CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

28-04-2021, Beantwoording vragen CDA voorstel ontwerp verklaring van geen bedenkingen.pdf

gemeenteraad 29 april 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen zonnepark Bahrseweg1.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke vragen aangaande Ontwerpverklaring van geen bedenkingen zonnepark Bahrseweg De CDA fractie heeft enkele vragen mbt bovenstaande voorstel. 1. Kronos concludeert in haar Ruimtelijke Onderbouwing dat het bij dit plan niet noodzakelijk is, dat het voorstel getoetst wordt aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Ook in de beeldvormde raad werd met stelligheid aangegeven dat dit niet noodzakelijk was. Bent u het met ons eens dat de stappen binnen ‘de ladder’ bewerkstelligen dat de wens om een nieuwe ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met ten eerste oog voor de ruimtevraag, ten tweede de beschikbare ruimte en ten derde de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt? Onder een stedelijke ontwikkeling wordt volgens artikel 1.1.1 lid 1 sub i Bro verstaan: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” De Afdeling oordeelt (ABRvS 23 januari 2019; ECLI:NL:RVS:2019:178) dat een zonnepark – gelet op deze definitie – niet als een stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt. Daartoe verwijst zij naar een eerdere uitspraak over een voorziening op het gebied van energieopwekking en –distributie, zoals een hoogspanningsverbinding, een windturbinepark en een transformatorstation.

Die heeft de Afdeling niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Er is volgens de Afdeling geen aanleiding voor een andere benadering met betrekking tot een zonnepark, dat naar zijn aard niet wezenlijk verschilt van een windturbinepark. Uiteraard moet er bij de realisering van het zonnepark sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat er sprake is van een zorgvuldig ruimtegebruik. Het zonnepark levert een bijdrage aan de biodiversiteit en wordt landschappelijk op een goede wijze ingepast in dit gebied. 2. De ‘ladder’ behoeft niet te worden gebruikt als er een grote maatschappelijk bijdrage is. Te denken valt aan de aanleg van een snelweg, groot windpark (substantiële bijdrage in opwekking), maar ook bijvoorbeeld de onlangs in Doetinchem aangelegde 380 Kv elektriciteitsmasten. Waarop baseert u dat een dergelijk park wat nu voor ligt, met effectief ‘slechts’ 80.000 m2, niet (ten delen) gerealiseerd kan worden in binnenstedelijk gebied, ondanks het feit dat waar de energie ook opgewekt wordt, binnen- of buiten stedelijk, we met dit project alléén de doelstelling niet halen, alvorens andere alternatieven te wegen anders dan daken? De Afdeling heeft voor de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking diverse voorzieningen op het gebied van energieopwekking en -distributie niet als stedelijke ontwikkeling aangemerkt.

Genoemd worden: een hoogspanningsverbinding, een windturbinepark en een transformatorstation. Naar het oordeel van de Afdeling is er geen aanleiding voor een andere benadering met betrekking tot een zonnepark, dat naar zijn aard niet wezenlijk verschilt van een windturbinepark. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat een zonnepark, net als een windturbinepark, zich bij uitstek niet goed leent om binnen bestaand stedelijk gebied te worden gerealiseerd. De toepasselijkheid van de ladder voor duurzame verstedelijking als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro op een dergelijke voorziening zou daarentegen juist tot gevolg hebben dat het bevoegde bestuursorgaan telkens zou moeten motiveren waarom deze voorziening niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien. Dit vindt de Afdeling in het licht

van het doel en de strekking van de ladder voor duurzame verstedelijking een onlogische consequentie. Of er sprake is van een grote maatschappelijke bijdrage is bij de beoordeling of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de toepassing van de ladder noodzakelijk is, niet relevant. 3. In vervolg op vraag 2, waarom bent u het eens met Kronos dat de maatschappelijke bijdrage van een dergelijk park dusdanig substantieel is dat het geen toets behoeft te ondergaan? Uit de voorgaande beantwoording blijkt dat de mate van maatschappelijke bijdrage van het zonnepark niet belangrijk is in het oordeel of een dergelijke voorziening onder de definitie van stedelijke ontwikkeling valt. Onderstaand nog een vraag mbt tot ruiming van het park. De vraag is opgesteld nav het lezen van de ruimtelijke onderbouwing, in combinatie met de Uitloging studie die in het besloten BIS gedeelte kon worden opgevraagd. Kronos geeft in haar ruimtelijke onderbouwing aan dat bij eindiging van het project, de locatie teruggebracht wordt naar haar oorspronkelijke staat door initiatiefnemer. Als startpunt of ‘ijkpunt’ is hiervoor een nulmeting gedaan. 1.

Wordt met dit terugbrengen naar oorspronkelijke staat alleen bedoeld de fysieke gesteldheid? Met het terugbrengen naar de oorspronkelijke staat wordt inderdaad bedoeld dat alle fysieke elementen verwijderd wordt, zodat de eigenaar de grond weer agrarisch kan gebruiken. 2. Geeft zij hiermee ook aan dat de bodemgesteldheid in een goede conditie moet zijn worden teruggebracht? De verwachting is dat de bodem na het gebruik als zonnepark in een goede conditie opgeleverd wordt. Bij agrarisch gebruik van de gronden worden er veelal mest uitgereden, kunstmest gestrooid en bestrijdingsmiddelen gebruikt. Dit heeft invloed op de bodemgesteldheid en is terug te zien in de aanwezigheid van mineralen in de grond na 25 jaar. Bij het gebruik van de gronden voor het zonnepark wordt de bodem zoveel mogelijk met ‘rust’ gelaten, waardoor de bodem kan regenereren. 3. In de uitlogging studie staat het risico omschreven van het gebruik van lood en cadmium in de panelen van de grondopstelling. Verder staat er dat van deze middelen in de toekomst de verwachting is dat deze worden uitgesloten van gebruik vanwege het vervuilingsaspect. Echter, ze worden nu wel gebruikt in dit plan.

Wie is er aansprakelijk voor herstel van de gronden aan het einde van het traject, mocht er onverhoopt toch vervuiling zijn ontstaan? Diverse studies hebben uitgewezen dat zonneparken nauwelijks uitloging en verontreinigingen in de bodem veroorzaken. De bestandsdelen die aan het weer blootgesteld zijn voornamelijk aluminium, staal en glas. Kronos Solar heeft aangegeven dat er geen gebruik gemaakt wordt van cadmium in hun zonnepanelen.

Wel worden er mogelijk verwaarloosbare hoeveelheden lood toegepast, echter die zitten ingepakt in de zonnepanelen zelf. Het lood wordt niet blootgesteld aan het weer. Met de grondeigenaar is afgesproken dat er een nulmeting plaatsvindt. Hierbij wordt gekeken of er na 25 jaar verontreiniging als gevolg van het zonnepark is opgetreden. Op een aantal plekken worden metingen afgenomen. De resultaten kunnen aan de gemeente beschikbaar gesteld worden, evenals het monitoringsrapport na 25 jaar. Er vindt 24 uur per dag voor 25 jaar continue monitoring plaats om de opwek van duurzame stroom op orde te houden. In geval van gebreken aan de zonnepanelen wordt er opgetreden. Problemen met de producten hebben een negatief effect op de stroomopwek van het park. De zonnepanelen hebben een garantie van 25 jaar, dus bij gebreken wordt er ook actie ondernomen.

Dank voor de mogelijkheid en in afwachting van uw beantwoording, CDA Doetinchem

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7468/documents/36651