CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

8.6 SGW, 20-11-2023, bijlage loodverlies en gebruik loodvervangers in sportvisserij.pdf

gemeenteraad 30 november 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 7: Ingekomen brieven4.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WAGENINGEN UNIVERSITY S. RESEARCH

Stichting Wageningen Research Centrum voor Visserijonderzoek (CVO)

Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij: Analyses van de 2017-2021 Screening Surveys

J.J.M. School & T. van der Hammen

CVO rapport: 23.003

Opdrachtgever: Dhr. J. Cotte Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit Postbus 20401 2500 EK Den Haag

Projectnummer: BAS code:

4311216011 WOT-05-001-009

Publicatiedatum:

27/01/2023

Stichting Wageningen Research Centrum voor Visserijonderzoek (CVO) Postbus 68 1970 AB IJmuiden Tel. 0317-487418

Bezoekadres: Haringkade 1 1976 CP IJmuiden

Dit onderzoek is uitgevoerd onder het wettelijke taken programma Visserijonderzoek en gesubsidieerd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. DOI: https://doi.orq/10.18174/586061

© 2023 CVO De Stichting Wageningen Research Centrum voor Visserijonderzoek is geregistreerd in het Handeisregister Geideriand nr. 09098104, BTW nr. NL 8089.32.184.BOl

Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever hierboven aangegeven en is zijn eigendom. Aiie rechten voorbehouden. Niets uit dit rapport mag weergegeven en/of gepubiiceerd worden, gefotokopieerd of op enige andere manier gebruikt worden zonder schrifteiijke toestemming van de opdrachtgever.

CVO rapport NL V12

2 van 15

Rapportnummer CVO 23.003

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

3

Samenvatting

4

1

Inleiding.................

5

1.1

Kwaliteitszorg

5

1.2

Inhoud .........

5

2

Methode

6

3

Resultaten

7

3.1

Aantal hengelaars in Nederland

7

3.2

Gebruik van loodvervangers....

8

3.3

Vi strips.....................................

9

3.4

Opinie over loodalternatieven..

10

3.5

Gebruik Loodvervangers in relatie tot verschillende demografische eigenschappen..11

3.6

Gebruik loodvervangers in verschillende wateren....................................................... 12

4

Conclusie

13

5

Referenties

14

Verantwoording

Rapportnummer CVO 23.003

15

3 van 15

Samenvatting Vanuit de Green Deal-aanpak is een programma opgestart met ais doei het gebruik van ioodgewichten door hengeiaars te verminderen met de ambitie om in de periode tot 2027 het gebruik van iood binnen de sportvisserij voiiedig af te bouwen en het gebruik van ioodvervangers te stimuieren. Het recreatievevisserijonderzoek, bestaande uit een Screening Survey en een Logboek Survey, uitgevoerd door Wageningen Marine Research in het kader van de Wetteiijke taken Visserijonderzoeken, in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedseikwaiiteit wordt gebruikt om inzicht te verkrijgen in het ioodgebruik bij hengeiaars. In deze rapportage worden de resuitaten uit het recreatievevisserijonderzoek beschreven van de Screening Surveys. De resuitaten iaten zien dat in 2021 meer hengeiaars (23%) een ioodaiternatief gebruikten dan in 2017 (10%). Ook is het percentage vistrips waarbij een ioodaiternatief gebruikt is gestegen. In 2017 gebruikte 17% van de hengeiaars die een keer een ioodvervanger gebruikten voor meer dan 10 vistrips een ioodaiternatief. In 2021 was dit percentage gestegen naar 24%.Ten opzicht van aiie andere jaren was het jaar 2020 een afwijkend jaar doordat er door de eerste COVID-19 iockdownperiode meer Nederianders zijn gaan vissen. Deze stijgende trend heeft zich voortgezet in 2021.

In dit rapport is ook gekeken of er een reiatie is tussen het gebruik van ioodaiternatieven en demografische eigenschappen, zoais inkomen, gesiacht en ieeftijd. Het inkomen en het gesiacht van de hengeiaar hadden nauweiijks invioed op het gebruik van ioodaiternatieven onder hengeiaars. De ieeftijd van de hengeiaar had daarentegen een kieine invioed op het gebruik van een ioodaiternatief. Hengeiaars onder de 20 jaar hebben minder vaak een keer een ioodaiternatief gebruikt (minder dan 20%) dan hengeiaars ouder dan 20 jaar (tussen de 20 en 30%). Nieuw in de survey van 2021 is de vraag hoe hengeiaars tegen ioodaiternatieven aankijken. Hieruit biijkt dat 38% van aiie hengeiaars niet bekend is met of geen mening heeft over ioodaiternatieven. Daarnaast vinden hengeiaars ioodaiternatieven heei beiangrijk voor miiieu en gezondheid (29%). Een groep hengeiaars (16%) geeft daarnaast aan dat ioodaiternatieven niet beiangrijk voor ze zijn, omdat ze weinig vissen. Om het gebruik van iood binnen de sportvisserij heiemaai af te bouwen, is het beiangrijk om deze iaatste groep te informeren waarom ioodaiternatieven voor hun groep ook beiangrijk is. Dit jaar is daarnaast voor het eerst de vraag gesteid, of hengeiaars voigend jaar (2022) van pian zijn om een keer met ioodaiternatieven te vissen.

Een kieine meerderheid (51%) van de ondervraagde hengeiaars wii in 2022 met ioodaiternatieven gaan vissen, wat meer is dan de hengeiaars die in 2021 een keer met ioodaiternatieven gevist hebben (23%). Deze stijgende iijn zou een goede stap zijn om de uiteindeiijk doeien van de Green Deai te behaien.

4 van 15

Rapportnummer CVO 23.003

1

Inleiding

1.1

Kwaliteitszorg

CVO beschikt over een ISO 9001:2015 gecertificeerd kwaiiteitsmanagementsysteem (certificaat nummer: 268632-2018-AQ-NLD-RvA). Dit certificaat is geidig tot 15 december 2024. De certificering is uitgevoerd door DNV Business Assurance B.V. 1.2

Inhoud

In de recreatieve visserij gebruiken hengeiaars ioodgewichten ais verzwaring van de iijn. Loodgewichten kunnen worden verioren, waarmee schade aan het ecosysteem kan worden aangericht (Kiein 8t Vink 2013). Het gebruik en veriies van iood kan verminderd worden door ioodvervangers zoais ijzer, steen, gias of beton te gebruiken. Met de Green Deai-aanpak wii de overheid vernieuwende, duurzame initiatieven uit de samenieving de ruimte geven. Vanuit deze aanpak is een programma opgestart met ais doei het gebruik van ioodgewichten door hengeiaars te verminderen. De Green Deai Sportvisserij Loodvrij (deai GD222) is een overeenkomst tussen de ministeries van Economische Zaken en Kiimaat, van Landbouw, Natuur en Voedseikwaiiteit (LNV), van Infrastructuur en Waterstaat en van Voiksgezondheid, Weizijn en sport, de Unie van Waterschappen, Natuurmonumenten, Dibevo en Sportvisserij Nederiand en heeft ais ambitie om in de periode tot 2027 het gebruik van iood binnen de sportvisserij voiiedig af te bouwen en het gebruik van aiternatieven voor een ioodgewicht te stimuieren. Om deze ambitie te bereiken hebben de partijen zich ingezet om met een gezameniijke aanpak op grond van deze Green Deai een reductie van het ioodgebruik in de sportvisserij te reaiiseren.

Gedurende de iooptijd van deze Green Deai wordt het recreatieve-visserijonderzoek, uitgevoerd door Wageningen Marine Research (WMR) binnen de Wetteiijke taken visserijonderzoek, in opdracht van LNV, gebruikt om inzicht te verkrijgen in het ioodgebruik bij hengeiaars. Het recreatieve-visserijonderzoek ioopt sinds 2009 en bestaat uit 2 deien: a) de Screening Survey en b) de Logboek Survey, weike beide tweejaariijks worden uitgevoerd door WMR en marktonderzoeksbureau Kantar. In dit rapport zai aiieen de Screening Survey behandeid worden, omdat de iogboek survey nog ioopt tot voorjaar 2023. Meer informatie over de iogboeken kan geiezen worden in het rapport van Van der Hammen (2021).

In dit kader worden in deze korte rapportage de voigende vragen behandeid: Is er een toename in het gebruik van ioodaiternatieven tussen de Screening Survey in 2017 en die van 2021? Weike motieven hebben hengeiaars om wei of niet ioodaiternatieven te gebruiken? Hebben demografische eigenschappen (ieeftijd, gesiacht, inkomen) invioed op het gebruik van ioodaiternatieven? Weik percentage van de hengeiaars is van pian om voigend jaar (weer) met ioodaiternatieven te gaan vissen? Dit rapport is een vervoig op de eerdere rapportages: "Gebruik van alternatieven voor loodgewichten onder hengelaars: Analyses van de 2017 en 2019 Screening Survey" (CVO rapport 20.017), "Loodverlies en het gebruik van Ioodvervangers in de sportvisserij (2018-2019)" (CVO rapport: 19.016A) en "Loodverlies en het gebruik van Ioodvervangers In de sportvisserij: Analyses van de 2018-2019 en 2020-2021 Logboek Survey en de 2017-2021 Screening Surveys" (CVO rapport 21.025).

Rapportnummer CVO 23.003

5 van 15

2

Methode In samenwerking met het marktbureau Kantar voert WMR om het jaar in december een online screening uit onder ongeveer 95.000 personen (~50.000 huishoudens), waarbij gevraagd wordt naar de recreatieve visserijactiviteiten van het afgelopen jaar. In totaal hebben 3900 van de 95000 personen het recreatieve visserijactiviteiten onderdeel van de enquête in 2021 ingevuld in. Kantar beschikt over een database met huishoudens die voldoen aan de zogenaamde 'gouden standaard'. Dit houdt in dat de database zo veel mogelijk representatief is voor de Nederlandse bevolking met betrekking tot demografie (leeftijd, geslacht, inkomen, etc.) en met betrekking tot woonplaats, en waar dat niet zo is dit door middel van weging kan worden gecorrigeerd. Het hoofddoel van de Screening Survey is om een schatting te maken van het aantal hengelaars in Nederland. Een tweede doel van de Screening Survey is het gebruik van loodalternatieven onder hengelaars te onderzoeken door de jaren heen. Dit is de eerste rapportage van de rapportageserie 'Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij' waarin de demografische eigenschappen (leeftijd, geslacht, inkomen) en het type water waarin gevist wordt (zoet, zout, beide wateren), vergeleken worden met het gebruik van loodalternatieven onder hengelaars.

Voor de Screening Survey van december 2021 zijn drie nieuwe vragen in opgenomen, waarbij geïnformeerd werd naar de mening van hengelaars over loodalternatieven. De vraag over het type loodvervanger dat gebruikt is (glas, steen, een ander metaal etc.) is bij deze survey eruit gehaald en kan in detail teruggelezen worden in het rapport van Van der Hammen (2021). De eerste nieuwe vraag kon beantwoord worden met 'ja', 'nee' of 'weet ik niet':

1.

Heeft u in 2021 wel eens gebruik gemaakt van een alternatief voor een loodgewicht?

De tweede nieuwe vraag was een meerkeuzevraag, waarbij meerdere antwoorden mogelijk waren:

2. • • • • • • • • •

Wat vindt u van de alternatieven voor vislood? Heel belangrijk om te gebruiken voor het milieu en de gezondheid Deze zijn net zo goed als loodgewichten Deze zijn minder goed dan vislood Voor mij niet belangrijk omdat ik te weinig vis Ik vind ze te duur Ze zijn niet beschikbaar in mijn viswinkel Voor mijn type visserij zijn er geen bruikbare loodalternatieven Anders Weet ik niet/ik ken ze niet

Als de hengelaar koos voor 'weet ik niet/ik ken ze niet', was het niet mogelijk om andere antwoorden in te vullen. De laatste nieuwe vraag kon alleen met ja of nee beantwoord worden:

3.

Bent u van plan om volgend jaar, in 2022. (weer) met een loodalternatief te gaan vissen?

Omdat er vragen worden gesteld in de Screening Surveys die tot een jaar geleden hebben plaatsgevonden, zal er sprake zijn van een zogenaamde 'Recall Bias' (Tarrant et al., 1993). Deelnemers kunnen zich niet alles herinneren, en over het algemeen is men geneigd om gebeurtenissen te overschatten die meer dan een paar maanden geleden gebeurd zijn. Omdat dit voor alle jaren geldt, zijn de resultaten onderling goed te vergelijken. De Screening Survey uit maart 2021 ging over de periode maart 2020 tot en met februari 2021. Omdat dit grotendeels over de activiteiten in 2020 ging, wordt in deze rapportage deze Screening Survey daarom de '2020' survey genoemd. De screenings van maart 2021 en december 2021 overlappen gedeeltelijk (de maanden januari en februari), echter worden deze als apart jaar behandeld omdat het grootste gedeelte van de maanden niet overlapt. Daarnaast zijn de maanden die overlappen niet de maanden met de meeste visactiviteit.

5 van 15

Rapportnummer CVO 23.003

3

Resultaten

3.1

Aantal hengelaars in Nederland

Aan de hand van de Screening Survey is het totaai aantai hengeiaars geschat. In de iaatste survey (2021) is de schatting van het aantai zoetwaterhengeiaars 1,27 miijoen en het aantai zoutwaterhengeiaars is 568 duizend {Tabel 3-1). Dit is een stijging ten opzichte van aiie voorgaande jaren voor zowei zoet water ais zout water {Tabel 3-1; Figuur 3-1). De toename gedurende de COVID-19 iockdownperiode is tevens waargenomen door Sportvisserij Nederiand, die onafhankeiijk een eigen onderzoek door Kantar heeft iaten uitvoeren in oktober 2020, waarbij gevraagd werd naar de sportvisserijactiviteiten in 2020. Zij vonden een nog grotere toename in het aantai sportvissers dan de Screening Survey die was uitgevoerd in opdracht van WMR, nameiijk 10% in zoet water (7.0% in 2020 in deze studie) en 3.1% in zout water (2.8% in 2020 in deze studie). De methodiek is echter niet hetzeifde: Zo neemt Sportvisserij Nederiand ook hengeiaars mee die nog van pian waren te gaan vissen na oktober, terwiji WMR aiieen de hengeiaars meeneemt die daadwerkeiijk hebben gevist. De geschatte aantaiien hengeiaars voor 2017 en 2019 die in een eerder rapport (van der Hammen, 2020) zijn berekend, zijn iets aangepast door een correctie in de weging. Tabel 3-1 Geschatte aantal hengelaars In zoet en zout water en totaal aantal hengelaars In Nederland op basis van de Screening Survey In 2017, 2019, 2020 en 2021.

De Screening Survey In 2017 wordt gebruikt voor de opwerking van de 2018 logboek gegevens en de 2020 Screening Survey (l.p.v. de 2019 Screening Survey) wordt gebruikt voor de opwerking van de 2020 logboek gegevens. Aantal hengelaars in Nederland Aantal Percentage van de bevolking (xlOOO)

2017

2019

2020*

2021

Zout Zoet Totaal Zout Zoet Totaal Zout Zoet Totaal Zout Zoet Totaal

3.5% 6.4% 7.2% 2.0% 4.5% 5.3% 2.8% 7.0% 7.4% 3.5% 7.7% 8.2%

564 1,030 1,161 323 737 862 457 1,143 1,209 568 1,269 1,350

Leeftijd Selectie

vanaf 6 jaar

vanaf 6 jaar

vanaf 6 jaar

vanaf 6 jaar

* De 2020 survey liep van maart 2020 tot en met februari 2021.

Rapportnummer CVO 23.003

7 van 15

S'1000 o

ÏÏ c f 500

JS c

s

o 2017

2018

2019

2020

2021

Jaar ■ Zout ■ Zoet ■ Beide wateren

Figuur 3-1. Aantal hengelaars In Nederlands (x 1000) vanaf 2017. Kleuren weergeven het type water waarin de hengelaar vist: groen Is In zoetwater, blauw is In zoutwater en rood Is het totaal aantal hengelaars. Voor 2018 is er geen data beschikbaar, omdat toen geen screening survey heeft plaatsgevonden. 3.2

Gebruik van loodvervangers Tussen 2017 en 2021 is het percentage hengelaars dat in de Screening Survey heeft aangegeven dat ze wel eens van een loodvervanger gebruik hebben gemaakt, gestegen van 10% naar 23% (Tabel 3-2). De stijging is zowel te zien bij hengelaars met een lage jaarlijkse visfrequentie als hengelaars met een hoge visfrequentie. Bij een visfrequentie van 1-5 jaarlijkse vistrips is het percentage gestegen van 5% in 2017 tot 12% in 2021, bij een visfrequentie van 6-10 vistrips per jaar is het gestegen van 9% naar 23% en bij een visfrequentie van meer dan 10 vistrips per jaar is het percentage gestegen van 19% naar 41% (Figuur 3-2). Wanneer de percentages vermenigvuldigd worden met het berekende totaal aantal hengelaars in Nederland (Tabel 3-1) is het aantal hengelaars dat met een loodvervanger heeft gevist gestegen van 116 duizend in 2017, naar 147 duizend in 2019 en 311 duizend in 2021. Tabel 3-2 Percentage hengelaars die aangegeven hebben een loodvervanger te hebben gebruikt in 2017 2019, 2020* of 2021 met verdeling over de visfrequentlecategorieën. Tussen haakjes Is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven.

°/o hengelaars dat een Loodvervanger heeft gebruikt_____________

1-5

2017(n=5481)_________

5% (144) 11% (241) 10% (239) 12% (241)

2019(n=4375)_________

2020*(n=4051)_______ 2021 (n=3900)

Jaarlijkse visfrequentie 6-10 >10

9% (106) 17% (158) 17% (133) 23% (184)

19% (307) 29% (353) 30% (330) 41% (460)

Alle hengelaars

10% (557) 17% (752) 17% (702) 23% (885)

* De 2020 survey liep van maart 2020 tot maart 2021

8 van 15

Rapportnummer CVO 23.003

^50

g, c

■§ .E40

s

1 te 30 CS

I

1g20 g<D ■O

2 10 co ra ai rai o

o 2017

2018

2019

2020

2021

Jaar Jaarlijkse visfrequentie ♦ 1-5 ♦ 6-10 • >10 ♦ Alle hengelaars

Figuur 3-2. Percentage hengelaars die hebben aangegeven minimaal één keer een loodalternatlef gebruikt te hebben over de jaren heen. Kleuren weergeven de verschillende visfrequentlecategorieën, waarbij paars de kleur Is van alle hengelaars samen. 3.3

Vi strips Hoeveel hengelaars minstens eenmaal per jaar een loodvervanger gebruiken, geeft weinig informatie over hoeveel vistrips er met loodvervangers plaatsvinden. Sommige hengelaars zullen dit bij één vistrip hebben gedaan, terwijl anderen dit bij meerdere doen. In de Screening Survey is ook gevraagd naar het aantal vistrips waarbij een loodvervanger is gebruikt. Dit laat zien dat in 2021, net als in 2017, 2019 en 2020, een groot gedeelte van de hengelaars die aangeven wel eens een loodvervanger te hebben gebruikt dat bij 1-3 vistrips in een jaar doen. Dit percentage is echter verlaagd van 48% naar 42% tussen 2017 en 2019 en weer verhoogd naar 45% in 2020, waarna het in 2021 weer gedaald is naar 38% ( Tabel 3-3). Het percentage hengelaars dat aangegeven heeft bij 4-10 vistrips of bij > 10 vistrips een loodvervanger te hebben gebruikt, is tussen 2017 naar 2021 licht gestegen van 35% naar 38% (4-10 vistrips) en van 17% naar 24% (> 10 vistrips) {Tabel 3-3; Figuur 3-3). Tabel 3-3 Percentage hengelaars dat aangeeft bij 1-3, 4-10 of > 10 vistrips gebruikt te hebben gemaakt van een loodvervanger. Tussen haakjes Is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven. °/o hengelaars

2017(n=5481) 2019(n=4375)

2020*(n=4051) 2021 (n=3900)

1-3 48% (265) 42% (316) 45% (319) 38% (339)

Aantal vistrips met loodvervanger ________________ 4-10___________ 35% (197) 38% (287) 36% (250) 38% (336)

>10 17% (95) 20% (149) 19% (133) 24% (210)

* De 2020 survey liep van maart 2020 tot maart 2021

Rapportnummer CVO 23.003

9 van 15

100

g c

750} (fl

ac £

? 8

50-

.s ■a

(D

25-

ra

& c (3)

I 0 2017

2018

2019

2020

2021

Jaar

Visfrequentie ■ 1-3 ■ 4-10 ■ >10

Figuur 3-3. Aantal vistrips met loodvervangers per hengelaar over de Jaren heen. Hengelaars die geen Ioodaiternatieven gebruikt hebben worden niet meegenomen. Kleuren geven de categorieën van aantal vistrips met loodvervanger weer. Voor 2018 Is er geen data beschikbaar, omdat In dat jaar geen screening survey heeft plaatsgevonden.

3.4

Opinie over loodalternatieven In de Screening Survey van 2021 werd voor het eerst gevraagd naar de mening van hengeiaars over ioodaiternatieven. Van de hengeiaars die ioodaiternatieven een keer gebruikt hebben, gaf een meerderheid (61%) aan dat ze ioodaiternatieven beiangrijk vonden voor het miiieu en gezondheid (Tabel 3-4). Daarnaast vond 42% van de hengeiaars die een keer ioodaiternatieven gebruikt hebben ioodaiternatieven net zo goed ais ioodgewichten. Van de hengeiaars die geen ioodaiternatieven gebruikten was een ongeveer de heift (49%) niet bekend met ioodaiternatieven of heeft geen mening over ioodaiternatieven (Tabel 3-4). Een deei van de hengeiaars die geen ioodaiternatieven gebruikten, vond ioodaiternatieven beiangrijk voor miiieu en gezondheid (20%). De derde meest gekozen mening van hengeiaars die geen ioodaiternatieven gebruikten was: 'ioodaiternatieven zijn niet beiangrijk voor mij, omdat ik te weinig vis' (18%) (Tabel 3-4). Van aiie hengeiaars was iets meer dan de heift van pian om het jaar erop met een ioodaiternatief te vissen (51%). Een grote meerderheid van de hengeiaars die een keer eerder een ioodaiternatief gebruikt hebben, is van pian er weer mee te vissen in 2022 (91%). Van de hengeiaars die geen ioodaiternatieven in 2021 gebruikt hebben, was 39% van pian om in 2022 een keer een ioodaiternatief te gebruiken (Tabel 3-5).

10 van 15

Rapportnummer CVO 23.003

Tabel 3-4 Percentage van alle hengelaars met een bepaald antwoord op de vraag: 'wat vindt u van de alternatieven voor vislood'. Meerdere antwoorden konden gegeven worden, behalve als 'weet Ik niet/ Ik ken ze niet' werd aangevinkt. Tussen haakjes Is aangegeven hoeveel hengelaars het antwoord aangegeven hebben.

Opinie loodalternatieven

Heei beiangrijk voor miiieu en gezondheid Net zo goed ais ioodgewichten Minder goed dan visiood Voor mij niet beiangrijk omdat ik te weinig vis Te duur Niet beschikbaar in mijn viswinkei Voor mijn type visserij zijn geen ioodaiternatieven Anders Weet ik niet / ik ken ze niet

Wel Ioodaiternatief gebruikt______ 2021__________

Geen Ioodaiternatief gebruikt______ 2021__________

Alle hengelaars

61% (538) 42% (370) 13% (114) 9% (80)

20% (603) 12% (356) 4% (133) 18% (541)

29% (1141) 19% (726) 6% (247) 16% (621)

12% (108) 3% (25) 3% (24)

5% (163) 1% (35) 2% (65)

7% (271) 2% (60) 2% (89)

3% (26) 4% (35)

2% (47) 49% (1465)

2% (73) 38% (1500)

2021

Tabel 3-5 Percentage hengelaars dat loodvervangers het volgende jaar wil gaan gebruiken. Tussen haakjes Is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven (n=3900).

Plan om volgend jaar met een Ioodaiternatief te vissen

Ja Nee

3.5

Wel Ioodaiternatief gebruikt______ 2021__________

Geen Ioodaiternatief gebruikt______ 2021__________

Alle hengelaars

91% (804) 9% (81)

39% (1170) 61% (1845)

51% (1974) 49% (1926)

2021

Gebruik Loodvervangers in relatie tot verschillende demografische eigenschappen

Voor het eerst in de rapportageserie 'loodverliezen en het gebruik van ioodaiternatieven', is het gebruik van ioodaiternatieven in reiatie tot verschiiiende demografische eigenschappen (inkomen, gesiacht en ieeftijd) vergeieken. Gekeken naar het inkomen, hebben hengeiaars met een minimuminkomen het meest van aiie inkomensgroepen minimaai één keer gevist met een ioodaiternatief (30%). De groep waarvan het inkomen onbekend is, heeft het minst vaak een keer met een ioodaiternatief gevist (19%), echter zijn er tussen de inkomens geen grote verschiiien te zien {Tabel 3-6). Ook is er vergeieken tussen de gesiachten en het gebruik van ioodaiternatieven. Mannen (24%) hebben iets vaker voor een ioodaiternatief gekozen dan vrouwen (21%) {Tabel 3-7). De ieeftijd van de hengeiaar is de iaatste demografische eigenschap die onderzocht is. De twee jongste ieeftijdskiassen 0-10 (13%) en 10-20 jaar (16%) kiezen minder snei voor ioodaiternatieven dan de oudere ieeftijdskiassen. Voor de oudere ieeftijdskiassen schommeit het gebruik van ioodaiternatieven tussen de 20% en 30% {Tabel 3-8).

Rapportnummer CVO 23.003

11 van 15

Tabel 3-6 Percentage hengelaars dat loodvervangers gebruikt heeft per Inkomensklasse. Tussen haakjes Is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven (n=3900). Inkomen

°/o hengelaars

2021

Minimum

0.5x Modaal

Modaal

l-2x Modaal

2x Modaal

> 2x Modaal

Onbekend

30% (28)

26% (99)

25% (150)

23% (253)

21% (69)

24% (132)

19% (154)

Tabel 3-7 Percentage hengelaars dat loodvervangers gebruikt heeft per geslacht. Tussen haakjes Is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven (n=3900).

°/o hengelaars dat een loodvervanger heeft gebruikt

Geslacht

Man 24% (596)

2021

Vrouw 21% (289)

Tabel 3-8 Percentage hengelaars dat loodvervangers gebruikt heeft per leeftijdsklasse. Tussen haakjes Is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven. Leeftijdsklasse (jaren)

6-10 10-20 20-30 30-40 40-50 50-60 60-70 > 70

3.6

°/o hengelaars dat een loodvervanger heeft gebruikt 2021 (n=3900)_____________ 13% (71) 16% (96) 30% (43) 29% (140) 23% (136) 27% (146) 25% (161) 25% (92)

Gebruik loodvervangers in verschillende wateren Gekeken naar het type water waarin hengelaars vissen, worden loodalternatieven iets meer gebruikt door hengelaars die alleen in zoete wateren vissen (16%) dan door hengelaars die alleen in zoute wateren vissen (13%). Hengelaars die in beide type wateren vissen, hebben het vaakst een loodvervanger een keer gebruikt (37%) (Tabel 3-9). Tabel 3-9 Percentage hengelaars die loodvervangers gebruikt hebben met verdeling over de type wateren waarin de hengelaars gevist hebben. Tussen haakjes Is aangegeven hoeveel hengelaars dit hebben aangegeven.

°/o hengelaars dat een loodvervanger heeft gebruikt

2021 (n=3900)

12 van 15

Type water waarin gevist is

Zoet

Zout

16% (379)

13% (29)

Zoet en zout water 37% (477)

Rapportnummer CVO 23.003

4

Conclusie De Screening Survey van december 2021 laat een stijgende trend zien van hengelaars die in Nederland gevist hebben, voor zowel zoet als zout water. Deze stijgende trend is begonnen in 2020 waarin de eerste COVID-19 lockdown was. Ook het aandeel hengelaars dat in een jaar wel een keer met een loodvervanger gevist heeft, is gestegen van 10% in 2017 naar 23% in 2021. Door de stijging van het aantal vissers en het aandeel hengelaars dat met een loodvervanger vist, is in absolute zin het aantal sportvissers dat in een jaar minstens een keer met een loodvervanger vist behoorlijk gestegen: van 116 duizend sportvissers in 2017 naar 311 duizend in 2021. Daarnaast is een stijging te zien van de aantallen vistrips met loodalternatieven onder de hengelaars die minimaal een keer een loodalternatief gebruikten. Waar in 2017 nog maar 17% van deze hengelaars vaker dan 10 keer een loodalternatieven gebruikten, was dit in 2021 opgelopen naar 24%. Dit geeft weer dat niet alleen de aantallen hengelaars die lood alternatieven gebruiken gestegen is, maar ook het aantal vistrips met een loodvervanger per hengelaar. Van de vissers die met loodvervangers gevist hebben, is milieu en gezondheid de belangrijkste reden om met loodalternatieven te vissen (61%).

De grootste groep hengelaars die geen loodalternatieven gebruikten gaven aan dat ze loodalternatieven niet kennen of geen mening erover hebben (49%). Dat loodalternatieven minder goed (4%) duurder zouden zijn (5%), is voor een kleine groep hengelaars een reden om niet met loodalternatieven te vissen. Een andere groep hengelaars vindt dat loodalternatieven niet belangrijk, omdat zij weinig vissen (16%). Deze mening is ook terug te zien in de resultaten, waar vissers die meer dan 10 keer per jaar vissen vaker een loodalternatief gebruikt hebben (41%) dan vissers die 5 of minder keer per jaar vissen (12%). Het kan daarom van belang zijn om hengelaars goed te informeren over het belang van loodalternatieven en hengelaars die weinig vissen duidelijk te informeren dat ook zij een verschil kunnen maken. Gekeken naar de demografische eigenschappen kan er geconcludeerd worden dat geslacht noch inkomen een grote invloed hebben op het gebruik van loodalternatieven. De leeftijd van de hengelaars heeft wel invloed: hengelaars onder de 20 jaar hebben minder vaak een keer loodalternatieven gebruikt dan hengelaars ouder dan 20 jaar. Verschil tussen de andere leeftijden (20 jaar en ouder) is er nauwelijks.

De categorie onder de 20 jaar hebben waarschijnlijk minder voorgeschiedenis materiaalkeuze en zijn wellicht minder op de hoogte van de keuze uit verschillende materialen met "oud/ongewenst" lood en de nieuwe loodvrije alternatieven. Daarnaast zal de jongste categorie wellicht ook de verzwaring van één van de ouders krijgen, zonder materiaalkennis. Ten laatste kan geconcludeerd worden dat ongeveer de helft van de hengelaars positief zijn tegenover loodalternatieven: 51% van de hengelaars is van plan om in 2022 gebruikte maken van loodalternatieven, waarbij vooral hengelaars die eerder loodalternatieven een keer gebruikt hebben, aangeven deze in 2022 weer willen gebruiken (91%). Deze stijgende lijn zou een goede stap zijn om de uiteindelijk doelen van de Green Deal te behalen.

Rapportnummer CVO 23.003

13 van 15

5

Referenties Klein, J. & Vink, J. 2013. Emissie van lood naar de Nederlandse zoete en zoute wateren door verlies van vislood in de sportvisserij. Deltares rapport (1208176-000)

Tarrant, M. A., Manfredo, M. J., Bayley, P. B., and Hess, R. 1993. Effects of recall bias and nonresponse bias on self-report estimates of angling participation. North American Journal of Fisheries Management, 13: 217 -222

Van der Hammen, T. (2019). Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij (2018-2019) CVO report: 19.016A Van der Hammen, T. (2020). Gebruik van alternatieven voor loodgewichten onder hengelaars: Analyses van de 2017 en 2019 Screening Survey". CVO rapport 20.017 Van der Hammen, T. (2021). Loodverlies en het gebruik van loodvervangers in de sportvisserij: Analyses van de 2018-2019 en 2020-2021 Logboek Survey en de 2017-2021 Screening surveys CVO report: 21.025

14 van 15

Rapportnummer CVO 23.003

Verantwoording

Rapport CVO 23.003 Projectnummer: 4311216011

Dit rapport is met grote zorgvuidigheid tot stand gekomen. De kwaiiteit is intern getoetst door een coiiega-onderzoeker en hoofd CVO.

Akkoord:

L. van de Poi Onderzoeker

Handtekening: Datum:

27/01/2023

Akkoord:

Ing. S.W. Verver Hoofd Centrum voor Visserijonderzoek

Handtekening:

Datum:

Rapportnummer CVO 23.003

27/01/2023

15 van 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8003/documents/44913