5.3 Briefschrijver, 30-10-2024, bijlage 2 rapport Berenschot.pdf
Tekst van het document
Met de doelstelling van nog 891k extra woningen tussen 2023-2030 komen hier met 42% 80) Personen voor wie op grond van de Zvw een vergoeding bestaat voor elektriciteitskosten bij gebruik van medische hulpmiddelen thuis: Chronische thuisbeademing , Thuisdialyse , Zuurstofapparatuur Thuis 81) Nationaal Warmtenet Trendrapport 2021 (link; link) 82) Vattenfall: grootschalige warmteprojecten in bestaande bouw niet meer opgestart 83) Kamerbrief over Primos-prognose en rapportage plancapaciteit
374k vrijstaande woningen bij; in praktijk verwachting wij dat er relatief meer meergezinswoningen worden bijgebouwd. Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM 84) heeft in 2030 nog 54% van de woningen een HR-ketel. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling resulteert dit in 203 mln woningen. , nog eens
Een huis vol. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 220k-410k. Volgens het CBS waren er in 2023 405k 85) huishoudens met 5 personen of meer; hun prognose van 2018 voor 2030 was 404k 86) huishoudens (wat vervolgens weer oploopt naar 436k in 2040). Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM 87) heeft in 2030 nog 54% van de woningen een HR-ketel. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling resulteert dit in 218k woningen. Duurzaamheidsambitie. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 90k-260k. In 2023 waren er 704k 2-onder-1 kap woningen , ofwel 87% , van het totaal 88) . 89) komen hier met 87% Met de doelstelling van nog 891k extra woningen tussen 2023-2030 , nog eens 78k 2-onder-1 kap woningen bij; in praktijk verwachting wij dat er relatief meer meergezinswoningen worden bijgebouwd. Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM 90) heeft in 2030 115% , van de huishoudens een hybride warmtepomp en zijn grofweg een derde van de personenauto’s elektrisch. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling vormen dit de ondergrenzen van: 90k (115% , van 782k) en 260k (33% van 782k).
84) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie 85) CBS - Particuliere huishoudens naar samenstelling en grootte , 1 januari 86) CBS - Prognose huishoudens op 1 januari; kerncijfers 2019-2060 87) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie 88) CBS - Nederland in cijfers - Hoeveel woningen zijn er? 89) Kamerbrief over Primos-prognose en rapportage plancapaciteit 90) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Maximale elektrificatie. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 91 90k-180k. In 2023 waren er 104 mln vrijstaande woningen , ofwel 130% , , van het totaal. Met de doelstelling van nog 891k extra woningen tussen 2023-2030 komen hier met 13% nog eens 115k vrijstaande woningen bij; in praktijk verwachting wij dat er relatief meer meergezinswoningen worden bijgebouwd. Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM 91) heeft in 2030 75% , van de woningen een thuisbatterij en 151% , een full-electric warmtepomp. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling vormen dit de ondergrenzen van: 86k (75% , mln) en 175k (151% mln). van 116 , , van 116 ,
91) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie
69
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Bijlage 4 B. 4. 1 Hoe ziet het nettarief er voor niet-
huishoudelijke klanten uit?
Huishoudelijke kleinverbruikers hebben doorgaans een 3x25 ampère aansluiting. Om de impact op niet-huishoudelijke klanten te bepalen moet ook voor alle andere kleinverbruikaansluitingen (alle aansluitingen tot en met 3x80 ampère) worden vastgesteld hoe het tijdgebonden kWhtarief eruit zal zien. Hiertoe trekken we de methodiek zoals uitgewerkt voor huishoudens door naar de grotere aansluitingscategorieën. Hierbij is het uurlijks variërende tarief is gelijk voor alle categorieën. Om per aansluitcategorie nog steeds dezelfde totale netwerkkosten op te halen , wordt het uurlijks variërende tarief aangevuld met een basislast dat bestaat uit een vast bedrag dat bepaald wordt voor elke aansluitingscategorie. Variabele prijsprofiel gelijk voor alle KV-aansluitingen Om de impact van het uitgewerkte alternatief nettarief op niet-huishoudelijke klanten in te schatten , wordt gerekend met hetzelfde prijsprofiel voor huishoudens (zie Figuur 1). De vorm van dit prijsprofiel is opgesteld aan de hand van de verbruiksprofielen van woningen , die met 90% van alle KV-aansluitingen zeer bepalend zijn voor de netbelasting op laagspanning.
Ook de hoogte van tarieven in het prijsprofiel zijn gebaseerd huishoudens , die voornamelijk het capaciteitstarief van de 1x25 ampère – 3x25 ampère categorie betalen , waarbij het uitgangspunt is om in het nieuwe tariefstelsel gelijke netbeheerkosten op te halen binnen deze categorie.
70
71
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Uurtarieven nieuw stelsel , voor ‘winter’ en ‘zomer’ Gehanteerd voor doorrekeningen dit onderzoek , o. b. v. gemiddeld verbruik , profiel en netkosten per woning in 2030
Winter
Δ 021 , €€ 002244 ,
€ 024 ,
€ 020 ,
€ 020 ,
Δ 016 ,
€ 024 , € 020 ,
€ 016 ,
€€ 001166 , €€ 001133 ,
€ 016 ,
€ 012 ,
€ 011 , € 012 ,
Zomer
€€ 001111 ,
€ 009 ,
€ 012 , €€ 000077 ,
€ 008 ,
€ 008 , € 003 ,
€ 004 ,
h W /k€ € 000 ,
€€ 001122 ,
€€ 000066 , €€ 000044 ,
€ 004
123456789101112131415161718192021222324 Uur van de dag
, h W /k€ € 000 ,
€ 12345678910111213 Uur van de dag
14151617
18192021222324
92) Links het tarief voor de ‘winter’-periode (oktober – april) en rechts de ‘zomer’ (april – oktober). Figuur 20 Uurtarieven voor een nieuw tariefstelsel , zoals gehanteerd voor de doorrekeningen in dit onderzoek.
92) Uurtarieven zijn gebaseerd op het gemiddelde verbruik en profiel van woningen volgens het IP2024 ‘Klimaat Ambitie’ scenario , zoals ingevoerd in het Energie Transitie Model.
72
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
De basislast wordt aangepast per aansluitingscategorie om de opgehaalde netwerkkosten binnen elke categorie gelijk te houden Een uitgangspunt in deze analyse is om dezelfde inkomstenverdeling over de verschillende aansluitingscategorieën te behouden als onder het huidige nettarief in 2030 het geval zou zijn. Hierin zijn in een detailuitwerking mogelijk ook andere keuzes te maken (zie paragraaf 4. 3. 3). Om per categorie het bedrag voor de basislast vast te stellen , is daarom per aansluitcategorie bepaald wat de verwachte opbrengsten zullen zijn vanuit de variabele tariefcomponent. Deze worden vervolgens aangevuld met een basislast om zo te komen 93) Figuur 21 toont per aansluitcategorie tot het tarief onder het huidige stelsel (in 2030). de verwachte gemiddelde kosten vanuit het uurtarief en de daaruit volgende hoogte van de basislast.
B. 4. 2 Hoe ziet de groep niet-huishoudelijke
Gemiddelde kostenverdeling basislast en uurtarief
Op basis van de jaarverbruiksdata van de regionale netbeheerders 94) is een onderverdeling gemaakt van kleinverbruiksaansluitingen en -verbruik per aansluitcategorie. Deze informatie is geëxtrapoleerd naar 2030 , uitgaande van een groei van het aantal aansluitingen 95) en verbruik 96) . De onderverdeling tussen klein-zakelijke aansluitingen en huishoudens is gebaseerd op een dataset van Alliander met verdelingen per aansluitcategorie; deze set is getoetst met een Enexis dataset. Uit deze analyse blijkt dat 10% van de aansluitingen en 15% van het energieverbruik afkomstig is van klein-zakelijke aansluitingen.
Voor de hogere kleinverbruik aansluitcategorieën , 2030 € 7. 000 €/jr.
Basislast
€ 6. 99
Uurtariefkosten
€ 6. 000
€ 4. 976
€ 5. 000
€ 3. 000 € 2. 000
€ 2. 280 € 2. 532
Figuur 21
€ 2. 228
€ 1. 695
€ 1. 000 € 0
€ 2. 778
€ 3. 755
€ 4. 000
€ 837 33xx3355 AA
€ 1. 527 33xx5500 AA
€ 2. 696 33xx6633 AA
€ 3. 421
33xx00 AA
Kostenverdeling basislast en uurtariefkosten voor de hogere kleinverbruik aansluitcategorieën. Hierdoor blijven de inkomsten ten opzichte van het huidige nettariefstelsel (in 2030) gelijk.
93) De hoogte van de tarieven zijn gebaseerd op de door ACM gepubliceerde tarieven van 2023 en de veronderstel groei van tarieven door Netbeheer Nederland7 richting 2030
aansluitingen eruit?
De groep klein-zakelijke aansluitingen is zeer heterogeen in zowel
netaansluiting , als omvang van verbruik en verbruiksprofiel. Zodoende is de impact van de voorgestelde tariefrichting op deze groep als geheel dan ook moeilijk te duiden. Daarom bieden we meer inzicht in sectoren , verbruiken en verbruiksprofielen binnen de groep van klein-zakelijke aansluitingen. Klein-zakelijke aansluitingen vertegenwoordigen een tiende van de kleinverbruikersaansluitingen en 15% van het energieverbruik
Overgrote meerderheid van de kleinverbruikersaansluitingen , waaronder klein-zakelijk , bevindt zich in de 1x25A t/m 3x25A aansluitcategorie De onderverdeling van KV-aansluitingen in 2030 per aansluitcategorie laat zien dat veruit de meeste aansluitingen tot de 1x25 ampère – 3x25 ampère groep 97) behoren. Onder het huidige nettariefstelsel betalen zij een vergelijkbaar capaciteitstarief rond de €350 per jaar , afhankelijk van de netbeheerder. Negentig procent van de aansluitingen binnen deze groep betreft huishoudens. 94) Sinds 01-07-2015 publiceren alle regionale netbeheerders jaarverbruiksdata op hun eigen website. 95) Hierin is uitgegaan van de jaarlijkse groei van 110k nieuwe kleinverbruik aansluitingen in 2023 , NBNL 96) Voor de groei van het verbruik is , net als in de rapportage , uitgegaan van het IP2024 Klimaatambitie scenario in het Energietransitiemodel. 97) Dit is een categorisering op basis van het capaciteitstarief die de regionale netbeheerders rekenen. Elke regionale netbeheerder hanteert een andere categorisering.
73
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Verdeling huishoudens en klein-zakelijke kleinverbruikers
Kleinverbruiksaansluitingen per aansluitcategorie
2030 prognose o. b. v. 2023 verbruiksgegevens RNBs en groei aantal KV-aansluitingen. De onderverdeling klein-zakelijk en huishoudens is geaakt et interne datasets RNBs.
2030 o. b. v. 2023 verbruiksgegevens RNBs en groei KV-aansluitingen 9. 042. 054
10. 000. 000 7. 500. 000
1100%%
5. 000. 000
1155% %
2. 500. 000 0
Aansluitingen (aantal)
Energieverbruik (kWh)
1. 712
889
11xx66 AA
11xx1100 AA
1x25 A 1x35 A 3x25 A
22. 434
3. 173
4. 898
12. 270
33xx3355 AA
33xx5500 AA
33xx6633 AA
33xx8800 AA
Figuur 23 Onderverdeling kleinverbruiksaansluitingen per aansluitcategorie tot en met 3x80A
Onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen
855%
900%% huishoudens klein-zakelijk
Figuur 22 Onderverdeling kleinverbruiksaansluitingen en energieverbruik tussen huishoudens en niethuishoudelijke aansluitingen , < 3x80 ampère.
In alle andere aansluitcategorieën betreft de meerderheid van de aansluitingen kleinzakelijke aansluitingen. Omdat de aansluitcategorie 1x25 ampère - 3x25 ampère zo omvangrijk is , bevat deze in absolute aantallen toch nog de meeste klein-zakelijke aansluitingen (circa 900. 00 aansluitingen).
Klein-zakelijke aansluitingen zijn heterogeen in type verbruik; impact van het variabele uurtarief zal verschillend uitpakken voor ochtend- , middag- , en avondgebruikers
Het verbruiksprofiel van verschillende huishoudens kent relatief weinig variatie. Typisch verbruikt een huishouden in de nacht weinig elektriciteit en in de ochtend- en avonduren veel. Klein-zakelijke aansluitingen tonen een veel grotere heterogeniteit in hoeveelheden verbruik , maar ook in de verbruiksprofielen. Een meubelzaak zal typisch overdag veel verbruiken , een kleine bakker ‘s nachts en een restaurant in de avond. De impact van het voorgestelde tariefstelsel zal dus ook verschillen tussen deze type klein-zakelijke aansluitingen. Om toch inzicht te bieden in de impact op deze groep definiëren we vijf typische verbruiksprofielen en geven we een inschatting van de verdeling van niethuishoudelijke aansluitingen over deze vijf verbruiksprofielen. We gebruiken een CBS-dataset 98) die per bedrijfstak (SBI 2008 codes , niveau 1) een onderverdeling maakt van het aantal zakelijke klanten met een verbruik van minder dan 100. 000 kWh/jaar (zie Figuur 23). Dit verbruik komt naar schatting overeen met het verbruik van KV-aansluitingen. Op basis van de beschrijving van de achterliggende 98) CBS - Aardgas- en elektriciteitslevering aan bedrijven; verbruiksklasse , SBI 2008
74
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
economische activiteiten (SBI-codes) , schatten we kwalitatief in welke verbruiksprofielen gevonden kunnen worden binnen elke bedrijfstak. We maken hierin onderscheid tussen een profiel met een ‘ochtendpiek’ , ‘overdagpiek’ , ‘avondpiek’ , ‘nachtpiek’ en een ‘vlak (ook wel continu)’ profiel. Figuur 23 toont per economische hoofdactiviteit het totaal aantal KV-aansluitingen en een inschatting van welke typische profielen voornamelijk voorkomen. Deze analyse resulteert bovendien in een inschatting van het aantal aansluitingen per type verbruiksprofiel (onderaan figuur 23). Onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen per bedrijfstak BBeeddrriijjffssttaakk ((SSBBII-ccooddee))
BBeeddrriijjffssttaakk ((SSBBII--ccooddee))
IInnsscchhaattttiinngg
PPeerr bbeeddrriijjffssttaakk wwoorrddeenn 55 bbllookkkkeenn kkwwaalliittaattiieeff vveerrddeeeelldd Landbouw , bosbouw en visserijA DelfstoffenwinningB IndustrieC EnergievoorzieningD Waterbedrijven en afvalbeheerE BouwnijverheidF Handel G Vervoer en opslag H Horeca I Inforatie en counicatie J inanciële dienstverlening K Verhuur en handel van onroerend goed L pecialistische zaelije dienstverlening M Verhuur en overige zaelije N penbaar bestuur en overheids O nderwijs P ezondheids en welzijnszorg Q ultuur , sport en recreatie R verige dienstverlening S Etraterritoriale organisatie U
cchhtteenndd vveerrddaagg vvoonndd aacchhtt VVllaa
558855 55 5555 8855 88 88 55 55 55 55 88 5555 55 55 55 55
Figuur 24 Inschatting van onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen per bedrijfstak op basis van CBS-data 2022 , tot 100. 000 kWh/jaar
AAaannsslluuiittiinnggeenn OO.. bb..vv. kkwwaalliittaattiieevvee iinnsscchhaattttiinngg
OOcchhtteenndd
OOvveerrddaagg
AAvvoonndd
NNaacchhtt
VVllaakk
2200%%
4488%%
1133%%
44%%
1155%%
~~115500kk
~~335500kk
~~9900kk
~~3300kk
~~111100kk
Figuur 25 Inschatting van onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen per type verbruiksprofiel , op basis van een kwalitatieve inschatting
75
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Casuïstiek
van
daadwerkelijke profielen
De beschikbaarheid van daadwerkelijke profielen is zeer beperkt en maakt het uitdagend om op basis van de wel beschikbare data conclusies te trekken. Desondanks geven we graag inzicht in hoe het alternatieve nettarief zou uitpakken voor een drietal daadwerkelijke en geanonimiseerde verbruiksprofielen waartoe we beschikking hebben gekregen via COMCAM (Restaurant 1 en 2) en Scholt Energy (Winkel). Het betreft de profielen van een restaurant met een 3x50 ampère aansluiting en een restaurant en een winkel beide met een 3x35 ampère aansluiting (zie Figuur 25). Zoals verwacht gaan beide restaurants meer betalen voor het tijdgebonden kWh-tarief omdat hun verbruik het hoogste is tussen 16:00 – 22:00. Voor restaurant 1 nemen de netbeheerkosten toe
met zo’n 88% tot € 9.392-., Een stijging van de netkosten is in lijn der verwachting , bovendien is het jaarverbruik van dit restaurant binnen zijn aansluiting aan de hoge kant. Dit verklaart de grote toename van de netkosten. De stijging in de netbeheerkosten voor restaurant 2 zijn met 6% een stuk beperkter. De netbeheerkosten van de winkel nemen met 1% zeer beperkt af. Hoewel het verbruik van deze winkel een typische
ochtendpiek laat zien , waarmee je een daling van de netkosten zou verwachten , is de daling beperkt doordat het jaarverbruik binnen de aansluitcategorie aan de hoge kant ligt. Ter vergelijking , het jaarverbruik van de winkel is bijna 2000 kWh hoger dan dat van restaurant 2. Desondanks daalt het nettarief van de winkel.
Verbruiksprofielen
en netwerkkosten 2030 Voor het drietal werkelijke klein-zakelijke profielen , geen sturing
Verbruiksprofiel , gemiddelde winterdag
16 kW
Netwerkkosten met huidige en nieuwe tarief
Winkel Restaurant 1 Restaurant 2
14
Restaurant 1
Restaurant 2
Winkel
58. 763 kWh/jr 3x50 A
19. 169 kWh/jr 3x35 A
20. 999 kWh/jr 3x35 A
€ 9. 392
€ 10. 000
12
€ 7. 500
10 8
€ 5. 000
€ 4. 976
6 4
€ 2. 532
€ 2. 500
2 € 0
0 0
1
23456789101112131415161718192021222324
uren van e a
Huidig
Basislast
Uurtarief
Figuur 25 Drietal verbruiksprofielen en netwerkkosten in 2030 van werkelijke profielen. Data beschikbaar gesteld door COMCAM (Restaurant 1 & 2) en Scholt Energy (Winkel).
€ 2. 672
€ 2. 532
€ 2. 502
76
‘WIJ ZIJN BERENSCHOT , GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG’ Wij zien een Nederland dat altijd in ontwikkeling is. Zowel sociaal als organisatorisch verandert er veel. Al meer dan 80 jaar volgen wij deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. Daarbij staan we voor duurzaam advies en de implementatie hiervan. Altijd gericht op vooruitgang én echt iets kunnen betekenen voor mensen organisaties en de maatschappij. ,
Alles wat we doen is onderzocht onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. In ons advies zijn we hard op de inhoud maar houden rekening met de menselijke maat. Onze adviseurs doen er alles aan om complexe vraagstukken om te zetten naar praktische oplossingen waar u iets mee kan. Wij geven advies en bieden digitale oplossingen waarbij we ons focussen op: ,
,
,
y y y y
Toekomst van werk en organisatie Energietransitie Toekomst van zorg Transformatie van openbaar bestuur
Berenschot Groep B. V. Van Deventerlaan 31-51 , 3528 AG Utrecht Postbus 8039 , 3503 RA Utrecht 030 2 916 916 www. berenschot. nl