7.2 Urgenda, 13-07-2026, tweede versie gemeentelijke handreiking regulering bestrijdingsmiddelen
Tekst van het document
Gemeentelijke handleiding Regulering bestrijdingsmiddelen 1 Lees de Gemeentelijke handleiding Regulering bestrijdingsmiddelen ook digitaal Anne de Vries (ChemLegal), Stef Nuijen (IJzer Advocaten), FLO Legal Tweede uitgave maart 2026 Het bestrijdingsmiddelenrecht ontwikkelt zich snel. Deze tweede druk (maart 2026) van de Gemeentelijke Handleiding Regulering Bestrijdingsmiddelen bevat de meest recente rechtspraak en lokale en beleidsontwikkelingen (uit 2025). Daarnaast is een apart hoofdstuk over nadeelcompensatie toegevoegd. Gemeentelijke handleiding Regulering bestrijdingsmiddelen 3 De laatste jaren leidt het gebruik van bestrijdingsmiddelen tot steeds grotere maatschappelijke zorgen en spanningen. Wetenschappers luiden de noodklok over de risico’s die het grootschalig gebruik van deze middelen meebrengt voor mens, dier en het milieu. Burgers spannen rechtszaken aan tegen telers die veel bestrijdingsmiddelen gebruiken en in toenemende mate verbieden of beperken rechters het gebruik van deze middelen.2 Veel gemeenten ervaren een steeds luider wordende roep vanuit de samenleving en wetenschap om het gebruik van bestrijdingsmiddelen verder te reguleren. Vaak is voor gemeenten niet duidelijk op welke manieren zij het gebruik van bestrijdingsmiddelen kunnen beperken. Met het oog daarop is deze handleiding opgesteld.
Het bespreekt het (juridische) gereedschap waarmee gemeenten het gebruik van bestrijdingsmiddelen of bepaalde intensief-bespoten teelten op hun grondgebied kunnen reguleren en beperken. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijkheden voor regulering binnen het omgevingsplan en maatwerkvoorschriften op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, maar ook naar regulering via het eigendomsrecht voor wanneer de gemeente eigenaar is van de landbouwgrond. Nederland bestaat voor 18,6% uit akker- en tuinbouwgrond (631 duizend hectare)1. Op deze gronden wordt vaak gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen. Deze handleiding bevat een gereedschapskist voor gemeenten die het gebruik van bestrijdingsmiddelen of bepaalde intensief bespoten teelten willen reguleren, begrenzen of verbieden. Samenvatting De volgende onderwerpen komen in deze handleiding aan bod: 1. Wat zijn bestrijdingsmiddelen? 2. De verschillende categorieën bestrijdingsmiddelen naar toxiciteit 3. Risico’s voor mens, natuur en milieu 4. Ruimte voor lokale regels 5. Regels in het omgevingsplan 6. Maatwerkregels op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving 7. Regulering in pachtovereenkomsten 8. Regulering bij verkoop van gemeentelijke gronden 1 Dit is het percentage van het totale landoppervlakte (exclusief buiten- en binnenwateren). Zie: CBS, De verduurzaming van de landbouw – deel I: productie en verbruik, 12-10-2022.
Daarnaast bestaat een nog groter deel van Nederland (1,18 miljoen ha) uit grasland en land waarop groenvoer voor vee wordt geteeld. 2 Rb. Noord-Nederland 12 juni 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:2333; Rb. Limburg 8 mei 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:2330; Rb. Oost-Brabant 19 juli 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:3440. 4 I | nh o | u d Samenvatting 4 | Voorbeeldregel: spuitvrije zones | 25 Welke overheidsinstantie is verantwoordelijk | Voo r bee l d u it d e p ra ktij k | 27 e n bevoeg d? | 6Voorbeeldregel: regulering bollen- en Regulering van bestrijdingsmiddelen: | bloementeelt 27 gemeentelijk instrumentarium | 7 | Lokaal voorbeeld | 27 Voorwoord 8 | Voorbeeldregel: uitbreidingsverbod op sierteelt 28 1 . | Wat z ijn bestrijd ingsmiddelen? | 9 We r k za m e s tof | 96. Nadeelcompensatie | 30 Geen biociden | 9 7. | M aatwerkvoorsch riften op g rond 2 . | Verschil lende | soor ten | va n het Ba l | 34 bestrijdingsmiddelen 10 | Re i k w ij d te m a a t we r k vo o r s c h r i f te n | 3 4 Laag-risico middelen | 1 0B evoeg d g eza g e n p roced u re Biologische middelen | 11maatwerkvoorschriften 34 M id d e l e n d ie i n a a n m e r ki ng ko m e n o m te wo rd e n ve r va n g e n | 1 18. | De gemeente als grondeigenaar | 36 H et D id a m-a r rest | 3 6 3 .
| Risico’s va n bestrijd ingsmiddelen | De doorkruisingsleer | 37 voor mensen, dieren en het milieu | 13 Hoge concentraties bestrijdingsmiddelen | 9. Pachtovereenkomsten | 38 i n l eefo m g evi ng | 13 | Pacht: algemeen | 38 B estrijd i ng sm id d e l e n i n natu u r e n wate r | 14 | Toetsi ng d oo r d e g ro nd ka m e r | 3 8 Toegelaten middelen: zijn ze veilig? | 14 | Buitensporige verplichtingen niet toegestaan 39 4 . | Ru imte voor loka le regels | 16 | Wijzigen lopende pachtovereenkomsten Voorzorgsbeginsel | 16 | is l a stig | 39 Richtlijn duurzaam gebruik: bescherming | Belangrijk: transparantie in de kwetsbare groepen | 17selectieprocedure 40 Rechtspraak | 18 | Praktijkvoorbeelden | 40 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biocid e n e n O m g evi ng swet | 1 91 0. | Kwa l itatieve | p l ichte n | 45 Kwa l itatieve ve r p l ichti ng: wat ka n 5 .
| Regels in het omgevingspla n | 21 | je e r m ee? | 45 D oe l e n rei kwijdte va n het o m g evi ng sp l a n | 21 | Minder sterk alternatief: kettingbeding | 46 Soo r te n reg e ls i n het o m g evi ng sp l a n | 2 2 | Tegenprestatie door gemeente | 47 Algemene regels | 22Proced u re voo r vestig i ng kwa l itatieve Vergunningplichten | 23 | plichten 47 Algemene beginselen van behoorlijk | D u u r e n wijzig e n va n kwa l itatieve bestuur 24 | verplichtingen 48 Handhaving | 49 5 is verantwoordelijk en bevoegd? Welke overheidsinstantie NB: de algemene regels voor het hele grondgebied staan naast decentrale regels over het bestrijdingsmiddelengebruik op specifieke locaties. Provincies, gemeenten en waterschappen kunnen o.a. maatwerk leveren op de gebruiksregels in het Bal (bv. uitbreiding teeltvrij zones). Veilig gebruik op specifieke locaties Provincie • Natura 2000, NNN, provinciale landschappen • Halen KRW-doelen grondwater • Grondwaterbeschermingsgebie- den Gemeenten • Evenwichtige toedeling van functies aan locaties • Gezondheid: Bescherming burgers en kwetsbare groepen Waterschappen • Halen KRW-doelen voor regionale wateren • Regels over lozingen Algemene regels voor hele Nederlandse grondgebied Rijk • Regels over gebruik (Bal, Wgb, Bgb) • Regels over toelating (Wgb, Bgb) Ctgb • Toelating middelen • Gebruiksvoorschriften (Ver.
1107/2009, Wgb, Bgb) Bescherming gezondheid mens en dier, natuur en milieu 6 Regulering van bestrijdingsmiddelen: gemeentelijk instrumentarium Gemeente als bevoegd gezag (H 4) Gemeente als grondeigenaar (H 7) Regels in het omgevingsplan (H 5) m.b.t. gezondheid, natuur en/of milieu Verpachting (H 8) Maatwerkvoorschriften op het Bal (H6), bv: • bufferzones • teeltverbod • middelenverbod Verkoop gronden (H 9) Vergunningsplichten, bv: • bufferzones • teeltverbod • middelenverbod Individuele (aanvullende) pachtvoorwaarden, bv: • Teeltverbod (lelies) • Alleen SKAL-teelten • Middelenverbod: (bv. glyfosaat) Kwalitatieve plichten, bv: • Teeltverbod (lelies) • Middelenverbod: (bv. glyfosaat) Algemene regels/ maatwerkregels, bv: • bufferzones • teeltverbod • middelenverbod Conform Pachtbeleid Gemeente als bevoegd gezag (H 4) Gemeente als grondeigenaar (H 7) Regels in het omgevingsplan (H 5) m.b.t. gezondheid, natuur en/of milieu Verpachting (H 8) Maatwerkvoorschriften op het Bal (H6), bv: • Bufferzones • Teeltverbod • Middelenverbod Verkoop gronden (H 9) Vergunningsplichten, bv: • Bufferzones • Teeltverbod • Middelenverbod Individuele (aanvullende) pachtvoorwaarden, bv: • Teeltverbod (lelies) • Alleen SKAL-teelten • Middelenverbod: (bv. glyfosaat) Kwalitatieve plichten, bv: • Teeltverbod (lelies) • Middelenverbod: (bv.
glyfosaat) Algemene regels/ maatwerkregels, bv: • Bufferzones • Teeltverbod • Middelenverbod Conform Pachtbeleid 7 De wetenschap is steeds duidelijker over de link tussen bestrijdingsmiddelen en kanker, autisme en neurodegeneratieve ziekten zoals Parkinson. In Nederland is het gebruik van bestrijdingsmiddelen bovendien hoger dan in de meeste andere Europese landen. Bestrijdingsmiddelen worden kilometers ver van de landbouwpercelen teruggevonden. In de natuur, slaapkamer, huisstof en zelfs in de luiers van kinderen. Verder wordt steeds duidelijker dat middelen die zijn toegelaten, niet altijd veilig zijn. De toelatingsprocedure kijkt vaak niet naar neurologische effecten en ook niet naar het zogenaamde ‘cocktaileffect’: de schadelijke gevolgen van het combineren van middelen. Daarom kloppen bezorgde burgers aan bij hun gemeente. Vooral de lelieteelt baart burgers zorgen, en terecht. Binnen de landbouw is de bollenteelt de grootste verbruiker en binnen de bollenteelt steekt de lelieteelt daar weer met kop en schouders bovenuit. Burgers die jarenlang zonder problemen naast een gangbare akker woonden, krijgen opeens te maken met lelies naast hun tuin of naast een school. Gemeenten zien vaak geen mogelijkheid om burgers te helpen, waardoor de omwonenden zich genoodzaakt voelen om naar de rechter te stappen. In verschillende zaken zijn burgers door de rechter in hun gelijk gesteld.
Zo komen boer en burger tegenover elkaar te staan. Een zeer ongewenste, en ook onnodige, situatie. Gemeenten hebben namelijk binnen de nieuwe Omgevingswet voldoende mogelijkheden, en zelfs ook een juridische plicht, om burgers te beschermen tegen de risico’s van blootstelling aan bestrijdingsmiddelen en hen een gezonde leefomgeving te bieden. Met deze tweede druk van de Gemeentelijke handleiding regulering bestrijdingsmiddelen geven we gemeenten handvaten om te werken aan een schone leefomgeving, om de zorgen van burgers weg te nemen en tegelijkertijd meer duidelijkheid te creëren voor agrariërs. Ten opzichte van de vorige versie van de Handleiding, zijn de meest recente ontwikkelingen (2025-begin 2026) in rechtspraak, beleid en (lokale) wetgeving verwerkt. In hoofdstuk 2 (Verschillende soorten bestrijdingsmiddelen) zijn de meest actuele data over bestrijdingsmiddelen op de Nederlandse markt verwerkt. Hoofdstuk 4 (Ruimte voor lokale regels) is aangevuld met een recente position paper van het Ctgb en hoofdstuk 5 (Regels in het Omgevingsplan) met in het oog springende ontwikkelingen op gemeente- niveau. Verder is er een apart hoofdstuk over nadeelcompensatie toegevoegd (hoofdstuk 6).
De handleiding is samengesteld door Urgenda, Natuur & Milieu, ChemLegal, IJzer Advocaten en FLO Legal, met ondersteuning van Aardige Buren, De Bijenstichting, Caring Doctors, Greenpeace Nederland, Parkinson Vereniging, ParkinsonNL, Pesticide Action Network (PAN) Netherlands, De Vlinderstichting en Vogelbescherming Nederland. Voorwoord Steeds meer gemeenten zijn op zoek naar handvaten om het gebruik van bestrijdings- middelen in hun buitengebied te reduceren. Die zoektocht heeft meerdere oorzaken: de afname van biodiversiteit, de maatschappelijke opgave om in 2027 schoner water te hebben en de groeiende vraag om regulering vanuit verontruste burgers. 8 In deze handleiding wordt met de term ‘bestrijdingsmiddelen’ gedoeld op ‘gewasbeschermingsmiddelen’ in de zin van Verordening 1107/2009.3 Dit zijn middelen ter bescherming of ter voorkoming van aantasting van planten en/of plantaardige producten. Denk daarbij aan fungiciden (tegen schimmels), insecticiden (tegen plaaginsecten) en herbiciden (tegen ongewenste planten). 1 Wat zijn bestrijdingsmiddelen? 3 Verordening 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009, betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, zie art. 2. 4 Biocide wordt gedefinieerd in art.
3 lid 1, sub a van Verordening 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en gebruik van biociden. Werkzame stof Bestrijdingsmiddelen bevatten, naast allerlei hulpstoffen, een ‘werkzame stof’. Dat is het actieve bestanddeel van het bestrijdingsmiddel. Denk bijvoorbeeld aan de stoffen glyfosaat, imidacloprid of spinosad. Lokale overheden kiezen er soms voor alleen middelen met een bepaalde werkzame stof te verbieden. Dit is vooral aan de orde als er veel discussie is over de veiligheid van één specifieke stof, zoals bijvoorbeeld het geval is bij de herbicide glyfosaat. Geen biociden Deze handleiding ziet niet op biociden. Dit zijn middelen die dezelfde werkzame stoffen kunnen bevatten als bestrijdingsmiddelen, maar niet bedoeld zijn om planten die voedsel produceren te beschermen. Voorbeelden zijn desinfectiemiddelen of insecticiden om mieren of kakkerlakken in huis te doden.4 9 Gemeenten kunnen hier rekening mee houden. Zo kan een gemeente ervoor kiezen op kwetsbare locaties het gebruik van bestrijdingsmiddelen te verbieden, maar een uitzondering op te nemen voor middelen met een laag risico voor mens, dier en het milieu. Laag-risico middelen De Europese Unie kwalificeert werkzame stoffen als ‘laag-risico middelen’ als daarvan een laag risico verwacht wordt.
Onder deze categorie vallen een heel aantal micro-organismen en bestrijdingsmiddelen van plantaardige of dierlijke oorsprong, maar ook sommige chemische verbindingen zoals ijzerfosfaat en natriumwaterstofcarbonaat (baksoda). 5 Het ene bestrijdingsmiddel is het andere niet. Er zijn bestrijdingsmiddelen die zo toxisch (giftig) zijn dat slechts enkele grammen per hectare gebruikt hoeven te worden. Er zijn ook bestrijdingsmiddelen die veel minder toxisch zijn en waar je zelfs taarten mee kan bakken (baksoda) of je kind mee kan beschermen tegen muggenbeten (citronellaolie). 2 Verschillende soorten bestrijdingsmiddelen 5 Zie lijst met laag risico stoffen in deel D van Uitvoeringsverordening (EU) 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft. 10 B iologische middelen Re l ati ef ve e l m i d d e l e n d i e zij n to e g esta a n b i n n e n d e b i o l o g i sc h e l a n d b o uw wo rd e n a a n g e m e r k t a l s l a a g -r i s i co m i d d e l , m a a r d at g e l dt n i et vo o r a l d eze m i d d e l e n .
Zo ka n i n e e n e n ke l g eva l d e we r k za m e stof l a m b d a - cyh a l oth r i n in de biologische landbouw gebruikt worden (in lokvallen).6 D eze stof i s i n g e d e e l d i n d e m e est g ifti g e cate g o r i e va n b estr ij d i n g s m i d d e l e n , n a m e l ij k : a l s stof d i e i n a a n m e r ki n g ko mt o m te wo rd e n ve r va n g e n (zi e h i e r n a).7 A n d e re | 6 | La m b d a - c y h a l ot h r i n m a g i n d e omstreden middelen zijn Olie H en Kompaan: bestrijdingsmiddelen met daarin | biologische landbouw worden paraffi neolie dat wordt gewonnen uit aardolie. Deze middelen worden in | g e b r u i k t i n va l l e n m et s p e c i fi e ke l o k s tof fe n te r b e s t r ij d i n g va n N e d e r l a n d i n so m s ze e r g rote h o eve e l h e d e n g e b r u i k t i n d e s i e r- e n (p o ot) | Bactrocera oleae en Ceratritis aardappelteelt. | ca p itata (z i e B ij l a g e I , o n d e r 4 va n Uitvoeringsverordening 2021/1165).
7 | Z i e l ij s t m et s tof fe n d i e i n a a n m e r k i n g ko m e n o m te wo rd e n ve r va n g e n i n G e b r u i k va n ko pe r i n d e bio log ische l a nd bo uw | d e e l E va n U i t vo e r i n g s ve ro rd e n i n g ( E U ) Va a k wo rdt d oo r cr iti ci va n d e b i o l og i sch e l a n d bo uw g e n oe m d d at | 5 4 0/ 2 01 1 va n d e Co m m i s s i e va n 2 5 m e i koper in de Europese biologische landbouw mag worden gebruikt.8 | 2 01 1 tot u i t vo e r i n g va n Ve ro rd e n i n g Ko pe r i s be ke n d sch a d e l ij k voo r d e g ezo n d h e i d e n a a n g e m e r kt a l s stof | ( EG) n r. 1 1 07/ 2 0 0 9 va n h et E u ro p e e s Pa r l e m e nt e n d e R a a d wa t d e l ij s t va n d i e i n a a n m e r k i n g ko mt o m te wo rd e n ve r va n g e n . D it i s j u i st, m a a r i n | goedgekeurde werkzame stoffen Nederland is het gebruik van koper verbindingen als bestrijdingsmiddel | betreft. n iet toeg esta a n .
| 8 | H et g e b r u i k va n ko p e r i n d e biologische landbouw wordt door d e E U to e g e s ta a n tot m a x i m a a l 2 8 kg / h a ove r e e n p e r i o d e va n Er kan dus niet automatisch vanuit worden gegaan dat bestrijdingsmiddelen | m a x i m a a l zeve n j a a r, m a a r i s d i e zij n to e g esta a n i n d e b i o l o g i sc h e l a n d b o uw p e r d efi n iti e e e n l a a g r i s i co | i n N e d e r l a n d vo o ra l s n o g n i et to e g e l a te n (z i e B ij l a g e I , o n d e r 4 va n vo r m e n vo o r d e g ezo n d h e i d va n o mwo n e n d e n . We l za l b i o l o g i sc h e l a n d b o uw | Uitvoeringsverordening 2021/1165). i n d e re g e l e e n b e d u i d e n d m i n d e r g rote b e l a sti n g vo o r d e o m g evi n g vo r m e n | 9 | Zi e l ij s t m et s tof fe n d i e i n o m d at e r ve e l m i n d e r (e n va a k o o k m i n d e r toxi sc h e) b estr ij d i n g s m i d d e l e n zij n | aanmerking komen om te to e g e s ta a n . | wo rd e n ve r va n g e n i n d e e l E va n Uitvoeringsverordening (EU) 5 4 0/ 2 01 1 va n d e Co m m i s s i e va n 2 5 m e i 2 01 1 tot u i t vo e r i n g va n Ti p | Verordening (EG) nr.
11 07/2009 Een gemeente kan er voor kiezen het gebruik van laag-risico middelen | va n h et E u ro p e e s Pa r l e m e nt e n d e R a a d wa t d e l ij s t va n en biologische middelen uit te zonderen van een plaatselijk verbod op | goedgekeurde werkzame het gebruik van bestrijdingsmiddelen | s tof fe n b et ref t i n co m b i n a t i e met Uitvoeringsverordening (EU) 2 01 5/4 0 8 va n d e Co m m i s s i e va n 1 1 m a a r t 2 01 5 i n za ke u i t vo e r i n g va n a r t i ke l 8 0 , l i d 7, va n Ve ro rd e n i n g M iddelen die in aanmerking komen om te worden ver vangen | ( EG) n r. 1 1 07/ 2 0 0 9 va n h et E u ro p e e s Er zijn momenteel (maar t 2026) 40 werkzame stoffen die zijn aangemerkt als | Parlement en de Raad betreffende h et o p d e m a r k t b re n g e n va n ‘stoffen die in aanmerking komen om te worden ver vangen’.9 Voorbeelden zijn | gewasbeschermingsmiddelen esfenvaleraat, pendimethalin en cypermethrin. Deze stoffen zijn volgens de | e n tot va s t s te l l i n g va n e e n l ij s t va n EU zo r i s i covo l d at ze va n d e m a r k t wo rd e n g e h a a l d zo d ra e r m i n d e r g ifti g e | s tof fe n d i e i n a a n m e r k i n g ko m e n o m te wo rd e n ve r va n g e n . a lternatieven beschikbaa r zijn .
| 1 0 | i n d e z i n va n a r t i ke l 57 va n d e REACH Verordening 1907/2006 Stoffe n d i e n i et i n d eze cate g o r i e zij n i n g e d e e l d ku n n e n ove r i g e n s o o k e e n | va n h et Eu ro p e e s Pa r l e m e nt e n g ezo n d h e i d s r i s i co m e e b re n g e n . D it b l ij k t o o k u it h et fe it d at ve rsc h i l l e n d e | d e Ra a d i n za ke d e re g i s t ra t i e e n b e o o rd e l i n g va n e n d e a u to r i s a t i e ‘ re g u l i e re’ b estr ij d i n g s m i d d e l e n a l s Ze e r Zo rgwe k ke n d e Stof (ZZS) zij n | e n b e p e r k i n g e n te n a a n z i e n va n aangemerkt.10 H et R IVM sc h at d at 20% va n d e to e g e l ate n b estr ij d i n g s m i d d e l e n | chemische stoffen . 11 één of meer ZZS’en bevat en dat 10% een potentiële ZZS bevat.11 Stoffen worden als ZZS aangemerkt als ze nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid, bijvoorbeeld omdat ze kankerverwekkend zijn, schadelijk voor de voortplanting of ophopen in de voedselketen. Volgens CLM zijn in de Nederlandse landbouw 25 werkzame stoffen toegelaten die een PFAS- verbinding zijn. 115 middelen op de Nederlandse markt bevatten dit soort PFAS- pesticiden.12 Een verbod op enkel bestrijdingsmiddelen met stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen is weinig effectief.
Het gaat om slechts 40 werkzame stoffen van in totaal 232 werkzame stoffen die op de Nederlandse markt zijn toegelaten, 13 terwijl ook veel reguliere werkzame stoffen (bewezen) schadelijke effecten hebben. Tip 11 Komen & Wezenbeek, Inventarisatie Zeer Zorgwekkende Stoffen in bestrijdingsmiddelen , RIVM rapport 2022, p. 3, 9-10. 12 P. Leendertse e.a., Gebruik van PFAS-pesticiden en risico’s voor grondwater en bodem, CLM Onderzoek en Advies oktober 2025). 13 Dit is gebaseerd op de werkzame stoffen die volgens de EU Pesticide Database op 4 maart 2026 zijn goedgekeurd voor gebruik in Nederland (https://ec.europa.eu/food/ plant/pesticides/eu-pesticides- database/start/screen/active- substances). 12 Ri sic | o | 's va | n be | strijd i ng | sm id de le | n voor 3 | me | n se | n, d ie | re | n e | n het m il ie | u B estrijd i ng s m id delen worden pa s toegelaten na een risico - | 1 4 | FAOSTAT Pe s t i c i d e u s e (www.fao. o rg/fa ostat/e n/#d ata/ R P). beoordel i ng , zowel op E U - n ivea u (de werk za me stof) a ls op | 15 Pl a ce s a n d S p a ce s: E nv i ro n m e nt s l id sta at- n ivea u (het m id del/ei nd prod uct).
G emeenten d ie het | and children’s well-being, Innocenti R e p o r t Ca rd 17, U N I C E F O f fi ce of gebruik van toegelaten bestrijdingsmiddelen willen reg uleren , | R e s e a rc h – I n n o ce nt i : F l o re n ce 2 02 2 moeten de nood za a k h ier va n goed onderbouwen (z ie h ierna | (https://www.unicef.org/ innocenti/media/1776/fi le/ pa r. 5 e.v.). D a a rom wordt n u kor t weergegeven wat de h u id i- | UNICEF-Report-Card-17-Places- ge sta nd va n de wetenscha p is en wa a rom verdere reg u leri ng | and-Spaces-EN .pdf) , p . 26 -27. 1 6 | M . H . M . M . M o nt fo r t s e . a . , door gemeenten , bovenop de risicobeoordeling , nodig is . | Bestrijdingsmiddelen en omwonenden: Samenvattend ra p p o r t ove r b l o ot ste l l i n g e n mogelijke gezondheidseffecten, Hoge concentraties bestrijdingsmiddelen in leefomgeving | R I V M ra p p o r t 2 01 9. 1 7 | Zi e o . a . B ot n a r u e . a .
, ‘ N e u rotox i c N e d e r l a n d i s n a M a lta ko p l o p e r i n d e EU m et h et h o o g ste | Effects of Pesticides: I mplications bestrijdingsmiddelengebruik per hectare agrarische grond.14 Volgens U N ICEF | fo r N e u ro d e g e n e ra t i ve a n d wo rdt m a a r l i efst é é n o p d e t wa a lf N e d e r l a n d se ki n d e re n b l o otg este l d | Neurobehavioral Disorders’, a a n te h o g e co n ce ntrati es b estr ij d i n g s m i d d e l e n .1 5 U it h et R IVM - o n d e r zo e k | J o u r n a l of Xe n o b i ot i c s , 2 02 5 , vo l . 1 5 , n r. 3 , p . 8 3 ; G u n n a r s s o n ‘ Bestrijdingsmiddelen en omwonenden’ 1 6 blijkt verder dat deze middelen | e.a .Occupational Exposures and tot e e n a fsta n d va n – i n i e d e r g eva l – 2 5 0 m ete r ro n d o m b o l l e nve l d e n i n | N e u ro d e g e n e ra t i ve D i s e a s e s—A a a nzi e n l ij k ve r h o o g d e co n ce ntrati es wo rd e n a a n g etroffe n o n d e r m e e r i n | Sys te m a t i c Li te ra t u re Rev i ew a n d M eta -A n a l ys e s’, I nt. J . E nv i ro n . Re s . h u i s s t o f. | P u b l i c H e a l t h , 2 01 9, vo l . 1 6 , n r. 3 , 3 37. 1 8A . M .
Aloizou e.a ., ‘ Pesticides , Er i s ste e d s m e e r wete n sc h a p p e l ij k b ewij s d at c h ro n i sc h e b l o otste l l i n g a a n | co g n i t i ve fu n c t i o n s a n d d e m e nt i a : A bestrijdingsmiddelen risico’s meebrengt voor de gezondheid . Wetenschappers | review ’, Toxi co l o g y Let te r s 2020, afl 3 26 , p . 31 - 51 . wijze n o p e e n ve r b a n d m et h et o ntsta a n va n n e u ro d e g e n e rati eve zi e k tes | 19 A . M . M a l e k e . a . , ‘ , Envi ro n m e nta l zoals Parkinson ,17 Alzheimer18 e n ALS .19 Boeren die met bestrijdingsmiddelen | Research 2 01 2 , a fl . 1 1 7, p . 1 1 2-1 1 9. 13 werken hebben een hoger risico om Parkinson te krijgen dan andere mensen. 20 Verder is er een mogelijk verband tussen autisme en ADH D en chronische blootstelling van kinderen aan lage hoeveelheden bestrijdingsmiddelen. 21 | 2 0 | P. L . G a m a c h e , I . S a l e m , N . Daarnaast zijn er steeds meer aanwijzingen voor een relatie tussen blootstelling | Ro u x- D u b o i s . , J . Le B o u t h i l l i e r, Z . aan bestrijdingsmiddelen en verschillende kankersoor ten, longaandoeningen, | G a n - O r & N . D u p ré , ‘ E x p o s u re to pesticides a nd welding hastens voor tplantingsproblemen en immuniteitsproblemen.
2 2 | t h e a g e - a t- o n s et of Pa r k i n s o n’s disease’, Ca n a d i a n J o u r n a l of Neu rolog ica l Sciences 2 01 9, 4 6 (6) , p . 7 1 1 -7 1 6 . 21 | J . R . R o b e r t s , E . H . D a w l ey & J . R . R e i g a r t, ‘ C h i l d re n’s l ow- level pesticide exposu re a nd a s s o c i a t i o n s w i t h a u t i s m a n d AD H D: A review’, Pediatric re s e a rc h 2 01 9, 8 5 (2) , p . 2 3 4 -241 . 22 | Factsheet Bestrijdingsmiddelen/ Pesticiden, Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, A m s te rd a m U M C 2 01 8 (www.beroepsziekten. n l/sites/d efa u lt/fi l es/fa cts h eets/ Factsheet-Ziek-door-Pesticiden. pdf). 23 | M . M a nt i n g h & J . B u ij s , Onderzoek n a a r d e a a nwez i g h e i d va n b e s t r ij- d i n g s m i d d e l e n i n v i e r n a t u ra 2 0 0 0 gebieden in Drenthe en de mogelijke i nv l o e d va n d e a fs ta n d va n n a t u u r- gebieden tot landbouwgebieden op de belasting met bestrijdingsmid- delen, Mantingh Environment and Pe s t i c i d e s : A s s e n / B u ij s Ag ro S e r v i- ce s , B e n n e ko m 2 02 0 . 24 | D . K l e ij n e . a . , Achte r u itg a n g insectenpopulaties in Nederland: trends, oorzaken en kennislacunes, Wageningen Environmental R e s e a rc h 2 01 8 ; F. G e i g e r e . a .
, ‘ Pe r s i s te nt n e g a t i ve ef fe c t s of pesticides on biodiversity a nd biological control potential on Bestrijdingsmiddelen in natu ur en water | European farmland’, Basic and Bestrijdingsmiddelen dringen diep door in Nederlandse natuurgebieden23 | A p p l i e d Eco l o g y 2 01 0 , a fl . 1 1 . 2 5 | N . M ö h r i n g e . a . , ‘ S u cce s s fu l e n s p o e l e n u it n a a r h et o p p e r vl a k tewate r. D it ka n g rote g evo l g e n h e b b e n | implementation of global targets vo o r d i e re n e n d e n at u u r. Zo wo rdt d e a fn a m e i n d e i n se c te n p o p u l ati es | to re d u ce n u t r i e nt a n d p e s t i c i d e d o o r wete n sc h a p p e rs o n d e r m e e r to e g esc h reve n a a n h et g e b r u i k va n | pollution requires suitable bestrijdingsmiddelen, 24 n et a l s d e a fn a m e va n d e b i o d ive rs ite it. 25 Verder | i n d i ca to r s’, N a t u re Eco l o g y & Evo l u t i o n 2 02 3 , a fl . 7. bleken bestrijdingsmiddelen die decennialang gebruikt mochten worden zeer | 26 | E . M o l e n a a r e . a . , ‘ N e o n i cot i n o i d s schadelijk voor vogels. 26 | i m p a c t a l l a s p e c t s of b i rd l i fe: A meta-a na lysis, Ecology Letters 2 024 , Vo l . 27, a fl . 1 0 . Ook het Nederlandse water is sterk ver vuild .
De Bestrijdingsmiddelenatlas | 27 www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl laat op veel plekken forse overschrijdingen van de milieukwaliteitsnormen | 28 | Rost | e.a . | M o n ito r i n g ra p p o r ta g e voor opper vlaktewater zien. 27 En de recente monitoringsrapportage | Uitvoeringsprogramma va n h et M i n i ste r i e va n LV VN wij st o o k o p n o r m ove rsc h r ij d i n g e n d o o r | Toekomstvisie Gewasbescherming 2030. Emissies en residuen bestrijdingsmiddelen in grond- en opper vlaktewater. 28 Vo l g e n s h et Eu ro p ese | Rapportagejaar 2022, M i l i e u Ag e ntsc h a p b evat te t u s se n 201 6 e n 2021 | 53% va n h et N e d e r l a n d se | R oya l h a s ko n i n g D H V 2 02 3 . 14 oppervlaktewater te veel bestrijdingsmiddelen. 29 Daarmee behoort het Nederlandse oppervlaktewater tot het meest vervuilde van de Europese Unie. Toegelaten middelen: zijn ze veilig? Voordat bestrijdingsmiddelen op de markt komen, wordt er een risicobeoordeling gedaan. 30 Toch wordt door de wetenschap in toenemende mate gewaarschuwd voor gezondheidsschade als gevolg van deze middelen. Dit komt (o.a.) doordat de risicobeoordeling een aantal grote hiaten bevat. Ten eerste worden bestrijdingsmiddelen volgens het RIVM in verreweg de meeste gevallen niet of niet goed beoordeeld op neurotoxiciteit en neurodegeneratieve gevolgen.
31 Het gaat daarbij om neurologische ziekten zoals Parkinson, Alzheimer en ALS. Ook de nationale toelatingsinstantie, het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), erkent dat er op dit punt een hiaat is in de risicobeoordeling van bestrijdingsmiddelen. 32 Het RIVM stelt: “De relatie tussen blootstelling aan chemische stoffen, inclusief gewasbeschermingsmiddelen, en neurodegeneratieve aandoeningen is plausibel.” 33 Daarnaast wordt in de goedkeuringsprocedure geen rekening gehouden met de risico’s van het gebruik van cocktails van bestrijdingsmiddelen. Het is gebruikelijk dat gewassen met meerdere middelen tegelijk worden bespoten. In de toelatingsprocedure wordt alleen gekeken naar de risico’s bij blootstelling aan een individueel middel. Cocktails van middelen kunnen echter velen malen giftiger zijn dan als middelen ieder los worden gebruikt.34 Ten derde wordt in de goedkeuringsprocedure geen aandacht besteed aan blootstelling via huisstof.35 Daarom bestaat géén inzicht in de gezondheidsrisico’s van deze verspreidingsroute, terwijl uit onderzoek van het RIVM blijkt dat omwonenden van bollenvelden via huisstof chronisch worden blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen.
36 Ten vierde blijkt uit het recent afgeronde SPRINT onderzoek, een EU-breed onderzoek naar blootstelling van burgers en het milieu, dat in de huidige toelating van gewasbeschermingsmiddelen onvoldoende wordt gekeken naar langetermijneffecten op de ontwikkeling van kwetsbare groepen, zoals kinderen en naar de effecten van chronische blootstelling aan een cocktail van middelen. 37 29 Pesticides in rivers, lakes and groundwater in Europe, European Environment Agency (www.eea. europa.eu/ims/pesticides-in-rivers- lakes-and). 30 Art. 4 Verordening (EU) 1107/2009. Dit wordt op twee niveaus beoordeeld: op EU-niveau wordt de werkzame stof beoordeeld, en op lidstaat- niveau wordt vervolgens gekeken of ook het gewasbeschermingsmiddel (het eindproduct) aan de toelatingseisen voldoet. 31 H. Heusinkveld e.a., Gewasbescher- mingsmiddelen en neurodegenera- tieve ziekten: mogelijkheden om de toelatingsvereisten te verbeteren, RIVM rapport 2021 32 Brief van Ctgb aan EFSA, 9 maart 2021, kenmerk 202103090024. Ci- taten: “We would like to express our concerns with regard to a possible relation between the use of specific pesticides and the development of Parkinson’s disease” en “there are many more currently approved ac- tive substances for which we do not know whether exposure could be associated with Parkinson’s disease”.
Te downloaden via: https://www.ctgb.nl/bi- naries/ctgb/documenten/ brieven/2021/03/23/efsa-mo- gelijke-relatie-gewasbeschemings- middelen-en-ziekte-van-parkinson/ Letter_possbile+relation+PPP+and+- Parkinson_Geredigeerd.pdf 33 Heusinkveld e.a., Gewasbescher- mingsmiddelen en neurodegenera- tieve ziekten: mogelijkheden om de toelatingsvereisten te verbeteren, RIVM rapport 2021, p. 27. 34 K.C. Paul e.a. ‘A pesticide an iPSC dopaminergic neuron screen identifies and classifies Parkinson- relevant pesticides’, Nature Communications 16 Mei 2023, p. 1-18. 35 Dit vormt op basis van Verordeningen 283/2013 en 284/2013 geen onderdeel dat moet worden onderzocht voordat goedkeuring voor een werkzame stof of gewasbeschermingsmiddel kan worden verkregen. 36 M.H.M.M Montforts e.a., Bestrijdingsmiddelen en omwonenden: Samenvattend rapport over blootstelling en mogelijke gezondheidseffecten, RIVM rapport 2019. 37 https://sprint-h2020.eu/ 15 Position paper Ctgb38 In een position paper van december 2025 maakt het Ctgb zelf ook expliciet dat er naast de toelating een belangrijke rol is weggelegd voor lokale overheden zoals gemeenten “Het toelatingssysteem is zwart-wit: een middel wordt toegelaten of niet. De toelatingssystematiek is niet bedoeld voor het reguleren van gebruik, ruimtelijke keuzes of belangenafwegingen.
Juist in Nederland, waar landbouwpercelen en woongebieden dicht bij elkaar liggen, vraagt dit soms om aanvullende maatregelen. Zorgen van omwonenden kunnen niet worden weggenomen door enkel te verwijzen naar een toelating. Het gaat om keuzes over lokale context, maatschappelijke wenselijkheid en het wegen van belangen van telers en omwonenden.” En: “Naast de toelating bestaan er juridische en beleidsmatige kaders die wél ruimte bieden voor gebruiksregulering en ruimtelijke afwegingen, zoals de Richtlijn Duurzaam Gebruik Pesticiden (2009/128/EG) en de Omgevingswet. Deze bieden beleidsruimte om maatregelen te treffen ter bescherming van de leefomgeving.” Soms gaan lokale overheden ervan uit dat zij niet kunnen optreden tegen het gebruik van bestrijdingsmiddelen die zijn toegelaten, omdat het gebruik van deze middelen dan per definitie overal moet kunnen plaatsvinden. Dat is onjuist. De Omgevingswet biedt meerdere grondslagen voor lokale regelgeving die kan bestaan naast en in aanvulling op de toelatingsprocedure van bestrijdingsmiddelen. 4 Ruimte voor lokale regels 38 Ctgb, Van toelating naar afweging - position paper over rol toelating, gebruik, natuurbescherming en ruimtelijke ordening, 8 december 2025.
16 “De bepalingen van deze verordening stoelen op het voorzorgsbeginsel ten einde te garanderen dat werkzame stoffen of middelen die op de markt worden gebracht niet schadelijk zijn voor de gezondheid van mensen en dieren of voor het milieu. In het bijzonder worden de lidstaten er niet van weerhouden het voorzorgsbeginsel toe te passen wanneer er wetenschappelijk gezien onzekerheid bestaat over de risico’s voor de gezondheid van mensen en dieren of voor het milieu van de op hun grondgebied toe te laten gewasbeschermingsmiddelen.” Het Ctgb noemt als voorbeelden het stimuleren van gebruiksvermindering en keuze voor minder risicovolle alternatieven, zoals niet-chemische middelen of methoden en het instellen van afstandseisen of spuitvrije zones tussen landbouwpercelen en gevoelige functies zoals woningen, scholen of zorginstellingen. Voorzorgsbeginsel Verordening (EG) 1107/2009 bevat de regels over de toelating van bestrijdingsmiddelen. Deze verordening bepaalt expliciet dat landen, in aanvulling op die regels, uit voorzorgmaatregelen kunnen treffen als er onzekerheid bestaat over de risico’s voor mens, dier of milieu (art. 1 lid 4): De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS) staat bestuursorganen expliciet toe om het voorzorgsbeginsel aan te voeren als rechtvaardiging voor het stellen van regels die het grondgebruik beperken.
39 In een zaak over een geitenhouderij overwoog de ABRvS dat de exacte oorzaak van de verhoogde kans op longontsteking voor omwonenden binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij nog nader onderzocht moest worden. Hoewel het causaal verband dus niet bewezen was, vormde het vergrote risico op gezondheidsschade voldoende grond voor een gemeente om maatregelen te treffen. 40 Deze situatie lijkt erg op de situatie van omwonenden bij intensief bespoten teelten. De wetenschap toont een duidelijke correlatie aan tussen blootstelling aan bestrijdingsmiddelen en een verhoogd risico op ziektes zoals Parkinson, kanker en ALS. Richtlijn duurzaam gebruik: bescherming kwetsbare groepen De Richtlijn duurzaam gebruik pesticiden (2009/128/EG) verplicht Nederland om kwetsbare groepen, waaronder omwonenden, te beschermen tegen schade door bestrijdingsmiddelen. Artikel 12 lid 1, onder a van deze richtlijn bepaalt dat het gebruik van pesticiden verboden of geminimaliseerd moet worden in “gebieden die door het brede publiek of door kwetsbare groepen, zoals omschreven in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1107/2009, worden gebruikt, zoals parken, openbare tuinen, sport- en recreatieterreinen, schoolterreinen en speelplaatsen, en gebieden in de nabijheid van zorginstellingen”. 39 ABRvS 19 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2791, r.o. 4.3. 40 ABRvS 19 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2791, r.o.
5.1 17 Kwets b a re g ro e p e n zij n: “ m e n se n d i e s p e cifie ke a a n d a c ht b e h o eve n a l s h et g a at o m d e b e o o rd e l i n g va n a cute e n c h ro n i sc h e g evo l g e n va n g ewa s b esc h e r m i n g s m i d d e l e n vo o r d e gezond heid. H iertoe behoren zwa ngere vrouwen, vrouwen d ie borstvoed ing geven, ongeboren kinderen, zuigelingen en kinderen en ouderen, a lsmede werknemers en bewoners d ie ged urende la ngere tijd blootstaa n aa n hoge d oses pesticid en”41 De Europese wetgever heeft dus bepaald dat bestrijdingsmiddelen niet ve i l i g g e b r u i k t ku n n e n wo rd e n i n g e b i e d e n m et k wets b a re g ro e p e n . D e ve ra nt wo o rd e l ij k h e i d vo o r d e u it vo e r i n g va n d eze b e p a l i n g h e eft h et Rij k b ij gemeenten gelegd . Gemeenten kunnen, aanvullend op de risicobeoordeling van middelen: “ i n n i e uw o p te ste l l e n b este m m i n g s p l a n n e n (R u i mte l ij ke O rd e n i n g) re g e l s o pste l l e n d i e b ij d ra g e n a a n h et ve r m i n d e re n va n h et r i s i co o p b l o ot s te l l i n g”. 42 O n d e r d e O m g evi n g swet g e l dt d it o nve r ko r t vo o r re g e l s i n h et omgevingsplan.
D a a r n a a st b evat a r ti ke l 1 2 o o k e e n m i n i m a l i sati e p l i c ht i n N at u ra 20 0 0-gebieden en KRW-beschermde gebieden (waaronder grondwaterbeschermingsgebieden). Ook dit laat zien dat een toegelaten m i d d e l n i et zo m a a r ove ra l ve i l i g g e b r u i k t ka n wo rd e n . Ste r ke r n o g , h et g e b r u i k zo u i n k wets b a re e co l o g i sc h e g e b i e d e n e n i n g e b i e d e n m et k wets b a re g ro e p e n volgens Europa aan banden moeten worden gelegd. Rechtspraak Ook uit de Nederlandse rechtspraak blijkt dat toegelaten bestrijdingsmiddelen n i et ve i l i g o p a l l e l o cati es g e b r u i k t ku n n e n wo rd e n va nwe g e h i ate n i n d e risicobeoordeling . De rechtba n ken Noord-N ederla nd ,43 Oost- B ra ba nt,44 Limburg45 en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden46 hebben daarom een (gedeeltelijke) verbod opgelegd op het gebruik van bestrijdingsmiddelen in d e l e l i ete e lt i n e e n stra a l va n 2 5 0 m ete r ro n d o m wo n i n g e n . H et g ro otsc h a l i g e | 41 | Zi e d efi n i t i e i n a r t. 3 , p u nt 1 4 va n m i d d e l e n g e b r u i k i n d eze te e lt vo r m d e e e n te g ro ot r i s i co vo o r d e g ezo n d h e i d | Verordening (EG) 11 07/2009.
42 | Geactualiseerd | Nederlands van omwonenden, mede omdat deze middelen niet goed zijn onderzocht op | actieplan duurzaam gebruik h et r i s i co o p n e u ro d e g e n e rati eve effe c te n (zo a l s h et r i s i co o p Pa r ki n so n e n ALS). | gewasbeschermingsmiddelen H et j a a r l ij kse b estr ij d i n g s m i d d e l e n g e b r u i k i n d e l e l i ete e lt wa s 11 3 ,7 kg/ h e c ta re i n | 2 02 2 t/m 2 02 5 , p . 1 8 . 2020 e n 4 6 , 5 kg/ h e c ta re i n 2024 . 47 D a a r m e e l i gt h et g e b r u i k ve e l h o g e r d a n h et | 43 | Rechtbank | Noord- N e d e r l a n d 1 2 j u n i 2 02 3 , gebruik in andere teelten. Ter vergelijking: het gemiddelde gebruik in gewassen | ECLI:NL:RBNNE:2023:2333. wa s i n 2024 5 , 6 kg/ h a/j a a r. D e C B S - g e b r u i ksg e g eve n s b etreffe n b ove n d i e n | 4 4 | Re c ht b a n k O o s t- B ra b a nt 1 9 j u l i wa a rsc h ij n l ij k e e n o n d e rsc h at ti n g va n h et we r ke l ij ke g e b r u i k : d e a fzetcijfe rs | 2024 , ECLI : N L : R BO B R : 2024: 3 4 4 0 . van gewasbeschermingsmiddelen ligt namelijk twee keer zo hoog .48 | 4 5 | Re c ht b a n k Li m b u rg 8 m e i 2 024 ECLI:NL:RBLIM:2024:2330. 46 H of A r n h e m - Le e u wa rd e n 1 0 j u l i D e u its p ra a k va n h et G e re c hts h of ’s- H e r to g e n b osc h i s vo o r g e m e e nte n | 2023 ECLI :N L:GHARL:2023:6083 .
i n h et b ijzo n d e r va n b e l a n g . 49 H et H of g a at h i e r u itg e b re i d i n o p d e | 47 | Gewasbeschermingsmiddelen i n d e l a n d b o u w ; we r k za m e s tof, h i ate n i n d e r i s i co b e o o rd e l i n g e n d e l i n k m et d e zi e k te va n Pa r ki n so n e n | g ewa s , to e p a s s i n g , Sta t l i n e ontwikkelingsstoornissen bij kinderen. Verder concludeer t het Hof dat ar tikel | 4 8 ht tps://w w w.cbs . n l/n l-n l/ 1 2 (a) va n d e Ri c htl ij n d u u r za a m g e b r u i k p esti ci d e n , d i e zo a l s h i e r vo o r b es p ro ke n | a c hte rg ro n d/ 202 3/ 24/ vra a gt o m b esc h e r m i n g va n k wets b a re g ro e p e n te g e n b l o otste l l i n g a a n | vergelijking-afzet-en-gebruik- gewasbeschermingsmiddelen. pesticiden, in Nederland niet volledig is geïmplementeerd . Daarbij weegt het | 49 | H of D e n B o s c h , 2 2 j u l i 2 02 5 h of m e e d at h et o m g evi n g s p l a n va n d e g e m e e nte wa a r h et o m g i n g g e e n | (ECLI:NL:GHSHE:2025:2043). 18 beperkingen bevatte aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de buurt van woningen. 50 In de buurt van Natura 2000-gebieden kan het gebruik van bestrijdingsmiddelen ook beperkt worden.
In 2025 oordeelde de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State namelijk dat vanwege het hoge gebruik van bestrijdingsmiddelen een wissel naar lelieteelt niet zonder natuurvergunning in de buurt van een Natura 2000-gebied mocht plaatsvinden. 51 Dit gebruik kan namelijk een significant (schadelijk) effect hebben op Natura 2000-gebieden. Doordat deze middelen over een grote afstand kunnen verplaatsen, was een afstand van 250 meter tot het natuurgebied bovendien onvoldoende. Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en Omgevingswet De Europese verordening voor bestrijdingsmiddelen werkt rechtstreeks door in het Nederlandse rechtsstelsel. In aanvulling op de verordening zijn in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (verder: Wgb) regels gesteld over onder meer het Ctgb en het toezicht op de naleving van de gebruiksvoorschriften van toegelaten bestrijdingsmiddelen. De Wgb biedt gemeenten geen grondslag om zelf regels te stellen over het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De Omgevingswet biedt die mogelijkheid wel. Gemeenten moeten een omgevingsplan vaststellen met daarin de regels over de fysieke leefomgeving (art. 2.4 Omgevingswet, hierna: Ow). Het Omgevingsplan moet in ieder geval de regels bevatten die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (art. 4.2 Ow).
Daarbij is de gemeente verplicht om in ieder geval rekening te houden met het belang van het beschermen van de gezondheid. 52 Een beperking van de Omgevingswet is dat deze wet niet gaat over onderwerpen die bij of krachtens een andere wet uitputtend zijn geregeld (art. 1.4 Ow). In dat geval mag ook het omgevingsplan geen regels over die 50 Zie overweging 3.43. 51 ABRvS 2 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1428. 52 Art. 2.1 lid 4 Ow: “Onverminderd het derde lid wordt bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid”. 53 N.S.J. Koeman, Juridisch advies spuitvrije zones. 11 mei 2020 (in opdracht van de Tweede Kamer). Meer mogelijkheden onder de Omgevingswet Onder de oude Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moest het bevoegd gezag het zogeheten standaard overgangsrecht op- nemen in een nieuw bestemmingsplan. Dit verplichte overgangsrecht hield o.a. in dat rechtmatig bestaand gebruik van gronden (art. 3.2.2. Bro) moest worden gerespecteerd. Een bestemmingsplan kon daarom niet direct ingrijpen in be- staande situaties. Daarom concludeert professor Koeman dat het onder het oude recht voor gemeenten lastig was om pesticidevrije-zones rondom om- wonenden in te voeren als daarmee bestaand agrarisch grondgebruik wordt doorbroken.
Hij merkt echter op onder de Omgevingswet géén verplichting meer bestaat om het overgangsrecht op te nemen in het omgevingsplan. Hier- door hebben gemeenten meer mogelijkheden om in te grijpen op bestaand agrarisch gebruik, inclusief het gebruik van bestrijdingsmiddelen.53 19 onderwerpen bevatten. De vraag is dus in hoeverre de Wgb uitputtend is bedoeld. Zoals hiervoor aangegeven, is de Europese verordening voor bestrijdingsmiddelen duidelijk niet uitputtend bedoeld. De verordening biedt expliciet de ruimte om op grond van het voorzorgsbeginsel extra regels te stellen over het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Het is daarom logisch dat ook de Wgb niet uitputtend is bedoeld. Bovendien heeft het Rijk zelf ook extra regels gesteld over het gebruik van bestrijdingsmiddelen in het Besluit activiteiten leefomgeving, een AMvB op grond van de Omgevingswet. Dit laat zien dat de wetgever zelf ook van mening is dat de Wgb niet uitputtend is bedoeld. 20 Doel en reikwijdte van het omgevingsplan Iedere gemeente heeft één omgevingsplan voor het gehele grondgebied. Het omgevingsplan moet worden opgesteld met het oog op de doelen van de Omgevingswet en moet in ieder geval zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Het omgevingsplan heeft daarmee een ruimere reikwijdte dan de voormalige bestemmingsplannen: het bevat niet alleen ruimtelijk relevante regels, maar ook milieuregels en regels ter bescherming van de gezondheid.54 Regels ter bescherming van bewoners tegen bestrijdingsmiddelen passen daar goed bij. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties houdt in dat het omgevingsplan een coherent geheel van regels bevat voor de activiteiten die in de gemeente kunnen worden verricht, gericht op het waarborgen van een veilige en gezonde omgeving en het doelmatig beheer van deze leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. De wetgever geeft gemeenten veel vrijheid bij het inrichten van het omgevings- plan. Anders dan onder de Wet ruimtelijke ordening, is er geen standaard indeling voor omgevingsplannen. Het Rijk stuurt wel op de inhoud van het omgevingsplan, via de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Er staan in dat hoofdstuk instructieregels ter bescherming van de gezondheid, maar 5Regels in het omgevingsplan Ter illustratie: lelieteelt naast een schoolplein doorstaat deze toets waarschijnlijk niet. Maar een totaalverbod op bestrijdingsmiddelen in een agrarisch gebied waar zich geen kwetsbare groepen of locaties bevinden, waarschijnlijk evenmin. 54 Art. 2.1 lid 4 Ow.
21 die gaan vooral over externe veiligheid, luchtkwaliteit, geluid, etc. Er zijn geen in- structieregels die relevant zijn voor het reguleren van bestrijdingsmiddelengebruik. Wellicht gaan provincies in de toekomst wel over tot het stellen van dergelijke in- structieregels (in de omgevingsverordening). In het verleden hebben provincies zich bijvoorbeeld de gezondheidseffecten van geitenhouderijen aangetrokken. Soorten regels in het omgevingsplan Op grond van de Ow kunnen gemeenten verschillende soorten regels over ac- tiviteiten opnemen in het omgevingsplan. Onderstaand figuur laat de mogelijk- heden zien in de vorm van een pyramide: van licht (onder) naar zwaar (boven). Verbod Vergunning- plicht Niets regelen Algemene regels Meldplicht Informatieplicht Zorgplicht Type regels in het omgevingsplan (Handboek opstellen omgevingsplan, 10 augustus 2022, VNG, p. 58) Algemene regels Het eerste gereedschap om het gebruik van bestrijdingsmiddelen te reguleren, is het stellen van algemene regels in het omgevingsplan. Dit zijn direct werkende regels die voor iedereen bindend zijn. De gemeente kan handhavend optreden als de algemene regels niet worden nageleefd. Via algemene regels kan de gemeente bijvoorbeeld spuitvrije zones rondom kwetsbare locaties zoals woningen, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, kinderdagverblijven en scholen instellen.
Daarnaast zouden grenzen gesteld kunnen worden aan de hoeveelheid toe te passen bestrijdingsmiddelen of de soort bestrijdingsmiddelen (bijvoorbeeld: alleen laag-risico middelen). Verder kan gedacht worden aan een verbod op bepaalde intensieve teelten, zoals lelieteelt, bollenteelt of pootaardappelen. De gemeente kan de algemene regels aanvullen met een meldplicht of informatieplicht. Bijvoorbeeld de verplichting om 4 weken van tevoren te melden dat bepaalde teelten worden gestart. Zo weet de gemeente waar en wanneer er toezicht op het bestrijdingsmiddelengebruik moet worden ingepland. Bij een algemene regel in het omgevingsplan is het aan te raden op te nemen vanuit welk doel deze regel wordt gesteld. Hierbij moet worden aangesloten bij de doelen van de Omgevingswet, zoals de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. 22 Bij het reguleren van bestrijdingsmiddelengebruik in de agrarische sector, moet de gemeente zich realiseren dat het Rijk in het Besluit activiteiten leefomgeving (verder: Bal) al milieuregels over de agrarische sector heeft gesteld. Alle soorten agrarische bedrijven zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in afdeling 3.6 van het Bal. Het Bal geeft in artikel 2.12 aan gemeenten de bevoegdheid om maatwerkregels over milieubelastende activiteiten te stellen.
Regels over be- strijdingsmiddelengebruik in het omgevingsplan, die bedoeld zijn om het milieu of de gezondheid te beschermen, zijn per definitie maatwerkregels op het Bal. Op grond van de Omgevingswet moet de gemeente bij het stellen van maat- werkregels de strekking van de rijksregels over milieubelastende activiteiten in acht nemen.55 Dat houdt onder meer in dat de gemeente bij het stellen van maatwerkregels moet zorgen dat alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden genomen. Het Bal geeft ook de bevoegdheid om in het omgevingsplan aanvullende meld- plichten op te nemen (art. 2.14 Bal) of aanvullende vergunningplichten (art. 2.15 Bal). Vergunningplichten De gemeente kan ook vergunningplichten opnemen in het omgevingsplan (art. 4.4 lid 2 Ow). Het is dan verboden om de activiteit te verrichten zonder vergunning (art. 5.1 lid 1, onder a, Ow). Als de activiteit zonder vergunning wordt verricht, moet de gemeente handhavend optreden. Het belangrijkste voordeel van een vergunningplicht is dat de gemeente kan toet- sen of een activiteit op een bepaalde locatie acceptabel is. De vergunning kan worden geweigerd als dat niet zo is. Activiteiten die alleen met algemene regels zijn gereguleerd, kunnen niet worden tegengehouden als de initiatiefnemer de algemene regels naleeft.
Volgens artikel 8.0a lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt een aanvraag voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit beoordeeld aan de hand van de beoordelingsregels in het omgevingsplan. Het omgevingsplan moet dus in ieder geval regelen: 1. Welke activiteiten exact vergunningplichtig zijn; 2. Aan welke indieningsvereisten de vergunningsaanvraag moet voldoen; 3. Welke beoordelingsregels gelden; 4. Het werkingsgebied, tenzij het vergunningsstelsel voor het hele grondgebied geldt. Een vergunningplicht die in het omgevingsplan wordt opgenomen, wordt een binnenplanse omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit genoemd. De Omgevingswet bepaalt dat van iedere regel in het omge- vingsplan met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken. Een ver- bod of een algemene regel in het omgevingsplan is dus nooit absoluut: de initiatiefnemer kan een aanvraag indienen om met een omgevingsvergun- ning af te wijken van de algemene regel of het verbod. Dit wordt de buiten- planse omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit genoemd. 55 Art. 4.6 lid 2 in samenhang met art. 4.22 lid 2 Ow 23 De gemeente heeft veel vrijheid in het opstellen van de beoordelingscriteria, zolang die maar gericht zijn op de (uitgebreide) doelen van de Omgevingswet of de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waaronder de bescherming van de gezondheid, natuur en het milieu.
Bij de afweging of een binnenplanse omgevingsvergunningplicht in het omgevingsplan wordt opgenomen, moet de gemeente meewegen dat de administratieve en bestuurlijke lasten toenemen. Initiatiefnemers moeten meestal leges betalen en de gemeente moet capaciteit vrijmaken voor het beoordelen van de aanvragen. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur Bij het opstellen van regels in het omgevingsplan moet de gemeente zich houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De gemeente moet de noodzaak van de regel en de gekozen vorm voldoende onderbouwen. De gemeente moet voldoende onderzoek verrichten naar de feiten en de af te wegen belangen (zorgvuldigheidsbeginsel). In heldere taal moet worden onderbouwd dat het stellen van regels nodig is en waarom gekozen is voor een bepaalde vorm en inhoud (motiveringsbeginsel). De motivering van een teeltverbod vraagt in het bijzonder om een goede motivering om te voorkomen dat het strijdig is met het gelijkheidsbeginsel. De uitspraken over de lelieteelt (zie hiervoor, hoofdstuk 4) kunnen ook toegepast worden op teelten die vergelijkbare, hoge inzet van bestrijdingsmiddelen vergen. Vanuit milieuoogpunt is het immers niet uit te leggen dat bijvoorbeeld sierteelt anders wordt behandeld dan voedselgewassen met eenzelfde impact op het milieu of de gezondheid.
Aan de andere kant zijn er ook redenen te bedenken waarom de provincie juist wel anders wil omgaan met voedselgewassen dan met sierteelt. In het rapport ‘Uitdagingen voor de akker- en tuinbouw’ van het PBL valt te lezen dat het essentieel is “dat de landbouw Met wetenschappelijke studies (zie hoofdstuk 3 van deze handleiding) kan onderbouwd worden dat bestrijdingsmiddelen een risico vormen voor mens, dier en milieu. Verder kan gewezen worden op de wijde verspreiding van bestrijdingsmiddelen in het milieu en op hiaten in de toelatingsprocedure. Bij een verbod op bijvoorbeeld bollenteelt kan met behulp van cijfers van het CBS worden onderbouwd dat in deze teelten intensief gebruik wordt gemaakt van bestrijdingsmiddelen. Gemeenten kunnen benadrukken dat zij verplicht zijn om bij het stellen van regels altijd rekening te houden met het belang van het beschermen van de gezondheid (art. 2.1 lid 4 Ow). Verder kan verwezen worden naar de rechtspraak over lelieteelt in de buurt van omwonenden, het voorzorgbeginsel en de plicht voor gemeenten om op basis van het EU-recht kwetsbare groepen te beschermen (zie hoofdstuk 4 van deze Handleiding).
24 voldoende en gezond voedsel blijft produceren, zeker in het licht van recente geopolitieke ontwikkelingen en de toenemende kwetsbaarheid als gevolg van klimaatverandering.” 56 De Nederlandse sierteelt draagt niet bij aan duurzame, lokale voedselproductie, maar is juist sterk gericht op export.57 Deze waarde aan lokale voedselproductie boven sierteelt, kan verduidelijkt worden in de omgevingsvisie of beleidsdocumenten. De onderbouwing moet ook duidelijk maken dat is gekozen voor de minst belastende variant van de regels. Hiermee wordt voldaan aan het evenredigheidsbeginsel . Hierbij geldt dat: 1. De gemeente aannemelijk moet maken dat de algemene regel daadwerkelijk zal leiden tot het waarborgen van de door de Omgevingswet of het Bal gediende doelen. 2. De regel de minst belastende variant voor belanghebbenden is. 3. De regel geen onevenredige belasting op een belanghebbende mag leggen als dit wordt afgezet tegen de doelen van het besluit. Voorbeeldregel: spuitvrije zones Algemene regels in het omgevingsplan zijn bijvoorbeeld geschikt om het gebruik van bestrijdingsmiddelen bij gevoelige locaties te reguleren en intensief bespoten teelten te beperken. Een algeheel verbod op het gebruik van bestrijdingsmiddelen op alle agrarische gronden omwille van de volksgezondheid zal de evenredigheidstoets niet snel doorstaan.
Dit omdat hiermee ook gebruik op gronden die niet omringd zijn door gevoelige functies wordt beperkt, terwijl moeilijk te onderbouwen is dat dit een bijdrage levert aan de bescherming van gezondheid. 56 Bonnet & Tiktak, Uitdagingen voor de akker- en tuinbouw. Huidige situatie en mogelijke ontwikkelrichtingen in de open teelten, PBL: Den Haag 2025. 57 Zie Jukema e.a., De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband – editie 2025, Wageningen Social & Economic Research en Centraal Bureau voor de Statistiek, Rapport 2025-016. Lokaal voorbeeld De gemeente de Fryske Marre heeft in 2025 een uitbreidingsverbod op sierteelt ingesteld en dit mede gebaseerd op haar Duurzaamheidsprogramma; “De gemeente heeft een rol bij het bevorderen van de lokale voedselproductie. In het Duurzaamheidsprogramma van De Fryske Marren heeft de gemeente zichzelf voor 2030 als doel gesteld dat de gemeente een duurzaam voedselsysteem heeft en daar breder aan bijdraagt. Dat kan onder meer door het faciliteren van lokale, duurzame voedselketens. Verdere uitbreiding van de sierteelt verhoudt zich niet tot deze doelen, omdat dit minder ruimte laat voor het verbouwen van voedselgewassen.” (Voorbereidingsbesluit sierteelt Omgevingsplan gemeente De Fryske Marren, 4 oktober 2025) 25 Met het oog op de rechtszekerheid moet in het omgevingsplan ook een definitie van gevoelige functie worden opgenomen.
Daarvoor kan bijvoorbeeld worden aangesloten bij de definitie van geluidgevoelig gebouw in art. 3.21 van het Bkl: Een gemeente kan ook aansluiten bij de, iets ruimer gekozen, plaatsen die genoemd worden in artikel 12 van de Richtlijn duurzaam gebruik pesticiden (zie hiervoor hoofdstuk 4). Hieronder vallen ook gebieden die bezocht worden door kwetsbare groepen, zoals speelplaatsen en sportvelden: gevoelige functie: zorg- en gezondheidszorginstellingen, kantoren, kinderopvang, schoolterreinen, speelplaatsen, parken, sport- en recreatieterreinen en woningen. Met dit artikel worden bufferzones tot stand gebracht waarbinnen bedrijfsmatig géén bestrijdingsmiddelen mogen worden gebruikt. De afstand is nader in te vullen. Met het oog op het zorgvuldigheidsbeginsel dient wel een afstand te worden gekozen die wetenschappelijk kan worden onderbouwd. gevoelige functie: een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. Algemene regel gebruik gewasbeschermingsmiddelen nabij gevoelige functie 1.
Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het milieu en de natuur is het bedrijfsmatig gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen bij het telen van gewassen in de openlucht niet toegestaan binnen een afstand van [X] meter van een locatie met een gevoelige functie. 2. De afstand wordt gemeten vanaf de grenzen van het perceel met de gevoelige functie. 3. Het eerste lid geldt niet voor bedrijven die enkel gebruik maken van gewasbeschermingsmiddelen die zijn toegelaten in de biologische landbouw in de zin van Uitvoeringsverordening 2021/1165. 58 Montforts e.a., Bestrijdingsmiddelen en omwonenden: Samenvattend rapport over blootstelling en mogelijke gezondheidseffecten, RIVM rapport 2019. Het is aan te raden om, met een verwijzing naar het voorzorgsbeginsel, aan te sluiten bij bijvoorbeeld de afstand van 250 meter waarbinnen rondom bollenvelden door het RIVM duidelijk verhoogde concentraties bestrijdingsmiddelen in woningen werden aangetroffen.58 26 Voorbeeld uit de praktijk De gemeenteraaf van de Fryske Marren heeft op 26 mei 2025 besloten tot het instellen van een spuitvrije zone van 50 meter tot aan gevoelige functies.59 De gemeenteraad van de gemeente Westerveld heeft op 17 februari 2026 besloten tot het instellen van een spuitvrije zone van 50 meter voor sierteelt.
De spuitvrije zone gaat gelden vanaf de erfgrens van woningen en andere gevoelige objecten, inclusief recreatieobjecten. De gemeente beziet of bepaalde sierteelten uitgezonderd gaan worden van de regel.60 Voorbeeldregel: regulering bollen- en bloementeelt Naast zones waar geen bestrijdingsmiddelen mogen worden gebruikt, kan de gemeente in het omgevingsplan ook zones aanwijzen rond woongebieden waar bepaalde intensief bespoten teelten, zoals bollen- en bloementeelt, niet zijn toegestaan. Deze ‘sierteeltvrije zones’ worden niet gedefinieerd, maar als digitaal werkingsgebied in het omgevingsplan opgenomen. Deze regel koppelt een sierteeltverbod aan een specifieke locatieaanduiding, die op de plankaart wordt geconcretiseerd. Intensief bespoten teelten zoals aard- appelen en uien blijven in dit concrete voorbeeld wel mogelijk naast gevoelige functies en locaties, maar de regel kan naar die teelten uitgebreid worden. Doordat het verbod enkel geldt in aangewezen gebieden en biologische sierteelt van het verbod is uitgesloten gaat de regel niet verder dan nodig is. De keuze voor de aan- gewezen locaties kan worden onderbouwd door te wijzen op nabijgelegen gevoe- lige functies of locaties waar blootstelling aan bestrijdingsmiddelen kan leiden tot aantasting van gezondheid, natuur en/of milieu.