12-06-2025 Beantwoording technische vragen GroenLinks over hulp bij het huishouden.pdf
Tekst van het document
Vragen PvdA/Groenlinks – Hulp bij het huishouden Onlangs heeft de fractie van de PvdA/Groenlinks vragen gesteld ter voorbereiding op de beeldvormende raad van donderdag 12 juni. Voor deze raadsvergadering is het volgende voorstel geagendeerd: De nota ‘Hulp bij het huishouden: De basis op orde’ vast stellen, waarmee wordt besloten om met ingang van 1 januari 2026 de algemene voorziening schoonmaakhulp af te schaffen en te kiezen voor een andere inrichting voor Wmo hulp bij het huishouden. Hierbij treft u de beantwoording aan: 1. Hoeveel huishoudens maken gebruik van de algemene voorziening HbH? Op 10 juni 2025 maakte er 1.289 unieke inwoners gebruik van de Algemene voorziening schoonmaakhulp. 2. Naar verwachting zullen al deze huishoudens een maatvoorziening aanvragen. Hoeveel tijd en geld kost het om een maatwerktoets uit te voeren? We gebruiken 2026 als overgangsjaar. Dat betekent dat we in dit jaar rekening hebben gehouden met extra inzet door Buurtplein. Ook voor na 2026 zal structureel capaciteit aan Buurtplein toegevoegd worden voor de verschuiving van de algemene voorziening naar maatwerk. In samenwerking en overleg met Buurtplein zijn we hiervoor uitgekomen op ca. 1,5 fte. De toets door Buurtplein (4 uur) en het vooruitzicht van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage werken naar verwachting instroom verlagend.
In hoofdstuk 6 van het beleidsstuk beschreven hoe wij omgaan met de inwoners in de overgangsperiode. 3. Heeft Buurtplein voldoende capaciteit om deze toetsen uit te voeren? De huidige bezetting van Buurtplein is voldoende voor de huidige inrichting, maar onvoldoende om de overgang van algemene voorziening naar maatwerk op te vangen. Daarom wordt ook structurele capaciteit toegevoegd aan Buurtplein vanaf 2026. De extra benodigde capaciteit ( ca. 1,5 fte ) voor Buurtplein is natuurlijk meegenomen in de effecten en berekeningen van het nieuwe beleid. 4. Is het reëel om te verwachten dat al deze toetsen binnen 1.5 jaar uitgevoerd kunnen worden? Ja, 2026 is overgangsjaar, waarmee we voor inwoners en voor gemeente/ Buurtplein naar verwachting afdoende overgangstijd hebben. Voor verdere toelichting op de overgangsperiode zie hoofdstuk 6 van het beleidsstuk. 5. Hoeveel huishoudens komen uiteindelijk geschat niet meer in aanmerking voor HbH?. In de periode 2018 tot en met 2024 is het gebruik van hulp bij het huishouden met ca. 38% toegenomen. Waarbij we de grootste stijging zien in de periode 2019/2021 van ca. 33%. Dit is de periode waarin het landelijk abonnementstarief en de laagdrempelige algemene voorziening schoonmaakhulp is ingevoerd in gemeente Doetinchem.
Met het afschaffen van de Algemene voorziening schoonmaakhulp is Buurtplein weer volledig verantwoordelijk voor de toegang tot hulp bij het huishouden. Buurtplein toets de inwoners voor maatwerk, in plaats van enkel een lichte toets door de aanbieder. Buurtplein bekijkt en beoordeelt zorgvuldig wat iemand écht nodig heeft (volume en frequentie). Samen met Buurtplein bekijken we welke (beweeg)initiatieven we nog kunnen ontwikkelingen in het voorliggend veld om de inwoners van Doetinchem te ondersteunen om fit te blijven Ook zal de landelijke herinvoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage effect hebben op de instroom. Gezien de ervaringen (cijfers) van voorgaande jaren en met bovenstaande ontwikkelingen in het vooruitzicht achten wij een prognose van 30% afname realistisch.
6. Is het reëel om te veronderstellen dat al deze mensen HbH binnen hun eigen netwerk kunnen opvangen? Niet iedereen hoeft de Hbh in het eigen netwerk op te lossen. Er zal een afname zijn door onder andere twee redenen: de lichte toets door de aanbieders heeft toetst minder goed hoe mensen de hbh zelf kunnen regelen. En landelijk is ingeschat dat mensen een inkomensafhankelijke bijdrage kunnen leveren. Niet iedereen zal door de hogere kosten blijven kiezen voor hbh. Desondanks is ondersteuning van de gemeente beschikbaar. De medewerker van Buurtplein bekijkt en beoordeelt de situatie van de inwoner zorgvuldig. Waar mogelijk proberen we inwoners in de eigen kracht te zetten of zetten we in op het versterken van de zelf- en samenredzaamheid. In lijn met het beleidskader sociaal domein en het beleidsstuk gaan we uit van het volgende uitgangspunt: “Professionele ondersteuning is altijd aanvullend en waar mogelijk tijdelijk. Veel dingen die we meemaken, horen bij het normale leven. Het doen van het huishouden is onderdeel van het dagelijks leven. In situaties waarin dit niet vanzelfsprekend is, kijken we naar elkaar om en vragen we hulp aan naasten. In dit nieuwe beleid stellen we de inwoner centraal en zetten hierbij in op eigen kracht, zelf- en samenredzaamheid.” 7.
Is er een mogelijkheid om de algemene voorziening te laten voortbestaan, met bijvoorbeeld een zwaardere toegangstoets en eventueel een hogere eigen bijdrage van de deelnemers ter bekostiging? Nee, een algemene voorziening kenmerkt zich door het laagdrempelige en vrij toegankelijk karakter. Hierbij mag enkel een lichte toets uitgevoerd worden om te bekijken of de betreffende voorziening geschikt is voor (de situatie van) de inwoner. Voor de eigen bijdrage geldt momenteel het (vaste) abonnementstarief. Afwijken van het abonnementstarief kan enkel als er géén sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie. Bij Hbh is er wel sprake van een duurzame hulpverleningsrelatie. Een hogere eigen bijdrage vragen na de herinvoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage kan geheel niet. Ten aller tijden geldt dat de algemene voorziening het laagdrempelige karakter te behouden. In het kader van de beheersmaatregelen sociaal domein ligt er een taakstelling op het budget voor hulp bij het huishouden. Ook neemt de vraag naar hulp bij het huishouden toe. Met de huidige constructie is het eigenlijk niet mogelijk deze taakstelling te halen. Ook is het in de huidige vorm een nog grotere uitdaging om de hulp beschikbaar te houden voor de inwoners die dat echt nodig hebben. 8.
Met al deze vragen spreken wij ook uit, waar is de bezuiniging van 400.000 euro op gebaseerd? Bij het voortzetten van het huidige beleid verwachten we op basis van de huidige zorgvraag voor 2026 een tekort van circa € -500.000. Daarnaast verwachten we met de herinvoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage vanaf 2027 een financiële korting van Rijkswege via een zogenaamde taakmutatie. Voor Doetinchem verwachten we een korting tussen de € 500.000 en € 700.000. Bij de Algemene voorziening ontvingen de aanbieders een bijdrage voor het uitvoeren van de lichte toets. Onder andere deze middelen worden nu ingezet voor Buurtplein. Gelet op de ontwikkelingen van afgelopen jaren (invoering AVS + abonnementstarief), maar ook de vooruitblik naar het nieuwe beleid zoals herinvoering inkomensafhankelijke eigen bijdrage en meer grip op toegang via Buurtplein, wordt de aanzuigende werking gedempt. Met het percentage van 30% is een doorrekening gemaakt naar de verwachtte besparing.
Alles tegen elkaar afgezet verwachten we dat in 2026 het tekort en het effect van de het nieuwe beleid elkaar nagenoeg opheffen. Na 2027 wordt een positief financieel effect verwacht. Zie voor meer informatie hoofdstuk 7 van “hulp bij het huishouden, de basis op orde” en het antwoord op vraag 6&7.