CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

B1 Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G.pdf

gemeenteraad 30 maart 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 4.1: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2025-2G39.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Artikel 7.43 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.41 wordt alleen verleend als: a. het aantal woningen niet toeneemt;

68

b. c. d.

de woning of de bedrijfswoning wordt vergroot binnen de bestaande cultuurhistorisch waardevolle bebouwing bebouwing of het monument; het bijdraagt aan de instandhouding van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of het monument; en het advies van de stedenbouwkundig-cultuurhistorisch adviseur is meegenomen bij het besluit op de omgevingsvergunning.

Subparagraaf 7.2.7.10 Kleine woning op een bestaand woonerf V4 Artikel 7.44 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is één kleine woning toegestaan.

Artikel 7.45 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.44 voor het bouwen van een kleine woning op een planologisch bestaand woonerf moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt: a. hoe het erf wordt ingericht; b. hoe het erf landschappelijk wordt ingericht; of c. hoe de ruimtelijke investering plaatsvindt zoals bedoeld in hoofdstuk 7 programma Wonen Landelijk gebied.

Artikel 7.46 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.44 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels: a. de kleine woning is gelegen binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen; b. de bestaande vrijstaande woning waar de kleine woning bij gebouwd wordt is volgens de regels van dit omgevingsplan of in het tijdelijk omgevingsplan gemaximaliseerd op 750 m3; c. het bestaande het werkingsgebied wonen of functievlak wonen heeft een minimale oppervlakte van minimaal 1500 m2; d. de goothoogte van de kleine woning is maximaal 3 meter; e. de bouwhoogte van de kleine woning is maximaal 6 meter; f. de kleine woning heeft een maximale inhoud van 425 m3 met een oppervlakte van minimaal 35 m2 en maximaal 100 m2; g. de oppervlakte van de kleine woning in alle gevallen kleiner is dan die van de hoofdwoning, waarbij een maximum geldt van 100 m2; h. ondergrondse bouwwerken zijn bij de kleine woning niet toegestaan (fundering uitgezonderd); i. de kleine woning is voorzien van een kap met een maximale helling 60 graden; j. de minimale afstand tussen de dichtstbijzijnde gevel van de kleine woning en de hoofdwoning is 3 meter; k. de maximale afstand tussen de verste gevel van de kleine woning en de dichtbijzijnde gevel van de hoofdwoning is 30 meter; l.

de minimale afstand van de kleine woning tot aan de erfgrens is 5 meter; m. de uitstraling van de kleine woning ondergeschikt is aan het volume van de hoofdwoning, een eventuele dakkapel moet in het ontwerp worden meegenomen; n. parkeren op eigen terrein plaats vindt en de parkeervoorzieningen evenals de oprit gezamenlijk zijn; o. het advies van een deskundige op het gebied van landschap is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; of p. voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.

Subparagraaf 7.2.7.11 Transformatie bijgebouw tot één kleine woning V4 Artikel 7.47 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is het transformeren van een bestaand bijgebouw tot één kleine woning toegestaan.

69

Artikel 7.48 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.47 voor het transformeren van een bestaand bijgebouw tot één kleine woning moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt: a. hoe het erf wordt ingericht; b. hoe het erf landschappelijk wordt ingericht; of c. hoe de ruimtelijke investering plaatsvindt zoals bedoeld in hoofdstuk 7 programma Wonen Landelijk gebied.

Artikel 7.49 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.47 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels: a. het bestaande bijgebouw moet binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen liggen; b. de kleine woning in een bestaand bijgebouw wordt gerealiseerd; c. de kleine woning heeft een maximale inhoud van 425 m3 met een oppervlakte van minimaal 35 m2 en maximaal 100 m2; d. de oppervlakte van de kleine woning is in alle gevallen kleiner dan die van de hoofdwoning, waarbij een maximum geldt van 100 m2; e. ondergrondse bouwwerken zijn bij de kleine woning niet toegestaan (fundering uitgezonderd); f. de uitstraling van de kleine woning ondergeschikt is aan het volume van de hoofdwoning, een eventuele dakkapel moet in het ontwerp worden meegenomen; g. de minimale afstand tussen de dichtstbijzijnde gevel van het te transformeren bijgebouwen de hoofdwoning is 3 meter; h. de maximale afstand tussen de verste gevel van het getransformeerde bijgebouw en de dichtstbijzijnde gevel van de hoofdwoning is 30 meter; i. de minimale afstand van het getransformeerde bijgebouw tot aan de erfgrens is 5 meter; j. parkeren op eigen terrein plaats vindt en de parkeervoorzieningen evenals de oprit gezamenlijk zijn; k.

het advies van een deskundige op het gebied van landschap is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; of l. voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.

Subparagraaf 7.2.7.12 Vergroten van de inhoud van een vrijstaande woning in het landelijk gebied V4 Artikel 7.50 Omgevingsplanactiviteit 1.

Alleen met een omgevingsvergunning kan de bestaande inhoud van een vrijstaande woning die in dit omgevingsplan als ook in het tijdelijk omgevingsplan is gemaximaliseerd op 750 m3 in het landelijk gebied worden vergroot tot een maximum van 850 m3.

2.

Alleen met een omgevingsvergunning kan de bestaande inhoud van een twee-aaneen woning die in dit omgevingsplan als ook in het tijdelijk omgevingsplan is gemaximaliseerd op 375 m3 in het landelijk gebied worden vergroot tot een maximum van 425 m3.

Subparagraaf 7.2.7.13 Vergroten het totaal aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken bij een vrijstaande woning V4 Artikel 7.51 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is het vergroten van aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken bij een vrijstaande woning tot maximaal 150 m2 toegestaan.

70

Artikel 7.52 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.51 voor vergroten van het aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt: a. hoe het erf wordt ingericht; b. hoe het erf landschappelijk wordt ingericht.

Artikel 7.53 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.51 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels: a. Het perceel is gelegen binnen het landelijk gebied; b. De bijbehorende bouwwerken horen bij een vrijstaande woning binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen; c. De bijbehorende bouwwerken zijn in dit omgevingsplan of in het tijdelijk omgevingsplan gemaximaliseerd op 100 m2; d. bijbehorende bouwwerken mogen alleen binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen worden gebouwd, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangeven; e. de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is na vergroting maximaal 150 m2; f. bijbehorende bouwwerken worden alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning gebouwd; g. de goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter; h. de bouwhoogte is maximaal 6 meter; i. het advies van een deskundige op het gebied van landschap is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; of j. voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.

Subparagraaf 7.2.7.14 Vergroten het totaal aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken bij een twee-aaneen woning V4 Artikel 7.54 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning is het vergroten van aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken bij een twee-aaneen woning tot maximaal 75 m2 toegestaan.

Artikel 7.55 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.54 voor vergroten van het aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend waaruit blijkt: a. hoe het erf wordt ingericht; of b. hoe het erf landschappelijk wordt ingericht.

Artikel 7.56 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.54 wordt alleen verleend, als voldaan worden aan de volgende regels: a. Het perceel is gelegen binnen het landelijk gebied; b. De bijbehorende bouwwerken horen bij een twee-aaneen woning binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen; c. bijbehorende bouwwerken mogen alleen binnen een bestaand werkingsgebied wonen of bestaand functievlak wonen worden gebouwd, tenzij anders in dit omgevingsplan is aangeven; d. de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is na vergroting maximaal 75 m2; e. bijbehorende bouwwerken worden alleen vanaf 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning gebouwd; f. de goothoogte is maximaal 3 meter; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 centimeter;

71

g. h. i.

de bouwhoogte is maximaal 6 meter; het advies van een deskundige op het gebied van landschap is betrokken bij het besluit omgevingsvergunning; of voldaan wordt aan het programma Wonen Landelijk gebied, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op het programma.

BB Het opschrift van paragraaf 7.2.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 7.2.8 Functie-ondersteunende bouwwerken CC Artikel 7.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 7.36 7.57 Welke oppervlakte van een gebouw is toegestaan? 1.

Binnen het gebied verkeer mag de De oppervlakte van een gebouw is maximaal 20 m2 zijn2.

2.

Binnen het gebied groen mag de oppervlakte van een gebouw maximaal 20 m2 zijn.

DD Hoofdstuk 8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 8 REGELS OVER HET UITVOEREN VAN WERKEN, NIET ZIJNDE EEN BOUWWERK, OF VAN WERKZAAMHEDEN BIJ FUNCTIES Afdeling 8.1 Algemeen [Red: Artikel 8.1 verplaatst van paragraaf 8.1.1 naar afdeling 8.1. ]

Artikel 8.1 Waar gaat deze afdelingdit hoofdstuk over? Afdeling Hoofdstuk 8.18 gaat over werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden als de bodem wordt bewerkt.

Afdeling 8.1 Uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden Paragraaf 8.1.1 Algemeen Artikel 8.2 Waar gelden deze regels? De regels in afdeling 8.1 gelden binnen het gebied werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden.

Paragraaf 8.1.2 Vergunningplichtige activiteiten [Vervallen]

Paragraaf 8.1.3 Aanvullende indieningsvereisten [Vervallen]

Paragraaf 8.1.4 Aanvullende beoordelingsregels [Vervallen]

Afdeling 8.2 Vergunningplichtige activiteiten

72

[Red: Artikel 8.3 verplaatst van paragraaf 8.1.2 naar afdeling 8.2. ]

Artikel 8.3 8.2 Omgevingsplanactiviteit Alleen met een omgevingsvergunning zijn werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden zoals genoemdals bedoeld in artikel 8.48.3 toegestaan, tenzij het activiteiten zijn als genoemdbedoeld in artikel 8.58.4. [Red: Artikel 8.4 verplaatst van paragraaf 8.1.2 naar afdeling 8.2. ]

Artikel 8.4 8.3 Activiteit met omgevingsvergunning 1.

Het aanleggen en/of verharden van wegen en paden en het aanleggen en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen.

2.

Het aanleggen van beplantingen.

3.

Het vellen van beplantingen.

4.

Het rooien van beplantingen.

5.

Het aanleggen van watergangen en waterpartijen.

6.

Het dempen van watergangen en waterpartijen.

7.

Het verlagen van en/of het graven in de bodem en het afgraven, ophogen en/of egaliseren van gronden.

8.

Het verlagen van het (grond)waterpeil.

9.

Het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem.

10.

Het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en/of de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.

[Red: Artikel 8.5 verplaatst van paragraaf 8.1.2 naar afdeling 8.2. ]

Artikel 8.5 8.4 Activiteiten zonder omgevingsvergunning 1.

Werken en werkzaamheden voor het normale onderhoud.

2.

Onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van verhardingen

3.

Onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van beplantingen.

4.

Onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van (tracés van) kabels en leidingen.

5.

Werken en werkzaamheden die al mogen op basis van een vergunning.

Afdeling 8.3 Aanvullende indieningsvereisten [Red: Artikel 8.6 verplaatst van paragraaf 8.1.3 naar afdeling 8.3. ]

Artikel 8.6 8.5 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.38.2 moet in elk geval een rapport of ander document worden ingediend. Hieruit blijkt dat de waarden binnen het gebied worden betrokken en de gevolgen van de activiteit(en) op deze waarden worden aangetoond.

Afdeling 8.4 Aanvullende beoordelingsregels

73

[Red: Artikel 8.7 verplaatst van paragraaf 8.1.4 naar afdeling 8.4. ]

Artikel 8.7 8.6 Aanvullende beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.38.2 wordt alleen verleend als: a. de waarden van het gebied niet in belangrijke mate worden geschaad; en b. de beoordeling en het advies van de deskundige is betrokken bij het besluit over de omgevingsvergunning. EE Artikel 9.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.2 Warmte- en koudeopwekking Het is verboden een installatie te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven van voor warmte- of koudeopwekking, die zijn opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, waarbij op de perceelsgrens met een bouwwerkperceel voor een andere woonfunctie sprake is van een gecumuleerd geluidsniveau van installaties voor warmte- of koudeopwekking van meer dan 45 dB, berekend volgens de bij ministeriële regeling gestelde regels. FF Paragraaf 9.1.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 9.1.2.1 Afwijken standaardwaarden Subparagraaf 9.1.2.1.1 Wegverkeer Artikel 9.3 Waar gelden deze regels? De regels in paragraaf 9.1.2.1 gelden binnen het gebied afwijken standaardwaarde geluid.

Artikel 9.3 9.4 Terborgseweg naast 119 Doetinchem Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Terborgseweg naast 119 - regels afwijken standaardwaarde geluid wegverkeer maximaal de in onderstaande tabel opgenomen waarden: Maximaal toegestaan gezamenlijk Gezamenlijk geluid gevels geluidsgevoelige gebouwen Terborgseweg naast 119 Doetinchem

74

Woning

Rekenpunt

Hoogte (m +mv)

Gezamenlijk geluid Lden

B1_W1

9_B

4,5

65

B1_W2

7_B

4,5

65

B2_W1

24_A

3,3

66

B2_W2

23_A

3,3

66

B2_W3

22_A

3,3

65

B2_W4

19_A

3,3

61

B2_W6

27_A

3,3

59

B2_W7

24_B

6,3

65

B2_W8

23_B

6,3

65

B2_W9

22_B

6,3

65

B2_W10

19_B

6,3

61

75

B2_W12

27_B

6,3

59

B2_W13

24_C

9,3

65

B2_W14

23_C

9,3

65

B2_W15

22_C

9,3

65

B2_W16

19_C

9,3

61

B2_W18

27_C

9,3

58

B3_W1

47_A

3,3

64

B3_W2

46_A

3,3

64

B3_W3

44_A

3,3

64

B3_W4

43_A

3,3

64

B3_W5

42_A

3,3

64

B3_W6

40_A

3,3

64

B3_W7

47_B

6,3

64

B3_W8

46_B

6,3

64

B3_W9

44_B

6,3

64

B3_W10

43_B

6,3

64

B3_W11

42_B

6,3

64

B3_W12

40_B

6,3

64

B3_W13

47_C

9,3

64

B3_W14

46_C

9,3

64

B3_W15

44_C

9,3

64

B3_W16

43_C

9,3

64

B3_W17

42_C

9,3

64

B3_W18

40_C

9,3

64

B3_W19

47_D

12,3

64

B3_W20

46_D

12,3

63

B3_W21

44_D

12,3

63

B3_W22

43_D

12,3

64

B3_W23

42_D

12,3

64

B3_W24

40_D

12,3

64

B3_W25

47_E

15,3

63

B3_W26

43_E

15,3

63

B3_W27

42_E

15,3

63

B5_W3

58_A

3,3

60

B5_W6

53_B

6,3

54

B5_W7

58_C

9,3

60

Bron: Terborgseweg naast 119 Doetinchem - akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Artikel 9.5 Laborijnlocatie Doetinchem 1.

Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Laborijnlocatie - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden: Gezamenlijk geluid gevels geluidsgevoelige gebouwen Laborijnlocatie Doetinchem

76

Woning

Rekenpunt

Hoogte (m +mv)

Gezamenlijk geluid Lden

T1001

_A

2

72

T1001

_B

5

72

T1001

_C

8

72

T1001

_D

11

72

T1002

_A

2

63

T1002

_B

5

63

T1002

_C

8

63

T1002

_D

11

60

T1004

_A

2

61

T1004

_B

5

63

T1004

_C

8

63

T1004

_D

11

63

T1201

_C

8

59

T1201

_D

11

61

T1201

_E

14

62

T1202

_D

11

58

T1202

_E

14

59

T1204

_A

2

55

T1204

_B

5

57

T1204

_C

8

58

T1204

_D

11

58

T1204

_E

14

59

T1205

_C

8

57

T1205

_D

11

58

T1205

_E

14

58

T1206

_C

8

58

T1206

_D

11

58

T1206

_E

14

59

T1207

_B

8

59

T1207

_C

11

59

77

T1207

_D

14

60

T1208

_B

8

58

T1208

_C

11

59

T1208

_D

14

59

T1209

_A

5

56

T1209

_B

8

58

T1209

_C

11

59

T1209

_D

14

59

T1210

_A

5

57

T1210

_B

8

59

T1210

_C

11

59

T1210

_D

14

60

T401a

_A

2

57

T401a

_B

5

58

T401a

_C

8

58

T401a

_D

11

62

T401a

_E

14

62

T401a

_F

17

62

T401b

_A

20

62

T401b

_B

23

62

T401b

_C

26

62

T401b

_D

29

63

T401b

_E

32

63

T401b

_F

35

63

T403a

_E

14

55

T403a

_F

17

57

T403b

_A

20

58

T403b

_B

23

56

T403b

_C

26

56

T403b

_D

29

60

T403b

_E

32

60

T403b

_F

35

60

T404a

_A

2

60

T404a

_B

5

60

T404a

_C

8

60

T404a

_D

11

63

78

T404a

_E

14

63

T404a

_F

17

63

T404b

_A

20

63

T404b

_B

23

63

T404b

_C

26

63

T404b

_D

29

63

T404b

_E

32

63

T404b

_F

35

63

T405

_A

2

56

T405

_B

5

57

T405

_C

8

57

T405

_D

11

61

T405

_E

14

61

T406

_A

2

56

T406

_B

5

56

T406

_C

8

57

T406

_D

11

60

T406

_E

14

61

T413

_A

2

63

T413

_B

5

63

T413

_C

8

62

T413

_D

11

62

T501

_A

2

56

T501

_B

5

57

T501

_C

8

57

T501

_D

11

61

T501

_E

14

61

T501

_F

17

61

T502

_A

2

57

T502

_B

5

58

T502

_C

8

58

T502

_D

11

61

T502

_E

14

62

T502

_F

17

62

T507

_A

2

52

T507

_B

5

53

79

T507

_C

8

53

T507

_D

11

57

T507

_E

14

58

T507

_F

17

59

T601

_A

2

59

T601

_B

5

60

T601

_C

8

60

T601

_D

11

63

T601

_E

14

63

T602

_C

8

55

T602

_D

11

59

T602

_E

14

59

T605

_A

17

56

T606

_A

2

60

T606

_B

5

61

T606

_C

8

61

T606

_D

11

64

T606

_E

14

64

T606

_F

17

63

T607

_A

2

62

T607

_B

5

63

T607

_C

8

63

T607

_D

11

65

T607

_E

14

65

T607

_F

17

65

T608

_A

2

63

T608

_B

5

64

T608

_C

8

64

T608

_D

11

67

T608

_E

14

66

T608

_F

17

66

T611

_A

2

66

T611

_B

5

67

T611

_C

8

67

T611

_D

11

67

T611

_E

14

66

80

T612

_A

2

66

T612

_B

5

67

T612

_C

8

67

T612

_D

11

67

T612

_E

14

66

T613

_A

2

61

T613

_B

5

62

T613

_C

8

62

T613

_D

11

62

T613

_E

14

62

T614

_B

5

58

T614

_C

8

58

T614

_D

11

58

T614

_E

14

59

T619

_D

11

57

T701

_E

14

58

T709

_A

2

58

T709

_B

5

60

T709

_C

8

61

T709

_D

11

62

T718

_B

5

58

T718

_C

8

59

T718

_D

11

59

T718

_E

14

59

T719

_A

2

62

T719

_B

5

63

T719

_C

8

63

T719

_D

11

63

T719

_E

14

63

T720

_A

2

66

T720

_B

5

67

T720

_C

8

67

T720

_D

11

67

T720

_E

14

66

T722

_E

14

58

T724

_A

2

66

81

T724

_B

5

67

T724

_C

8

67

T724

_D

11

67

T725

_A

2

66

T725

_B

5

67

T725

_C

8

66

T725

_D

11

66

T726

_A

2

61

T726

_B

5

62

T726

_C

8

63

T726

_D

11

63

T727

_A

2

55

T727

_B

5

56

T727

_C

8

59

T727

_D

11

60

T901

_A

2

61

T901

_B

5

63

T901

_C

8

64

T901

_D

11

64

T905

_A

2

63

T905

_B

5

65

T905

_C

8

65

T905

_D

11

65

T906

_A

2

55

T906

_B

5

59

T906

_C

8

59

T906

_D

11

66

T909

_C

11

59

T910

_A

2

64

T910

_B

5

66

T911

_A

8

66

T912

_A

2

69

T912

_B

5

69

T913

_A

8

69

T914

_A

5

55

T914

_B

8

56

T916

_A

2

69

T916

_B

5

69

T916

_C

8

69

Bron: Laborijnlocatie Doetinchem - Akoestisch onderzoek

2.

Voor de gevels van woningen waar de grenswaarde voor geluid wordt overschreden, zoals opgenomen in bijlage Laborijnlocatie Doetinchem - Akoestisch onderzoek, wordt bepaald dat dit ‘niet-geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen’ zijn.

Artikel 9.6 Kilderseweg naast 39 Doetinchem Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Kilderseweg naast 39 - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden: Gezamenlijk geluid gevels geluidsgevoelige gebouwen Kilderseweg naast 39 Doetinchem Woning

Rekenpunt

Hoogte (m +mv)

Gezamenlijk geluid Lden

1

1.4

2

57

5

57

2

56

5

56

2

56

5

56

2

52

5

52

2

52

5

52

2

52

5

52

2

55

5

55

2

55

5

55

2

55

5

55

2

56

5

56

2

56

5

56

2

56

2

2

3

3

3

4

4

4

5

5

5

82

2.3

2.4

3.4

3.5

3.6

4.2

4.3

4.4

5.1

5.5

5.6

5

56

Bron: Kilderseweg naast 39 Doetinchem - Akoestisch onderzoek

Artikel 9.7 Oude Terborgseweg 313 Doetinchem Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Oude Terborgseweg 313 - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden: Gezamenlijk geluid gevels geluidsgevoelige gebouwen Oude Terborgseweg 313 Doetinchem Woning

Rekenpunt

Hoogte (m +mv)

Gezamenlijk geluid Lden

1

1

2

53

1

1

5

54

Bron: Oude Terborgseweg 313 Doetinchem - Akoestisch Onderzoek

Artikel 9.8 Rijksweg 288 Gaanderen Het gezamenlijk geluid op gevels van geluidsgevoelige gebouwen bedraagt binnen het gebied Rijksweg 288 - regels afwijken standaardwaarde geluid de in onderstaande tabel opgenomen waarden: Gezamenlijk geluid gevels geluidsgevoelige gebouwen Rijksweg 288 Gaanderen Woning

Rekenpunt

Hoogte (m +mv)

Gezamenlijk geluid Lden

W4

Wnp. 10

4,8

54

Wnp. 10

8,5

54

Wnp. 11

4,8

57

Wnp. 11

8,5

55

Wnp. 12

4,8

55

Wnp. 12

8,5

55

Wnp. 13

1,9

57

Wnp. 13

4,8

55

Wnp. 13

8,5

56

Wnp. 25

4,8

54

Wnp. 25

8,5

54

Wnp. 26

4,8

55

Wnp. 26

8,5

56

Wnp. 27

4,8

55

Wnp. 27

8,5

56

W5

W10

Bron: Rijksweg 288 Gaanderen - akoestisch onderzoek

GG

83

Artikel 9.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.4 9.9 Geluidsgrenzen evenementen 1.

Binnen de gebieden evenementenlocatie - binnenstad Doetinchem en evenementenlocatie Mark Tennantplantsoen geldendegelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder: Geluidsgrenzen Periode

Meethoogte

Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw

Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw

Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement

07:0019:00 uur

1,5 meter

85 db(A)

99 db(A)

105 db(A)

19:0001:00 uur

5 meter

85 db(A)

99 db(A)

105 db(A)

01:0007:00 uur

5 meter

40 db(A)

n.v.t.

40 db(A)

Bron: Evenementenlocaties binnenstad Doetinchem en Mark Tennantplantsoen - akoestisch onderzoek

2.

gereserveerd Binnen het gebied evenementenlocatie - Auroraweg bij nr. 6 Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder: Geluidsgrenzen Periode

Meethoogte

Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw

Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw

Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement

07:0019:00 uur

1,5 meter

50 db(A)

n.v.t.

80 db(A)

19:0001:00 uur

5 meter

45 db(A)

n.v.t.

80 db(A)

01:0007:00 uur

5 meter

n.v.t

n.v.t.

n.v.t.

Bron:

3.

Binnen de gebieden evenementenlocatie - Sportpark Zuid en Topsporthal Doetinchem en evenementenlocatie - Varkensweide Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder: Geluidsgrenzen Periode

84

Meethoogte

Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw

Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw

Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement

07:0019:00 uur

1,5 meter

70 db(A)

84 db(A)

80 db(A)

19:0001:00 uur

5 meter

70 db(A)

84 db(A)

80 db(A)

01:0007:00 uur

5 meter

40 db(A)

n.v.t.

n.v.t.

Bron:

4.

Binnen het gebied evenementenlocatie - De Bleek Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder: Geluidsgrenzen Meethoogte

Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw

Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw

Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement

07:0019:00 uur

1,5 meter

70 db(A)

84 db(A)

87 db(A)

19:0001:00 uur

5 meter

70 db(A)

84 db(A)

88 db(A)

01:0007:00 uur

5 meter

40 db(A)

n.v.t.

n.v.t.

Periode

Bron:

5.

Binnen het gebied evenementenlocatie - Oude IJssel Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder: Geluidsgrenzen Periode

Meethoogte

Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw

Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw

Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement

07:0019:00 uur

1,5 meter

75 db(A)

89 db(A)

87 db(A)

19:0001:00 uur

5 meter

75 db(A)

89 db(A)

87 db(A)

01:0007:00 uur

5 meter

40 db(A)

n.v.t.

n.v.t.

Bron:

6.

85

Binnen het gebied evenementenlocatie - Amphionpark Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder:

Geluidsgrenzen Periode

Meethoogte

Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw

Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw

Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement

07:0019:00 uur

1,5 meter

70 db(A)

84 db(A)

102 db(A)

19:0001:00 uur

5 meter

70 db(A)

84 db(A)

102 db(A)

01:0007:00 uur

5 meter

40 db(A)

n.v.t.

n.v.t.

Bron:

7.

Binnen de gebieden evenementenlocatie - Marktplein Doetinchem, evenementenlocatie - ijsbaan Wehl/Diepenbroekstraat, evenementenlocatie - centrum Wehl, evenementenlocatie - terrein Elver Nieuw-Wehl, evenementenlocatie - Monseigneur Hendriksenstraat 16 NieuwWehl, evenementenlocatie - Kerkstraat 71 Gaanderen, evenementenlocatie - centrum Gaanderen, evenementenlocatie - Binnenweg 13 Gaanderen, evenementenlocatie - Peppelmansdijk 1a Gaanderen, evenementenlocatie - Kasteel de Kelder Doetinchem en evenementenlocatie - IJzevoorde gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder: Geluidsgrenzen Periode

Meethoogte

Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw

Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw

Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement

07:0019:00 uur

1,5 meter

85 db(A)

99 db(A)

105 db(A)

19:0001:00 uur

5 meter

85 db(A)

99 db(A)

105 db(A)

01:0007:00 uur

5 meter

40 db(A)

n.v.t.

n.v.t.

Bron:

8.

Binnen het gebied evenementenlocatie - Villa Ruimzicht/Arboretum Doetinchem gelden de geluidsgrenzen uit de tabel hieronder: Geluidsgrenzen

86

Periode

07:0019:00 uur

Meethoogte

Maximaal equivalent geluidniveau LAeg op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw

Equivalent geluidniveau LCeq laagfrequent geluid op gevel van een geluidsgevoelig gebouw

Maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidsgevoelig gebouwtijdens op- en afbouw evenement

1,5 meter

50 db(A)

n.v.t.

80 db(A)

19:0001:00 uur

5 meter

45 db(A)

n.v.t.

80 db(A)

01:0007:00 uur

5 meter

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bron:

HH Het opschrift van artikel 9.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.5 9.10 Omgevingsplanactiviteit II Artikel 9.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.6 9.11 Aanvullende indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning zoalsals bedoeld in artikel 9.59.10 moet in elk geval een akoestisch onderzoek worden ingediend. JJ Artikel 9.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.7 9.12 Aanvullende beoordelingsregels 1.

Het is de eerste aanvraag van het kalenderjaar.

2.

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als in de periode tussen 07:00-23:00 uur: a. het maximaal geluidniveau LAmax op de gevel van een geluidgevoelig object maximaal 90 dB(A) is, 1. in de periode 07:00-19:00 gemeten op 1,5 meter hoogte; 2. in de periode 19:00-23:00 uur gemeten op 5 meter hoogte; en b. het equivalent geluidniveau LCeq op de gevel van een geluidgevoelig object van maximaal 104 dB(C) is, 1. in de periode 07:00-19:00 gemeten op 1,5 meter hoogte; 2. in de periode 19:00-23:00 uur gemeten op 5 meter hoogte.

3.

Er is sprake van een advies van een deskundige waaruit blijkt dat wordt voldaan aan het genoemde in het tweede lid.

KK Het opschrift van artikel 9.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.8 9.13 Waarom gelden deze regels? LL

87

Het opschrift van artikel 9.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.9 9.14 Wanneer gelden deze regels? MM Het opschrift van artikel 9.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.10 9.15 Verbod op rechtstreeks lozen in het grondwater NN Artikel 9.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.11 9.16 Maatwerkvoorschrift Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift afwijken van artikel 9.109.15 om rechtstreeks lozen van verontreinigende stoffen in het grondwater toe te staan, als daarbij wordt voldaan aan de vereisten van artikel 11, derde lid, onder j, van de Kaderrichtlijn Water. OO Het opschrift van artikel 9.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.12 9.17 Wanneer gelden deze regels? PP Artikel 9.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 9.13 9.18 Lozen van grondwater bij graven in verontreinigde bodem Op het lozen van grondwater op of in de bodem, afkomstig van een activiteit als genoemdbedoeld in artikel 9.129.17 zijn de artikelen 22.138, eerste en tweede lid, en 22.139, tweede lid, van dit omgevingsplan van overeenkomstige toepassing. QQ Artikel 22.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.3 Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten De artikelen 22.28, derde lid, en 22.38, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als genoemdbedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als genoemdbedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven. RR Artikel 22.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

88

Artikel 22.12 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater 1.

Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.

2.

De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.

3.

Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput.

4.

Bij maatwerkvoorschrift als genoemdbedoeld in artikel 22.4 kan in ieder geval worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als genoemdbedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.

SS Artikel 22.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.13 Bluswatervoorziening 1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.

2.

De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als genoemdbedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

3.

De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.

TT Artikel 22.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.15 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen

89

1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing:

a. b. c.

d.

op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.

3.

De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als genoemdbedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

4.

Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 22.14, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.

5.

Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

UU Artikel 22.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.19 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken 1.

Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als genoemdbedoeld in tabel 22.2.1 aanwezig.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: 1. de verpakking tegen normale behandeling bestand is; 2. de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.

4.

Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.

5.

In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als genoemdoliesoortals bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen. Tabel 22.2.1 Brandgevaarlijke stoffen

90

ADR-klasse1 4

Omschrijving

Verpakkingsgroep

Toegestane maximum hoeveelheid

2

Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen)

n.v.t.

50 kg

ADR-klasse1 4

Omschrijving

Verpakkingsgroep

Toegestane maximum hoeveelheid

3

Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton

II

25 liter

3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C

Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten

III

50 liter

4.1, 4.2, 4.3

4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met water brandbarewaterbrandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide

II en III

50 kg

5.1

Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide

II en III

50 liter

5.2

Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide

n.v.t.

1 liter

UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas

1

4

Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171). VV Het opschrift van artikel 22.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.22 Vrijstelling van archeologisch onderzoek (verwijderen) WW Artikel 22.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.23 Algemene afbakeningseisen 1.

De artikelen 22.27 en 22.36 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.

2.

Bij de toepassing van de artikelen 22.27 en 22.36 blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als genoemdbedoeld in artikel 22.27, onder a, of 22.36, onder a, of een bestaand bouwwerk als genoemdbedoeld in artikel 22.36, onder c, gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.

XX Artikel 22.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.27 Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 22.26 – omgevingsplan onverminderd van toepassing Het verbod, bedoeld in artikel 22.26, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, als die betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken: a. een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. op de grond staand;

91

2. 3. 4. 5.

b.

c.

d.

e. f.

g.

h. i.

gelegen in achtererfgebied; op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied; niet hoger dan 5 m; de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en 6. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. op de grond staand; 2. niet hoger dan 5 m; en 3. de oppervlakte niet meer dan 70 m2; een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; 2. voorzien van een plat dak; 3. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; 4. onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; 5. bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; en 6. zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. niet hoger dan 4 m; en 2.

alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien; een erf- of perceelafscheiding, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m; 2. op een erf of perceel waarop al een gebouwhoofdgebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en 3. achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied; achter de lijn die loopt langs de voorkant van dat hoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om: 1. een silo; of 2. een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m; een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is; of een te veranderen bouwwerk, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; 2. geen uitbreiding van het bouwvolume; en 3.

geen bouwwerk als genoemdbedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.

YY Artikel 22.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28 Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed

92

1.

Op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is artikel 22.27 niet van toepassing.

2.

Op een activiteit die wordt verricht bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is alleen artikel 22.27, aanhef en onder d tot en met i, van toepassing.

3.

Op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functieaanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, is artikel 22.27 alleen van toepassing voor zover het gaat om: a. inpandige wijzigingen; b. een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; c. een bouwwerk op een gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of d. een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.

4.

Artikel 22.27, aanhef en onder a en b, is ook niet van toepassing als in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld als genoemdbedoeld in artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50 m2; of b. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning te verrichten waarop regels als genoemdbedoeld in artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn.

ZZ Artikel 22.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.31 Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit Aan een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder c, onder 2, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen als genoemdbedoeld in artikel 22.29. AAA Artikel 22.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.33 Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht 1.

93

In afwijking van artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is: a. een voorbereidingsbesluit van kracht is als genoemdbedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als genoemdbedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als genoemdbedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of b. een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht van kracht is als genoemdbedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.; c. voor de dag van ontvangst van de aanvraag een ontwerp van een bestemmingsplan of van een inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan of inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of

d.

e.

2.

voor de dag van ontvangst van de aanvraag een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of voor de dag van ontvangst van de aanvraag een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.

In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.

BBB Artikel 22.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.37 Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen 1.

Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder a, bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen artikel 22.36, onder a, onder 2, onder ii, van overeenkomstige toepassing.

2.

Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder a, wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg en niet voldaan wordt aan het bepaalde in dat artikel, gelden in plaats van de in artikel 22.36, onder a, onder 3, gestelde eisen de volgende eisen: a. in zijn geheel of in delen verplaatsbaar; b. de oppervlakte niet meer dan 100 m2; en c. buiten de bebouwde kom.

CCC Artikel 22.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.39 Inperkingen artikel 22.36 vanwege externe veiligheid Artikel 22.36, aanhef en onder a en c, is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: a. op een locatie in een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen; b. op een locatie waarop de activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of c. op een locatie binnen een afstand als bedoeld in: 1. artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is; 2. artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 3.

artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 4. artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is; 5. artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 6. artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;

94

7.

artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is; 8. artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 9. artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; 10. artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 11. artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 12. artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 12 13. artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; of 13 14.

artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is. DDD Artikel 22.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.54 Toepassingsbereik 1.

Paragraaf 22.3.4 is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit

2.

In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf niet van toepassing op geluid door een activiteit: a. op of in een geluidgevoelig gebouw, dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; b. op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar; en c. op een niet-geluidgevoelige gevel.; en d. op een bouwkundige constructie die op grond van artikel 1b, vierde lid, van de Wet geluidhinder niet als gevel werd beschouwd; en e. op een gevel waarvoor met toepassing van de Interimwet stad-en-milieubenadering is afgeweken van de wettelijke normen voor geluid.

3.

Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid van: a. het met een verplaatsbaar mijnbouwwerk aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat of stimuleren van een voorkomen via een boorgat, bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen.

4.

Deze paragraaf is alleen van toepassing op het geluid door activiteiten bij detailhandel als: a. een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een gezamenlijk vermogen van meer dan 1,5 kW, met uitzondering van elektromotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder; of b. een of meer stookinstallaties aanwezig zijn met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 130 kW.

EEE Artikel 22.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

95

Artikel 22.55 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking 1.

In afwijking van artikel 22.54, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

2.

In afwijking van artikel 22.54 is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is als: a. de activiteit al werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op een locatie is toegelaten op grond van: 1. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en b. het geluidgevoelig gebouw mag worden gebouwd op grond van: 1. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

3.

Paragraaf 22.3.4 van de bruidsschat niet van toepassing op het geluid door bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 110 kV.

4.

Paragraaf 22.3.4 is niet van toepassing op het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.

FFF Artikel 22.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.61 Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek 1.

Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in artikel 22.60, verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

2.

Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

3. In afwijking van artikel 22.60 en artikel 22.61, het eerste en het tweede lid, zijn de regels als bedoeld in het vierde tot en met het zevende lid van dit artikel van toepassing op een activiteit op een gezoneerd industrieterrein. a. op een gezoneerd industrieterrein; of b. op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld. 4.

96

Het derde tot en met het zevende lid is niet van toepassing op een activiteit waar: a. tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld niet meer dan vier transportbewegingen per dag plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn; b. het mede op basis van de aard van de activiteit, niet aannemelijk is dat in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan: 1. 70 dB(A), als deze ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; 2. 80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder 1;

c. d. e. f. g. h. i.

in de buitenlucht of op een open terrein geen muziek ten gehore wordt gebracht; in de buitenlucht geen oefenterrein voor motorvoertuigen aanwezig is; geen koelinstallatie aanwezig is die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan 30 kg synthetisch koudemiddel; geen gemotoriseerde modelvliegtuigen, modelvaartuigen of modelvoertuigen in de open lucht worden gebruikt; geen parkeergelegenheid wordt geboden in een parkeergarage voor meer dan 30 personenauto’s; geen noodstroomaggregaat aanwezig is dat meer dan 50 uren per jaar in werking is; en geen transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, die zijn ondergebracht in een gesloten gebouw, worden gebruikt;

5.

Het derde tot en met het zevende lid is ook niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 22.61, het eerste en het tweede lid, of een ander artikel in deze afdeling een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.

6.

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in het derde lid worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1. de grenzen van het terrein; en 2. de ligging van de gebouwen; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

7.

Ten minste vier weken voordat de activiteit als bedoeld in het derde lid wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

GGG Artikel 22.83 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.83 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op de trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.

2.

Deze paragraaf is niet van toepassing op trillingen door een activiteit: a. in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; en b. in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.

3.

Deze paragraaf is niet van toepassing op trillingen door een activiteit op een trillinggevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.

HHH Artikel 22.91 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

97

Artikel 22.91 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking V4 1.

In afwijking van artikel 22.90, tweede lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, ook van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat voor een duur van niet meer dan tien jaar is toegelaten: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

2.

In afwijking van artikel 22.90, eerste lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van: a. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

3.

In afwijking van artikel 22.90, eerste lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw of geurgevoelig object waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.

III Artikel 22.200 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.200 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8376/documents/51782