B12.6 Bijlage 6 onderbouwing Kempsestraat 1-3 - Vleermuis onderzoek.pdf
Tekst van het document
Nader onderzoek vleermuis
Kempsestraat 1-3 Wehl
Nader onderzoek vleermuis steenmarter Kempsestraat 1-3 Wehl Colofon
Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna
Uitgevoerd door:
Natuurbank Overijssel
Opdrachtgever:
Fam. Roording
Projectnummer en versie: 7946 versie 1.0 Auteur: Ing. P. Leemreise Ligging projectgebied: Kempsestraat 1-3 Wehl
Status: Definitief Veldmedewerker(s): Ing. P.Leemreise e.a Rapportdatum: 17-9-2025
Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131PZ Lichtenvoorde E: T:
info@natuurbankoverijssel.nl 0850-509852
1
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1
INLEIDING ......................................................................................................................................... 3
1.1 Aanleiding...................................................................................................................................................... 3 1.2 Reikwijdte ...................................................................................................................................................... 3 1.3 Onderzoeksvraag........................................................................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2
HET ONDERZOEKSGEBIED...................................................................................................................... 4
2.1 Situering ........................................................................................................................................................ 4 2.2 Beschrijving van het onderzoeksgebied ........................................................................................................ 4 HOOFDSTUK 3
METHODE ....................................................................................................................................... 6
3.1 Vleermuizen .................................................................................................................................................. 6 3.2 Overige soorten ............................................................................................................................................. 7 HOOFDSTUK 4
RESULTATEN..................................................................................................................................... 8
4.1 Vleermuizen .................................................................................................................................................. 8 4.2 Overige waarnemingen ................................................................................................................................. 8 HOOFDSTUK 5
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ........................................................................................................... 9
5.1 Samenvatting................................................................................................................................................. 9 5.2 Conclusie ....................................................................................................................................................... 9
2
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
1.1 Aanleiding Het voornemen bestaat om geschakelde woningen en drie bijgebouwen te realiseren op een erf gelegen aan Kempsestraat 1-3 te Wehl. Om deze nieuwbouw te realiseren dienen alle varkensstallen op dit erf gesloopt te worden. Om de effecten van de voorgenomen activiteiten op beschermde diersoorten te onderzoeken is op 10 januari 2025 een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Uit deze quickscan kwam naar voren dat nader onderzoek naar de functie van de stallen voor vleermuizen noodzakelijk is om de wettelijke consequenties volledig vast te kunnen stellen. In het kader van de zorgplicht (Art. 11.27, Bal) moet voorafgaand aan een ingreep, welke mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde diersoorten, een effectbeoordeling plaats vinden. Omdat met een eenmalige visuele inspectie, de functie en betekenis van de aanwezige bebouwing voor vleermuizen niet (volledig) vastgesteld kan worden, was gericht vervolgonderzoek noodzakelijk.
1.2 Reikwijdte In voorliggend rapport worden de bevindingen van onderzoek naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen gepresenteerd. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode juni- september 2025.
1.3 Onderzoeksvraag Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de volgende onderzoeksvragen: 1. Bezetten vleermuizen een verblijfplaats in de bebouwing in het plangebied? Zo ja, welke soort, welke aantallen, welke functie heeft de verblijfplaats en waar bevinden zich de verblijfplaatsen?
Voorliggend rapport is eenvoudig van opzet. Niet relevante informatie verkregen tijdens het onderzoek wordt niet meegenomen in dit rapport. Natuurbank Overijssel beseft dat natuuronderzoek kostbaar is en probeert de kosten voor de opdrachtgever zo laag mogelijk te houden, onder andere door het rapport kort en bondig op te stellen met uitsluitend de benodigde en relevante informatie zoals methode, verantwoording van de afgelegde bezoeken en weergave van de bevindingen.
3
HOOFDSTUK 2
HET ONDERZOEKSGEBIED
2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan de Kemspsestraat 1-3 Wehl, gemeente Doetinchem. Het ligt op circa 2,75 kilometer ten westen van de woonkern Wehl en wordt omgeven door landelijk gebied. Op de onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).
2.2 Beschrijving van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied bestaat volledig uit bebouwing. In het onderzoeksgebied staan een aantal varkensstallen. Dee beschikken allen over bakstenen buitengeves en zijn gedekt met golfplaten. Op onderstaande afbeelding wordt de begrenzing van het plangebied weergegeven.
4
Luchtfoto met de begrenzing van het onderzoeksgebied, aangegeven met de gele lijn (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
Impressie van de op het erf aanwezige bebouwing.
5
HOOFDSTUK 3
METHODE
In dit hoofdstuk wordt de toegepaste onderzoeksmethode verwoord.
3.1 Vleermuizen Voor het in kaart brengen van vleermuizen is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type: Petterson D240x) is de echolocatie die vleermuizen uitzenden voor ons hoorbaar gemaakt. Wanneer op basis van frequentie, klank en ritme niet met 100% zekerheid de soort bepaald kon worden, is een opname gemaakt op een extern opname apparatuur (type: Zoom H2n). Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen, soortsamenstelling en gebiedsgebruik. Tijdens het onderzoek is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Helion xq28). Een dergelijke camera is van grote meerwaarde bij het waarnemen van zwermende dieren tijdens het binnenvliegen, tijdens de baltsperiode en voor het waarnemen van vleermuizen met een extreem zachte sonar, zoals de gewone grootoorvleermuis. Het onderzoek is opgezet om duidelijkheid te krijgen over de functie van het gebouw in het onderzoeksgebied als verblijfplaats voor vleermuizen. Het onderzoek is afgestemd op het mogelijk voorkomen van alle gebouwbewonende soorten. Het gebouw lijkt geschikt als zomer-, kraam- en paarverblijfplaats.
De bebouwing wordt niet geschikt geacht als massa-winterverblijfplaats. Aanpassing vleermuisprotocol 2025 In februari 2025 is het vleermuisprotocol aangepast. Deze aanpassing treft uitsluitend onderzoek naar meervleermuizen om de omgeving van bekende kraamverblijven en mannengroepen en onderzoek naar paarverblijfplaatsen van deze soort. Voor paarverblijf- & zwermplaatsen is de definitie van de objecten aangepast, de inspanning is niet bedoeld voor gebouwen zoals woonhuizen, maar denk hier aan bruggen, sluizen, gemalen, elektriciteitshuisjes, boomholtes, vleermuiskasten, stadsmuren, bunkers, meerpalen, ijskelders, forten, verlaten gebouwen, schoorstenen, putten, etc. De aanpassing bestaat uit het uitvoeren van extra bezoeken indien de onderzoekslocatie in de directe omgeving van een bekende kraamkolonie ligt en een ochtendronde in juli in de buurt van een mannengroep. Het geactualiseerde protocol schrijft nu ochtendonderzoek voor in plaats van avondonderzoek. In gebieden nabij kraamkolonies (te downloaden via Netwerk Groene Bureaus/vleermuisprotocol, zijn twee ochtendrondes (verplicht in de kraamperiode). In zowel de rode gebieden (kraamkolonies) als de blauwe gebieden (mannenverblijven) is een extra ochtendronde in juli nodig voor het opsporen van satelliet verblijfplaatsen.
Onderzoek naar paarverblijfplaatsen hoeft niet plaats te vinden bij door mensen bewoonde objecten, zoals woningen en appartementengebouwen. De onderzoekslocatie ligt niet nabij een bekende kraamkolonie, maar wel in de buurt van een mannengroep van meervleermuizen (NDFF, 2025). Het onderzoek dient daarom afgesteld te worden op mogelijke aanwezigheid van een satellietverblijfplaats na de kraamperiode. Er dient daarom een ochtendbezoek uitgevoerd te worden in de maand juli. Stallen worden niet beschouwd als een gebouw met menselijke bewoning. Ook de functie ‘paarverblijfplaats’ dient daarom onderzocht te worden voor meervleermuizen.
Onderzoekers Het onderzoek tijdens de kraamperiode is uitgevoerd door vier ervaren onderzoekers die onderling met elkaar in contact staan middels een portofoon. De bezoeken in augustus en september zijn door één onderzoeker uitgevoerd. Het betrof allen ervaren veldbiologen met ervaring op het gebied van vleermuisonderzoek. Voor het in beeld brengen van de betekenis van de bebouwing voor vleermuizen zijn vijf verschillende 6
bezoeken aan het onderzoeksgebied gebracht. De bezoeken in juni en juli zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen van kraam- en zomerverblijven, de bezoeken in augustus en september zijn uitgevoerd in verband met onderzoek naar paarverblijfplaatsen. De bebouwing wordt niet geschikt geacht als (massa) winterverblijfplaats voor vleermuizen vanwege het ontbreken van hoge bebouwing (>2 bouwlagen) of bebouwing met veel bouwmassa. De inschatting van de geschiktheid van de bebouwing als massawinterverblijfplaats wordt ook door het bevoegde gezag (provincie) toegepast. In onderstaande tabel worden de verschillende bezoekdata weergegeven. Datum
Tijd
01-06-2025 23-06-2025 08-07-2025 16-8-2025 8-9-2025
21:42-00:15 21:45-00:30 2:20-5:30 20:55 – 0:10 20:05 – 23:00
Zon onder/op
Aantal onderzoekers
21:46 uur 21:59 uur 05:26 uur 20:57 uur 20:06 uur
4 4 4 1 1
Weersomstandigheden Droog, 16 ºC, zwakke wind, bewolkt Droog, 16 ºC, zwakke wind, bewolkt Droog, 15 ºC, matige wind, bewolkt Onbewolkt, droog, zwakke wind 18 ºC Half bewolkt, droog, zwakke wind, 17 ºC
Bezoekschema vleermuisonderzoek.
3.2 Overige soorten Tijdens veldbiologisch onderzoek letten onderzoekers altijd op overige beschermde soorten in het onderzoeksgebied, zoals steenmarters en uilen (steen- en kerkuil). Steenmarters verlaten de verblijfplaats in de schemering en steken vervolgens erfverharding over om vervolgens dekking te zoeken in beplanting, rommel of opgeslagen spullen. Niet zelden lopen ze daarbij over daken en wordt hun aanwezigheid kenbaar gemaakt door alarmerende vogels (merels).
7
HOOFDSTUK 4
RESULTATEN
4.1 Vleermuizen Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen in het onderzoeksgebied vastgesteld. Tijdens alle bezoeken werden foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen die langs de beplanting aan de buitenzijde van erf foerageerden. Er werden maximaal vier gewone dwergvleermuizen waargenomen die rond de beplanting langs de randen van het erf foerageerden Op 8 juli werd een over het plangebied vliegende rosse vleermuis opgemerkt. Deze vertoonde geen verbondenheid met de bebouwing in het plangebied. Tijdens de najaarsbezoeken werd een werfroepende gewone dwergvleermuis vastgesteld welke in hoofdzaak rond de meest zuidelijke woning vloog. Deze vleermuis bezet er een paarverblijfplaats en, gelet op het soms vroeg in de avond uitduiken van een foeragerende gewone dwergvleermuis langs de randen het erf, vermoedelijk ook een zomerverblijfplaats. Er zijn geen andere soorten waargenomen in het onderzoeksgebied.
4.2 Overige waarnemingen Er zijn andere beschermde soorten in het onderzoeksgebied vastgesteld, anders dan reeds vermeld in de quickscan natuurwaardenonderzoek. Er zijn geen uilen of steenmarter waargenomen tijdens het onderzoek.
8
HOOFDSTUK 5
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
5.1 Samenvatting In 2025 zijn alle (varkens)stallen op het adres Kempsestraat 1-3 te Wehl onderzocht op de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform het daarvoor geldende onderzoeksprotocol (Vleermuisprotocol 2021, versie februari 2025). Uit het onderzoek is niet gebleken dat vleermuizen een verblijfplaats in de bebouwing bezetten.
5.2 Conclusie Er is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist voor het slopen van de varkensstallen.
9
Geraadpleegde bronnen Kennisdocument huismus (BIJ12) Kennisdocument gierzwaluw (BIJ12) Kennisdocument steenuil (BIJ12) Kennisdocument Laatvlieger (BIJ12) De steenmarter. KNNV Uitgeverij. Internet: www.sovon.nl www.kadaster.nl Vleermuisprotocol 2021, versie februari 2025
10