B08.11 Bijlage 11 onderbouwing - Quickscan Flora en Fauna
Tekst van het document
E Ec co ollo og giis sc ch he e q uiic ks ca n qu ck sc an H oe kh or st er we g Ho ek ho rs te rw eg N eu w- We hll Niie uw -W eh IIn n heet h t k kaad deerr vvaan n h heerro on nt tw wiik kk keelliin ng g DE SLJPKRUIK ECOLOGISCH ADVIESBUREAU Het Laar 30d 6733BZ Wekerom ® 0318 655 626 CZ ecologie@deslijpkruik.nl @ www.deslijpkruik.nl Colofon Titel Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl Betreft Ecologische quickscan Locatie Hoekhorsterweg 8, Nieuw-Wehl Auteurs (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Contactpersoon Opdrachtgever Buro Kwiek Datum 11-12-2025 Status Versie 3 Projectcode | (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving (Omgevingswet). Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en —-beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met veranderingen in wet- en regelgeving.
De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. De Slijpkruik Ecologie BV is niet aansprakelijk voor beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door De Slijpkruik Ecologie BV uitgevoerde onderzoek. Daarnaast is De Slijpkruik Ecologie BV niet aansprakelijk voor gevolgschade, of voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van uitgevoerde onderzoeken door De Slijpkruik Ecologie BV © De Slijpkruik Ecologie B.V. (2025) Niets uit dit rapport mag openbaar worden gemaakt of gepubliceerd door middel van; druk, fotokopie of anderzins, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van De Slijpkruik Ecologie B.V. of de opdrachtgever. Wijze van citeren: | Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl, De Slijpkruik Ecologie BV. (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Omslagfoto: Impressie van het plangebied. Bronvermelding; foto's zijn door de auteur gemaakt tenzij anders aangegeven. (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Inhoud Inleiding 1 1. 1 Aanleiding en doel 1. 2 Beschrijving locatie en ingreep 1. 3 Opzet onderzoek 1. 4 Kwaliteitsborging 4 2 Resultaten 2. 1 Vogels 2. 2 Vleermuizen 2. 3 Overige zoogdieren 2. 4 Overige soortgroepen 2. 5 Vaatplanten 2. 6 Samenvatting bevindingen 7 3 Gebiedsbescherming 3.
1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) en andere provinciaal beschermde natuurgebieden 3. 2 Natura 2000 3. 3 Houtopstanden 13 4 Rode lijst 4. 1 Resultaten en effectbeoordeling 4. 2 Maatregelen zorgplicht 15 5 Conclusies en aanbevelingen 5. 1 Overzicht van de bevindingen 5. 2 Conclusies en aanbevelingen 17 Bijlagen Bijlage 1 Samenvatting wettelijk kader 19 Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 3 Inleiding 1 In dit hoofdstuk wordt uitgewerkt wat de aanleiding en het doel van het uitgevoerde onderzoek is. Ook wordt een beschrijving gegeven van het plangebied en de beoogde ingreep. Daarnaast komt ook de methode van het onderzoek aan bod. 1. 1 Aanleiding en doel In opdracht van Buro Kwiek voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B. V. een ecologische quickscan uit op een perceel aan de Hoekhorsterweg 8 in Nieuw-Wehl. Het betreft een perceel aan de rand van de bebouwde kom in Nieuw-Wehl. De initiatiefnemer is voornemens om de bestaande loods te slopen en 38 nieuwe woningen te realiseren op het perceel. Omdat effecten op beschermde plant- of diersoorten niet op voorhand zijn uitgesloten , is toetsing aan de Omgevingswet (OW) noodzakelijk.
Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek , waarbij een deskundige inschatting wordt gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Ook wordt het effect van de ingreep op nabijgelegen Natura 2000-gebieden of provinciaal beschermde natuurgebieden zoals Natuurnetwerk Nederland beoordeeld. De quickscan betreft een momentopname , er kan dus geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur. Denk hierbij bijvoorbeeld aan migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal drie jaar. 1. 2 Beschrijving locatie en ingreep Het perceel bevindt zich aan de rand van de bebouwde kom van Nieuw-Wehl. Op het terrein is een bedrijfspand aanwezig. Verder bestaat het perceel grotendeels uit verharding en braakliggend terrein met ruigtekruiden. Greppels of watergangen zijn niet aanwezig in het projectgebied. Ten noorden en oosten bevindt zich het dorp Nieuw-Wehl. Verder ten oosten en zuiden bevinden zich voornamelijk agrarische percelen. Ten zuiden van het plangebied ligt een stukje natuur.
De opdrachtgever heeft het voornemen om een bestaand bedrijfspand te slopen. Op deze locatie en op de rest van het braakliggende perceel worden 38 nieuwe woningen gerealiseerd. Voorliggende quickscan wijst uit of vervolgonderzoek nodig is voor de uitvoer van de geplande werkzaamheden , en zo ja , welke soorten onderzocht moeten worden. 1. 3 Opzet onderzoek De quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen , Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) , rapportages van soortgericht onderzoek uit de buurt , websites et cetera) , veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. Voor het bronnenonderzoek zijn de NDFF-waarnemingen binnen een straal van ongeveer 2 kilometer van het plangebied opgevraagd. Voor wat betreft vogels zijn alleen de vogels genoemd die een jaarrond beschermd nest hebben. De locatie is op 19 mei 2025 bezocht door B. Visser , ecoloog van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B. V. Tijdens dit onderzoek is het terrein verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op aanwezigheid van en geschiktheid voor verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen in de aanwezige bebouwing. Het locatiebezoek is bij zonnig weer uitgevoerd , bij een temperatuur van 19 0 C en zwakke wind , 2 Bft. Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 4 1.
4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. De Slijpkruik Ecologie B. V. is kandidaat van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en hanteert haar richtlijnen , soortinventarisatieprotocollen en/of richtlijnen uit kennisdocumenten van BIJ12 tenzij anders vermeld. Op regelmatige basis vindt toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen plaats met gemeenten , provincies en collega-onderzoekers. Afbeelding 1: Kaart met ligging plangebied (blauwe stip) aan de rand van Nieuw-Wehl. Bron ondergrond: PDOK viewer BRT-A (app. pdok. nl/viewer). Afbeelding 2: Luchtfoto van het plangebied (rood kader , indicatief) in Nieuw-Wehl. Bron: PDOK viewer luchtfoto (app. pdok. nl/viewer). Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 5 Afbeelding 3: Het te slopen bedrijfspand. Afbeelding 4: Gladde , metalen gevelbeplating. Afbeelding 5: In de bebouwing zijn geen openingen aanwezig. Afbeelding 6: Het plangebied , bezien vanaf het braakliggende terrein. Afbeelding 7: Op het braakliggende terrein zijn ruigtekruiden aanwezig. Afbeelding 8: Bomen , grenzend aan het plangebied.
Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 6 Soortenbescherming 2 Dit hoofdstuk beschrijft per soortgroep de bevindingen voor het onderzochte plangebied. 2. 1 Broedvogels 2. 1. 1 Vogels met jaarrond beschermde rust- en nestplaatsen categorie 1 2. 1. 1. 1 Inventarisatie Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd , dus ook buiten het broedseizoen. Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing. Daarnaast gaat het om soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode in gebruik wordt genomen. Ook andere onderdelen van de leefomgeving die van belang zijn voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd , zoals schuil- en slaapplekken van huismussen. In de omgeving van het plangebied zijn in de laatste vijf jaar waarnemingen bekend van vogels met jaarrond beschermde nesten. Deze soorten worden opgedeeld in categorieën waarbij de nestplaatsen (en bijbehorende functionele leefomgeving) van categorie 1 soorten onder alle omstandigheden beschermd zijn. In de omgeving van het plangebied zijn de volgende categorie 1 soorten waargenomen: boomvalk , buizerd , gierzwaluw , havik , huismus , kerkuil , ooievaar , ransuil , roek , sperwer , steenuil , wespendief.
Huismus en gierzwaluw maken vrijwel uitsluitend gebruik van bebouwing als nestplaats. Ook diverse uilen maken gebruik van bebouwing. Binnen het plangebied is bebouwing aanwezig. Echter zijn er in deze bebouwing geen openingen aanwezig waar de genoemde soorten gebruik van kunnen maken. Vanwege het ontbreken van geschikte nestgelegenheid is aanwezigheid van voorgenoemde soorten in het plangebied uitgesloten. Voor overige soorten met jaarrond beschermde nestplaats (roofvogels , roek) ontbreken geschikte broedplekken en/of geschikt leefgebied. In het plangebied zijn geen bomen aanwezig , langs de randen van het perceel wel. In deze bomen zijn geen jaarrond beschermde nesten waargenomen. Bovendien blijven deze bomen behouden. Steenuil maakt voor zijn nestplaats ook gebruik van bebouwing of van holten in bomen of nestkasten. In het plangebied zijn geen geschikte nestplaatsen aangetroffen voor steenuil omdat er geen nestkasten of bomen met geschikte holten aanwezig waren. In de bebouwing in het plangebied zijn geen geschikte invliegopeningen aangetroffen en vanwege voorgaande is een nestplaats in het plangebied uitgesloten. Leef-/jachtgebied van steenuil bestaat voornamelijk uit open terrein met het hele jaar door lage vegetatie (bijvoorbeeld bij beweiding). De vegetatie in het plangebied bestaat uit hoog gegroeide ruigte.
Dit zorgt ervoor dat het plangebied niet (optimaal) geschikt is als leef-/jachtgebied voor steenuil. Bovendien zijn er geschiktere alternatieven in de directe omgeving aanwezig in de vorm van agrarische grasland percelen ten zuiden en oosten van het plangebied. Het perceel is mogelijk onderdeel van foerageer- of jachtgebied van vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats , maar gezien het ontbreken van nestplaatsen in de directe omgeving en de inrichting van het perceel met verharding en bebouwing , is uitgesloten dat het hier essentieel foerageergebied betreft. 2. 1. 1. 2 Conclusie en advies Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen nesten aangetroffen van vogelsoorten met jaarrond beschermde rust- en nestplaatsen uit categorie 1. De geplande werkzaamheden leiden daarom niet tot overtreding van de omgevingswet. Aanvullend onderzoek naar vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats is niet nodig. Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 7 2. 1. 2 Vogels categorie 2 2. 1. 2.
1 Inventarisatie Naast de soorten uit categorie 1 , waarvan de nesten altijd jaarrond beschermd zijn , zijn er de categorie 2 soorten waarvan de nestplaatsen (en bijbehorende functionele leefomgeving) beschermd zijn , tenzij bepaalde omstandigheden (bij ecologisch zwaarwegende redenen en voldoende alternatief leefgebied in de directe omgeving) anders uitwijzen. In de omgeving van het plangebied komen verschillende soorten van categorie 2 voor , waaronder de huiszwaluw. De huiszwaluw maakt voor zijn nestplaatsen gebruik van bebouwing. De bebouwing in het plangebied biedt hiervoor geen mogelijkheden en bovendien zijn er geen nesten aangetroffen van deze soort. Daarnaast ontbreken bomen in het plangebied. Van de overige soorten uit categorie 2 die in de omgeving van het plangebied voorkomen , zijn daarom geen nesten aangetroffen op het onderzochte perceel. Voor alle te verwachten soorten uit categorie 2 geldt dat in de omgeving voldoende nestgelegenheid en foerageergebied aanwezig is. Indien er in de toekomst toch een soort van categorie 2 zou gaan broeden , is dit nest daarom niet jaarrond beschermd. 2. 1. 2. 2 Conclusie en advies Binnen het plangebied zijn geen nesten aangetroffen van vogels uit categorie 2.
Aangezien er veel vergelijkbare alternatieven in de omgeving aanwezig zijn , is er geen sprake van ecologisch zwaarwegende redenen en zijn eventuele nesten niet jaarrond beschermd. Vervolgonderzoek naar deze soortgroep is niet noodzakelijk. Voor eventuele toekomstige broedgevallen van categorie 2 soorten geldt dat de nesten beschermd zijn zolang deze in gebruik zijn. Hiervoor gelden dezelfde maatregelen als voor overige algemene broedvogels (zie 2. 1. 3). 2. 1. 3 Overige broedvogels 2. 1. 3. 1 Inventarisatie In de omgeving van het plangebied komen diverse algemene soorten zoals merel , kauw en houtduif voor. Algemene broedvogels kunnen nestelen in struiken en bomen die grenzen aan het plangebied. Tijdens de uitvoering is verstoring of vernieling van bezette nesten niet op voorhand uitgesloten als werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd. Bezette nesten mogen nooit verstoord of vernield worden. Het is niet mogelijk om voor deze overtreding van de omgevingswet een omgevingsvergunning te krijgen. Alleen kortdurende verstoring die niet van invloed is op het broedsucces is toegestaan , maar dient alsnog zoveel mogelijk voorkomen te worden.
Als er toch werkzaamheden in het broedseizoen uitgevoerd moeten worden , dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uitgevoerd te worden door een broedvogeldeskundige , om verstoring van eventuele broedgevallen tijdens het broedseizoen of verwonding/doding van (jonge) vogels te voorkomen. 2. 1. 3. 2 Conclusie en advies De bomen die grenzen aan het plangebied zijn geschikt als broedlocatie voor algemene broedvogels. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen eventueel aanwezige nesten in of rond het plangebied beschadigd/vernietigd of verstoord worden. Dit is in strijd met de omgevingswet en moet voorkomen worden , het is niet mogelijk hiervoor een vergunning te krijgen. Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode , uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. In de periode oktober t/m februari is de kans op nesten het kleinst. Bij werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een broedvogelcheck uitgevoerd te worden om verstoring van eventuele broedgevallen uit te sluiten. Indien bij de broedvogelcheck bezette nesten worden aangetroffen , moeten werkzaamheden worden uitgesteld of moeten maatregelen getroffen worden om verstoring van de nesten te voorkomen.
Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 8 2. 2 Vleermuizen 2. 2. 1 Inventarisatie Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn strikt beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop , renovatie en bomenkap zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen. Niet alleen verblijfplaatsen , maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de gewone dwergvleermuis , grijze grootoorvleermuis en laatvlieger. Verblijfplaatsen De in de omgeving voorkomende vleermuissoorten worden voornamelijk in gebouwen en holtes en scheuren in bomen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte , toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn. Dat zijn vaak donkere , tochtvrije ruimte die toegankelijk zijn via een geschikte opening met vrije aanvliegroute. In de aanwezige bebouwing zijn dergelijke ruimtes niet aanwezig , waardoor mogelijkheden voor gebouwbewonende soorten ontbreken. De bebouwing bestaat voor het onderste deel uit een bakstenen muur met spouw en het bovenste deel is gemaakt van metalen wandplaten.
Er zijn geen geschikte openingen naar de spouw toe aangetroffen. Daarbij is de onderste rand van het metalen deel geïnspecteerd en dit sluit overal strak aan op de stenen muur. Hier zijn geen openingen aangetroffen. Ook nabij/achter de aanwezige kozijnen , regenpijpen en zonweringen zijn geen geschikte openingen aangetroffen waardoor vleermuizen in de spouw kunnen komen. De metalen gevelplaten zijn te glad voor vleermuizen om op te landen en ook daar zijn geen geschikte openingen aangetroffen. Daarom is de bebouwing niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. In het plangebied zijn geen bomen aanwezig waarin vleermuizen kunnen verblijven. Foerageergebied en vliegroutes Het is mogelijk dat het parkje ten zuiden van het plangebied onderdeel uitmaakt van foerageergebied van vleermuizen. Hier zullen geen werkzaamheden gaan plaatsvinden ; het parkje blijft in dezelfde mate geschikt en beschikbaar als foerageergebied. Hiernaast betreft het niet-essentieel leefgebied. In de omgeving zijn namelijk voldoende (betere) alternatieven beschikbaar , zoals het bos ten zuiddoosten van het plangebied of ten westen van het dorp Nieuw-Wehl. Er zijn geen aaneengesloten lijnvormige structuren (die mogelijk gebruikt kunnen worden als vliegroute voor vleermuizen) aanwezig in het plangebied.
Negatieve effecten op foerageergebied en vliegroutes door toedoen van de werkzaamheden zijn vanwege voorgenoemde redenen uitgesloten. 2. 2. 2 Conclusie en advies De voorgenomen werkzaamheden leiden niet tot verstoring of vernieling van vaste , jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen. Aanvullend onderzoek naar verblijfplaatsen , of mitigerende (compenserende) maatregelen zijn niet nodig. Negatieve effecten op foerageergebied of vliegroutes zijn niet aan de orde , met mogelijke uitzondering van lichtverstoring. Voorkom lichtverstoring van foerageergebied en mogelijke vliegroutes van vleermuizen door spaarzaam om te gaan met (bouw-)verlichting. Voer werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uit of neem maatregelen om uitstraling van kunstlicht richting bomen te voorkomen. Beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter , gebruik afgeschermde armaturen , amberkleurige ‘batlampen’ en zorg ervoor dat lampen niet op omliggende bomen gericht worden. Wanneer deze maatregelen in acht worden genomen is er geen aanvullend onderzoek nodig ten aanzien van deze gebiedsfuncties. Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 9 2. 3 Overige zoogdieren 2. 3. 1 Inventarisatie Met ‘overige zoogdieren’ worden hier alle zoogdieren bedoeld met uitzondering van vleermuizen.
Uit het literatuuronderzoek blijkt dat de volgende beschermde soorten in de omgeving voorkomen: bever , bunzing , edelhert , eekhoorn , steenmarter , wezel. Gezien de ligging van het plangebied en het ontbreken van water in de directe omgeving , is uitgesloten dat het plangebied een essentiële functie heeft voor bever. Ook aanwezigheid van eekhoorn is uitgesloten in het plangebied vanwege het ontbreken van bomen. Gezien de ligging van het plangebied is het redelijkerwijs uitgesloten dat het plangebied een (essentiële) functie heeft als leefgebied van edelhert. Beschermde (kleine) marterachtigen zijn in het plangebied niet te verwachten. Marterachtigen hebben hun verblijfplaats vaak in donkere nissen , hoekjes of ruimten in bebouwing. De bebouwing in het plangebied is niet geschikt als verblijfplaats voor marterachtigen omdat er geen geschikte openingen zijn waar marterachtigen binnen kunnen komen. Ook zijn er geen voor (kleine) marterachtigen geschikte plekken aanwezig in de bebouwing door het ontbreken van donkere hoeken of nissen. Daarnaast kunnen (kleine) marterachtigen hun verblijfplaats ook in houtstapels hebben. Dergelijke structuren zijn niet aangetroffen in het plangebied. Verder kunnen kleine marterachtigen ook verblijven in holen in de grond. Daarvoor gebruiken ze bijvoorbeeld holen van konijnen , dassen of vossen.
Wezel kan ook holletjes van muizen gebruiken als verblijfplaats. Tijdens het veldbezoek zijn dergelijke holen niet aangetroffen in of direct nabij het plangebied. Bovendien betreft het plangebied voormalig intensief beheerd grasland , wat niet geschikt is als leefgebied voor (kleine) marterachtigen (ook vooral vanwege de afwezigheid van structuurelementen in het plangebied). In de omgeving van het plangebied zijn geschiktere structuren aanwezig als leefgebied voor (kleine) marterachtigen. Daarbij valt te denken aan het gebied ten zuiden en zuidwesten van het plangebied waar meer structuur (zoals struweel) aanwezig is. Daarmee betreft het plangebied geen essentiëel leefgebied van (kleine) marterachtigen en is een effect op deze soorten uitgesloten. Voor de overige te verwachten soorten en overige zoogdiersoorten waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving (haas , egel , muizen) , geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen of deze zijn niet beschermd , of heeft het plangebied in het geheel geen functie. 2. 3. 2 Conclusie en advies Aanwezigheid van vaste rust- of voortplantingsplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren is uitgesloten binnen het plangebied. Er zijn geen vervolgacties , zoals aanvullend soortgericht onderzoek of een omgevingsvergunning , nodig ten aanzien van beschermde grondgebonden zoogdieren.
De overige zoogdieren die te verwachten zijn binnen het plangebied , zijn vrijgesteld of niet beschermd of er zijn geen effecten te verwachten op deze soorten. Aangaande deze soorten zal zorgvuldig handelen met inachtneming van de zorgplicht voldoende zijn. 2. 4 Overige soortgroepen 2. 4. 1 Inventarisatie Vanuit verspreidingsgegevens is het voorkomen van de volgende beschermde soorten uit overige soortgroepen in de omgeving bekend ; reptielen: hazelworm ; amfibieën: kamsalamander , poelkikker. De hazelworm komt voor in open bossen , bosranden , heide en andere met dichte vegetatie bedekte gebieden. Dergelijk leefgebied is niet aanwezig in het plangebied. Daarom is wezenlijk negatief effect op deze soort uitgesloten. Landhabitat van de genoemde beschermde amfibieën bevindt zich doorgaans op korte afstand van voortplantingswateren. Het dichtstbijzijnde oppervlaktewater betreffen vijvers op 15 en 200 meter ten zuidwesten van het plangebied. Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 10 Poelkikker De poelkikker is een zon- en warmteminnende soort met een voorkeur voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone moet bij voorkeur goed begroeid zijn. Het is een kritische soort , die houdt van voedselarm en schoon water. Hij heeft een voorkeur voor zwak zure , stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op de hogere zandgronden.
Hij komt voor in vennen , poelen en watergangen in hoogveengebieden en in de uiterwaarden. Dergelijk habitat is niet aanwezig in of nabij het plangebied door de aanwezigheid van veel agrarische activiteiten. Door deze activiteiten zal het water in de vijvers ten zuidwesten van het plangebied niet voedselarm en schoon zijn. Ook bestaat het plangebied en directe omgeving niet uit bos- en heidegebieden , hoogveengebieden of uiterwaarden. Het plangebied bestaat uit ruigtevegetatie wat geen voorkeurshabitat van poelkikker betreft. Vanwege voorgaande is aanwezigheid van poelkikker in het plangebied uitgesloten. Kamsalamander Het landschap waarin de kamsalamander wordt aangetroffen is bosrijk , bevat houtwallen of struweel en wordt vaak gekenmerkt door kleinschaligheid in de directe omgeving van het voortplantingswater. Kamsalamanders komen zelden in akkerbouwgebieden voor. Ze komen relatief veel voor langs de grote rivieren , in beekdalen en op landgoederen. Kamsalamanders komen voor in een verscheidenheid aan typen visvrije wateren. Op de zandgronden en in beekdalen leeft de soort in poelen , vijvers , matig voedselrijke (mesotrofe) vennen en in leemputten. In het rivierengebied komt de soort voor in zelden overstromende (laagdynamische) strangen , kleiputten en kolken.
Dergelijk voorkeurshabitat is niet aanwezig in het plangebied doordat het braak ligt en met ruigtekruiden is begroeid. In de omgeving van het plangebied is dergelijk voorkeurshabitat ook niet aanwezig omdat het vooral bebouwing en agrarische percelen betreft. Voorkeurshabitat zoals bossen , houtwallen of struweel ontbreken in en in de directe omgeving van het plangebied. Vanwege voorgaande is de aanwezigheid van de kamsalamander in het plangebied uitgesloten. Algemene amfibieën zoals bruine kikker of gewone pad zijn minder kieskeurig wat betreft hun leefgebied. Het is niet uitgesloten dat deze worden aangetroffen binnen het plangebied. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. Wel is de zorgplicht van toepassing. 2. 4. 2 Conclusie en advies Aanwezigheid van beschermde , niet-vrijgestelde soorten uit overige soortgroepen is uitgesloten. Bovendien leiden de voorgenomen werkzaamheden niet tot effecten op mogelijk leefgebied. Vervolgonderzoek naar soorten uit overige soortgroepen is niet nodig. Wel is de zorgplicht van toepassing voor de algemene amfibieën die buiten de voortplantingsperiode op en rond het terrein kunnen voorkomen. 2. 5 Vaatplanten 2. 5. 1 Inventarisatie Vanuit de NDFF en andere verspreidingsgegevens zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vaatplanten maar wel van vaatplanten die op de Rode lijst vermeld staan.
Deze Rode lijst soorten zullen in hoofdstuk 4 behandeld worden. Bij het veldbezoek zijn enkel algemene ruigtesoorten aangetroffen (bijvoorbeeld speerdistel en straatgras). Het vegetatietype betreft in het plangebied daarom ook ruigte. Het plangebied is in gebruik geweest als intensief bemest en gemaaid grasland. Hierdoor is de bodem in het plangebied erg voedselrijk. Voedselrijke omstandigheden zijn niet geschikt als groeiplaats voor beschermde soorten vaatplanten. Op basis van de biotische en abiotische omstandigheden is aanwezigheid van beschermde plantensoorten redelijkerwijs uitgesloten. Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 11 2. 5. 2 Conclusie en advies Binnen het plangebied zijn geen beschermde of bijzondere plantensoorten aangetroffen. Geschikte omstandigheden voor bijzondere vegetatie ontbreken. Aanwezigheid en effecten op beschermde planten zijn uitgesloten , nader onderzoek is niet nodig. 2. 6 Samenvatting bevindingen Een samenvatting van de bevindingen per soortgroep is terug te vinden in tabel 5. 1. Hierin staat aangegeven of de voorgenomen werkzaamheden kunnen leiden tot effecten op beschermde soorten en zo ja , welke consequenties dit heeft. Daarnaast geldt voor alle in het wild levende dieren en planten de zorgplicht.
Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 12 3 | Gebiedsbescherming | en | houtopstanden Bij het | onderdeel | ‘gebiedsbescherming’ | wordt | de | aanwezigheid | van | beschermde | natuurgebieden en | een | verkennende | beoordeling | van | een | mogelijk | effect | door | de | voorgenomen | activiteiten | op deze | gebieden | behandeld. | Het | gaat | daarbij | om | Natura | 2000-gebieden | en | provinciaal | beschermde gebieden | waaronder | het | Natuurnetwerk | Nederland | en | weidevogelgebieden. | Als | er | sprake | is van een | mogelijk | negatief | effect , dan | zijn | vervolgstappen | zoals | aanvullend | onderzoek | en | mogelijk planaanpassing | nodig. 3. 1 Gelders | Natuurnetwerk | (GNN) | en | andere | provinciaal | beschermde | natuurgebieden Het | plangebied | ligt buiten | de | buiten | de | begrenzing | van | het | GNN | , GO | (Groene | Ontwikkelingszone) en andere | provinciaal | beschermde | natuurgebieden | of weidevogelgebieden | (afbeelding | 9). Gezien de | aard | van | de | ontwikkelingen | zijn | geen | externe | effecten | te verwachten | en | is het | dus | niet | nodig om | effecten | door | externe | werking | te toetsen. . . Afbeelding | 9: Ligging | van | het | plangebied | (rode | stip) ten | opzichte | van | het NNN | (groen).
| Andere | provinciaal beschermde | natuurgebieden | , groene | contour | , of weidevogelgebieden | zijn niet aanwezig | in de directe | omgeving Bron: | Atlas | leefomgeving. 3. 2 Natura | 2000-gebieden De | kortste | afstand | tot Natura | 2000-gebied | ‘Rijntakken’ | ligt op | ca. | 56 , km | ten | noordwesten | van | het plangebied. | Andere | Natura | 2000-gebieden | liggen | op | meer | dan | 10 | km. | Gezien | de | voorgenomen activiteiten | en | de | afstand | tot het | dichtstbijzijnde | Natura | 2000-gebied | zijn directe | negatieve | effecten (geluid | , licht , trillingen | , etc. ) op | aangewezen | soorten | uitgesloten | , met | mogelijke | uitzondering | van stikstofdepositie. Negatieve | effecten | door | een | toename | van | stikstofuitstoot | tijdens | de | werkzaamheden | en toekomstige | gebruiksfase | zijn | niet | op | voorhand | uitgesloten. | Voer | een | berekening | uit in Aerius Calculator | om | te bepalen | of er | sprake | is van | een | vergunningplicht | ten | aanzien | van | stikstof. | De beoordeling | van | het | aspect | stikstof | is geen | onderdeel | van | voorliggende | quickscan. 13 | Ecologische | quickscan | Hoekhorsterweg | Nieuw-Wehl | 11 december | 2025 56 , km Afbeelding 10: Ligging van het plangebied (rood kader) ten opzichte van Natura 2000-gebied. Bron: Atlas Leefomgeving. 3.
3 Toets houtopstanden Kap van bomen is geen onderdeel van de ontwikkelingsplannen , een toets houtopstanden is derhalve niet aan de orde. Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 14 Rode Lijst 4 In dit hoofdstuk worden de bevindingen beschreven met betrekking tot soorten van de Rode Lijst die binnen het plangebied zijn aangetroffen of waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving. In dit hoofdstuk worden enkel de soorten beschreven die op de Rode Lijst als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld en waarvoor het plangebied een wezenlijke functie heeft. Voor soorten van de Rode Lijst waarvoor een wezenlijk negatief effect te verwachten is door toedoen van de geplande werkzaamheden , wordt beschreven op welke manier aan de specifieke zorgplicht kan worden voldaan door aanpassing van de werkwijze , het implementeren van maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of door het bieden van compenserende voorzieningen. 4. 1 Resultaten en effectbeoordeling Vaatplanten Vanuit de NDFF zijn waarnemingen bekend van een aantal plantensoorten van de Rode Lijst. Daarbij gaat het om de soorten: bolderik , bosaardbei , dubbelloof , korenbloem , veldsalie en zwarteblauwe rapunzel. Deze soorten zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Het betreft soorten die voorkomen in of nabij bos , nabij watergangen of vochtige bodem en soorten die bij akkers groeien.
Dergelijke groeiplaatsen zijn niet aanwezig in het plangebied doordat het braakliggend terrein betreft met een voedselrijke (door het voormalige intensieve agrarische gebruik) , zanderige bodem en met ruigtekruiden (vooral speerdistel). Het is daarom uitgesloten dat werkzaamheden ten behoeve van herinrichting van het plangebied een negatief effect hebben op mogelijke groeiplaatsen van bedreigde of kwetsbare soorten van de Rode Lijst. Broedvogels Voor vogelsoorten van de Rode Lijst die in de omgeving voorkomen geldt dezelfde effectbeoordeling als voor algemene broedvogels (zie paragrafen 2. 2). Het plangebied is geschikt als leefgebied voor verschillende vogels van de Rode Lijst (zoals putter , kneu , keep en vink). Het plangebied heeft geen essentiële functie als leefgebied voor deze soorten omdat er in de omgeving alternatief leefgebied aanwezig is en omdat de ruigte erg monotoom is (erg gedomineerd door speerdistel). De nieuwe inrichting kan bijdragen aan het bieden van nestplaatsen voor verschillende soorten door nestkasten. Ook kan de nieuwe inrichting bijdragen aan nestplaatsen en leefgebied van soorten die afhankelijk zijn van bebouwing (zoals spreeuw , huismus , gierzwaluw en kauwen). Wanneer werkzaameden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen nesten worden beschadigd/vernietigd of verstoord worden waardoor broedzorg gestaakt kan worden.
Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door met de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode , uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is maar eerdere of latere broedgevallen van met name houtduif kunnen voorkomen. Van de te verwachten broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt , ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. Laat bij werkzaamheden binnen het broedseizoen altijd een broedvogelcheck uitvoeren om verstoring van eventuele broedgevallen te voorkomen. Zoogdieren Beschermde overige soorten zoogdieren zijn al behandeld onder paragraaf 2. 3. Uit de omgeving zijn waarnemingen bekend van haas. De haas kan voorkomen in het plangebied door de ligging aan de rand van stedelijk gebied naast een natuurlijk ingericht perceel en naast agrarische percelen. Voor deze , en andere algemene zoogdieren geldt dat er genoeg alternatieven in de omgeving aanwezig zijn of dat de mogelijkheden voor deze soorten op voorhand beperkt zijn. De geplande werkzaamheden worden in verruigd terrein uitgevoerd. In dergelijk terrein kunnen kleine zoogdieren voorkomen , zoals muizen.
Indien schoningswerkzaamheden noodzakelijk blijken voor uitvoer van de ontwikkelingsplannen , bijvoorbeeld maaien en frezen , dan is het noodzakelijk om deze werkzaamheden op een rustig tempo uit te voeren en in één richting , zodat eventueel Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 15 aanwezige fauna tijd en ruimte heeft om een veilig heenkomen te zoeken. Met een bovenstaande werkwijze wordt voorkomen dat (jonge) dieren verwond of gedood worden. Korstmossen Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van korstmossen in de omgeving. Geschikte groeiplaatsen voor korstmossen zijn (oude) bomen en (oude) steenstructuren zoals zwerfkeien. Binnen het plangebied zijn geen geschikte groeiplaatsen aanwezig. Een negatief effect op korstmossen van de Rode Lijst is uitgesloten. Insecten Binnen het plangebied zijn bermen , (bloemrijke) akkerranden en andere groenstructuren niet of nauwelijks aanwezig. De ruigtevegetatie in het plangebied wordt gedomineerd door speerdistel. Door de monotome aard van de vegetatie wordt de geschiktheid van het plangebied voor insecten op voorhand beperkt geacht. In de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van insecten van de Rode lijst. Dit kan het geval zijn omdat waarnemingen van deze soortgroep in het algemeen niet veel aanwezig zijn in de NDFF.
Dat betekent niet dat er geen soorten insecten van de Rode lijst aanwezig kunnen zijn in de omgeving van het plangebied. Voor zeldzame insecten van de Rode Lijst die in de omgeving kunnen voorkomen , zoals soorten wilde bijen en kokerjuffers , is het plangebied geen onderdeel van leefgebied. Er wordt daarom geen wezenlijk negatief effect verwacht op insecten van de Rode Lijst die als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld. Overige soorten Voor overige soorten van de Rode Lijst waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving (zwammen , weekdieren) heeft het plangebied geen functie of wordt geen negatief effect verwacht door toedoen van de geplande werkzaamheden. 4. 2 Maatregelen zorgplicht Het merendeel van de werkzaamheden vindt plaats nabij stedelijke omgeving en op braakliggend terrein waar de kans op aantreffen van soorten van de Rode Lijst zeer gering is. Groenstroken zijn niet of nauwelijks aanwezig en er worden geen bomen gekapt. Er wordt daarom geen wezenlijk negatief effect verwacht op de meeste soorten van de Rode Lijst die in de omgeving voorkomen en die als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld. Bij werkzaamheden in het plangebied zijn negatieve effecten op soorten van de Rode Lijst echter niet uitgesloten.
Hiervoor zijn de volgende maatregelen van toepassing , die ook gelden voor algemene soorten zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk: • Bij aanvang van de werkzaamheden in geschikt habitat voor (vrijgestelde) overige zoogdieren en amfibieën dient rustig en in één richting gewerkt te worden om eventuele aanwezige individuen tijd en ruimte te geven om een veilig heenkomen te zoeken. De werkrichting moet daarbij zo zijn , dat de eventueel aanwezige individuen niet opgesloten worden maar kunnen vluchten naar geschikt leefgebied. Deze maatregel dient in het plangebied toegepast te worden door in zuidwestelijke richting te maaien. • Wanneer het werkzaamheden in dichtere/hogere begroeiing betreft , in ruig terrein zoals in het voorliggend plangebied , wordt geadviseerd om kort voor aanvang van de werkzaamheden een terreincheck uit te laten voeren als de eerste werkzaamheden (waarschijnlijk maaien) in het broedseizoen of voortplantingsseizoen uitgevoerd worden. • Start werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen , zodat de kans op verstoring van broedgevallen zoveel mogelijk wordt beperkt. Indien werkzaamheden worden gestart in het broedseizoen (grofweg tussen maart en augustus) , laat dan een broedvogelcheck uitvoeren door een broedvogeldeskundige. Indien broedende vogels worden aangetroffen moeten werkzaamheden worden uitgesteld of moeten mitigerende maatregelen (bijv.
een verstoringsvrije zone rondom het nest) worden getroffen om verstoring te voorkomen. Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 16 Conclusies en aanbevelingen 5 Vanuit de resultaten worden conclusies getrokken. Aan de hand van deze conclusies worden aanbevelingen gedaan. Dit kan wijziging van de plannen en/of nader(e) onderzoek(en) inhouden. 5. 1 Overzicht van de bevindingen Hoekhorsterweg 8 , Nieuw-Wehl Soortbescherming AanwezigEffect OvertredingNader onderzoekVervolgacties OW Vogels - jaarrond beschermde Nee nesten Geen Nee Nee Geen Vogels - categorie 2 en overige broedvogels Mogelijk MogelijkMogelijk Nee Werken buiten broedseizoen , broedvogelcheck of preventieve maatregelen indien uitvoering tijdens broedseizoen (globaal maart t/m augustus). Broedgevallen zijn altijd beschermd. Vleermuizen - verblijfplaatsen Nee Geen Nee Nee Geen Vleermuizen - foerageergebied Mogelijk Geen* Nee* Nee * = Voorkom lichtverstoring door uitstraling verlichting richting bomen te voorkomen Vleermuizen - vliegroutes Nee Geen* Nee* Nee * = Voorkom lichtverstoring door uitstraling verlichting richting bomen te voorkomen Overige zoogdieren - beschermd Nee Geen Nee Nee Geen Overige beschermde soorten Nee Geen Nee Nee Geen Overige soorten - vrijgesteld of niet beschermd Mogelijk MogelijkNee , wel zorgplicht Nee Zorgplicht Flora - beschermd Nee Geen Nee Nee Geen 5.
2 Conclusies en aanbevelingen Vogels • De bebouwing in het plangebied en het plangebied zijn niet geschikt als nestplaats voor vogels met een jaarrond beschermde nestplaats. De geplande werkzaamheden leiden daarom niet tot overtreding van de omgevingswet. Aanvullend onderzoek naar vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats is niet nodig. • Voorkom aantasting of verstoring van bezette nesten van algemene broedvogels in bomen , en andere groenstructuren binnen invloedssfeer van de werkzaamheden tijdens het broedseizoen. Laat bij twijfel altijd een broedvogelcheck uitvoeren. In de periode maart t/m augustus is de kans op broedgevallen het grootst , maar met name duiven kunnen tot ver buiten deze periode broeden. Vleermuizen • De bebouwing in en bomen naast het plangebied zijn niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Aanwezigheid van vaste , jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen is daarom uitgesloten. • Voorkom lichtverstoring van foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. Werk bij voorkeur uitsluitend tussen zonsopkomst en zonsondergang. Wanneer het onvermijdelijk is om verlichting toe te passen voorkom dan het beschijnen van bomen en beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter.
Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 17 Overige zoogdieren • Aanwezigheid van verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van overige beschermde grondgebonden zoogdieren is uitgesloten. Er zijn geen vervolgacties , zoals aanvullend soortgericht onderzoek of een omgevingsvergunning , nodig ten aanzien van beschermde grondgebonden zoogdieren. • In het plangebied kunnen enkele algemene soorten voorkomen zoals haas en muizen. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling en is geen nader onderzoek nodig. Wel is de zorgplicht van toepassing. Overige soortgroepen • Wat betreft beschermde soorten uit overige soortgroepen (amfibieën , vissen , reptielen , ongewervelden en flora) is aanwezigheid binnen het plangebied uitgesloten. Er zijn geen vervolgacties nodig ten aanzien van beschermde soorten uit overige soortgroepen. • Houd wel rekening met de zorgplicht die geldt voor alle dieren , beschermd of niet. Dit geldt met name voor algemene amfibieën ; voer werkzaamheden op een rustig tempo uit en in één richting zodat eventueel aanwezige fauna tijd en ruimte heeft om een veilig heenkomen te zoeken. Ten aanzien van zorgplicht en calamiteiten • Naarmate een perceel verruigt , kan het geschikter worden voor al dan niet beschermde flora en fauna , door het ontstaan van hogere vegetatie.
Laat voorafgaand aan werkzaamheden een terreincheck uitvoeren door een ecologisch deskundige om negatieve effecten op beschermde soorten uit te sluiten en om aan de zorgplicht te voldoen. • Ten aanzien van álle flora en fauna (beschermd of niet beschermd) geldt de zorgplicht , afdeling 1. 3 van de Omgevingswet. Dit geldt met name voor algemene soorten zoogdieren en amfibieën , waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Deze provinciale vrijstelling houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden. • Als er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen waarvoor geen aanvullend onderzoek is uitgevoerd of omgevingsvergunning is verkregen , dan dient het werk tijdelijk te worden stilgelegd en contact te worden opgenomen met een ecoloog. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan. Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 18 Bijlage 1 Samenvatting wettelijk kader Bij een ecologische quickscan wordt de ingreep door ons getoetst aan de huidige natuurwetgeving , de omgevingswet. In deze bijlage vindt u een korte samenvatting van deze wetgeving. 1.
Omgevingswet in het kort De Omgevingswet (OW) is de huidige wetgeving in de Nederlandse wet die bescherming van natuurgebieden reguleert. De wet vervangt sinds 1 januari 2024 de Wet natuurbescherming , die in 2017 werd ingevoerd als samenvoeging van de daarvoor geldende natuurwetten: de Flora- en Faunawet voor dier- en plantensoorten , de Natuurbeschermingswet voor natuurgebieden en landschappen , en de Boswet voor bos- en houtopstanden. Deze wetten zijn destijds samengevoegd om de wetgeving omtrent natuurbescherming duidelijker en overzichtelijker te maken. De nieuwe Omgevingswet regelt zowel de bescherming van natuurgebieden als dat van individuele soorten en bijbehorende habitats. 2. Zorgplicht In afdeling 1. 3 van de OW wordt de algemene zorgplicht uitgewerkt. In deze zorgplicht is bepaald dat iedereen zorg draagt voor natuurgebieden , planten , en dieren. Artikel 1.
7(a) van de OW luidt als volgt: Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving , is verplicht: • alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen , • voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken , • als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd. Het is verboden een activiteit te verrichten of na te laten als door het verrichten of nalaten daarvan aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan. 3. Soortenbescherming De soortenbescherming bestaat uit drie beschermingsregimes met ieder hun eigen beschermde soortenlijsten en verbodsbepalingen: • De Vogelrichtlijnsoorten (VR) De Habitatrichtlijnsoorten (HR) Overige soorten (genoemd in bijlage IX behorend bij artikel 11. 54 van het besluit activiteiten leefomgeving) • • Per beschermingsregime is vastgesteld aan welke voorwaarden voldaan moet worden om een omgevingsvergunning of vrijstelling verleend te krijgen door het bevoegd gezag (de provincie). Een tabel met een samenvatting van de geldende verbodsbepalingen is op de volgende pagina opgenomen (tabel 1. 1).
De beschermde soorten uit de Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn vastgesteld door de EU. Voor de soorten uit de derde categorie geldt dat provincies de vrijheid hebben om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming , inclusief lijsten van beschermde soorten , is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid. Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 19 Tabel | 1. 1: | Samenvatting | verbodsbepalingen | soortenbescherming | Omgevingswet | , beschreven | in het | besluit | activiteiten | leefomgeving | (BAL) Paragraaf | ArtikelLid | Verbodsbepaling § 11. | 2. 2. : | 11.
37 | 1 | Het | verbod | , bedoeld | in | artikel | 5.1 | , tweede | lid , aanhef | en | onder | g , van | de | wet | , om Flora- | en | fauna-activiteiten: | zonder | omgevingsvergunning | een | flora- | en | fauna-activiteit | te | verrichten | , geldt omgevingsvergunning | voor: soorten | Vogelrichtlijn 1a | Het | opzettelijk | doden | of | opzettelijk | vangen | van | van | nature | in Nederland | in het wild | levende | vogels | van | soorten | als bedoeld | in | artikel | 1 | van | de | Vogelrichtlijn | ; 1b | Het | opzettelijk | vernielen | van | of | opzettelijk | beschadigen | van | nesten | , rustplaatsen en | eieren | van | vogels | als | bedoeld | onder | a , of het | opzettelijk | wegnemen | van | nesten van | die | vogels | ; 1c | Het | rapen | en | onder | zich | hebben | van | eieren | van | vogels | als | bedoeld | onder | a ; of 1d | Het | opzettelijk | storen | van | vogels | als bedoeld | onder | a. 3 | Het | verbod | op | het | opzettelijk | storen | van | vogels | , bedoeld | in het | eerste | lid , onder d , geldt | niet , als | het | storen | niet | van | wezenlijke | invloed | is op | de | staat | van | instand- houding | van | de | vogelsoort. § 11. | 2. 3. : | 11.
46 | 1 | Het | verbod | , bedoeld | in artikel | 5.1 | , tweede | lid , aanhef | en | onder | g , van | de | wet | , Flora- | en | fauna-activiteiten: | om | zonder | omgevingsvergunning | een | flora- | en | fauna-activiteit | te verrichten | geldt omgevingsvergunning | voor: soorten | Habitatrichtlijn 1a | Het | in hun | natuurlijk | verspreidingsgebied | opzettelijk | doden | of | opzettelijk | vangen van | in het | wild | levende | dieren | van | soorten | , genoemd | in bijlage | IV , onder | a , bij de habitatrichtlijn | , bijlage | II bij het | verdrag | van | Bern | of | bijlage | I bij het | verdrag | van Bonn | ; 1b | Het | opzettelijk | verstoren | van | dieren | als | bedoeld | onder | a ; 1c | Het | in de | natuur | opzettelijk | vernielen | of rapen | van | eieren | van | dieren | als bedoeld onder | a ; 1d | Het | beschadigen | of | vernielen | van | de | voortplantingsplaatsen | of rustplaatsen | van dieren | als | bedoeld | onder | a ; en 1e | Het | opzettelijk | plukken | en | verzamelen | , afsnijden | , ontwortelen | of vernielen | van planten | van | soorten | , genoemd | in bijlage | IV , onder | b , bij de | habitatrichtlijn | of bijla- ge | I bij het | verdrag | van | Bern | , in hun | natuurlijke | verspreidingsgebied § 11. | 2. 4. : | 11.
54 | 1 | Het | verbod | , bedoeld | in artikel | 5.1 | , tweede | lid , aanhef | en | onder | g , van | de | wet | , om Flora- | en | fauna-activiteiten: | zonder | omgevingsvergunning | een | flora- | en | fauna-activiteit | te verrichten | , geldt omgevingsvergunning | voor: andere | soorten | Onverminderd | artikel | 3.5 | , eerste | , vierde | en | vijfde | lid , is het | verboden: 1a | Het | opzettelijk | doden | of | vangen | van | in het | wild | levende | zoogdieren | , amfibieën | , reptielen | , vissen | , dagvlinders | , libellen | en | kevers | van | de | soorten | , genoemd | in bijlage | IX , onder | A ; 1b | Het | opzettelijk | beschadigen | of vernielen | van | de | vaste | voortplantingsplaatsen | , rustplaatsen | of | eieren | van | dieren | als | bedoeld | onder | a ; en 1c | Het | opzettelijk | in hun | natuurlijke | verspreidingsgebied | plukken | en | verzamelen | , afsnijden | , ontwortelen | , of vernielen | van | vaatplanten | van | de | soorten | , genoemd | in bijlage | IX , onder | B. Het | wegnemen | van | nesten | is | toegestaan | MITS | het | buiten | het | broedseizoen | en | niet | behorend | tot een | soort | met | een | jaarrond | beschermd | nest. 20 | Ecologische | quickscan | Hoekhorsterweg | Nieuw-Wehl | 11 | december | 2025 4.
Gebiedsbescherming De Omgevingswet regelt de bescherming van de door de EU aangewezen beschermde gebieden genaamd Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebieden zijn opgedeeld in Vogelrichtlijn-gebieden en Habitatrichtlijn-gebieden. Alle activiteiten die een mogelijk negatief effect kunnen hebben op Natura 2000-gebieden zijn verboden , mits een vergunning is uitgegeven na het uitvoeren van een Habitattoets. Uit deze Habitattoets moet zijn gebleken dat door de geplande activiteiten geen natuurlijke kenmerken van het gebied worden aangetast. Daarnaast moet hieruit zijn gebleken dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie. Bovendien verordent de wet de provincies om natuur aan te wijzen met bijzondere natuurlijke of landschappelijke waarde onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN , voorheen ecologische hoofdstructuur). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen.
In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het ‘nee , tenzij’-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële) waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten , tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. 5. Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringsfunctie en hadden onder de Wet natuurbescherming geen juridische status. Onder de huidige wetgeving (Omgevingswet) betekent plaatsing op de lijst niet automatisch dat de soort beschermd is ; Daarvoor is opname van de soort onder de Omgevingswet nodig. De Omgevingswet voorziet echter wel in enige mate in bescherming voor soorten van de Rode Lijst , door de specifieke zorgplicht. De omgevingswet vereist van provincies dat zij de nodige maatregelen nemen voor het behoud en herstel van soorten van de Rode Lijst. Eventuele negatieve effecten op Rode Lijst soorten door toedoen van ruimtelijke ingrepen of ontwikkelingen dienen door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt en/of gecompenseerd te worden.
Ecologische quickscan Hoekhorsterweg Nieuw-Wehl 11 december 2025 21