14-01-2026 Beantwoording technische vraag CU-SGP over Participatieverordening.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vraag CU-SGP over Participatieverordening Onze fractie heeft een technische vraag m.b.t. de Participatieverordening die aanstaande donderdag beeldvormend wordt behandeld: Artikel 3 in de verordening beschrijft op hoofdlijnen wat een participatieplan moet bevatten, maar laat open hoe concreet of uitvoerig dit moet zijn. Welke minimale inhoudelijke eisen hanteert het college om te bepalen of een participatieplan voldoet aan artikel 3, en hoe wordt voorkomen dat dit artikel in de praktijk zeer verschillend wordt geïnterpreteerd? Antwoord Het klopt dat de hoofdlijn is opgenomen in de verordening. Er is benoemd welke informatie het plan in ieder geval moet bevatten. Afhankelijk van het vraagstuk en de impact ervan is de uitwerking beperkt of heel uitvoerig. Om als voorbeeld te geven: het inrichten van een weg naar een 30 km zone vraagt een ander participatietraject dan bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Spoorzone of een locatiekeuze voor een specifieke doelgroep. Om ervoor te zorgen dat de uitwerking op een eenduidige manier wordt gedaan, hanteert de gemeente Doetinchem de methodiek van Relevant Gesprek. In de organisatie zijn al diverse medewerkers hiervoor opgeleid, deze lijn zetten we de komende tijd voort.