B13.08 Bijlage 8 onderbouwing - quick scan ecologie Naoberhoek
Tekst van het document
Quickscan flora en fauna Naoberhoek Doetinchem Quickscan flora en fauna Naoberhoek Doetinchem Titel Uitvoering Opdrachtgever Datum Status Quick Scan flora en fauna, Naoberhoek Doetinchem Bureau Bleijerveld BJZ.nu Dr. Van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle 03 september 2025 3° versie Ó Bureau Bleijerveld Schoterlandseweg 53 8451 KB Oudeschoot mob os MN or (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) [U'SSIAPEJOOASJLUUINJ" MMM Inhoudsopgave 1 | Inleiding | 1 1. 1 | Aanleiding | & | doel | 1 1. 2 | Methoden | 2 1. 3 | Plangebied | 2 1. 4 | Ingreep | 3 2 | Beschermde | gebieden | 5 2. 1 | Aanwezigheid | beschermde | gebieden | 5 2. 2 | Effecten | 5 2. 3 | Effecten | NNN | 5 2. 4 | Effecten | Natura | 2000 | 5 2. 5 | Houtopstanden | 6 3 | NDFF-gegevens | 7 4 | Beschermde | soorten | 8 4. 1 | Planten | 8 4. 2 | Zoogdieren | 8 4. 3 | Vleermuizen | 10 4. 4 | Vogels | 10 4. 5 | Amfibieën | 10 4. 6 | Reptielen | 11 4. 7 | Vissen | 11 4. 8 | Vlinders | 11 4. 9 | Libellen | 11 4. 10 | Ongewervelden | 12 4. 11 | Specifieke | zorgplicht | 12 4. 12 | Samenvatting | 12 5 | Conclusies | 13 5. 1 | Beschermde | gebieden | 13 5. 2 | Beschermde | soorten | 13 6 | Aanbevelingen | natuurinclusieve | ontwikkeling | 14 Bronnen | 15 Bijlage | I. Wettelijk | kader | en | beleidsbeleid 1 Inleiding 1.
1 Aanleiding & doel Aan de hamburgerlaan in Doetinchem liggen een parkeerterrein en een braakliggend terrein. Het voornemen bestaat om het gebied te ontwikkelen ten behoeve van nieuwbouw. Het plan kan een negatief effect hebben op beschermde gebieden en soorten uit de Omgevingswet (Ow , 2024). In dit kader is een quickscan flora en fauna van de locatie uitgevoerd. Figuur 1. Globale ligging plangebied (rood). Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van de quickscan van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied. De rapportage kan dienstdoen als onderbouwing bij omgevingsplanwijzigingen en of vergunningaanvragen in het kader van de Omgevingswet. Een quickscan betreft een beoordeling van de aanwezige natuurwaarden in en rond het plangebied op basis van beschikbare gegevens , een terreinbezoek en ecologische kennis. De quickscan is een momentopname en geen standaard veldinventarisatie waarbij meerdere veldrondes in een seizoen worden uitgevoerd. Een quickscan geeft daardoor een beperkter beeld dan een standaardveldinventarisatie. Omdat het onderzoek een momentopname betreft kan geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur , zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en beheer na afloop van het onderzoek. Quickscan flora en fauna , Naoberhoek Doetinchem 1 1.
2 Methoden Bij de beoordeling van het plangebied is een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten. Daarvoor zijn de gegevens van de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Op 22 augustus 2025 is het plangebied bezocht. Daarbij is gelet op de aanwezigheid van beschermde soorten en sporen (verblijfplaatsen , wissels , pootafdrukken en dergelijke). Verder is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling). 1. 3 Plangebied Het plangebied beslaat een kleine anderhalve hectare en wordt gevormd door een braakliggend terrein aan de westzijde en een parkeerterrein aan de oostzijde. Het terrein ligt al zo’n twintig jaar braak na sloop van bedrijfspanden maar sindsdien zijn wel werkzaamheden uitgevoerd. Het parkeerterrein is zo’n vijftien jaar oud en bestaat uit bestrating en een beplanting van solitaire robinia’s. De boomspiegel is beplant met buxuskamperfoelie. Het braakterrein bestaat uit verschillende grondsoorten onder meer met puin. Langs het parkeerterrein ligt een zanderige slenk. Op het terrein komt geen opgaande begroeiing voor behalve jonge opslag van met name robinia. Op en rond het terrein is geen oppervlaktewater aanwezig. Rond het plangebied liggen bedrijfsterreinen en braakterreinen. Langs de noordzijde loopt een spoorlijn. Figuur 2.
Luchtfoto plangebied (rood) Quickscan flora en fauna , Naoberhoek Doetinchem 2 1. 4 Ingreep Het voornemen bestaat om het gebied te ontwikkelen voor woningbouw. De nieuwbouw bestaat uit hoogbouw met winkelruimte op de begane grond en drie tot zeven verdiepingen aan appartementen. Op de grens van parkeerterrein en braakterrein komt een loopbrug over het spoor. Tussen de gebouwen is plaatselijk ruimte gereserveerd voor een parkachtige inrichting. Op termijn worden ook de braakliggende terreinen rond het plangebied ontwikkeld. Figuur 3. Inrichtingsschets gebied met het plangebied in Quickscan flora en fauna , Naoberhoek Doetinchem 3 Figuur 4. Straat aan de oostzijde in zuidelijke richting gezien. Figuur 5. Parkeerterrein in oostelijke richting gezien. Figuur 7. Noordgrens van het braakterrein. Figuur 6. Grens parkeerterrein – braakterrrein in zuidelijke richting gezien. Figuur 8. Westgrens van het braakterrein. Figuur 9. Zuidgrens van het braakterrein. Quickscan flora en fauna , Naoberhoek Doetinchem 4 2 Beschermde gebieden Het plangebied ligt middenin Doetinchen en maakt geen deel uit van beschermde natuurgebieden. De Oude IJssel die door de stad loopt is onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en heeft tevens de functie van ecologische verbindingszone De afstand tot deze gebieden bedraagt minimaal circa vijftig meter.
Tegen de oostzijde van Doetinche ligt een gebied ook een gebied dat tot het GNN behoort. De minimale afstand tot het GNN bedraagt minimaal 265 meter. In de omgeving liggen geen Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op twaalf kilometer afstand. 2. 1 Aanwezigheid beschermde gebieden Figuur 10. Ligging plangebied t. o. v. beschermde natuurgebieden. 2. 2 Effecten Een effectbeoordeling van een gebied beschermd door de Omgevings- verordening is alleen aan de orde wanneer het plangebied overlapt met een beschermd gebied. Natura 2000-gebieden zijn beschermd onder de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor deze gebieden dienen ook grensoverschrijdende effecten of externe werking te worden meegewogen. 2. 3 Effecten NNN Het plangebied overlapt niet met Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit betekent dat directe effecten niet optreden en geen toetsing van het plan aan de kernkwaliteiten van de beschermde gebieden is vereist. 2. 4 Effecten Natura 2000 Het plangebied overlapt niet met Natura 2000-gebieden. Hierdoor zijn directe effecten zoals oppervlaktevermindering niet aan de orde. Gelet op de afstand tot Natura 2000-gebieden en de ongewijzigde bestemming wonen is externe werking als gevolg van bijvoorbeeld trilling , geluid , licht en verdroging op voorhand uit te sluiten met uitzondering van stikstofdepositie.
De toetsing van Quickscan flora en fauna , Naoberhoek Doetinchem 5 het plan aan het stikstofbeleid valt buiten het kader van dit onderzoek. Hiervoor wordt verwezen naar de toelichting op het omgevingsplan. De specifieke zorgplicht voor vellings- en herbeplantingsactiviteiten stelt dat activiteiten met nadelige gevolgen voor de oogmerken voor de regels (art. 11. 112 Bal) voorkomen of beperkt dien te worden , ongedaan te worden gemaakt of achterwege te worden gelaten. De oogmerken hebben betrekking op de natuur- bescherming , de instandhouding van het bosareaal in Nederland en het beschermen van landschappelijke waarden. In grote lijnen beschermt de Omgevingswet bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen , gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Onder meer houtopstanden op erven of in tuinen vallen niet onder de bescherming van de Omgevingswet. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen zonder voorafgaande melding bij het bevoegd gezag. In het plangebied worden geen houtopstanden gekapt en de begroeiingen bevinden zich op een erf. De specifieke zorgplicht specifieke zorgplicht voor vellings- en herbeplantingsactiviteiten is daarom niet aan de orde. 2. 5 Houtopstanden Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom.
De specifieke zorgplicht specifieke zorgplicht voor vellings- en herbeplantingsactiviteiten is daarom niet aan de orde. Quickscan flora en fauna , Naoberhoek Doetinchem 6 3 NDFF-gegevens In de databank van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn van de afgelopen vijf jaar de gegevens opgevraagd van een gebied van circa vijf kilometer (uurhok) rond de locatie. In het plangebied zijn geen waarnemingen van bedreigde of beschermde soorten gedaan. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de waargenomen soorten in het totale uitgevraagde gebied (regio). Soortgroep Vleermuizen Soort Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis Bever Boommarter Bunzing Damhert Das Eekhoorn Steenmarter Wezel 117 soorten Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Sperwer Steenuil Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Draaihals Glanskop Gekraagde roodstaart Grauwe vliegenvanger Status Hrl Hrl Hrl Hrl Hrl Hrl Hrl Hrl Nat Nat Nat Nat Nat Nat Nat Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Soortgroep Soort Groene specht Grote bonte specht Grutto Huiszwaluw IJsvogel Kleine bonte specht Kwartel Middelste bonte specht Patrrijs Spreeuw Tapuit Torenvalk Tureluur Veldleeuwerik Wulp Zeearend Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart
Hazelworm Levendbarende hagedis Boomkikker Heikikker Kamsalamander Poelkikker Status Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Vrl Nat Nat Hrl Hrl Hrl Hrl Zoogdieren Vogels Jaarrond beschermd cat. 1 Reptielen Amfibieën Vissen Vlinders - Grote vos Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine ijsvogelvlinder Teunisbloempijlstaart Bosbeekjuffer Gevlekte witsnuitlibel Groot spiegelklokje - Nat Nat Nat Nat Hrl Nat Hrl Nat Jaarrond beschermd cat. 2 Libellen Planten Quickscan flora en fauna , Naoberhoek Doetinchem 7 4 Beschermde soorten 4. 1 Planten Het braakterrein is overwegend begroeid met een vrij lichte vegetatie met kenmerken van grasland en ruderale begroeiing. Veel voorkomende soorten zijn vingergras , hazenpootje , smalle weegbree , braam , bijvoet , duizendblad , Canadese bijvoet , struisgras , gewoon zwenkgras , rood fijnstraal , melganzenvoet , reigersbek , boerenwormkruid , wilde peen , sint-janskruis , knoopkruid als voor soorten komen Verder robinia. van opslag en alsemambrosia , vederesdoorn , groene naaldaar , vlasbekje , heksenmelk , zandzegge , bezemkruiskruid , heermoes , margriet , Duits viltkruis , witte honingklaver en zwarte toorts. De slenk aan de oostzijde is zanderiger en schraler. Hier staat veel teunisbloem en soorten van schralere bodem zoals zandblauwtje , schermhavikskruid , slangenkruid en brem.
Er zijn geen bedreigde of beschermde plantensoorten aangetroffen. Effecten Een negatief effect op bedreigde of beschermde flora is uitgesloten. Figuur 11. Slenk met gele teunisbloemen. 4. 2 Zoogdieren Alle inheemse soorten zoogdieren met uitzondering van de mol zijn in meer of mindere mate beschermd. In het plangebied zijn geen zoogdieren waargenomen maar wel waren veel sporen van konijnen aanwezig in de vorm van holen , graaf- en graassporen en latrines. Er zijn geen muizenholen aangetroffen maar het is aannemelijk dat algemene soorten in het gebied aanwezig zijn zoals gewone bosmuis en huisspitsmuis. Quickscan flora en fauna , Naoberhoek Doetinchem 8 In het gebied zijn bever , bunzing , egel , hermelijn , otter en steenmarter waargenomen. Bever Van bever zijn verschillende waarnemingen langs de Oude IJssel gedaan , ook in Doetinchem. In en rond het plangebied komt geen oppervlaktewater voor en ook ontbreekt geschikte begroeiing zoals wilgenstruweel en moerasvegetatie. Een belang van het plangebied voor bever is uit te sluiten. Boommarter/bunzing/das/hermelijn/wezel Deze soorten komen in het stedelijk gebied alleen in de buitenwijken voor of in groene corridors. Alleen bunzing is een enkele maal in Doetinchem waargenomen , de overige soorten alleen buiten de stad. Het plangebied ligt midden in de stad en in een open gebied waarin weinig tot geen opgaande begroeiing voorkomt.
Rond het gebied liggen grote wegen en dicht bebouwde wijken. Voor marterachtigen met uitzondering van steenmarter vormt dit geen geschikt leefgebied. Damhert Binnensteden vormen geen geschikt leefgebied voor damherten vanwege het gebrek aan dekking , voedsel en de grote mate van verstoring. Egel Het plangebied en de omgeving zijn te open of te sterk verstedelijkt om een geschikt leefgebied voor egel te vormen. De aanwezigheid van deze soort wordt uitgesloten. Eekhoorn In het plangebied en de omgeving komen nauwelijks oudere bomen voor en er is geen ononderbroken verbinding met bosrijke locaties in de stad. Een belang voor eekhoorn is uit te sluiten Steenmarter Steenmarter komt zowel in het buitengebied als in de stad voor , ook in dichtbebouwde omgeving. Verspreid over Doetinchem wordt steenmarter regelmatig waargenomen. Het is mogelijk dat het plangebied tot het (veel grotere) leefgebied van steenmarters behoort. Het plangebied heeft een te verwaarlozen oppervlakte en na de ontwikkeling is het plangebied nog steeds potentieel geschikt als leefgebied. Het plangebied is niet geschikt als verblijfplaats omdat gebouwen en dichte begroeiing ontbreken. Effecten Een negatief effect op licht beschermde muizen en konijn is aannemelijk. Voor de te verwachten soorten geldt een algemene vrijstelling in geval van ruimtelijke ingrepen.
Vanuit de zorgplicht zijn mitigerende maatregelen voor muizen niet uitvoerbaar. Ten aanzien van konijn zouden buiten het voortplantingsseizoen verdrijvende maatregelen kunnen worden genomen voor aanvang van de grondwerkzaamheden. Quickscan flora en fauna , Naoberhoek Doetinchem 9 4. 3 Vleermuizen Alle soorten vleermuizen zijn strikt beschermd in de Ow onder de Europese Habitatrichtlijn. Het leefgebied inclusief de verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd. Verblijfplaatsen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van bouwwerken. Verblijfplaatsen In het plangebied komen geen gebouwen voor. De bomen op het parkeerterrein zijn relatief jong en in gave staat. Holten die geschikt zijn als verblijfplaats ontbreken. De aanwezigheid van verblijfplaatsen binnen het plangebied is uitgesloten. Vlieg- en foerageerroutes Van het plangebied is de ene helft zeer open terwijl de andere helft wordt gevormd door bestraat plein met verspreide bomen. De omgeving van het plangebied is ook open of sterk verstedelijkt met weinig groen. Een wezenlijk belang voor vlieg- en foerageerroutes is uit te sluiten. Effecten Een negatief effect op vleermuizen en het leefgebied is uitgesloten. 4. 4 Vogels Alle inheemse broedvogels zijn beschermd. De Ow maakt onderscheid tussen vogels zonder en met vaste broedplaatsen.
Van vogels zonder vaste broedplaats zijn alleen de broedsels beschermd en niet het leefgebied. Van vogels met een vaste broedplaats is naast de broedplaats (jaarrond) ook het functionele leefgebied beschermd. Broedvogels zonder jaarrond beschermde nestplaatsen De nestgelegenheid op het braakterrein is zeer gering. Op plaatsen met enige dekking en opslag zou een gering aantal soorten tot broeden kunnen komen , bijvoorbeeld winterkoning. De bomen op het parkeerterrein zijn relatief jong en hebben vrij open kroon. Er zijn geen nesten in de bomen aangetroffen maar in toekomstige broedseizoenen zijn broedsels van algemene soorten zoals houtduif en vink niet uit te sluiten. Broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen In het plangebied komen geen gebouwen voor en in de bomen zijn geen nesten aangetroffen. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen is uitgesloten. Effecten Door het rooien van begroeiing tijdens het broedseizoen kunnen broedsels van vogels zonder jaarrond beschermde nestplaatsen verstoord worden. 4. 5 Amfibieën Alle soorten amfibieën zijn in meer of mindere mate beschermd. In de regio komen vier soorten strikt beschermde soorten amfibieën voor namelijk boomkikker , heikikker , kamsalamander en poelkikker. Voor amfibieën in het algemeen vormt dit geen geschikt leefgebied. Alle vier de soorten zijn alleen buiten de stad in natuurgebieden waargenomen.
Het is uitgesloten deze soorten in de binnenstad leven. Het plangebied bestaat uit open , droog terrein en uit bestrating. In en rond het terrein komt geen oppervlaktewater voor. Een belang van het plangebied voor amfibieën in het algemeen is uit te sluiten. Quickscan flora en fauna , Naoberhoek Doetinchem 10 Effecten Een negatief effect op amfibieën is uit te sluiten. 4. 6 Reptielen Alle soorten reptielen zijn in meer of mindere mate beschermd. In het buitengebied van Doetinchem komen op enkele plaatsen populaties hazelwormen voor. Levendbarende hagedis is slechts eenmaal waargenomen , in het zuidoosten van de regio. Beide soorten komen niet in de binnenstad voor. Een belang van het plangebied voor reptielen is uitgesloten. Effecten Een negatief effect op reptielen in het algemeen is uit te sluiten. 4. 7 Vissen In het plangebied komt geen oppervlaktewater voor en het plan is niet van invloed op de wetering. Effecten Een negatief effect op vissen in het algemeen is uitgesloten. 4. 8 Vlinders In de regio zijn vijf beschermde soorten vlinders aangetroffen , te weten grote weerschijnvlinder , en ijsvogelvlinder kleine iepenpage , grote vos , teunisbloempijlstaart. Een belang van het plangebied voor de eerste vier soorten is uitgesloten. De soorten komen voor in vochtige bossen of bosrijke omgevingen waarin de waardplanten voorkomen (o. a.
boswilg , populier , iep en kamperfoelie). Deze habitat en de waardplanten ontbreken in het plangebied. Teunisbloempijlstaart komt voor in ruigten met onder meer teunisbloem. De soort is verspreid over Doetinchem verscheidene malen waargenomen , onder meer in een berm met teunisbloem in de wijk ten zuiden van het plangebied. Het plangebied is geschikt als leefgebied voor teunisbloempijlstaart omdat teunisbloem hier veel voorkomt , met name in de slenk aan de oostzijde van het plangebied maar ook elders op het terrein. In de slenk is een groot aantal teunisbloemen onderzocht op aanwezigheid van rupsen , vraatsporen en uitwerpselen. Deze zijn niet aangetroffen. Omdat het bezoek relatief laat in het seizoen is gebracht is de aanwezigheid van teunisbloempijlstaart niet geheel uit te sluiten. Effecten Een negatief effect op teunisbloempijlstaart is mogelijk wanneer de groeiplaats met teunisbloem verdwijnt. 4. 9 Libellen In de regio zijn twee beschermde soorten libellen waargenomen , te weten bosbeekjuffer en gevlekte witsnuitlibel. In en rond het plangebied ontbreekt oppervlaktewater. Hierdoor is een belang van het plangebied voor libellen in het algemeen uit te sluiten. Effecten Een negatief effect op beschermde soorten vlinders is uitgesloten. Quickscan flora en fauna , Naoberhoek Doetinchem 11 4.
10 Ongewervelden De overige beschermde soorten ongewervelden zijn gebonden aan specifieke habitats. Geen van deze habitats is aanwezig in en rond het plangebied. Effecten Een negatief effect op beschermde soorten ongewervelden is uitgesloten. In de wet is een specifieke zorgplicht opgenomen voor de volgende soorten: Vogelrichtlijn-soorten zoals genoemd in bijlage I Vrl en niet in die bijlage genoemde , geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4 , 2e lid Vrl ; Habitatrichtlijn-soorten als opgenomen in bijlage II , IV en V Hrl ; dieren of planten die staan opgenomen op de Rode Lijsten ; nationaal beschermde soorten (bijlage IX Bal). Het konijn staat op de Rode Lijst als gevoelig. Vanuit de zorgplicht dienen schadelijke effecten zoveel mogelijk te worden voorkomen. In de opgaande begroeiing en dichte ruigte moet rekening worden gehouden Op van voorkomen het is braakterrein het broedvogels. met teunisbloempijlstaart niet uit te sluiten. Andere beschermde soorten zijn uit te sluiten of er is geen negatief effect op te verwachten. Tabel 1: Beschermde soorten die binnen de planlocatie worden verwacht op basis van bestaande gegevens en het veldbezoek. SOORTGROEP 4. 11 Specifieke zorgplicht • • • • 4.
12 Samenvatting TOELICHTING BESCHERMDE SOORTEN GEEN X X X NATIONAAL HR VR Planten Zoogdieren Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Broedvogels Broedvogels Amfibieën Reptielen Alle soorten Vissen Alle soorten Vlinders Teunisbloempijlstaart Libellen Alle soorten Ongewervelden Alle soorten Alle soorten Alle soorten Verblijfplaatsen Foerageergebied Vliegroutes Niet jaarrond beschermd Jaarrond beschermd Verwaarloosbaar X Potentieel X X X X X X X Quickscan flora en fauna , Naoberhoek Doetinchem 12 5 | Conclusies 5. 1 Beschermde | gebieden | Vanwege | de | bestemming | en | de | afstand | tot | beschermde | natuurgebieden | is | een negatief | effect | op | beschermde | natuurgebieden | op | voorhand | uit | te | sluiten | met uitzondering | van | stikstofdepositie. | De | toetsing | van | het | plan | aan | het stikstofbeleid | valt | echter | buiten | het | kader | van | dit onderzoek. 5. 2 Beschermde | soorten | Konijn | (Ow-nationale | soorten | , Bal | 11. | 54) Voor | konijn | geldt | een | algemene | vrijstelling | in | geval | van | ruimtelijke | ingrepen maar | de | soort | staat | wel | op | de | Rode | Lijst. | Vanuit | de | zorgplicht | moeten schadelijke | effecten | zoveel | worden | voorkomen. | In | dit verband | dienen | konijnen die | op | het | terrein | verblijven | te | worden | verdreven.
| Dit | dient | buiten | de | kwetsbare periode | te | gebeuren | , dat | wil | zeggen | buiten | de | periode | februari | – september. | Op basis | van | het | karakter | van | het | plangebied | zijn | andere | Rode-Lijstsoorten | uit | te sluiten. Broedvogels | zonder | jaarrond | beschermde | nestplaatsen | (Ow-Vogelrichtlijn | , Bal 11. | 37) In | de | opgaande | begroeiing | en | ruigte | kunnen | broedsels | aanwezig | zijn. | Bij groenwerkzaamheden | tijdens | het | broedseizoen | kan | sterfte | van | vogels | en verstoring | van | broedsels | optreden. | Daarom | dienen | deze | ingrepen | buiten | het broedseizoen | plaats | te vinden. | De | piek | van | het | broedseizoen | beslaat | de | periode van | 15 | maart | tot | 15 | juli , maar | eerdere | en | vooral | latere | broedgevallen | zijn mogelijk. | In de | periode | van | 1 september | tot | 1 maart | is de | kans | op | broedgevallen gering. Teunisbloempijlstaart | (Ow-Habitatrichtlijn | , Bal | 11. 46) Er | bestaat | een | gerede | kans | dat | het | plangebied | van | belang | is | voor teunisbloempijlstaart | omdat | het | terrein | geschikt | is voor | deze | soort | en | omdat voortplanting | in de | omgeving | is vastgesteld. | Door | de | ontwikkeling | van | het | terrein verliest | het | terrein | de | waarde | voor | teunisbloempijlstaart.
| Daarom | dient | nader onderzoek | plaats | te | vinden | naar | het | belang | van | het | terrein | voor | deze | soort. Onderzoek | kan | het | beste | gebeuren | in de | periode | van | eind | juni | tot | eind | juli wanneer | de | rupsen | groter | zijn | en | opvallender | op | de | plant | zitten. Tabel | 2. Maatregelen | en | vervolgacties | n. a. v. quick | scan Soortgroep | Soort | Maatregel/vervolgactie Planten | Alle | ¾ Vleermuizen | Alle | ¾ Zoogdieren | Alle | ¾ Vogels z. vaste verblijfplaats | Alle | Rooien | opgaand | groen | buiten (1 mrt) 15 mrt–15 jull (1 sep) Vogels met vaste verblijfplaats | Alle | ¾ Amfibieën | Alle | ¾ Reptielen | Alle | ¾ Vissen | Alle | ¾ Ongewervelden | Teunisbloempijlstaart | Nader | onderzoek | eind juni – eind juli Quickscan | flora en fauna | , Naoberhoek | Doetinchem | 13 6 Aanbevelingen natuurinclusieve ontwikkeling Het plangebied maar ook de omliggende braakliggende terreinen worden ontwikkeld als stedelijk gebied met dichte woon- en winkelbebouwing en veel bestrating. Een klein deel van de oppervlakte is gereserveerd voor groen. Het gaat echter met name om solitaire en losse groepen bomen in bestrating. De ontwikkeling begroeiingen natuurlijke van gemeenschappen is daarom niet kansrijk.
en bijbehorende levens- Op voor kansen wel er zijn plan stedebouwkundig het van basis gebouwbewonende soorten van het stedelijk gebied uit de soortgroepen vleermuizen en vogels. Omdat betrekkelijk hoge gebouwen worden ontwikkeld zijn ook soorten als slechtvalk en tweekleurige vleermuis een optie. Soorten van gebouwen Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Opmerkingen Algemene soort Algemene soort Minder algemeen en bedreigd , verlangt ruimere openingen en verblijven Vrij zeldzaam en bedreigd Zeldzaam , alleen in hoge gebouwen ( > 3 lagen) Opmerkingen Broedt alleen in gebouwen Broedt alleen in gebouwen Meestal als onwenselijk beschouwd Alleen in halfopen kasten Alleen in halfopen kasten Alleen in hoogbouw (torens , flats e. d. ) Algemene soort Alleen aan de gevel onder een overstek Op grind- of groene daken Potentie Ja Ja Ja Meervleermuis Tweekleurige vleermuis Vogels Gierzwaluw Huismus Kauw Witte kwikstaart Zwarte roodstaart Slechtvalk Spreeuw Huiszwaluw Scholekster Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Om de bebouwing geschikt te maken voor soorten is een gedetailleerd plan vereist waarin aandacht wordt besteed aan de eisen die soorten aan het verblijf stellen en de positionering. Er dient bijvoorbeeld rekening te worden gehouden met de hoogte , de expositie en de toegankelijkheid.
Verder bieden bepaalde constructies geen mogelijkheden voor faunavoorzieningen of ze zijn ongewenst op die locatie , bijvoorbeeld glazen gevels en balkons. Het faunaplan dient in nauw overleg met de architect en de aannemer te worden opgesteld. Quickscan flora en fauna , Naoberhoek Doetinchem 14 Bronnen www. ndff. nl www. gelderland. nl Quickscan flora en fauna , Naoberhoek Doetinchem 15 Bijlage I Wettelijk kader en beleidskader Omgevingswet De Omgevingswet omvat de regels voor alle activiteiten in de fysieke leefomgeving. De wet bundelt 26 wetten die gaan over de regels met betrekking tot onder meer infrastructuur , bouwwerken , water , lucht , bodem , milieu , cultureel erfgoed en natuur. De wet beoogt een vereenvoudiging van de regels voor de fysieke leefomgeving en een duurzame ontwikkeling en beschermen en verbeteren van het leefmilieu. Algemeen Om alle regels voor de fysieke leefomgeving op een gestructureerde manier te regelen , is er sprake van een stelsel Omgevingswet. Het stelsel Omgevingswet kent een bepaalde opbouw , die bepalend is voor waar de relevante onderdelen terug te vinden zijn met betrekking tot de verschillende onderwerpen van de fysieke leefomgeving , waaronder natuurbescherming.
Het stelsel bestaat uit een algemene wettekst – de Omgevingswet zelf – dat per procesonderdeel nader is uitgewerkt in zogenaamde uitvoeringswetten (Algemene Maatregelen van Bestuur , of AMvB’s) en de Omgevingsregeling. AMvB De inhoud van de AMvB’s verschillen per AMvB. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staat de uitwerking van algemene regels voor activiteiten die rechtstreeks werken , waaronder een vergunningplicht voor zogenaamde Natura 2000-activiteiten en flora- en fauna-activiteiten , voor zowel initiatiefnemers als overheden. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staat de uitwerking van algemene regels voor bouwwerken die rechtstreeks werken , eveneens voor initiatiefnemers en overheden. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat de uitwerking van normen en instructieregels voor bestuursorganen , waaronder de kaders voor vergunningverlening. In het Omgevingsbesluit (Ob) staan de spelregels voor initiatiefnemers en bestuursorganen , onder meer met betrekking tot bevoegdheden , totstandkomingsprocedures en handhavingsbepalingen. Naast de AMvB’s , is er een Omgevingsregeling (Or) , waarin de technische en administratieve regels staan , bijvoorbeeld de aanvraagvereisten voor een vergunning voor een Natura 2000-activiteit of Flora- en fauna-activiteit.
Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden die zijn samengesteld uit ofwel Speciale Beschermingszones (SBZ’s) conform de Europese Vogelrichtlijn , ofwel SBZ’s conform de Europese Habitatrichtlijn , of een combinatie van SBZ’s. De oppervlakte en de kwaliteit van de habitattypen dan wel de omvang en kwaliteit van de populatie van soorten en de maatregelen om de doelstellingen te realiseren , moeten worden uitgewerkt in een beheerplan. Gebiedsbescherming Zorgplicht Natura 2000 In het Bal is een specifieke zorgplicht opgenomen voor Natura 2000-gebieden en bijzondere nationaal natuurgebieden (art. 11. 6 Bal). Iedereen die activiteiten uitvoert die verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kunnen hebben , moet nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen , beperken of ongedaan maken (art. 11.6 , 1e lid Bal). In het tweede lid staat de nadere uitwerking van de specifieke zorgplicht. Er moet worden nagegaan of nadelige gevolgen op voor hand op grond van objectieve gegevens verslechterende of significant verstorende gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen kunnen worden uitgesloten. Als nadelige gevolgen niet te voorkomen zijn , dan verplicht de specifieke zorgplicht om met betrekking tot deze gevolgen passende preventieve maatregelen te nemen (art.
11.6 , 2e lid onder d) , of , als dit niet gaat , om passende herstelmaatregelen te treffen (art. 11.6 , 2e lid onder f). Daarnaast verplicht de zorgplicht ook dat de effectiviteit van deze maatregelen worden gemonitord. De specifieke zorgplicht geldt altijd , dus voor Natura 2000- activiteiten maar ook voor activiteiten die conform een Natura 2000-beheerplan worden uitgevoerd. Beoordeling vergunningsplicht Er is een onderscheid tussen een ‘Natura 2000-activiteit’ en andere type activiteiten. Een ‘Natura 2000-activiteit’ is volgens de definitie van het begrip zoals uitgewerkt in de bijlage bij art. 1. 1 Omgevingswet een: ‘activiteit , inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied , maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied’ Een Natura 2000-activiteit is vergunningplichtig (art. 5.1 , lid 1 Ow) , tenzij er sprake is van een ‘vergunningsvrij geval’ (art. 11. 16 t/m 11. 21 Bal). Activiteiten die nodig zijn voor het beheer van Natura 2000-gebieden (om de doelstellingen te kunnen halen) of geen significante gevolgen hebben , vallen niet onder de regels voor een Natura 2000-activiteit.
Er moet dan eerst worden getoetst wat de effecten zijn van een activiteit op Natura 2000-gebieden voordat duidelijk is hoe de activiteit moet worden aangeduid. Gezien de huidige praktijk is er daarmee de noodzaak voor het uitvoeren van een voortoets die deze helderheid kan bieden. De uitslag van deze toets is van belang voor het vervolg van de behandeling van de activiteit. Is er sprake van een Natura 2000-activiteit dat niet vergunningsvrij is , dan is er een nader onderzoek nodig in de vorm van een passende beoordeling voordat een vergunning kan worden verleend. De regels waar een Passende Beoordeling aan moet voldoen staan in art. 16. 53c Ow en art. 8. 74b Bkl. Is er ondanks mitigatie nog steeds sprake van een significant gevolg , dan kan de vergunning voor het project worden verleend als de zogenaamde ADC-toets met succes is doorlopen (art. 8.74b , lid 2 en 3 Bkl). Met betrekking tot de bepaling van mogelijke nadelige gevolgen als gevolg van de depositie van stikstof , is er met betrekking tot de toetsing van Natura 2000- activiteiten in de wet een verplichting opgenomen tot het gebruik van Aerius Calculator (artikel 4. 15 Or).
Als er uit de voortoets naar voren komt dat de activiteit geen ‘Natura 2000- activiteit’ is of als er sprake is van een vergunningsvrij geval , is er mogelijk nog wel sprake van een ‘activiteit die nadelige (maar zeker geen significante) gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied of bijzonder nationaal natuurgebied’. Hoewel deze type activiteit niet in het stelsel Omgevingswet wordt genoemd , blijkt uit de wettekst en de toelichtingen hierop dat activiteiten op deze wijze moeten worden geïnterpreteerd: ondanks dat er geen vergunningplicht geldt , blijft de specifieke zorgplicht voor deze activiteiten van toepassing (zie hiervoor). Vergunningsvrije | gevallen In het | Bal | is een | aantal | vergunningsvrije | gevallen | aangewezen | waarvoor derhalve | geen | vergunningplicht | geldt. | Dit | betreft | onder | meer: • | stikstofdepositie | door | tijdelijke | activiteiten | , zoals | bouw- | en sloopactiviteiten | , het | aanleggen | , veranderen | of verwijderen | van | een werk | (art. 11. | 17 | Bal)7 | ; • | In een | programma | (bijv. Natura | 2000-beheerplan) | aangewezen | Natura 2000-activiteiten | die | voldoen | aan | art. 11. | 21 | Bal | , mits | het | programma voldoet | aan | de | eisen | zoals | aangegeven | in art. 11.18 | , lid 2 Bal | ; • | In een | omgevingsverordening | aangewezen | Natura | 2000-activiteiten | die voldoen | aan | art. | 11.
19 | en | art. 11. 21 | Bal | ; • | In een | ministeriele | regeling | aangewezen | Natura | 2000-activiteiten | die voldoen | aan | art. | 11. 20 | en | 11. 21 | Bal. Gebiedsbescherming | Natuurnetwerk | Nederland Aanwijzing | & bescherming | De | aanwijzing | van | het | Natuurnetwerk | Nederland | (NNN) | is | geregeld | in | de Omgevingsverordening | , conform | art. | 2. 44 | Ow. | De | instructieregels | voor | de aanwijzing | , begrenzing | en | de | reikwijdte | van | het | NNN | zijn | opgenomen | in artikel 7. 5 en | Artikel | 7. 6 Bkl. | In de | Omgevingsverordening | zijn | (instructie)regels | gesteld voor | Omgevingsplannen | van | gemeenten | en | projectbesluiten | (art. 7.8 , 1e lid Bkl). Deze | regels | zijn | gesteld | in het | belang | van | de | bescherming | , instandhouding | , verbetering | en | ontwikkeling | van | de | wezenlijke | kenmerken | en | waarden | van | het NNN. Wezenlijke | kenmerken | en | De | wezenlijke | kenmerken | en | waarden | van | de | NNN | worden | vastgesteld | per waarden | Omgevingsverordening | door | de | provincie | conform | artikel | 7. 7 | Bkl. | In | de Omgevingsverordening | is daartoe | een | natuurbeheerplan | vastgesteld | waar | in | de regel | de | bestaande | natuurwaarden | en | het | ambitieniveau | zijn | aangegeven middels | natuurbeheertypen.
| Het | hangt | echter | per | provincie | af | hoe | zij | de wezenlijke | kenmerken | en | waarden | hebben | gedefinieerd. Beschermingsregime | Het | beschermingsregime | voor | het | NNN | is uitgewerkt | in art. 7.8 | , lid 2 Bkl , dat | een instructieregel | betreft | voor | uitwerking | van | het | beschermingsregime | in | de Omgevingsverordeningen | van | provincies: “De | regels | verzekeren | in | ieder | geval | dat | de | kwaliteit | en | oppervlakte | van | het natuurnetwerk | Nederland | niet | achteruitgaan | , dat | de | samenhang | tussen | de gebieden | van | het | natuurnetwerk | wordt | behouden | en | dat , | als | binnen | het natuurnetwerk | activiteiten | worden | toegelaten | die | nadelige | gevolgen | kunnen hebben | voor | de | wezenlijke | kenmerken | of waarden | van | het | natuurnetwerk | , deze gevolgen | tijdig worden | gecompenseerd | , zodanig | dat | de | kwaliteit | , oppervlakte | en samenhang | van | het | natuurnetwerk | behouden | blijven. | ” Een | vergelijkbare | instructieregel | voor | de | bescherming | van | het | NNN | is opgenomen | voor | projectbesluiten | die | door | het | Rijk | wordt | vastgesteld | in art. 9.3 | , lid 1 | Bkl. Gebiedsbescherming | bijzondere | natuurgebieden | en | landschappen Het | Rijk | kan | op | basis | van | art.
| 2.44 | , lid 2 | Ow | zogeheten | bijzondere | nationale natuurgebieden | aanwijzen. | De | bijzondere | nationale | natuurgebieden | kunnen worden | aangewezen | vooruitlopend | op | de | aanwijzing | of begrenzing | als | Natura 2000-gebied | , bijvoorbeeld | als | het | gaat | om | compensatie | voor | handelingen | die leiden | tot | een | significant | gevolg | of | als | het | gaat | om | gebieden | die | nodig | zijn | om de | doelstellingen | van | de | Vogelrichtlijn | of Habitatrichtlijn | te bereiken | (art. | 3. 63 Bkl). | Daarnaast | kan | het | Rijk | ook | bijzondere | nationale | natuurgebieden | aanwijzen als | de | bescherming | van | het | gebied | nodig | is voor | de | instandhouding | of | herstel van | biotopen | en | leefgebieden | van | in | Nederland | van | nature | in | het | wild voorkomende | soorten | genoemd | in | bijlage | I Vogelrichtlijn | of Bijlage | I , II , IV of | V Habitatrichtlijn. | In | die | gevallen | bevat | het | aanwijzingsbesluit instandhoudingsdoelstellingen | (art. | 3. 64 | Bkl). | Het | ministerie | van | LNV | heeft | de taak | zorg | te dragen | dat | de | maatregelen | worden | getroffen | voor | het | bereiken | van de | instandhoudingsdoelstellingen | van | deze | type | natuurgebieden | (art. | 2.19 | , lid 5 Ow) | , tenzij | Gedeputeerde | Staten | is aangewezen | om | deze | taak | uit te voeren | (art.
2.18 | , lid | 1 , onder | g , 2° , tweede | streepje | Ow). | Voor | de | bescherming | van bijzondere | nationale | natuurgebieden | geldt | , | naast | een | mogelijke toegangsbeperking | , de | specifieke | zorgplicht | zoals | genoemd | in art. 11. | 6 Bal. De | provincies | kunnen | zogeheten | bijzondere | provinciale | natuurgebieden | of bijzondere | provinciale | landschappen | aanwijzen | (art. | 2.44 | , lid | 5 Ow). | Niet | iedere provincie | hanteert | dezelfde | juridische | bescherming. | Sommige | hanteren | alleen een | predicaat | , anderen | hanteren | een | soort | ADC-criteria | en | daarmee | juridische beschermingsregime | naast | NNN | en | Natura | 2000. | Kijk | voor | de | geldende | regels in de | van | toepassing | zijnde | provinciale | Omgevingsverordening. Soortbescherming Een | ‘flora- | en | fauna-activiteit’ | is | volgens | de | definitie | van | het | begrip | zoals uitgewerkt | in de | bijlage | bij art. | 1. 1 | Omgevingswet | een: ‘activiteit | met | mogelijke | gevolgen | voor | van | nature | in het | wild | levende | dieren | of planten’ Als | er | sprake | is van | een | flora- | en | fauna-activiteit | , dient | er | rekening | te worden gehouden | met | de | regels | in | art. | 11. 27 | Bal | (specifieke | zorgplicht) | , art. | 11. 28 | Bal (voorkomen | onnodig | lijden | dieren) | en | de | paragrafen | 11. 2. 2 | t/m | 11.
| 2. 5 | Bal (vergunningplicht | bij schadelijke | handelingen | , regels | vergunningsvrije | gevallen). Hoewel | de | paragrafen | 11. | 2. 2 t/m | 11. | 2. 5 Bal | alleen | betrekking | hebben | op | de | bij wet | beschermde | soorten | , gelden | art. | 11. 27 | en | 11. | 28 | ook | met | betrekking | tot | de niet-beschermde | soorten. Specifieke | zorgplicht | flora | In | het | Bal | is een | specifieke | zorgplicht | opgenomen | voor | onder | meer | alle | ‘flora- en fauna | en | fauna-activiteiten’ | die , zoals | hiervoor | aangegeven | , vrijwel | alle | ruimtelijke activiteiten | betreft | (art. | 11. 27 | Bal). | Deze | specifieke | zorgplicht | komt | in de | plaats van | de | algemene | zorgplicht | die | in | de | Omgevingswet | staat. | Iedereen | die | een flora- | en | fauna-activiteit | uitvoert | , moet | nadelige | gevolgen | zoveel | mogelijk voorkomen | , beperken | of | ongedaan | maken | (art. | 11.27 | , 1e | lid Bal). | In het | tweede lid | staat | de | nadere | uitwerking | van | de | specifieke | zorgplicht.
| In | het | tweede | lid onder | a is | er | met | betrekking | tot de | reikwijdte | van | de | zorgplicht | voor | flora- | en fauna-activiteiten | aangegeven | dat | deze | plicht | in | ieder | geval | inhoudt | dat onderzoek | wordt | verricht | naar | het | voorkomen | van | een | aantal | type | soorten | die kwetsbaar | of bedreigd | zijn. | Deze | soorten | betreffen | in | Nederland | van | nature voorkomende: • | Vogelrichtlijn-soorten | zoals | genoemd | in bijlage | I Vrl | en | niet | in die | bijlage genoemde | , geregeld | in Nederland | voorkomende | trekvogelsoorten | als bedoeld | in artikel | 4 , 2e | lid Vrl ; • | Habitatrichtlijn-soorten | als | opgenomen | in bijlage | II , IV en | V Hrl ; • | dieren | of planten | die | staan | opgenomen | op | de | Rode | Lijsten | ; • | nationaal | beschermde | soorten | (bijlage | IX Bal). Zoals | ook | aangegeven | hiervoor | met | betrekking | tot de | specifieke | zorgplicht | voor Natura | 2000-gebieden | en | bijzondere | nationale | natuurgebieden | , is de | kern | van de | zorgplichtbepaling | voor | flora- | en | fauna-activiteiten | dat | als | er | sprake | is van nadelige | gevolgen | op | in | het | wild | voorkomende | soorten | , | deze | , | indien redelijkerwijs | kan | worden | gevergd | , moeten | worden | voorkomen | , beperkt | of ongedaan | worden | gemaakt. | Ook | in art.
11.27 | , tweede | lid wordt | verwezen | naar passende | preventieve | maatregelen | of | passende | herstelmaatregelen. | In | art. 11.27 | , | tweede | lid | onder | b | Bal | wordt | aangegeven | dat | er | moet | worden ‘vastgesteld’ | of | op | voorhand | op | grond | van | objectieve | gegevens | nadelige gevolgen | kunnen | worden | uitgesloten. | Daarnaast | zijn de | overige | voorwaarden | in het | tweede | lid onder | c t/m | f zodanig | concreet | dat in deze | bewoording | kan | worden gelezen | dat | er aantoonbaar | aan | deze | voorwaarden | moet | worden | voldaan | , zeker ook | met | in het | achterhoofd | dat | de | specifieke | zorgplichten | in de | Omgevingswet zowel | bestuurlijk | als | strafrechtelijk | kunnen | worden | gehandhaafd. | Om aantoonbaar | aan | de | voorwaarden | van | de | specifieke | zorgplicht | te | hebben voldaan | , is het | noodzakelijk | dat | de | toetsing | aan | de | zorgplichtbepalingen | in een quickscan | of nader | onderzoek | wordt | vastgelegd. 6. 1 Soortenbeschermings- | In | de | paragrafen | 11. 2. 2 | t/m | 11. 2. 4 | zijn | de | verschillende regimes | soortenbeschermingsregimes | opgenomen: § | 11. 2. 2: omgevingsvergunning | soorten | Vogelrichtlijn § | 11. 2. 3: omgevingsvergunning | soorten | Habitatrichtlijn § | 11. 2.
4: omgevingsvergunning | andere | soorten Onder | iedere | paragraaf | zijn | de | vergunningplichtige | gevallen | en | de vergunningsvrije | gevallen | aangegeven. | In | de | Omgevingswet | wordt | niet | meer gesproken | over | verbodsbepalingen | waarvoor | een | ontheffing | of | vrijstelling | kan worden | verleend | , maar | over | schadelijke | handelingen | die | leiden | tot | een vergunningsplichtig | geval. | De | inhoud | van | de | schadelijke | handelingen | komen overeen | met | de | verbodsbepalingen | van | de | soortenbeschermingsregimes | uit de Wet | natuurbescherming | , aangezien | deze | rechtstreeks | voortkomen | uit | de Europese | Vogelrichtlijn | en | Habitatrichtlijn | en | internationale | Verdragen | en betreffen | de | volgende | schadelijke | gevallen: • het opzettelijk doden en vangen van soorten ; het beschadigen of vernielen van voortplantings- en rustplaatsen van dieren , niet zijnde vogels ; het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten , eieren of wegnemen van nesten van vogels ; het opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren ; het (ver)storen van dieren volgens de beschermingsregimes soorten Vogelrichtlijn en soorten Habitatrichtlijn (geldt voor vogels niet als er geen sprake is van een wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van de vogelsoort) ; het plukken , verzamelen , afsnijden , ontwortelen of vernielen
van planten. • • • • • De beschermde soorten staan per beschermingsregime aangegeven en betreffen alle van nature in Nederland voorkomende vogels conform art. 1 Vogelrichtlijn , dieren en planten genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn , bijlage I en II van het verdrag van Bern of bijlage I van het verdrag van Bonn , en andere soorten , genoemd in bijlage IX behorende bij art. 11. 54 Bal (nationaal beschermde soorten). 6. 2 Uitzonderingen vergunningen Voor instandhoudings- en passende maatregelen in het kader van het bereiken van Natura 2000-doelstellingen geldt een uitzondering van de vergunningplicht voor schadelijke handelingen. In het Bal zijn verder een aantal vergunningsvrije gevallen aangewezen per beschermingsregime waarvoor derhalve geen vergunningplicht geldt. Hoewel er enkele verschillen zijn , betreft het onder meer de volgende gevallen: In een programma aangewezen flora- en fauna-activiteiten (bijv. een Natura 2000-beheerplan) ; In een omgevingsverordening aangewezen flora- en fauna-activiteiten (bijv. de door de provincie vrijgestelde soorten en handelingen) ; In een ministeriële regeling aangewezen flora- en fauna-activiteiten (bijv. de door de Minister van LNV vrijgestelde soorten en handelingen. In art. 4. 31 Or zijn de flora- en fauna- activiteiten genoemd in art. 11.
54 Bal aangewezen als vergunningvrij voor handelingen in het kader van bestendig beheer en onderhoud , bestendig gebruik en ruimtelijke ontwik- kelingen of inrichting van gebieden (incl. gebruik) voor de soorten in bijlage VIIc Or) ; Flora- en fauna-activiteiten die aantoonbaar worden uitgevoerd conform een per ministeriële regeling aangewezen gedragscode (zie de huidige gedragscodes onder deze link). • • • • 6. 3 Beoordelingsregels vergunning Een vergunning kan alleen worden verleend als is voldaan aan de beoordelingsregels die staan uitgewerkt in § 8. 6. 2 Bkl. De beoordelingsregels verschillen per soortenbeschermingsregime (uitgewerkt in art. 8. 74j t/m art. 8. 74l Bkl) , maar komen kort gezegd neer op de beoordeling: a) of er geen andere bevredigende oplossing is , b) de activiteit nodig is vanwege een genoemd wettelijk belang , en c) de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de aangevraagde soort. 6. 4 Indieningsvereisten | en | Voor | het | aanvragen | van | een | omgevingsvergunning | voor | een | flora- | en | fauna- beslistermijnen | activiteit | gelden | de | indieningsvereisten | die | zijn | opgenomen | in | de | Or. | De indieningsvereisten | zijn | in | algemene | zin | uitgewerkt | , | waarna | per beschermingsregime | specifieke | aanvullende | indieningsvereisten | kunnen gelden: • | § 7. 2. 8a.
2 | Algemeen | flora- | en | fauna-activiteiten: | modules • | § 7. 2. 8a. 3 | Flora- | en | fauna-activiteit: | vogelrichtlijnsoorten • | § 7. 2. 8a. 4 | Flora- | en | fauna-activiteit: | habitatrichtlijnsoorten • | § 7. 2. 8a. 5 | Flora- | en | fauna-activiteit: | andere | soorten In § | 7. 2. 8a. 2 | Or | is onder | meer | aangegeven | dat | een | ‘natuurwaardenonderzoek' moet | worden | aangeleverd | dat | aan | bepaalde | eisen | moet | voldoen. | Naast | de aanlevering | van | details | van | de | handelingen | waaronder | de | omvang | , kaart | , planning | en | onderbouwing | van | het | voldoen | aan | de | voorwaarden | aan vergunningverlening | , | is | het | van | belang | dat | het | natuurwaardenonderzoek gegevens | bevat | waarvan | de | jongste | gegevens | niet | ouder | zijn | dan | drie | jaar , of korter | als | in de | periode | tussen | het | onderzoek | en | de | aanvraag | de | locatie | en | het gebied | rondom | de | locatie | waarop | de | activiteit | wordt | verricht | ingrijpend | zijn gewijzigd | (art. | 7.197j | , | lid | 2 , | onder | b | Or). | Verder | moet | een ‘natuurwaardenonderzoek | zijn | verricht | door | een | persoon | met | aantoonbare specifieke | ecologische | kennis | en | ervaring | , die | ecologisch | advies | verstrekt | of werkzaamheden | begeleidt | op | het | gebied | van | situaties | , habitats | en | soorten | (art.
7.197j | , lid 2 , onder | a Or). Art. | 16. 64 | Ow | bepaald | dat | de | algemene | beslistermijn | voor | een omgevingsvergunningsaanvraag | 8 weken | bedraagt | (enkelvoudige | aanvraag) | , of 12 | weken | (meervoudige | aanvraag). | De | eenmalige | verlengingstermijn | is (ten hoogste) | 6 | weken. | Echter | , met | betrekking | tot | de | vergunningsaanvraag | voor Natura | 2000-activiteiten | is | de | uniforme | openbare | voorbereidingsprocedure (UOV-procedure) | van | de | Algemene | wet | bestuursrecht | (afdeling | 3. 4 Awb) | van toepassing | (art. | 10.24 | , lid 1 , onder | j Ob). | Dan | geldt | een | beslistermijn | van | 26 weken. | Bij meervoudige | aanvragen | die | ook | een | aanvraag | voor | een | Natura | 2000- activiteit | bevat | , moet | rekening | worden | gehouden | met | deze | beslistermijn. 6. 5 Bevoegd | gezag | De | Minister | van | LNV | is | het | bevoegd | gezag | om | te | beslissen | op | enkel- | en meervoudige | aanvragen | voor | een | omgevingsvergunning | voor | een | flora- | en fauna-activiteit | van | nationaal | belang | (art. | 4. 12 | Ob). | In art. | 4.12 | , lid 2 Ob | zijn | de activiteiten | van | nationaal | belang | aangewezen. | Het | betreft | onder | meer | wegen | , hoofdspoorwegen | , wateren | en primaire | waterkeringen | die | worden | beheerd | door het | Rijk | (o. a.
| Rijkswaterstaat | en | Prorail) | , | militaire | terreinen | en | militaire luchthavens | , | luchthavens | van | nationale | betekenis | (o. a. | Schiphol) | , | het hoofdgastransportnet | , hoogspanningsverbindingen | met | een | spanning | van | ten minste | 220 | kV , kustverdediging | , het | delven | van | delfstoffen | , etc. Voor | zover | de | activiteiten | niet | zijn | aangewezen | als | activiteiten | van | nationaal belang | , dan | is Gedeputeerde | Staten | van | de | provincie | het | bevoegd | gezag | om | te beslissen | op | enkel- | en | meervoudige | aanvragen | voor | een | omgevingsvergunning voor | een | flora- | en | fauna-activiteit | (art. | 4. 6 | Ob).