CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

B07.09 Bijlage 9 onderbouwing - Archeologisch onderzoek

beeldvormende raad 14 oktober 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2026-1G15.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Landgoed Hagen De Kelder Prins Alexanderstraat Doetinchem (gemeente Doetinchem) bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Rapport 1625

Colofon titel: Landgoed Hagen De Kelder, Prins Alexanderstraat, Doetinchem, gemeente Doetinchem: bureauonderzoek en verkennend booronderzoek serie: Bureau voor Archeologie Rapport 1625 auteur(s): C. de Jong (KNA prospector) autorisatie: A. de Boer (KNA senior prospector) datum: 2 oktober 2025 ISSN: 2214-6687 © Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 1895 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl Administratieve Gegevens. Kenmerk | Waarde Projectnummer | 2024051401 Provincie | Gelderland Gemeente | Doetinchem Plaats | Doetinchem Toponiem | Prins Alexanderstraat Naam | Landgoed Hagen De Kelder Centrum locatie (m RD) | 216.130; 443.330 (x; y) Omvang plangebied | 99.170 m2 Omvang onderzoeksgebied booronderzoek | Erf (plandeel) 1: 3270 m2 Erf (plandeel) 2: 3730 m2 Erf (plandeel) 3: 2270 m2 totaal: circa 9260 m2 Kadastrale gegevens | kadastrale gemeentenaam: Ambt-Doetinchem, sectie: B, nummer(s): 2702, 2703, 2704, 2705, 2706, 2707, 2708, 3021 ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer | 5835681001 (ABU); 5835705001 (ABO) Soort onderzoek | bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Opdrachtgever | sab Uitvoerder | Bureau voor Archeologie Kaartblad | 40F (RO) kader onderzoek | Wijziging omgevingsplan Periode van uitvoering veldwerk | 24 september 2025 Bevoegde overheid | Gemeente Doetinchem Deskundige namens bevoegde overheid | Omgevingsdienst

Achterhoek Versie van het rapport | 1 Beheer en plaats van documentatie | Digitale documentatie: ARCHIS en Datastation Archeologie 4/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 | Doetinchem - Prins Alexanderstraat Figuur 1: Ligging van het plangebied (rode lijn) en onderzoeksgebied voor het booronderzoek (blauwe onderbroken lijnen). 5/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 Doetinchem - Prins Alexanderstraat

Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor bouwwerkzaamheden en de herinrichting van het terrein aan de Prins Alexanderstraat te Doetinchem. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een wijziging van het omgevingsplan en voldoet aan de landelijke archeologische kwaliteitsnormen (KNA 4.2, protocol 4002 en protocol 4003). Het doel van het onderzoek is om de kans op archeologische resten binnen het plangebied vast te stellen en advies te geven over hoe hiermee bij de ontwikkeling rekening gehouden kan worden. Er is gebruikgemaakt van kaarten, databanken, bodem- en historische informatie binnen een straal van 200 meter rond de locatie. In het noorden van het plangebied worden zes woningen met zes bijgebouwen gebouwd. Deze zijn verdeeld over drie zones. Verspreid over het plangebied worden bomen en struiken geplant en worden halfverharde paden aangelegd. De rest van het terrein wordt ingericht als weiland, wijngaard en bloemenakker. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een rivierduincomplex ligt, omgeven door hoge duinen. Waarschijnlijk ligt in het plangebied een dik plaggendek. Het landschap kan bewoond zijn geweest vanaf het Laat-Paleolithicum.

In de omgeving van het plangebied zijn resten uit de Late Bronstijd of IJzertijd aangetroffen die mogelijk gerelateerd kunnen worden aan een nederzetting. In de 17e eeuw tot en met het heden is het plangebied grotendeels in gebruik geweest als bouwland. In de 19e eeuw hebben in het plangebied twee gebouwen gestaan. In het midden van het plangebied heeft in de Tweede Wereldoorlog een loopgraaf gelegen. In de zones waar nieuwbouw is gepland, zijn vijftien boringen gezet tot in de natuurlijke afzettingen. Hieruit blijkt dat de bodem nog intact is. De ondergrond bestaat uit rivierduinafzettingen waarin in een aantal boringen nog een podzolbodem aanwezig is. Op de natuurlijke afzettingen ligt een humeus dek die in twee lagen onderverdeeld kan worden: een bruine onderkant van een bouwlanddek en een grijzere bouwvoor. De top van de natuurlijke afzettingen is een potentieel archeologische niveau. De top hiervan ligt tussen 45 en 115 cm -mv (1400 en 1181 cm NAP). Ten behoeve van de bebouwing zal gegraven worden tot 90 cm -mv. Dit betekent dat de graafwerkzaamheden tot in het archeologische niveau reiken. Hierdoor kunnen archeologische resten vergraven worden.

Bureau voor Archeologie adviseert daarom om |een proefsleuvenonderzoek uit te voeren op plaatsen waar bij de beoogde ontwikkeling gegraven zal gaan worden tot in het archeologische niveau, om eventuele archeologische resten te karteren en waar nodig te waarderen. De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). 6/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 Doetinchem - Prins Alexanderstraat Inhoudsopgave Samenvatting........................................................................................................................6 1 Inleiding.............................................................................................................................. 10 1.1 Doelstelling en vraagstelling....................................................................................10 2 Bureauonderzoek..............................................................................................................12 2.1 Methode...................................................................................................................... 12 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik...........................................................13 2.3 Huidige situatie..........................................................................................................

14 2.4 Aardwetenschappelijke gegevens..........................................................................15 2.5 Historische situatie....................................................................................................17 2.6 Mogelijke verstoringen.............................................................................................18 2.7 Archeologische en bouwhistorische waarden.....................................................19 2.8 Gespecificeerde verwachting..................................................................................23 2.9 Advies voor eventuele vervolgstappen.................................................................25 3 Booronderzoek..................................................................................................................26 3.1 Inleiding........................................................................................................................26 3.2 Methode......................................................................................................................

26 3.3 Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie...........................27 3.4 Archeologische interpretatie...................................................................................29 3.5 Waardering vindplaats(en)....................................................................................... 29 4 Conclusie............................................................................................................................ 30 4.1 Conclusie bureauonderzoek....................................................................................30 4.2 Conclusie booronderzoek........................................................................................31 5 Advies..................................................................................................................................33 5.1 Status en inhoudelijke afstemming bevoegde overheid....................................33 6 Literatuur............................................................................................................................34 Figuren................................................................................................................................

37 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.........................................................................................66 7/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 Doetinchem - Prins Alexanderstraat Lijst met Figuren 1: | Ligging van het plangebied (rode lijn) en onderzoeksgebied voor het booronderzoek (blauwe onderbroken lijnen). | 5 2: | Luchtfoto actueel (Nationaal Georegister). | 37 3: | Plangebied en onderzoeksgebied. | 38 4: | Archeologische beleidskaart van de gemeente Doetinchem (Willemse e.a. 2019). | 39 5: | Nieuwe situatie (verstrekt door opdrachtgever). | 40 6: | Nieuwe bebouwing (verstrekt door opdrachtgever). | 41 7: | Bouwjaren (Kadaster 2024). | 42 8: | Beddinggordels Laat Glaciaal - Vroeg Holoceen (Cohen e.a. 2012). | 43 9: | Geologische kaart 40 Oost Arnhem (Van de Meene 1977). | 44 10: | Geologische overzichtskaart 2021 (TNO-GDN 2021). | 45 11: | Geomorfologische kaart uit 2025 (Wageningen Environmental Research 2025). | 46 12: | Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2023). | 47 13: | Hoogte-reliëfkaart detail (Actueel Hoogtebestand Nederland 2023). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van NAP. | 47 14: | Zanddieptekaart provincie Gelderland (Cohen e.a. 2009). | 48 15: | Aardkundige kaart van de gemeente Doetinchem (Willemse e.a. 2019). | 49 16: | Bodemkaart (Steur, Heijink, en Stichting voor Bodemkartering 1975).

| 50 17: | Bodemkaart van de gemeente Doetinchem (Van der Schans en Vleeshouwer 1956). | 51 18: | Een aantal boorstaten uit het booronderzoek aan Den Ooiman, ten westen van het plangebied (Kruithof, Hagens en Van der Feest 2023). | 52 19: | De Havezathe Hagen en bijbehorende landerijen, 1665 (Van Gelder 1665). | 53 20: | Hottingeratlas, 1774-1794 (Versfelt 2003). | 54 21: | Landschapskaart van landgoed Hagen onder Doetinchem, 1790 (Löffler 1790). | 54 22: | Kadastrale Minuut 1811-1832 (‘HISGIS Gelderland’ 2019). De zwarte stippellijnen weergeven paden. | 55 23: | Bonneblad, 493-1587-DOETINCHEM-1890 (Kadaster). | 56 24: | Bonneblad, 493-1589-DOETINCHEM-1908 (Kadaster). | 56 25: | Bonneblad, 493-1591-DOETINCHEM-1930 (Kadaster). | 57 26: | RAF luchtfoto van 24 december 1944 (RAF 1940-1945). De loopgraven zijn groen omlijnd. | 57 27: | Topografische kaart, 40F-1957-Doetinchem (Topografische Dienst). | 58 28: | Topografische kaart, 40F-1966-Doetinchem (Topografische Dienst). | 58 29: | Topografische kaart, 40F-1977-Doetinchem (Topografische Dienst). | 59 30: | Topografische kaart, 40F-1995-Doetinchem (Topografische Dienst). | 59 31: | Archeologische terreinen, vondsten en onderzoeken uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021).

| 60 32: | Boorpuntenkaart met contouren nieuwe bebouwing (groen onderbroken lijnen) en gevonden mogelijk handgevormde aardewerkfragmenten (AWF). | 61 33: | Schematische weergave van de boringen. | 62 34: | Boring 9. | 63 35: | Boring 15. | 64 8/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 | Doetinchem - Prins Alexanderstraat 36: | Boring 5. | 65 Lijst met Tabellen 1: | Aardwetenschappelijke gegevens. | 16 2: | Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties tot ongeveer 200 m van het plangebied. | 19 3: | Coördinaten van de boringen. | 78 9/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 | Doetinchem - Prins Alexanderstraat 1 Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor de herinrichting van het terrein en bouw van woningen aan de Prins Alexanderstraat te Doetinchem. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een wijziging van het omgevingsplan. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Vanwege het gemeentelijke archeologische beleid moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.2) en de richtlijnen volgens het afwegingskader Archeologie met Beleid.2 Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een booronderzoek in de verkennende fase. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden. 1.1 Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van inventariserend veldonderzoek (IVO landbodems) in het algemeen is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek. Het doel van dit veldonderzoek is in eerste instantie het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Dit betreft de verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek. Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: Bureauonderzoek: 1.

Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen? 2. Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde? 3. Is sprake van bekende bodemverstoringen? 4. Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied? 1 SIKB 2022 2 Willemse en Kocken 2012 10/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 Doetinchem - Prins Alexanderstraat 5. Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke? 6. Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering? 7. Worden deze archeologische resten verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? 8. Welke vervolgstap(pen) kunnen worden genomen om rekening te houden met (mogelijke) archeologische resten? 9. Indien vervolgonderzoek wordt geadviseerd: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt? Booronderzoek verkennende fase: 10. Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel? 11. Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan? Eindoordeel: 12. Indien (mogelijk) archeologische resten aanwezig zijn: a.

Worden deze archeologische resten verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? b. Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische resten? 13. Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt? 11/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 Doetinchem - Prins Alexanderstraat 2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.2, protocol 4002.3 De vraag- en doelstellingen zijn in hoofdstuk 1.1 beschreven. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardwetenschappelijke, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Voor het bestuderen van de aardwetenschappelijke context zijn bodemkundige, geomorfologische, geologische, topografische en historische kaarten, gedetailleerde hoogtegegevens (AHN periode 1992 - heden), luchtfoto’s (WOII en tot heden), boorgegevens en geologische modellen uit het loket voor Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOloket) bestudeerd.

Daarnaast is gebruikt gemaakt van geologische en bodemkundige resultaten van enkele archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. Voor het bestuderen van de archeologische context zijn de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) en ARCHIS (archeologisch informatie systeem de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) geraadpleegd. In de AMK en ARCHIS zijn de gegevens uit het Centraal Monumenten Archief (CMA) en het Centraal Archeologisch Archief (CAA) verwerkt. Daarnaast zijn alle rapporten (voor zover beschikbaar) geraadpleegd van archeologische onderzoeken die in het onderzoeksgebied zijn uitgevoerd. 3 SIKB 2022 12/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 Doetinchem - Prins Alexanderstraat Voor het bestuderen van de historische situatie is gebruikt gemaakt van de kadastrale minuut, Bonnebladen, topografische kaarten en (lucht)foto’s. Aanvullende bronnen over de historische situatie zijn gezocht in het Gelders Archief, het nationaal archief in Den Haag via nationaalarchief.nl en in de regionale, gemeentelijke en streek archieven via archieven.nl. Deze gegevens worden besproken en geanalyseerd in navolgende paragrafen en de synthese leidt tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische resten beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering.

De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.4 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven. De topografische achtergronden betreffen de kaarten van de PDOK diensten,5 tenzij anders aangegeven. Alle kaarten zijn opgesteld door de auteur(s) van dit rapport, tenzij anders aan aangegeven. 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. Het plangebied ligt in de gemeente Doetinchem in de gelijknamige plaats. De locatie ligt aan het adres Prins Alexanderstraat. Het plangebied is ongeveer 400 m lang en 350 m breed en heeft een omvang van 99.170 m2. Het plangebied wordt aan de west- en zuidgrens begrensd door respectievelijk de Prins Alexanderstraat en 2e Loolaan. Door het plangebied loopt de Prins Mauritslaan. Ten noorden en oosten van het plangebied liggen deels bebouwde bossen (figuur 2). Om voldoende informatie over aardwetenschappelijke, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied.

Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 200 m om de ontwikkeling heen (figuur 3). Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid. Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2019 heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting waar sprake kan zijn van een afgedekt archeologisch niveau (figuur 4). Het beleid is dat bij ingrepen van meer dan 250 m2 en waarbij dieper wordt gegraven dan 40 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische resten. Dwars door het plangebied loopt een west-oost georiënteerde loopgraaf. Voor de loopgraaf en een bufferzone van 5 m daaromheen geldt dat bij ingrepen van meer dan 4 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021; Data Archiving and Networked Services (DANS) 5 Beheer PDOK; Kadaster 2025a; Kadaster 2025b 13/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 Doetinchem - Prins Alexanderstraat 100 m2 en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische resten. Ontwerp c.q. inrichtingsplan In het noorden van het plangebied worden zes woningen met zes bijgebouwen. Deze zijn verdeeld over drie zones (erven op figuur 5). Verspreid over het plangebied worden bomen en struiken geplant en worden halfverharde paden aangelegd. In het noorden wordt een wijngaard aangelegd.

De rest van het terrein wordt ingericht als weiland en bloemenakker. Aard en omvang van de toekomstige verstoring De woningen komen in de nieuwe situatie verdiept te liggen. Hiervoor wordt het maaiveld rondom de woningen tot 80 cm opgehoogd (figuur 6). Bij de oostelijk woning wordt het maaiveld 80 tot 160 cm opgehoogd. Dit betekent dat de vloer op het bestaande maaiveld komt te liggen. Er zijn geen kelders voorzien. De aanlegdiepte van de funderingen is 90 cm -mv onder het huidige maaiveld. Milieutechnische condities Op de bodemkwaliteitskaart van de Regio Achterhoek ligt het plangebied in de zone Landbouw/natuur.6 Dat betekent dat de kans klein is dat van één of meerdere stoffen de interventiewaarde wordt overschreden. Grondwaterpeil De actuele grondwaterstand in het plangebied is niet bekend. Informatie over de grondwaterstanden kan worden afgeleid uit de grondwatertrap op de bodemkaart. De grondwatertrap is VII. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste en laagste grondwaterstand dieper staan dan 80 cm onder maaiveld. De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen. Consequentie van de ingrepen Door het uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven.

2.3 Huidige situatie Bebouwing, functie en bodemgebruik In het westen van het plangebied bevindt zich een erf met een boerderij uit 1878 en een schuur uit 1900 (figuur 7). Het erf is omringd door bomen. Op het erf in het oosten van het plangebied staan een boerderij en schuur met een bouwjaar van 1902. Het grote perceel in het westen van het plangebied is in gebruik als bouwland (mais). Het perceel ten zuiden daarvan is in gebruik (geweest) als bouwland. Rondom het erf in het oosten liggen paardenbakken. Het perceel in het zuidoosten van het plangebied wordt gebruikt als weiland. 6 Spronk 2020 14/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 Doetinchem - Prins Alexanderstraat Omgevingsplan Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking en heeft iedere gemeente een omgevingsplan van rechtswege. Bestaande verordeningen en bestemmingsplannen gelden echter tot een nieuw Omgevingsplan wordt vastgesteld (Art. 4.6 lid 1 onder d en g Invoeringswet Omgevingswet). Deze plannen zijn onderdeel van het tijdelijke Omgevingsplan. De regels uit het bestemmingsplan Parapluherziening Archeologie 2020 (vastgesteld in 2021) zijn op deze wijze onderdeel geworden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan.7 Volgens deze regels geldt in het overgrote deel van het plangebied een dubbelbestemming Waarde Archeologie 3.

Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 250 m2 waarbij de bodem dieper dan 40 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. Voor de zone rondom de loopgraaf geldt de dubbelbestemming Waarde Archeologie 2. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 100 m2 waarbij de bodem dieper dan 30 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. 2.4 Aardwetenschappelijke gegevens De aardwetenschappelijke gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Lage Rijnterrassen', in de landschapszone rivierduinen.8 Doetinchem ligt in het stroomgebied van de Oude IJssel, een verlaten noordelijke tak van de Rijn. Hier heeft de Rijn gestroomd van het Midden-Weichselien tot aan het Laat-Weichselien/Vroeg-Holoceen. Aan het einde van het Weichselien vindt een afwisseling van warme natte perioden en koude droge perioden plaats. Tijdens de koude droge perioden is de Oude IJssel een vlechtende rivier met een breed dal van geulen en banken.9 Tijdens de warme natte perioden neem de rivier een meanderend patroon aan die die zich insnijdt in de oude afzettingen.

Buiten de geul wordt komklei afgezet op het terras (Laag van Wijchen).10 In de loop van het Laat-Glaciaal neemt de afvoer af en wordt de centrale (huidige) Rijnloop de Hoofdstroom. Als gevolg hiervan is het rivierdal met elke cyclus kleiner geworden en blijven langs de randen rivierterrassen liggen. De afzettingen van het terras waarop het plangebied ligt, zijn tussen 12.900 en 10.950 jaar geleden gevormd (702, figuur 8). Uiteindelijk functioneert de Oude IJssel alleen nog bij hoge piekafvoeren. Doordat de geulen periodiek droog staan kan het beddingzand verwaaien en ontstaan rivierduinen. Deze rivierduinen zijn voornamelijk ten noordoosten van het riviersysteem gevormd. Doetinchem is ontstaan op een dergelijk rivierduincomplex. Op hetzelfde complex ligt het plangebied (figuren 9 en 10). Op de geomorfologische kaart zijn ter hoogte van het plangebied een dekzandrug (rivierduin) en landduinen gekarteerd (figuur 11). Hierop is mogelijk een bouwlanddek gevormd. 7 NL.IMRO.0222.R70B017A-0002 8 Rensink e.a. 2019 9 Jongmans 2013 10 Smits 2024 15/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 Doetinchem - Prins Alexanderstraat Het rivierduincomplex is op de hoogtekaart als een reliëfrijk gebied (figuur 12). Ten zuidwesten van het plangebied ligt het relatief vlakke dal van de Oude IJssel. Het plangebied wordt omgeven door hoge duinen.

Langs de (noord)oostgrens ligt een duin waarvan de kruin op bijna 23 m NAP ligt. De hoogte langs de westgrens van het plangebied ligt tussen ongeveer 14,5 en 15,0 m NAP. Deze hoogte is waarschijnlijk deels aangepast door de mens. Het maaiveld in het plangebied ligt tussen ongeveer 14,3 m in het zuidoosten naar 12,8 m NAP in het noordoosten (figuur 13). Volgens de zanddieptekaart is het pakket rivierduinzand (eolisch zand) dikker dan 100 cm (figuur 14). De top van het (Pleistocene) zand ligt binnen 100 cm -mv. In het plangebied is sprake van een dik plaggendek die gevormd is door langdurige ophoging met mest en plaggen ten behoeve van de landbouw (figuur 15). Deze gronden zijn gekarteerd als hoge zwarte enkeerdgronden (figuren 16 en 17). Het plaggendek is minimaal 75 cm dik (E5, figuur 17). Opvallend is dat in het zuidoosten van het plangebied de bodem relatief nat is (E6), terwijl op de hoogtekaart daar (in de huidige situatie) geen laagte ligt. Langs de oostrand van het plangebied is het plaggendek dunner, maar nog steeds 50 tot 75 cm dik (E1, E2). Op de duin direct ten oosten van het plangebied komen vorstvaaggronden voor. Daar is de bovenste 50 cm van de bodem omgewerkt. Het terrein ten noorden van het plangebied is geëgaliseerd.

160 m ten zuidwesten van het plangebied, parallel aan de Keppelseweg, zijn in proefsleuven gegraven.11 De ondergrond bestaat op deze locatie uit rivierduinzand waarop een plaggendek is gevormd. De onderkant van het plaggendek is beschreven als een verspitte laag. Het is niet duidelijk of in de top van de natuurlijke afzettingen een bodem aanwezig is. De onderzoekers beschrijven dat de natuurlijk bodem nauwelijks is aangetast. In het onderzochte gebied is sprake van een natuurlijke depressie. Ten westen van het plangebied, aan de overzijde van de Prins Alexanderstraat, zijn in 2023 archeologische boringen gezet (figuur 18).12 Op deze locatie is bodem grotendeels omgewerkt, waarbij het bestaat uit een AC-profiel. In een aantal boringen is nog een restant van een BC-horizont aanwezig. De natuurlijke ondergrond bestaat voornamelijk uit zand. In de boringen zijn op verschillende dieptes (tussen 150 tot 520 cm -mv) kleilagen aangetroffen. In één boring (4) is in de boorstaten een begraven B-horizont beschreven. De top van deze B-horizont ligt op 170 cm -mv (10,86 m NAP). Aan de Keppelseweg 80, 160 m ten zuidoosten van het plangebied, bestaat de bodem uit een akkerlaag die is afgedekt door een stuifzanddek, een laat-middeleeuwse akker- of ophogingslaag en een 19e eeuws bouwlanddek.13 In de hogere delen van het onderzochte terrein is de bodem grotendeels geërodeerd.

Tabel 1: Aardwetenschappelijke gegevens. Bron Omschrijving Geologie (figuur 9, 10 en 14) Geologische overzichtskaart:14 • BX3: Rivierduinzand (Laagpakket van Delwijnen) 11 Tolboom 2006 12 Kruithof, Hagens en Van der Feest 2023 13 Spitzers 2011 14 TNO-GDN 2021 16/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 Doetinchem - Prins Alexanderstraat Geologische kaart 40 Oost Arnhem: • | Stuifzand op Formatie van Kreftenheye (S/Kr) Zanddieptekaart: • | Pleistoceen zand 0 - 1,0 m-mv; dek van eolisch zand aan het maaiveld, dikker dan 1,0 m Bodemkunde (figuur 16 en 17) | Bodemkunde 1:50.000:15 • | Hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (zEZ21-VII) • | Vorstvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (Zb21-VII) • | Bebouwing Bodemkaart van de gemeente Doetinchem: • | Zandige Enkgronden ◦ | vrij droog, met mestdek van >75 cm dikte (E5) ◦ | vrij droog, met mestdek van 50-75 cm dikte (E2) ◦ | vochthoudend, met mestdek van >75 cm dikte (E6) Geomorfologie (figuur 11 en | Geomorfologie 1:50.000:16 15) | • | Dekzandrug, al dan niet met oud-bouwlanddek (10B53) • | Landduin (14B58) Aardkundige kaart gemeente Doetinchem: • | Dik plaggendek • | Plaggendek • | Stuifzandrug • | Hoge rivierterrasrest met (rivier)duinzand AHN (figuur 12 en 13) | Het maaiveld in het plangebied ligt tussen ongeveer 14,3 m in het zuidoosten naar 12,8 m NAP in het noordoosten.

2.5 | Historische situatie Op het rivierduincomplex is bewoning mogelijk vanaf het Laat-Paleolithicum. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten gevonden die wijzen op bewoning in de periode Late Bronstijd tot IJzertijd (zie hoofdstuk 2.7). Het plangebied ligt ongeveer 1,0 kilometer ten noordwesten van de historische kern van Doetinchem. De eerste vermelding van de plaats dateert uit de 9e eeuw. Ongeveer 330 m ten noordoosten van het plangebied ligt de havezate Hagen, ook wel Kasteel de Kelder. De geschiedenis van de Havezate gaat terug tot in de Middeleeuwen. In de 17e eeuw is het huis (deels) afgebrand. De huidige vorm van pand dateert uit 1656. De namen Hagen is vermoedelijk afgeleid van de Doetinchemse familienaam Haegen.17 De naam “De Kelder” verwijst mogelijk naar de ruime kelder onder het pand. Het gebied rondom Havezate Hagen is figuratief afgebeeld op een kaart uit 1665 (figuur 19). De ligging van het plangebied hierop kan bepaald worden aan de hand situatie op de kadastrale minuut. Ter hoogte van het plangebied liggen in deze periode een aantal percelen bouwland. Langs de noordgrens van het plangebied ligt een weg. Het is niet duidelijk in hoeverre deze weg in het plangebied heeft gelegen. Op latere 15 | Steur, Heijink, en Stichting voor Bodemkartering 1975 16 | Maas e.a.

2021 17 | Canoncommissie Doetinchem 2020 17/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 | Doetinchem - Prins Alexanderstraat kaarten is de weg namelijk niet meer aanwezig. Mogelijk heeft het de huidige perceelsgrenzen gevolgd. Een figuratieve weergave van de situatie aan het einde van de 18e eeuw is beschikbaar op de Hottingeratlas kaart (figuur 20). Het gebied (van het rivierduincomplex) tussen de hoge duin in het noorden en de Oude IJssel in het zuiden staat gekarteerd als Langerak (‘Langerac’). De naam is een samenstelling van ‘lang’ en ‘rak’, een recht gedeelte van een waterloop tussen twee bochten. Het verwijst waarschijnlijk naar de loop van Oude IJssel. De eerste vermelding van Langerak dateert uit 1457.18 Ter hoogte van het rivierduincomplex zijn voornamelijk bouwlanden gekarteerd. De weg ten zuidwesten van het plangebied, op de overgang van de rivierduinen naar het stroomgebied van de IJssel, is de Keppelseweg. De weg die ten oosten van de duin loopt is de huidige 2e Loolaan en Vennenlaan. Tegen de westkant van de duin loopt een weg parallel aan de Vennenlaan. Waarschijnlijk is het een voorloper van de huidige Prins Mauritsstraat. Op de kaart van 1790 volgt deze namelijk het huidige wegenpatroon (figuur 21). In ieder geval twee percelen in het plangebied zijn in gebruik als bouwland. Er staat geen bebouwing in het plangebied afgebeeld.

Uit de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw blijkt dat het plangebied in gebruik is als bouwland (figuur 22). In het oosten van het plangebied bevinden zich een huis en erf. Ter hoogte van het huis staat nu de boerderij van Prins Mauritsstraat 38. Het huis en erf waren in bezit van de Gereformeerde Diaconie van Doetinchem. In het noordwesten van het plangebied stond tevens een huis (zonder erf). Door de bouwlanden liepen paden langs de huizen. Deze paden staan in het noorden in verbinding met Klein Hagen. Vermoedelijk was de bebouwing ook al aanwezig in 1790, maar was het niet afgebeeld op de kaart omdat het niet onderdeel was van het landgoed Hagen (figuur 21). Tot en met het einde van de 19e eeuw vinden weinig veranderingen plaats. Het westelijke huis is tussen 1890 en 1908 gesloopt (figuren 23 en 24). Hiervoor zijn twee gebouwen in de plaats gekomen ten zuidwesten daarvan. Het deel van het bouwland rondom de voormalige woning wordt omgezet naar weiland. In dezelfde periode wordt bij het oostelijke erf een pand (schuur) gebouwd en wordt de bestaande boerderij verbouwd. In de rest van de eerste helft van de 20e eeuw vinden nog kleine veranderingen plaats in het oosten van het plangebied. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn in en in de omgeving van het plangebied loopgraven aangelegd. Eén loopgraaf liep van west naar oost dwars door het plangebied (figuur 26).

Bij het zuiden van het plangebied, aan de zuidzijde van de Prins Alexanderstraat, lagen ook loopgraven. Rondom de loopgraven zijn puntelementen zichtbaar met een onregelmatige spreiding. Waarschijnlijk zijn dit heuveltjes kale grond. Het is niet bekend of in het plangebied gevochten is. Afgezien van wat wisselingen in het landgebruik en uitbreidingen van de erven, vinden in de tweede helft van de geen veranderingen meer plaats (figuren 27 tot en met 30). 2.6 Mogelijke verstoringen In het plangebied zijn geen grootschalige bodemverstoringen bekend. 18 Van der Sijs 2010 18/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 Doetinchem - Prins Alexanderstraat 2.7 | Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische terreinen, vondstlocaties en onderzoeken staan weergegeven in figuur 31 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In het plangebied liggen geen archeologische waarnemingen en geen (delen van) archeologische terreinen. In 2020 is in het zuidoosten van het plangebied een archeologisch booronderzoek uitgevoerd in de berm langs de 2e Loolaan (zaak 4896738100).19 Op deze locatie is de bodem verstoord tot in de C-horizont en worden geen archeologische resten meer verwacht.

160 m ten zuidwesten van het plangebied, aan de Keppelseweg, is in 2006 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd.20 Op deze locatie is een natuurlijke depressie aangetroffen. Hierin zijn een groot aantal aardewerkfragmenten en natuursteen aangetroffen die in de Late Bronstijd en IJzertijd gedateerd kunnen worden. Het betreft mogelijk afval van een nederzetting, waarvan de onderzoekers schatten dat deze ten noorden van het onderzochte gebied ligt, in de richting van het plangebied. Bij een booronderzoek direct ten westen van het plangebied bleek de bodem grotendeels verstoord te zijn (zaak 5123399100).21 Aan de Keppelseweg 80, 160 m ten zuidoosten van het plangebied, zijn een archeologisch booronderzoek en begeleiding uitgevoerd (zaken 2155550100 en 2301999100).22 Bij het booronderzoek is onder het plaggendek een fragment prehistorisch aardewerk aangetroffen. Bij het proefsleuvenonderzoek zijn daarna onder een akkerlaag uit de IJzertijd paalsporen uit dezelfde periode aangetroffen. De sporen bevonden zich in een hoog deel van het onderzochte terrein. De conservering was slecht in verband met erosie. De begrenzing van de vindplaats is niet bekend. Op de locatie zijn tevens vondsten en sporen uit de Volle en Late Middeleeuwen aangetroffen. Deze resten lagen in een laag deel van het onderzochte terrein en zijn de natuurlijke en antropogene afdekking goed geconserveerd.

In het plangebied heeft een loopgraaf gelegen (figuur 26). Het is niet bekend of tijdens de Tweede Wereldoorlog in het plangebied gevochten is. Tabel 2: Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties tot ongeveer 200 m van het plangebied. Archeologische terreinen 13166: Doetinchem, Kelderlaan, Terrein van hoge archeologische waarde Dit AMK terrein ligt 254 m richting het noordoosten. Het betreft het omgrachte terrein van havezate Hagen/Kasteel de Kelder. Het huidige gebouw dateert uit de 16e eeuw. Onderzoeken met bijbehorende vondsten 2066767100: Keppelseweg, proefputten\proefsleuven Onderzoek 160 m ten zuidwesten van het plangebied, uitgevoerd in 2005. 19 | Fens en Fleuren 2020b 20 | Tolboom 2006 21 | Kruithof, Hagens en Van der Feest 2023 22 | Stiekema 2007; Spitzers 2011 19/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 | Doetinchem - Prins Alexanderstraat Bij dit onderzoek is vindplaats 1088601 geregistreerd. Tijdens het proefsleuvenonderzoek is een vondstconcentratie aardewerk en natuursteen aangetroffen in en nabij een depressie in de oostelijke werkput. Het is mogelijk afval van een nederzetting uit de directe omgeving. Het vondstmateriaal dateert deze mogelijke nederzetting in de Late Bronstijd en de IJzertijd. De Keppelseweg, ten noordoosten van de aangelegde proefsleuven, is hoger gelegen dan het onderzoeksterrein.

Het landschap daalt in zuidwestelijke richting, in de richting van de Oude IJssel. Hoog gelegen terreinen zijn in de Bronstijd en IJzertijd aantrekkelijke plaatsen voor de mens om zich te vestigen. Het is daarom zeer goed mogelijk dat de nederzetting waartoe het vondstmateriaal uit de depressie van werkput 1 behoort, zich ten noorden of oosten van deze proefsleuf bevindt.23 Op deze locatie is de volgende vondst geregistreerd: • | 161 stuks, keramiek, aardewerk, handgevormd, Late Bronstijd – IJzertijd; Het grootste deel bestaat uit onversierde wandfragmenten. Op enkele wandfragmenten is versiering te herkennen: geglad, besmeten, kamstreek, gepolijsd en nagelindrukken. Eén randfragment is naar binnen afgeschuind, wat sterk doet denken aan een neolithische vorm. 2089422100: Keppelseweg, booronderzoek Onderzoek 160 m ten zuidwesten van het plangebied, uitgevoerd in 2004. Bij dit onderzoek is vindplaats 1077233 geregistreerd. Het rapport is niet beschikbaar. Bij de melding in ARCHIS staat het volgende beschreven: In overeenstemming met wat verwacht werd op basis van het bureauonderzoek zijn in het onderzochte gebied archeologische resten aangetroffen. Op grond van de aangetroffen archeologische indicatoren, waaronder handgevormd aardewerk, lijkt het hier te gaan om een nederzettingsterrein uit de periode Late Bronstijd tot en met Romeinse tijd.

De vindplaats kan behouden worden wanneer de graafwerkzaamheden niet dieper dan 40 cm -Mv worden uitgevoerd. Indien de vindplaats niet behouden kan worden, wordt op grond van de resultaten van het karterend booronderzoek aanbevolen door middel van proefsleuvenonderzoek verder onderzoek te verrichten. In het noordelijke deel van het onderzochte gebied is een verstoord bodemprofiel vastgesteld. Voor dit deel worden dan ook geen aanbevelingen voor vervolgonderzoek gedaan. Op deze locatie zijn de volgende vondsten geregistreerd: • | 1 stuks, hout/houtskool, houtskool, Paleolithicum - Nieuwe Tijd Laat • | 1 stuks, steen, onbekend, Late Bronstijd - Nieuwe Tijd Laat: archeologisch puin • | 4 stuks, keramiek, aardewerk, handgevormd, Late Bronstijd - Romeinse Tijd 2155550100: Keppelseweg 80, booronderzoek Onderzoek 160 m ten zuidoosten van het plangebied, uitgevoerd in 2007. Uit het booronderzoek komt naar voren dat een deel van het onderzochte gebied een (gedeeltelijk) intact esdek bevat. Verder is een fragment prehistorisch aardewerk onder het esdek aangetroffen, wat een belangrijke indicator is dat er in het onderzochte gebied resten van een prehistorische nederzetting aanwezig kunnen zijn.24 2240040100: Prins Alexanderstraat 122, bureau- en booronderzoek Onderzoek 100 m ten noordwesten van het plangebied, uitgevoerd in 2009.

Het karterend booronderzoek heeft aangetoond dat het onderzochte gebied op een dekzandrug ligt. Er is, met name op het centrale deel, een dikke eerdlaag aangetroffen, waardoor de bodem als een hoge enkeerdgrond geclassificeerd kan worden. Behalve voor het oostelijk deel is voor het onderzochte gebied sprake van een intact bodemprofiel. In de archeologische laag (onderste deel van het eerddek (A-horizont), de mollenlaag (A/C horizont) en de eerste 25 cm van het dekzand (C-horizont) zijn in met name het westelijk en centrale deel van het onderzochte gebied houtskool- en baksteenfragmenten aangetroffen. Mogelijk is, in samenhang met eerder aangetroffen archeologische vondsten 200 meter naar het zuiden (N317, Keppelseweg), sprake van een archeologische vindplaats. Mogelijk aanwezige archeologische resten zullen binnen het oostelijk deel van het onderzochte gebied reeds verstoord zijn door recente vergravingen en zullen dus ook niet meer in situ voorkomen.25 2242009100: Prins Alexanderstraat 122, booronderzoek Onderzoek 100 m ten noordwesten van het plangebied, uitgevoerd in 2009. 23 | Tolboom 2006 24 | Stiekema 2007 25 | Ten Broeke 2009 20/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 | Doetinchem - Prins Alexanderstraat Het karterend booronderzoek heeft aangetoond dat het onderzochte gebied op een dekzandrug ligt.

Er is, met name op het centrale deel, een dikke eerdlaag aangetroffen, waardoor de bodem als een hoge enkeerdgrond geclassificeerd kan worden. Behalve voor het oostelijk deel is voor het onderzochte gebied sprake van een intact bodemprofiel. In de archeologische laag (onderste deel van het eerddek (A-horizont), de mollenlaag (A/C horizont) en de eerste 25 cm van het dekzand (C-horizont) zijn in met name het westelijk en centrale deel van het onderzochte gebied houtskool- en baksteenfragmenten aangetroffen. Mogelijk is, in samenhang met eerder aangetroffen archeologische vondsten 200 meter naar het zuiden (N317, Keppelseweg), sprake van een archeologische vindplaats. Mogelijk aanwezige archeologische resten zullen binnen het oostelijk deel van het onderzochte gebied reeds verstoord zijn door recente vergravingen en zullen dus ook niet meer in situ voorkomen.26 2301999100: Keppelseweg 80, begeleiding Onderzoek 160 m ten zuidoosten van het plangebied, uitgevoerd in 2010. Bij dit onderzoek is vindplaats 1093518 geregistreerd. In het onderzochte gebied zijn archeologische resten aangetroffen uit de IJzertijd, de Volle Middeleeuwen en de Late Middeleeuwen. Deze omvatten vondstmateriaal uit de betreffende perioden en enkele grondsporen. Het vondstmateriaal uit de Volle Middeleeuwen is alleen in secundaire context aangetroffen, mogelijk in de Late Middeleeuwen van elders aangevoerd.

In de zuidelijke helft van het terrein zijn twee grondsporen (een kuil en een forse greppel) door vondstmateriaal in de Late Middeleeuwen te dateren (13e tot 15e eeuw). In dit oorspronkelijk lager gelegen deel zijn archeologische sporen goed geconserveerd door afdekking door natuurlijke en antropogene lagen in diverse fasen. Deze omvatten een akkerlaag uit de IJzertijd, plaatselijk afgedekt door een stuifzanddek, een laat-middeleeuwse akker- of ophogingslaag en een 19e eeuws akkerdek. Onder dit lagenpakket zijn ploegsporen uit de IJzertijd aangetroffen. In het oorspronkelijk hoger gelegen noordelijk deel zijn enkele, ondiep bewaard gebleven paalsporen aangetroffen uit waarschijnlijk dezelfde periode. In dit deel van het onderzochte gebied lijkt de conservering slechter door erosie in het verleden. Het blijft onduidelijk in hoeverre de aangetroffen sporen geïsoleerde sporen zijn van off-site activiteiten, in hoeverre binnen het onderzochte gebied sprake is van bewoning en wat de begrenzing van de vindplaatsen is.

Om de uitbreiding, aard en datering van de aangetroffen resten te bepalen is archeologisch onderzoek aan te bevelen bij toekomstige bodemingrepen van vlakdekkende aard in de omgeving van het onderzochte gebied en in de niet verstoorde delen van bodem binnen het gebied.27 Op deze locatie is de volgende vondst geregistreerd: • | Onbekend aantal, keramiek, aardewerk, handgevormd, Neolithicum - Vroege Middeleeuwen A: In de bouwputten zijn scherven van pre- of proto-historisch, handgevormd aardewerk aangetroffen in een oude akkerlaag, een kuil en een greppel uit de 14e tot 15e eeuw en enkele oudere, niet nader te dateren (paal)sporen. 4869821100: kabeltracés Doetinchem-Olde Kaste, bureauonderzoek Onderzoek uit 2020. Het onderzochte gebied ligt langs de zuidgrens van het plangebied. Het onderzochte gebied is onderdeel van het rivierduinenlandschap, het dekzandlandschap en het oud rivierenlandschap IJsseldal-Rijn. In het gebied kunnen in principe resten worden aangetroffen vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd, inclusief de Tweede Wereldoorlog. In het verleden concentreerde de bewoning zich met name op de hoger gelegen zones, zoals de rivierduinen, rivierterrassen en dekzandruggen.

Voor de delen nabij het huidige plangebied vertalen de bovengenoemde fysisch geografische eenheden zich naar een algemene hoge archeologische verwachting.28 4896738100: Doetinchem-Olde Kaste, booronderzoek Onderzoek uit 2020. Het onderzochte gebied bestaat uit meerdere plandelen waarvan één in het huidige plangebied ligt (plandeel 2). Het betreft een zone van 10 m lang en 5 m breed. De bodemopbouw bestaat uit 1 m verstoorde grond op de C-horizont. Vervolgonderzoek werd niet noodzakelijk geacht.29 5123399100: Den Ooiman, booronderzoek Onderzoek uit 2021. De grens van het onderzochte gebied ligt vlakbij (4 m) het plangebied, aan de westzijde. De bodemopbouw binnen het onderzochte gebied bestaat veelal uit een AC-profiel met plaatselijk brokken podzolering. Op basis van de aangetroffen bodemopbouw is er circa 75 tot 280 centimeter 26 | Wullink en Ten Broeke 2009 27 | Spitzers 2011 28 | Fens en Fleuren 2020a 29 | Fens en Fleuren 2020b 21/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 | Doetinchem - Prins Alexanderstraat opgebracht. De kans wordt klein geacht dat eventueel aanwezige sporen van bewoning uit IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen nog goed bewaard zijn. Op basis van deze gegevens is de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten voor de perioden (Laat-Paleolithicum – Nieuwe tijd) laag.

Echter kunnen nog wel resten van een loopgraaf uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig zijn.30 5252529100: Keppelseweg 131, bureauonderzoek Onderzoek 140 m ten zuidwesten van het plangebied, uitgevoerd in 2022. Het onderzochte gebied ligt in het Overijssels-Gelders zandgebied, op de overgang van het rivierdal van de Oude IJssel naar een hoger gelegen glaciale rug. In de nabije omgeving zijn verscheidene archeologische waarden bekend. Met name opvallend is een concentratie aardewerk uit de Late Bronstijd tot Romeinse Tijd. Het betreft mogelijk afval van een nabijgelegen nederzetting. Bij dit onderzoek werd geconcludeerd dat deze nederzetting hoger op de rug te verwachten is, terwijl het onderzochte gebied juist lager gelegen is. Het is echter niet onwaarschijnlijk dat in het onderzochte gebied gerelateerde waarden aanwezig zijn. Volgens de gemeentelijke beleidsdocumenten geldt voor het gebied grotendeels een hoge archeologische verwachting voor alle perioden. Alleen een klein deel van het deelgebied Trafovelden valt binnen een zone van middelhoge verwachting op de beleidskaart. Op basis van het onderzoek kan de archeologische verwachting worden bijgesteld naar een middelhoge verwachting voor de periode Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen, voor het gehele onderzochte gebied.

Voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd geldt een lage verwachting.31 5295079100: Keppelseweg 131, booronderzoek Onderzoek 190 m ten zuidwesten van het plangebied, uitgevoerd in 2022. Het algemene beeld wat spreekt uit de boringen is dat van recente ophogingspakketten op een dekzandpakket op afzettingen van de Formatie van Kreftenheije, waarbij het dekzand veelal verstoord is: er zijn recent puin en humus uit bovenliggende lagen in vermengd. In geen van de boringen zijn aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van een cultuurdek/plaggendek. Ook is in het dekzand en in de afzettingen van de Formatie van Kreftenheije, die in twee boringen zijn bereikt, geen bodemvorming waargenomen. Waarschijnlijk is de dekzandbodem afgetopt en vermengd bij (sub-)recente werkzaamheden. Gezien de mate van bodemverstoring en het ontbreken van bodemvorming in het intacte dekzand en de afzettingen van de Formatie van Kreftenheije worden geen archeologische waarden meer verwacht in het onderzochte gebied.32 5304839100: Bronckhorst, Doetinchem, perceel 2b, bureauonderzoek Onderzoek uit 2022. Het onderzochte gebied ligt langs de zuidgrens van het plangebied. Het onderzochte gebied is onderdeel van het rivierduinenlandschap, het dekzandlandschap en het oud rivierenlandschap IJsseldal-Rijn.

In het gebied kunnen in principe resten worden aangetroffen vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd, inclusief de Tweede Wereldoorlog. In het verleden concentreerde de bewoning zich met name op de hoger gelegen zones, zoals de rivierduinen, rivierterrassen en dekzandruggen.33 5459785100: Bronckhorst, Steenderen, kabelverbinding, bureauonderzoek Onderzoek uit 2023. Het onderzochte gebied en het plangebied overlappen gedeeltelijk. De onderzoeksmelding betreft een trace tussen Steenderen en Doetinchem. Het uiterste zuidelijke deel van het onderzochte gebied ligt langs de rand van het plangebied. Het onderzochte gebied is onderdeel van het rivierduinenlandschap, het dekzandlandschap en het oud rivierenlandschap IJsseldal-Rijn. In het gebied kunnen in principe resten worden aangetroffen vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd, inclusief de Tweede Wereldoorlog. In het verleden concentreerde de bewoning zich met name op de hoger gelegen zones, zoals de rivierduinen, rivierterrassen en dekzandruggen. Op een aantal gedeelten van het tracé geldt een (middel)hoge archeologische verwachting. Deze zones bevinden zich op de hoger gelegen dekzandruggen en –koppen, al dan niet met een afdekkend en conserverend esdek.34 5492208100: Doetinchem, perceel 2b (Doetinchem, Bronckhorst en Oude IJsselstreek, booronderzoek Onderzoek uit 2023.

Het onderzochte gebied ligt langs de zuidgrens van het plangebied. Het rapport is nog niet beschikbaar. 30 | Kruithof, Hagens en Van der Feest 2023 31 | Van Keulen en Adegeest 2022 32 | Ouwerkerk en Adegeest 2022 33 | Schippers, Sophie en Van Kempen 2023 34 | Durczak 2024 22/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 | Doetinchem - Prins Alexanderstraat 5660786100: Doetinchem, Wehl, Kabelnet Wehl-oost, booronderzoek Onderzoek uit 2024. Het onderzochte gebied omvat het gebied tussen Doetinchem en Wehl. In ARCHIS is een globale contour getekend, die net overlapt met het plangebied. Het rapport is nog niet beschikbaar. Volgens het Plan van Aanpak zijn nabij het huidige plangebied geen boringen gezet. 5665905100: Plakhorstweg 1, booronderzoek Onderzoek 180 m ten zuidwesten van het plangebied, uitgevoerd in 2024. Het rapport is nog niet beschikbaar. In de eerste bevindingen staat het volgende gemeld: Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat de ondergrond in het onderzochte gebied tot een diepte van circa 170 tot 180 cm -mv in het midden en zuiden en meer dan 250 cm -mv in het noorden uit ophoogzand bestaat. Dit ophoogzand is in lagen matig fijn tot matig grof van korrelgrootte, bevat zeer grove stukken grind en heeft een bruingrijze tot grijze kleur. In vier boringen is op een diepte vanaf 170- 180 cm -mv (10,2-10,5 m NAP) de natuurlijke ondergrond aangetroffen.

Deze afzettingen bestaan uit matig tot zeer grof zand waarin enkele grindjes voorkomen. Deze afzettingen zijn geïnterpreteerd als beddingafzettingen die toebehoren aan het pleistoceen rivierterras. De beddingafzettingen zijn lichtgrijs van kleur en bevatten eveneens geen sporen van bodemvorming. Op basis van deze bevindingen kan gesteld worden dat de vele bodemverstorende werkzaamheden in het onderzochte gebied alle archeologische niveaus verstoord heeft. Er zijn in de bodemopbouw geen niveaus aan te wijzen waarin archeologische resten of sporen aangetroffen kunnen worden. Vondsten overig Geen. In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd.35 2.8 Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt ter hoogte van een rivierduincomplex, omgeven door hoge duinen. Dit landschap kan bewoond zijn geweest vanaf het Laat-Paleolithicum. In de omgeving van het plangebied zijn resten uit de Late Bronstijd of IJzertijd aangetroffen die mogelijk gerelateerd kunnen worden aan een nederzetting. Waarschijnlijk is in het hele plangebied sprake van een dik plaggendek. In de 17e en 18e eeuw is het landgebruik bouwland. In de 19e eeuw staan in het plangebied twee gebouwen. Het noordwestelijke gebouw wordt rond de eeuwwisseling gesloopt. Hiervoor komt het westelijke nog bestaande erf rond 1900 in de plaats.

Het oostelijke pand heeft ter hoogte van de bestaande boerderij gestaan. Gedurende de 19e en 20e eeuw wisselt het landgebruik in sommige delen af tussen bouwland en weiland. Het overgrote deel van het plangebied blijft in gebruik als bouwland. In het plangebied heeft een loopgraaf gelegen. Het is niet bekend of tijdens de Tweede Wereldoorlog in het plangebied gevochten is. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1. Datering In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit het Laat- Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. 35 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 23/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 Doetinchem - Prins Alexanderstraat 2. Complextype Er moet rekening gehouden worden met archeologische resten uit de periode van jager-verzamelaars, landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen. Op twee locaties kunnen resten van bewoning uit de 19e eeuw voorkomen. Daarnaast moet rekening gehouden worden met resten gerelateerd aan de loopgraaf uit de Tweede Wereldoorlog. 3. Omvang Archeologische resten van jager-verzamelaars hebben over het algemeen een kleine tot zeer kleine omvang. Archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit latere perioden kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot).

Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4. Diepteligging De top van het potentiële archeologische (sporen)niveau wordt verwacht onder een plaggendek van minimaal 75 cm dik. Langs de oostrand van het plangebied is het plaggendek naar verwachting 50 tot 75 cm dik. Archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog kunnen in het plaggendek aanwezig zijn. 5. Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit) De grondwatertrap is VII. Dit betekent dat de conservering van organische archeologische resten (zoals hout, textiel, leer en bot) ondieper dan 80 cm onder maaiveld (de maximale gemiddeld hoogste grondwaterstand) waarschijnlijk slecht is. Uit onderzoek uit de omgeving blijkt dat in de hoge delen van het landschap mogelijk erosie heeft plaatsgevonden. In dergelijke gebieden is de conservering van sporen mogelijk slecht. De lage delen zijn juist afgedekt, waardoor de conservering goed is. Over de gaafheid en conservering van eventuele sporen en artefacten zijn niet meer gegevens bekend. 6. Locatie In het hele plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn. De 19e eeuwse bebouwing heeft in het noordwesten en oosten van het plangebied gestaan. De loopgraaf is west-oost georiënteerd en loopt door het midden van het plangebied.

In het uiterste zuiden van het plangebied kunnen mogelijk resten aanwezig zijn gerelateerd aan de loopgraaf die aan de overzijde van de Prins Alexanderstraat heeft gelegen. 7. Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken): Uiterlijke kenmerken: Archeologische resten van jager-verzamelaars bestaan hoofdzakelijk uit ondiepe sporen (haardkuilen) en strooiingen van vuursteen. Daarnaast kunnen resten zonder bodemkundige context zoals vuurstenen werktuigen (pijlpunten, bijlen) en wildvallen aanwezig zijn. Archeologische resten uit landbouwsamenlevingen kunnen bestaan uit sporen in de natuurlijke ondergrond zoals resten van beer- en/of waterputten of afvalkuilen, paalsporen en greppels. Daarnaast kunnen fragmenten aardewerk (urnen), crematieresten en inhumaties aanwezig zijn. Fragmenten hiervan kunnen door ploegwerkzaamheden ook in de bouwvoor of (als 24/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 Doetinchem - Prins Alexanderstraat deze aanwezig is) bouwlanddek aanwezig zijn. Archeologische resten van staatssamenlevingen hebben vergelijkbare uiterlijke kenmerken. Daarnaast moet rekening gehouden worden met resten van steenbouw (fragmenten baksteen, uitbraaksleuven, metselwerk). Prospectiekenmerken: Archeologische resten van jager-verzamelaars kenmerken zich door een spreiding van (vuursteen)artefacten. Archeologische resten uit latere perioden kenmerken zich door een sporenniveau. 8.

Mogelijke verstoringen In het plangebied zijn geen grootschalige bodemverstoringen bekend. 2.9 Advies voor eventuele vervolgstappen Met de gegevens van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Daaruit blijkt dat in het plangebied archeologische resten aanwezig kunnen zijn die bij de voorgenomen ingreep kunnen worden verstoord. Het toetsen van de archeologische verwachting in het plangebied kan het beste worden gedaan door het uitvoeren van een archeologisch proefsleuvenonderzoek. Echter, aanbevolen wordt eerst de archeologische verwachting te controleren en te verfijnen door het uitvoeren van een verkennend archeologisch booronderzoek in de delen van het plangebied waar diepe (meer dan 50 cm -mv) graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden. 25/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 Doetinchem - Prins Alexanderstraat 3 Booronderzoek 3.1 Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. In het plangebied is een ontwikkeling met grondwerkzaamheden voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische resten verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd.

Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.2,36 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO – O/P”. De vraag- en doelstellingen van het booronderzoek zijn in hoofdstuk 1.1 beschreven. Het onderzoeksgebied voor het booronderzoek omvat alleen de drie zones in het noorden waar nieuwbouw is voorzien (figuur 32). 3.2 Methode De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype De boringen zijn gezet met een 7 cm Edelmanboor. 36 SIKB 2022 26/79 - Bureau voor Archeologie Rapport 1625 Doetinchem - Prins Alexanderstraat Aantal Er zijn vijftien boringen gezet. Diepte De boringen zijn gezet tot in de C-horizont. De einddieptes liggen tussen 120 en 170 cm -mv. In elk plandeel is één boring doorgezet tot in de Pleistocene rivierafzettingen. De einddieptes van deze boringen ligt tussen 250 en 400 cm -mv. Verspreiding De boringen zijn verspreid in het plangebied geplaatst (vijf per plandeel). Waarnemingswijze Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen.

Archeologisch relevante lagen zijn gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 4 mm en het residu is gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat NEN 5104.37 Locatie bepaling De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald door middel van een GPS met een nauwkeurigheid van 2 m. De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN.38 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 24 september 2025 door A. de Boer (KNA Senior Prospector) en C. de Jong (KNA Prospector). Plan van Aanpak Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld.39 Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3. 3.3 Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie De locaties van de boringen zijn in figuur 32 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens zijn schematische doorsnedes gemaakt. Deze zijn weergegeven in figuur 33. Er zijn archeologische indicatoren aangetroffen, voornamelijk baksteenspikkels en -fragmenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8370/documents/53105