13.1 GGD NOG, 28-08-2026, e-mail bij conceptverslag vergadering AB 09-07-2026
Tekst van het document
1 Concept - Verslag vergadering Algemeen bestuur Overlegdatum: 9-7-2026 Locatie: GGD-kantoor, Warnsveld Aanwezig: J.C. Wikkerink (Aalten), J. van der Zande (Apeldoorn), W.A. Wormgoor (Berkelland), H. Puijk (Bronckhorst), M. op de Weegh (Doetinchem), L. Polinder (Elburg), G. van den Berg (Epe), W. Goodin (Lochem), I. Wolsing (Montferland), J.M. Elskamp (Nunspeet), R. Klein Tank (Oost Gelre), R. Spijkers (Oude IJsselstreek), J. van den Hoorn (Putten), M. ten Pas (Winterswijk), J. Bloem (Zutphen). GGD Noord- en Oost-Gelderland: J.J. Baardman (directeur publieke gezondheid), R. Schwebke (concern-controller), O.G.R.M. Meulenberg (directiesecretaris a.i.) Afwezig: B. Elbers (Brummen), E. van der Weide (Ermelo), D. Pool-Smit (Harderwijk), A. van der Kolk (Hattem), W. van Ommen (Heerde), E. Doornewaard (Oldebroek), nog niet bekend (Voorst), M.W. Jaeger (lid dagelijks bestuur GGD NOG vanuit VNOG). Notulist: N. Knapen Verzendlijst: AB-leden, gemeenteraden, ambtenaren publieke gezondheid, managers en adviseurs GGD Volgende overleg: 9-9-2026 1. Opening en vaststellen agenda De heer Van den Hoorn opent de vergadering en zal als voorzitter optreden. Hij heet iedereen welkom en meldt dat mevr ouw Knapen wederom zorgt voor de notulen. De vergadering wordt daartoe opgenomen, maar deze opname zal na vaststelling van het verslag in een volgende ver - gadering worden gewist.
Hij constateert aan de hand van de presentielijst dat het quorum voor de vergadering is behaald en stelt voor om agendapunt 4 Benoeming leden dagelijks bestuur als
2 eerste te behandelen. Daarna kan de agenda verder worden gevolgd. De aanwezigen stemmen daarmee in. Het AB stelt de agenda vast met de wijziging dat agendapunt 4 eerst wordt behandeld. 2. Verslag vergadering d.d. 9-4-2026 De voorzitter komt terug bij de reguliere agenda en behandelt het verslag van de vergadering van 9 april 2026. Naar aanleiding van het verslag meldt hij dat er een procesvoorstel over de raads - adviescommissie wordt geagendeerd voor het DB op 12 augustus en het AB op 9 september. D e heer Polinder merkt op dat de gemeenteraad van Elburg hem de opdracht heeft meegegeven om te vragen naar de stand van zaken m.b.t. dit onderwerp. De voorzitter bevestigt dat dit punt is opge- pakt. Verder worden geen inhoudelijke opmerkingen op het verslag gemaakt. Het AB stelt het verslag ongewijzigd vast. 3. Ingekomen stukken en mededelingen a. Het Jaarverslag 2025 van de Ondernemingsraad GGD NOG met begeleidende brief wordt voor kennisgeving aangenomen. b. De brief van WSGO inzake vacature bestuur en uitnodiging voor ALV op 19 juni 2026 wordt voor kennisgeving aangenomen. c. Naar aanleiding van d e brief van de gemeente Brummen over de bestuurlijke fusie met de gemeente Rheden meldt de voorzitter dat het DB recent een reactie heeft gestuurd waarin dank wordt uitgesproken voor de fusie-update.
Daarnaast wordt gewezen op de mogelijke uitdaging ten aanzien van de veiligheids- en gezondheidsregio, aangezien Rheden niet in deze regio valt en Brummen wel. Mondeling wordt medegedeeld: d. Op 30 juni is het rapport ‘Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma (RVP) Nederland, ver- slagjaar 2026’ gepubliceerd door het RIVM. Vorige week is aan de gemeenten een overzicht van landelijke en regionale ontwikkelingen in de vaccinatiegraad gestuurd. In geval van vragen - bestuurlijk of ambtelijk - kan contact worden opgenomen met mevrouw Römer, adviseur doorontwikkeling infectieziektebestrijding GGD NOG. e. Eerder dit jaar heeft het AB , naar aanleiding van een evaluatierapport , gesproken over de samenwerking tussen gemeenten en GGD. Op ambtelijk niveau is gewerkt aan een voorstel en dit onderwerp zal verder in samenhang met de nieuwe Bestuursagenda worden opgepakt. 3 4. Benoeming leden dagelijks bestuur De voorzitter licht toe dat dit een bijzondere vergadering is, vanwege de combinatie van oude en nieuwe wethouders publieke gezondheid. Het DB is tijdelijk niet compleet, omdat de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter geen wethouder meer zijn. Zij zijn daardoor automatisch geen AB-lid meer, met als gevolg dat zij ook geen DB -lid meer zijn.
Het zittende DB heeft daarop voorgesteld om de heer Van den Hoorn als waarnemend voorzitter aan te wijzen, gezien het vacuüm waarin het bestuur zit. Dit geldt totdat er een nieuw DB is benoemd op 9 september en het AB over de nieuwe portefeuilleverdeling is geïnformeerd. Hij vraagt of het AB hiermee kan instemmen en stelt voor de bespreking buiten zijn aanwezigheid te laten plaatsvinden. Het AB stemt echter met algemene stemmen in. Vervolgens wordt voorgesteld om het aantal plaatsen in het DB voor de komende vier jaar vast te stellen op zeven leden en de aanbevelingen uit de drie subregio’s voor zes DB -leden over te nemen. Het DB zal vervolgens met een aanbeveling komen aan het AB vo or 9 september. Ook daarmee kan het AB instemmen. De voorzitter meldt dat het zittende DB bestaande uit drie leden - de heren Wikkerink, Jaeger en hijzelf – in stand blijft tot het moment dat een nieuw DB benoemd is. Mevrouw Elskamp vraagt of er een deadline is. De voorzitter antwoordt dat er in maart en juni brieven naar gemeenten zijn gestuurd over de vorming van een nieuw GGD-bestuur. Afgesproken wordt dat de drie subregio’s zo snel mogelijk namen voor DB-leden zullen aandragen. De heer Van den Berg meldt dat voor de subregio Midden- IJssel/Oost-Veluwe de heer Van der Zande en hijzelf worden voorgedragen. Het AB besluit: 1.
de heer Van den Hoorn als waarnemend voorzitter aan te wijzen, totdat een nieuw DB wordt benoemd op 9 september en het AB over de nieuwe portefeuilleverdeling is geïnformeerd; 2. het aantal plaatsen in het DB voor de komende periode op zeven vast te stellen; 3. de nog te ontvangen aanbevelingen uit de subregio ’s voor de zes leden van het DB over te nemen; 4. de aanbeveling van het nieuwe DB voor een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter af te wachten. 5. Voortgangsrapportage Rijksvaccinatieprogramma (RVP) De voorzitter licht toe dat de GGD medio december van het voorgaande jaar al een planning bij het RIVM moest aanleveren voor februari. Op dat moment waren locaties, personeel en systemen nog niet volledig geregeld en konden kinderen niet worden uitgenodigd. In februari is gestart in zes gemeenten: Epe, Berkelland, Doetinchem, Harderwijk, Nunspeet en Zutphen. Vanaf maart wordt gevaccineerd in alle gemeenten en dit verklaart mogelijk de lagere aantallen in februari. 4 De heer Van den Berg vindt dit een mooi eerste verslag. Hij vraagt om meer duiding in een volgende rapportage als het gaat om het proces, de financiën en hetgeen daarvoor wordt gedaan. Mevrouw Elskamp geeft namens Ermelo en Harderwijk1 aan dat dit verzoek wordt onderschreven. De voor- zitter zegt toe dat deze punten worden meegenomen.
Het AB neemt kennis van de informatie over tussentijdse resultaten van de herinrichting van het Rijksvaccinatieprogramma in 2026. 6. Publieke gezondheid asielzoekers Mevrouw Baardman legt uit dat er jarenlang een contract gold tussen COA en GGD GHOR NL op basis waarvan de jeugdgezondheidszorg op de COA-locaties werd uitgevoerd door GGD’en. De aanbesteding door het COA dit jaar heeft echter als resultaat gehad dat de opdracht is gegund aan Arts en Zorggroep, een private onderneming. Het COA heeft gevraagd om een overbruggings- contract voor de periode 1 oktober 2026 tot 1 mei 2027. In de DPG-raad van 17 april is gezamenlijk besloten hierop niet in te gaan, onder meer omdat personeel vertrekt met het oog op beëindiging van de dienstverlening door GGD’en. Dit is ook direct aan het COA gemeld. Daarnaast is aan het COA gevraagd om met Arts en Zorggroep te bespreken of de dienstverlening al per 1 oktober kan starten. Vorige week is vernomen dat dit voor hen niet haalbaar is, zodat het COA een probleem heeft. Daarover vindt inmiddels overleg op hoog niveau plaats. De GGD maakt zich grote zorgen, want het gaat om kwetsbare kinderen. Daarnaast komt er een knip in de integrale aanpak door de GGD’en en dat vormt een extra complicatie. De heer Bloem constateert dat de DPG-raad heeft besloten om niet voor overbrugging te zorgen.
In hoeverre kan de DPG-raad zelfstandig beslissingen nemen? Hij vindt dat er te snel is opgegeven om de overbrugging te realiseren en Zutphen gaat daarmee niet akkoord. De situatie is te kwets- baar om dit los te laten vanuit de GGD. Mevrouw Baardman antwoordt dat de verantwoordelijkheid voor de overbrugging bij het COA ligt. Het betreft de uitvoering van jeugdgezondheidszorg op locaties waarvoor het COA verantwoorde- lijk is. De heer Bloem is van mening dat, vanwege de maatschappelijke verantwoordelijkheid, er argumenten zijn om toch op het verzoek van het COA in te gaan. De voorzitter geeft aan dat deze discussie ook in het DB is gevoerd. Vanuit medemenselijkheid kan men overwegen om toch te helpen. Dit is echter een proces van alle GGD’en waarbij aan de voorkant van de aanbesteding al twijfels bestonden of Arts en Zorggroep zou kunnen leveren. De 1 Op grond van artikel 6 GR GGD NOG wijst elk College van B&W uit zijn midden één lid, te weten de porte - feuillehouder die is belast met de gemeentelijke portefeuille volksgezondheid, aan voor het AB. Daarnaast kunnen de colleges uit hun midden één plaatsvervangend lid aanwijzen die de portefeuillehouder bij ver - hindering of ontstentenis vervangt.
De gemeente laten vertegenwoordigen in de vergadering door een ander AB-lid behoort niet tot de mogelijkheden, omdat de Wet gemeenschappelijke regelingen, en daardoor ook de GR GGD NOG, uitgaat van verlengd lokaal bestuur. 5 DPG-raad heeft het ministerie gewaarschuwd voor de risico’s van de aanbesteding en gemeld dat GGD’en niet opnieuw automatisch zouden instappen als het misgaat. De heer Van der Zande sluit aan bij de uitgesproken zorg van de heer Bloem. Hij heeft begrip voor het standpunt van de DPG-raad, maar vindt dit een moreel dilemma. Is er wellicht iets mogelijk? De heer Op de Weegh begrijpt de zakelijke opstelling maar het gaat om een publieke taak. Is het mogelijk om iets te doen voor deze kwetsbare groep? Mevrouw Wormgoor vraagt naar een tussenoplossing . Kan de DPG -raad het besluit niet her- overwegen of met het COA het goede gesprek aangaan? Wellicht kunnen gemeenten hun zorgen aankaarten bij de VNG. De heer Wikkerink merkt op dat het niet de eerste keer is dat een publieke organisatie verliest van een commerciële organisatie. Het is goed om de VNG hierbij te betrekken. Mogelijk kan het AB een oproep doen aan de DPG-raad, want het belang van anderen staat voorop. Mevrouw Goodin vindt het van belang om gezamenlijk en met andere regio’s te zoeken naar op- lossingen. Het gaat om een publieke taak en een kwetsbare doelgroep.
De heer Spijkers is benieuwd naar de context rondom deze aanbesteding. De voorzitter vindt het een goede zaak dat het AB dit als een publieke taak ziet, maar de realiteit is dat een uitvoeringsorganisatie van de rijksoverheid ervoor heeft gekozen om een taak privaat uit te besteden. Hij constateert dat er een meerderheid in het AB is die het signaal wil afgeven dat dit anders zou moeten. Mevrouw Baardman geeft aan dat de aanbesteding verloren is op prijs en kwaliteit, van een aan- bieder die geen jeugdgezondheidszorg aanbiedt. Het COA is gevraagd om opnieuw te bekijken of de private aanbieder Arts en Zorggroep hetgeen wordt beloofd ook waar kan maken. Er is meer- maals en tijdig gewaarschuwd, terwijl het COA een week voor de zomervakanties met dit verzoek komt. Daarnaast heeft zij als werkgever ook een verantwoordelijkheid voor de medewerkers van GGD NOG die het hier betreft. Zij heeft van haar collega's in de DPG -raad dit signaal nog niet vernomen en zal het verzoek van het AB bij hen aankaarten. Het is niet zo dat er nu niets wordt gedaan, want er vinden gesprekken op hoog niveau plaats om te komen tot een oplossing. De heer Bloem is van mening dat de bereidheid van GGD’en om toch mee te werken aan een over- bruggingsperiode kan leiden tot de bereidheid bij het COA om met een financiële compensatie te komen.
Het belangrijkste is echter dat er een signaal wordt afgegeven dat het maatschappelijke verantwoordelijkheidsgevoel prevaleert. Dat dit ongemakkelijk voelt, is voor iedereen duidelijk. De heer Op de Weegh kan zich vinden in de gegeven argumentatie. Daarnaast dienen gemeenten de VNG te benaderen, want met de arrestantenzorg is het enkele jaren geleden ook zo gegaan. Wellicht dat er een onderzoek moet komen naar aanbestedingen en leermomenten. 6 De voorzitter merkt op dat in een eerdere vergadering van het AB zo’n evaluatie aan de orde is geweest. Mevrouw Baardman vindt het van groot belang dat publieke taken publiek worden belegd. De vermenging van publiek met privaat gaat ten koste van een integrale en robuuste GGD. Het grote probleem is volgens haar dat de Wet publieke gezondheid daarvoor ruimte laat waardoor de publieke organisatie continu tegen grenzen aanloopt. Mevrouw Goodin geeft aan dat er binnenkort een ALV is van de VNG. Misschien is het congres een mooi moment om aandacht te vragen voor dit onderwerp, bijvoorbeeld via een motie. Het zal helpen dit blijvend aan te kaarten. Zij vraagt naar de financiële gevolgen voor de GGD? Mevrouw Baardman antwoordt dat die in kaart worden gebracht. De voorzitter merkt op dat eerder ook via partijlijnen is gelobbyd. Hij vraagt mevrouw Goodin of zij een VNG-congresmotie kan opstellen.
Mevrouw Baardman geeft aan dat als het AB kan instemmen met een motie, die met meerdere regio’s bij de VNG zal worden ingediend, en waarin uitgesproken wordt dat publieke taken altijd publiek dienen te worden belegd, zij zich daarvoor volop zal inzetten. Mevrouw Goodin zegt toe met de motie voor het VNG-congres aan de slag te gaan. De heer Puijk verlaat hierna de vergadering. Het AB besluit kennis te nemen van het aflopen van het contract tussen COA en GGD GHOR NL voor de Jeugdgezondheidszorg Publieke gezondheid asielzoekers per 1 oktober 2026 en de moge- lijke consequenties daarvan. De DPG-raad wordt gevraagd hun eerdere besluit te heroverwegen en alsnog mee te werken aan een overbruggingsperiode. Ook zal een motie over publieke taken in relatie tot aanbestedingen voor het congres van de VNG worden voorbereid. 7. Aanpassen programmabegroting 2028 en P&C-cyclus van 2027 De voorzitter licht de adviesnotitie kort toe. Gevraagd wordt om met ingang van de programma - begroting 2028 over te gaan naar één financieel programma, met negen hoofdthema’s uit de producten- en dienstencatalogus. Daarnaast wordt voorgesteld vanaf 2027 één bestuursrappor- tage in september op te leveren en in november een begrotingswijziging als slotwijziging voor te leggen. Het AB zal daarbij in elke vergadering geïnformeerd worden over de grootste risico’s en de getroffen maatregelen.
Hij vraagt of de concern-controller nog iets moet toelichten? De heer Van der Zande geeft aan dat hij akkoord gaat met de laatste twee voorstellen, maar dit geldt niet voor het eerste voorstel. De gemeente krijgt daarmee minder grip op de begroting, om- dat tussen programma’s niet meer geschoven kan worden. Dit is wat hem betreft g een goede ontwikkeling. 7 De heer Schwebke legt uit dat de huidige bestuursrapportage vaak een hamerstuk is en dat veel werk gemoeid is met begrotingswijzigingen en verschuivingen tussen de vijf programma’s. Door financieel naar één programma te gaan en inhoudelijk op productniveau te rapporteren, is de in- tentie om de bestuurlijke invloed en het inzicht te vergroten. Ook zullen er minder begrotings- wijzigingen nodig zijn en kan meer op risico’s op productniveau worden gestuurd. Hij benadrukt dat het formele financiële deel eenvoudiger wordt, maar de transparantie voor het AB juist groter wordt. Er wordt meer informatie verstrekt en op een gedetailleerder niveau. De heer Van der Zande merkt op dat Apeldoorn op dit moment geen jeugdgezondheid afneemt. Hoe werkt de sturing in de situatie dat individuele gemeenten andere producten bij de GGD af- nemen? De heer Schwebke antwoordt dat de sturing hierdoor niet wijzigt. Dit volledige proces is juist ingestoken met financiële ambtenaren van gemeenten om het AB meer inzicht en meer transparantie te bieden.
Met als doel dat het AB beter kan sturen. Mevrouw Elskamp vraagt of de programma’s beperkt kunnen worden tot vier tot zes inhoudelijke hoofdprogramma’s, zodat het strategisch overzicht behouden blijft. De heer Schwebke antwoordt dat de negen thema’s aansluiten bij de producten - en dienstencatalogus en kerntaken van de GGD. Als na een half jaar blijkt dat aanpassing nodig is dan is dat geen probleem. De voorzitter doet daarop een suggestie. Dit AB bevat veel nieuwe leden voor wie deze materie nieuw is. De zittende leden hebben natuurlijk ervaring op basis van de afgelopen jaren. Hij stelt daarom voor om het komende jaar te bekijken of deze aanpak werkt. Als het gewenste resultaat uitblijft, kan het AB dit onderwerp in 2027 opnieuw agenderen. De heer Van der Zande kan zich hierin vinden. Mevrouw Goodin vindt dat aansluiting bij de gemeentelijke P&C -cyclus wenselijk blijft. De heer Schwebke bevestigt dat deze wens zo veel mogelijk wordt meegenomen. Het AB besluit: 1. vanaf de programmabegroting 2028 over te gaan naar één financieel programma en inhoude- lijk naar de 9 hoofdthema’s uit de producten- en dienstencatalogus; 2. vanaf 2027 één bestuursrapportage op te leveren in september en in november een begro - tingswijziging als slotwijziging voor te leggen; 3. vanaf 2027 het AB in elke vergadering te informeren over de grootste risico’s en de maatrege- len die zijn getroffen.
8. 1e Bestuurs- en managementrapportage 2026 en 2e begrotingswijziging 2026 De voorzitter vraagt het AB kennis te nemen van de eerste bestuursrapportage 2026 en de tweede begrotingswijziging 2026 vast te stellen. De heer Op de Weegh heeft een vraag over mentale gezondheid. Er word en met name suïcidepreventie en verwarde personen genoemd terwijl de 8 mentale gezondheid onder jongeren afneemt. Scholen geven aan dat er weinig gebruik wordt ge- maakt van hetgeen de GGD te bieden heeft en daar ook te weinig kennis over is. Mevrouw Baardman neemt dit punt mee. De heer Schwebke geeft aan dat deze begroting is opgesteld in het 1e kwartaal op basis van de toen beschikbare cijfers. Intern kwam er een slechter saldo uit en inmiddels zijn er acties uitgezet om te kunnen bijsturen. Er wordt nu een negatief saldo over 2026 verwacht. Dit is gedeeld met de ambtenaren financiën en ambtenaren publieke gezondheid. In het AB op 9 september komt een notitie waarin zal staan wat gedaan is om het saldo te drukken, waar het negatieve saldo vandaan komt, wat de oorzaken zijn en wat structureel is of incidenteel. Hij geeft zodoende een winstwaar- schuwing af en verwacht een resultaat van € 400.000 tot € 500.000 in de min. Hierin zitten veel incidentele kosten, maar een belangrijke oorzaak is ziekteverzuim.
Intern wordt gerekend met 4% verzuim in productieve uren, plus een bedrag voor langdurige ziekte. Het ziekteverzuim blijkt in de praktijk echter 7%. De voorzitter wijst erop dat het AB de afgelopen jaren meerdere keren heeft aangegeven dat 4% erg scherp is. Gemeenten hebben een voorkeur voor een reële begroting aan de voorkant, anders moeten ze steeds bijbetalen . Mevrouw Baardman zegt toe dit punt mee te nemen . De heer Schwebke antwoordt dat er een nuance in zit en die staat in de notitie. Het AB besluit kennis te nemen van de 1 e Bestuurs- en managementrapportage 2026 en de 2e begrotingswijziging 2026. 9. Intern controleplan 2026 Dit stuk is ter informatie. Er zijn geen opmerkingen. Het AB besluit kennis te nemen van het Intern controleplan 2026. 10. Rondvraag en sluiting De heer Wikkerink merkt op dat de commissies van de VNG weer gevuld gaan worden. Hij ziet graag dat iemand vanuit deze regio zich opgeeft voor de commissie Zorg, omdat de GGD als organisatie onvoldoende aangehaakt is bij de VNG. De voorzitter geeft aan dat de secretaris van de VNG Gelderland daarbij behulpzaam kan zijn. De voorzitter constateert dat de heer Puijk de vergadering inmiddels heeft verlaten en wenst iedereen een goede zomer. Hierna wordt de vergadering gesloten. 9 Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van GGD Noord- en Oost-Gelderland op 9 september 2026. J.J.
Baardman, J. van den Hoorn Directeur publieke gezondheid Waarnemend voorzitter Actiepuntenlijst Nr. Onderwerp Wie Gereed 20260709-1 Voortgangsrapportage RVP: een volgende rapportage zal meer duiding bevatten (proces, financiën en wat daarvoor wordt gedaan). DPG 20260709-2 Het verzoek van het AB inzake de overbruggingsperiode PGA bij andere DPG’en aankaarten. DPG 20260709-3 Opstellen van een VNG-congresmotie over publieke taken opstellen (n.a.v. PGA). Mevrouw Goodin 20260709-4 Scholen geven aan dat er weinig gebruik wordt gemaakt van hetgeen de GGD te bieden heeft en daar ook te weinig kennis over is. DPG 20260709-5 Gemeenten hebben een voorkeur voor een reële begroting aan de voorkant, anders moeten ze steeds bijbetalen. DPG / Concern- controller 20260709-6 Een wethouder vanuit deze regio geeft zich op voor de commissie Zorg van de VNG. AB-leden