27-09-2021 Beantwoording vragen CDA over zonnepark Bahrseweg.pdf
Tekst van het document
27-09-2021 Beantwoording vragen CDA/R. Veenes over zonnepark Bahrseweg Antwoorden in blauw 20-09-2021 Ik heb toch nog een vraag mbt het zonnepark. Eigenlijk gaat het om de combinatie van de anterieure overeenkomst en de definitieve verklaring van geen bedenkingen. Waarbij ik het afgeven van de verklaring hierin leidend acht. En wat het een of ander in het licht van elkaar al dan niet uitsluit. 1. Als de raad een definitieve verklaring van geen bedenkingen afgeeft, in hoeverre heeft de gemeente (college) dan nog de regie over het zonnepark, in de zin van of deze tot uitvoering kan komen? De volgorde is anterieure overeenkomst ondertekenen en daarna de omgevingsvergunning verlenen. Het college kan na afgifte van de verklaring van geen bedenkingen de omgevingsvergunning niet weigeren. Er is sprake van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Het spreekt voor zich dat de aanvraag voor de vergunning ook aan alle andere eisen zal moeten voldoen, voordat de vergunning kan worden verleend. Na vergunningverlening kan Kronos beginnen met de uitvoering van het zonnepark. Waarschijnlijk gaat het nog wel enige tijd duren voordat Kronos met de uitvoering van het zonnepark begint. De SDE subsidie moet nog aangevraagd en toegekend worden. Ook vraagt de voorbereiding van de werkzaamheden veel tijd. De verwachting is dat het nog wel 1,5 tot 2 jaren gaat duren voordat Kronos begint.
2a) Is de vergunning definitief voor Kronos en voldoende compleet om te beginnen met de bouw, ondanks een al dan niet goed gekeurde of op correcte wijze ingevulde en uitgevoerde anterieure overeenkomst? Even los van bezwaren van buurt die richting rvs kunnen. Het gaat mij hierbij om de rol en het mandaat van het college/raad. Het college gaat de omgevingsvergunning verlenen nadat de verklaring van geen bedenkingen door de raad is afgegeven en nadat de anterieure overeenkomst is ondertekend. De aanvraag omgevingsvergunning is compleet, zodat de omgevingsvergunning verleend kan worden. De raad heeft een rol bij de afgifte van de verklaring van geen bedenkingen en het college verleent de omgevingsvergunning. 2b) Kan de gemeente dan nog 'terug' of het plan tegenhouden als er onvoldoende invulling is gegeven aan de anterieure overeenkomst, als de verklaring van geen bedenkingen is afgegeven (wie is er nog leidend en/of heeft de eindregie over het plan)? De gemeente kan niet ‘terug’ of het plan tegenhouden als er onvoldoende invulling is gegeven aan de anterieure overeenkomst. De verklaring van geen bedenkingen doet geen afbreuk aan de werking van de overeenkomst. Zodra de overeenkomst is getekend is deze bindend voor de partijen en kan naleving daarvan desnoods voor de rechter worden afgedwongen.
De gemeente kan niet terug of het plan tegenhouden als er onvoldoende invulling is gegeven aan de anterieure overeenkomst.
2c) En zo ja op vraag 2b, waar blijkt dit uit? Dat blijkt uit het wettelijke systeem. Als de verklaring van geen bedenkingen is afgegeven, dan kan raad niet meer terug. Hetzelfde geldt voor een verleende omgevingsvergunning. De rechtszekerheid van de aanvrager wordt hiermee geborgd. 3. Heb ik het goed dat het twee verschillende vormen van juridische trajecten zijn? Immers, de verklaring van geen bedenkingen valt onder het Ruimtelijke Ordeningsvraagstuk of 'wetgeving'; de anterieure overeenkomst is wellicht een ander -niet- ruimtelijk ordeningsvraagstuk? Waar valt deze onder? Het wettelijk kader voor een anterieure overeenkomst wordt gevormd door de zogenaamde Grondexploitatiewet, die onderdeel uitmaakt van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De anterieure overeenkomst is een privaatrechtelijk middel dat in principe wordt beheerst door contractsvrijheid (volgens het Burgerlijk Wetboek). Je mag afspreken wat je wil, zolang het niet in strijd is met de wet, de openbare orde of de goede zeden. De gemeente is hierin echter wel beperkt door de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, want het publiekrechtelijke kader voor de gemeente werkt ook door in het privaatrecht. En de overeenkomst wordt voor een deel beheerst door de Wet ruimtelijke ordening, waaruit ook beperkingen voortvloeien voor wat de gemeente wel/niet in de overeenkomst kan regelen.
Denk aan de kostensoortenlijst en het verbod op betaalplanologie en het gebrek aan mogelijkheden om verdergaande verplichtingen op te nemen omtrent financiële participatie. 4a) Wat zijn de consequenties bij het schrappen van artikel 12.4? Het college heeft beslissingsbevoegdheid, maar niet met de intentie om een onderscheid te maken met de raad, noch is de overeenkomst bedoeld om de verhoudingen tussen de raad en het college te regelen. Het betekent wel dat er geen volmacht / mandaat in de overeenkomst is meegenomen, zodat de exploitant zich in principe tot het college moet wenden met officiële verzoeken die de uitvoering van de overeenkomst raken. Het schrappen van dit artikel is in juridische zin niet verstandig, omdat de exploitant zich tot een bestuursorgaan moet kunnen wenden indien een besluit of handeling van de Gemeente wordt verlangd. De exploitant moet weten tot wie zij zich kan wenden. 4b) Wat heeft dit voor een invloed op de 'regievoering'? De regievoering van de overeenkomst en omgevingsvergunning ligt bij het college. Het college houdt de gemeenteraad op de hoogte bij belangrijke aanpassingen e.d. nb. Ik kwam hierover aan het denken nav de definitieve verklaring van geen bedenkingen bij het Van de Valk hotel. Hier is ook een anterieure overeenkomst opgesteld en getekend. Deels gevoed door GL mbt groene inpassing.
Tot op detailniveau (soorten groen, hoeveelheid en locatie). Hier wordt de vergunning immers niet ingetrokken bij een niet, of onvoldoende invulling van bijvoorbeeld dat groen. Deze staat los van de vergunningverlening, en kan de bouw én exploitatie van het hotel niet
tegenhouden. Of zie ik dit verkeerd? Dat is correcte conclusie. De afspraken in de overeenkomst zijn bindend, dus het niet naleven is niet zonder consequenties, al zou het de voortgang van de bouw niet kunnen belemmeren wegens het ontbreken van de strijdigheid met de vergunning.