B13.14 Bijlage 14 onderbouwing - beoordeling archeologisch vooronderzoek regioarcheoloog
Tekst van het document
Omgevingsdienst Achterhoek Beoordeling | archeologisch | rapport Aan | : Gemeente | Doetinchem | tav. | (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Zaaknummer | : 2025EA1484 — Onderwerp | : Noaberhoek | en Laborijnlocatie, | Doetinchem | beoordeling bureauonderzoek | en verkennend | booronderzoek Behandeld | door | Ë (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Datum | 1 13 november | 2025 Opsteller | rapport | : Laagland | Archeologie | (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)<< (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) NN Rapportnummer | : 1653 Rapportdatum | : september | 2025 - Titel | : Bureauonderzoek | en Inventariserend | veldonderzoek | verkennende fase Noaberhoek | en Laborijnlocatie | te Doetinchem, | gemeente Doetinchem | (GD) Advies Archeologisch | vervolgonderzoek | is niet noodzakelijk. | De plangebieden | kunnen | worden vrijgegeven | wat betreft archeologie. Inleiding In verband | met de ruimtelijke procedure | rondom | de ontwikkeling | van een woningbouwproject (Noaberhoek) | en nieuwbouw | en vervanging | van de bebouwing | voor Laborijn (Laborijnlocatie) is een archeologisch | onderzoek | uitgevoerd. | De resultaten van | dit onderzoek | zijn vastgelegd | in een rapport. | De gemeente | Doetinchem | vraagt | de Omgevingsdienst | Achterhoek | om | dit rapport te beoordelen. 217250 | 217500 : he | U EE | nT 217000 | 217250 | 217500 Afb. 1 Situering van de plangebieden (rode contour).
Beoordeling Het onderzoek met bijbehorende rapportage voldoet aan de hiervoor geldende richtlijn uit de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4. 2). Het onderzoek voldoet aan het archeologiebeleid van de gemeente Doetinchem. Ik heb de volgende opmerkingen op de rapportage: - In de rapportage is geen rekening gehouden met funderingsdieptes , de mogelijke aanwezigheid van kelders of verstoringen door het uitgraven van een bouwkuip ten behoeve van de bestaande bebouwing. Voor een plangebied met een dergelijke hoeveelheid aan bebouwing was een (paragraaf) bouwdossieronderzoek wel op zijn plaats geweest. Deze gegevens zijn (in ieder geval ten dele) namelijk wel voorhanden getuige de paragraaf Bouwdossieronderzoek ECAL in het rapport van Hamaland (pag. 24-26). Het toepassen van Voronoi-polygonen voor de resultaten van het booronderzoek wekken een verkeerde indruk ; het resultaat van een boring zegt namelijk alleen iets over de locatie van de boring en is dus niet zonder meer uit te breiden naar de gehele omliggende zone. Hetzelfde geldt voor de advieszones die gebaseerd zijn op de contouren van de Voronoi-polygonen. Het doortrekken van de hoge verwachting onder bestaande bebouwing waar geen gegevens over bekend zijn en waar de bodem mogelijk verstoord is door één van bovenstaande ingrepen , geeft een vertekend beeld.
- - Binnen het plangebied Laborijn bleek circa de helft van het plangebied niet toegankelijk voor veldonderzoek. De boringen werden veelal gezet aan de rand van het plangebied. Bijna de helft van de boringen is gestuit. In het rapport wordt gesuggereerd dat onder de harde laag nog een intacte bodem aanwezig zou kunnen zijn en dit resulteert in zones met een onbekende verwachting door de gestuite boringen. In het booronderzoek van Hamaland (april 2024) zijn een aantal boringen niet ver van de gestuite boringen gezet. In één daarvan is een 30 cm dikke puinlaag aangeboord , waaronder de bodem verstoord bleek tot 190 cm -mv. Ook in de overige boringen binnen het onderzoek van Hamaland was geen sprake van een intacte bodem. Eventuele restanten van voormalige historische bebouwing binnen het plangebied Laborijn worden vooral in de zone langs de Terborgseweg verwacht , maar juist in deze zone is sprake van een verstoorde bodemopbouw en gestuite boringen. Mogelijk zijn er binnen het plangebied nog intacte delen aanwezig , maar hoogstwaarschijnlijk zijn deze zeer versnipperd door de huidige bebouwing. Daarmee lijkt de kenniswinst voor het plangebied Laborijn zeer beperkt. Het plangebied Noaberhoek is ten dele verstoord. In de rest van het plangebied is weliswaar sprake van antropogene ophogingslagen , maar lijkt de kans op de aanwezigheid van een vindplaats gering.
In de nabije omgeving bevinden zich namelijk locaties die landschappelijk gezien aantrekkelijker zijn geweest voor vestiging. De aanwezigheid van een enkele houtskoolspikkel die “net zo goed een natuurlijke herkomst kan hebben” , geeft onvoldoende aanleiding voor een vervolgonderzoek. Conclusie/advies In tegenstelling tot het voorgestelde selectieadvies in de rapportage , acht ik vervolgonderzoek weinig zinvol. De kans dat er binnen de beide plangebieden sprake is van een behoudenswaardige vindplaats acht ik gering. De plangebieden Noaberhoek en Laborijnlocatie kunnen dan ook worden vrijgegeven wat betreft archeologie. Aandachtspunten In de omgevingsvergunning zal de wettelijke meldingsplicht bij toevalsvondsten (Erfgoedwet , art. 5. 10) opgenomen moeten worden: 2 van 3 Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin) , meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. N. B. Het gaat dan bijvoorbeeld om archeologische vondsten , oud muurwerk , een beerput of een waterput. Ook wordt geadviseerd om de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Doetinchem (of de regioarcheologen van de Omgevingsdienst Achterhoek) hierover direct te informeren. 3 van 3