkennend onderzoek zijn wel als vertrekpunt genomen voor het nader onderzoek waarbij enkel nog is gekeken naar de kwaliteit van het middeldiepe grondwater (6-7 m -mv). Ter plaatse van peilbuis AD05 is een sterke cadmiumverontreiniging aangetoond. Het ondiepe grondwater ter plaatse is matig verontreinigd met cadmium. In het middeldiepe grondwater stroomafwaarts (peilbuis I01) is deze nog matig verhoogd aangetoond. De cadmiumverontreiniging zal naar alle waarschijnlijkheid afkomstig zijn van het stroomopwaarts gelegen perceel dat in het verleden in gebruik was door firma EDGI (galvanische industrie). ,
,
,
,
Gezien het algemeen vastgestelde verontreinigingsbeeld aangaande de kwaliteit van het ondiepe grondwater en het feit dat de cadmiumverontreiniging naar alle waarschijnlijkheid afkomstig is van een aangrenzend perceel wordt aanvullend grondwateronderzoek niet noodzakelijk geacht.