2021-34 Onderzoeksrapport Pro Facto casus Rutgers.pdf
Tekst van het document
Mededeling van het college aan de gemeenteraad (2021-34)
Onderwerp: Portefeuillehouder: Datum:
Onderzoeksrapport Pro Facto casus Rutgers burgemeester Boumans 2 april 2021
Kennis te nemen van 1 Het rapport ‘Onverwerkt blusschuim; onderzoek naar het overheidshandelen in de casus Rutgers Milieu’ opgesteld door onderzoeksbureau Pro Facto uit Groningen. (bijlage) 2 Onderstaande reactie van het college op het rapport van Pro Facto.
Context Het inmiddels failliete bedrijf Rutgers B.V. had in 2010 slechts een vergunning gekregen voor de opslag van maximaal 10 ton blusschuim. Op het terrein stonden uiteindelijk 1.320 vaten (IBC’s) met PFOS-houdend blusschuimwater, waarvan een deel lekte. Inmiddels is het blusschuimwater uit de IBC’s in vier lekvrije silo’s overgepompt en zijn de IBC’s gedemonteerd en afgevoerd. De lekkage is hiermee gestopt. De gemeente onderzoekt op dit moment op welke manier het blusschuimwater definitief verwerkt kan worden en brengt in beeld hoe het terrein moet worden gesaneerd. Daarbij blijft de gemeente uitgaan van het principe dat de vervuiler moet opdraaien voor de gemaakte kosten.
Het college heeft in november 2020 onderzoeksbureau Pro Facto opdracht gegeven voor het doen van een onafhankelijk onderzoek naar het ontstaan van bovengenoemde situatie en de rol van het overheidshandelen hierin. Het college wilde hiermee inzicht krijgen in hoe de situatie heeft kunnen ontstaan en ook om er van te leren voor de toekomst. Een dergelijke situatie mag natuurlijk nooit meer gebeuren. Op donderdag 1 april heeft Pro Facto de resultaten van het onderzoek toegelicht aan uw Raad tijdens een informatieve bijeenkomst. Betrokken (semi-)overheidsorganisaties hebben inmiddels kennis genomen van het door Pro Facto opgeleverde onderzoeksrapport ‘Onverwerkt blusschuim’. Documentnummer: / 1484175 Inlichtingen bij: M. Weenink Telefoonnummer: (0314) 377 341 Pagina 1 van 3
Mededeling van het college aan de gemeenteraad (2021-34)
Kernboodschap Pro Facto trekt twee hoofdconclusies in haar rapport: in de eerste plaats was er sprake van een vergaande miskenning van de risico’s verbonden aan afvalverwerking in het algemeen en van de verwerking van brandblussers en blusschuim in het bijzonder. In samenhang daarmee ontbrak het aan de bestuurlijke wil en het ambtelijk vermogen om adequaat te handhaven. Hieronder leest u de reactie van het college op het onderzoeksrapport. Belangrijke lessen in rapport Pro Facto In het rapport zijn zes duidelijke oorzaken voor het ontstaan van de situatie aan het licht gekomen. Het college van Doetinchem is blij dat ze onderzoek heeft gedaan naar een kwestie die zo lang en zo ingewikkeld was. De eerste verantwoordelijkheid voor het ontstaan van de situatie lag én ligt uiteraard bij Rutgers Milieu B.V.. Maar we kunnen vaststellen dat er in het proces van vergunningverlening, het toezicht en de handhaving daarop door de diverse overheidsorganen zeker ook dingen mis zijn gegaan. Daar dragen wij als gezamenlijke overheden de verantwoordelijkheid voor. Een gezonde en veilige leefomgeving voor onze inwoners staat voorop. Binnen het stelsel van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) borgen we dit. In de casus Rutgers Milieu B.V. zijn we daarin duidelijk in tekort geschoten. Daarnaast ziet het college het rapport ook als positief.
Het rapport biedt de gezamenlijke overheidsorganisaties veel inzicht en handvatten voor de nodige verbeteringen. Het zijn immers conclusies die niet alleen voor deze casus gelden, maar waar we in ons totale VTHstelsel van kunnen en moeten leren. Daar kunnen we nu mee aan de slag. Aanpakken De verantwoordelijke overheden gaan op basis van de conclusies uit het rapport een plan van aanpak maken. Hierin komen maatregelen te staan die we nemen om herhaling te voorkomen. Via een voortgangsrapportage informeren wij u vervolgens over de voortgang van het plan van aanpak. We willen benadrukken dat er de afgelopen jaren – zeker na de oprichting van de omgevingsdiensten - al belangrijke verbeteringen zijn aangebracht in de VTH-processen. Deze verbeteringen bieden nu al meer garanties dat een casus zoals deze is ontstaan bij Rutgers Milieu, niet nog een keer ontstaat. Enkele belangrijke maatregelen die de afgelopen jaren zijn genomen zijn: De ODA heeft risico- en effectgerichte toezicht en handhaving in 2016 opgestart met de partners in de Achterhoek en aangevuld met branchegericht toezicht (meer gebruik maken van gebundelde kennis). Het vierogenprincipe is door de ODA ingevoerd in de processen rondom vergunningverlening, toezicht & handhaving moet voorkomen dat er een verkeerde inschatting gemaakt wordt.
Daarnaast heeft de ODA roulatie van toezichthouders ingevoerd zodat oude patronen niet automatisch in stand blijven. De Oda is een belangrijk kennispunt op het gebied van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)en levert sinds 2019 de projectleider en vakinhoudelijke kennis voor een landelijk project ZZS.
Documentnummer: / 1484175 Inlichtingen bij: M. Weenink Telefoonnummer: (0314) 377 341 Pagina 2 van 3
Mededeling van het college aan de gemeenteraad (2021-34)
In het op te stellen plan van aanpak worden voostellen gedaan voor verbetering om invulling te geven aan de lessen uit dit rapport, aanvullend op de al ingevoerde verbeteringen. Daarbij zullen ook prioriteiten voorgesteld worden die gericht zijn op de grootste risico’s bij alle betrokken overheden. Ook de bestuurlijke agendering moeten we verbeteren. In onze eigen ambtelijke organisatie moeten de vakdiscipline milieu op strategisch- en beleidsniveau geborgd worden. Milieu moet als thema nevengeschikt zijn aan andere beleidsterreinen. Vervolg Zoals aangegeven werken de betrokken overheidsorganisatie een plan van aanpak uit. Dit doen zij – waar nodig – in nauwe samenwerking met o.a. ministerie en Waterschap Rijn & IJssel. U wordt op de hoogte gehouden van belangrijke vervolgstappen of besluiten door het college in deze zaak.
Documentnummer: / 1484175 Inlichtingen bij: M. Weenink Telefoonnummer: (0314) 377 341 Pagina 3 van 3