22.4 Briefschrijver, 14-09-2026, bijlage zienswijze startdocument
Tekst van het document
ZIENSWIJZE STARTDOCUMENT Uitbreiding en vervanging hoogspanningsstation Doetinchem-Langerak (Deelproject 2) — Zoeklocatie | Kennisgeving Voornemen en Participatie / Startdocument (12 december 2025) Indieners: en kinderen Langerak (gemeente GN Datum: Langerak, maandag 2 maart 2026 Aan: Gedeputeerde Staten van Gelderland T.a.v. project “Startdocument vervangen en uitbreiden hoogspanningsstation bij Doetinchem” Betreft: Zienswijze op Startdocument — Deelproject 2: uitbreiding en vervanging hoogspanningsstation Doetinchem-Langerak — met nadruk op Zoeklocatie | Zaaknummer: 2025-015816 1. Inleiding en belanghebbendheid Hierbij dienen wij, familie GN en familie B, onze zienswijze in op het Startdocument voor de uitbreiding en vervanging van het hoogspanningsstation Doetinchem Langerak (deelproject 2). Wij wonen als familie al decennialang aan de | in Langerak. De boerderij is al meer dan 100 jaar in onze familie. Deze plek is generaties lang opgebouwd en onderhouden. De boerderij is het levenswerk van onze familie. Wij werken allen in de directe omgeving en hebben hier ons sociale netwerk en ons dagelijks leven opgebouwd. (geanonimiseerd) In eerdere jaren is gesproken over mogelijke ontwikkelingen rondom het hoogspanningsstation in Langerak. Wij wisten dat uitbreiding als mogelijkheid werd genoemd.
Wat wij niet wisten, is dat deze uitbreiding in deze omvang en op deze concrete locatie daadwerkelijk zou worden doorgezet. Op dinsdag 13 januari 2026 ontvingen wij vanuit TenneT de informatiebrief waarin deze plannen concreet werden aangekondigd. De schaal en actualiteit van deze ontwikkeling kwamen voor ons als een grote schok. Sindsdien ervaren wij voortdurende onzekerheid over onze woonomgeving en toekomst op deze plek. Dit beïnvloedt ons dagelijks leven en ons welbevinden in ernstige mate. Onze woning ligt letterlijk tegenover het bestaande hoogspanningsstation Doetinchem–Langerak en de voorgenomen uitbreiding van Zoeklocatie I. Er is sprake van een directe zichtrelatie. Daarmee hebben wij een rechtstreeks betrokken belang (artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht). 2. Onjuiste feitelijke uitgangspunten – woningen ontbreken In het Startdocument wordt bij Zoeklocatie I geen melding gemaakt van woningen in de directe nabijheid. Dit is feitelijk onjuist. Onze woning grenst direct aan deze locatie en ligt frontaal tegenover hoogspanningsstation Doetinchem–Langerak. Daarnaast ligt op korte afstand een woonwijk. Door deze woningen niet expliciet te benoemen , is de feitelijke situatie onvolledig weergegeven. Wij verzoeken dat het Startdocument wordt gerectificeerd en dat de locatieafweging opnieuw plaatsvindt op basis van volledige en juiste gegevens.
Daarnaast verzoeken wij dat alle betrokken partijen actief worden geïnformeerd over deze rectificatie , zodat verdere afwegingen en besluiten worden genomen op basis van correcte informatie. Het ontbreken van deze woningen in het Startdocument heeft bovendien gevolgen voor participatie. De kring van belanghebbenden en de beoordeling van effecten kan hierdoor onvolledig zijn. Wij verzoeken u expliciet te bevestigen dat in de verdere procedure alle woningen in de directe nabijheid en binnen zichtrelatie worden meegenomen in de effectbeoordeling en in het participatieproces. Door het ontbreken van deze feiten is de locatieafweging in het Startdocument onvoldoende zorgvuldig en kan Zoeklocatie I niet als passend uitgangspunt dienen. Een zorgvuldige voorbereiding en deugdelijke motivering vereisen dat het bevoegd gezag beschikt over volledige en juiste feiten (artikelen 3:2 en 3:46 Algemene wet bestuursrecht). 3. Kernstandpunt: Zoeklocatie I is planologisch ongeschikt Zoeklocatie I is vanwege de ligging in de uiterwaarden van de Oude IJssel en de directe nabijheid van woningen planologisch niet aanvaardbaar. De nadelige effecten op waterveiligheid , leefomgeving , natuur en gezondheid zijn zodanig zwaarwegend dat deze locatie niet passend is binnen een goede ruimtelijke ordening en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 2. 1 Omgevingswet). 4.
Waterveiligheid , uiterwaarden en klimaatadaptatie Zoeklocatie I ligt in een buitendijks uiterwaardengebied met een waterbergende functie. In onze eigen weilanden ervaren wij reeds natte stukken grond door hoge waterstanden. Delen van de grond zijn hierdoor niet bewerkbaar. Locatie I ligt nog dichter bij de Oude IJssel , wat betekent dat de bodemgesteldheid daar naar verwachting nog natter is. In het licht van klimaatverandering en toenemende waterextremen achten wij het onvoldoende onderbouwd waarom verdere concentratie van vitale energie-infrastructuur juist in een watergevoelig gebied plaatsvindt. Niet inzichtelijk is of een afzonderlijk hydrologisch onderzoek is verricht naar de gevolgen van deze uitbreiding voor waterberging , grondwaterstanden en afvoercapaciteit in het buitendijkse gebied. Wij verzoeken tevens om inzicht in het gehanteerde toetsingskader voor buitendijkse waterveiligheid en klimaatadaptatie , inclusief uitgangspunten en scenario’s. Dit vereist een zorgvuldige voorbereiding en een deugdelijke motivering (artikelen 3:2 en 3:46 Algemene wet bestuursrecht). 5. Afweging alternatieve locaties Uit het Startdocument blijkt dat het project onderdeel uitmaakt van een bredere landelijke netontwikkeling.
Juist daarom is van belang inzichtelijk te maken in hoeverre de gekozen regionale configuratie technisch noodzakelijk is en welke mate van flexibiliteit binnen het landelijke netplan bestaat. Niet duidelijk is op basis van welke technische of planologische criteria andere regionale varianten bij voorbaat zijn uitgesloten. Daarnaast blijkt uit het Startdocument dat twee alternatieve locaties zijn benoemd die aansluiten op de bestaande kabelstructuur van hoogspanningsstation Doetinchem-Langerak. Het is echter onvoldoende inzichtelijk op welke wijze deze locaties inhoudelijk , technisch en ruimtelijk gelijkwaardig zijn afgewogen ten opzichte van Zoeklocatie I. Zoeklocatie I ligt in de uiterwaarden van de Oude IJssel , grenst direct aan een woonwijk en vereist het verwijderen van een kolk binnen het buitendijkse gebied. Dit betreft ruimtelijke en ecologische factoren die zwaarwegend zijn en expliciet moeten worden betrokken in de locatieafweging. Dat uitbreiding plaatsvindt bij het bestaande hoogspanningsstation Doetinchem–Langerak betekent niet automatisch dat verdere opschaling aan deze zijde ruimtelijk of planologisch de minst belastende oplossing vormt. De keuze voor clustering dient expliciet en inzichtelijk te worden afgewogen tegen de alternatieven.
Indien meerdere technisch realiseerbare varianten beschikbaar zijn , dient inzichtelijk te worden gemaakt waarom niet is gekozen voor de ruimtelijk en maatschappelijk minst belastende oplossing. Wij verzoeken dat per locatie een expliciete weging wordt opgenomen (water , ecologie , gezondheid , leefomgeving , techniek en kosten) , zodat de keuze navolgbaar is. Een transparante en navolgbare motivering is vereist (artikel 3:46 Algemene wet bestuursrecht). 6. Cumulatieve overbelasting van Langerak Langerak wordt reeds zwaar belast door het bestaande hoogspanningsstation , het zonnepark , industriële activiteiten (Vulcanus) en mogelijke windturbines met een tiphoogte tot circa 250 meter. De impact van deze projecten wordt afzonderlijk beoordeeld , terwijl de feitelijke belasting zich opstapelt. Een integrale cumulatieve beoordeling is noodzakelijk in het kader van een evenwichtige belangenafweging (artikel 3:4 Algemene wet bestuursrecht). Wij verzoeken cumulatie te beoordelen voor onder meer geluid , EMV , zicht/landschap , natuur , verkeer , waterhuishouding en veiligheidsrisico’s. Daarnaast is in het verleden gebleken dat bij industriële activiteiten in de omgeving , waaronder bij Vulcanus , sprake is geweest van overschrijding van normen. Dit heeft het vertrouwen van omwonenden in een consistente en beschermende handhaving van normen aangetast.
Juist in een gebied waar reeds meerdere zware functies zijn geconcentreerd , is het van essentieel belang dat normstelling en handhaving strikt , transparant en consequent plaatsvinden. De bescherming van de leefomgeving mag niet afhankelijk zijn van bestuurlijke coulance of incidentele normoverschrijdingen. 7. Veiligheid en concentratie van vitale infrastructuur Door verdere concentratie van energie-infrastructuur ontstaat een clustering van vitale installaties nabij een woonkern. Het Startdocument bevat geen duidelijke risicoanalyse over veiligheid bij calamiteiten of storingen. Een dergelijke concentratie vraagt om een expliciete en gemotiveerde veiligheidsafweging (artikel 3:46 Algemene wet bestuursrecht). Wij verzoeken om scenario’s (brand , storing , calamiteit en overstroming) en de daarbij behorende beheersmaatregelen en uitgangspunten inzichtelijk te maken. 8. Ecologie , landschap en waterhuishouding Het gebied rondom het hoogspanningsstation Doetinchem–Langerak functioneert als ecologische verbindingszone. In en rondom het plangebied worden dagelijks diverse (beschermde) diersoorten waargenomen , waaronder dassen , bevers , reeën , reigers en ook regelmatig ooievaars. Dit onderstreept dat effecten op beschermde soorten , hun leefgebieden en migratieroutes zorgvuldig en actueel moeten worden onderzocht.
Niet inzichtelijk is of in het kader van deze uitbreiding specifiek en actueel ecologisch onderzoek is verricht naar de effecten op beschermde soorten , hun leefgebieden en migratieroutes , noch of een eventuele ontheffingsplicht expliciet is beoordeeld. Indien verstoring of aantasting van nestplaatsen , vliegroutes of foerageergebieden aan de orde is , dient dit te worden onderbouwd en – waar vereist – een ontheffing te worden aangevraagd , inclusief een deugdelijk alternatievenonderzoek en een onderbouwing dat geen minder schadelijke alternatieven beschikbaar zijn. Wij verzoeken daarom dat ecologisch onderzoek actueel en seizoensgebonden wordt uitgevoerd (passend bij de aanwezigheid van soorten gedurende het jaar) en dat mitigerende en compenserende maatregelen concreet , controleerbaar en handhaafbaar worden vastgelegd. Een uitbreiding van deze omvang leidt tot versnippering en aantasting van leefgebied. Naast de uitbreiding in oppervlakte betekent dit project bovendien een aanzienlijke verticale opschaling van installaties. Vanuit onze woning zal deze massaliteit direct zichtbaar zijn. De openheid en ruimtelijkheid van het rivierlandschap worden hierdoor aantoonbaar aangetast. Wij verzoeken dat deze effecten inzichtelijk worden gemaakt door middel van objectieve visualisaties en een landschappelijke inpassing die aantoonbaar toereikend is.
Binnen Zoeklocatie I bevindt zich een kolk in het uiterwaardengebied. Uit de plannen blijkt dat deze kolk zal worden verwijderd. Een kolk maakt onderdeel uit van de historische rivierstructuur en vervult een functie binnen de lokale waterhuishouding en biodiversiteit. Het verwijderen van dit landschappelijke en ecologische element leidt tot aantasting van de ruimtelijke kwaliteit , vermindering van ecologische waarde en wijziging van de waterstructuur in het gebied. In een buitendijks gebied met waterbergende functie kan een dergelijke ingreep niet als ondergeschikt worden beschouwd. Niet inzichtelijk is of de voorgenomen verwijdering van de kolk afzonderlijk hydrologisch is onderzocht , noch hoe de gevolgen voor waterberging , grondwaterstanden en afvoercapaciteit zijn beoordeeld. Evenmin is inzichtelijk gemaakt waarom behoud van de kolk niet mogelijk is , welke alternatieven zijn onderzocht (waaronder inpassing met behoud) , en welke mitigerende maatregelen worden getroffen om negatieve effecten op waterhuishouding en biodiversiteit te voorkomen. Daarnaast draagt deze kolk bij aan de beleefbaarheid en recreatieve waarde van het gebied ; het verdwijnen daarvan betekent een verdere verschraling van de ruimtelijke kwaliteit van Langerak.
Een dergelijke ingreep vereist daarom een afzonderlijke , zorgvuldig voorbereide en deugdelijk gemotiveerde beoordeling , conform de vereisten van artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Wij verzoeken dat de verwijdering van de kolk als afzonderlijke ingreep expliciet wordt betrokken in de besluitvorming , met een eigen , toetsbare motivering en belangenafweging (waaronder de waterbergende functie , biodiversiteit en landschappelijke waarden) , en dat deze motivering herleidbaar wordt opgenomen in de stukken die ter inzage worden gelegd. Eventuele compensatie van natuurwaarden elders neemt de lokale aantasting van dit specifieke leefgebied niet weg. 9. Elektromagnetische velden en gezondheid Grote zorgen hebben wij over de toename van elektromagnetische velden door de enorme opschaling van capaciteit. Tijdens beide informatiebijeenkomsten van 27 en 28 januari 2026 , georganiseerd door TenneT en Provincie Gelderland , was de GGD niet aanwezig. Op deze bijeenkomsten was geen inhoudelijke informatie beschikbaar over de gezondheidsaspecten van de uitbreiding en over de mogelijke cumulatieve effecten voor omwonenden. Het RIVM wijst op voorzichtigheid bij langdurige blootstelling aan elektromagnetische velden. Wetenschappelijke onzekerheid vraagt om toepassing van het voorzorgsbeginsel (artikel 191 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie).
Ook indien wordt voldaan aan geldende blootstellingsnormen , dient het bevoegd gezag inzichtelijk te maken hoe de belangen van direct omwonenden in het kader van het voorzorgsbeginsel zijn gewogen. Wij verzoeken om specifiek onderzoek naar cumulatieve EMV-belasting en om een Gezondheidseffectscreening (GES) , alsmede om inzicht in de gehanteerde rekenmethoden , uitgangspunten en bandbreedtes voor EMV (huidige situatie én na uitbreiding) , inclusief cumulatie. 10. Elektromagnetische velden en normaanpassing derde transformator Voortbouwend op het bovenstaande brengen wij daarnaast onder de aandacht dat in de brief van Provincie Gelderland van 13 januari 2026 wordt aangegeven dat bij plaatsing van een derde transformator de geldende geluidsnorm wordt aangepast. Deze ontwikkeling achten wij zorgelijk , omdat normstelling juist bedoeld is ter bescherming van omwonenden en niet gewijzigd zou moeten worden om een voorgenomen uitbreiding mogelijk te maken. Wij zijn hiervan geschrokken. Wanneer niet aan bestaande geluidsnormen kan worden voldaan en vervolgens de geluidsnorm wordt gewijzigd , verschuift de bescherming van omwonenden. Normen dienen ter bescherming van burgers. Indien normen worden aangepast om een ontwikkeling mogelijk te maken , verliest die bescherming haar betekenis. Het bevoegd gezag heeft een beschermende taak tegenover omwonenden.
Wij verzoeken om een bestuurlijke toelichting op de juridische grondslag en motivering van deze normaanpassing , inclusief de belangenafweging. Wij merken nadrukkelijk op dat de derde transformator als zodanig niet het primaire onderwerp van deze zienswijze is en dat wij deze niet als zelfstandig project tegenhouden. Het punt dat wij maken betreft het beginsel dat normstelling niet mag worden aangepast enkel om een voorgenomen ontwikkeling passend te maken. Ook indien wordt voldaan aan aangepaste normen , dient inzichtelijk te worden gemaakt hoe het voorzorgsbeginsel is toegepast en hoe de belangen van direct omwonenden zijn gewogen , en op welke wijze wordt geborgd dat de feitelijke hinder niet toeneemt. 11. Geluid , laagfrequent geluid en bouwfase Het hoogspanningsstation Doetinchem–Langerak vormt reeds een permanente achtergrondbelasting. Een uitbreiding naar 26 hectare zal deze belasting doen toenemen. De directe ligging tegenover het hoogspanningsstation Doetinchem–Langerak maakt dat geluid en laagfrequent geluid niet worden gefilterd door afstand of tussenliggende bebouwing. De feitelijke hinder is daardoor groter dan bij woningen op grotere afstand. Daarnaast is voorzien dat de bouwfase circa vijf jaar zal duren. Dit betreft een langdurige en intensieve periode van werkzaamheden in onze directe leefomgeving.
De bouw zal gepaard gaan met zwaar transport en vrachtverkeer via het buitengebied , waaronder natuur- en uiterwaardengebieden. Tevens zal sprake zijn van zware bouwwerkzaamheden , grondverzet en tijdelijke bouwvoorzieningen zoals opslagterreinen , bouwketen en verlichting. In een buitendijks gebied met hoge grondwaterstanden kunnen werkzaamheden zoals drainage , tijdelijke verharding en bemaling invloed hebben op de lokale waterhuishouding. Gezien de voorziene bouwduur van circa vijf jaar en gelet op de duur , schaal en intensiteit van deze bouwfase kan deze hinder niet als tijdelijk of ondergeschikt worden aangemerkt in de belangenafweging. Een afzonderlijke en zorgvuldige beoordeling is noodzakelijk (artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht). Wij verzoeken om een bouwlogistiekplan met routes , werktijden , geluidsbeperkende maatregelen en monitoring. 12. Zorgvuldigheid en bestuurlijke standpuntbepaling Naast de inhoudelijke effecten achten wij ook het proces en de bestuurlijke standpuntbepaling bepalend voor de zorgvuldigheid van de besluitvorming. Uit publieke berichtgeving blijkt dat de gemeenten Doetinchem en Bronckhorst reeds een standpunt hebben ingenomen vóór uitbreiding op de huidige locatie , terwijl onderzoeken naar alternatieven en waterveiligheid nog lopen. Wij zijn hiervan verontrust.
Een zorgvuldig besluitvormingsproces vereist dat eerst onderzoeken worden afgerond en belangen integraal worden afgewogen alvorens een bestuurlijk standpunt wordt ingenomen. Daarnaast wordt in de berichtgeving verwezen naar infrastructurele belangen zoals een mogelijke rondweg. Dergelijke belangen staan los van de vraag waar een hoogspanningsstation ruimtelijk en technisch het meest verantwoord kan worden ingepast. Een voortijdige voorkeur wekt de indruk van vooringenomenheid en staat op gespannen voet met de vereisten van zorgvuldige voorbereiding en evenwichtige belangenafweging (artikelen 3:2 , 3:4 en 3:46 Algemene wet bestuursrecht). Wij verzoeken dat het bevoegd gezag expliciet bevestigt dat geen locatievoorkeur wordt gehanteerd voordat onderzoeken zijn afgerond en de afweging is gemaakt. 13. Evenredigheid en woon- en leefklimaat Het algemeen belang van netversterking erkennen wij. Dat ontslaat het bevoegd gezag echter niet van de plicht om individuele belangen zorgvuldig af te wegen. De verdere industrialisering van onze directe woonomgeving leidt tot een structurele en blijvende aantasting van ons woon- , werk- en leefklimaat. Er dient zorgvuldig te worden beoordeeld of deze aantasting niet onevenredig zwaar op ons drukt (artikel 3:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht). Daarnaast is voorzienbaar dat de waarde van onze woning hierdoor negatief wordt beïnvloed.
Dit vermogensbelang dient eveneens te worden meegewogen (Afdeling 15. 1 Omgevingswet – nadeelcompensatie). Door de concrete aankondiging van deze plannen is onze woning in de praktijk nu al (nagenoeg) onverkoopbaar geworden. Wij gaan ervan uit dat de waarde van onze woning hierdoor aanzienlijk is verminderd. Dit vermogensnadeel is direct verbonden aan de voorgenomen uitbreiding op Zoeklocatie I en dient expliciet te worden meegewogen in de belangenafweging. 14. Participatie , nazorg en naleving Participatie moet zorgvuldig en controleerbaar worden ingericht (artikel 16. 55 Omgevingswet). Onze persoonlijke ervaring is dat bestaande inpassingsmaatregelen , waaronder de grondwal wegens uitbreiding van het huidige hoogspanningsstation Doetinchem–Langerak , niet altijd zorgvuldig worden onderhouden en dat afspraken niet altijd zichtbaar worden nageleefd. Dit onderstreept het belang van duidelijke monitoring en handhaving bij verdere uitbreidingen. Zo is in de praktijk gebleken dat een deel van de aangeplante bomen is afgestorven (bijlage 1) , waarna is aangegeven dat herstel of vervanging niet (meer) onder de contractduur zou vallen. Door TenneT is aangegeven dat zij hierop zouden terugkomen. Tot op heden hebben wij hierover geen terugkoppeling ontvangen en zijn geen herstelmaatregelen zichtbaar uitgevoerd.
Dit roept bij ons zorgen op over de borging van nazorg en onderhoud in de tijd. Juist daarom achten wij het noodzakelijk dat bij verdere uitbreidingen vooraf expliciet wordt vastgelegd wie verantwoordelijk is voor onderhoud , herstel en vervanging , over welke termijn , en op welke wijze monitoring en handhaving plaatsvinden. Wij verzoeken dat deze afspraken meetbaar en afdwingbaar worden vastgelegd en dat hierover periodiek wordt gerapporteerd. 15. Financiële compensatie Financiële compensatie kan de aantasting van onze woonplek niet herstellen. Geld kan onze binding en inspanning met deze plek niet vervangen. 16.
Conclusie en verzoek Gelet op het voorgaande verzoeken wij u om: • Het Startdocument te rectificeren door de feitelijke situatie (waaronder de aanwezigheid van woningen in de directe nabijheid van Zoeklocatie I) volledig en juist op te nemen , en betrokken partijen actief te informeren over deze rectificatie ; • Zoeklocatie I niet als voorkeursrichting te hanteren en deze locatie in de verdere planvorming planologisch ongeschikt te achten , gelet op de ligging in de uiterwaarden , de waterbergende functie en de directe nabijheid van woningen ; • een volwaardig en transparant alternatievenonderzoek uit te voeren , waarin alle redelijkerwijs technisch realiseerbare varianten aantoonbaar en gelijkwaardig worden beoordeeld op ruimtelijke , ecologische , gezondheidskundige en maatschappelijke effecten ; • de cumulatieve effecten van bestaande en voorgenomen ontwikkelingen in en rondom Langerak integraal te onderzoeken en expliciet te betrekken in de belangenafweging ; • waterveiligheid en klimaatadaptatie zwaarwegend te laten meewegen , inclusief een afzonderlijk hydrologisch onderzoek naar waterberging , grondwaterstanden en afvoer , mede in relatie tot ingrepen zoals het verwijderen van de kolk ; • een expliciete en gemotiveerde veiligheidsafweging te maken ten aanzien van clustering van vitale energie-infrastructuur nabij een woonkern ; • het voorzorgsbeginsel aantoonbaar toe te
passen en inzichtelijk te maken hoe de belangen van direct omwonenden zijn gewogen , óók indien wordt voldaan aan (eventueel aangepaste) normen ; • een Gezondheidseffectscreening (GES) uit te voeren en specifiek onderzoek te verrichten naar de cumulatieve EMV-belasting voor omwonenden ; participatie, nazorg, monitoring en handhaving controleerbaar en afdwingbaar te borgen; subsidiair, indien het bevoegd gezag desondanks besluit de uitbreiding op of nabij Zoeklocatie I verder uit te werken, ons als direct omwonenden vanaf het begin structureel te betrekken bij de nadere uitwerking en inpassing, waaronder de exacte situering binnen het plangebied, afschermende maatregelen, landschappelijke inpassing, bouwlogistiek, monitoring, nazorg en handhaving. Deze bereidheid tot meedenken kan niet worden opgevat als instemming met Zoeklocatie | als locatiekeuze. Wij verzoeken u bovendien om geen onomkeerbare vervolgstappen te zetten en geen verdere besluitvorming te laten plaatsvinden, zolang bovenstaande punten niet zorgvuldig zijn onderzocht, inzichtelijk zijn gemaakt en aantoonbaar zijn meegewogen. Wij verzoeken tevens om schriftelijke terugkoppeling op de in deze zienswijze genoemde punten, met verwijzing naar waar deze worden verwerkt in vervolgdocumenten.
Indien het bevoegd gezag niet expliciet en inzichtelijk motiveert waarom Zoeklocatie |, ondanks de zwaarwegende ruimtelijke, ecologische, waterkundige en maatschappelijke nadelen, de voorkeur zou verdienen boven minder belastende alternatieven, achten wij een besluit in strijd met de artikelen 3:2, 3:4 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Hoogachtend, en kinderen BN Langerak (geanonimiseerd) Bijlagen Bijlage 1: Op bovenstaande foto is zichtbaar dat de bomen in de geplaatste korven niet zijn aangeslagen. De beoogde onttrekking aan het zicht op het bestaande hoogspanningsstation (Doetinchem Langerak) is daarmee niet gerealiseerd. En (geanonimiseerd)