B07.07 Bijlage 7 onderbouwing - Quick scan natuur
Tekst van het document
Quickscan natuurtoets Landschapspark Hagen in Doetinchem In opdracht van Stichting Beelaerts van Blokland Hagen Colofon Quickscan natuurtoets Landschapspark Hagen in Doetinchem Opdrachtgever Stichting Beelaerts van Blokland Hagen Contactpersoon Dhr. P . Witte (Witte Rentmeesters en Makelaars) Opdrachtnemer Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel Projectnummer 5246 Rapportnummer 2747 Auteur S.J.J. Wamelink Controle R. Top Status Definitief Versie 2 Publicatiedatum 17-06-2024 Foto voorblad Plangebied (foto: S.J.J. Wamelink) Copyright Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en soorten die staan opgenomen op de Rode Lijsten. Het voorkomen van beschermde en Rode Lijstsoorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Staring Advies accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Staring Advies uitgevoerde onderzoek.
Staring Advies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Staring Advies; opdrachtgever vrijwaart Staring Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Netwerk Groene Bureaus Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus, de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus (www.netwerkgroenebureaus.nl). Het netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Inhoud Samenvatting ................................ ................................ ................................ ...................... 1 1 Inleiding en doel ................................ ................................ ................................ ........... 2 1.1 Inleiding ................................ ................................ ................................ ................ 2 1.2 Doel ................................ ................................ ................................ ...................... 2 2 Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden ................................ ..................... 3 2.1 Gegevens plangebied ................................ ................................ ...........................
3 2.2 Beschrijving van het plangebied ................................ ................................ ........... 3 2.3 Beschrijving van het onderzoeksgebied ................................ ................................ 3 2.4 Geplande flora- en fauna-activiteit ................................ ................................ ........ 3 3 Gebiedsbescherming in de Omgevingswet ................................ ................................ .. 7 3.1 Inleiding ................................ ................................ ................................ ................ 7 3.2 Natuurnetwerk Nederland ................................ ................................ ..................... 7 3.3 Natura 2000 ................................ ................................ ................................ .......... 9 3.4 Bijzondere natuurgebieden en landschappen ................................ ..................... 11 3.5 Beschermde houtopstanden ................................ ................................ ............... 13 3.6 Conclusie gebiedsbescherming ................................ ................................ .......... 14 4 Soortenbescherming in de Omgevingswet ................................ ................................ . 15 4.1 Methode ................................ ................................ ................................
............. 15 4.2 Resultaten ................................ ................................ ................................ .......... 16 4.3 Consequenties soortenbescherming ................................ ................................ ... 28 4.4 Conclusie soortenbescherming ................................ ................................ ........... 33 Literatuurlijst ................................ ................................ ................................ ..................... 34 Bijlagen ................................ ................................ ................................ ............................. 35 Bijlage 1 Impressie plangebied ................................ ................................ ......................... 36 Bijlage 2 Natuurbescherming onder de Omgevingswet ................................ ..................... 37 Pagina 1 Samenvatting Uit de quickscan natuurtoets blijkt dat voor de geplande flora- en fauna-activiteit, bestaande uit het realiseren van nieuwe bouwkavels in combinatie met natuurontwikkeling, geen aanvullend onderzoek in het kader van de Omgevingswet noodzakelijk is. Voor elke flora- en fauna-activiteit geldt de specifieke zorgplicht. In het kader hiervan moet voor het plangebied rekening gehouden worden met broedvogels en vleermuizen. De activiteit is mogelijk een Natura 2000-activiteit.
Het uitvoeren van een AERIUS- berekening is noodzakelijk om vast te stellen of negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie aan de orde zijn en of daarmee sprake is van een Natura 2000- activiteit. Voor Natura 2000-gebieden geldt de specifieke zorgplicht. Gezien de aard en beperkte omvang van de geplande activiteiten en de afstand tot Natura 2000-gebieden zijn er in het kader van de specifieke zorgplicht geen maatregelen noodzakelijk, afgezien van eventueel noodzakelijke maatregelen om stikstofuitstoot te beperken of compenseren. Dit is afhankelijk van de uitkomsten van de nog uit te voeren AERIUS-berekening. Het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het Natuurnetwerk Nederland is niet aan de orde. Het plangebied ligt niet in/nabij een bijzonder nationaal natuurgebied of bijzonder provinciaal natuurgebied of landschap. De activiteit heeft geen negatief effect op de instandhoudingsdoelen voor deze gebieden. Er is geen sprake van aantasting van de kernkwaliteiten van de Gelderse Streek ‘Rivierduinen Oude IJssel’. Het nemen van maatregelen is niet noodzakelijk. Een kapmelding bij de provincie Gelderland en een herplantplicht voor beschermde houtopstanden is ook niet aan de orde. In het kader van de specifieke zorgplicht voor houtopstanden zijn geen maatregelen noodzakelijk.
Staring Advies voerde het onderzoek en de ecologische beoordeling uit in opdracht van Stichting Beelaerts van Blokland Hagen. Pagina 2 1 Inleiding en doel 1.1 Inleiding Bij een flora- en fauna-activiteit moet, in het kader van de Omgevingswet, aangetoond worden dat er geen sprake is van aantasting van beschermde plant- en diersoorten, beschermde natuurgebieden en beschermde houtopstanden. Om in te schatten wat het effect van de flora- en fauna-activiteit is op beschermde soorten, beschermde natuurgebieden en beschermde houtopstanden wordt een quickscan natuurtoets uitgevoerd. Indien beschermde soorten verwacht worden is nader onderzoek vereist. Er zijn plannen om op het landgoed Hagen, tussen de Tweede Loolaan en de Prins Alexanderstraat in Doetinchem (tegenover verpleegtehuis Den Ooiman), enkele nieuwe bouwkavels in combinatie met natuurontwikkeling te realiseren. De heer Witte van Witte Rentmeesters en Makelaars is, namens Stichting Beelaerts van Blokland Hagen, betrokken bij de plannen en heeft aan Staring Advies gevraagd om deze quickscan natuurtoets uit te voeren. 1.2 Doel Het doel van de quickscan is om snel te inventariseren of door de flora- en fauna-activiteit schade kan ontstaan aan populaties van beschermde soorten flora en/of fauna, beschermde gebieden en beschermde houtopstanden.
Hierbij wordt ook vastgesteld of nader onderzoek, nadere toetsing en/of het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet aan de orde is. Daarnaast wordt met deze quickscan inzichtelijk gemaakt op welke wijze voldaan kan worden aan de specifieke zorgplicht die geldt bij soortenbescherming, gebiedsbescherming en bescherming van houtopstanden. Pagina 3 2 Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden 2.1 Gegevens plangebied Adres: Tweede Loolaan - Prins Alexanderstraat (Landgoed Hagen) Plaats: Doetinchem Gemeente: Doetinchem Provincie: Gelderland 2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bevindt zich in de noordwestrand van de bebouwde kom van de woonkern Doetinchem (zie figuur 1). Het betreft merendeels agrarische percelen welke in gebruik zijn als weiland (paarden) of in gebruik zijn als bouwland. Binnen de grenzen van het plangebied bevinden zich verder de erven van het woonhuis aan de Prins Alexanderstraat 80 en manege SAM’s STAL aan de Prins Mauritsstraat 38. Langs de Tweede Loolaan en de Prins Mauritsstraat ligt een bosperceel.
Het plangebied wordt aan de zuidwestzijde begrenst door de Prins Alexanderstraat, aan de noordwestzijde door bosschages en tuinen/erven behorende bij woonhuizen aan de Prins Alexanderstraat en Groot Hagen, aan de noord- en noordoostzijde door gemengd bos en langs de zuidwestzijde door de Tweede Loolaan (zie figuur 2 en bijlage 1). 2.3 Beschrijving van het onderzoeksgebied Om het eventuele verstorend effect van de geplande flora- en fauna-activiteit op zowel beschermde als niet beschermde natuurwaarden in de directe omgeving van het plangebied (externe werking) in te kunnen schatten is een groter gebied onderzocht dan het plangebied alleen. Dit onderzoeksgebied bestaat uit aanliggende bospercelen, agrarische percelen, tuinen/erven behorende bij woonhuizen aan de Prins Alexanderstraat en Groot Hagen, de bebouwde kom van Doetinchem en verpleegtehuis Den Ooiman. 2.4 Geplande flora- en fauna-activiteit Landgoed Hagen/De Kelder, in eigendom en beheer van de stichting Beelaerts van Blokland Hagen, is gelegen in de gemeenten Doetinchem en Bronckhorst en heeft een omvang van ruim 27 hectare.
Om de investeringen in de kwaliteitsverbetering van de monumentale en cultuurhistorische waarde van Kasteel De Kelder en het landgoed Hagen te kunnen bekostigen is onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van overheidssubsidie en nieuw rood, waardoor bouwkavels verkocht kunnen worden en de verkoopopbrengst geïnvesteerd kan worden in Kasteel De Kelder en het landgoed Hagen. De stichting heeft een deel van de landbouwgronden tussen de Tweede Loolaan en de Prins Alexanderstraat in Doetinchem Pagina 4 (tegenover verpleegtehuis Den Ooiman) aangemerkt als locatie voor het realiseren van nieuwe bouwkavels in combinatie met natuurontwikkeling. De uitvoering zal plaatsvinden zoals in het door Hofstra|Heersche Landschapsarchitecten opgestelde ‘Schetsontwerp Kasteel de Kelder’ is weergegeven, echter de bouwlocaties zijn teruggebracht tot drie woonerven. De beoogde bouwlocatie van de woning in het bos (‘Erf 3’: zie figuur 3) gaat niet door, de ligging van de andere bouwlocaties kloppen globaal nog. Per erf worden 3 tot 4 nieuwe erven gerealiseerd. Deze nieuwe erven worden ruimtelijk begrensd door een lage haag met inheemse bomen en struiken als hondsroos, liguster, meidoorn, sleedoorn, Spaanse aak en vlier. Het huidige agrarisch gebruik blijft behouden, maar dan op een kleinere schaal met als doel om de ecologische waarden, die bij ons cultuurlandschap horen, terug te brengen.
De agrarische percelen worden deels op een extensieve wijze begraasd door paarden of ander vee. Een deel van de graslanden wordt niet (meer) functioneel agrarisch gebruikt maar als extensief recreatieterrein. Verder wordt voorgesteld dat tussen de (agrarische) percelen ruimte komt voor bloemrijke bermen en langs de oorspronkelijke zandwegen bloemrijke bermen worden ingericht. Verspreid in het plangebied wordt beplanting gerealiseerd in de vorm van boomgroepen (‘clumps’), bomenweides, alleenstaande bomen (‘accentbomen’) en hakhoutsingels. In het plangebied wordt zeer beperkt hekwerken en rasters geplaatst. Verder worden verspreid houten picknickbanken en parkbankjes geplaatst. Pagina 5 Figuur 1. Ligging plangebied (rood). Bron: Provincie Gelderland (2024). Figuur 2. Ligging plangebied (rood omkaderd) met onderzoeksgebied (gele stippellijn). Bron: Provincie Gelderland (2024).
Pagina 6 Figuur 3. Schetsplan Landgoed Hagen. Bron: Schetsontwerp Kasteel de Kelder, Hofstra|Heersche Landschapsarchitecten (2021). Erf 4 Erf 3 Erf 2 Erf 1 Pagina 7 3 Gebiedsbescherming in de Omgevingswet 3.1 Inleiding De gebiedsbescherming in de Omgevingswet bestaat uit de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland, Natura 2000-gebieden, bijzondere natuurgebieden, landschappen en houtopstanden. In paragraaf 3.2 wordt de geplande activiteit behandeld in relatie tot de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarna wordt de activiteit behandeld in relatie tot de bescherming van deze gebieden en landschappen. In paragraaf 3.3 wordt de activiteit behandeld in relatie tot de bescherming van Natura 2000-gebieden. In paragraaf 3.4 wordt de activiteit behandeld in relatie tot overige beschermde gebieden en Groen Erfgoed, en in paragraaf 3.5 tot de bescherming van houtopstanden. In Gelderland zijn er verschillende beschermde gebieden. De gebieden van het NNN worden in de provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk genoemd. In het Gelders Natuurnetwerk komen twee natuurcategorieën voor: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). GNN en GO worden besproken in paragraaf 3.2. Ook rustgebied voor winterganzen, weidevogelgebieden en beschermde natte landnatuur zijn onderdeel van het GNN.
De natte landnatuur kent een beschermingszone, welke buiten het GNN en de GO kan liggen. Bovenstaande gebieden worden eveneens besproken bij paragraaf 3.2. Daarnaast is geheel Gelderland verdeeld in elf karakteristieke streken, de zogeheten Gelderse Streken, welke elk een aantal kernkwaliteiten hebben. Het UNESCO Werelderfgoed is ook een beschermd gebied met kernkwaliteiten. Beide gebiedstypes met kernkwaliteiten worden behandeld bij paragraaf 3.4. 3.2 Natuurnetwerk Nederland 3.2.1 Algemeen In Nederland bestaat het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het GNN bestaat uit alle bestaande natuur en een zoekgebied voor nog te realiseren nieuwe natuur. In het GNN geldt: in de basis hier geen nieuwe initiatieven. Er zijn enkele uitzonderingen mogelijk. Dat zijn ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor - overtuigend gemotiveerd – geen alternatieven bestaan. Voor dergelijke Pagina 8 uitzonderingen gelden specifieke spelregels die garanderen dat het Gelders Natuurnetwerk in stand blijft (het nee, tenzij principe). Dat betekent dat hier geen ruimte is voor nieuwe projecten die de aanwezige en potentiële natuurwaarden significant aantasten.
Groene Ontwikkelzones (GO) De Groene ontwikkelingszone (GO) is het gebied dat tussen en rondom natuurgebieden ligt. Hierin liggen onder andere de ecologische verbindingszones, de verbindende schakels tussen de natuurgebieden. Er is in dit gebied ruimte voor de verdere ontwikkeling van bestaande en bij het gebied behorende bedrijvigheid of bewoning. Afhankelijk van het type en de schaal van de ontwikkeling vraagt de provincie om een (extra) bijdrage te leveren aan de GO. 3.2.2 Geplande activiteit Het plangebied waar de activiteit gepland staat valt niet binnen het GO, maar wel deels in het GNN (zie figuur 3). Enkele agrarische percelen op 120 meter afstand, ten noordoosten van het plangebied, behoren tot het GO. Overige Gelderse beschermde natuurzones binnen het GNN, zoals rustgebied voor winterganzen, weidevogelgebieden en beschermde natte landnatuur, liggen niet binnen het plangebied en ook niet direct grenzend hieraan (zie figuur 4). Binnen het plangebied bevindt zich een bosperceel aan de Tweede Loolaan, welke binnen de grenzen van het GNN valt. Hier vinden de in het plangebied voorgenomen flora- en fauna-activiteiten, bestaande uit het realiseren van nieuwe bouwkavels in combinatie met natuurontwikkeling, niet plaats. Verder vinden hier ook geen overige werkzaamheden als kap- en graafwerkzaamheden plaats.
Daarnaast is er geen sprake van het plaatsen van hekwerk, recreatieve voorzieningen en verlichting. Vervolgstappen met betrekking tot de GNN of het GO, zoals verdere toetsing, vergunningsaanvraag of het opstellen van een versterkingsplan zijn niet noodzakelijk. Pagina 9 Figuur 4. Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van het GNN en GO. Bron: Provincie Gelderland (2024). 3.3 Natura 2000 3.3.1 Algemeen De Europese Unie heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote biologische, esthetische en economische waarde is. Om deze natuur te behouden heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Dit is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden. De Omgevingswet beschermt onder andere Natura 2000- gebieden. Voor activiteiten die significante, negatieve effecten hebben op de kernkwaliteiten van een Natura 2000-gebied is een omgevingsvergunning nodig. Een dergelijke activiteit wordt een ‘Natura 2000-activiteit’ genoemd en is vergunningsplichtig. 3.3.2 Geplande activiteit Het plangebied ligt niet in of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde (Nederlandse) Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ligt op ruime afstand van het plangebied, vanaf circa 9,5 kilometer (zie figuur 5). Overige Nederlandse Natura 2000- gebieden, waaronder Natura 2000-gebieden ‘Landgoederen Brummen’, ‘Stelkampsveld’ en
Pagina 10 ‘Veluwe’, vanaf ruim 14,9 km. Door de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000- gebied ‘Rijntakken’ en overige Natura 2000-gebieden worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven van desbetreffende Natura 2000-gebieden verwacht. Er is geen sprake van oppervlakteverlies, versnippering, verdroging, geluidsverstoring etc. Hooguit kan er sprake zijn van negatieve effecten door stikstofdepositie. Stikstofdepositie Er is tijdens de werkzaamheden door in te zetten materieel en de verkeersbewegingen sprake van extra stikstofdepositie, tenzij er volledig gebruik gemaakt wordt van elektrisch materieel. Daarmee zijn er mogelijk negatieve effecten door extra stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten. Een AERIUS-berekening is noodzakelijk om vast te stellen of er sprake is van een (significante) toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden als gevolg van de geplande activiteiten. Specifieke zorgplicht Het plangebied ligt op ruime afstand van Natura 2000-gebieden (vanaf circa 9,5 km). Gezien de afstand tot Natura 2000-gebieden zijn er in het kader van de specifieke zorgplicht geen maatregelen noodzakelijk, afgezien van eventueel noodzakelijke maatregelen om stikstofuitstoot te beperken of compenseren. Dit is afhankelijk van de uitkomsten van de nog uit te voeren AERIUS-berekening.
Op dit moment is nog niet vast te stellen is of de activiteit een ‘Natura 2000-activiteit’ is, omdat eerst een AERIUS-berekening moet worden uitgevoerd. Pagina 11 Figuur 5. Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Bron: natura2000.eea.europa.eu (2024). 3.4 Bijzondere natuurgebieden en landschappen 3.4.1 Algemeen Het Rijk kan bijzondere nationale natuurgebieden aangewezen hebben. Dit zijn gebieden die zijn aangewezen als vooruitloper op de aanwijzing of begrenzing als Natura 2000-gebied of gebieden die bescherming behoeve voor de instandhouding of herstel van biotopen en leefgebieden van in Nederland van nature in het wild voorkomende soorten genoemd in bijlage I Vogelrichtlijn of Bijlage I, II, IV of V Habitatrichtlijn. Voor de bescherming van bijzondere nationale natuurgebieden geldt de specifieke zorgplicht. De provincies kunnen bijzondere provinciale natuurgebieden of bijzondere provinciale landschappen hebben aangewezen. Ter bescherming van deze gebieden zijn specifieke regels opgesteld. In Gelderland zijn dit de Gelderse streken en het UNESCO Werelderfgoed. Beide typen beschermd gebied kennen kernkwaliteiten.
Pagina 12 Gelderse streken: Gelderland is opgedeeld in elf karakteristieke streken. Deze kennen elk een aantal kernkwaliteiten. Als een omgevingsplan een activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten, in het bijzonder de nationale landschappen. Als een activiteit of ontwikkeling leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten, laat het omgevingsplan die alleen toe als uit de toelichting op het omgevingsplan blijkt dat: a) per saldo sprake is van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap die in de betreffende Gelderse streek van toepassing zijn; en b) de versterking en de uitvoering hiervan worden vastgelegd. UNESCO Werelderfgoed: Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de UNESCO Werelderfgoederen, worden in het omgevingsplan regels gesteld in het belang van de instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten opgesteld voor het desbetreffende werelderfgoed. De regels houden in ieder geval in dat de kernkwaliteiten niet worden aangetast.
De toelichting op het omgevingsplan bevat: a) een beschrijving van de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten; en b) een beschrijving en motivering van de wijze waarop die kernkwaliteiten in stand worden gehouden of versterkt. Groen erfgoed: In Nederland zijn door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed verschillende groenstructuren aangeduid als groen erfgoed. Hieronder worden historische groenaanleggen zoals tuinen, parken, woonwijken, verdedigingswerken, begraafplaatsen, buitenplaatsen en landgoederen verstaan. Ook monumentale bomen en cultuurlandschappen met door de mens beïnvloed groen zoals (hakhout)bossen en houtwallen vallen ook onder de noemer Groen erfgoed. 3.4.2 Geplande activiteit Het plangebied waar de activiteit gaat plaatsvinden, ligt buiten UNESCO Werelderfgoed en er bevinden zich geen groene erfgoederen in het plangebied en de directe omgeving. Het plangebied bevindt zich in de Gelderse Streek ‘Rivierduinen Oude IJssel’. Er zijn dertien kernkwaliteiten opgesteld voor deze Gelderse Streek. Door de aard en beperkte omvang van de geplande activiteiten is er geen sprake van aantasting van de opgestelde kernkwaliteiten door de geplande werkzaamheden. Voor bijzondere natuurgebieden en landschappen zijn geen preventieve of herstel- maatregelen noodzakelijk bij de geplande activiteiten.
Pagina 13 3.5 Beschermde houtopstanden 3.5.1 Algemeen De Omgevingswet beschermt houtopstanden vanaf 10 are of meer en bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen, buiten de zogeheten ‘bebouwingscontour houtkap’. Als men voornemens is houtopstanden te kappen die onder de Omgevingswet vallen dan geldt een algemene meldplicht en een herplantplicht. Er zijn enkele uitzonderingen waarbij deze regels niet gelden. 3.5.2 Geplande activiteit Het plangebied ligt buiten de bebouwingscontour houtkap (zie figuur 5). Binnen het plangebied is echter geen sprake van kap van bomen. Er is daarom ook geen sprake van aantasting van beschermde houtopstanden. Een meldplicht en herplantingsplicht is niet noodzakelijk. Specifieke zorgplicht Voor houtopstanden geldt de specifieke zorgplicht. Deze geldt bij het vellen van houtopstanden, het aanplanten van bomen of nadat een houtopstand teniet is gedaan. Als deze handelingen nadelige gevolgen hebben voor de doelstellingen van de regels voor het vellen en herplanten van houtopstanden, te weten natuurbescherming, de instandhouding van het bosareaal en het beschermen van landschappelijk waarden, dan is de initiatiefnemer verplicht om de nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken of achterwege te laten. In het plangebied is geen sprake van bomenkap. De bomen in het bosperceel blijven gehandhaafd.
In kader van de specifieke zorgplicht voor beschermde houtopstanden zijn maatregelen dan ook niet nodig. Pagina 14 Figuur 5. Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van de ‘bebouwingscontour houtkap’. Bruin = buiten de bebouwingscontour. Bron: Provincie Gelderland (2024): Natuurregels in Gelderland. 3.6 Conclusie gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland Er is geen sprake van aantasting van beschermde waarden of ontwikkelingsdoelen van het Natuurnetwerk Nederland. Vervolgstappen, zoals nadere toetsing, vergunningsaanvraag of het opstellen van een versterkingsplan is niet noodzakelijk. Bijzondere natuurgebieden en landschappen Voor bijzondere natuurgebieden en landschappen zijn geen preventieve of herstelmaatregelen noodzakelijk bij de geplande activiteiten. Natura 2000-gebieden Op dit moment is nog niet vast te stellen of de activiteit een ‘Natura 2000-activiteit’ is, omdat eerst een AERIUS-berekening moet worden uitgevoerd. Gezien de afstand tot Natura 2000-gebieden zijn er in het kader van de specifieke zorgplicht geen maatregelen noodzakelijk, afgezien van eventueel noodzakelijke maatregelen om stikstofuitstoot te beperken of compenseren. Dit is afhankelijk van de uitkomsten van de nog uit te voeren AERIUS-berekening. Beschermde houtopstanden Er is geen sprake van aantasting van beschermde houtopstanden.
In kader van de specifieke zorgplicht voor beschermde houtopstanden zijn ook geen maatregelen nodig.
Pagina 15 4 Soortenbescherming in de Omgevingswet 4.1 Methode Het verzamelen van gegevens heeft op twee manieren plaatsgevonden: via een literatuuronderzoek en er is gericht veldonderzoek uitgevoerd. 4.1.1 Literatuuronderzoek Ter ondersteuning van het veldonderzoek werd de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Deze database geeft informatie over beschermde flora- en faunasoorten, soorten die staan opgenomen op de Rode Lijsten en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. In de NDFF zijn uitsluitend gevalideerde gegevens opgeslagen. De NDFF is de meest complete databank voor de actuele verspreiding van Nederlandse flora en fauna met meer dan 100 miljoen waarnemingen. De databank wordt dagelijks aangevuld met recente waarnemingen. De NDFF is echter niet vlakdekkend en volledig. In de NDFF is voor een zoekgebied met een straal van circa 1 km rond het plangebied gezocht naar waarnemingen van beschermde soorten die staan op de Rode Lijsten, uit de afgelopen 10 jaar. 4.1.2 Veldonderzoek Een onderzoeker van Staring Advies onderzocht het plangebied en nabije omgeving om een inschatting te maken van de beschermde soorten, Rode Lijstsoorten (flora en fauna) en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats (zie tabel 1). Bij het veldonderzoek is gebruik gemaakt van een verrekijker en fotocamera. Tabel 1. Veldonderzoek.
Onderzoeker Datum Tijd Weersomstandigheden S.J.J. Wamelink 29-04-2024 14.30 uur Licht bewolkt, droog, 18°C, wind 2 Bft Pagina 16 4.2 Resultaten Deze paragraaf bespreekt de resultaten van het literatuuronderzoek en het veldonderzoek. 4.2.1 Literatuuronderzoek Voor het literatuuronderzoek is de NDFF geraadpleegd. Voor het zoekgebied maakt de NDFF melding van de volgende beschermde en Rode Lijstsoorten: Flora De NDFF maakt voor het zoekgebied melding van het voorkomen van de volgende beschermde plantensoorten: • Akkerogentroost, glad biggenkruid, grote leeuwenklauw en kartuizer anjer. De NDFF maakt melding van de volgende soorten hogere planten die op de Rode Lijst staan: • Absintalsem, akkerogentroost, beemdkroon, betonie, bevertjes, blauwe knoop, bolderik, borstelgras, bosaardbei, bospaardenstaart, boswalstro, bede orchis, brede waterpest, draadzegge, dubbelloof, duifkruid, echte gamander, Franse silene, gele kornoelje, gevlekte orchis, gewone agrimonie, glad biggenkruid, grote wolfsklauw, gulden sleutelbloem, heidekartelblad, hondsviooltje, jeneverbes, kamgras, kartuizer anjer, klein warkruid, klokjesgentiaan, knikkend nagelkruid, knolsteenbreek, korenbloem, kruipbrem, lathyruswikke, moerashertshooi, moeraskartelblad, moeraswespenorchis, moeslook, rapunzelklokje, Rijncentaurie, ruige weegbree, slofhak, steenanjer, stekelbrem, stijve ogentroost, torenkruid, tripmadam,
trosdravik, valse kamille, veldsalie, vetblad, vleeskleurige orchis, welriekende agrimonie, welriekende nachtorchis, wilde kievitsbloem, wildemanskruid en zacht vetkruid. De NDFF maakt melding van de volgende soorten mossen die op de Rode Lijst staan: • Kaboutermos en viltig kronkelbladmos. Broedvogels De NDFF maakt voor het zoekgebied melding van diverse beschermde vogelsoorten en soorten die op de Rode Lijst staan. Een deel van de waarnemingen betreft overvliegende vogels zonder binding met het gebied. Een deel van de vogelsoorten kunnen hier of in de omgeving wel een territorium bezetten, waardoor ze gebruik kunnen maken van het plangebied. De NDFF maakt melding van de volgende vogelsoorten waarvan de vaste rust- en verblijfplaatsen en nestlocaties jaarrond beschermd (categorie 1 t/m 4) zijn: • Boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, sperwer, steenuil en wespendief. Pagina 17 Daarnaast zijn er waarnemingen van categorie 5-soorten bekend. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.
Het betreft de volgende in de NDFF vermelde soorten: • Blauwe reiger, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, bosuil, draaihals, ekster, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, huiszwaluw, ijsvogel, kleine bonte specht, koolmees, oeverzwaluw, pimpelmees, raaf, spreeuw, tapuit, torenvalk, zwarte kraai, zwarte mees, zwarte roodstaart en zwarte specht. De NDFF maakt melding van de volgende vogelsoorten die op de Rode Lijst staan: • Boerenzwaluw, boomvalk, draaihals, gele kwikstaart, goudplevier, graspieper, grauwe vliegenvanger, grote karekiet, grote lijster, grote mantelmeeuw, grutto, huismus, huiszwaluw, keep, kneu, koekoek, kraanvogel, kramsvogel, kwak, matkop, nachtegaal, oeverloper, paapje, patrijs, raaf, ransuil, ringmus, roerdomp, slobeend, spotvogel, steenuil, tapuit, torenvalk, veldleeuwerik, visdief, watersnip, wielewaal, wintertaling, wulp, zomertaling, zomertortel en zwarte mees. Zoogdieren De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied melding van de volgende beschermde zoogdiersoorten: • Nationaal beschermde soorten: boommarter, bosmuis, bunzing, das, dwergmuis, eekhoorn, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, mol, ree, rosse woelmuis, steenmarter, veldmuis, vos en wezel1.
• Internationaal beschermde soorten: bever, gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis. Daarnaast maakt de NDFF melding van een aantal Rode Lijst zoogdiersoorten. Het betreft de volgende soorten: • Bunzing, haas, konijn, laatvlieger en wezel. Amfibieën, reptielen en vissen De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied melding van de volgende beschermde amfibieën en reptielensoort: • Nationaal beschermde soorten: bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, hazelworm, kleine watersalamander, levendbarende hagedis1. 1 Deze soorten zijn, met uitzondering van de boommarter, bunzing, das, eekhoorn, hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en wezel in de provincie Gelderland vrijgesteld van de verboden als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdelen a en b, bij ruimtelijke ontwikkelingen. Pagina 18 • Internationaal beschermde soort: boomkikker, heikikker, kamsalamander en poelkikker. Daarnaast maakt de NDFF melding van twee Rode Lijst amfibieënsoorten en één Rode Lijst reptielensoort. Het betreft de volgende soorten: • Boomkikker, kamsalamander en levendbarende hagedis. Van de beschermde en landelijk ernstig bedreigde knoflookpad bevond zich, tot aan het begin van deze eeuw, een populatie in aangrenzende delen van het landgoed Hagen en in het nabijgelegen natuurgebied Kruisbergse Bossen.
Deze populatie is zeer waarschijnlijk uitgestorven. Echter recente herontdekkingen van historische ‘bekende’ populaties van de knoflookpad elders in Nederland geven aan dat populaties lange tijd verborgen blijven. Het is daarom niet 100% uit te sluiten is dat de knoflookpad daadwerkelijk uit de omgeving van het plangebied verdwenen is. Derhalve wordt deze soort ook in paragraaf 4.2.2 behandeld, Ongewervelde dieren De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied melding van de volgende beschermde dagvlindersoorten: • Nationaal beschermde soorten: gevlekte witsnuitlibel, grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage en kleine ijsvogelvlinder. • Internationaal beschermde soort: teunisbloempijlstaart. Daarnaast maakt de NDFF melding van de volgende Rode Lijstsoorten: • Blauwe metselbij, bruin blauwtje, gele luzernevlinder, gevlekte witsnuitlibel, gewone tubebij, gouden kegelbij, grote koekoekshommel, grote roetbij, grote vos, huiskrekel, kleine ijsvogelvlinder, kleine parelmoervlinder, kleine tuinmaskerbij, lookmaskerbij, rode koekoekshommel, roodsprietwespbij, venwitsnuitlibel, vierlijneendagsvlieg en zwarte tubebij. Pagina 19 4.2.2 Veldonderzoek In deze paragraaf worden per soortgroep de resultaten van het veldonderzoek besproken. Flora Het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen welke in gebruik zijn als weiland (paarden) of in gebruik zijn als bouwland.
Door het intensief gebruik van deze agrarische percelen beperkt de aanwezige vegetatie zich hier alleen tot een enkele algemene plantensoort van voedselrijke en ruderale omstandigheden. De vegetatie in het bosperceel is matig ontwikkeld met Amerikaanse eik, Amerikaanse vogelkers, beuk, gewone esdoorn, gewone hennepnetel, gewone vlier, gewoon struisgras, robinia, ruwe berk, wilde lijsterbes en zomereik. Bijzondere akker- en bosvegetaties met kenmerkende soorten zijn niet aanwezig. De NDFF (zie paragraaf 4.2.1) maakt melding van het voorkomen van de beschermde akkerogentroost, glad biggenkruid, grote leeuwenklauw en kartuizer anjer voor de omgeving van het plangebied. Akkerogentroost, glad biggenkruid en grote leeuwenklauw Deze beschermde soorten zijn akkerkruiden van zonnige, open plaatsen op matig voedselarme, vochtige grond (krijt, leem en zandige klei). Akkerkruiden staan sterk onder druk door de moderne en intensieve landbouw. Akkerflora, zoals die in vroeger tijden vóór de intensieve, moderne landbouw heel gewoon was, kun je tegenwoordig vrijwel alleen nog vinden op akkers die beheerd worden door natuurbeschermingsorganisaties juist met het oog op het voortbestaan van die steeds zeldzamer wordende soorten die voor de biodiversiteit zo node zijn.
Door het intensief gebruik van de agrarische percelen, gepaard met gebruik van kunstmest en herbicide, zijn geschikte groeiplaatsen voor akkerogentroost, glad biggenkruid en grote leeuwenklauw binnen de grenzen van het plangebied uit te sluiten. Karthuizer anjer Deze soort staat op zonnige, warme en droge, matig voedselarme en uitgesproken stikstofarme, basenrijke en vaak kalkhoudende grond (al of niet lemig zand en mergel) en ook op stenige plaatsen). Ze groeit in schrale- en kalkgraslanden, in bosschages langs bermen en dijken en op leisteenhellingen en zandsteenrotsen. Door het ontbreken van geschikte groeiplaatsen, in de vorm van akkers die beheerd worden door natuurbeschermingsorganisaties, binnen de grenzen van het plangebied is aanwezigheid van de kartuizer anjer uit te sluiten. Natuurlijke groeiplaatsen van overige beschermde hogere plantensoorten zijn niet in de omgeving aanwezig en ook niet in het plangebied te verwachten.
Rode Lijst (hogere planten): Absintalsem, akkerogentroost, beemdkroon, betonie, bevertjes, blauwe knoop, bolderik, borstelgras, bosaardbei, bospaardenstaart, boswalstro, bede orchis, brede waterpest, Pagina 20 draadzegge, dubbelloof, duifkruid, echte gamander, Franse silene, gele kornoelje, gevlekte orchis, gewone agrimonie, glad biggenkruid, grote wolfsklauw, gulden sleutelbloem, heidekartelblad, hondsviooltje, jeneverbes, kamgras, kartuizer anjer, klein warkruid, klokjesgentiaan, knikkend nagelkruid, knolsteenbreek, korenbloem, kruipbrem, lathyruswikke, moerashertshooi, moeraskartelblad, moeraswespenorchis, moeslook, rapunzelklokje, Rijncentaurie, ruige weegbree, slofhak, steenanjer, stekelbrem, stijve ogentroost, torenkruid, tripmadam, trosdravik, valse kamille, veldsalie, vetblad, vleeskleurige orchis, welriekende agrimonie, welriekende nachtorchis, wilde kievitsbloem, wildemanskruid en zacht vetkruid Rode Lijst (mossen): Kaboutermos en viltig kronkelbladmos. Geen van de in de omgeving bekende Rode Lijstsoorten hogere planten of mossen worden in het plangebied verwacht, door het ontbreken van geschikte groeiplaatsen. Voor een groot deel van de bekende Rode Lijstsoorten hogere planten in het stedelijk gebied, waaronder bolderik en veldsalie, geldt daarnaast dat deze ingezaaid, aangeplant of vanuit tuinen verwilderd zijn.
Natuurlijke groeiplaatsen van deze soorten bevinden zich dan ook niet in het plangebied. Broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied en de directe omgeving de volgende vogelsoorten aangetroffen: groenling, heggenmus, huismus, koolmees, merel, pimpelmees, roodborst, tjiftjaf, vink, winterkoning, witte kwikstaart, zwarte kraai en zwartkop. Jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) De NDFF vermeldt voor de omgeving van het plangebied het voorkomen van een aantal soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (zie paragraaf 4.2.1). Tijdens het veldbezoek is in de omgeving van het plangebied de volgende soort met jaarrond beschermde nesten waargenomen: huismus. Boomvalk, buizerd, havik, ransuil, roek, sperwer en wespendief Tijdens het veldbezoek zijn geen jaarrond beschermde boombewonende soorten in het plangebied en in de directe omgeving waargenomen. Het plangebied is, uitgezonderd het bosperceel langs de Tweede Loolaan en de Prins Mauritsstraat, ongeschikt als nestlocatie voor boombewonende soorten met jaarrond beschermde nesten. Tijdens het veldbezoek zijn in het bosperceel geen grote roofvogelnesten (horsten) aangetroffen. De aanwezigheid van een enkele (oude) kraaiennest is hier niet volledig uit te sluiten.
Door de ligging in de rand van de woonkern Doetinchem, beperkte rust en afwezigheid van (grote) roofvogelnesten zijn nestlocaties van verstoringsgevoelige soorten als boomvalk, buizerd, havik en wespendief op voorhand uit te sluiten. Ransuil en sperwer broeden regelmatig in (de randen van) stedelijk gebied. Het bosperceel is derhalve potentieel geschikt als een jaarrond beschermde Pagina 21 nestlocatie van ransuil en eventueel sperwer. Incidenteel kan verder een overvliegend of jagend exemplaar van de boomvalk, buizerd, havik, roek en wespendief in het plangebied worden waargenomen, maar van een essentieel leefgebied is geen sprake. Gierzwaluw en huismus Tijdens het veldbezoek zijn gierzwaluwen niet waargenomen. Huismussen zijn in het plangebied, op het erf van het woonhuis aan de Prins Alexanderstraat 80 en op het erf van manege SAM’s STAL aan de Prins Mauritsstraat 38, en in de omgeving van het plangebied waargenomen, nabij de woonhuizen aan de Prins Mauritsstraat 100-110. Gierzwaluwen en huismussen zijn koloniebroeders die hun verblijfplaatsen doorgaans hebben in bebouwing. Nestlocaties liggen vaak in ruimtes tussen dakpannen en het dakbeschot, achter dakgootbekisting of in scheuren of spleten van muren van gebouwen. Dergelijke broedplaatsen zijn in het plangebied op beide erven aanwezig.
Negatieve effecten door het realiseren van enkele nieuwe bouwkavels in combinatie met natuurontwikkeling zijn voor deze soorten uitgesloten. De aanwezige bebouwing wordt namelijk niet gesloopt. Daarnaast is er geen sprake van het aantasten van (overige) essentiële delen van de functionele leefomgeving voor de huismus als schuilmogelijkheden en foerageergebied. Realisatie van woonhuizen staat namelijk gepland op locaties (intensief bewerkte/gebruikte agrarische percelen) welke geheel ongeschikt zijn als schuilmogelijkheid en foerageergebied voor huismussen. Mogelijk is een enkele zanderige rand wel geschikt als stofbad voor huismussen. Grote gele kwikstaart Uit de omgeving van het plangebied zijn enkele waarnemingen van deze jaarrond beschermde vogelsoort bekend. Het betreft hoofdzakelijk waarnemingen van overvliegende, foeragerende en pleisterende exemplaren buiten de broedtijd van de soort. Er zijn geen broedgevallen bekend vanuit het plangebied en de omgeving (bron: NDFF). Tijdens het veldbezoek is de soort niet waargenomen. Beken en andere waterlopen zijn het belangrijkste habitat voor de grote gele kwikstaart, waarbij als broedlocatie vrijwel altijd een sluis, watermolen, stuw of ander bouwwerk nabij het water wordt uitgekozen. Bij voorkeur zijn die beken en rivieren snelstromend, maar hij broedt ook aan zwak of zelfs nauwelijks stromend water.
Dergelijk broedgebied ontbreekt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Incidenteel kunnen foeragerende of rustende grote gele kwikstaarten in de directe omgeving van het plangebied worden aangetroffen. Kerkuil en steenuil Er zijn waarnemingen van de kerkuil en steenuil bekend vanuit de omgeving van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn deze soorten niet waargenomen. De gebouwen op het erf van manege SAM’s STAL aan de Prins Mauritsstraat 38 zijn marginaal geschikt als nestplek voor kerk- en steenuil. Het erf van het woonhuis aan de Prins Alexanderstraat 80 en enkele gebouwen (paardenstallen, schuren, e.d.) rond het plangebied zijn daarnaast ook Pagina 22 mogelijk geschikt als nestplek voor steenuil. Negatieve effecten door het realiseren van enkele nieuwe bouwkavels in combinatie met natuurontwikkeling zijn voor deze soorten uitgesloten. De aanwezige bebouwing wordt namelijk niet gesloopt. Daarnaast is er geen sprake van het aantasten van (overige) essentiële delen van de functionele leefomgeving als foerageergebied. Realisatie van woonhuizen staat namelijk gepland op locaties (intensief bewerkte/gebruikte agrarische percelen) welke slechts marginaal geschikt zijn als foerageergebied voor beide uilensoorten.
Na uitvoering van de geplande ontwikkeling blijft voldoende foerageergebied voorhanden en door de inrichting van het plangebied zelf zal juist potentieel geschikt leefgebied toenemen. Ooievaar Van de ooievaar zijn vanuit de NDFF uitsluitend waarnemingen van overvliegende exemplaren bekend. Tijdens het veldbezoek is de soort niet waargenomen. In het plangebied en de directe omgeving is geen geschikt leefgebied voor de ooievaar aanwezig. Ook nestlocaties zoals kunstnesten, gebouwen en geschikte bomen ontbreken. Vaste rust- en verblijfplaatsen en nestlocaties van overige jaarrond beschermde vogelsoorten worden niet verwacht door het ontbreken van geschikte broedgelegenheden. Categorie 5 De NDFF vermeldt voor de omgeving van het plangebied diverse categorie 5-soorten. In het plangebied is geschikte nestgelegenheid voor een groot deel van deze soorten aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn de volgende categorie 5-soorten aangetroffen: koolmees, pimpelmees en zwarte kraai. De aanwezigheid van andere categorie 5-soorten als boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, gekraagde roodstaart, grote bonte specht en spreeuw is aannemelijk. Rode Lijst De NDFF vermeldt voor het plangebied en de directe omgeving een aantal Rode Lijst soorten. In het plangebied is geschikt broedbiotoop voor enkele van deze soorten aanwezig. Tijdens het veldbezoek is de Rode Lijst soort huismus waargenomen.
De aanwezigheid van een enkele overige broedende Rode Lijst soort als boerenzwaluw, grauwe vliegenvanger, grote lijster, kneu, ransuil, ringmus, spotvogel, steenuil en torenvalk is niet uit te sluiten. Grondgebonden zoogdieren Er zijn in het plangebied geen (sporen van) zoogdieren aangetroffen. De NDFF maakt melding van de beschermde bever, boommarter, bosmuis, bunzing, das, dwergmuis, eekhoorn, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, mol, ree, rosse woelmuis, steenmarter, veldmuis, vos en wezel (zie paragraaf 4.2.1). Het plangebied is geschikt als leefgebied voor een enkele in de NDFF vermelde grondgebonden zoogdiersoort. Een deel van de te verwachten soorten is vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkeling in de provincie Gelderland. Dit geldt niet voor boommarter, bunzing, das, eekhoorn, steenmarter en wezel. Pagina 23 Overige beschermde grondgebonden zoogdiersoorten worden niet verwacht, door het ontbreken van geschikt leefgebied. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen vaste verblijfplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdiersoorten aangetroffen. Rode Lijst De NDFF vermeldt voor het plangebied en de directe omgeving de volgende Rode Lijst soorten: haas, konijn en wezel. Bever Bij de Oude IJssel, ten zuiden van het plangebied, zijn waarnemingen van bevers verricht (bron: NDFF). Er zijn hier enkele (vraat)sporen op de oevers van de Oude IJssel aangetroffen.
Ter hoogte van boerderij Barlham is inmiddels sprake van een vestiging met burcht. De bever is gebonden aan open water en bijbehorende oeverzones met voldoende rust en schuilmogelijkheden. Het plangebied is ongeschikt als leefgebied en incidenteel gebruik wordt hier ook niet verwacht. Boommarter Sporen van de boommarter zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Boommarters hebben hun rustplaats in boomholten, konijnen-, vossen of dassenholen, tussen boomwortels of onder takkenbossen. Nesten worden vaak in spechten- of eekhoornholen of inrottingsholen gemaakt (Bron: Zoogdiervereniging). Deze essentiële onderdelen van het leefgebied van de boommarter ontbreken in het plangebied. Het gebruik van het plangebied beperkt zich hooguit tot een enkel rondzwevend exemplaar. Das Sporen van de das als prenten, snuit- en/of mestputjes en wissels zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen burchtlocaties van de das in het onderzoeksgebied aangetroffen. Door de ligging in de rand van de woonkern Doetinchem en beperkte rust zijn burchtlocaties van deze verstoringsgevoelige soort op voorhand uit te sluiten. Het gebruik van het plangebied beperkt zich hooguit tot een mogelijk rondzwevend exemplaar. Kleine marterachtigen (bunzing en wezel) Van de kleine marterachtige wezel zijn recente waarnemingen bekend van bunzing en wezel (bron: NDFF).
De bunzing komt voor in allerlei verschillende landschapstypen, maar zijn voorkeur gaat uit naar een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en water in de buurt. Dit kunnen oeverbegroeiingen, droge sloten, heggen, houtwallen, bosranden en akkerranden zijn, maar ook meer waterrijke gebieden zoals rietvelden of moerasgebieden. Daarnaast komt hij ook voor in vrij open terreinen, zoals weidegebieden met sloten (bron: Zoogdiervereniging). De wezel komt in vergelijkbare landschapstypen voor, maar zijn over het algemeen minder gebonden aan waterrijke gebieden. Het plangebied is marginaal geschikt als leefgebied voor de kleine marterachtigen bunzing en wezel, doordat Pagina 24 er sprake is van een deels halfopen agrarisch landschap met allerlei verschillende structuren die dekking bieden. Geschikte verblijfplaatsen voor deze soorten zijn mogelijk aanwezig op het erf van het woonhuis aan de Prins Alexanderstraat 80 en in het bosperceel in de vorm van muizenholen, gaten/holen in wortelkluiten van omgevallen bomen en diverse takkenhopen. Deze worden door de geplande ontwikkeling niet aangetast. Realisatie van woonhuizen staat namelijk gepland op locaties (intensief bewerkte/gebruikte agrarische percelen) welke slechts marginaal geschikt zijn als foerageergebied.
Na uitvoering van de geplande ontwikkeling blijft voldoende foerageergebied voorhanden en door de inrichting van het plangebied zelf zal juist potentieel geschikt leefgebied voor kleine marterachtigen toenemen. Eekhoorn De bomen in het bosperceel, op het erf van het woonhuis aan de Prins Alexanderstraat 80 en in aangrenzende bosgedeelten zijn geschikt als verblijfplaats voor de eekhoorn. Tijdens het veldbezoek zijn hier geen boomnesten van de eekhoorn aangetroffen. Vanuit de NDFF zijn meerdere waarnemingen van eekhoorns bekend uit het plangebied en de directe omgeving. Delen van het plangebied maken mogelijk onderdeel uit van het leefgebied van de eekhoorn. Steenmarter Sporen van de steenmarter zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. De steenmarter heeft binnen zijn leefgebied soms wel tientallen schuilplaatsen, die hij echter niet allemaal even frequent gebruikt. Dit kunnen bijvoorbeeld boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders of kruipruimtes zijn. Maar ook spouwmuren of ruimten onder de dakbedekkingen. Het plangebied vormt geschikt leefgebied en verblijfplaatsen kunnen aanwezig zijn, zoals op het erf van het woonhuis aan de Prins Alexanderstraat 80. Rode Lijst De NDFF vermeldt voor het plangebied en de directe omgeving de aanwezigheid van de Rode Lijst soorten haas, konijn en wezel. De wezel is reeds behandeld.
Haas en konijn Voor haas en konijn is geschikt leefgebied in het plangebied aanwezig. Geschikte rust- en verblijfplaatsen zijn niet op de locaties van de nieuwbouw aangetroffen en worden niet aangetast door de werkzaamheden. Overige grondgebonden zoogdiersoorten die zijn opgenomen op de Rode Lijst worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied in het plangebied en directe omgeving. Pagina 25 Vleermuizen De NDFF maakt melding van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen Verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten als gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis zijn in het plangebied, op het erf van het woonhuis aan de Prins Alexanderstraat 80 en op het erf van manege SAM’s STAL aan de Prins Mauritsstraat 38, en in de omgeving van het plangebied te verwachten. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen Verspreid in het bosperceel en in aangrenzende delen, waaronder in de beukenlaan langs de Tweede Loolaan, is een enkele boom aanwezig met holtes (spechtenholen), kieren, spleten en loshangend boomschors. Geschikte verblijfsruimten voor boombewonende vleermuizen, zoals de rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis, zijn dan ook niet uit te sluiten.
Vliegroutes en foerageergebied(en) Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Met name voor meer bosgebonden vleermuissoorten is aanwezigheid van essentieel foerageergebied in het bosperceel en direct aangrenzende (bos)gedeelten niet uit te sluiten. De bosranden en de beukenlaan langs de Tweede Loolaan zijn daarnaast geschikt als vliegroute. Rode Lijst De NDFF vermeldt voor het plangebied en de directe omgeving de volgende Rode Lijst soort: laatvlieger. Deze soort is reeds behandeld. Overige vleermuissoorten die zijn opgenomen op de Rode Lijst worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied in het plangebied en directe omgeving. Amfibieën De NDFF meldt de beschermde bastaardkikker, boomkikker, bruine kikker, gewone pad, heikikker, kamsalamander, kleine watersalamander en poelkikker voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). In het plangebied is geen open water te vinden. Van een voortplantingshabitat voor amfibieën is dus geen sprake in het plangebied zelf. Op ruime afstand van het plangebied ligt een enkele (tuin)vijver en (heide)ven die wel deze functies vervullen. Het plangebied vormt geen geschikt landhabitat voor amfibieën. Incidenteel is een rondzwervend exemplaar van een enkele algemene amfibieënsoort als bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander niet uit te sluiten.
Deze zijn vrijgesteld in provincie Gelderland. Pagina 26 Boomkikker, heikikker, kamsalamander, knoflookpad en poelkikker In het plangebied en direct hieraan grenzend is geen open water te vinden en ontbreekt het aan geschikt leefgebied voor deze soorten. Rode Lijst De NDFF vermeldt voor het plangebied en de directe omgeving de Rode Lijst soorten boomkikker en kamsalamander. Uit het verleden zijn ook waarnemingen bekend van de eveneens Rode Lijst genoteerde knoflookpad. Deze soorten zijn reeds behandeld. Overige soorten amfibieën die zijn opgenomen op de Rode Lijst worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied en (natuurlijke) populaties in het plangebied en directe omgeving. Reptielen De NDFF meldt de beschermde hazelworm en levendbarende hagedis voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor levendbarende hagedis in de vorm van heidevegetatie en zonbeschenen, heischrale vegetatie aanwezig. Het bosperceel is potentieel wel geschikt als leefgebied voor de hazelworm. Er vinden geen ontwikkelingen als bomenkap en graafwerkzaamheden plaats binnen het bosperceel. Door de aard en omvang van de werkzaamheden zijn negatieve effecten op zowel hazelworm als levendbarende hagedis uit te sluiten. Rode Lijst De NDFF vermeldt voor het plangebied en de directe omgeving de Rode Lijst soort levendbarende hagedis.
Deze soort is reeds behandeld. Overige soorten reptielen die zijn opgenomen op de Rode Lijst worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied en (natuurlijke) populaties in het plangebied en directe omgeving. Vissen De NDFF maakt geen melding van beschermde en Rode Lijst genoteerde vissoorten voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). In het plangebied is geen open water te vinden. Van een leefgebied voor vissen is dus geen sprake. Negatieve effecten op beschermde en Rode Lijst genoteerde vissen zijn dan ook logischerwijs uit te sluiten. Ongewervelde dieren Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde ongewervelde dieren aangetroffen. Deze zijn echter op het moment van het veldbezoek (april) grotendeels niet actief. De NDFF vermeldt het voorkomen van de beschermde gevlekte witsnuitlibel, grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder en teunisbloempijlstaart. Pagina 27 Gevlekte witsnuitlibel In de omgeving van het plangebied, in de Kruisbergse Bossen, zijn enkele waarnemingen van deze libellensoort bekend (bron: NDFF). De gevlekte witsnuitlibel leeft in laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen (bron: De Vlinderstichting). In het plangebied is geen open water te vinden en ontbreekt het aan geschikt leefgebied voor deze soort.
Incidenteel kan een rondzwervend/rondvliegend exemplaar in het plangebied aangetroffen worden. Grote vos, grote weerschijnvlinder en iepenpage Deze dagvlindersoorten zijn incidenteel waargenomen in de omgeving van het plangebied. Van de aanwezigheid van (vaste) populaties in het plangebied is geen sprake. Het bosperceel is ongeschikt als leefgebied voor deze soorten. Waardplanten waarop de rupsen worden aangetroffen ontbreken in het plangebied en de directe omgeving. Hierdoor worden er ook geen populaties van de grote vos, grote weerschijnvlinder en iepenpage in het plangebied verwacht. Incidenteel zouden er rondzwervende volwassen exemplaren in het plangebied aangetroffen kunnen worden. Kleine ijsvogelvlinder De kleine ijsvogelvlinder is gebonden aan vochtige, structuurrijke bossen waar de waardplant wilde kamperfoelie aanwezig is. Buiten deze leefgebieden kunnen zwervende exemplaren aangetroffen worden. In het plangebied is potentieel geschikt functioneel leefgebied voor deze dagvlindersoort aanwezig in het bosperceel. Op enkele plekken zijn kamperfoelie- struiken aangetroffen. Aanwezigheid van een populatie is hier niet uit te sluiten. Incidenteel kan een rondzwervend exemplaar in het plangebied aangetroffen worden. Teunisbloempijlstaart In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn waarnemingen van deze nachtvlindersoort bekend (bron: NDFF).
Het leefgebied van de teunisbloempijlstaart bestaat voornamelijk uit vochtige open plekken in bossen en bosranden, vooral in rivierdalen. De soort wordt echter ook gevonden op zandige, braakliggende en ruderale terreinen in en rond het stedelijk gebied. Waardplant van deze nachtvlinder zijn wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. De vlinders vliegen in mei-juni, de rups leeft van juni tot september op de waardplant en van september tot mei verblijft de soort als pop in de strooisellaag (bron: Vlinderstichting). In het plangebied zijn geen waardplanten van de teunisbloempijlstaart aangetroffen. Derhalve mag worden aangenomen dat het plangebied geen deel uitmaakt van het leefgebied van de teunisbloempijlstaart. Rode Lijst Blauwe metselbij, bruin blauwtje, gele luzernevlinder, gevlekte witsnuitlibel, gewone tubebij, gouden kegelbij, grote koekoekshommel, grote roetbij, grote vos, huiskrekel, kleine ijsvogelvlinder, kleine parelmoervlinder, kleine tuinmaskerbij, lookmaskerbij, rode koekoekshommel, roodsprietwespbij, venwitsnuitlibel, vierlijneendagsvlieg en zwarte tubebij Pagina 28 Bruin blauwtje, gele luzernevlinder, kleine parelmoervlinder en kleine tuinmaskerbij komen voor op ruderale terreinen. Dergelijk habitat is in het plangebied lokaal aanwezig.
Van de overige, nog niet eerder in het rapport behandelde, Rode Lijstsoorten is geen geschikt habitat in het plangebied voorhanden. Overige soorten ongewervelden die zijn opgenomen op de Rode Lijst worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied in het plangebied en directe omgeving. 4.3 Consequenties soortenbescherming Door een groot aantal activiteiten en invloeden staat het voortbestaan van veel soorten onder druk. Daarom is soortenbescherming een onderdeel van de Omgevingswet. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet geeft regels over flora- en fauna-activiteiten om soorten te beschermen (zie bijlage 2). In deze paragraaf worden de nadelige effecten van de flora-en faunactiviteit op beschermde soorten, flora- en faunasoorten die staan opgenomen op de Rode Lijsten en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats besproken. Er is sprake van een vergunningsplichtig geval als schadelijke handelingen2 plaatsvinden met betrekking tot beschermde soorten. Om dit vast te kunnen stellen is mogelijk aanvullend onderzoek noodzakelijk. Hierover wordt in dit hoofdstuk geadviseerd.
Tevens wordt in dit hoofdstuk in het kader van de specifieke zorgplicht aangegeven of er door de activiteit nadelige gevolgen zijn voor flora en fauna soorten, die opgenomen staan op de Rode Lijsten en de voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. Als nadelige gevolgen worden verwacht dan wordt aangegeven hoe deze voorkomen kunnen worden, beperkt kunnen worden of ongedaan gemaakt kunnen worden. Tijdens en na het verrichten van de activiteit moet nagegaan worden of de getroffen passende preventieve maatregelen de beoogde effecten hebben. Flora Wettelijk: Beschermde soorten Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht door het ontbreken van geschikte groeiplaatsen. Aanvullend onderzoek naar het voorkomen van beschermde plantensoorten en het aanvragen van een omgevingsvergunning is dan ook niet noodzakelijk. 2 De inhoud van de schadelijke handelingen komen overeen met de verbodsbepalingen van de soortenbeschermingsregimes uit de Wet natuurbescherming, aangezien deze rechtstreeks voortkomen uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en internationale Verdragen. Pagina 29 Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst Het treffen van maatregelen in het kader van de specifieke zorgplicht is niet noodzakelijk.
In het plangebied en de directe omgeving worden geen Rode Lijstsoorten verwacht door het ontbreken van geschikte natuurlijke groeiplaatsen. Door uitvoering van natuurontwikkeling is het niet uit te sluiten dat het plangebied geschikt wordt voor diverse beschermde en Rode Lijst genoteerde plantensoorten, waaronder kenmerkende akkerplanten als de in de NDFF vermelde akkerogentroost, glad biggenkruid en grote leeuwenklauw, door geplande graafwerkzaamheden en beheer. Broedvogels Alle vogelsoorten zijn beschermd krachtens de Omgevingswet (Vogelrichtlijn). Het opzettelijk verstoren, verontrusten, doden en anderszins nadelig beïnvloeden van deze soortgroep is niet toegestaan. Activiteiten moeten bij voorkeur buiten het broedseizoen worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden, waarbij voorkomen wordt dat broedvogels zich vestigen in het plangebied. Werkzaamheden mogen plaatsvinden, zo lang er maar geen broedvogels verstoord worden. Wettelijk: Beschermde soorten Soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) Het bosperceel biedt geschikt broedbiotoop voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten als ransuil en sperwer. De in het plangebied aanwezige gebouwen zijn verder potentieel geschikt als nestplek voor huismus, kerkuil en steenuil.