17-10-2024 Beantwoording technische vragen over wijzigingsbesluit omgevingsplan.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen GBD over wijzigingsbesluit Omgevingsplan Doetinchem In het document ‘Wijzigingsbesluit omgevingsplan 2024-1G’ wordt er bij artikel 5.8 gesproken over verboden gebruik van bouwwerken. Hierbij zijn een aantal zaken opgesomd die worden gekwalificeerd als ‘verboden gebruik’ Ik zie dat hierbij wel de seksinrichting wordt genoemd, maar andere inrichtingen die een schaarse vergunning hebben zoals een coffeeshop, worden hierin niet benoemd. 1. Zijn de andere inrichtingen met schaarse vergunningen bewust niet toegevoegd aan artikel 5.8 door het college? Indien ja, wat is hier de reden van. Indien nee, wat is hier de reden van? Ja, dit is een bewuste keuze. Inrichtingen met schaarse vergunningen (zoals coffeeshops) worden niet in artikel 5.8 van het omgevingsplan genoemd omdat de regulering van deze inrichtingen niet via het omgevingsplan wordt geregeld, maar via andere (wettelijke) kaders. Het Nederlandse gedoogbeleid rondom softdrugs is vastgelegd in de Opiumwet. Hoewel de verkoop van softdrugs officieel verboden is, wordt deze onder strikte voorwaarden gedoogd. Aangezien de verkoop van softdrugs officieel bij wet verboden is, is het niet nodig om een verbod expliciet op te nemen in het omgevingsplan. Omgekeerd geldt dat de verkoop van softdrugs vanwege de wettelijke beperkingen niet kán worden toegestaan in het omgevingsplan.
De toepassing van het gedoogbeleid wordt in de gemeente Doetinchem geregeld met behulp van de voorschriften uit de ‘Uitvoeringsnota drugsbeleid gemeente Doetinchem 2016’. 2. Wat betekent het precies in de uitvoering wanneer we de andere schaarse vergunningen niet opnemen in dit artikel? Het niet opnemen van coffeeshops of andere inrichtingen met schaarse vergunningen in artikel 5.8 van het omgevingsplan heeft tot gevolg dat de regulering van deze inrichtingen primair plaatsvindt via de specifieke wetgeving die daarop van toepassing is (zoals de Opiumwet) en de gemeentelijke beleidsdocumenten (zoals de Uitvoeringsnota drugsbeleid). Het omgevingsplan is gericht op de fysieke leefomgeving en biedt geen ruimte om afwijkende regels te stellen voor zaken die al wettelijk zijn geregeld of waarvoor gedoogbeleid geldt. Dit betekent dat handhaving en regulering van deze inrichtingen zullen worden uitgevoerd op basis van het bestaande drugsbeleid en niet via ruimtelijke bepalingen in het omgevingsplan.