CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

B12.3 Bijlage 3 onderbouwing Kempsestraat 1-3 - Bodemonderzoek.pdf

gemeenteraad 30 maart 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 4.1: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G28.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Heb

Kempsestraat 1-3 te Wehl Verkennend bodemonderzoek

Kenmerk: 242080

Rapport

KANTOOR ALMERE Landdrostdreef 124 1314 SK Almere T 036 8200376 KANTOOR GRONINGEN Friesestraatweg 213 A-D 9743 AD Groningen T 0596 633355 KANTOOR HOOGEVEEN Elbe 2 7908 HB Hoogeveen T 0528 373982

project

Verkennend bodemonderzoek

kenmerk 242080

Kempsestraat 1-3-3 Nieuw Wehl versie rapport

auteur controle en vrijgave

versienummer

datum

1.0

10 april 2025

G.A. Vehof (Gerard) B. Dekker

paraaf

opdrachtgever

Familie Roording Kempsestraat 1-3 7031 HE WEHL

contactpersoon

dhr. E. Dokter

monsternemer grond

Dhr. W.B. Aasman (SIKB protocol 2001)

monsternemer grondwater

Dhr. W.B. Aasman (SIKB protocol 2002)

DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodemonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Kempsestraat 1-3 te Nieuw Wehl, in opdracht van Familie Roording. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2025 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest Bodem 2024 Nieuw Wehl_Kempsestraat 1-3_242080_VO We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 2 van 20

Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4

Inleiding ............................................................................................................................................... 4 Aanleiding en doel ...................................................................................................................................... 4 Kwaliteitsborging algemeen ....................................................................................................................... 4 Kwaliteitsborging onderzoek ..................................................................................................................... 4 Normen onderzoeksstrategie ................................................................................................................. 4 Veldwerkzaamheden ............................................................................................................................... 5 Laboratoriumwerkzaamheden ............................................................................................................... 5 Leeswijzer ................................................................................................................................................... 5

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Vooronderzoek (NEN 5725:2023) ........................................................................................................ 6 Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek .......................................................................................... 6 Stap 1; aanleiding vooronderzoek ............................................................................................................. 6 Stap 2; onderzoeksvragen .......................................................................................................................... 6 Samenvatting vooronderzoek .................................................................................................................... 7 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek ................................................................................... 8 Afwijkingen vooronderzoek ....................................................................................................................... 8 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740) ................................................................... 8

3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Veldwerkzaamheden............................................................................................................................ 9 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis) ............................................... 9 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) ....................................................................... 9 Bodemopbouw ......................................................................................................................................... 10 Zintuiglijke waarnemingen ....................................................................................................................... 10 Afwijkingen protocollen ........................................................................................................................... 11 Afwijkingen strategie(ën) ......................................................................................................................... 11

4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Analyseresultaten en bespreking ....................................................................................................... 12 Analysemonsters ...................................................................................................................................... 12 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ............................................................................................. 12 Toetsingen analyseresultaten .................................................................................................................. 12 Milieuhygiënische kwaliteit grond ........................................................................................................... 13 Milieuhygienische kwaliteit grondwater ................................................................................................. 14

5. 5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.2

Samenvatting en conclusies ............................................................................................................... 18 Samenvatting ............................................................................................................................................ 18 Vooronderzoek ...................................................................................................................................... 18 Veldwerkzaamheden ............................................................................................................................. 18 Analyseresultaten .................................................................................................................................. 19 Conclusies en aanbevelingen ................................................................................................................... 19

Bijlagen 1.1 1.2 2 3.1 3.2 4 5 6

Regionale ligging Situatieschets onderzoekslocatie met boorpunten Resultaten vooronderzoek Boorprofielen Grondwatermetingen Analysecertificaten Getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden Analysemethoden

Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 3 van 20

1.

Inleiding

Door Eco Reest Bodem BV is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Kempsestraat 1-3 te Nieuw Wehl. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen. 1.1

Aanleiding en doel

Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande bestemmingswijziging, sloop van vijf stallen en bouw van vier schuurwoningen met bijgebouwen ter plaatse van het onderzoeksterrein. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen). Doel van het asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is. 1.2

Kwaliteitsborging algemeen

Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties en sloopbegeleiding. Eco Reest Bodem BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.

Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest Bodem BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest Bodem onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest Bodem alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen. 1.3

Kwaliteitsborging onderzoek

De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema. In de volgende paragrafen worden de normen en beoordelingsrichtlijnen toegelicht. 1.3.1

Normen onderzoeksstrategie

In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën.

Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 4 van 20

Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen Aspect onderzoek Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek

Toegepaste norm NEN 5725:2023 NEN 5740:2023

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk paragraaf 2.6 “Afwijkingen vooronderzoek” en paragraaf 3.6 “Afwijkingen protocol en strategie(ën)”. 1.3.2

Veldwerkzaamheden

Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest Bodem BV is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988 en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”, SIKB protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” en SIKB protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven in het titelblad. Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in paragraaf 3.5 “Afwijkingen protocollen”. De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://loket.rijkswaterstaat.nl/zoeken/publicatie/erkenningen-zoeken 1.3.3

Laboratoriumwerkzaamheden

De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De asbest analyses zijn uitgevoerd door ACMAA Laboratoria BV te Deurningen, die geaccrediteerd en erkend is door het ministerie van I en W. ACMAA Laboratoria BV is een NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L376. Het certificaat is eveneens bijgevoegd in bijlage 6. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in paragraaf 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”. 1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de basisinformatie weergegeven van het onderzoeksgebied en wordt een samenvatting van de relevante informatie uit het vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 tenslotte is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.

Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 5 van 20

2.

Vooronderzoek (NEN 5725:2023)

Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, voorafgaand aan handelingen in de bodem, partijkeuringen en het opstellen van een bodemkwaliteitskaart. Het doel van het vooronderzoek is om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie, het onderzoeksgebied, de locatie waar een bodembedreigende milieubelastende activiteit plaatsvindt of in de kwaliteit van een partij grond. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven. 2.1

Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek

Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2023 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld. 2.2

Stap 1; aanleiding vooronderzoek

De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven: A: uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie 2.3

Stap 2; onderzoeksvragen

Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld. In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld. Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie Onderzoeksaspecten Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem of bijzondere bestanddelen in grond Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Bodemkwaliteit o.b.v. bodemkwaliteitskaart Bodemkwaliteit o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig

Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D1 D2 E 0 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

✓

✓

✓

✓ ✓ ✓

✓

F

G

H

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

0

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

0 ✓ ✓

0 ✓ ✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 6 van 20

Gebruik en beïnvloeding van Huidig 0* ✓ ✓ ✓ ✓ de locatie, verdachte Toekomst 0 0** 0 situatie, activiteiten, Asbestverdacht? ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ongewoon voorval Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd. 0 Optioneel * Bij eindonderzoek bodem verplicht, bij nulonderzoek bodem optioneel. ** Bij nulonderzoek bodem verplicht, bij eindonderzoek bodem optioneel.

De verzamelde informatie, zoals benoemd in tabel 2.1 is weergegeven in bijlage 2. In paragraaf 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken (delen van de) locatie weergegeven met antwoorden op de in bijlage 2 weergegeven onderzoeksvragen. 2.4

Samenvatting vooronderzoek

Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De onderzoekslocatie ligt aan de Kempsestraat 1-3 in Nieuw Wehl is kadastraal bekend als gemeente Wehl, sectie M, nr. 231 (gedeeltelijk) en heeft een totale oppervlakte van circa 10.000 m2. Uit historisch kaartmateriaal (Topotijdreis.nl) blijkt dat de onderzoekslocatie tot 1970 onbebouwd was. De kaart van 1971 geeft de eerste stal aan, in 1978 zijn voor het eerst drie stallen zichtbaar. Vanaf 1995 zijn vier stallen zichtbaar. vanaf 2003 is de middelste en tevens laatste stal zichtbaar. De kaart van 2011 geeft aan dat de een na noordelijkste stal is uitgebreid richting het westen. Na 2011 is de onderzoekslocatie onveranderd gebleven. Uit informatie van het Bodemloket blijkt dat zuidelijk op het onderzoeksterrein een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd door Verhoeve Milieu B.V. (kenmerk 1153-VO, d.d. 1 -10 – 1996). zintuiglijk zijn sporen puin waargenomen. In de bovengrond zijn licht verhoogde waarden aan PAK gemeten. In de ondergrond zijn licht verhoogde waarden aan trichlooretheen gemeten. In het grondwater zijn de concentraties aan chroom, koper, tolueen, xylenen en ethylbenzeen boven de streefwaarde gemeten. Uit informatie van de gemeente Doetinchem blijkt dat in 1992 vier ondergrondse tanks zijn gesaneerd.

Uit informatie van de opdrachtgever blijkt deze informatie niet geheel te kloppen. Er zou ter plaatse van het woonhuis, buiten het onderzoeksterrein destijds een ondergrondse tank gesaneerd zijn. Ter plaatse tussen de tweede en derde stal vanaf het zuiden gerekend heeft voorheen een bovengrondse tank gestaan. Uit informatie van de asbestdakenkaart Gelderland blijkt dat de daken van de te slopen schuren asbestverdacht zijn. Op beeldmateriaal van Google Streetview is vooralsnog zichtbaar dat de meest zuidelijke stal aan twee kanten afwatert op onverhard terrein. De terreininspectie heeft dit bevestigt, de opdrachtgever heeft aangegeven dat de daken van de drie noordelijke schuren asbestvrij zijn. Tijdens de terreininspectie is het onderzoeksterrein waargenomen als een vijftal stallen met een beton verharding laag. Tussen stal twee en drie, en drie en vier, vanaf het zuiden gerekend, is een klinkerverharding waargenomen. Op twee locaties is een asfaltgranulaat verharding waargenomen, de opdrachtgever heeft het certificaat voor het materiaal aangeleverd (zie bijlage 2). Verder bestaat het perceel uit grasland. Op de bodemkwaliteitskaart (regio Achterhoek) is aan de bodem van de locatie de klasse landbouw/natuur toegekend. De bodem van de locatie bestaat tot circa 3,7 m-mv uit zeer fijn tot zeer grof zand.

De stroming van het grondwater is ter plaatse globaal noordwestelijk gericht. Ter plaatse is op basis van het vooronderzoek geen sprake van bodemvreemde lagen.

Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 7 van 20

Op basis van het totaal aan resultaten van het vooronderzoek (met inbegrip van de terreininspectie) wordt het terreindeel met de drie druppelzones aangemerkt als asbest verdacht, het overig terrein is vooralsnog onverdacht. Ter plaatse is sprake geweest van potentiële bronnen van verontreiniging met chemische parameters, namelijk; zware metalen, PAK en minerale olie ter plaatse van het onderzoeksterrein. Daarnaast is de locatie verdacht voor asbest in de toplaag ter plaatse van de druppelzones van de asbestverdachte daken van de stallen. 2.5

Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek

Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig in relatie tot het doel van het onderzoek, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar. 2.6

Afwijkingen vooronderzoek

Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2023 naar voren gekomen. 2.7

Onderzoekshypothese (NEN 5725) en -strategie (NEN 5740 en 5707)

Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is ter plaatse van (delen van) de in het vooronderzoek beschouwde locatie bodemonderzoek noodzakelijk. In de tabel 2.2 is per te onderzoeken terrein(deel) de onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 2.2 Onderzoekshypothese(n) per terrein(deel) Verontreinigde stof + diepte van voorkomen (Deel)locatie Oppervlakte (m2) Grond Grondwater A: voormalig Minerale olie Minerale olie bovengrondse tank Zware metalen, PAK B: overig terrein Geen en minerale olie C: drie druppelzones Asbest toplaag Geen stallen

Oorzaak/Motivatie

Onderzoeksstrategie

Vm. Bovengrondse tank

NEN 5740: §5.3

Bedrijfsterrein

NEN 5740 §5.6

Onverharde druppelzone

NEN 5707 §7.4

Op basis van het vooronderzoek is het onderzoek met betrekking tot de voormalig bovengrondse tank (deellocatie A) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2023+C1:2024, paragraaf 5.3 (tabel 6). Het betreffende deel van het onderzoeksterrein is beschouwd als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern. Op basis van het vooronderzoek is het onderzoek met betrekking tot het overig terrein (deellocatie B) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2023+C1:2024, paragraaf 5.6 (tabel 11). Het betreffende deel van het onderzoeksterrein is beschouwd als een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. Het asbestonderzoek met betrekking tot de onverharde druppelzone van de asbest-golfplatendaken (deellocatie E) is uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5707:2015/C2: 2017, paragraaf 7.4; “Milieuhygiënisch saneringscriterium”. 2.8

Veiligheidsklasse

Op basis van het vooronderzoek is er analyse gemaakt met betrekking tot de veiligheidsklasse waarbinnen het asbestonderzoek dient te worden uitgevoerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van de CROW P400 “Werken in en met verontreinigde grond en (grond)water”. Deze publicatie wordt door de Arbeidsinspectie beschouwd als “Stand er techniek” betreffende het toepassen van veiligheidsmaatregelen bij werken met (potentieel) verontreinigde grond. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de standaard veiligheidsmaatregelen.

Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 8 van 20

3.

Veldwerkzaamheden

In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie. 3.1

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis)

De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 22 januari en 5 februari 2025 en het grondwater is bemonsterd op 5 februari 2025. A: vm. bovengrondse tank Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 2 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 1 en 2 ) en 1 boringen tot 2,0 m-mv (nrs. 3). Boring 3, gesitueerd centraal ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank, is vervolgens doorgezet tot 3,2 mmv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2-2 -- 3,2 m-mv, grondwaterstand 1.7 m-mv). B: overig terrein Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 18 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 9 t/m 24 en 26, 27 ) en 6 boringen tot 2,0 m-mv (nrs. 4 t/m 8 en 25). Boring 4 , gesitueerd ter plaatse aan de zuidzijde van het terrein, is vervolgens doorgezet tot 3,4 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,4 – 3, 4 m-mv, grondwaterstand 1,9 mmv). Boring 5 , gesitueerd ter plaatse centraal aan de westzijde van het terrein, is vervolgens doorgezet tot 3,0 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,0 – 3,0 m-mv, grondwaterstand 1,5 m-mv). Één voorgenomen boring ter plaatse van het betonpad is gestaakt vanwege stuit op puin.

Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten. In bijlage 3.1 zijn de boorprofielen weergegeven. 3.2

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater)

Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: • Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting; • Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; • De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN 5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. In bijlage 3.2 zijn de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen weergegeven. Op basis van bijlage 3.2 blijkt het geleidingsvermogen voldoende constant te zijn om over te gaan tot bemonstering. Het grondwater uit peilbuis 4 is echter beschouwd als troebel, bij de beoordeling van de analyses dient te worden vastgesteld of dit van invloed is geweest op het resultaat.

Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 9 van 20

3.3

Bodemopbouw

De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie Diepte (m-mv) Omschrijving 0,0 - 0,5 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus 0,5 - 3,4 Zand, matig fijn, zwak siltig Diepst verkende bodemlaag

Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op een diepte van 1,9 m-mv. 3.4

Zintuiglijke waarnemingen

Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden, zoals weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3 Zintuiglijke waarnemingen onderzoekslocatie Meetpunt

Diepte (m-mv)

Einddiepte boring (m-mv)

Zintuiglijke waarneming

Mp. 3

1,0 – 1,5

3,2

Olie-water:zwak

Mp. 3

1,5 – 2,0

3,2

Olie-water:matig

Mp. 3

2,0 – 2,5

3,2

Olie-water matig

Mp. 3

2,5 – 3,2

3,2

Olie-water:zwak

Mp. 5

1,0 – 1,5

3,0

Zwak roest

Mp. 8

1,0 – 1,5

2,0

Zwak roest

Mp. 27

0,2 – 0,7

0,7

Sporen baksteen

Stuitboring

0,0 – 0,3

0,3

Stuit op puin onder het betonpad oostzijde

Sporen/resten/brokjes/laagjes (bijmenging 6/7/8/9): < 1% Zwak (bijmenging 1): 1-5 % Matig (bijmenging 2): 5-15 % Sterk (bijmenging 3): 15-50% Uiterst (bijmenging 4): 50-80% Volledig (bijmenging 5): >80%

Op basis van tabel 3.3 blijkt, dat in het monster van meetpunt 3, ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank, een zwakke tot matige olie-water-reactie is waargenomen. In het monster van meetpunt 27 zijn sporen baksteen waargenomen. In de ondergrond van de boringen 5 en 8 is zwak roest waargenomen. Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat ter plaatse van de boringen niet gegraven gaat worden. Analyse op arseen is derhalve niet aan de orde. Ter plaatse van het betonpad aan de oostzijde is onder het beton de boring gestuit op een puinlaag. De mogelijke puinverhardingslaag is verdacht op asbesthoudend materiaal, derhalve is een asbestonderzoek aan de orde. Met een drietal boringen is geverifieerd of de puinverharding breder voorkomt dan het betonpad. In de boringen direct ten oosten van het pad is echter geen puinverharding waargenomen. Verder zijn er geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is speciaal gelet op asbestverdachte materialen. Deze zijn zintuiglijk, met uitzondering van de stuitboring, niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Tevens is er gelet op het voorkomen van invasieve exotische planten. Hiervan zijn geen kenmerken waargenomen.

De zichtbaarheid van deze planten is echter afhankelijk van het groeiseizoen. Aan deze visuele beoordelingen kunnen geen rechten worden ontleend. Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 10 van 20

De zintuiglijk waargenomen bijmengingen met baksteen zijn conform bijlage A.4 van de NEN5725:2023 beoordeeld als homogeen, en derhalve aan te merken als niet asbestverdacht. 3.5

Afwijkingen protocollen

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen. 3.6

Afwijkingen strategie(ën)

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2023+ C1:2024 naar voren gekomen.

4.

Veldwerkzaamheden asbestonderzoek

In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het asbestonderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie. 4.1

Visuele inspectie maaiveld

Het maaiveld ter plaatse van het onderzoeksterrein is geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal. Deze inspectie heeft plaats gevonden door de toplaag ter plaatse van de druppelzone’s volledig te inspecteren. Vervolgens zijn de locaties waar asbestverdacht materiaal is waargenomen geregistreerd op een veldwerkkaart en bemonsterd. 4.2

Resultaten veldwerkzaamheden

De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 22 januari 2025. De maaiveldinspectie heeft alleen plaatsgevonden ter plaatse van de druppelzones. Daarbij is er ter plaatse van druppelzones geen asbestverdacht materiaal waargenomen

4.3

Monsterneming grond

De bemonstering ter plaatse van druppelzone 1 t/m 3 is uitgevoerd conform paragraaf 7.4 “Milieuhygiënisch saneringscriterium” uit de NEN 5707:2015. Per verdachte toplaag zijn 20 grepen van ten minste 0,5 kg droge stof bemonsterd tot ca. 0,1 m-mv. Per toplaag is één mengmonster samengesteld van minimaal 10 kg ds. Gelet op het feit dat de lagen verdacht zijn voor vezels is het materiaal voorafgaand aan monstername niet gezeefd c.q. uitgeharkt. De monstervoorbehandeling en monstername heeft plaatsgevonden volgens hoofdstuk 9 “Monstervoorbehandeling op locatie” en hoofdstuk 10 “Bepaling van de greepgrootte en monstergrootte” uit de NEN 5707:2015/C2:2017.

4.4

Afwijkingen protocol

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van het geldende SIKB protocol 2018 naar voren gekomen. 4.5

Afwijkingen strategie

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5707:2015/C2: 2017 naar voren gekomen.

Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 11 van 20

5.

Analyseresultaten en bespreking (chemisch onderzoek)

Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek). 5.1

Analysemonsters

In tabel 5.1 zijn de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 5.1 Analysemonsters grond en grondwater Deellocatie

A: vm. bovengrondse tank

B: overig terrein

Deellocatie A: vm. bovengrondse tank B: overig terrein

Grondmonster

Diepte (m-mv)

Motivatie

Analyse

Mp. 1 en 2

0,0 – 0,5

Bovengrond

Minerale olie

Olie-water: matig Olie-water: zwak

Mp. 3

2,0 – 2,5

Minerale olie

Mp. 3

2,5 – 3,0

Mp. 4 ,9, 12 en 13

0,0 – 0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem

Mp. 5, 6, 7 en 18

0,0 – 0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem

Mp. 17, 22, 23 en 25

0,0 – 0,5

Bovengrond

Standaardpakket bodem

Mp. 27

0,2 – 0,7

Sporen baksteen

Standaardpakket bodem

Grondwatermonster

Filterstelling (m-mv)

Motivatie

Analyse

Pb. 3

2,2 – 3,2

Grondwater, bovengrondse tank

Standaardpakket grondwater

Pb. 4

2,4 – 3,4

Grondwater

Standaardpakket grondwater

Pb. 5

2,0 – 3,0

Grondwater

Standaardpakket grondwater

Minerale olie

Het analysepakket “standaardpakket bodem” genoemd in tabel 5.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Het analysepakket “standaardpakket grondwater” bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming. 5.2

Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden

Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters. 5.3

Toetsingen analyseresultaten

Toetsing van de analyseresultaten voor grond vindt plaats aan de hand van de kwaliteitseisen uit bijlage B (tabel 1) van de Regeling bodemkwaliteit (Rbk) en aan de hand van de interventiewaarden bodemkwaliteit uit Bijlage IIa van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 12 van 20

De toetsingswaarden voor grond hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25 %. De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De analyseresultaten voor het grondwater worden getoetst aan de signaleringsparameters voor grondwaterkwaliteit, zoals genoemd in bijlage Vd bij het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), die eveneens in bijlage 5 zijn weergegeven. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toetsuitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 5.2 (grond) en 5.3 (grondwater). Tabel 5.2 Betekenis van de toetsingswaarden grond Kwaliteitseis

Ondergrens van kwaliteitsklasse

Bovengrens van kwaliteitsklasse

Weergave tabellen

Landbouw/natuur

-

Landbouw/natuur

-

Wonen

Landbouw/natuur

Wonen

*

Industrie

Wonen

Industrie

**

Matig verontreinigd

Industrie

Interventiewaarde bodemkwaliteit

***

Sterk verontreinigd

Interventiewaarde bodemkwaliteit

-

****

Tabel 5.3 Betekenis van de toetsingswaarden grondwater Kwaliteitseis Voldoet aan eis goede chemische toestand van een grondwaterlichaam Voldoet niet aan eis goede chemische toestand van een grondwaterlichaam

Ondergrens van kwaliteitsklasse Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering

Bovengrens van kwaliteitsklasse Signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering

Weergave tabellen

-

****

-

Tabel 5.2 en 5.3 zijn de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 5.4 en 5.5. 5.4

Milieuhygiënische kwaliteit grond

In tabel 5.4 zijn de geanalyseerde grondmonsters met toetsing conform tabel 5.2 weergegeven. Tabel 5.4 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing Deellocatie A: vm. bovengrondse tank

B: overig terrein

Grondmonster

Diepte (m-mv)

Motivatie

Analyseresultaten en toetsing

Mp. 1 en 2

0,0 – 0,5

Bovengrond

Mp. 3

2,0 – 2,5

Olie-water: matig

Mp. 3

2,5 – 3,0

Olie-water: zwak

Mp. 4 ,9, 12 en 13

0,0 – 0,5

Bovengrond

Geen > landbouw/natuur of d

Mp. 5, 6, 7 en 18

0,0 – 0,5

Bovengrond

Zink PCB

Mp. 17, 22, 23 en 25

0,0 – 0,5

Bovengrond

Geen > landbouw/natuur of d

Mp. 27

0,2 – 0,7

Sporen baksteen

Zink

Geen minerale olie > landbouw/natuur of d Geen minerale olie > landbouw/natuur of d Geen minerale olie > landbouw/natuur of d

Koper Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 13 van 20

Uit tabel 5.4 blijkt het volgende.

A: vm. bovengrondse tank In het mengmonster van de bovengrond van de meetpunten 1 en 2 is geen minerale olie boven de grens landbouw/natuur en/of detectiegrens gemeten. In de ondergrondmonsters van mp. 3 (2,0 – 2,5 en 2,5 – 3,0 m-mv) is analytisch geen minerale olie boven de achtergrondwaarde en/of detectiegrens gemeten. B: overig terrein In het bovengrondmengmonster van de meetpunten 4, 9, 12 en 13 zijn geen van de onderzochte parameters boven de grens landbouw/natuur en/of detectiegrenzen gemeten. In het bovengrondmengmonster van de meetpunten 5, 6, 7 en 18 zijn licht verhoogde gehalten aan zink en PCB gemeten boven de grens landbouw/natuur. In het bovengrondmengmonster van de meetpunten 17, 22, 23 en 25 zijn geen van de onderzochte parameters boven de grens landbouw/natuur en/of detectiegrenzen gemeten. In het bovengrondmonster van meetpunt 27 zijn licht verhoogde gehalten aan zink en koper gemeten boven de respectievelijke grens van de kwaliteitsklassen landbouw/natuur en wonen. Gelet op de aard en concentratie van de aangetoonde verhogingen in relatie tot de onderzoeksdoelstelling, achten wij een nader grondonderzoek niet van meerwaarde.

5.5

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater

In tabel 5.5 zijn de geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing conform tabel 5.3 weergegeven. Tabel 5.5 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing Deellocatie

Grondwatermonster

Filterstelling (m-mv)

Motivatie

A: vm. bovengrondse tank

Pb. 3

2,2 – 3,2

Grondwater, bovengrondse tank

Pb. 4

2,4 – 3,4

Grondwater

Minerale olie Xylenen naftaleen Barium

Pb. 5

2,0 – 3,0

grondwater

-

B: overig terrein

G.S.S.D. µg/l en toetsing

Uit tabel 5.5 blijkt het volgende. A: vm. bovengrondse tank In het grondwatermonster uit peilbuis 3 zijn licht verhoogde gehalten aan minerale olie, xylenen en naftaleen gemeten ten opzichte van de (voormalige) streefwaarden. De gehalten overschrijden de signaleringsparameter niet waarmee het grondwater voldoet aan de eis goede chemische toestand van een grondwaterlichaam. B: overig terrein In het grondwatermonster uit peilbuis 4 is een licht verhoogd gehalte aan barium gemeten ten opzichte van de (voormalige) streefwaarde. Dit gehalte is waarschijnlijk een gevolg van fluctuerende van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio.

Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 14 van 20

In het grondwatermonster uit puilbuis 5 zijn geen van de onderzochte parameters is verhoogde gehalten gemeten ten opzichte van de (voormalige) streefwaarden en/of detectiegrenzen. Het grondwater uit beide peilbuizen voldoen aan de eis goede chemische toestand van een grondwaterlichaam.

6.

Analyseresultaten en bespreking (asbestonderzoek)

De grondmonsters zijn ter analyse aangeboden aan het laboratorium. 6.1

Analysemonsters

In tabel 6.1 zijn de geanalyseerde monsters weergegeven. Tabel 6.1 Analysemonsters en analyses Monster

Omschrijving / motivatie

Druppelzone 1 Druppelzone 2 Druppelzone 3

Asbestverdachte toplaag Asbestverdachte toplaag Asbestverdachte toplaag

Diepte (m-mv) 0,00 – 0,20 0,00 – 0,20 0,00 – 0,20

Fractie <20 mm <20 mm <20 mm

Hoeveelheid*

Analyse NEN5898 grond NEN5898 grond NEN5898 grond

*droog gewicht

6.2 6.2.1

Analysemethoden en monstervoorbehandeling Analyse asbest in bodem (Volgens NEN5898)

De in het veld samengestelde grond- en puinmonsters zijn in emmers verpakt en aan het laboratorium aangeboden. De monsters zijn vervolgens minimaal 24 uur in een stoof van 105°C gedroogd. Na het drogen is het percentage droge stof berekend en zijn de monsters gezeefd. Het zeven is gebeurd in een speciale zeefkast met afzuiging om geen asbestvezels in de ruimte te krijgen. In de zeefkast staan zeven met de volgende maaswijdtes onder elkaar opgesteld; bovenaan 20 mm, gevolgd door 8 mm, 4 mm, 2 mm, 1 mm en 0,5 mm. Geheel onderop is een opvangbak geplaatst voor het fijne materiaal (<0,5 mm). Na het zeven zijn de zeeffracties (al het materiaal dat op de zeef blijft liggen) > 20 mm, > 8 mm en > 4 mm volledig visueel afgezocht. Asbestverdachte materialen zijn eruit gehaald en ter analyse aangeboden voor microscopie. Van de zeeffractie > 2 mm, > 1 mm en > 0,5 mm zijn verschillende hoeveelheden voor stereomicroscopie aangeboden. Van de zeeffractie > 2 mm wordt 50 % m.b.v. de stereomicroscoop afgezocht, van de zeeffractie > 1 mm 20 % en van de zeeffractie > 0,5 mm wordt 5 % afgezocht. De aangetroffen asbestverdachte materialen uit de verschillende zeeffracties zijn met polarisatiemicroscopie op asbestkenmerken onderzocht.

Als een materiaal asbesthoudend is, is het materiaal gewogen, en het gewichtspercentage van de betreffende asbestsoort op het totale gewicht van het materiaal geschat en wordt de hechtgebondenheid van de asbestvezels bepaald. 6.3

Toetsingskader asbest

In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor in een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg (gewogen), e.e.a. gebaseerd op het integraal beleid beschreven in de beleidsbrief ‘Asbest in bodem, grond en puin(granulaat)’.

Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 15 van 20

6.4

Analyseresultaten en concentraties

De door het laboratorium gemeten concentraties zijn weergegeven in tabel 6.2. Wij merken hierbij op dat de gemeten concentratie serpentijnasbest vermeerderd is met tienmaal de concentratie amfiboolasbest. Tabel 6.2 Analyses en resultaten inspectieputten en druppelzone Monster

DZ1 DZ2 DZ3

Monstersoort

Analyse

Resultaat grond gewogen in mg/kg d.s.

Resultaat mvm gewogen in mg/kg d.s.

Grond <20 mm Materiaal SEM analyse Grond <20 mm Materiaal

NEN 5898 NEN 5896 NEN 5898 NEN 5898 NEN 5896

17 2,2 3200 -

n.w. n.w.

Grond <20 mm

NEN 5898

1400

-

Materiaal

NEN 5896

-

n.w.

Totaal grond en materiaal in mg/kg d.s 19,2 3200 1400

n.a = niet aangetoond n.w = niet waargenomen

Druppelzone 1 In het geanalyseerde monster van de toplaag van de bodem (toplaag 0,0 – 0,2 m-mv) is een gehalte aan asbest aangetoond (17 mg/kg d.s.) dat beneden de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) ligt. Het betreft niet hechtgebonden serpentijn asbest in de fracties 2-4 mm, 1-2 mm en 0,5-1 mm. Van de zeeffractie kleiner dan 0,5 mm is 10 gram kwalitatief beoordeeld en deze bevat asbestverdachte vezels. Vanwege de kwalitatieve aantoning van asbestverdachte vezels in de kleinste fractie is een SEM analyse uitgevoerd voor een kwantificatie van het gehalte asbest in de fijne fractie. Uit de analyse blijkt dat een gehalte aan 2,2 mg/kg aan asbest is waargenomen. Dit ligt beneden de risiconorm van 10 mg/kg. Druppelzone 2 In het geanalyseerde monster van de toplaag van de bodem (Toplaag 0,0 – 0,2 m-mv) is een gehalte aan asbest aangetoond (3200 mg/kg d.s.) dat boven de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) ligt. Het betreft niet hechtgebonden serpentijn asbest in de fracties 2-4 mm, 1-2 mm en 0,5-1 mm. Daarnaast betreft het hechtgebonden serpentijn in de fractie 8 -20 mm en 4-8 mm. Van de zeeffractie kleiner dan 0,5 mm is 10 gram kwalitatief beoordeeld en deze bevat asbestverdachte vezels.

Druppelzone 3 In het geanalyseerde monster van de toplaag van de bodem (Toplaag 0,0 – 0,2 m-mv) is een gehalte aan asbest aangetoond (1400 mg/kg d.s.) dat beneden de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) ligt. Het betreft niet hechtgebonden serpentijn en niet hechtgebonden amfibool asbest in de fracties 2-4 mm, 1-2 mm en 0,5-1 mm. Van de zeeffractie kleiner dan 0,5 mm is 10 gram kwalitatief beoordeeld en deze bevat asbestverdachte vezels.

6.5

Analyse resultaten voor niet reinigbaarheid verklaring druppelzones

De asbestconcentraties zijn gemeten boven de 1000 mg/kg aan niet hechtgebonden asbest. Als gevolg daarvan dient de grond te worden afgevoerd als niet reinigbare grond. Hiervoor moeten de chemische analyse parameters van de partij bekend zijn. Op 25 maart 2025 heeft de bemonstering van de druppelzone 2 en 3 plaatsgevonden. Van de twee monsters is een mengmonster gemaakt en geanalyseerd op volgende parameters: -

Chemische parameters standaard pakket pH zeefkromme Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 16 van 20

Er heeft geen analyse plaatsgevonden op CaCO3. Eurofins analytico heeft aangegeven geen CaCO3 analyse uit te voeren op asbesthoudende grond. de analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 6.3. tabel 6.3. analyseresultaten niet toepasbare grond Deellocatie

Grondmonster

Diepte (m-mv)

Motivatie

Druppelzone 2 en 3

Mp. 101 en 102

0,0 –0,1

Parameters niet reinigbare grond

analyseresultaten Minerale olie; 334 PAK; 2,22

industrie

Uit tabel 6.3. blijk het volgende. In het mengmonster van de toplaag van druppelzone’s 2 en 3 zijn de gehalten aan minerale olie en PAK licht verhoogd gemeten. Het monster voldoet aan klasse industrie. De overige parameters zijn zichtbaar in bijlage 4 en 5. 6.6

Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden

Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden.

Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 17 van 20

7.

Samenvatting en conclusies

De doelstelling van het grondonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk worden de onderzoeksresultaten samengevat en voorts de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien weergegeven. 7.1

Samenvatting

Door Eco Reest Bodem BV is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Kempsestraat 1-3 te Nieuw Wehl. Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande bestemmingswijziging, sloop van vijf stallen en bouw van vier schuurwoningen met bijgebouwen ter plaatse van het onderzoeksterrein. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen). Doel van het asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is. 7.1.1

Vooronderzoek

De onderzoekslocatie ligt aan de Kempsestraat 1-3 in Nieuw Wehl. Op het terrein staan vijf leegstaande varkensstallen. De twee meest zuidelijke stallen bevatten asbesthoudende dakplaten, waarbij drie onverharde druppelzones zijn waargenomen. Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat ter plaatse tussen twee stallen een voormalige bovengrondse tank heeft gestaan. 7.1.2

Veldwerkzaamheden

Uit de veldwerkzaamheden van het chemisch onderzoek blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie opgebouwd is uit matig fijn zand tot 3,4 m-mv. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 1,9 m-mv. Tijdens het veldwerk zijn voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. In meetpunt 3 nabij de voormalige bovengrondse tank zijn zwakke tot matige olie-water reacties waargenomen. Ter plaatse van meetpunt 27 onder het betonpad zijn sporen aan baksteen waargenomen. Ter plaatse van het betonpad, aan de oostzijde van het terrein, is een boring gestaakt op een asbestverdachte puinverharding. Geverifieerd is dat de verhardingslaag zich niet breder dan het betonpad bevindt. De veldwerkzaamheden van het asbestonderzoek hebben bestaan uit een visuele inspectie van het maaiveld en het nemen van 20 grepen per verdachte toplaag van ten minste 0,5 kg tot circa 0,1 m-mv. per toplaag is een mengmonster samengesteld van minimaal 10 kg ds. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen.

Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 18 van 20

7.1.3

Analyseresultaten

Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: A: vm. bovengrondse tank In de (meng)monsters van de boven- of ondergrond is geen minerale olie boven de grens landbouw/natuur en/of detectiegrens gemeten. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan minerale olie, xylenen en naftaleen gemeten. De gehalten overschrijden de signaleringsparameter niet waarmee het grondwater voldoet aan de eis goede chemische toestand van een grondwaterlichaam. B: overig terrein In het bovengrondmengmonster van de meetpunten 5, 6, 7 en 18 zijn licht verhoogde gehalten aan zink en PCB gemeten boven de grens landbouw/natuur. In de andere twee mengmonsters van de bovengrond zijn geen van de onderzochte parameters boven de grens landbouw/natuur en/of detectiegrenzen gemeten. In het bovengrondmonster van meetpunt 27 zijn licht verhoogde gehalten aan zink en koper gemeten boven de respectievelijke grens van de kwaliteitsklassen landbouw/natuur en wonen. In het grondwater van de peilbuizen 4 en 5 zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten gemeten ten opzichte van de (voormalige) streefwaarden en/of detectiegrenzen. Uit de asbestanalyses is het volgende naar voren gekomen: In de toplaag van de druppelzones 2 en 3 zijn gehalten aan asbest gemeten boven de interventiewaarde. Uit de toplaag van druppelzone 1 is het gehalte asbest gemeten onder de interventiewaarde.

Asbest is in het monster van druppelzone 1 wel kwalitatief aangetoond in de kleinste fractie (< 0,5 mm). Uit de SEM analyse blijkt dat 2,2 mg/kg is aangetoond, ruim beneden de risiconorm van 10 mg/kg . 7.2

Conclusies en aanbevelingen

Chemisch onderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bovengrond overschrijdingen van de toetsingswaarden zijn aangetoond. Het doel van het onderzoek, namelijk het verkrijgen van een indruk omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein, is hiermee behaald. Uit de onderzoeksresultaten blijkt namelijk dat plaatselijk lichte verontreinigingen aan zink, PCB en koper zijn gemeten. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming toekomstige woonbestemming van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de toekomstige bestemming van het terrein. Opgemerkt wordt dat dit onderzoek geen partijkeuring betreft in de zin van het Besluit bodemkwaliteit. Wij achten het milieuhygiënisch verantwoord om de grond op de locatie te hergebruiken. Afvoer en hergebruik van grond valt onder de regelgeving van het Besluit bodemkwaliteit.

In het geval van afvoer van grond adviseren wij om vooraf te overleggen over de toepassingsmogelijkheden van de vrijkomende grond met het bevoegd gezag (meestal de gemeente waarin de grond wordt toegepast). Hierbij wordt opgemerkt dat er geen analyses op PFAS zijn uitgevoerd, hetgeen mogelijk noodzakelijk is indien de grond wordt afgevoerd van de locatie.

Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 19 van 20

Asbest onderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten van het asbestonderzoek concluderen wij, dat in de geanalyseerde monsters van de druppelzones 2 en 3 gehalten aan asbest zijn aangetoond boven de interventiewaarde (gehalten >100 mg/kg d.s.). In het geanalyseerde monster van druppelzone 1 is een gehalte aangetoond beneden de interventiewaarde en beneden de risiconorm voor respirabele vezels. De hypothese “verdachte locatie” wordt derhalve, op grond van de resultaten van het huidige asbest-onderzoek met betrekking tot de bodem ter plaatse van de onderzochte druppelzones 1, 2 en 3 bevestigd. Op basis van de onderzoeksresultaten van het asbestonderzoek concluderen wij dat, getoetst aan de normen zoals verwoord in Circulaire Bodemsanering 2013, ter plaatse van de onderzochte terreindelen van de druppelzones 2 en 3 sprake is van een asbestverontreiniging in de bodem. In het kader van de Omgevingswet zal de gemeente met betrekking tot de grond die niet voldoet aan de normen voor de klasse wonen sanerende maatregelen verlangen. Geadviseerd wordt, om de ter plaatse van druppelzone 2 en 3 aangetoonde asbestverontreiniging in de bodem te saneren. Deze asbestsanering dient, in het kader van de Omgevingswet als een Milieu Belastende Activiteit (MBA) te worden gemeld bij het bevoegd gezag (gemeente Doetinchem).

Afhankelijk van het volume van de te ontgraven grond is hierbij tevens mogelijk milieukundige begeleiding noodzakelijk. De betreffende, te saneren (delen van de) grond dienen op basis van de gemeten gehalten aan asbest als Niet Toepasbare grond naar een daartoe erkende verwerker te worden afgevoerd. Stuitboring puinlaag t.p.v. betonpad De puinlaag onder het betonpad dient onderzocht te worden in een nader asbestonderzoek. In overleg met de opdrachtgever is besloten om het onderzoek uit te voeren na de sloopwerkzaamheden van de stallen op de locatie. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek, kunt u contact opnemen met ons bureau.

Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 20 van 20

Bijlage 1

Behoort bij rapport: Kempsestraat 1-3 te Wehl Project: 242080

REGIONALE LIGGING

Bijlage 1.1

vrij

st sbe

dak

A

ak

d vrij est b s A

vml. tank locatie

ak

rij d

tv bes

As

k

t da

es Asb

ak

st d

e Asb

Legenda Boring Diepe boring Peilbuis Onderzoeksterrein Druppelzone 1 Druppelzone 1 Druppelzone 1 Druppelzone 2 Gras/onverhard Beton Asfalt

OPDRACHTGEVER

EDOK-RO ONDERZOEKSLOCATIE

Kempsestraat 1-3 Nieuw Whel TEKENAAR

SCHAAL

AH

1: 1000

AUTHORISATOR

FORMAAT

GV WERKNUMMER

240080

vestigingen in: Hoogeveen Groningen Almere

A3 BIJLAGE

1.2

DATUM

13-03-2025

WIJZ.NR

C0

Bijlage 2

Behoort bij rapport: Kempsestraat 1-3 te Wehl Project: 242080

Bijlage 2 Vooronderzoek NEN 5725:2023 Stap 1 Bepaal de aanleiding voor het vooronderzoek

Aanleiding voor het vooronderzoek A: uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie

Stap 2; te behandelen onderzoeksaspecten per aanleiding Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem of bijzondere bestanddelen in grond Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Bodemkwaliteit o.b.v. bodemkwaliteitskaart Bodemkwaliteit o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?

Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D1 D2 0 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ 0 ✓

✓ ✓ ✓ 0 ✓ 0 0* 0**

✓ ✓ ✓ ✓ ✓

✓ Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd. 0 Optioneel * Bij eindonderzoek bodem verplicht, bij nulonderzoek bodem optioneel. ** Bij nulonderzoek bodem verplicht, bij eindonderzoek bodem optioneel.

✓ ✓

0

✓ ✓ ✓ ✓ ✓

✓ ✓ 0 ✓

✓

✓

E

F

✓ ✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓ ✓ ✓ ✓ 0 ✓

✓ ✓

G

H

✓ 0 ✓ ✓ ✓ ✓

✓ ✓ 0 ✓ ✓ ✓ ✓

✓

✓

✓ ✓

Voor de bovenstaand vermelde mogelijke aanleidingen voor het vooronderzoek zijn onderzoeksvragen opgesteld, die gemotiveerd moeten worden beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek. Op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen kan vervolgens de onderzoekshypothese en -strategie worden bepaald. In de navolgende tabel zijn de onderzoeksvragen weergegeven voor Aanleiding A (opstellen onderzoekshypothese voor bodemonderzoek). De verplichte onderzoeksvragen zijn vetgedrukt weergegeven. Onderzoeksvraag (aanleiding A) Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?

Antwoord en motivatie Adres (x/y-coördinaten): Kadastrale aanduiding:

Kempsestraat 1-3 te Wehl (X:208152 ,Y:441628 ) Gemeente Wehl, sectie M, perceelnr 231 Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 1 van 8

Onderzoeksvraag (aanleiding A)

Eigendomssituatie Rechthebbenden Publiekrechtelijke beperkingen

Bouwjaar bebouwing op locatie (Kadaster BAG)

Historie o.b.v. oude kaarten (Topotijdreis)

Bodemloket

Antwoord en motivatie Te onderzoeken terreindeel (info opdrachtgever): Terrein te slopen stallen en nieuwbouw (ca. 1 ha) Begrenzing onderzoekslocatie aangegeven op: Bijlage 1.2 Afbakening onderzoekslocatie voldoende? JA Dhr. M.T.A. Roording Geen Er zijn geen beperkingen bekend in de gemeentelijke en kadastrale registratie. Zuidelijke stal – 1971 Twee stallen in het midden – 1997 Twee noordelijke stallen – 1980 Woonhuis nr. 1 – 1965 Woonhuis nr. 3 - 1972 De onderzoekslocatie was tot 1970 onbebouwd. De kaart van 1971 geeft de eerste stal aan, in 1978 zijn voor het eerst drie stallen zichtbaar. Vanaf 1995 zijn vier stallen zichtbaar. vanaf 2003 is de middelste en tevens laatste stal zichtbaar. De kaart van 2011 geeft aan dat de een na noordelijkste stal is uitgebreid richting het westen. Na 2011 is de onderzoekslocatie onveranderd gebleven. Verkennend onderzoek, Verhoeve milieu B.V., kenmerk 1153-VO, d.d. 1 -10 – 1996; Zuidelijk op het onderzoeksterrein is een verkennend onderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn zintuiglijk sporen aan puin waargenomen. In de bovengrond zijn licht verhoogde waarden aan PAK gemeten. In de ondergrond zijn licht verhoogde waarden aan trichlooretheen gemeten. In het grondwater zijn de concentraties aan chroom, koper, tolueen, xylenen en ethylbenzeen boven de streefwaarde gemeten.

HBO-tank ondergronds (start: 1992, eind: onbekend) Ter plaatse zouden vier ondergrondse tanks gesaneerd zijn:

Gemeente Doetinchem

Ondergrondse tank – Kempsestraat 1, 3000 L, saneringsdatum: 17-3-1992 ; Ondergrondse tank – Kempsestraat 3, 5000 L, saneringsdatum: 11-2-1992; Ondergrondse tank – Kempsestraat 3, 5000 L, saneringsdatum: 11-2-1992; Ondergrondse tank – Kempsestraat 3, 5000 L, saneringsdatum: 11-2-1992; De vijf stallen worden gesloopt voor de bouw van vier schuurwoningen, twee bijgebouwen en aanleg tuin. De opdrachtgever heeft aangegeven dat de informatie van de gemeente over vier ondergrondse tanks niet klopt.

Informatie opdrachtgever

Terreininspectie Verwachting archeologie (archeologische waarde)

De opdrachtgever geeft aan dat tussen stal 2 en 3 nabij het beton pad in het verleden een ondergrondse tank aanwezig was. Ter plaatse van he woonhuis was wel een ondergrondse tank gesitueerd, deze is in het verleden verwijderd (buiten de onderzoekslocatie). Ter plaatse zijn een vijftal stallen aanwezig met een beton verharding laag. Tussen stal twee en drie, en drie en vier, vanaf het zuiden gerekend, is een klinkerverharding waargenomen. Op twee locaties is een asfaltgranulaat verharding waargenomen, de opdrachtgever heeft het certificaat voor het materiaal aangeleverd (zie verderop). Verder bestaat het perceel uit grasland. Er zijn geen bodembedreigende activiteiten waargenomen. Lage trefkans Kempsestraat 1-3 te Wehl Kenmerk 242080 Pagina 2 van 8

Onderzoeksvraag (aanleiding A) Ontplofbare Oorlogsresten Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? (aangeven op locatieoverzicht) Is de bodem asbestverdacht?

Antwoord en motivatie Geen informatie geregistreerd van de onderzoekslocatie of omgeving. JA Informatiebron Locatie en verdacht aspect

Verdachte parameter Zware metalen, PAK, minerale Opdrachtgever Agrarisch bedrijf olie Ondergrondse tank ? Minerale olie, BTEXN Ja, vanwege het gebruik als boerenerf is er mogelijk sprake van asbest in de bodem. Indien uit het verkennend onderzoek asbestverdacht puin wordt aangetroffen, wordt er een asbestonderzoek uitgevoerd.

Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8376/documents/51895