CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-05-02 Beantwoording technische vragen ChristenUnie-SGP over Perspectiefnota 2025.pdf

gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5: Perspectiefnota 2025 gemeente Doetinchem760 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen ChristenUnie-SGP bij de Perspectiefnota 2 mei 2024

1.

Op pagina 15 zien we een tabel met een aantal beleidswensen en ambities en noodzakelijk

geachte uitgaven. Kan er inzichtelijk gemaakt worden welke van deze beleidswensen en ambities al vastgesteld zijn door raad en college en welke dus nog moeten volgen? Antwoord: met uitzondering van punt 7 (communicatie medewerker griffie) en 8 (aanvullend budget griffie) kunnen alle besluiten nog worden afgewogen. Over punt 7 en 8 heeft uw raad zelf al een besluit genomen op 29 februari 2024 (raadsbesluit 2024-14). 2.

Op pagina 20 van de Perspectiefnota lezen we het volgende:

In het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) is een regeling opgenomen voor de inzet van een surplus binnen de algemene reserve. De financieel toezichthouders werken momenteel aan een aanpassing van de tekst van deze regeling. Het surplus van de algemene reserve is dat deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit). Van dit vrij besteedbare deel (surplus) kan een gemeente jaarlijks maximaal 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten. Met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. De inzet van het surplus algemene reserve (= vrije reserve) wordt door dit gebruik als structurele baat bestempeld. Het weerstandsvermogen moet naar het oordeel van de toezichthouder voldoende zijn. ➢

Wanneer komt hier meer duidelijkheid over?

Antwoord: In de op 7 mei uitgekomen “begrotingscirculaire” van de provincie staat het volgende te lezen in onderdeel 2.4 Notitie incidenteel structureel. “Gemeenten mogen een deel van de algemene reserve gebruiken voor structurele kosten. De voorwaarden hiervoor staan in deze notitie. Ook het bestaande beleid over de inzet van reserves staat in de notitie. We adviseren gemeenten om dit vooraf met de toezichthouder te bespreken. Geef in uw begroting helder aan wanneer u gebruikmaakt van de mogelijkheid om een deel van de algemene reserve in te zetten. Neem deze ont trekking op in het verplichte overzicht van structurele reservemutaties en zorg voor een duidelijke toelichting. ➢

En als het door zou gaan, wat betekent dat dan concreet voor onze gemeente? Hoeveel geld zouden we dan structureel kunnen uitgeven?

Antwoord: Wanneer we op basis van de begroting 2024- jaarschijf 2024 kijken naar het surplus van de algemene reserve, dat deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit),

dan bedraagt dit bij een ratio van 1, € 12.351.000. Wanneer we hie r 10 % van nemen, dan is dit € 1.235.000. De solvabiliteit daalt dan van 27 % naar 26,7 %. Uiteraard moet dit bij een nieuwe begroting opnieuw berekend worden en hangt het e.e.a. samen met de hoogte van het surplus (en ook afgestemd worden wat door de provincie wordt gezien als surplus).

3.

We zien dat de inkomsten en taakstellingen steeds onvoorspelbaarder zijn. De VNG heeft

vorig jaar alle gemeenten opgeroepen om geen sluitende begroting te presenteren vanaf het jaar 2026. Met het raadsvoorstel willen we het uitgangspunt van een sluitende begroting vastleggen tot 2028. Een structureel sluitende begroting is het belangrijkste toetsingscriterium van de provincie als toezichthouder. ➢

Waarom kiezen we hier voor het jaar 2028? Is dat reëel als er zoveel onvoorspelbaar is?

Antwoord: Een begroting voldoet aan de criteria van de toezichthouder wanneer deze structureel en reëel in evenwicht zijn. Dit is het geval wanneer de begroting reëel is opgesteld en de structurele lasten in de begroting voor 2025 volledig worden gedekt door structurele baten of aannemelijk is gemaakt dat dit structurele evenwicht in later jaren (uiterlijk 2028) weer tot stand wordt gebracht.

➢

Weet het college of de provincie ondertussen anders is gaan kijken naar het principe van een sluitende begroting als we zien dat de inkomsten en taakstellingen steeds onvoorspelbaarder worden? En zo ja, wat is dan de visie van de provincie hierop?

Antwoord: Volgens de op 7 mei uitgekomen ”begrotingscirculaire” van de provincie kijkt de provincie niet anders naar haar toezichthoudende rol. Zij geven hierin nog steeds aan “Is uw begroting in 2025 niet structureel en reëel in evenwicht? Zorg er dan voor dat dit evenwicht op tijd wordt herstel d in de meerjarenraming, uiterlijk in 2028”. Daarnaast schrijven zij: “Door de daling van de algemene uitkering vanaf 2026 presenteren veel gemeenten een niet (structureel)sluitende meerjarenraming (2026 en 2027) bij de begroting 2024. Misschien geldt dit ook voor uw gemeente. Wij hebben als toezichthouder een onafhankelijke rol. Wij beoordelen uw begroting op basis van het wettelijke criterium van structureel en reëel evenwicht. Uw begroting 2025 moet dus structureel en reëel in evenwicht zijn als het laatste jaar van de meerjarenraming 2026-2028 dat niet is.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7973/documents/46916