B12.06 Bijlage 6 onderbouwing - Quickscan natuuronderzoek
Tekst van het document
Aan de hand van de hierdoor verkregen gegevens , aangevuld met literatuuronderzoek , is een goed beeld ontstaan van de waarde van het plangebied en de directe omgeving voor beschermde plant- en diersoorten. Flora Natuurlijke groeiplaatsen van beschermde plantensoorten ontbreken binnen het plangebied. Hierdoor is geen schade aan beschermde soorten te verwachten en is nader onderzoek of een omgevingsvergunning niet noodzakelijk. Vogels Door de voorgenomen activiteiten zijn geen negatieven effecten te verwachten op soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1). Hierdoor is geen nader onderzoek naar deze soorten noodzakelijk. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen starten of worden uitgevoerd (globaal genomen maart-augustus) , kunnen tevens maatregelen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat door de werkzaamheden broedvogels worden verstoord. Dit dient door een ecoloog te worden beoordeeld. Grondgebonden zoogdieren Door de voorgenomen werkzaamheden zijn negatieve effecten op kleine marterachtigen niet op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is noodzakelijk voor deze soort(groep)en. Vleermuizen Binnen het plangebied zijn geen geschikte , potentiële verblijfplaatsen , vliegroutes of foerageergebieden aanwezig. Voor vleermuizen is geen nader onderzoek , vergunningsaanvraag of het treffen van maatregelen noodzakelijk.
Herpetofauna en vissen Ten aanzien van herpetofauna en vissen zijn geen vervolgstappen , zoals aanvullend onderzoek , vergunningsaanvraag of het treffen van specifieke maatregelen noodzakelijk. Ongewervelden Beschermde of Rode Lijstsoorten ongewervelden worden niet verwacht. Voor de groep ongewervelden is geen nader onderzoek , vergunningsaanvraag of het treffen van maatregelen noodzakelijk. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of Natuur Netwerk Nederland (NNN). Door de ligging buiten het NNN , leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties doordat de bescherming van het NNN in Gelderland geen externe werking kent. Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie zijn op voorhand uit te sluiten. Het uitvoeren van een AERIUS-berekening is niet noodzakelijk. Negatieve effecten op overige beschermde natuurgebieden en landschappen zijn eveneens niet aan de orde. 21 Ecochore Natuurtechniek Houtopstanden Aangezien het plangebied binnen de bebouwde kom van Gaanderen bevindt is geen nadere afweging en aanzien van bescherming van houtopstanden noodzakelijk. Gezien het bovenstaande is aanvullend onderzoek in het kader van de Omgevingswet noodzakelijk voor: • Bunzing , hermelijn en wezel Voor algemene broedvogels is het treffen van specifieke maatregelen in het kader van de Omgevingswet noodzakelijk.
Negatieve effecten op beschermde natuurgebieden en landschappen zijn niet aan de orde. Ecochore Natuurtechniek 22 Quickscan | natuuronderzoek | Hamminkstraat | Gaanderen | BatenBrink GERAADPLEEGDE | BRONNEN Literatuur Bekker | J.P , P. Twisk | & | A. Diepenbeek | (2010). | Veldgids | Europese | zoogdieren. | KNNV | uitgeverij. BIJ12 | (2017). | Kennisdocument | gewone | dwergvleermuis | Pipistrellus | pipistrellus. | Opgehaald | van https://www. | bij12. nl/assets/BIJ12-2017-004- | Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-1. | 0. pdf. BIJ12. | (2017 | , | juli). | Kennisdocument | Gierzwaluw | Apus | apus. | Geraadpleegd | van https://www. | bij12. nl/wp-content/uploads/2023/11/Kennisdocument-Gierzwaluw. | pdf. BIJ12. | (2023). | Kennisdocument | Huismus | Passer | domesticus. | Geraadpleegd | van https://www. | bij12. nl/wp-content/uploads/2023/11/Kennisdocument-Huismus. | pdf. E. J. Weeda | et al. (2003). | Nederlandse | Ecologische | Flora | – Wilde | planten | en | hun | relaties. | KNNV uitgeverij. H. Limpens | et al. (1997). | Atlas | van | de Nederlandse | Vleermuizen | – Onderzoek | naar | verspreiding | en ecologie | ; KNNV-uitgeverij. Sparrius | , L.B. , Odé | , B. & Beringen | , R. (2013) | Basisrapport | voor | de | Rode | Lijst Vaatplanten | 2012. FLORON-rapport | 57. FLORON | , Nijmegen. Internetbronnen Gebiedsanalyse | NNN | (www. | gelderland.
| nl) Natura | 2000 | gebieden | (http://www. | synbiosys. | alterra. | nl/natura2000) NDFF | , nationale | databank | flora en fauna | (www. | ndff. nl) Ministerie | van | EZ | (http://mineleni. | nederlandsesoorten. | nl) RAVON | , website | met | soortinformatie | over | reptielen | , amfibieën | en vissen | (www. | ravon. | nl) Ecochore | Natuurtechniek | 23 BIJLAGEN Bijlage 1: Impressie plangebied Bijlage 2: Toelichting Omgevingswet Bijlage 3: Natuurwetgeving en doelen Natura 2000 Ecochore Natuurtechniek 24 Quickscan natuuronderzoek Hamminkstraat Gaanderen BatenBrink BIJLAGE 1 - IMPRESSIE PLANGEBIED 1 3 5 2 4 6 25 Ecochore Natuurtechniek BIJLAGE 2 – TOELICHTING OMGEVINGSWET Omgevingswet AFDELING 2. 6 BIJZONDERE TAKEN EN BEVOEGDHEDEN § 2. 6. 3 Bijzondere bevoegdheden natuur en landschap Artikel 2. 44 (aanwijzing natuurgebieden en landschappen) 1. Onze Minister voor Natuur en Stikstof wijst ter uitvoering van de vogelrichtlijn of de habitatrichtlijn Natura 2000-gebieden aan en stelt daarbij instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden vast. 2. Onze Minister voor Natuur en Stikstof kan ter uitvoering van de vogelrichtlijn of de habitatrichtlijn bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen en instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden vaststellen. 3. Onze Minister voor Natuur en Stikstof kan nationale parken aanwijzen. 4.
Bij omgevingsverordening worden de gebieden aangewezen die behoren tot het natuurnetwerk Nederland. 5. Bij omgevingsverordening kunnen gebieden , met uitzondering van Natura 2000- gebieden of gebieden als bedoeld in het vierde lid , worden aangewezen als bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. AFDELING 5. 1 DE OMGEVINGSVERGUNNING § 5. 1. 1 Verbodsbepalingen Artikel 5. 1 (omgevingsvergunningplichtige activiteiten wet) (In de Wet natuurbescherming artikel 2. 7) 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. een afwijkomgevingsplanactiviteit , b. een rijksmonumentenactiviteit , een ontgrondingsactiviteit , c. d. een stortingsactiviteit op zee , e. een Natura 2000-activiteit , f. g. een jachtgeweeractiviteit , een valkeniersactiviteit , tenzij het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. 2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. een bouwactiviteit , b. een milieubelastende activiteit , een lozingsactiviteit op: 1°. een oppervlaktewaterlichaam , 2°. een zuiveringtechnisch werk , d. een wateronttrekkingsactiviteit , e. een mijnbouwlocatieactiviteit , f. c. een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot: 1°. een weg , 2°. een waterstaatswerk , 3°. een luchthaven , 4°. een hoofdspoorweg , lokale spoorweg of bijzondere spoorweg , 5°.
een installatie in een waterstaatswerk , een flora- en fauna-activiteit , voor zover het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. g. Ecochore Natuurtechniek 26 Quickscan natuuronderzoek Hamminkstraat Gaanderen BatenBrink § 5. 1. 2 Reikwijdte aanvraag omgevingsvergunning en aanwijzing bevoegd gezag Artikel 5. 7 (aanvraag los of gelijktijdig) 1. Een aanvraag om een omgevingsvergunning kan naar keuze van de aanvrager op een of meer activiteiten betrekking hebben. 2. Met het oog op een doelmatig waterbeheer wordt een omgevingsvergunning voor wateractiviteiten , in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen , los aangevraagd van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten als bedoeld in de artikelen 5. 1 en 5. 4. 3. Een omgevingsvergunning voor een activiteit waarbij de locatie van ondergeschikt belang is , wordt , in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen , los aangevraagd van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten. 4. Een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit en een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit , met uitzondering van een als wateractiviteit aan te merken beperkingengebiedactiviteit , worden gelijktijdig aangevraagd als: die activiteiten betrekking hebben op dezelfde ippc-installatie , of a. b. op die activiteiten de Seveso-richtlijn van toepassing is. 5.
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op aanvragen om wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning. Besluit kwaliteit leefomgeving AFDELING 7. 3 INSTRUCTIEREGELS MET HET OOG OP NATUURBESCHERMING § 7. 3. 1 Natuurnetwerk Nederland Artikel 7. 6 (aanwijzing en begrenzing natuurnetwerk Nederland) 1. Bij omgevingsverordening worden de gebieden die het natuurnetwerk Nederland , bedoeld in artikel 2.44 , vierde lid , van de wet , vormen , aangewezen en wordt de geometrische begrenzing daarvan vastgelegd. 2. De militaire terreinen OT De Haar , OT De Vlasakkers , OT Havelte West , OT Leusderheide , OT Marnewaard en OT Oirschotse Heide , genoemd in bijlage XIV , onder A , waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd , maken geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland. Artikel 7. 8 (beschermingsregime) 1. Bij omgevingsverordening worden in het belang van de bescherming , instandhouding , verbetering en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk Nederland regels gesteld over: regels in omgevingsplannen als bedoeld in artikel 4.2 , eerste lid , van de wet ; en a. b. projectbesluiten als bedoeld in artikel 2.23 , eerste lid , aanhef en onder a , onder 4° , van de wet. 2.
De regels verzekeren in ieder geval dat de kwaliteit en oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland niet achteruitgaan , dat de samenhang tussen de gebieden van het natuurnetwerk wordt behouden en dat , als binnen het natuurnetwerk activiteiten worden toegelaten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken of waarden van het natuurnetwerk , deze gevolgen tijdig worden gecompenseerd , zodanig dat de kwaliteit , oppervlakte en samenhang van het natuurnetwerk behouden blijven. 3. Over militaire terreinen en terreinen met een militair object als bedoeld in artikel 5.150 , eerste lid , binnen het natuurnetwerk Nederland worden bij omgevingsverordening alleen regels gesteld 27 Ecochore Natuurtechniek die verzekeren dat tijdige compensatie plaatsvindt van de nadelige gevolgen voor het natuurnetwerk door terreinverharding en bouwactiviteiten op die terreinen. Besluit activiteiten leefomgeving AFDELING 11. 1 ACTIVITEITEN MET MOGELIJKE GEVOLGEN VOOR NATURA 2000-GEBIEDEN OF BIJZONDERE NATIONALE NATUURGEBIEDEN § 11. 1. 1 Algemeen Artikel 11. 6 (specifieke zorgplicht) 1. Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 11.1 , eerste lid , verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor het belang , bedoeld in artikel 11.2 , is verplicht: a. a.
alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen ; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken ; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 2. De plicht , bedoeld in het eerste lid , houdt in ieder geval in dat: a. voorafgaand aan het verrichten van activiteiten in , of in de directe nabijheid van een Natura 2000- gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kennis wordt genomen van de informatie in het aanwijzingsbesluit van het gebied over de leefgebieden voor vogelsoorten , natuurlijke habitats en habitats van soorten waarvoor het gebied is aangewezen en de daarvoor geldende instandhoudingsdoelstellingen ; b. wordt nagegaan of op voorhand op grond van objectieve gegevens verslechterende of significant verstorende gevolgen kunnen worden uitgesloten ; c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor de leefgebieden , natuurlijke habitats en habitats van soorten , gelet op de instandhoudingsdoelstellingen ; d.
alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om verslechterende of significant verstorende gevolgen , gelet op de instandhoudingsdoelstellingen , voor het betrokken gebied te voorkomen ; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben ; en het verrichten van de activiteit wordt gestaakt , of , als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is , passende herstelmaatregelen worden getroffen als zich , ondanks de getroffen maatregelen , verslechterende of significant verstorende gevolgen voordoen voor de leefgebieden , natuurlijke habitats of habitats van soorten waarvoor het gebied is aangewezen. f. Ecochore Natuurtechniek 28 Quickscan | natuuronderzoek | Hamminkstraat | Gaanderen | BatenBrink AFDELING | 11. | 2 ACTIVITEITEN | MET | BETREKKING | TOT | DIEREN | OF | PLANTEN | IN HET | WILD § 11. 2. 1 | Algemeen Artikel | 11. | 27 | (specifieke | zorgplicht) 1. Degene | die | een | flora- | en | fauna-activiteit | of | een | activiteit | als | bedoeld | in | artikel | 11.22 | , eerste | lid , onder | b tot | en | met | g , verricht | en | weet | of | redelijkerwijs | kan | vermoeden | dat | die | activiteit | nadelige gevolgen | kan | hebben | voor | de | belangen | , bedoeld | in artikel | 11.23 | , is verplicht: a.
| alle | maatregelen | te | nemen | die | redelijkerwijs | van | diegene | kunnen | worden | gevraagd | om die | gevolgen | te | voorkomen | ; b. | voor | zover | die | gevolgen | niet | kunnen | worden | voorkomen: | die | gevolgen | zoveel | mogelijk | te beperken | of | ongedaan | te maken | ; en c. | als | die | gevolgen | onvoldoende | kunnen | worden | beperkt: | die | activiteit | achterwege | te | laten voor | zover | dat | redelijkerwijs | van | diegene | kan | worden | gevraagd. 2. Voor | flora- | en | fauna-activiteiten | houdt | deze | plicht | in ieder | geval | in dat: a. | voorafgaand | aan | het | verrichten | van | de | activiteit | wordt | nagegaan | of | er | aanwijzingen | zijn van | de | aanwezigheid | op | de | locatie | waar | de | activiteit | wordt | verricht | of | in | de | directe nabijheid | van | die | locatie | van: 1˚. | van | nature | in Nederland | in het | wild | levende | vogels | van | soorten | , genoemd | in | bijlage | I bij | de | vogelrichtlijn | , en | niet | in | die | bijlage | genoemde | , geregeld | in Nederland | voorkomende trekvogelsoorten | als | bedoeld | in artikel | 4 , tweede | lid , van | die | richtlijn | ; 2˚. | van | nature | in Nederland | in het | wild | levende | dieren | of planten | van | soorten | , genoemd in de | bijlagen | II , IV en | V bij de | habitatrichtlijn | ; 3˚.
| dieren | of | planten | van | soorten | , genoemd | in bijlage | IX of | in de | rode | lijsten | , bedoeld | in artikel | 2.19 | , vijfde | lid , onder | a , onder | 3˚ , van | de | wet | ; en 4˚. | voor | die | soorten | belangrijke | leefgebieden | of | natuurlijke | habitats | ; b. | als | deze | aanwijzingen | er | zijn: | wordt | vastgesteld | of op | voorhand | op | grond | van | objectieve gegevens | nadelige | gevolgen | kunnen | worden | uitgesloten | voor | dieren | van | die | soorten | , hun nesten | , hun | foerageerplaatsen | , hun | voortplantingsplaatsen | , hun | rustplaatsen | en | hun eieren | , of | voor | planten | van | die | soorten | ; c. | als | die | gevolgen | niet | kunnen | worden | uitgesloten: | wordt | nagegaan | welke | gevolgen | de activiteit | kan | hebben | voor | dieren | van | die | soorten | , hun | nesten | , hun | foerageerplaatsen | , hun voortplantingsplaatsen | , hun | rustplaatsen | en | hun | eieren | , of voor | planten | van | die | soorten | ; d. | alle | passende | preventieve | maatregelen | worden | getroffen | om | die | nadelige | gevolgen | te voorkomen | ; e. | tijdens | en | na | het | verrichten | van | de | activiteit | wordt | nagegaan | of de | getroffen | maatregelen de | beoogde | effecten | hebben | ; en f.
| het | verrichten | van | de | activiteit | wordt | gestaakt | als | de | nadelige | gevolgen | toch | niet | worden voorkomen | , of , als | staken | van | de | activiteit | redelijkerwijs | niet | meer | mogelijk | is , passende herstelmaatregelen | worden | getroffen. 3. Voor | de | uitoefening | van | de | jacht | en | activiteiten | om | populaties | van | in het | wild | levende | dieren te | beheren | of | om | schade | door | dieren | te | bestrijden | houdt | deze | plicht | in ieder | geval | in , dat | een ieder | die | een | in het | wild | levend | dier | doodt | of | vangt | voorkomt | dat | het | dier | onnodig | lijdt. Ecochore | Natuurtechniek | 29 Artikel | 11. 28 | (voorkomen | onnodig | lijden | van | dieren) Een | ieder | die | een | in het | wild | levend | dier | doodt | of vangt | , voorkomt | dat | het | dier | onnodig | lijdt. § 11. 2. 3 | Flora- | en | fauna-activiteiten: | omgevingsvergunning | soorten | habitatrichtlijn Artikel | 11. | 46 | (aanwijzing | vergunningplichtige | gevallen | soorten | habitatrichtlijn: | schadelijke handelingen) (In de | Wet | natuurbescherming | artikel | 3. 5) 1. | Het | verbod | , bedoeld | in artikel | 5.1 | , tweede | lid , aanhef | en | onder | g , van | de | wet | , om | zonder omgevingsvergunning | een | flora- | en | fauna-activiteit | te verrichten | , geldt | voor: a.
| het | in | hun | natuurlijk | verspreidingsgebied | opzettelijk | doden | of | opzettelijk | vangen | van | in het | wild | levende | dieren | van | soorten | , genoemd | in bijlage | IV , onder | a , bij de | habitatrichtlijn | , bijlage | II bij | het | verdrag | van | Bern | of | bijlage | I bij het | verdrag | van | Bonn | ; b. | het | opzettelijk | verstoren | van | dieren | als | bedoeld | onder | a ; c. | het | in | de | natuur | opzettelijk | vernielen | of rapen | van | eieren | van | dieren | als | bedoeld | onder | a ; d. | het | beschadigen | of | vernielen | van | de | voortplantingsplaatsen | of | rustplaatsen | van | dieren | als bedoeld | onder | a ; en | e. | het | opzettelijk | plukken | en | verzamelen | , afsnijden | , ontwortelen | of vernielen | van | planten | van | soorten | , genoemd | in bijlage | IV , onder | b , bij de | habitatrichtlijn of bijlage | I bij het | verdrag | van | Bern | , in | hun | natuurlijke | verspreidingsgebied. 2. Het | verbod | geldt | niet | als: | a. het | verrichten | van | de | activiteit | op | grond | van | een | andere | wet | is toegestaan | en | is voldaan | aan | artikel | 16 , eerste | lid , van | de | habitatrichtlijn | ; of | b. | de | activiteit uitvoering | geeft | aan: | 1˚.
een | instandhoudingsmaatregel | als | bedoeld | in de | artikelen | 3 , eerste | lid | en tweede | lid , onder | b , c en | d , en | 4 , eerste | lid , eerste | zin , en | tweede | lid , van | de | vogelrichtlijn | of | artikel 6 , eerste | lid , van | de | habitatrichtlijn | ; of 2˚. een | passende | maatregel | als | bedoeld | in artikel | 6 , tweede lid , van | de | habitatrichtlijn. 3. Onder | de | soorten | , bedoeld | in het | eerste | lid , onder | a , worden | niet | begrepen | de | soorten | , bedoeld in artikel | 1 van | de | vogelrichtlijn. § 11. 2. 4 | Flora- | en | fauna-activiteiten: | omgevingsvergunning | andere | soorten Artikel | 11. 54 | (aanwijzing | vergunningplichtige | gevallen | andere | soorten: | schadelijke | handelingen) (In de | Wet | natuurbescherming | artikel | 3. 10) 1. | Het | verbod | , bedoeld | in artikel | 5.1 | , tweede | lid , aanhef | en | onder | g , van | de | wet | , om | zonder omgevingsvergunning | een | flora- | en | fauna-activiteit | te verrichten | , geldt | voor: a. | het | opzettelijk | doden | of | vangen | van | in het | wild | levende | zoogdieren | , amfibieën | , reptielen | , vissen | , dagvlinders | , libellen | en | kevers | van | de | soorten | , genoemd | in | bijlage | IX , onder | A ; b.
| het | opzettelijk | beschadigen | of | vernielen | van | de | vaste | voortplantingsplaatsen | , rustplaatsen of eieren | van | dieren | als | bedoeld | onder | a ; en c. | het | opzettelijk | in hun | natuurlijke | verspreidingsgebied | plukken | en | verzamelen | , afsnijden | , ontwortelen | of vernielen | van | vaatplanten | van | de | soorten | , genoemd | in bijlage | IX , onder | B. 2. Het | verbod | geldt | niet | als: a. | het | gaat | om | het | doden | of vangen | van | de | bosmuis | , de | huisspitsmuis | en | de | veldmuis | , of om het | beschadigen | of vernielen | van | hun | vaste | voortplantingsplaatsen | of | rustplaatsen | , voor zover | deze | dieren | zich | in | of op | gebouwen | of daarbij | behorende | erven | of | roerende | zaken bevinden | ; b. | het | verrichten | van | de | activiteit | op | grond | van | een | andere | wet | is toegestaan | en | is voldaan aan | de | eisen | die | zijn | opgenomen | artikel | 8. 74l | van | het | Besluit | kwaliteit | leefomgeving | ; of c. | de | activiteit | deel | uitmaakt | van: Ecochore | Natuurtechniek | 30 Quickscan natuuronderzoek Hamminkstraat Gaanderen BatenBrink 1˚.
een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3 , eerste lid en tweede lid , onder b , c en d , en 4 , eerste lid , eerste zin , en tweede lid , van de vogelrichtlijn of artikel 6 , eerste lid , van de habitatrichtlijn ; of 2˚. een passende maatregel als bedoeld in artikel 6 , tweede lid , van de habitatrichtlijn. Vogels Verblijfplaatsen van broedvogels zijn door de Omgevingswet beschermd. Tijdens werkzaamheden of evenementen dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen van vogels. De Omgevingswet kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval is. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat om een nieuw nest te maken. Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van artikel 11. 37 Bal. Voor deze soorten is geen vergunning nodig voor werkzaamheden buiten het broedseizoen. Verblijfplaatsen van vogels die hun verblijfplaats het hele jaar gebruiken , zijn jaarrond beschermd. Slechts een beperkt aantal soorten bewoont het nest permanent of keert elk jaar terug naar hetzelfde nest. Deze groep is opgedeeld in 2 categorieën waarop de verbodsbepalingen van artikel 11. 37 jaarrond van kracht zijn: 1. Nesten die , behalve gedurende het broedseizoen als nest , buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust en verblijfplaats.
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels , zijnde geen koloniebroeders , die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Het betreft de vogelsoorten: Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw (Falco subbuteo) (Buteo buteo) (Apus apus) (Motacilla cinerea) (Accipiter gentilis) (Passer domesticus) (Tyto alba) (Bubo bubo) (Ciconia ciconia) (Asio otus) (Corvus frugilegus) (Falco peregrinus) (Accipiter nisus) (Athene noctua) (Pernis apivorus) (Milvus migrans). Er zijn ook vogelnesten die worden aangegeven als categorie 2. Deze zijn buiten het broedseizoen niet strikt beschermd. 31 Ecochore Natuurtechniek 2.
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan , maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om , als de broedplaats verloren is gegaan , zich elders te vestigen. Categorie 2-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Ecochore Natuurtechniek 32 Quickscan | natuuronderzoek | Hamminkstraat | Gaanderen | BatenBrink BIJLAGE | 3 – NATUURWETGEVING | EN | DOELEN | NATURA | 2000 Natuurwetgeving | Natura | 2000 Deze | bijlage | geeft | achtergrondinformatie | over | de | natuurwetgeving | waaraan | de | voorgenomen activiteiten | in het | plangebied | wordt | getoetst. | Deze | bijlage | is niet | toegespitst | op | de | situatie | in het plangebied | , maar | geeft | enkel | een | beschrijving | van | de | vigerende | , en | per | 1-1-2024 | geldende | , wetgeving. | Indien | een | plangebied | in of | nabij | een | beschermd | gebied | is gelegen | , dan | dient | te worden | bepaald | of er | een | (extern) | effect | valt | te verwachten | op | Natura | 2000. Natura | 2000 | is de | benaming | voor | een | Europees | netwerk | van | natuurgebieden | waarin | belangrijke flora | en fauna | voorkomen | , gezien | vanuit | een | Europees | perspectief.
| Met | Natura | 2000 | wil | men | deze flora | en | fauna | duurzaam | beschermen. | De | staatssecretaris | van | Economische | Zaken | heeft | voor Nederland | ruim | 162 | Natura | 2000-gebieden | aangewezen. | Gezamenlijk | hebben | ze | een | oppervlak van | ruim | 11 , | miljoen | hectare. | Ze | maken | deel | uit | van | een | samenhangend | netwerk | van natuurgebieden | in de | Europese | Unie | die | zijn | aangewezen | op | grond | van | de | vogelrichtlijn | en habitatrichtlijn. | Het | doel | van | Natura | 2000 | is het | keren | van | de | achteruitgang | van | de | biodiversiteit. Binnen | een | gebied | kan | spanning | optreden | tussen | economie | en | ecologie. | In | een | zogenaamd beheerplan | leggen | Rijk | en | provincies | vast | welke | activiteiten | , op | welke | wijze | mogelijk | zijn. Uitgangspunt | is steeds | het | realiseren | van | ecologische | doelen | met | respect | voor | en | in | een zorgvuldige | balans | met | wat | particulieren | en | ondernemers | willen. | Het | opstellen | gebeurt | daarom in overleg | met | alle direct | betrokkenen | , zoals | beheerders | , gebruikers | , omwonenden | , gemeenten | , natuurorganisaties | en | waterschappen. | Samen | geven | ze | invulling | aan | beleven | , gebruiken | en beschermen.
| Daar | draait | het | om | in | de | Nederlandse | Natura | 2000-gebieden | (bron: | Regiegroep Natura | 2000). Het | is verboden | zonder | vergunning | van | gedeputeerde | staten | een | project | te realiseren | dat | niet direct | verband | houdt | met | of | nodig | is voor | het | beheer | van | een | Natura | 2000-gebied | , maar afzonderlijk | of in | combinatie | met | andere | plannen | of projecten | significante | gevolgen | kan | hebben voor | een | Natura | 2000-gebied | (artikel | 2.7 , lid 2 Wnb. | en | per | 1-1-2024 | artikel | 5.1 , lid 1 , sub | e | Ow | , zie H 6. 1 Omgevingswet). Handelingen | die | een | negatieve | invloed | hebben | op | Natura | 2000-gebieden | , worden | slechts | onder strikte | voorwaarden | toegestaan. | Een | vergunning | is vereist. | Door | middel | van | het | Nederlandse vergunningsstelsel | wordt | een | zorgvuldige | afweging | gewaarborgd. | De | vergunningen | zullen beoordeeld | en | afgegeven | worden | door | het | bevoegd | gezag. | De | provincie | is bevoegd | gezag | voor | de toetsing | van | handelingen | met | mogelijke | gevolgen | voor | beschermde | Natura | 2000-gebieden | (de gebiedenbeschermingsbepalingen). | Alleen | bij | ruimtelijke | ingrepen | waarmee | grote | nationale belangen | zijn | gemoeid | , blijft het | Rijk | bevoegd | gezag.
Doelen | Natura | 2000 Voor | ieder | Natura | 2000-gebied | geldt | dat | deze | een | specifiek | internationaal | belang | heeft | voor bepaalde | soorten | en/of | habitattypen. | Op | grond | van | de | staat | van | instandhouding | en | het | relatief belang | van | soorten | en | habitattypen | zijn | de | belangrijkste | verbeteropgaven | en | doelen | op | landelijk niveau | vastgesteld. | Deze | landelijke | doelen | vormen | de | kaders | voor | de | formulering | van instandhoudingdoelen | op | gebiedsniveau. | Algemene | doelen | zijn behoud | en indien | van | toepassing herstel | van: De | bijdrage | van | het | Natura | 2000-gebied | aan | de | ecologische | samenhang | van | Natura | 2000 zowel | binnen | Nederland | als binnen | de | Europese | Unie | ; Ecochore | Natuurtechniek | 33 De bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de biologische diversiteit en aan de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie , die zijn opgenomen in bijlage I of bijlage II van de Habitatrichtlijn.
Dit behelst de benodigde bijdrage van het gebied aan het streven naar een op landelijk niveau gunstige staat van instandhouding voor de habitattypen en de soorten waarvoor het gebied is aangewezen De natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied , inclusief de samenhang van de structuur en functies van de habitattypen en van de soorten waarvoor het gebied is aangewezen ; De op het gebied van toepassing zijnde ecologische vereisten van de habitattypen en soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Ecochore Natuurtechniek 34