B10.0 Onderbouwing Ribesstraat 4 Gaanderen.pdf
Tekst van het document
Kader Als gevolg van oorlogshandelingen ten tijde van Tweede Wereldoorlog, kunnen ontplofbare oorlogsresten (OO) in/op de bodem aanwezig zijn. OO kunnen een gevaar voor de veiligheid en/of gezondheid van werknemers vormen. Mede om deze reden is een onderzoek na-conflictperiode uitgevoerd naar de mogelijke ’aanwezigheid van OO in het werkgebied (Arbeidsomstandighedenbesluit: Artikel 4.10 ontplofbare oorlogsresten). In het onderzoek na-conflictperiode worden de relevante locatiespecifieke omstandigheden in beeld gebracht, zoals het grondwaterpeil en aanwezige ondergrondse infrastructuur. Vervolgens worden de invloedsfactoren van de werkzaamheden van de opdrachtgever geïnventariseerd en beoordeeld. Hierbij wordt rekening gehouden met de specifieke typen OO die in het werkgebied aanwezig kunnen zijn. De gevaarsfactoren en de uitwerkingsfactoren van ieder type OO worden geïnventariseerd. Van de
54
Motivering Omgevingsplan - Gaanderen, Ribesstraat 4
specifieke invloeds-, gevaars-, en uitwerkingsfactoren in het werkgebied worden risicokaarten opgesteld. Op basis van de voorgaande stappen worden de risico’s beoordeeld, met onderscheid in de kans dat OO ongewenst tot uitwerking komen ten gevolge van de werkzaamheden van de opdrachtgever- en de uitwerkingsfactoren ten gevolge daarvan. De afdeling Ontplofbare Oorlogsresten van Lycens hanteert een ontwikkelde methode om tot een kwantitatieve inschatting te komen van de gevolgen en de inschatting van de waarschijnlijkheid van het optreden van uitwerkingsfactoren. Met behulp van deze methode wordt tot een risicobeoordeling gekomen die bepalend is voor de vervolgstappen. Eventuele vervolgstappen kunnen inhouden dat de opdrachtgever zijn werkzaamheden veilig kan uitvoeren of dat mitigerende maatregelen nodig zijn voordat de opdrachtgever zijn werkzaamheden veilig kan uitvoeren, zoals aanpassing van het ontwerp of opsporen.
Beoordeling Lycens heeft een onderzoek na-conflictperiode naar Ontplofbare Oorlogsresten (OO) uitgevoerd met betrekking tot voorliggend plan. In het onderzoeksgebied wordt nieuwbouw gerealiseerd. Het onderzoek is als bijlage 13 toegevoegd aan dit rapport. Op basis van het gemeentebreed vooronderzoek ligt het onderzoeksgebied in een verdacht gebied waarin nog 60lbs raketten kunnen liggen (zie onderstaande tabel). Deze raketten kunnen tot 1.5m-mv aangetroffen worden.
ruimte voor ontwikkeling
55
Werkgebied met de begrenzing van deelgebied 6-Raketten (Verwachtingskaart gemeente Doetinchem
Aangezien de bebouwingen in het onderzoeksgebied allemaal na de oorlog zijn gebouwd, kan aangekomen worden dat, waar graafwerkzaamheden hebben plaatsgevonden, de eventueel achtergebleven raketten verwijderd zijn. De fabriek met bijgebouwen zijn allemaal gefundeerd op poeren. Hierdoor is de bodem beperkt verstoord en is het aannemelijk dat de bodem tussen de poeren nog ongeroerd is. Geadviseerd wordt om over te gaan op het opsporen van OO in het onderzoeksgebied. In dit geval geldt dat de grondroerende activiteiten in de verdachte laag dienen te gebeuren onder begeleiding van een gecertificeerd opsporingsteam (detectie en benader team) waarvan één lid van het team minstens een geldig certificaat als senior deskundige OOO heeft.
Conclusie Naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek wordt geadviseerd om binnen het onderzoeksgebied, voorafgaand aan de werkzaamheden waarbij de bodem verstoord zal worden (o.a. sanering en graafwerkzaamheden voor de bouw), over te gaan op het opsporen van OO (in dit geval de 60lbs raketten). Dit dient te gebeuren onder begeleiding van een gecertificeerd opsporingsteam (detectie en benader team) waarvan één lid van het team minstens een geldig certificaat als senior deskundige OOO heeft.
5.16 Kabels en leidingen Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: •
gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;
•
aardgasleidingen afhankelijk van druk;
•
defensiebrandstoffen;
•
warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch.
Uit het geldende omgevingsplan is op te maken dat er geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn. Voor de verdere realisatie van het plan zal indien nodig een KLIC-melding gedaan worden om te achterhalen of er relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn.
56
Motivering Omgevingsplan - Gaanderen, Ribesstraat 4
6.
Beperkingengebieden
Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Kortgezegd zijn dit de gebieden rondom (spoor)wegen en waterstaatswerken waar beperkingen gelden. Dit betekent dat er beperkingen gelden voor activiteiten van derden, zowel ter plaatse van de weg of het waterstaatswerk alsook in de daaraan grenzende (beschermings)zones.
Wettelijk kader Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties vereist in bepaalde gevallen dat gebieden worden vrijgehouden voor toekomstige ontwikkelingen die alleen op bepaalde locaties kunnen plaatsvinden. Zo kan uitbreiding van een infrastructuurnetwerk meestal beter – en goedkoper – gebeuren op de locatie waar dat netwerk al aanwezig is. Tegelijkertijd is op veel van die locaties sprake van een vrij grote ontwikkeldruk. Daarom wordt in paragraaf 5.1.6 van het Bkl in navolging van het voormalig Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) een aantal gebieden aangewezen. Het gaat om gebiedsreserveringen voor de lange termijn voor de grote rivieren, gebieden rond autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen, gebieden voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang, voor vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimte voor de Parallelle Kaagbaan en de reservering van de Tweede Maasvlakte voor deep sea gebonden activiteiten.
In paragraaf 5.1.7 van het Bkl wordt geregeld dat ontwikkelingen geen belemmering mogen vormen voor militaire terreinen en objecten, oefen- en schietgebieden, militaire zend- en ontvangstinstallaties, laagvliegroutes voor jacht- en transportvliegtuigen, militair radarbeeld, elektriciteitsopwekking, kernenergiecentrales, hoogspanningsverbindingen, rijksvaarwegen, scheepvaart, communicatie-, navigatie- en radarapparatuur burgerluchtvaart en landelijke fiets- en wandelroutes. Tot slot moet conform paragraaf 5.1.8 van het Bkl rekening gehouden worden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking.
Beoordeling en conclusie Het plangebied is niet gelegen in een gebied zoals bedoeld in paragraaf 5.1.6 en 5.1.7 van het Bkl. Er is vanuit dit aspect dan ook geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. De openbare ruimte, waaronder wandelpaden, in het plangebied worden aangesloten op het naastgelegen park en zijn voor iedereen toegankelijk.
ruimte voor ontwikkeling
57
7.
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1.
Economische uitvoerbaarheid
Financieel economische uitvoerbaarheid De financieel economische haalbaarheid van het gehele plan is geborgd. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten waarin het kostenverhaal is geregeld. De gemeente verwacht geen financiële risico’s bij uitvoering van het plan.
Kostenverhaal De voorliggende ontwikkeling wordt gerealiseerd op initiatief van een projectontwikkelaar. De gemeente en de projectontwikkelaar hebben een anterieure overeenkomst gesloten waarin de rechten en plichten van zowel de ontwikkelaar als de gemeente zijn aangegeven, alsmede de definitieve regeling ten aanzien van het kostenverhaal. Met deze overeenkomst is het plan verzekerd van kostendekking. De economische uitvoerbaarheid van de wijziging van het plan is hiermee voldoende aangetoond.
Nadeelcompensatie Uit de risicoanalyse nadeelcompensatie d.d. 17 juli 2025 blijkt dat er naar verwachting sprake zal zijn van voor vergoeding in aanmerking komende nadeelcompensatie. Ter zake van de in voornoemde risicoanalyse geraamde nadeelcompensatie die voor vergoeding in aanmerking komt heeft de gemeente met initiatiefnemer een verhaalsovereenkomst als bedoeld in artikel 13.3c Ow gesloten. Zodoende is voor wat betreft nadeelcompensatie de uitvoerbaarheid van het initiatief geborgd.
7.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.2.1. Participatie De gemeente publiceert de wijziging van het omgevingsplan digitaal via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB), het landelijke publicatieplatform. De regels van het ontwerp-omgevingsplan komen dan automatisch in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV) c.q. Omgevingsloket. Via het onderdeel ‘Regels op de Kaart’ kan iedereen zien welke regels waar gelden. Het ontwerp-wijzigingsbesluit en de daarbij behorende stukken worden gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd (artikel 3:11, Awb). Binnen deze termijn heeft eenieder de mogelijkheid een zienswijze in te brengen. Dit kan zowel schriftelijk als mondeling. Eventuele zienswijzen worden beantwoord in een separate notitie, die te zijner tijd als bijlage bij het wijzigingsbesluit wordt opgenomen.
Zienswijzen. Het “ontwerp wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G” heeft met ingang van 27 november 2025 tot en met 7 januari 2026 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn zienswijzen ingekomen. Naar aanleiding van de zienswijzen is een bezonningsstudie en een berekening
58
Motivering Omgevingsplan - Gaanderen, Ribesstraat 4
gecumuleerd geluid van installaties voor warmte- of koudeopwekking uitgevoerd. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in de motivering en de bijbehorende rapporten zijn als bijlage bijgevoegd.
ruimte voor ontwikkeling
59
8.
Eindconclusie
In deze onderbouwing is gemotiveerd dat de herontwikkeling aan de Ribesstraat 4 in Gaanderen in lijn is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast blijkt uit deze onderbouwing dat voldaan wordt aan de instructieregels van het Rijk en de provincie. Om dit te beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving aspecten (voor zover relevant) nader onderzocht en afgewogen. Voorts past het initiatief binnen het beleid van de gemeente Doetinchem waarbij het initiatief voorziet in het versterken van de woningvoorraad van de regio waarmee het een bijdrage levert aan de woningcrisis. Daarnaast wordt de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving verbeterd, waarbij het westelijk gelegen openbaar park wordt aangesloten op het plangebied. Het creëren van een groene leefomgeving draagt bij aan zowel de gezondheid als aan natuur en klimaatadaptatie. Er kan geconcludeerd worden dat met het plan een goed woon- en leefklimaat word gerealiseerd. Alles overwegende is de ontwikkeling aanvaardbaar.
60
Motivering Omgevingsplan - Gaanderen, Ribesstraat 4
ruimte voor ontwikkeling
61