CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

B12.1 Bijlage 1 onderbouwing Kempsestraat 1-3 - Landschappelijk inpassingsplan.pdf

gemeenteraad 30 maart 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 4.1: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G4.141 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ont wer p i n p a s s i n g s p l a n

K empsestraat 1-3 Wehl

Colofon Opdrachtgever Contactpersoon

Marco Roording Roy Barthen

Opdrachtnemer

Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel

Projectnummer Rapportnummer Auteur Controle Status Publicatiedatum Foto voorblad

5345 2839 G. Huurneman J. Stronks Definitief 09-10-2025 Drone foto (Foto G. Huurneman)

Copyright Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en soorten die staan opgenomen op de Rode Lijsten. Het voorkomen van beschermde en Rode Lijstsoorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Staring Advies accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Staring Advies uitgevoerde onderzoek. Staring Advies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Staring Advies; opdrachtgever vrijwaart Staring Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Netwerk Groene Bureaus Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus, de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus (www.netwerkgroenebureaus.nl).

Het netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk.

Inhoud Inleiding

01

Analyse

Locatie Landschapstype Bodemtype Grondwatertrap GNN GO Historie

02 03 03 04 05 06

Huidige situatie

Foto’s Aanwezige kwaliteiten Potentiële kwaliteiten Bestaande situatie

07 08 08 09

Ontwerp

Landschapsplan Beplantingsplan Beplantingslijst

10 11 12

Beheer

Per element

13

Inleiding 0 1 Deze landschappelijke inpassing is tot stand gekomen op verzoek van de familie Roording. De familie Roording runt een varkensbedrijf aan de Kempsestraat 1-3 in het buitengebied van Wehl. De plannen zijn om met het agrarische bedrijf te stoppen en de stallen te slopen. Het erf krijgt een nieuwe functie: er worden twee geschakelde woningen gebouwd. Deze woningen komen op het bestaande erf, waardoor er in totaal zes wooneenheden op het erf aanwezig zullen zijn. In deze landschappelijke inpassing geven we advies over de plaatsing van de nieuwe woningen, zodat het geheel als één erf wordt ervaren. Met behulp van een landschappelijke analyse bepalen we waar nieuwe landschapselementen kunnen worden aangelegd om de nieuwe bebouwing landschappelijk in te passen.

(bron: https://topotijdreis.nl/)

Analyse 0 2 Locatie Het plangebied bevindt zich aan de Kempsestraat 1 en 3 in het buitengebied van Wehl.

(bron: https://omgevingswet.overheid.nl/)

Plangebied Binnen de rode kadastrale lijn ligt het plangebied.

(bron: https://omgevingswet.overheid.nl/)

Analyse 0 3 Landschapstype De landschapstypekaart van de provincie Gelderland geeft aan dat het noordelijke deel van het plangebied zich bevindt in het broekige kampenontginningslandschap, dat op de kaart in het rood is aangegeven. Het zuidelijke deel van het plangebied ligt in het jonge ontginningslandschap, in een nat-droog zandgebied, en is op de kaart in het geel weergegeven.

(bron: www.gelderland.nl/kaarten-en-cijfers)

Bodemtype De bodem in het plangebied bestaat grotendeels uit een Vlakvaaggrond (Zn23) met lemig fijn zand. Op de kaart is dit aangegeven met een lichtgele kleur. De bebouwing in het plangebied staat voornamelijk op een Vorstvaaggrond (Zb23) met eveneens lemig fijn zand, die op de kaart in het geel is weergegeven. Vaaggronden zijn kalkloze zandgronden zonder minerale eerdlaag.

(bron: www.bodemdata.nl/)

Analyse 0 4 Grondwatertrap De gemiddelde hoogste grondwaterstand aan de oostzijde van het plangebied (het natste deel van het plangebied) ligt op gemiddeld 52 cm onder het maaiveld. De gemiddelde laagste grondwaterstand bevindt zich op deze locatie op gemiddeld 151 cm onder het maaiveld. De bodemkaart deelt de Vlakvaaggronden in bij grondwatertrap 3 en de Vorstvaaggronden bij grondwatertrap 7.

(bron: www.bodemdata.nl/)

(bron: www.bodemdata.nl/)

Analyse 0 5 GNN GO Op de kaart is de Groene Ontwikkelingszone van de provincie Gelderland in het groen weergegeven. In de directe nabijheid is geen gebied aangewezen als onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk. Het nieuw te ontwikkelen erf ligt buiten de Groene Ontwikkelingszone.

(bron: www.arcgis.com/apps/mapviewer.nl/)

Analyse 0 6 Historie Op de historische kaart van 1850 lijkt het erop dat er rond deze tijd nog geen bebouwing aanwezig was in het plangebied. In de omgeving is echter wel bebouwing zichtbaar, te herkennen aan zwarte punten die zich voornamelijk langs de wegen bevinden. Het plangebied bestond destijds uit gras- en bouwland op de drogere delen, terwijl de nattere delen, vooral aan de oost- en zuidzijde, uit bos en woeste gronden bestonden. Op de ingekleurde kaart van 1900 zijn de cultuurgronden duidelijk te herkennen aan de lichte kleuren. Het aanwezige bos is groen weergegeven op de kaart. Rond 1930 is de eerste bebouwing in het plangebied zichtbaar, aangeduid met een rode stip. Het bos aan de oost- en zuidzijde van het plangebied is in deze periode ontgonnen en omgezet in landbouwgrond. De hogere zandkopjes zijn op de kaart te herkennen aan de taludlijnen. Op de kaart van 1970 is te zien dat de bebouwing in het plangebied is toegenomen. Rond deze tijd is voor de oorspronkelijke boerderij een nieuw woonhuis gebouwd, dat nog steeds verbonden is met het originele voorhuis. Dit voorhuis is tegenwoordig herkenbaar als een schuur of bijgebouw. Rond het jaar 2000 bereikte het bedrijf bijna zijn maximale omvang. Tussen 1970 en 2000 werd een extra bedrijfswoning gebouwd en kwamen er meerdere agrarische schuren bij.

In deze periode waren er ook veel houtsingels aanwezig rondom de bebouwing. Tussen 2000 en 2023 zijn de houtsingels rondom de bebouwing gerooid; alleen enkele bomen zijn blijven staan. De ruimtes tussen de bestaande schuren zijn in deze periode verder volgebouwd.

1850

1970

1900

2000

1930

2023

(bron: https://topotijdreis.nl/)

Huidige situatie F o to ’s 0 7

Huidige situatie 0 8 Aanwezige kwaliteiten Buiten het plangebied ligt een houtsingel die eigendom is van Staatsbosbeheer (1). Binnen het plangebied bevinden de landschappelijke kwaliteiten zich voornamelijk rondom de randen van de bebouwing: Een bomenrij die richting het erf leidt (2). Enkele oude zomereiken die in het bouwland staan (3). Een inheemse haag rondom de voortuin (4). Een haag rondom de tweede woning (5). Een rij bestaande uit voornamelijk zomereiken (6).

2

1

3 4

3

6 3

5 6

Potentiële kwaliteiten De nieuw te plaatsen bebouwing wordt gesitueerd binnen dit zoekgebied (1), om de compactheid van het erf te waarborgen. De bestaande bomenrij richting het erf kan worden versterkt wanneer de schuren worden gesloopt (2). Meer kwaliteit kan worden toegevoegd aan de bestaande groenstructuren (3). De lage, natte delen in het plangebied zijn geschikt voor de aanleg van een amfibieënpoel (4).

4 2 3

1 3

4

Huidige situatie Be sta a n d e si tu a ti e 0 9 Legenda Bebouwing: 1.1 woonhuis Kempsestraat 1 1.2 oude boerderij is in gebruik als bijgebouw 1.3 woonhuis Kempsestraat 3 1.4 bijgebouw 1.5 te slopen schuren

2.1 3.7

Erf: 2.1 bestaand inrit naar het erf 2.2 inrit bedrijf 2.3 mestopslag Landschapselementen: 3.1 volwassen zomereiken 3.2 beukenhaag 3.3 laurierhaag 3.4 solitaire Beuk 3.5 laanbomen, voornamelijk zomereiken 3.6 laanbomen van zomereiken 3.7 laan van Beuken overgaand in een enkele bomenrij Landgebruik: 4.1 grasland (extensief) 4.2 bouwland

4.2

2.3 1.5

3.1

1.5

2.2

3.1

1.5 1.1

1.2

1.5

3.2

4.2

3.6 1.5 2.2 4.1 3.6

3.4

3.1

1.3

3.3

1.4

3.5 4.2

Ontwerp L a n d sch a p sp l a n 1 0 Legenda Bebouwing: 1.1 nieuw bijgebouw Kempsestraat 3, één meter achter de voorgevel van de woning 1.2 geschakelde woningen 1.3 bijgebouwen voor de nieuwe woningen

2.1 3.7

5.2

Erf: 2.1 bestaand inrit naar het erf 2.2 parkeren Kempsestraat nr. 1 2.3 parkeren Kempsestraat nr. 3 2.4 parkeren nieuwe woningen Landschapselementen: 3.1 struweelrand met een breedte van 6 meter en het aanplanten van 2 grote Zomereiken 3.2 bestaande beukenhaag uitbreiden 3.3 laurierhaag vervangen voor een beukenhaag 3.4 nieuwe haag op de erfgrens 3.5 bestaande laanbomen handhaven en inplanten van een houtsingel met een breedte van 9,5 meter. 3.6 ontwikkelen struweelrand onder de bestaande laanbomen, met een breedte van 5 meter. 3.7 aanplanten van een klein vogelbosje 3.8 aanplanten/ uitbreiding van de houtsingel 3.9 aanplanten van laanbomen aan de westkant van het oprit 4.0 amfibieënpoel 4.1 hoogstamboomgaard 4.2 solitaire bomen Landgebruik: 5.1 extensief graslandje 5.2 bouwland

3.9

5.1

3.1

3.4

3.8

4.0

1.3

3.4

2.2

4.2

1.2

4.2

3.6

4.2

2.4 4.2

3.2

4.1

3.4 2.3

1.2

3.7

3.3

1.1 1.4 1.3

3.4 3.5 5.2

Ontwerp b e r e ke n i n g ve r h a r d i n g 11 Bestaande situatie Verharding (geel): 1738 m2 Dakoppervlakte (rood): 3300 m2 Totaal: 5038 m2

Nieuwe situatie Verharding (geel): 1521 m2 Dakoppervlakte (rood): 1623 m2 Totaal: 3144 m2

Ontwerp Be p l a n ti n g sp l a n 11 Legenda 1.1 Struweelrand onder de bestaande eiken. In totaal is de struweelrand 6 m. breed en 89 m. lang. De struweelrand is voornamelijk aan de noordzijde van de eiken gelegen. Zodat de kroonprojectie van de Eiken aan de noordkant onder de struweelrand valt. In de struweelrand aanplanten van 2 grote Zomereiken aangevuld met struikachtige beplanting. 1.2 Struweelrand onder de bestaande laanbomen. de struweelrand is 5 m. breed en 94m. lang. De struweelrand verder aanplanten met struikachtige beplanting. 1.3 Bestaande knip/ scheerhaag om de tuin uitbreiden over een lengte van 37 m1. 1.4 De bestaande laurierhaag vervangen door een inheemse haag, en het aanvullen van de haag. Totaal is de haag 142 m1 lang. 1.5 Aanplanten van een knip/ scheerhaag om de nieuwe percelen. De haag heeft een totale lengte van 200m1. 1.6 Aanplanten van een houtsingel tussen de bestaande bomen. Met een breedte van 9,5 m. en met een lengte van 70 m. 1.7 Aanplanten van een vogelbosje, 9 m. breed en 17 m. lang. 1.8 Aanplanten van een houtsingel tussen de bestaande bomen. Met een breedte van 6 m. en over een lengte van 19m. 1.9 Aanplanten van 9 st. laanbomen over een lengte van 55 m. aan de zuidzijde van het inrit. 2.0 Aanleggen van een poel over een oppervlakte van 420 m2.

De ruimte om de poel inrichten als schrale oeverzone die ook langs het struweel en de haag doorloopt naar het inrit. De poel heeft een maximale diepte van 150 cm vanaf het huidige maaiveld. 2.1 Aanleggen van een hoogstamboomgaard bestaand uit 11 st. fruitbomen. En het plaatsen van een nestkast voor de Steenuil (in een bestaande Eik) 2.2 Aanplanten van 2 st. solitaire bomen van de 2e grootte. 2.3 Aanplanten van 2 st. solitaire bomen van de 1e grootte.

1.9

1.5

1.8

1.1 1.3

1.3

1.5

2.0

1.5 2.2

1.5

1.4

2.3 2.3

1.2 1.7

2.1 1.4

2.2

1.4 1.5 1.4

1.5 1.6

Ontwerp Be p l a n ti n g sl i j st 1 2 Landschapselementen 1.1 struweelrand, 6 meter breed, totaal 89 meter lang. De kruidenvegetatie van het struweel spontaan laten ontwikkelen. Met daar tussen 2 st. Zomereiken aanplanten in de maat 18-20 cm (stamomtrek 1 meter boven maaiveld). In de struweelrand totaal 50 planten aanplanten in groepen van 3 tot 5 stuks per groep. Met een plantafstand van 1,5 x 1,5 meter. In de maat 60/100 cm. Soort: 2 st. Quercus robur (Zomereik) maat 18-20. 10 st. Corylus avellana (Hazelaar) 10 st. Crataegus laevigata (Tweestijlige meidoorn) 5 st. Prunus padus (Vogelkers) 5 st. Prunus spinosa (Sleedoorn) 10 st. Rosa canina (Hondsroos) 5 st. Salix cinerea (Kraakwilg) 5 st. Sorbus aucuparia (Wilde lijsterbes) 1.2 struweelrand, 5 meter breed, totaal 94 meter lang. De kruidenvegetatie van het struweel spontaan laten ontwikkelen. In de struweelrand totaal 50 planten aanplanten in groepen van 3 tot 5 stuks per groep. Met een plantafstand van 1,5 x 1,5 meter. In de maat 60/100 cm. Soort: 5 st. Corylus avellana (Hazelaar) 10 st. Crataegus laevigata (Tweestijlige meidoorn) 5 st. Prunus padus (Vogelkers) 5 st. Prunus spinosa (Sleedoorn) 15 st. Rosa canina (Hondsroos) 5 st. Salix cinerea (Kraakwilg) 5 st. Sorbus aucuparia (Wilde lijsterbes)

1.3 knip/ scheerhaag, Over een lengte van 37 meter. 5 planten per meter aangeplant op een rij. Totaal 185 st. planten in de maat 100/125 cm. Soort: 185 st. Fagus sylvatica (Beuk) 1.4 knip/ scheerhaag, Over een lengte van 142 meter. 5 planten per meter aangeplant op een rij. De soorten gemengd door elkaar. Totaal 710 st. planten in de maat 100/125 cm. Soort: 200 st. Acer campestre (Spaanse aak) 200 st. Carpinus betulus (Haagbeuk) 110 st. Fagus sylvatica (Beuk) 200 st. Ligustrum vulgare (Gewone Liguster) 1.5 knip/ scheerhaag, Over een lengte van 200 meter. 5 planten per meter aangeplant op een rij. De soorten gemengd door elkaar. Totaal 860 st. planten in de maat 100/125 cm. Soort: 220 st. Acer campestre (Spaanse aak) 300 st. Carpinus betulus (Haagbeuk) 120 st. Fagus sylvatica (Beuk) 220 st. Ligustrum vulgare (Gewone Liguster)

1.6 houtsingel, Over een lengte van 70 meter met een breedte van 9,5 meter. Totaal 6 rijen, de planten in groepen aanplanten van 3 tot 5 stuks per groep. Met een plantafstand van 1,5 x 1,5 meter. Totaal 280 st. bosplantsoen in de maat 100/125 cm. Soort: 35 st. Acer campestre (Veldesdoorn) 15 st. Betula pendula (Ruwe berk) 15 st. Betula pubescens (Zachte berk) 20 st. Corylus avellana (Hazelaar) 20 st. Lonicera periclymenum (Wilde kamper foelie) Aanplanten aan de zuid- en west-kant van de singel, per stuk aanplanten en niet in groepen. 30 st. Quercus robur (Zomereik) 30 st. Rhamnus frangula (Vuilboom) 25 st. Rosa canina (Hondsroos) 25 st. Salix aurita (Geoorde wilg) 20 st. Sambucus nigra (Gewone vlier) 25 st. Sorbus aucuparia (Wilde lijsterbes) 20 st. Ulmus laevis (Fladderiep) 1.7 houtsingel, Over een lengte van 17 meter met een breedte van 9 meter. Totaal 6 rijen, de planten in groepen aanplanten van 3 tot 5 stuks per groep. Met een plantafstand van 1,5 x 1,5 meter. Totaal 70 st. bosplantsoen in de maat 100/125 cm. Soort: 5 st. Acer campestre (Veldesdoorn) 5 st. Betula pendula (Ruwe berk) 10 st. Corylus avellana (Hazelaar) 5 st. Quercus robur (Zomereik) 10 st. Rhamnus frangula (Vuilboom) 5 st. Rosa canina (Hondsroos) 10 st. Salix aurita (Geoorde wilg) 5 st. Sambucus nigra (Gewone vlier) 10 st. Sorbus aucuparia (Wilde lijsterbes) 5 st. Ulmus laevis (Fladderiep)

Ontwerp Be p l a n ti n g sl i j st 1 3 1.8 houtsingel, Over een lengte van 19 meter met een breedte van 6 meter. Totaal 4 rijen, de planten in groepen aanplanten van 3 tot 5 stuks per groep. Met een plantafstand van 1,5 x 1,5 meter. Totaal 50 st. bosplantsoen in de maat 100/125 cm. Soort: 5 st. Acer campestre (Veldesdoorn) 5 st. Betula pendula (Ruwe berk) 5 st. Corylus avellana (Hazelaar) 10 st. Rhamnus frangula (Vuilboom) 5 st. Rosa canina (Hondsroos) 5 st. Salix aurita (Geoorde wilg) 5 st. Sambucus nigra (Gewone vlier) 5 st. Sorbus aucuparia (Wilde lijsterbes) 5 st. Ulmus laevis (Fladderiep) 1.9 bomenlaan Over een lengte van 55 meter. aanplanten van 9 st. laanbomen. De laanbomen staan in kruisverband met de bestaande bomen. Aanplanten in de maat 10-12 cm (stamomtrek 1 meter boven maaiveld). Soort: 9 st. Fagus sylvatica (Beuk) 2.0 poel, Over een oppervlakte van 420 m2. Met een maximale diepte van 150 cm vanaf het maaiveld. De noordzijde van de poel heeft helling van het talud van minimaal 1:7 en aan de zuidzijde is het talud minimaal 1:3. De zone om de poel verschalen door de bestaande bouwvoor voor 30 cm te verwijderen.

2.1 hoogstamboomgaard, Met een onderlinge afstand van 6 tot 8 meter uitelkaar. Totaal 11 st. hoogstam fruitbomen in de maat 10-12 cm (stamomtrek 1 meter boven maaiveld). Bij voorkeur oude rassen gebruiken. Soort: 3 st. Malus domestica (Appel) 3 st. Pyrus communis (Peer) 2 st. Prunus avium (Kers) 3 st. Prunus domestica (Pruim) 1 st. Nestkast Steenuil. 2.2 solitaire boom van 2e grootte, Totaal 2 st. laanbomen in de maat 20-25 cm (stamomtrek 1 meter boven maaiveld). Soort: 2 st. Acer campestre (Veldesdoorn) 2.2 solitaire boom van 1e grootte, Totaal 2 st. laanbomen in de maat 20-25 cm (stamomtrek 1 meter boven maaiveld). Soort: 1 st. Tilia cordata (Winterlinde) 1 st. Castanea sativa (Tamme kastanje) principe uitwerking, doorsnede van de poel

Beheer Pe r e l e m e n t 1 3 Houtsingel:

Knip-/ scheerhaag:

Hoogstam fruitboomgaard:

Doelstellingen - Nest-, schuil-, en voedselgelegenheid voor vogels, zoogdieren, vlinders, amfibieën en reptielen. - Verbindingswegen voor zoogdieren, vlinders, amfibieën en reptielen. - Bijdrage aan een aantrekkelijk landschap. - Instandhouding van cultuurhistorische waarde. - Het leveren van brandstof (hout oogst d.m.v. beheer).

Doelstellingen - Nest-, schuil-, en voedselgelegenheid voor vogels en vlinders. - Instandhouding van cultuurhistorische waarde om het erf.

Doelstellingen - Nest-, en voedselgelegenheid voor vogels, zoogdieren, vlinders, amfibieën en reptielen. - Bijdrage aan een aantrekkelijk erf/ landschap. - Hoogstamfruitbomen is het leefgebied van vele soorten insecten. En is ook geliefd bij veel vogels -zoals de ringmus, spreeuw, merel en grote lijster. - Oude holle bomen bieden broedplaatsen aan voor steenuilen, kleine vogels zoals de gekraagde roodstaart en bonte vliegenvanger. Ook kan er voor deze soorten een nestkast opgehangen worden.

Beheer: Minimaal 70% van de oppervlakte beheren als hakhout. Hakhoutbeheer is een traditionele methode voor het beheren van bomen en struiken. Dit houdt in dat de bomen en struiken om de 6 tot 12 jaar tot ongeveer 20-25 centimeter boven de grond worden afgezaagd. Dit resulteert in stobben of stoven, die in de daaropvolgende seizoenen weer opnieuw uitlopen. Het afzetten van het element en overige snoeiwerkzaamheden vinden alleen plaats in de periode tussen 1 oktober en 1 maart i.v.m. verstoring van de fauna. Het vrijkomende snoeiafval verwijderen uit het element of u legt snoeiafval op rillen, mits dat de ondergroei en/of het uitlopen van de stobben niet schaadt, de rillen maximaal 0,5 meter hoog zijn en dat niet meer dan 10% van de oppervlakte van het element bedekt is met rillen; Als u het snoeiafval versnippert, voert u de snippers af.

Beheer: U knipt of scheert de heg jaarlijks éénmaal aan alle zijden van de heg. Onderhoudswerkzaamheden vinden alleen plaats in de periode tussen 15 juli en 15 maart (buiten het broedseizoen) Na het knippen of scheren heeft de heg een hoogte van minimaal 0,8 meter en maximaal 1,5 meter. Als het snoeiafval versnippert gaat worden, dan de snippers afvoeren en niet in het element verwerken.

Beheer: Een belangrijk onderdeel van de boomgaard is de onderbegroeiing. Een kruidenrijke vegetatie zorgt voor insecten waar diverse vogels op afkomen. Bij beweiding ontstaat een wat pollige structuur in het grasland waar muizen zich thuis voelen: een belangrijk onderdeel van het steenuilen menu. Ook trekken de aanwezige mestflatten kevers en andere insecten aan waar de steenuil van profiteert. De onderbegroeiing beheren tot een kruidenrijke vegetatie en geen gazon. Het snoeien van de appel of perenbomen ten minste eenmaal per 2 jaar. Voor andere soorten geldt alleen vorm- of onderhoudssnoei indien nodig. De snoeiwerkzaamheden vinden alleen plaats in de periode tussen 15 juli en 15 maart. Het vrijkomende snoei- en maaiafval verwijderen uit het element. Als u het snoeiafval versnippert, voert u de snippers af. Laat je de boomgaard jaarlijks beweiden of maai de onderbegroeiing na 1 juni waarbij u het maaisel afvoert. Het heeft de voorkeur bij iedere maaibeurt een deel van de vegetatie te laten staan.

Beheer Pe r e l e m e n t 1 4 Schraalzone/ hooiland om poel:

Bomen laan en solitaire bomen:

Struweelrand:

Doelstellingen - Nest-, schuil-, en voedselgelegenheid voor vogels, zoogdieren, vlinders, amfibieën en reptielen. - Verbindingswegen voor zoogdieren, vlinders, amfibieën en reptielen. - Bijdrage aan een aantrekkelijk landschap. - Instandhouding van cultuurhistorische waarde. - Diversiteit aan inheemse kruidenvegetatie.

Doelstellingen - Nest-, schuil-, uitkijk-, en voedselgelegenheid voor vogels. - Verbindingswegen voor vleermuizen en vlinders. - Bijdrage aan een aantrekkelijk landschap. - Beschutting creëren.

Doelstellingen - Nest-, schuil-, en voedselgelegenheid voor vogels, zoals de grasmus, patrijs, grauwe klauwier en geelgors. En voor kleine zoogdieren zoals de bunzing. - Verbindingswegen voor zoogdieren, vlinders, amfibieën en reptielen. - Bijdrage aan een aantrekkelijk landschap.

Beheer: Maaien van het grasland jaarlijks over een oppervlakte van maximaal voor 90% minimaal één keer voor 1 oktober en voert het maaisel af, waarbij u de schralere/ meer kruidenrijke stukken laat staan. Bij een eventuele 2e snede maait u dat deel mee en laat een ander deel (10%) staan. Het perceel gaat voor het grootste deel kort de winter in. Bloten en klepelen is niet wenselijk. Ook is beweiding van 1 maart tot 1 augustus niet wenselijk. Na 1 augustus mag er nabeweid worden, dan wordt er wel geadviseerd met een maximale veebezetting van 2 GVE/ha. Bemesting met kunstmest en drijfmest en/of het opbrengen van bagger is niet wenselijk.

Beheer: Het snoeien van de bomen ten minste eenmaal per 5 jaar als onderhoudssnoei. De snoeiwerkzaamheden vinden alleen plaats in de periode tussen 15 juli en 15 maart. Het vrijkomende snoei- en maaiafval verwijderen uit het element. Als u het snoeiafval versnippert, voert u de snippers af

Beheer: Jaarlijks maximaal 30 % van de ruigte maaien Maai niet 2 jaar achter elkaar hetzelfde deel van het element. Maaien is niet toegestaan in de periode tussen 15 maart en 15 juli. Het afvoeren van het maaisel, wanneer gesnoeid wordt, dan voort u het snoeiafval af, of pakt het op takkenrillen. Bloten, klepelen en beweiding is niet wenselijk. Bemesting en/of het opbrengen van bagger of slootmaaisel is niet wenselijk.

Beheer Pe r e l e m e n t 1 5 Poel:

Hakhoutbosje en Vogelbosje:

Doelstellingen - Voortplantingsplek voor dieren, voornamelijk amfibieën, libellen en andere insecten. - Voedsel-, drink-, en badplek voor (weide)vogels en zoogdieren, zoals de vleermuis. - Diversiteit aan inheemse watervegetatie. - Behoud van aardkundige en/ of cultuurhistorische waarde. - Drinkplek voor vee, maar ook voor Reeën. - Waterbuffering.

Doelstellingen - Nest-, schuil-, en voedselgelegenheid voor vogels, zoogdieren, vlinders, amfibieën en reptielen. - Verbindingswegen voor zoogdieren, vlinders, amfibieën en reptielen. - Bijdrage aan een aantrekkelijk landschap. - Instandhouding van cultuurhistorische waarde. - Het leveren van brandstof (hout oogst d.m.v. beheer).

Beheer: Minimaal de helft van het natte oppervlakte van de poel bestaat in de periode 15 maart tot 15 juni uit open water. Een incidentele droogval (eens in de 7 jaar) is toegestaan in de periode 15 juni tot 15 november. De werkzaamheden in de poel vinden plaats in de periode tussen 15 augustus en 15 oktober. Maai de vegetatie op de oever en verwijdert of snoeit een eventueel teveel aan bomen en struiken op de oever. Hierbij maait u maximaal 2/3 van de oeverbegroeiing per jaar. Maximaal 75% van het oppervlak van de poel wordt per keer geschoond. Bij gebruik van het element als veedrinkplaats voorkom dat de oevers worden vertrapt door minimaal de helft van de oeverlengte uit te rasteren. Wenselijk is om geen gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in en rond het element te gebruiken. Ook het uitzetten van vissen of andere dieren (zoals eenden en ganzen) zijn niet wenselijk in en rond het element.

Beheer: Minste 70% van de oppervlakte beheren als hakhout. Hakhoutbeheer is een traditionele methode voor het beheren van bomen en struiken. Dit houdt in dat de bomen en struiken om de 6 tot 12 jaar tot ongeveer 20-25 centimeter boven de grond worden afgezaagd. Dit resulteert in stobben of stoven, die in de daaropvolgende seizoenen weer opnieuw uitlopen. Het afzetten van het element en overige snoeiwerkzaamheden vinden alleen plaats in de periode tussen 1 oktober en 1 maart i.v.m. verstoring van de fauna. Het vrijkomende snoeiafval verwijderen uit het element of u legt snoeiafval op rillen, mits dat de ondergroei en/of het uitlopen van de stobben niet schaadt, de rillen maximaal 0,5 meter hoog zijn en dat niet meer dan 10% van de oppervlakte van het element bedekt is met rillen; Als u het snoeiafval versnippert, voert u de snippers af.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8376/documents/51893