14.2 KBD Doetinchem, 21-11-2024, adviesrapport klankbordgroep beoogd windpark Doetinchem.pdf
Tekst van het document
4.3 Stand van zaken gezondheidsonderzoeken De KBG merkt dat er momenteel door verschillende partijen wordt aangegeven dat er recentelijk onderzoek is uitgevoerd naar de negatieve effecten op de volksgezondheid door windturbines en met de beoogde wijziging van de geluidsnormen in de Omgevingswet hier rekening mee is gehouden. Dit geschetste beeld klopt niet. Voor de aanpassingen in de Omgevingswet is door ingenieursbureau Arcadis een onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek heeft betrekking op geluid en slagschaduw. Hierin is gezondheid niet meegenomen, dit behoort ook niet tot de expertise van Arcadis. In de brief van wethouder Steintjes “Toezegging beeldvormende raad van 10 oktober 2024 bij de begroting gD 2025, 15-10-2024” is aangegeven dat het “Rijk geen reden ziet om de uitkomsten van alle gezondheidsonderzoeken af te wachten”. En dat kennis te vinden is op het Expertisepunt windenergie en gezondheid | RIVM (onderdeel hier ook van Windturbines en gezondheid | RIVM). De volledige brief van de wethouder is opgenomen in bijlage 2. De KBG vindt het bijzonder dat de wethouder in de brief zo kort is, terwijl als je inhoudelijk doorleest op de website van het RIVM wel degelijk aangegeven wordt dat vervolgonderzoek nodig is. In de volgende paragraaf meer hierover.
De KBG betreurt het dan ook dat in deze brief geen enkele verantwoordelijkheid of notie van de zorg richting de omwonenden wordt benoemd. De KBG gaat ervan uit dat met de inhoudelijke beschouwing over het mogelijk te realiseren windpark, wel degelijk de zorgen en belangen van de omwonenden serieus worden genomen. De gemeente Doetinchem heeft hierin haar verantwoordelijkheid naar haar inwoners, het is te makkelijk om maar gewoon te verschuilen achter de huidige normen van het Rijk.
23
4.4 Advies RIVM uit te voeren onderzoek Op de website van het RIVM staat onder het deel vervolgonderzoek aangegeven dat in verband met de toename van het aantal windmolenparken in Nederland vervolgonderzoek zinvol is omdat kennis ontbreekt, zie ook bijlage 3. Een verkenning van de onderzoekopties is weergegeven op https://www.rivm.nl/publicaties/verkenning-van-opties-voor-gezondheidsonderzoek-rond-windturbines In opdracht van het ministerie van EZK en I&W voert het RIVM een onderzoek blootstelling-responsrelatie windturbinegeluid en hinder en slaapverstoring uit, bijlage 4. Dit onderzoek loopt nog en de resultaten hiervan worden in 2026 verwacht. Bron: website RIVM Onderzoek naar de blootstelling-responsrelatie windturbinegeluid en hinder en slaapverstoring | RIVM. Dit belevingsonderzoek moet in eerste instantie een antwoord geven op de vraag hoeveel hinder en slaapverstoring mensen ervaren door geluid van windturbines. Maar ook andere geluidaspecten zoals laagfrequent geluid worden in de vragenlijst meegenomen. Daarnaast is er ook aandacht voor andere factoren zoals bezorgdheid, zelf-gerapporteerde gezondheid, de invloed van licht (knipper-, signaalverlichting) en horizonvervuiling van windturbines. In dit onderzoek gaat het RIVM de relatie vaststellen tussen de blootstelling aan geluid door windturbines en de mate van hinder of slaapverstoring.
Dit heet een blootstelling-responsrelatie (BR-relatie) en heeft als doel om in te schatten hoeveel effect het geluid van windturbines heeft. Met behulp van berekeningen wordt vastgesteld hoeveel geluid er op de gevel komt. Momenteel loopt er dus nog een onderzoek waarvan de resultaten ook binnen afzienbare tijd beschikbaar zijn. Het traject van het beoogde windpark loopt al enige tijd. Waarbij door de KBG-leden een enorme inspanning (tijdsbesteding, energie etc. is geleverd). De KBG adviseert dan ook nadrukkelijk aan Greentrust, Landgoed Keppel en de gemeente Doetinchem om de uitkomsten van dit onderzoek af te wachten. Aan de gemeente Doetinchem geeft de KBG mee dat meerdere gemeenten terughoudend zijn in de ontwikkeling van windparken zo dicht bij woningen, omdat wel degelijk ingezien wordt dan dit een onomkeerbare, ongewenste situatie is zolang niet duidelijk is wat de effecten van windturbines op de omwonenden zijn. Het betreft een beperkte periode waarin pas op de plaats gemaakt moet worden. Zeker als je dit afzet tegen de exploitatieperiode van 20 tot 30 jaar waarvoor een windpark wordt gerealiseerd. De keuze die nu gemaakt wordt heeft daarom een effect over een enorm lange periode op een groot gebied van gemeente Doetinchem en mogelijk de gemeente Bronkhorst.
Als er nu een definitieve goedkeuring wordt gegeven aan het principeverzoek van Greentrust kan deze niet meer ingetrokken worden. Het is daarom te makkelijk als de gemeente Doetinchem zich verschuilt achter de aangepaste normen. Het is veel krachtiger als de gemeente haar inwoners durft te beschermen door pas een besluit te nemen wanneer de gezondheidsonderzoeken zijn afgerond.
4.5 Voorzorgbeginsel Zolang er uit wetenschappelijk onderzoek, dat representatief is voor de Nederlandse dicht bebouwde omgeving en effecten van windturbines met een hoogte van circa 250 meter, niet blijkt dat er geen gezondheidsschade door windturbines bij de omwonenden optreedt; doet de KBG een beroep op zowel de gemeenteraad van Doetinchem, het college als Landgoed Keppel/Greentrust om vanuit het voorzorgsbeginsel geen windturbines te plaatsen in het beoogde gebied. Het voorzorgsbeginsel is één van de belangrijkste rechtsbeginselen in het Europese recht en werkt door in het nationaal recht. Dit beginsel houdt in dat bepaalde handelingen niet worden verricht indien de mogelijkheid bestaat dat dit schade veroorzaakt aan de volksgezondheid. Uit het advies van het RIVM, de diverse hinderaspecten zoals beschreven in dit rapport en ook de serieuze ervaringsverhalen van omwonenden bij windparken in Nederland blijkt dat het hanteren van het voorzorgsbeginsel een logische maatregel is. Het blijkt ook dat steeds meer gemeenten en provincies deze stap aan het nemen zijn.
24
Uitgaande van bovenstaande, het voorzorgbeginsel en de motie van de gemeenteraad Doetinchem om geen onomkeerbaar besluit te nemen is de KBG van mening dat er nu geen principeverzoek van Greentrust in behandeling kan worden genomen.
25
5 Geluid 5.1 Samenvatting hoofdpunten geluid
Bij meerdere windturbines blijkt dat omwonenden overlast ervaren van het geluid; ultrasoon en laagfrequent geluid dat windturbines produceren. Er zijn meerdere aspecten die zorgen voor het ontstaan van deze problematiek, waaronder het bronvermogen van de turbines, geluid als gevolg van draaiende wieken, het te dichtbij plaatsen van windturbines bij gevoelige objecten zoals woningen (in Nederland is een afstand van 400 tot 500 meter mogelijk, met turbines van zo’n 240 meter hoogte!!!). Zeker gezien het continue karakter van geluiduitstraling van windturbines is deze geluidsbron niet te vergelijken met weg- of treinverkeer dat niet continu is, en in de nachtsituatie veel rustiger tot nauwelijks aanwezig is. Windturbines draaien continu bij wind en juist in de nachtsituatie. Laagfrequent en ultrasoon geluid worden vaak genoemd als één van de oorzaken van gezondheidseffecten van windturbines. Dit geluid is dan ook één van de zorgen die wij als KBG en omwonenden hebben. Laagfrequent en ultrasoon geluid draagt veel verder en wordt door haar golflengte ook niet tegengehouden door muren en isolatie. Hierdoor is dit geluid binnen goed hoorbaar en valt het in de nachtsituatie waarbij maskering door achtergrondgeluid wegvalt veel meer op. Doordat dit geluid door bouwkundige constructies heengaat, zijn omwonenden in de nabijheid moeilijk tot niet zijn te beschermen.
Een andere oorzaak van de hinder is dat er een maximum grenswaarde geldt op basis van een jaargemiddelde. Hogere storende geluidwaarden komen met regelmaat voor en vallen doordat de grenswaarde een jaargemiddelde betreft op jaarbasis weg. Dit is een vreemde situatie omdat niets aan de hinder bij hogere waarden gedaan kan worden. Ook door de Wereldgezondheidsorganisatie is aangegeven dat er voor een veilige grenswaarde in de nachtsituatie niet voldoende kwalitatief onderzoek is gedaan, waardoor zij hiervoor geen advieswaarde hebben afgegeven. Het jaargemiddelde zorgt er verder voor dat het bevoegd gezag moeilijk kan handhaven. Hiervoor is het namelijk nodig om een jaar rond te meten om te kunnen controleren of de grenswaarde wordt overschreden. Hierna kan pas handhavend worden opgetreden.
26
5.2 Voorbehoud bij geluid De onderwerpen geluid en slagschaduw vragen om een aanvullende toelichting voordat de KBG hier inhoudelijk advies over kan geven. Er lopen namelijk een aantal onderzoeken naar de effecten van windturbines op omwonenden voor deze twee onderwerpen. Deze onderzoeken zijn door de Raad van State 1 en door de Tweede Kamer2 afgedwongen. Als gevolg hiervan mag momenteel het Activiteitenbesluit, waarin de grenswaarden voor geluid en slagschaduw staan beschreven, niet worden gehanteerd. Vanuit de gemeente Doetinchem, heeft wethouder Steintjes aan de KBG toegezegd geen eigen normen te laten opstellen en te wachten op de uitkomsten van de landelijke onderzoeken, met daaruit volgende normstellingen. Sinds eind 2023 is er een ontwerpversie van het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit (Besluit windturbines leefomgeving) beschikbaar. Zoals aangegeven is dit een ontwerpversie en kunnen deze nog gewijzigd worden. Deze besluiten liggen ter inzage zodat partijen hier nog een zienswijze op kunnen indienen. De KBG heeft geen nieuwere informatie dan dat dit nog steeds het geval is en heeft geen informatie kunnen vinden wanneer de Besluiten definitief worden en wettelijk zijn aangestuurd door de Omgevingswet.
In het Raadsvoorstel RES1.0 Achterhoek heeft de Raad het college opdracht gegeven om “bij de hiervoor genoemde uitwerkingspunten rekening te houden met de recente uitspraak van de Raad van State over de Nederlandse normen voor geluid, slagschaduw en veiligheid voor het plaatsen van windmolens.” Ook heeft de Gemeenteraad een motie aangenomen om géén onomkeerbare besluiten te nemen zolang er geen landelijke normen zijn vastgesteld. En dit betreft ook normen met betrekking tot geluid en slagschaduw. Omdat het wijzigingstraject van de regelgeving nog niet is afgerond en in de onderzoeken aspecten als laagfrequent geluid en gezondheid nog niet zijn meegenomen, maakt de KBG in het voorliggende advies het voorbehoud, dat naar aanleiding van de uitkomsten die mogelijk nog volgen, maar ook als gevolg van nieuwe kennis en inzichten (wij zijn immers geen professioneel deskundigen op dit gebied) ons advies bijgesteld kan worden. Door wethouder Steintjes is aan ons ook aangegeven dat dit ons volste recht is.
1
In 2021 heeft de Raad van State in het Nevele arrest een uitspraak gedaan dat voor de geluidsnormen in het activiteitenbesluit onvoldoende onderzoek is uitgevoerd of deze wel voldoende bescherming bieden aan omwonenden. Naar aanleiding hiervan moet de Rijksoverheid een PlanMER onderzoek doen. Hiervoor is 22 december 2021 de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor het PlanMER Windturbinebepalingen Leefomgeving gepubliceerd. Hierop is door diverse partijen, waaronder ook adviesbureau DGMR een zienswijze ingediend. De NRD is of wordt momenteel aangepast. Zover wij weten moeten de verdere PlanMER onderzoeken nog uitgevoerd worden. 2
Op 15 juni 2021 is met ruime meerderheid (133 voor) de Motie Erkens en Leijten aangenomen in de Tweede kamer. Deze motie schrijft voor dat er aanvullend onderzoek verricht moet worden naar de ‘effecten van windturbines op gezondheid en leefkwaliteit van omwonenden’. Omdat: -
RIVM heeft aangegeven dat aanvullend onderzoek naar gezondheidseffecten van windmolens op land nodig is. Andere landen strikte en strengere afstandsnormen hanteren voor windmolens op land.
Waarbij de resultaten ook in de RES’n worden meegenomen. Stand van zaken: Door Arcadis is een onderzoeksrapport opgeleverd in april 2022. Dit onderzoek richt zich echter niet op de gezondheidseffecten. Hiervoor is nog onderzoek nodig. Door adviesbureau DGMR is een second opinion geschreven n.a.v. het onderzoek van Arcadis. DGMR geeft onder meer aan dat het Arcadis onderzoek maar een gedeelte van de vraag uit de motie beantwoordt. Gezondheid en leefkwaliteit zijn slechts beperkt in beeld gebracht. Er wordt door Arcadis ook erkend dat hiervoor uitvoerig onderzoek nodig is. In de 2nd opinion van DGMR worden verder diverse adviezen meegenomen voor onder andere slagschaduw, laagfrequent/ultrasoon geluid. Het is ons op dit moment nog niet bekend wat het verder onderzoekstraject is.
27
5.3 Geluid regelgeving en advies 5.3.1 Probleemstelling Ten aanzien van windturbine geluid is veel te doen in de landelijke politiek, lokale politiek, media en vooral van bezorgde omwonenden. Bij meerdere windturbines blijkt dat omwonenden overlast ervaren van het geluid, ultrasoon en laagfrequent geluid dat windturbines produceren. De negatieve gezondheidseffecten worden door het RIVM nader onderzocht, zie hiervoor hoofdstuk 4 van dit rapport. Er zijn meerdere aspecten die zorgen voor het ontstaan van deze problematiek, waaronder het bronvermogen van de turbines, geluid als gevolg van draaiende wieken, het te dicht in de buurt plaatsen van windturbines bij gevoelige objecten zoals woningen (in Nederland is een afstand van 400 tot 500 meter mogelijk) etc. Het laagfrequent en ultrasoon geluid gaat door bouwkundige constructies heen, waardoor omwonenden in de nabijheid moeilijk tot niet zijn te beschermen. Een andere oorzaak van de hinder is dat er een maximum grenswaarde geldt op basis van een jaargemiddelde. Zowel in het oude Activiteitenbesluit als in de concept Besluiten is dit het geval. Dit maakt het voor het bevoegd gezag moeilijk om te kunnen handhaven omdat bij geluidhinder eerst een jaarlang op diverse locaties gemeten moet gaan worden, om vast te kunnen stellen dat het windpark in overtreding is. Hierna kan er pas handhavend kan worden opgetreden.
Daarnaast zal nagedacht moeten worden wat nog meer vastgelegd moet worden, zodat het bevoegd gezag ook bij andere hinderbeleving, zoals bijvoorbeeld als gevolgen van defecten of fabricagefouten, kan handhaven en de betreffende windturbine kan stilzetten. Bij diverse gemeenten is gebleken dat dit niet voldoende is vastgelegd.
5.3.2 Advies Wereldgezondheidsorganisatie WHO In 2018 is door de Wereldgezondheidsorganisatie WHO het rapport “Environmental Noise Guidelines for the European Region” opgesteld waarin ook windturbine geluid aan de orde wordt gesteld. In figuur 5.1 zijn de aanbevelingen van de WHO aangegeven. Wat hierin opvalt is dat er geen aanbeveling gedaan wordt voor een geluidniveau in de nacht. Uit de beschikbare onderzoeken waaruit moet blijken welk geluidniveau acceptabel is om de gezondheid van mensen te beschermen kan geen conclusie worden getrokken omdat de kwaliteit van deze onderzoeken te laag blijkt.
Figuur 5.1: aanbeveling WHO windturbine geluid (bron: WHO). Link naar het rapport: Environmental noise guidelines for the European Region: executive summary
28
Hierbij is het goed om te realiseren dat bij die normstelling door de WHO ervan uitgegaan wordt dat 8 tot 10% van de mensen dan nog steeds overlast ervaart. Wat nog steeds een enorm aantal mensen betreft. Dit zal in de praktijk betekenen dat de direct omwonenden nog steeds hinder zullen ervaren.
5.3.3 Installatiegeluid Omgevingswet – Besluit Bouwwerken Leefomgeving Met het steeds vaker toepassen van airco- en warmtepompinstallaties in de woningbouw is ter bescherming van omwonenden in juni 2020 het Bouwbesluit aangepast. Hierin is een grenswaarde van maximaal 40 dB opgenomen voor het installatiegeluid van dit soort installaties, gemeten op de perceelgrens. Dit is een werkelijk moment maximum en niet een maximum gemiddelde over een bepaalde tijdsduur. In de huidige Omgevingswet is deze eis nu opgenomen in artikel 4.107 van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving 3. In de Omgevingswet en Woningwet wordt dus al sinds 2020 onderkend dat een gemiddeld maximum over een bepaalde tijdsduur niet voor bescherming zorgt.
5.3.4 Advies geluid windturbines In de conceptversie van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving is in artikel 5.74 (windturbines en windparken) opgenomen dat dit artikel als volgt komt te luiden: 1.
2.
Een omgevingsplan dat het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark toelaat, bevat als waarde standaardwaarde 45 Lden en 39 Lnight voor het toelaatbare geluid door de activiteit op een geluidgevoelig object4. In afwijking van het eerste lid kan het omgevingsplan hogere of lagere waarden bevatten. Een hogere waarde is niet hoger van de grenswaarde 47 Lden en 41 Lnight. Het omgevingsplan kan alleen een lagere waarde bevatten als dat gelet op de cumulatie met het geluid van een andere windturbine of ander windpark of als dat gelet op de bijzondere aard van het gebied aangewezen is.
De KBG adviseert met onderstaande redenen naar de situatie en ligging van het beoogde windpark te kijken. Het gebied waar men dit windpark wil aanleggen is gelegen: - Het is een stil buitengebied en zeker in de nachtsituatie een zeer rustig gebied, heel anders qua nachtgeluiden dan dichter in de stad, bij snelweg of andere geluidsbronnen. Dit zorgt ervoor dat geluid van de windturbines overdag nauwelijks en 's nachts in zijn geheel niet wordt gemaskeerd door omgevingsgeluid. Het effect hiervan is dat er sneller geluidhinder wordt ervaren door omwonenden. - Ook uit de rapportage van het tussentijds rapport RES 1.0 blijkt dat dit gebied niet goed scoort. Het gebied blijkt echter toch meegenomen te zijn omdat er vanuit Landgoed Keppel/Greentrust al een initiatief loopt. - Voor het beoogde windpark zal accumulatie van de windturbines meegenomen moeten worden. Waarbij dit geldt voor: • Windturbines binnen het beoogde windpark Doetinchem; • Het reeds gerealiseerde windpark bij Angerlo; • In gemeente Bronckhorst is het aanpalende langs de Oude IJssel gebied het westen van de Wehlse wijk (Wehlsedijk) en ten noorden van de Eldrikseweg aangewezen als zoekgebied voor een windpark. • Eventueel beoogde ontwikkelingen met betrekking tot windturbines die hier invloed op hebben en die wij niet kennen. De KBG wil dan ook graag inzage in het effect hiervan.
3
Eis BBL geluid op perceelgrens installaties: wetten.nl - Regeling - Besluit bouwwerken leefomgeving - BWBR0041297 (overheid.nl)
4 geluidgevoelig object: dit zijn onder andere woningen.
29
5.4 Laagfrequent geluid en ultrasoongeluid 5.4.1 Zorg omwonenden Laagfrequent geluid en ultrasoongeluid worden vaak genoemd als een van de oorzaken van negatieve gezondheidseffecten van windturbines (zie ook hoofdstuk 4). Dit geluid is dan ook één van de zorgen die de KBG en omwonenden hebben. Laagfrequent en ultrasoongeluid draagt heel ver en wordt door haar golflengte ook slecht tegengehouden door muren en isolatie. Hierdoor is dit geluid binnen goed hoorbaar of voelbaar en valt het in de nachtsituatie waarbij maskering door achtergrondgeluid ontbreekt veel meer op. In de betreffende woonomgeving is het ’s nachts immers behoorlijk stil in onze woonomgeving. Er zijn meerdere voorbeeldsituaties waar leden van de KBG dit zelf hebben ondervonden als gevolg van apparaten in de buurt zoals airco units en warmtepompen. Op de website van het RIVM wordt ook uitleg gegeven over dit type geluid en hinder hiervan. Hier zijn ook diverse voorbeeld bekend. In bijlage 5 staat de verwijzing en een aantal teksten die zijn overgenomen van de RIVM-website.
Als u deze heeft gelezen hebt zult u begrijpen dat de KBG zich terecht zorgen maakt en dat alles in het werk gesteld moet worden, niet alleen door de gemeente Doetinchem vanuit hun zorgplicht maar ook door Greentrust en Landgoed Keppel vanuit Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, om de gezondheid en hinderbeleving van de omwonenden maximaal te beschermen. Zeker gezien het continue karakter van geluiduitstraling van windturbines is deze geluidsbron niet te vergelijken met weg- of treinverkeer dat niet continu is, en bovendien in de nachtsituatie veel rustiger tot nauwelijks aanwezig is. Windturbines draaien continu bij wind en juist in de nachtsituatie.
5.4.2 Laagfrequent geluid, ultrasoon geluid van windturbines en wetgeving Het geluid dat een windturbine uitstraalt naar de omgeving bevat een deel laagfrequent geluid en ultrasoon geluid. In Nederland is helaas geen specifieke wetgeving aan dit geluid om omwonenden te beschermen. In Denemarken is dit bijvoorbeeld wel het geval. In Nederland zijn alleen eisen voor de totale hoeveelheid hoorbaar geluid gesteld. Dit is vreemd omdat laagfrequent en ultrasoon geluid veel verder draagt dan de hogere geluidsfrequenties, ook slecht tegengehouden wordt door gevels en negatieve effecten in wetenschappelijke studies zijn bewezen. Er worden in Nederland soms wel richtlijnen gehanteerd zoals de VROM-richtlijn – Vercammen curve. Waarbij de vraag is of deze reëel toepasbaar zijn voor windturbinegeluid.
30
6 Slagschaduw 6.1 Reikwijdte slagschaduw beoogd windpark Slagschaduw is de schaduw die ontstaat als gevolg van de zon die tegen de wieken van de windturbines schijnt. Omdat windturbines draaien ontstaat er daarom een bewegende schaduw. Een continu bewegende schaduw in je woning en daarbuiten wordt door omwonenden als zeer hinderlijk ervaren. De hinderbeleving is wezenlijk anders dan van een stilstaande schaduw. Het bereik van de schaduw van windturbines met de beoogde hoogte van 250 meter bestrijkt een enorm groot gebied. Tot de rand van Doetinchem (Keppelseweg/Den Ooijman), Langerak en Laag-Keppel. In de afbeelding (figuur 6.1) is dit zichtbaar door middel van de groen en geel gekleurde arceringen. De KBG heeft dit visueel laten maken, waarbij de posities van de windturbines gekozen zijn op basis van de door Greentrust aangeleverde mogelijke opstellingsplaatsen. De negatieve impact op de leefomgeving van dit soort enorme industriële windturbines is dan ook gigantisch. Uiteraard is het exacte hindergebied afhankelijk van de posities die mogelijk aangehouden gaan worden. Opstelling indicatief
Variant 5 windturbines Figuur 6.1: slagschaduw bereik bij een opstelling van 5 windturbines, tiphoogte 240 meter.
(bron: KBG)
31
7 Obstakelverlichting Op hoge objecten zoals windturbines is het verplicht om obstakelverlichting te plaatsen. Zodat de hoge objecten goed zichtbaar zijn voor de luchtvaart. Deze verlichting bestaat overdag uit felle witte lichten en in de avond-/nachtsituatie uit felle rode lichten. Doordat deze lichten zo fel zijn, zijn deze niet alleen storend voor de omwonenden maar ook voor mensen die verder weg wonen. Daarnaast is het ook een vorm van horizonvervuiling. Wanneer je onder meer vanuit Doetinchem De Huet naar Wehl rijdt zijn de obstakelverlichtingen van de windturbines in Angerlo en zelfs bij de vuilverbranding in Duiven goed zichtbaar. Dit is al een ongewenste situatie. De beoogde windturbines langs de Oude IJssel staan nog dichterbij voor de bewoners van Doetinchem, Wehl, Langerak en Laag-Keppel en zullen dat dus nog meer als ongewenst ervaren.
32
8 Landschappelijke inpassing Windturbines van 230-250 m hoogte passen niet in het beoogde gebied met landgoederen, het landschap en stroomgebied van de Oude IJssel, rijksmonumenten woonwijken en landschappelijke inpassing is daardoor niet mogelijk. De oproep aan de gemeente is om te kijken naar andere locaties met minder impact op het landschap bijvoorbeeld bij snelwegen of op en nabij industrieterreinen.
De KBG acht het beoogde gebied niet geschikt omdat het om een waardevol landschap gaat met hoge natuuren landschappelijke waarden zoals het eeuwenoude landgoed met rijksmonumenten, motte de Barlham en het beschermde dorpsgezicht van Laag-Keppel. De grote natuurwaarden en de argumenten waarom het windpark niet past in het geoogde gebied, staat beschreven in hoofdstuk 6 Effecten van het voorgestelde windpark op de natuur. Windturbines van 230-250 meter hoog zijn landschappelijk niet inpasbaar en geven veel verstoringen in het landschap (Zie de foto op de voorkant van dit rapport en Figuur 8.1). Deze passen niet in het Achterhoekse coulissen landschap en bovendien zijn andere delen van Nederland en de Noordzee meer geschikt in verband met hogere windsnelheden. De Achterhoek is een regio met aandacht en waardering voor de menselijke maat. De regio scoort hoog op brede welvaart waarbij inwoners veel waarde hechten aan gezondheid, landschap en woonomgeving. Het is ook niet voor niets dat er hevige protesten zijn in de hele Achterhoek tegen de komst van windturbines. Dat is niet omdat Achterhoekers tegen duurzaamheid zijn. Integendeel! Zij beschermen hetgeen de Achterhoek zo bijzonder maakt in Nederland: ons unieke coulisselandschap.
Figuur 8.1. Visualisatie van het zichtveld in combinatie met de natuurlijke omgeving.
Ook het economisch belang voor toerisme zal ernstig worden geschaad. De plannen zijn in tegenspraak met de plannen voor het opwaarderen van de Oude IJssel voor meer toerisme en recreatie. Ook de landschappelijke en recreatieve waarden van het naastgelegen recreatiegebied Wehlse Broeklanden zullen door de windturbines ernstig worden geschaad. 33
De KBG adviseert de keuze van de gemeente voor de beoogde locatie van een eventueel windpark niet aan het initiatief van Landgoed Keppel of de markt over te laten, maar plaats te laten vinden op basis van een integrale maatschappelijke afweging. Bij die afweging moeten alle potentiële zoekgebieden betrokken worden. Ook in de RES zijn diverse zoekgebieden gekwalificeerd als meer of minder gunstig en daarbij kwam dit gebied langs de Oude IJssel als een ongeschikt gebied naar voren. Windturbineparken zouden gerealiseerd moeten worden op plaatsen waar de landschappelijke impact geringer is dan in het gebied langs de Oude IJssel, b.v. langs (snel)wegen en in industriële gebieden, waardoor overlast op woongebieden en natuur- en recreatiegebieden geminimaliseerd wordt. Bij plaatsing op of nabij industrieterreinen wordt stroom opgewekt waar het ook direct wordt afgenomen en daarmee wordt het elektriciteitsnet minder belast en netcongestie tegengegaan. Een bestemmingplan voor gronden binnen de Groene Ontwikkelzone maakt geen nieuwe grootschalige ontwikkeling mogelijk die leidt tot een significante aanpassing van de kernkwaliteiten. Alternatieve locaties moeten eerst onderzocht worden. Vanuit de nabijgelegen woonwijk De Huet gezien zullen de 230-250 meter hoge windturbines ver boven de woningen uitsteken en een industriële uitstaling aan de woonwijk geven (figuur 8.2).
Door hun beweging zullen ze ook doordringend de aandacht vragen
Figuur 8.2. Visualisatie van het zichtveld vanuit de woonwijk De Huet
34
9 Juridisch Advies De KBG heeft juridisch advies ingewonnen over het initiatief van Landgoed Keppel en de projectontwikkelaar Greentrust om winturbines te plaatsen in een gebied dat valt onder wettelijke natuurbescherming en dat ook zeer nabij een woonwijk ligt. De geconsulteerde jurist geeft het volgende aan: •
Het gebied is ongeschikt vanwege onder andere de negatieve effecten op de natuur in de omgeving. Er is onvoldoende aandacht voor alternatieve locaties. Ook uit diverse rapporten blijkt dat deze plek niet geschikt is. Uitgangspunt bij Ruimtelijk ordening: als je iets wilt moet je naar locaties kijken en afwegingen maken welke waarom meest geschikt. De omgevingswet geeft aan “evenwichtige toedeling van functies aan locaties” (ETFAL*). Hier is het andersom: Iemand komt met een verzoek (Landgoed/ Greentrust) maar dat is geen onderbouwing waarom de plek geschikt is. Het uitgangspunt moet zijn: De gemeente wil een windpark, waar kan dat, welke plek is passend, en meer alternatieve locaties onderzoeken. *Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Eerder zijn er al artikelen online gekomen over de mogelijkheden voor (bouw)initiatieven en het vergunningsvrij bouwen onder de Omgevingswet. Daarbij is het criterium van een “evenwichtige toedeling van functies aan locaties” (hierna: ETFAL) al kort aan bod gekomen. De voorzieningenrechter heeft op 11 april 2024 voor het eerst getoetst aan dit criterium. Daarmee wordt de invulling van dit open begrip duidelijker. Artikel 4.2, eerste lid van de Omgevingswet bepaalt dat gemeenten ervoor moeten zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Daarbij moet rekening worden gehouden met alle betrokken belangen. In vergelijking met het vorige recht is ETFAL het vervolg op het criterium van een goede ruimtelijke ordening uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Wetgeschiedenis ETFAL is een open norm en bevat dus geen limitatieve lijst. Dat maakt het lastig om precies te begrijpen wanneer daarvan sprake is en hoe de rechter daaraan toetst. Uit de wetgeschiedenis kan in ieder geval worden gehaald dat ETFAL een bredere strekking heeft dan het oude criterium. Volgens de wetgever gaat het namelijk om de gehele fysieke leefomgeving. Het verouderde vereiste van een goede ruimtelijke ordening zag alleen op “ruimtelijk relevante motieven”. Aldus wordt met de bredere strekking voornamelijk gedoeld op “niet-ruimtelijke motieven”. Rb Gelderland, 11 april 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:2126 Inmiddels zijn er drie uitspraken geweest, alle drie van de Rechtbank Gelderland, over de toetsing van een BOPA aan ETFAL. In die uitspraken wordt die open norm dus ingevuld. Dankzij deze uitspraken weten we nu dat (sociale) veiligheid, overlast, effecten op toerisme en natuur en aangedragen alternatieve locaties allemaal omstandigheden zijn die moeten worden meegewogen bij de beoordeling van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dat is niet anders dan bij het vorige criterium.
Wel is de nieuwe open norm voor het eerst ingekleurd en zullen er ongetwijfeld meer uitspraken volgen. Bij een evenwichtige toedeling van functies zou het voor de hand liggen dat gemeente Doetinchem zelf onderzoek zou doen naar geschikte locaties.
•
De motieven initiatiefnemer Landgoed Keppel zijn tweeslachtig: Enerzijds vindt het Landgoed, natuurbescherming, cultuurhistorie, en beschermd dorpsgezicht van belang. En heeft het voor elkaar gekregen dat het reeds aangelegde fietspad een omleiding kreeg t.b.v. een stiltegebied. Anderzijds geeft het Landgoed als motief voor windpark dat de inkomsten nodig zijn voor onderhoud van het landgoed. Het Landgoed ontvangt echter voor dit onderhoud reeds veel subsidies en valt onder de natuurschoonwet met veel fiscale voordelen.
35
10 Ervaringen KBG-proces en oproep aan gemeenteraad De KBG heeft een aantal negatieve ervaringen opgedaan tijdens het hele voorgaande traject en het participatieproces; gemis aan transparantie waarbij het gevoel ontstaat dat er is getrechterd naar een einddoel (een fuik). Onderstaand enkele voorbeelden hiervan. •
•
•
•
•
Het concept deeladvies "Natuur" als onderdeel van het rapport is tussentijds door de gemeente Doetinchem gedeeld met de provincie Gelderland, RES en via RES ook met o.a. Alliander. Ondanks het feit dat er duidelijke afspraken zijn gemaakt met de KBG, de gemeente Doetinchem en Greentrust dat dit rapport vertrouwelijk aan hen ter inzage was gegeven aan. De KBG kan zich op basis van de via een WOO verkregen informatie en de mededeling van Greentrust dat de provincie nu anders over de ecologische gevolgen denkt, niet aan de indruk onttrekken dat dit lekken door de gemeente bewust is gebeurd, bijvoorbeeld om o.a. aan tegenargumenten te werken. Door de gemeente is bij het delen van het concept deeladvies “Natuur” aan de RES gemeld dat de KBG bestaat uit tegenstanders van windenergie. Dit is een pertinente onwaarheid en in flagrante tegenspraak met de gesprekken die de KBG o.a. met de wethouder heeft gevoerd, waarbij de KBG heeft aangegeven voorstander te zijn van duurzame energieopwekking en dat windenergie daar deel van uit kan maken. Daarbij heeft de KBG telkenmale aangegeven verbaasd te zijn dat alleen naar de locatie Oude IJssel wordt gekeken, terwijl steeds duidelijker werd dat die locatie ongeschikt is. Gemeente Doetinchem heeft zelf geen uitgebreid onderzoek gedaan of laten doen naar mogelijkheden voor windturbines of criteria voor een windpark in de gemeente.
Landgoed Keppel is initiatiefnemer (en heeft Greentrust ingeschakeld). Landgoed Keppel ziet een verdienmodel en heeft een plan gemaakt voor windturbines op hun grondgebied in de gemeente Doetinchem met een achterliggend aansluitend plan op het grondgebied van de gemeente Bronckhorst. Daarmee lijkt het voor de gemeente Doetinchem eenvoudiger om te voldoen aan een opgave voor windenergie, omdat er een plan werd gepresenteerd vanuit het Landgoed. De KBG is sterk van mening dat dit niet de goede en democratische weg is om te komen tot zeer ingrijpende ruimtelijke plannen. Bij tussenstand rapport RES in het najaar 2023 wordt zelfs al gesproken over harde pijplijn. Dit geeft de KBG opnieuw het gevoel dat het besluit al lang is genomen. Wat is dan de waarde van het participatieproces? Bij de RES 1.0 die dateert uit de zomer van 2021 is het gebied langs Oude IJssel als zoekgebied aangewezen. Ondanks dat in het RES 1.0 rapport dit gebied slecht scoort op milieucriteria, zie figuur 10.1 en 10.2
Figuur 10.1: RES 1.0 bijlage 1 – windturbines van 5,5 MW
bron: RES Achterhoek
Op de vraag van de KBG naar achterliggende onderbouwingsrapporten waarom dit gebied goed zou kunnen, kreeg de KBG het antwoord dat die onderbouwing er nog niet was. Het onderbouwingsrapport dateert van 21 december 2023 (ruim 2,5 jaar later dan het opstellen van de RES). In dit onderbouwingsrapport staat bij figuur 2.1 bij de locatie langs de Oude IJssel letterlijk dat het gebied niet goed genoeg scoort, maar wordt meegenomen vanwege het al in gang gezette traject. Dit is geen zuiver proces dan wel keuze, achteraf wordt hiermee recht gepraat wat krom is. Dit doet ook absoluut geen recht 36
aan alle inspanningen van de KBG en de gevolgen voor omwonenden en het GNN. De KBG heeft bij de wethouder hierover ook aangegeven dat de KBG zich bedrogen voelt in het participatieproces.
Figuur 10.2: Achtergronddocument RES Achterhoek v1.0
• •
• • •
bron: RES Achterhoek
Eerder onderzoek van Pondera uit november 2017 laat zien dat het beoogde gebied niet geschikt is voor windturbines. Ambtelijke notitie provincie Gelderland 2021 ‘Ecologisch advies windpark Doetinchem’ met conclusie dat voorgenomen locatie ten westen van Doetinchem langs de Oude IJssel is uit ecologisch oogpunt ongeschikt is. Op meerdere brieven van de KBG is nauwelijks inhoudelijke reacties van politieke partijen/gemeenteraad ontvangen. Verschillende leden van de KBG hebben ingesproken, bij inspraak wordt niet tot nauwelijks ingegaan op de zorgen die worden geuit. Door Landgoed Keppel is nooit het gesprek vooraf aangegaan met direct omwonenden van het Landgoed. Wel is via de ontwikkelaar een aanbod gedaan voor keukentafelgesprekken voor wie daar behoefte aan had, dit echter pas nadat de gemeente de initiatiefnemer heeft aangegeven om contact te zoeken met de omgeving.
De KBG roept op om haar advies en zorgen serieus op te pakken. Te waarborgen dat de zorgen van de omwonenden worden gehoord en dat daarnaar wordt gehandeld.
37
11 Conclusie De KBG onderschrijft het belang van duurzame energieopwekking en dat windturbines een deel van de oplossing zijn. De KBG is echter van mening dat de beoogde locatie van Windpark Doetinchem langs de Oude IJssel geen goede locatie is. Een windpark op deze locatie zal zeer negatieve effecten hebben op de ecologie van de Groene Ontwikkelingszone en het wettelijk beschermde Gelders Natuurnetwerk. In deze gebieden bevinden zich tal van wettelijk beschermde diersoorten, waaronder libellen, amfibieën en vogels zoals de wespendief. Een windpark past niet zo dicht bij woningen. Omwonenden maken zich dan ook grote zorgen over de effecten op gezondheid, natuur en woonomgeving. De KBG betreurt het dat de gemeente Doetinchem geen verder onderzoek heeft gedaan naar mogelijke andere locaties maar doorgaat op het initiatief van Landgoed Keppel dat een commercieel belang heeft bij het windpark. De oproep aan de gemeente is om andere locaties te onderzoeken. Er lopen nog onderzoeken naar de (gezondheid)effecten van windturbines. De oproep van de KBG is om het principeverzoek van de initiatiefnemer af te wijzen. Het is van belang om het voorzorgprincipe in acht te nemen en geen onomkeerbaar besluit te nemen om hiermee de inwoners optimaal te beschermen.
Een windturbinepark heeft minimaal 30 jaar effect op de omgeving, nu extra tijd nemen voor het zoeken naar een alternatieve locatie is daarom gerechtvaardigd.
38
12 Bijlagen
39
Bijlage 1 - Intern ambtelijk advies Provincie Gelderland ‘Ecologisch advies windpark Doetinchem’
40
Bijlage 1 vervolg - Intern ambtelijk advies Provincie Gelderland ‘Ecologisch advies windpark Doetinchem’
41
Bijlage 1 vervolg - Intern ambtelijk advies Provincie Gelderland ‘Ecologisch advies windpark Doetinchem’
42
Bijlage 1 vervolg - Intern ambtelijk advies Provincie Gelderland ‘Ecologisch advies windpark Doetinchem’
43
Bijlage 1 vervolg - Intern ambtelijk advies Provincie Gelderland ‘Ecologisch advies windpark Doetinchem’
44
Bijlage 1 vervolg - Intern ambtelijk advies Provincie Gelderland ‘Ecologisch advies windpark Doetinchem’
45
Bijlage 1 vervolg - Intern ambtelijk advies Provincie Gelderland ‘Ecologisch advies windpark Doetinchem’
46
Bijlage 1 vervolg - Intern ambtelijk advies Provincie Gelderland ‘Ecologisch advies windpark Doetinchem’
47
Bijlage 1 vervolg - Intern ambtelijk advies Provincie Gelderland ‘Ecologisch advies windpark Doetinchem’
48
Bijlage 2 - Toezegging beeldvormende raad van 10 oktober 2024 bij de begroting gemeente Doetinchem 2025, 15-10-2024 Toezegging beeldvormende raad 10-10-2024 bij de begroting gD 2025 15-10-2024
Naar aanleiding van de vraag van de PvdA over de reikwijdte van de nieuwe windturbinebepalingen in de beeldvormende raad kunnen we het volgende berichten: Gezondheid is één van de aspecten die is meegenomen in de planMER windturbinebepalingen leefomgeving, welke als basis dient voor de nieuwe windturbinebepalingen. Gezondheid is in de planMER beoordeeld voor geluidnormen en afstandsnormen. De beoordeling heeft plaatsgevonden aan de hand van een aantal uitgevoerde studies en onderzoeken. Gezondheidsonderzoeken Het Rijk wacht voor het opstellen van nieuw landelijke milieunormen niet op de uitkomsten van nu lopend gezondheidsonderzoek. Het Rijk gebruikt voor het opstellen van de nieuwe landelijke normen de veelheid aan wetenschappelijke kennis, die al beschikbaar is. Het Rijk ziet geen reden om te wachten met de ontwikkeling van windprojecten tot alle gezondheidsonderzoeken zijn afgerond. Er is al veel goede en relevante kennis voorhanden, die een uitstekende onderbouwing biedt voor het opstellen van normen. De gezondheidsonderzoeken van Nivel en het RIVM dragen bij aan het actualiseren, en waar nodig aanvullen, van de bestaande kennis met betrekking tot windturbines en gezondheidsrisico’s. Deze kennis wordt via het Expertisepunt Windenergie en Gezondheid regelmatig aangevuld met relevant (internationaal) onderzoek.
Ook juridisch gezien kunnen windprojecten verder worden ontwikkeld: De Raad van State heeft in meerdere uitspraken over lokaal opgestelde normen benadrukt dat er kan worden gewerkt met de bestaande wetenschappelijke informatie. Advies Commissie voor de milieueffectrapportage Wel is het goed om te weten dat de Commissie op 24 januari 2024 een voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport heeft gegeven. In het advies is ook aandacht besteed aan het onderdeel gezondheid. Hierover is o.a. het volgende opgenomen: De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, een beschouwing te geven van de gevolgen van de verschillende geluidnormen voor de volksgezondheid in heel Nederland. Schat in hoe met de nieuwe normen het aantal mensen wijzigt dat ernstige geluidhinder ervaart. En beschouw hoe dit verschilt van normen voor andere activiteiten
49
Bijlage 3 – RIVM website gezondheidsonderzoeken nodig ivm ontbrekende kennis
50
Bijlage 4 – Onderzoek blootstelling windturbine geluid hinder en slaap, website RIVM
51
Bijlage 5 - Laagfrequent en infrageluid, website RIVM Op de website van het RIVM wordt e.e.a. uitgelegd over Laagfrequent en infrageluid. Hierin is duidelijk aangegeven dat dit geluid veel verder draagt dan normaal hoorbaar geluid. Ook is duidelijk aangegeven dat het slecht wordt tegengehouden door gevels van woningen. Hieruit wordt dus bevestigd dat wij ons terecht zorgen maken over ons gezondheid en verslechtering van de kwaliteit van onze leefomgeving en nachtrust. Wij vragen u dan ook kennis te nemen van deze website: Wat zijn bromtonen en is laagfrequent geluid? | RIVM Een aantal in oog springende teksten hebben wij in deze bijlage voor u opgenomen en gemarkeerd.
Om uit te kunnen leggen wat laagfrequent geluid (LFG) is en wat bromtonen zijn, is het nodig om eerst kort uit te leggen wat geluid is.
Wat is laagfrequent geluid? Laagfrequent geluid (LFG) is geluid met een frequentie tussen de 20 en 125 Hz. In een enkel geval wordt een bovengrens van 100 Hz gehanteerd. Geluid onder de 20 Hz heet infrasoon geluid. Infrasoon geluid is niet hoorbaar voor mensen.
LFG draagt verder LFG dempt op grotere afstand minder uit dan geluid met hogere frequenties. Dit betekent dat lage tonen zeer grote afstanden kunnen afleggen. Als de afstand tot de geluidsbron groter wordt gaan de hoge tonen steeds meer verloren tot alleen de lage tonen (LFG) overblijven. Dit klinkt als brommen. Hierdoor is lastig op te sporen waar LFG vandaan komt en de bron te ontdekken. Daarnaast houden muren en isolatiemateriaal LFG minder tegen dan geluid met hogere frequenties. Dus bijvoorbeeld een geluidsscherm houdt met name de hoge tonen tegen en er achter blijven vooral lage tonen over.
52
LFG kan op sommige plekken hard klinken Geluid beweegt zich voort met een golfbeweging door de lucht, zoals kringen op het water als er een steen in wordt gegooid. Deze golven zijn aan het begin groot, maar worden naar het eind steeds kleiner; ze doven uit. Golven hebben een bepaalde lengte, de golflengte of periode. Als een hele of een halve golflengte precies zo lang is als de afstand tussen twee muren van een kamer, dan kan de golf daar blijven ‘hangen’. Dat heet een staande golf. Dit komt het vaakst voor bij laagfrequent geluid. Op zo’n moment is het geluid op die plek van de kamer flink luider en lijkt het alsof de geluidbron dichtbij is, terwijl die in werkelijkheid honderden meters verderop kan zijn. Ook is dan moeilijk te bepalen uit welke richting het geluid komt. Als het geluid wordt veroorzaakt door contactgeluid, is het geluidniveau ook hoger dicht bij de muur.
Waarnemen van geluid Ons gehoororgaan(externe link) vangt geluiden op en geeft dat door aan de hersenen. De hersenen vergelijken deze informatie met eerder opgeslagen informatie en zo krijgt het geluid betekenis. Ons gehoor is een zeer vernuftig en gevoelig zintuig en is ons meest gevoelige orgaan voor (laagfrequent) geluid. Als we LFG waarnemen, dan kunnen we het altijd horen en soms ook voelen. We kunnen LFG dus niet voelen als we het niet horen.
Waarom heeft de ene persoon wel last van LFG en de ander niet? De ene persoon heeft meer last van LFG dan de andere persoon. Het kan goed zijn dat bijvoorbeeld maar één gezinslid of één bewoner in de straat last heeft van LFG. Personen die last hebben van LFG kunnen een scherp gehoor hebben en meer horen dan de mensen in hun omgeving. Vaker is het zo dat mensen die last hebben van LFG de hoge tonen niet meer goed kunnen horen. De aandacht gaat dan meer uit naar lage tonen, waardoor storende geluiden meer aandacht krijgen. Geluidsbeleving kan ook een rol spelen, net zoals in hoeverre iemand gespitst is op bepaalde geluiden. Daarnaast kan de gemoedstoestand invloed hebben op het wel of niet hinder ondervinden van geluid. Als iemand gestrest is en/of behoefte heeft aan rust, zal diegene het geluid eerder als storend ervaren. << voorbeeldkader met voorbeelden LFG ventilatiesystemen, treinverkeer zie website >>
De betekenis die we aan bepaalde geluiden geven, beïnvloedt hoe we dat geluid waarnemen. Wanneer we een geluid horen dat ons irriteert of bang maakt, gaan we dat geluid sterker en bewuster waarnemen. Dat kan bij LFG ook het geval zijn. Met het menselijk gehoor is eigenlijk niet te bepalen waar LFG vandaan komt. Daarnaast kan het ook onvoorspelbaar zijn wanneer het te horen is. Dit maakt dat mensen die er last van hebben er alerter op worden - en de toon meteen horen wanneer die er is. De irritatie en/of angst kunnen daardoor steeds groter worden en er kan een negatieve spiraal ontstaan. De LFG-hinder zal dan blijven bestaan of zelfs erger worden. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat LFG vooral wordt waargenomen vanaf de middelbare leeftijd (ouder dan 40 jaar) en dat vrouwen er gevoeliger voor zijn dan mannen. Dat laatste wil echter niet zeggen dat mannen nooit hinder ervaren. Bij de Stichting LaagFrequent geluid(externe link) melden vrouwen, vaker dan mannen, ook trillingen te ervaren. Sommige mensen hebben op den duur zoveel hinder van de bromtoon, dat hun leven vastloopt. Het is daarom zaak om op tijd hulp te zoeken.
53
Mensen die een bromtoon waarnemen, hebben daar vaak veel hinder van. Dat leidt voor veel mensen tot een sterk verminderd welbevinden, zoals ook blijkt uit de ervaringsverhalen.
Laagfrequent geluid en gezondheid Er is veel onderzoek gedaan naar de effecten van geluid in het algemeen (alle toonhoogten samen). Daarin is aangetoond dat geluid verschillende effecten heeft, zoals hinder, slaapverstoring en aandoeningen aan het hart- en vaatstelsel. Een aantal onderzoeken heeft specifiek gekeken naar laagfrequent geluid (LFG) en het effect daarvan op de gezondheid. Daaruit bleek blootstelling aan LFG samen te hangen met (ernstige) hinder en mogelijk met slaapverstoring. Er is geen bewijs voor andere directe gezondheidseffecten van LFG. Het ondervinden van hinder van een bromtoon kan echter wel leiden tot onder andere concentratieproblemen en vermoeidheid.
54