7.2 Laborijn, 06-02-2025, Kadernota 2026-2029.pdf
Tekst van het document
Kaderstellend (nr.24): we blijven ons middels het Ondernemerssteunpunt inzetten als integraal dienstverlener voor ondernemers, in het bijzonder voor kleine zelfstandigen. Als partner bij het (door)starten of stoppen als ondernemer. Met een directe verbinding naar inkomensvoorziening, screening, re-integratie en loopbaan (her)oriëntatie en -ontwikkeling. Parttime werken en aanvullende bijstand Gezien de krappe arbeidsmarkt is iedereen met arbeidsvermogen hard nodig. Het is niet zozeer de vraag óf inwoners met onbenut arbeidspotentieel wel of niet deelnemen aan de arbeidsmarkt, maar vooral hóe we dat zo optimaal mogelijk maken. Het is daarbij van belang dat we op zoek blijven naar mogelijkheden, nieuwe wegen en experimenten waarmee we parttime werken stimuleren, en vooral ook vergemakkelijken voor onze inwoners. Het aandeel parttime werkenden is substantieel gestegen. Parttime werken wordt naar verwachting voor een steeds groter wordende groep inwoners het hoogst haalbare. Wij blijven daarom investeren in het optimaliseren van onze dienstverlening voor deze groep inwoners, zodat zij vanwege de fluctuaties in arbeidsuren, en daarmee een wisselend inkomen uit werk, geen zorgen hoeven te hebben over voldoende inkomen aan het eind van de maand.
Want gelet op de grote en voortdurende vraag naar arbeidskrachten blijft het faciliteren van parttime werk voor onze inwoners en ook de werkgevers van groot belang. 20
Kaderstellend (nr.25): we blijven op zoek naar mogelijkheden, nieuwe wegen en experimenten om parttime werken te blijven stimuleren, optimaal mogelijk maken en vergemakkelijken voor onze inwoners waardoor de bestaanszekerheid ook verbetert voor inwoners waarvoor volledige uitstroom uit de bijstand door werk niet haalbaar is. 4.3 Inburgering In deze paragraaf beschrijven wij ten aanzien van de pijler inburgering het kader stellende item, die bepalend is voor het opstellen van de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029. Wet Inburgering 2021 en nieuwkomers De uitvoering van de Wet Inburgering 2021 is op innovatieve wijze volledig ingericht, met een verdeling van taken tussen Laborijn en samenwerkingspartners. Laborijn voert de volledige regie en hiervoor is een nieuwe vakgroep opgezet, waarbij cultuurvertalers een centrale rol vervullen. Zij dragen bij aan de directe dienstverlening voor inburgeraars en vervullen een rol in de begeleiding van activiteiten binnen het participatieprogramma van Laborijn (‘de trein’). De eindhalte van de trein is het maken van de stap naar betaald werk of participatie. De samenwerkingspartners vervullen verschillende onderdelen van de verplichte inburgering en daarnaast dragen zij bij aan het participatieprogramma. Vanuit het totale gecombineerde aanbod kan Laborijn voor iedere inburgeraar een inburger- en participatieaanbod bieden.
De ambitie van Laborijn is om het huidige inburgerings- en participatieaanbod verder door te ontwikkelen, zodat er nog meer maatwerk kan worden geboden aan inburgeraars. De focus voor de komende jaren ligt vooral op de begeleiding naar (duurzaam) werk. Voor het merendeel van de doelgroep is de huidige begeleiding voldoende om het gewenste resultaat te behalen. We onderscheiden echter twee doelgroepen die intensievere of andersoortige begeleiding nodig hebben. Enerzijds betreft dit inburgeraars met een lagere leerbaarheid om de stap naar (duurzaam) werk te zetten. Anderzijds is er de groep jongeren die naar onderwijs wordt begeleid. Om hen optimaal in hun inburgeringstraject te kunnen ondersteunen, is er meer nodig dan het huidige aanbod kan bieden. Er zal dan ook extra aandacht moeten worden besteed aan het verder vormgeven van een aanbod dat specifiek is gericht op deze doelgroep. Hiertoe voorzien wij een uitbreiding van ‘de trein’ met nieuwe wagons om ook deze inburgeraars aan te kunnen haken bij de trein. Concluderend mag worden gesteld dat het binnen Laborijn ontwikkelde gedachtengoed (‘de trein’) functioneert. De modules (wagons) worden binnen de trein doorlopen door de inburgeraar. Dit leidt uiteindelijk tot het maken van de stap naar betaald werk en - als dat niet mogelijk is - tot participatie van de inburgeraar.
Hierdoor heeft de uitvoering van de Wet Inburgering 2021 in de afgelopen jaren goede voortgang geboekt, met belangrijke stappen in de samenwerking met partners en de ontwikkeling van het participatieaanbod om het maatwerk voor inburgeraars te faciliteren. De komende periode zal worden ingezet op het verder verbeteren van de dienstverlening, met een duidelijke focus op de uitstroom naar werk en het versterken van de ondersteuning voor jongeren. Daarbij kijken we ook goed naar wat we kunnen leren vanuit landelijke en regionale pilots. Kaderstellend (nr.26): alle inburgeringsplichten hebben een actief (en duaal) inburgertraject waarbij maatwerk en het hoogst haalbare voor de inwoner centraal staat en waar het uitgangspunt is dat alle wettelijke termijnen worden behaald.
21
4.4 Wsw In deze paragraaf beschrijven wij ten aanzien van de Wsw de kader stellende items, die bepalend zijn voor het opstellen van de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029. Levensloopbestendig werkgeverschap voor Wsw-collega's Ons Wsw-medewerkersbestand kenmerkt zich door een geleidelijke afname van het aantal (werkzame) Wsw-collega's en een stijging van de gemiddelde leeftijd. Dit is een logisch gevolg van het stopzetten van de instroom in de Wet sociale werkvoorziening sinds de komst van de Participatiewet 2015. Steeds nadrukkelijker ligt het accent op een levensloopbestendig personeelsbeleid voor onze Wsw-medewerkers. De stijgende gemiddelde leeftijd van onze Wsw-collega's vraagt vooral om begeleiding en maatwerk voor behoud van vitaliteit en werkplezier. Als gevolg van de stijgende gemiddelde leeftijd daalt de gemiddelde arbeidsproductiviteit geleidelijk en is het een uitdaging om ons relatief lage verzuim op niveau te houden. Ook maken steeds meer Wsw-collega's gebruik van de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU), waardoor zij wel nog arbeidsloon ontvangen maar vrijgesteld zijn van werk. Met deze ontwikkelingen staat de Wsw-omzet alsmede de verhouding tussen kosten en opbrengsten steeds meer onder druk. Individueel Ontwikkelingsplan (IOP) Uiteraard blijven wij met dezelfde hoeveelheid inspanning in de ontwikkeling van de Wswdoelgroep investeren.
Zoals de cao Wsw voorschrijft, investeren we onverminderd in een actueel Individueel Ontwikkelingsplan (IOP) voor alle Wsw-collega's. De nadruk verschuift daarbij echter wel steeds meer van inzet op het maken van ontwikkelstappen (bijvoorbeeld naar een zwaardere functie en/of een reguliere werkgever) naar inzet op het behoud van (het functioneren op) de huidige werkplek. Ook alle collega’s met een dienstverband onder de cao Aan de Slag hebben een actueel ontwikkelingsplan Kaderstellend (nr.27): alle Wsw-collega’s en collega’s Aan de Slag hebben een actueel Individueel Ontwikkelingsplan (IOP). ‘De best passende plek’ voor de Wsw-collega's Het doel blijft om zoveel mogelijk Wsw-collega's regulier werkzaam te laten zijn. Gezien de ouder wordende populatie met toenemende gezondheidsuitdagingen is het detacheringspercentage niet langer een doel op zichzelf. Ook voor de Wsw-collega's geldt de best passende plek voor deze inwoners. Kaderstellend (nr.28): we investeren in het behoud van een duurzame werkplek voor elke Wsw-collega en ook voor deze specifieke doelgroep geldt de missie van Laborijn als uitgangspunt: ‘de best passende plek’ voor de inwoner. Nieuwe cao SW en cao Aan de Slag De cao Wsw loopt t/m eind 2025. In de loop van 2025 zal naar verwachting worden onderhandeld over de periode na 2025. Er is nog geen zicht op de loonontwikkeling voor de jaren 2026 t/m 2029.
We schatten dit in volgens de standaard prijsontwikkeling die het Rijk verwacht (zie paragraaf 5.8). De cao Aan de Slag loopt t/m eind 2024. Er is vooralsnog geen zicht op verlenging. De onderhandelingen moeten nog plaatsvinden. Vooralsnog zullen wij de huidige cao voortzetten en doorrekenen in de begroting. We schatten dit in volgens de standaard prijsontwikkeling die het Rijk verwacht (zie paragraaf 5.8).
22
Kaderstellend (nr.29): we gaan uit van verlenging van de cao’s Wsw en Aan de Slag. We rekenen deze door in de begroting volgens de standaard prijsontwikkeling die het Rijk verwacht. 4.5 Overhead en inzet bestemmingsreserve re-integratie Tenslotte benoemen wij in deze paragraaf eerder gemaakte keuzes die inmiddels een gegeven zijn en een aantal ontwikkelingen ten aanzien van de overhead en reserves die, geformuleerd naar een kader stellend item, bepalend zijn voor het opstellen van de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029. Benodigde formatie & trap op trap af systematiek De benodigde formatie, en de daaruit voortvloeiende loonkosten van het begeleidend personeel, is afhankelijk van het aantal te bedienen inwoners. Als het aantal inwoners dat afhankelijk is van de Participatiewet of de Wet Inburgering in de komende periode toeneemt/afneemt, gaan de formatie en de bijbehorende loonkosten begeleidend personeel voor de uitvoering van de Participatiewet en de Wet Inburgering ook toenemen/afnemen (trap op trap af systematiek). Voor de Wsw gaan de uitvoeringskosten afnemen in verband met de daling van het aantal Wsw-medewerkers. Hoe dit doorwerkt per individuele deelnemende gemeente verschilt en is afhankelijk van het gemeentelijk aandeel in de Wsw, de Participatiewet en de Wet Inburgering 2021.
Kaderstellend (nr.30): voor het vaststellen van de, op grond van het aantal te bedienen inwoners, benodigde formatie en bijbehorende loonkosten begeleidend personeel voor het uitvoeren van de dienstverlening hanteert Laborijn de ‘trap op trap af systematiek’. Indien het effect op gemeenteniveau onvoldoende aansluit bij de wens tot beheersing van de kosten, worden keuzescenario’s ten aanzien van (de intensiteit en/of kwaliteit van) de dienstverlening uitgewerkt. Re-integratiemiddelen Vanaf 2023 zijn de re-integratiemiddelen bestemd voor het ontwikkelen van inwoners niet meer 1-op-1 herleidbaar vanuit de Rijkscirculaires. Hierin volgen we vanaf het begrotingsjaar 2024 2 lijnen: de hoofdlijn is dat Laborijn een plan maakt voor de re-integratiedienstverlening met de daarvoor benodigde middelen. Daarnaast de lijn van het laatst bekende bedrag indexeren. Eind 2022 is door Cedris en Divosa een opdracht verstrekt aan Berenschot om een rekentool6 te ontwikkelen waarmee de beschikbare budgetten voor re-integratie berekend kunnen worden. De rekentool is december 2022 beschikbaar gekomen en in september 2023 en daarna in juli 2024 geactualiseerd. Uit analyse blijkt dat de gemeenten Aalten en Doetinchem meer re-integratiemiddelen ontvangen dan voorheen. Dit komt doordat de maatstaven voor het toekennen van de middelen is veranderd.
Tot op heden is met de gemeenten Aalten en Doetinchem afgesproken dat Laborijn enkel de middelen voor re-integratie ontvangt op basis van een indexatie van het budget van het afgelopen jaar. Bij het opmaken van de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 - 2029 betrekt Laborijn de in de afgelopen jaren opgebouwde bestemmingsreserve re-integratie. Deze bestemmingsreserve wordt in de komende jaren afgebouwd. Op de middellange termijn is het geïndexeerde budget onvoldoende om het huidige ambitieniveau te kunnen blijven handhaven. Laborijn is vanaf dat moment genoodzaakt om re-integratie- en participatieactiviteiten te minderen om binnen het financiële kader te blijven. Het huidige niveau van dienstverlening zal Laborijn niet kunnen handhaven; daarvoor zijn aanvullende re-integratiemiddelen nodig.
6 https://www.berenschot.nl/nieuws/rekentool-laat-nu-ook-de-bedragen-in-het-buig-en-
participatiebudget-zien
23
Wij doen dan ook de aanbeveling om het financiële gat op de middellange termijn te dekken, en tevens om vanaf het begrotingsjaar 2026 niet enkel te indexeren, maar de budgetten te herijken met de klantaantallen, en daarmee terug te gaan naar de oorspronkelijke systematiek. Zodanig dat we ons huidige beleid kunnen continueren en iedere inwoner de kwaliteit van de huidige dienstverlening kunnen blijven bieden. Kaderstellend (nr.31): bij het opmaken van de ontwerpbegroting 2026 en de meerjarenraming 2027 - 2029 betrekt Laborijn de bestemmingsreserve re-integratie. De bestemmingsreserve voorziet nog tot het jaar 2029 om op het huidige ambitieniveau te kunnen blijven investeren en Laborijn zal daarna, bij gelijkblijvende afspraken, genoodzaakt zijn haar ambitieniveau bij te stellen en haar inzet te verminderen.
24
5.
De budget ontwikkeling en financiële bijdrage van de GR-gemeenten
Dit laatste vijfde hoofdstuk betreft de financiële context en geeft een beeld van hoe de verschillende budgetten zich de komende jaren naar verwachting zullen ontwikkelen. Dit ook weer gerelateerd aan de te verwachten ontwikkeling van de te bedienen klantstromen. Ook geeft dit hoofdstuk aan welke financiële bijdrage van de GR-gemeenten wordt gevraagd en de gemeenten in hun begroting voor Laborijn dienen op te nemen. 5.1 BUIG-budget (bijstand en langdurige loonkostensubsidie) De ontwikkeling van het BUIG-budget van de individuele gemeenten hangt nauw samen met het landelijke macrobudget. Om een inschatting te kunnen maken van het BUIG-budget voor de jaren 2026 tot en met 2029 is daarom de ontwikkeling van het macrobudget van belang. Budgettaire ontwikkeling algemene bijstand De bijstandsuitgaven worden voor 2025 geraamd op € 6,6 miljard. Op basis van de CPBraming van de werkloosheid wordt de bijstandsraming naar beneden bijgesteld in 2025. Daarnaast leiden een aantal (eerdere) wetswijzigingen tot een oploop in de raming van de bijstandsuitgaven. Dit betreft onder andere de invoering van maatregelen uit het wetsvoorstel Participatiewet in balans, de afloop van de IOAW en de ingroei van de nieuwe doelgroep als gevolg van de invoering van de Participatiewet in 2015.
Budgettaire ontwikkelingen langdurige loonkostensubsidie De uitgaven voor LKS worden voor 2025 geraamd op € 590,2 miljoen. De uitgaven aan loonkostensubsidie nemen jaarlijks toe doordat de doelgroep van LKS sinds de invoering van de Participatiewet ingroeit. Budgettaire ontwikkelingen IOAW en IOAZ De uitgaven aan IOAW en IOAZ worden in 2025 geraamd op respectievelijk € 178,4 miljoen en € 32,5 miljoen. De IOAW-uitgaven dalen door de beperkende voorwaarde dat het IOAWrecht alleen geldt voor personen geboren voor 1965. In de meerjarenraming wordt rekening gehouden met de doorstroom vanuit de WW naar de IOAW. Een lager gebruik van de WW door oudere werknemers, zorgt ook voor een lager IOAW gebruik. Daarnaast zorgt de stijging van de AOW-leeftijd en invoering van maatregelen uit het wetsvoorstel Participatiewet in Balans voor hogere uitgaven aan de IOAW en IOAZ. Budgettaire ontwikkelingen Bbz De uitgaven voor Bbz bedrijfskrediet in 2025 worden geraamd op € 7,1 miljoen en bestaan uit vergoedingen aan gemeenten voor kapitaalverstrekkingen die zij in 2023 hebben uitgegeven. Het bijstandsonderdeel van het Bbz om te voorzien in de kosten van levensonderhoud is onderdeel van het macrobudget en wordt toegelicht onder Macrobudget participatiewet-uitkeringen.
In de Rijksbegroting 2025 van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is de ontwikkeling van het macrobudget BUIG als volgt weergegeven7: Overzicht macrobudget participatiewetuitkeringen (x € 1.000) Algemene bijstand
7
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
6.646.334
6.833.948
6.926.249
7.128.582
7.273.594
Loonkostensubsidie
590.215
630.674
671.032
712.356
752.713
IOAW
178.448
155.096
132.729
100.168
71.821
IOAZ
32.520
34.337
35.473
37.644
38.781
BBZ
31.197
31.345
31.344
31.472
31.473
Correctie verdeelmodel
997
-
-
-
-
Macrobudget totaal
7.479.711
7.685.400
7.796.827
8.010.222
8.168.382
Bron: Rijksbegroting 2025 Sociale Zaken en Werkgelegenheid
25
Verwachte procentuele ontwikkeling uitgaven macrobudget per jaar Algemene bijstand
Mutatie 2025 t.o.v. Mutatie 2026 t.o.v. Mutatie 2027 t.o.v. Mutatie 2028 t.o.v. Mutatie 2029 t.o.v. raming 2024 raming 2025 raming 2026 raming 2027 raming 2028 1,45% 2,82% 1,35% 2,92% 2,03%
Loonkostensubsidie
14,57%
6,85%
6,40%
6,16%
5,67%
IOAW
-15,69%
-13,09%
-14,42%
-24,53%
-28,30%
IOAZ
4,30%
5,59%
3,31%
6,12%
3,02%
BBZ
0,48%
0,47%
0,00%
0,41%
0,00%
Macrobudget participatiewetuitkeringen totaal
1,89%
2,75%
1,45%
2,74%
1,97%
Het macrobudget 2025 wordt voorlopig vastgesteld in september 2024 voorafgaand aan het uitvoeringsjaar. Het macrobudget 2025 wordt gedurende het jaar nog bijgesteld naar aanleiding van gewijzigde inzichten in conjunctuur, realisaties, Rijksbeleid en loon- en prijsbijstelling (lpo). Hierover worden gemeenten geïnformeerd bij het nader voorlopig budget in het voorjaar van 2025 en bij de definitieve toekenning van de budgetten in september 2025. Het definitieve macrobudget wordt bepaald door uit te gaan van de gerealiseerde prijs en het gerealiseerde volume in het voorgaande jaar, van een inschatting van de effecten van de conjunctuur en Rijksbeleid in het begrotingsjaar zelf en van een indexering van de gemiddelde prijs. Voor de conjunctuurraming worden de actuele en onafhankelijke rekenregel en de autonome correctie van het Centraal Planbureau (CPB) gevolgd. Het meerjarenbeeld met betrekking tot de ontwikkeling van lasten in de begroting van Laborijn zal in de begroting 2026 – 2029 worden opgesteld aan de hand van bovenstaande gegevens en de werkelijke ontwikkeling t/m ultimo 2024. Het voorlopig BUIG-budget 2025 is in september 2024 bekend geworden (zie hiervoor de tabel onder deze alinea). Om een inschatting te maken van het BUIG-budget voor de jaren 2026 tot en met 2029 is het aandeel per gemeente in het macrobudget constant verondersteld.
Doordat het macrobudget vanaf 2025 toeneemt, zal naar verwachting het BUIG-budget per gemeente vanaf 2025 ook toenemen. In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van het BUIG-budget weergegeven. Ontwikkeling BUIG-budget (x € 1.000) Aalten
Voorlopig 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
5.925
5.552
5.633
5.787
5.901
Doetinchem
23.774
24.213
24.564
25.236
25.734
Totaal
29.699
29.765
30.197
31.023
31.636
Voor de ontwikkeling van de lasten hanteren we dezelfde trend. Er is echter een aantal elementen dat het moeilijk maakt om in te schatten hoe de lasten zich ontwikkelen: • • •
steeds vaker gaan mensen met loonkostensubsidie aan het werk. De uitkeringslasten nemen daardoor af, maar er komt een LKS-betaling voor terug de samenstelling van huishoudens kan wijzigen waardoor de hoogte van de uitkeringen (gemiddelde prijs) kan wijzigen de inkomsten uit parttime werk en overige inkomsten kunnen fluctueren waardoor de gemiddelde prijs van een uitkering moeilijk te ramen is
5.2 Re-integratie en participatie budget Tot op heden is met de gemeenten Aalten en Doetinchem afgesproken dat Laborijn enkel de middelen voor re-integratie ontvangt op basis van een indexatie van het budget van het afgelopen jaar. Bij het opmaken van de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 tot en met 2029 betrekt Laborijn de in de afgelopen jaren opgebouwde bestemmingsreserve reintegratie. De bestemmingsreserve re-integratie wordt binnen de komende jaren afgebouwd. In het jaar 2029 is het geïndexeerde budget onvoldoende om het huidige ambitieniveau te handhaven. Laborijn zal re-integratie en participatie activiteiten moeten minderen om binnen het financiële kader te blijven of er moeten meer re-integratiemiddelen beschikbaar worden gesteld. De oorzaak hiervan ligt in de toename van het aantal te bedienen klanten binnen de Participatiewet in combinatie met de inhoudelijke wens om nagenoeg alle klanten in de 26
Participatiewet actief te blijven begeleiden. Het beschikbare re-integratiebudget bestond tot en met 2022 uit inzichtelijke budgetten voor de verschillende doelgroepen. Bij het laatst bekende budget in 2022 was circa € 2.000 per klant beschikbaar voor re-integratie- en participatieactiviteiten. Door het loslaten van de systematiek uit 2022, de financiële keuze om alleen het laatst bekende budget te indexeren en geen rekening meer te houden met de ontwikkeling van de klantaantallen, daalt het beschikbare budget per klant met ruim 10% naar circa € 1.800 per inwoner. Re-integratiebudget (x € 1.000) Aalten Doetinchem Totaal
Vastgestelde begroting 2025 395 2.719 3.114
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
395
412
421
431
442
2.719 3.114
2.818 3.230
2.880 3.301
2.952 3.383
3.026 3.468
5.3 Budget beschut werk De middelen voor beschut werk worden separaat beschikbaar gesteld aan gemeenten via de integratie uitkering sociaal domein. Deze middelen zijn gebaseerd op basis van de taakstelling beschut werk en zijn bedoeld om de beschut werk inwoners te begeleiden. De intentie is dat de gemeenten deze middelen vanaf 2025 aan Laborijn ter beschikking stellen voor de uitvoering van de werkzaamheden beschut werk. Hierover is in het bestuur afgesproken dat Laborijn op basis van de ‘verbeteragenda beschut werk’, die begin 2025 vanuit het Rijk wordt verwacht, een plan maakt voor de inzet en onderbouwing van de toekomstige besteding van dit budget voor deze doelgroep. Het betreft de volgende definitieve middelen voor de gemeenten Aalten en Doetinchem: Budget beschut werk (x € 1.000) Aalten Doetinchem Totaal
Vastgestelde begroting 2025 -
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
129
139
148
158
168
603 732
648 787
694 842
739 897
784 952
Zodra het plan door het bestuur is vastgesteld, worden de middelen verwerkt in de 2e gewijzigde begroting 2025 en de 1e gewijzigde begroting 2026. 5.4 Inburgering Voor de financiering van de inburgeringsvoorzieningen ontvangen gemeenten een uitkering via de Specifieke Uitkering (SPUK) inburgeringsvoorzieningen. Deze is onder andere bedoeld voor de inkoop van leertrajecten, het Participatieverklaringstraject (PVT), de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en de kosten van tolken. Jaarlijks ontvangen gemeenten een voorschot dat is afgeleid van de taakstelling. Na afloop van het jaar vindt een definitieve toekenning plaats op basis van het werkelijke aantal gehuisveste asielstatushouders en gezins- en overige migranten op 31 december. Dit op basis van jaarlijks vastgestelde normbedragen per persoon. Voor de inkoop van de onderwijsroute ontvangen gemeenten een aanvullende uitkering via de SPUK onderwijsroute. Hiervoor wordt jaarlijks een landelijk bedrag beschikbaar gesteld. Dit bedrag wordt in eerste instantie over de gemeenten verdeeld op basis van het aantal inwoners. De definitieve verdeling vindt plaats op basis van het aantal gehuisveste asielstatushouders op 31 december in een gemeente, die de onderwijsroute volgt en waarvoor nog niet eerder een bedrag is uitgekeerd in het kader van deze uitkering. Specifieke uitkering Wet Inburgering incl.
Onderwijsroute (x € 1.000) Aalten Doetinchem Totaal
Vastgestelde begroting 2025 585 1.280 1.865
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
583
583
583
583
583
1.281 1.864
1.281 1.864
1.281 1.864
1.281 1.864
1.281 1.864
5.5 Rijksbijdrage Wsw De Rijksbijdrage Wsw per standaard eenheid (se) stijgt vanaf 2023. Daarbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat de blijfkansen moeilijker zijn in te schatten over een 27
periode van 5 jaar. Hierdoor kan de Rijksbijdrage Wsw per se in die jaren nog zowel positief als negatief muteren. Omschrijving
2023
Voorlopig 2024
Voorlopig 2025
Voorlopig 2026
Voorlopig 2027
Voorlopig 2028
Voorlopig 2029
Se Wsw landelijk
54.481
51.387
47.911
44.560
41.270
38.251
35.282
Blijfkans t.o.v. 2023 Verwachte ontwikkeling afname se's (op basis van blijfkans jaar daardoor) Macrobudget Wsw
100,00%
94,32%
87,94%
81,79%
75,75%
70,21%
64,76%
5,68%
6,38%
6,15%
6,04%
5,54%
€
1.848.794.000 €
1.949.790.000 €
1.822.051.000 €
1.745.161.000 €
1.668.335.000 €
1.592.187.000 €
1.516.039.000
Rijksbijdrage per se
€
33.934 €
37.943 €
38.030 €
39.164 €
40.425 €
41.624 €
42.969
€
4.009 €
87 €
1.134 €
1.261 €
1.199 €
1.345
Mutatie rijksbijdrage per se
5,45%
In onderstaande tabel is de totale Rijksbijdrage per gemeente weergegeven: Rijksbijdrage Wsw (x € 1.000) Aalten
Vastgestelde begroting 2025 6.036
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
6.489
6.105
5.865
5.431
5.052
Doetinchem
7.576
8.034
7.852
7.619
7.305
6.940
Montferland Totaal
3.933 17.545
4.347 18.870
4.186 18.143
3.912 17.396
3.741 16.477
3.628 15.620
Het absolute bedrag neemt af doordat het aantal Wsw-medewerkers afneemt. Dit komt met name door pensionering, arbeidsongeschiktheid en overlijden. Het Rijk schat de blijfkansen van de Wsw-medewerkers per gemeente in. Voor de deelnemende gemeenten ziet dat er als volgt uit: Gemeente
Aantal se's
Geschatte blijfkans t.o.v. definitieve stand 2023
ultimo 2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Aalten
192
95,20%
88,80%
81,00%
75,40%
67,80%
61,10%
Doetinchem
245
92,30%
86,20%
81,80%
76,90%
71,60%
65,90%
Montferland
130
94,50%
88,00%
82,30%
74,50%
69,20%
65,00%
2024
2025
2026
2027
2028
2029
183
171
156
145
130
118 162
Gemeente Aalten
Aantal se's ultimo 2023 192
Doetinchem
245
226
211
200
188
175
Montferland
130
123
114
107
97
90
84
Totaal
567
532
496
463
430
396
364
93,79%
93,29%
93,31%
92,89%
91,98%
91,84%
-35
-36
-33
-33
-34
-32
Gemiddelde blijfkans jaar t.o.v. jaar ervoor Afname per jaar
Op basis van de uitgangspunten in de begroting 2025 en de verwachte wijziging van die begroting als gevolg van de ontwikkelingen tot nu toe, zal in de begroting 2026 - 2029 het totale Wsw-resultaat worden doorgerekend. 5.6 Impulsbudget sociale infrastructuur8 Vanaf 2025 worden 10 jaar lang impulsmiddelen beschikbaar gesteld voor sociaal ontwikkelbedrijven voor de doorontwikkeling van haar infrastructuur. In 2025 bedraagt dit landelijk 35 miljoen. In de jaren 2026 - 2029 bedraagt dit 31,5 miljoen. Daarna loopt het impulsbudget jaarlijks iets af. In 2034 (laatste jaar) is de hoogte van het budget € 19,8 miljoen. Deze middelen worden verdeeld op basis van de maatstaf “doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep”. Op basis van het aantal plekken in het doelgroepenregister ontvangen de deelnemende gemeenten naar verwachting de volgende middelen: Impulsbudget sociaal ontwikkelbedrijven (x € 1.000) Aalten Doetinchem Montferland Totaal
Vastgestelde begroting 2025 -
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
58 197
52 178
52 178
52 178
52 178
107 363
96 326
96 326
96 326
96 326
Bovenstaande bedragen zijn op dit moment nog indicatief. De intentie is dat de gemeenten deze middelen vanaf 2025 aan Laborijn ter beschikking stellen. In de meicirculaire 2025 8 Recente toevoeging o.b.v. gemeentenieuws SZW-5 (24 oktober 2024)
28
worden deze bedragen definitief waarna zij worden verwerkt in de 2e gewijzigde begroting 2025 en in de 1e gewijzigde begroting 2026. 5.7 Infrastructurele opslag (Rijksbijdrage sociale infrastructuur) In de Voorjaarsnota 2024 heeft het Kabinet de voorgenomen infrastructurele opslag bevestigd. In het bestuurlijk overleg tussen VNG en SZW van 11 september 2024 is besloten om de infrastructurele opslag onder de naam ‘Rijksbijdrage sociale infrastructuur’ als apart budget via de Integratie-uitkering Participatie uit te keren aan gemeenten, net als de middelen voor de Rijksbijdrage Beschut Werk en de Rijksbijdrage Wsw. Daarnaast is besloten om het budget te verdelen op basis van de maatstaf ‘doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep’. De Rijksbijdrage sociale infrastructuur wordt aan alle gemeenten uitgekeerd. Bij de meicirculaire 2025 wordt het budget voor het eerst toegekend. Dit betreft een oplopende reeks van € 19,8 miljoen in 2025 tot structureel € 35,9 miljoen vanaf 2035. In de oploop van deze middelen wordt uitgegaan van een groei van het aantal banen van zo’n 5.000 (2024) tot 10.000 (2035). Infrastructurele opslag x (€ 1.000) Aalten Doetinchem Montferland (op grond van de DVO DGI/Beschut) Totaal
Vastgestelde begroting 2025 -
2025
-
2026
2027
2028
2029
33 112
35 120
38 130
41 138
43 147
60 205
65 221
70 238
75 254
80 270
Bovenstaande bedragen zijn op dit moment nog indicatief. De intentie is dat de gemeenten deze middelen vanaf 2025 aan Laborijn ter beschikking stellen. In de meicirculaire 2025 worden deze bedragen definitief waarna zij worden verwerkt in de 2e gewijzigde begroting 2025 en in de 1e gewijzigde begroting 2026. 5.8 Overige technische uitgangspunten Prijsontwikkeling kosten algemene overhead De prijsontwikkeling is gebaseerd op de prijsontwikkeling van het bruto binnenlands product (BBP), zoals opgenomen in de septembercirculaire van 2024 (zie onderstaande tabel). Prijsontwikkeling
Voorlopig 2025
Voorlopig 2026
Voorlopig 2027
Voorlopig 2028
Voorlopig 2029
% aanpassing
2,7%
2,6%
2,6%
2,5%
2,5%
Loonontwikkeling ambtelijke medewerkers Bij het opstellen van de begroting gaan we uit van de bekende cao-afspraken en ramingen van de ontwikkelingen in de sociale lasten. Indien er nog geen ontwikkelingen bekend zijn, gaan we uit van de meest recente raming uit de circulaires van het Rijk. De cao gemeenten is afgesloten tot en met maart 2025. Voor de periode daarna zullen wij een aanname doen.
29
5.9 Samenvattende prognose bijdragen deelnemende gemeenten Samenvattende prognose bijdrage per gemeente Aalten (x €1.000) Inkomenszekerheid BUIG budget Resultaat op BUIG budget
Vastgestelde begroting 2025
Raming 2025
6.632 -
Raming 2026
5.925 pm
Raming 2027
5.552 pm
Raming 2028
5.633 pm
Raming 2029
5.787 pm
5.901 pm
Bijzondere bijstand**
41
49
49
49
49
49
Individuele Inkomenstoeslag**
100
110
110
110
110
110
Studietoeslag**
25
40
40
40
40
40
Bbz kapitaalverstrekkingen** Tozo**
-5 -21
-2 -14
-2 -14
-2 -14
-2 -14
-2 -11
Mensontwikkeling Re-integratiemiddelen
395
395
412
421
431
442
Beschut werk
-
129
139
148
158
168
Wsw Rijksbijdrage
6.036
6.489
6.105
5.865
5.431
5.052
585
583
583
583
583
Impulsmiddelen sociaal ontwikkelbedrijven
-
58
52
52
52
52
Infrastructurele opslag
-
33
35
38
41
43
Overhead*
2.768
2.768
2.683
2.794
2.941
pm
Raming totaal
16.556
16.563
15.745
15.718
15.607
pm
Inburgering Spuk incl. onderwijsroute*
pm
* = bedragen op basis van vastgestelde begroting 2025-2028. De bedragen moeten nog worden geupdatet. ** = bedragen op basis van prognose 2024
Bij de gemeente Aalten zijn de geraamde kosten 2026 voor de totale overhead lager dan in 2025 doordat het aandeel in de overhead Wsw afneemt en daardoor de uitvoeringskosten afnemen. Deze afname is groter dan de toename van de kosten van overhead voor de andere taken. Zie voor meer details de vastgestelde begroting 2025. Samenvattende prognose bijdrage per gemeente Doetinchem (x €1.000) Inkomenszekerheid BUIG budget Resultaat op BUIG budget
Vastgestelde begroting 2025 22.107 -
Raming 2025
23.774 pm
Raming 2026
24.213 pm
Raming 2027
24.564 pm
Raming 2028
25.236 pm
Raming 2029
25.734 pm
Bijzondere bijstand**
196
261
261
261
261
261
Individuele Inkomenstoeslag**
400
433
433
433
433
433
Studietoeslag**
150
180
180
180
180
180
Bbz kapitaalverstrekkingen** Tozo**
-7 -149
-49 -133
-49 -133
-49 -133
-49 -67
-49 -
Mensontwikkeling Re-integratiemiddelen
2.719
2.719
2.818
2.880
2.952
3.026
Beschut werk
-
603
648
694
739
784
Wsw Rijksbijdrage
7.576
8.034
7.852
7.619
7.305
6.940
Inburgering Spuk incl. onderwijsroute*
1.280
1.281
1.281
1.281
1.281
Impulsmiddelen sociaal ontwikkelbedrijven
-
197
178
178
178
178
Infrastructurele opslag
-
112
120
130
138
147
7.242
7.242
7.327
7.802
8.294
pm
45.839
46.881
pm
Overhead*
Raming totaal 41.514 44.654 45.129 * = bedragen op basis van vastgestelde begroting 2025-2028. De bedragen moeten nog worden geupdatet.
pm
** = bedragen op basis van prognose 2024
30
Samenvattende prognose bijdrage per gemeente Montferland (x €1.000) Inkomenszekerheid BUIG budget
Vastgestelde begroting 2025
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Resultaat op BUIG budget Bijzondere bijstand** Individuele Inkomenstoeslag** Studietoeslag** Bbz kapitaalverstrekkingen** Tozo** Mensontwikkeling Re-integratiemiddelen Beschut werk Wsw Rijksbijdrage
3.933
4.347
4.186
3.912
3.741
3.628
Impulsmiddelen sociaal ontwikkelbedrijven
-
107
96
96
96
96
Infrastructurele opslag
-
60
65
70
75
80
278
278
153
87
52
pm
4.165
3.964
pm
Inburgering Spuk incl. onderwijsroute*
Overhead*
Raming totaal 4.211 4.792 4.500 * = bedragen op basis van vastgestelde begroting 2025-2028. De bedragen moeten nog worden geupdatet. ** = bedragen op basis van prognose 2024
De geraamde kosten voor overhead dalen, omdat de Wsw populatie afneemt.
31
Bijlage: Samenvattend kaderstellend overzicht In deze kadernota komen schuin gedrukt alle voor de verdere invulling en uitwerking van de P&C-cyclus relevante kaderstellende items naar voren. Voor een totaaloverzicht zijn in de onderstaande tabel de kader stellende items opgesomd. 1.
2. 3. 4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.a
11.b
11.c
11.d
11.e
De focus van Laborijn ligt op haar basisopdracht: Laborijn is er om iedere inwoner te helpen aan betaald werk en als dat (nog) niet lukt hem/haar te ondersteunen bij het participeren in de samenleving. Laborijn heeft daarbij de taak het beheersen en waar mogelijk terugdringen van het uitkeringsvolume. De uitvoeringskosten moeten zoveel mogelijk beperkt worden. Er komt geen nieuw beleid als dat tot toename van de uitvoeringslasten leidt. Het uitgangspunt van indexatie van het huidige beschikbare re-integratiebudget blijft gehandhaafd. Laborijn ziet het traject om de Participatiewet in balans te brengen volledig in lijn met haar bedoeling en gaat al zoveel mogelijk in de geest van de nieuwe 'Participatiewet in balans' acteren en zich in deze lijn verder doorontwikkelen. Laborijn is een actieve partner van het Werkcentrum Achterhoek. Daarom leveren we zowel in de opzet als de doorontwikkeling onze kennis en expertise. Onze inzet in het WSPA en het LWL wordt in het Werkcentrum gecontinueerd. En aanvullend leveren we een actieve bijdrage aan de gidsrol en zijn we tevens één van de partners waarnaar wordt doorverwezen voor meer specialistische dienstverlening die valt binnen onze opdracht en ons takenveld of wanneer wet- en regelgeving dit voorschrijft.
Laborijn investeert in een adequate regionale samenwerking om te komen tot en in een passende dienstverlening gericht op een sluitende aanpak ten aanzien van een soepele overgang van school naar duurzaam werk voor jongeren tot 27 jaar. Laborijn heeft zich te verhouden tot de huidige wetgeving en het landelijk beleid op het gebied van migratie en inburgering en zal mee moeten bewegen met aangepaste wet- en regelgeving, aangepast beleid en de beschikbare financiële middelen. Laborijn benut de impulsmiddelen van de jaren tot 2035 om haar infrastructuur door te ontwikkelen en toekomstbestendig te houden. Hierbij is het bestedingsplan leidend en maken wij gebruik van de bestemmingsreserve ‘doorontwikkeling infrastructuur werkontwikkelbedrijf Laborijn’. Jaarlijks wordt het extra budget toegevoegd aan deze bestemmingsreserve en het bestedingsplan geactualiseerd. In de meicirculaire 2025 zal de budgettaire verwerking van de structurele Rijksbijdrage sociale infrastructuur, ofwel de infrastructurele opslag, plaatsvinden. Dit structurele budget gaat meer ruimte geven voor banen voor mensen die tijdelijk of langdurig moeten terugvallen op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. In de eerste gewijzigde begroting 2025, de ontwerpbegroting 2026 en de MJR 2027 – 2029 zullen wij dit verwerken binnen het programma mensontwikkeling.
De landelijke verwachting is dat het aantal mensen dat afhankelijk is van een Participatiewet-uitkering de komende jaren licht zal stijgen. Daarnaast zorgt de hoge instroom van inburgeraars voor een hoger gebruik van de bijstand en een groter aantal inburgeringstrajecten. Deze groei in het aantal inwoners dat we bedienen vanuit de Participatiewet en de Wet Inburgering als grondslag compenseert ruimschoots de afname van het aantal Wsw-collega's met een dienstverband vanuit de Wet sociale werkvoorziening. Per saldo neemt de omvang van de opdracht en taak van Laborijn toe. Hierbij is er de komende jaren sprake van een wezenlijke verschuiving van onze focus en in de aard van ons sociaal ontwikkelbedrijf. Laborijn geeft invulling aan haar nadrukkelijke wens en inhoudelijke ambitie om voor alle doelgroepen die dit nodig hebben een integrale bijdrage te leveren met inzet van de voor hen gewenste of benodigde (combinatie van) beschikbare functionaliteiten. Laborijn stelt als systeempartij haar instrumentarium en de ondersteuningsinfrastructuur op verzoek van de gemeenten en onze samenwerkingspartners graag ook beschikbaar voor klantstromen die niet tot onze wettelijke opgave behoren, maar wel passen in onze inhoudelijke opdracht gericht op ontwikkeling naar werk, en stimuleert daarbij de integrale en overstijgende manier van denken en de wijze van domein brede samenwerking.
Laborijn is als 1 van de systeempartijen in het sociaal domein een belangrijke vindplaats die alle inwoners met een ondersteuningsbehoefte die bij Laborijn in het bestand zijn opgenomen in beeld heeft en voortrekker in de samenwerking van alle partijen rondom de ontwikkeling van deze inwoners. Het gedachtengoed ‘Simpel Switchen’ - het vereenvoudigen van het wisselen tussen de verschillende fasen in de participatieketen - is ingebed in onze reguliere werkwijze. Met focus op ‘de inwoner centraal’ wordt de inwoner bediend met een brede, integrale en zo nodig financieel ontschotte dienstverlening. Laborijn is partner binnen de arbeidsmarktregio Achterhoek en levert daarin actief haar bijdrage om de arbeidsmarktinfrastructuur van regio Achterhoek door te ontwikkelen; waar dat kan sluiten we proactief regionaal aan en pakken het in co-creatie samen met onze regionale partners op.
32
12.
13. 14.
15.
16.
17.
18. 19.
20.
21.
22. 23.
24.
25.
26.
27. 28.
29.
De basisopdracht wordt gefinancierd vanuit structurele middelen. Met incidentele middelen kunnen extra, tijdelijke taken en experimenten in pilotvorm worden gefinancierd. Een inhoudelijk goede en financieel gezonde business case op de langere termijn is de voorwaarde om activiteiten duurzaam te borgen in de basisopdracht. Het belang van en de best passende plek voor de inwoner blijft voorop staan. De realisatie van de taakstelling beschut werk is geen doel op zich. In regionaal overleg blijven alle colleges t.a.v. migratie en inburgering bij het standpunt van het doorgaan met de plannen en aantallen van de Provincie Gelderland. Dit betekent voor Laborijn dat we vol op inhoud met deze ambitie doorgaan. Van belang is wel om wendbaar en flexibel te blijven om zodoende goed om te kunnen gaan met (volume)veranderingen. Volume toename is geen doel op zich. Het is van belang, bij (het overwegen van) het al dan niet aangaan van nieuwe samenwerkingsvormen en het bieden van dienstverlening aan nieuwe niet-GRpartijen, naar alle aspecten te kijken; de financiële, maatschappelijke én bestuurlijke impact alsmede de mate van uitvoerbaarheid. De dienstverlening aan de deelnemende gemeenten heeft prioriteit en mag niet in het gedrang komen. Alle inwoners met een Participatiewet-uitkering zijn in beeld.
Alle inwoners met ontwikkelpotentieel hebben een actief traject en aanbod om ontwikkeling mogelijk te maken. Om de dienstverlening betaalbaar te houden, is er met de overige inwoners één keer per jaar een contactmoment, gericht op de leefgebieden en ondersteuningsvragen, met nadruk op doorverwijzing en samenwerking met ketenpartners. Indien blijkt dat inwoners re-integratiestappen kunnen maken, krijgen zij alsnog een actief traject gericht op ontwikkeling aangeboden. Voor Laborijn zijn het ontwikkelen van onbenut arbeidspotentieel en het faciliteren van ontwikkeling van inwoners met een Participatiewet-uitkering door middel van een doorlopende ontwikkellijn belangrijke instrumenten om inwoners te brengen naar de voor hen best passende plek in de maatschappij. We maken de ontwikkeling van inwoners met een Participatiewet-uitkering inzichtelijk, onder andere door het gebruik van de Participatieladder. Het doel is om inwoners met een doelgroepindicatie duurzaam te laten werken bij reguliere werkgevers. Jobcoaching is hierbij een belangrijk instrument. Bij onze inzet van jobcoaching leveren we maatwerk en kijken we per inwoner wat er nodig is. Onze inzet met (tijdelijke) jobcoaching is gericht op inwoners zo zelfstandig en duurzaam mogelijk aan het werk te helpen en houden.
Daarnaast is onze inzet gericht op het faciliteren van werkgevers om op de langere termijn de benodigde begeleiding zelf te kunnen bieden. Als partner van het Werkcentrum Achterhoek blijven wij investeren in het stimuleren van werkgevers om invulling te (blijven) geven aan inclusief werkgeverschap en adviseren en ondersteunen hen bij het realiseren van deze belangrijke maatschappelijke werkgeversopgave. Hierbij streven we ernaar dat de huidige werkplekken op de reguliere arbeidsmarkt die geschikt zijn voor de brede doelgroep niet verloren gaan, maar voor de nieuwe doelgroepen behouden blijven. De detacheringsfaciliteit heeft zich bewezen als een effectief instrument en is een fundamenteel onderdeel van onze dienstverlening. Hiermee biedt Laborijn structureel en doorlopend aan een groep inwoners met een doelgroepindicatie een werkplek met een tijdelijk dienstverband. Op basis van het klantenpotentieel en het beschikbare budget wordt de mate van inzet van dit instrument voor ieder begrotingsjaar bepaald. De doelstelling is om met de uitgaven bijstand en langdurige loonkostensubsidies binnen het door het rijk gestelde BUIG budget te blijven.
Laborijn richt zich als belangrijke vindplaats van en samenwerkings- en uitvoeringspartner ten aanzien van geldzorgen, armoede en schulden met name op preventie en vroegsignalering en werkt daarin proactief samen met het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO). We blijven ons middels het Ondernemerssteunpunt inzetten als integraal dienstverlener voor ondernemers, in het bijzonder voor kleine zelfstandigen. Als partner bij het (door)starten of stoppen als ondernemer. Met een directe verbinding naar inkomensvoorziening, screening, re-integratie en loopbaan (her)oriëntatie en -ontwikkeling. We blijven op zoek naar mogelijkheden, nieuwe wegen en experimenten om parttime werken te blijven stimuleren, optimaal mogelijk maken en vergemakkelijken voor onze inwoners waardoor de bestaanszekerheid ook verbetert voor inwoners waarvoor volledige uitstroom uit de bijstand door werk niet haalbaar is. Alle inburgeringsplichten hebben een actief (en duaal) inburgertraject waarbij maatwerk en het hoogst haalbare voor de inwoner centraal staat en waar het uitgangspunt is dat alle wettelijke termijnen worden behaald. Alle Wsw-collega’s en collega’s Aan de Slag hebben een actueel Individueel Ontwikkelingsplan (IOP).
We investeren in het behoud van een duurzame werkplek voor elke Wsw-collega en ook voor deze specifieke doelgroep geldt de missie van Laborijn als uitgangspunt: ‘de best passende plek’ voor de inwoner. We gaan uit van verlenging van de cao’s Wsw en Aan de Slag. We rekenen deze door in de begroting volgens de standaard prijsontwikkeling die het Rijk verwacht.
33
30.
31.
Voor het vaststellen van de, op grond van het aantal te bedienen inwoners, benodigde formatie en bijbehorende loonkosten begeleidend personeel voor het uitvoeren van de dienstverlening hanteert Laborijn de ‘trap op trap af systematiek’. Indien het effect op gemeenteniveau onvoldoende aansluit bij de wens tot beheersing van de kosten, worden keuzescenario’s ten aanzien van (de intensiteit en/of kwaliteit van) de dienstverlening uitgewerkt. Bij het opmaken van de ontwerpbegroting 2026 en de meerjarenraming 2027 - 2029 betrekt Laborijn de bestemmingsreserve re-integratie. De bestemmingsreserve voorziet nog tot het jaar 2029 om op het huidige ambitieniveau te kunnen blijven investeren en Laborijn zal daarna, bij gelijkblijvende afspraken, genoodzaakt zijn haar ambitieniveau bij te stellen en haar inzet te verminderen.
34
Bijlage: Afkortingen AOW Algemene Ouderdomswet AZC Asielzoekerscentrum BBP Bruto binnenlands product Bbz Besluit bijstandverlening zelfstandigen BUIG Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten BvFO Bureau voor Financiële Ondersteuning Cao Collectieve arbeidsovereenkomst CPB Centraal Planbureau DGI Doelgroepindicatie DVO Dienstverleningsovereenkomst GR Gemeenschappelijke regeling IOAW Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers IOAZ Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen LKS Loonkostensubsidie Lpo Loon- en prijsbijstelling LWL Leerwerkloket MAP Module Arbeidsmarkt en Participatie PRO Praktijkonderwijs PVT Participatieverklaringstraject RMT Regionaal Mobiliteitsteam RVU Regeling Vervroegde Uittreding SPUK Specifieke Uitkering SZW Sociale Zaken en Werkgelegenheid Tozo Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers VSO Voortgezet speciaal onderwijs WGS Wet gemeentelijke schuldhulpverlening WI Wet Inburgering WSPA Werkgeversservicepunt Achterhoek Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning Wsw Wet sociale werkvoorziening WW Werkloosheidswet
35