11-11-2025 GreenTrust Bijlage 3 - Onderzoek afstandsnormen windturbines (2022).pdf
Tekst van het document
Bij grotere windturbines gaat het om (veel) grotere afstanden (vanwege de grotere as- en tiphoogtes) terwijl ze niet per se meer geluid produceren. De geluidbelasting op vaste afstanden tot een windpark geeft een beter beeld van de verschillen in geluidbelasting tussen verschillende klassen windturbines. Dit laat zien dat de verschillen tussen de verschillende klassen kleiner zijn dan de verschillen binnen een turbineklasse. Voornoemde afbeeldingen laten zien dat de geluidbelasting als functie van de afstand tot een windpark afneemt, maar dat er door de vele factoren die een rol spelen een zeer grote spreiding optreedt in het geluidniveau op een specifieke afstand. In paragraaf 4.2 is de maximale bandbreedte weergegeven voor de slagschaduwduur die op een bepaalde afstand kan optreden. Deze afbeelding laat zien dat ook de slagschaduwduur als functie van de afstand tot een windpark afneemt, maar dat ook hier door de vele factoren die een rol spelen een zeer grote spreiding in de belasting optreedt. Voor slagschaduw is de specifieke oriëntatie ten opzichte van het windpark een cruciale factor. Nog grotere rotordiameters, ashoogtes en windparken of een andere oriëntatie van het windpark kan tot een nog hogere slagschaduwduur leiden.
In de praktijk wordt er in Nederland echter vrijwel altijd een mitigerende maatregel in de vorm van automatische stilstandsvoorziening toegepast waarmee de slagschaduw sterk wordt beperkt. Hierdoor is in de praktijk niet de afstand tot een windpark bepalend voor de hinder die vanwege slagschaduw wordt ondervonden, maar de voor de stilstandsregeling gekozen uitgangspunten. In paragraaf 5.3.2 is uitgaande van de door Janssen et al. van TNO afgeleide dosis-effectrelatie de maximale bandbreedte weergegeven voor het percentage ernstig gehinderden vanwege windturbinegeluid als functie van de afstand tot een windpark. Door de omstandigheden zoals beschreven voor geluid zou het percentage ernstig gehinderden in bepaalde gevallen nog hoger kunnen uitvallen. Deze afbeelding laten zien dat het percentage ernstig gehinderden als functie van de afstand tot een windpark afneemt, maar dat er door de vele factoren die een rol spelen een zeer grote spreiding optreedt in het percentage ernstig gehinderden op een specifieke afstand. Voor een afstand die gerelateerd is aan de as- of tiphoogte neemt het percentage ernstig gehinderden af als functie van de turbineklasse. Voor de 6 MW klasse is het percentage ernstig gehinderden beduidend lager dan voor de 2 MW klasse windturbines.
Dit komt zoals eerder aangegeven doordat het bij grotere windturbines om (veel) grotere afstanden gaat (vanwege de grotere as- en tiphoogtes) dan voor de kleinere turbines terwijl ze niet per se meer geluid produceren. 76
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Het percentage ernstig gehinderden op vaste afstanden tot een windpark geeft een beter beeld van de verschillen in ernstige hinder tussen verschillende klassen windturbines. Dit laat zien dat de verschillen tussen de verschillende klassen kleiner zijn dan de verschillen binnen een turbineklasse. De in Afbeelding 22 weergegeven spreiding wordt bepaald door de spreiding in de geluidbelasting. Er is geen rekening gehouden met de spreiding door het verschil in acceptatieniveau tussen verschillende gemeenschappen. Hierdoor kan voor specifieke situaties de spreiding in werkelijkheid nog groter uitvallen. Een afstandsnorm heeft voor- en nadelen ten opzichte van specifieke normen voor geluid en slagschaduw. De voordelen van een afstandsnorm zijn: • Het is duidelijk en eenduidig. • Het is een eenvoudige en gemakkelijk te communiceren norm. • Een afstandsnorm is eenvoudig, heel transparant en nauwkeurig handhaafbaar. • Het is een goede maat om visuele impact te reguleren. • Een as- of tiphoogte gerelateerde afstandsnorm maakt het mogelijk om rekening te houden met het feit dat grotere windturbines een grotere visuele impact hebben. • Het biedt in zekere mate bescherming voor geluid, slagschaduw en ernstige hinder. De mate van bescherming is afhankelijk van de vast te stellen normwaarde en de spreiding van effecten die bij deze normwaarde optreden.
• Het kan bij omwonenden van in ontwikkeling zijnde windparken een deel van de zorgen wegnemen. De nadelen van alleen een afstandsnorm zijn: • Zoals Afbeelding 16, Afbeelding 17, Afbeelding 19 en Afbeelding 22 laten zien is er bij een bepaalde afstand sprake van een grote spreiding in beschermingsniveau. De belasting is namelijk niet alleen afhankelijk van de afstand, maar ook van factoren zoals de omvang en de lay-out van het windpark, het precieze type windturbine, de ashoogte, de oriëntatie tot het windpark en voor geluid het windklimaat, het geluidspectrum en het type omgeving. Dat betekent dat een afstandsnorm niet alle omwonenden dezelfde bescherming biedt. Afhankelijk van de situatie kan een bepaalde afstandsnorm tot bovenmatige hinder leiden of juist een bovenmatige bescherming bieden. Een bovenmatige bescherming kan de mogelijkheden voor de ontwikkeling van windparken beperken. • Relatief lawaaiige turbines kunnen op dezelfde afstand van woningen worden geplaatst als relatief stille windturbines. Er is dan geen stimulans meer om relatief stille windturbines te selecteren of om mitigerende geluidmaatregelen toe te passen. • Het houdt geen rekening met gezamenlijke effecten van meerdere windturbines of windparken. Dit nadeel kan eventueel deels worden weggenomen door afstandsnormen afhankelijk te maken van de grootte van het windpark.
• Het biedt geen mogelijkheid tot maatwerk, bijvoorbeeld in geval van tonale geluiden. • Een afstandsnorm houdt geen rekening met de oriëntatie tot windturbines, terwijl de slagschaduweffecten sterk van de oriëntatie tot de windturbines afhangen. Zoals Afbeelding 18 laat zien treedt de meeste slagschaduw ten zuidwesten en ten zuidoosten van een windturbine op. Dit hangt samen met de lage stand van de zon bij zonsopgang en -ondergang. Direct ten zuiden van een windturbine treedt nooit slagschaduw op, omdat in Nederland de zon nooit op het noorden staat. • Er is geen reden meer om een automatische stilstandsvoorziening toe te passen, wat tot meer slagschaduweffecten dan in de huidige praktijk kan leiden. • Voor de regulering van de visuele impact is een as- of tiphoogte gerelateerde afstandsnorm logisch. De visuele impact neemt namelijk toe naarmate de windturbines groter worden. Dit geldt echter niet voor de regulering van het windturbinegeluid. Voor het aspect geluid beoordeelt een as- of tiphoogte gerelateerde afstandsnorm grotere windturbines namelijk strenger dan kleinere windturbines. Voor grotere windturbines leidt dit immers tot (veel) grotere afstanden terwijl ze niet per se meer geluid produceren. Door een zeer ruime afstandsnorm te hanteren zouden de meeste van voornoemde nadelen kunnen worden voorkomen.
Dit beperkt echter de plaatsingsruimte voor windturbines, ook in die gevallen waar dit vanuit het oogpunt van milieubescherming en het voorkomen van gezondheidseffecten mogelijk niet nodig zou zijn geweest. Vijf van de acht onderzochte landen hanteren (deels) een afstandsnorm en een zesde land is voornemens om een afstandsnorm in te voeren. Er is geen enkel land dat de hinder van windturbines alleen door middel van een afstandsnorm reguleert, ofschoon het in Polen en de Duitse deelstaat Beieren door de ruime afstandsnorm van 10 x tiphoogte hier effectief wel op neerkomt. Alle onderzochte Europese landen hanteren voor windturbines een geluidnorm. Naast Nederland hanteren vijf andere onderzochte landen een slagschaduwnorm. In Polen is de afstandsnorm gebaseerd op een opinieartikel dat beschrijft dat bij een brand in een windturbine na een blikseminslag tijdens een hevige storm sommige brandende fragmenten zich tot ongeveer op deze afstand zouden kunnen verspreiden. In de onderbouwing van de Poolse wet is aangegeven dat ook het visuele aspect bij de 77
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
afstandsnorm van belang is en dat de beschikbare informatie over geluid, infrageluid, elektromagnetische straling, trillingen, slagschaduw en lichtschitteringen is geanalyseerd. De afstandsnorm in Beieren is ingesteld om de natuur en het imago van het platteland te beschermen en om visueel overweldigende effecten te voorkomen. In de overige beschouwde landen varieert de afstandsnorm van 300 meter tot 1.100 meter en van 2 x de tiphoogte tot 4 x de tiphoogte. Daar waar de reden voor de afstandsnormen kon worden achterhaald zijn deze ingesteld om de visuele impact van de windturbines te beperken. De kortste afstanden lijken vooral ingesteld om de visuele impact van de windturbines als object te beperken, met name om visueel beklemmende effecten door de windturbines te voorkomen. In de Duitse deelstaat Nedersaksen wordt hiervoor op basis van jurisprudentie een vuistregel van 2 x de tiphoogte gehanteerd. Hier wordt voor afstanden van minder dan 3 x de tiphoogte altijd onderzoek naar de specifieke situatie nodig geacht om vast te stellen of visueel beklemmende effecten kunnen optreden. De ruimere afstandsnormen lijken ook rekening te houden met andere visuele effecten.
De afstandsnorm van 1.000 meter in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen is ingesteld voor de bescherming van natuur en landschap en voor visueel overweldigende effecten, maar geldt niet voor individuele woningen en gefragmenteerde woongebieden. Denemarken hanteert een afstandsnorm van 4 x de tiphoogte om de visuele hinder door onder andere lichtschitteringen, slagschaduw en obstakelverlichting te beperken. In Nederland worden de effecten van lichtschittering en slagschaduw met technische maatregelen gemitigeerd. Ook wordt er gewerkt aan een alternatieve oplossing voor de nachtelijke obstakelverlichting. De effecten op de leefomgeving zijn vooral afhankelijk van het gekozen beschermingsniveau en niet zozeer van de wijze waarop dit beschermingsniveau wordt geregeld. In het coalitieakkoord 2021-2025 is uitgesproken dat er heldere afstandsnormen voor de bouw van windmolens op land komen. Zoals hiervoor beschreven biedt een afstandsnorm een aantal voordelen. Het hanteren van alleen een afstandsnorm voor het reguleren van de milieueffecten van windturbines kent echter ook belangrijke nadelen. Deze nadelen kunnen worden voorkomen door naast een afstandsnorm ook specifieke geluid- en slagschaduwnormen te hanteren. Ook andere Europese landen met een afstandsnorm hanteren daarnaast specifieke normen voor geluid en slagschaduw.
Door de combinatie kunnen de voordelen van een afstandsnorm worden gerealiseerd terwijl de nadelen hiervan met specifieke geluid- en slagschaduwnormen kunnen worden voorkomen. De afstandsnorm kan dan net als in andere Europese landen vooral worden gericht op het beperken van de visuele impact en een basisbescherming voor geluid en slagschaduw bieden. De specifieke bescherming voor geluid en slagschaduw kan dan met geluid- en slagschaduwnormen worden geregeld.
78
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
7
Conclusies
Uit het onderzoek blijkt dat van de acht onderzochte landen Nederland, het Vlaamse Gewest van België en het Verenigd Koninkrijk geen landelijke afstandsnorm hebben. Er is geen enkel land dat de hinder van windturbines alleen door middel van een afstandsnorm reguleert, ofschoon het in Polen en de Duitse deelstaat Beieren door de ruime afstandsnorm van 10 x tiphoogte hier effectief wel op neerkomt. In de overige beschouwde landen varieert de afstandsnorm van 300 meter tot 1.100 meter en van 2 x de tiphoogte tot 4 x de tiphoogte. Daar waar de reden voor deze afstandsnormen kon worden achterhaald zijn – afgezien van Polen29 - deze vooral ingesteld om de visuele impact van de windturbines te beperken. Dit is ook de onderliggende reden waarom in de onderzochte landen een afstandsnorm altijd met een geluidnorm en meestal met een slagschaduwnorm wordt gecombineerd. De kortste afstanden lijken vooral ingesteld om de visuele impact van de windturbines als object te beperken, met name om visueel beklemmende effecten door de windturbines te voorkomen. In de Duitse deelstaat Nedersaksen wordt hiervoor op basis van jurisprudentie een vuistregel van 2 x de tiphoogte gehanteerd. Hier wordt voor afstanden van minder dan 3 x de tiphoogte altijd onderzoek naar de specifieke situatie nodig geacht om vast te stellen of visueel beklemmende effecten kunnen optreden.
De ruimere afstandsnormen lijken ook rekening te houden met andere visuele effecten. Zo hanteert Denemarken een afstandsnorm van 4 x de tiphoogte om de visuele hinder door onder andere lichtschitteringen, slagschaduw en obstakelverlichting te beperken. In Nederland worden de effecten van lichtschittering en slagschaduw met technische maatregelen gemitigeerd. Ook wordt er gewerkt aan een alternatieve oplossing voor de nachtelijke obstakelverlichting. De afstandsnorm van 1.000 meter in de Duitse deelstaat NoordrijnWestfalen is ingesteld voor de bescherming van natuur en landschap en voor visueel overweldigende effecten, maar geldt niet voor individuele woningen en gefragmenteerde woongebieden. De afstandsnorm van 10 x tiphoogte in Beieren is ingesteld om de natuur en het imago van het platteland te beschermen en om visueel overweldigende effecten te voorkomen. Een vergelijking van de geluidnormen voor windturbines laat zien dat een uniforme benadering ver te zoeken is. Zo worden er verschillende geluidparameters gebruikt voor de beoordeling van het windturbinegeluid, verschillen de grenswaarden en verschilt het beschermingsniveau voor woonwijken versus woningen in landelijk gebied. Ook gelden er in bepaalde landen vaste grenswaarden en zijn in andere landen de grenswaarden afhankelijk van de bestemming van het gebied of het heersende achtergrondniveau van het omgevingsgeluid.
Ook zijn er verschillen in berekeningsmethoden, waardoor ook al zouden de grenswaarden gelijk zijn de impact van de normen anders kan zijn. De geluidnormen en de impact hiervan zijn daarom lastig te vergelijken. Nederland hanteert voor windturbinegeluid de jaargemiddelde beoordelingsmaten Lden en Lnight. In Europa hanteert alleen Noorwegen ook de parameter Lden voor windturbinegeluid. Andere Europese landen gebruiken voor de beoordeling van windturbinegeluid het equivalente geluidniveau LAeq, een op het equivalente geluidniveau gebaseerde parameter of een statistische parameter. Voor de acht onderzochte landen varieert de grenswaarde voor het equivalente geluidniveau bij maximale geluidproductie van de windturbines, deels omgerekend vanuit andere geluidparameters, in de nachtperiode van 35 dB(A) t/m 45 dB(A). Meestal ligt de grenswaarde voor het equivalente geluidniveau in de bandbreedte van 39 dB(A) t/m 45 dB(A). De Nederlandse grenswaarden30 komen meestal overeen met een equivalent geluidniveau van 43 dB(A) t/m 45 dB(A) bij maximale geluidproductie van de windturbines. Hiermee bevinden deze grenswaarden zich aan de bovenkant van voornoemde bandbreedte. In de meeste landen wordt windturbinegeluid met speciale hoorbare karakteristieken zoals tonaal geluid strenger beoordeeld dan in Nederland.
Een vergelijking van de normen voor slagschaduw laat zien dat de meeste landen voor de beoordeling van slagschaduw aansluiting hebben gezocht bij een op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde Duitse richtlijn. Deze richtlijn stelt een grenswaarde van 30 uur per jaar en 30 minuten per dag voor de astronomisch maximaal mogelijke schaduwduur (worst-case scenario). In het geval dat een automatische stilstandsvoorziening wordt gebruikt, moet de werkelijke slagschaduwduur worden beperkt tot 8 uur per jaar. Nederland heeft de meest afwijkende norm voor slagschaduw30. De grenswaarde van gemiddeld niet meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten slagschaduw per dag wordt meestal vereenvoudigd toegepast in de vorm van een grenswaarde van 5 à 6 uur slagschaduw per jaar. Bij de vereenvoudigde toepassing zou Nederland de strengste slagschaduwnorm van de
29 In Polen is de afstandsnorm gebaseerd op een opinieartikel dat beschrijft dat bij een brand in een windturbine na een
blikseminslag tijdens een hevige storm sommige brandende fragmenten zich tot ongeveer op deze afstand zouden kunnen verspreiden. 30 Sinds de uitspraak van de Raad van State inzake het Windpark Delfzijl Zuid moeten de normen in het Activiteitenbesluit voor windparken buiten beschouwing worden gelaten en geldt er feitelijk dus geen landelijk geldende grenswaarde meer voor het geluid en de slagschaduw van windparken. 79
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
onderzochte landen hebben, maar de norm biedt meer ruimte waardoor Nederland feitelijk de meest soepele slagschaduwnorm van de onderzochte landen heeft. De berekening van de geluidbelasting en slagschaduwduur op een bepaalde afstand laten zien dat de geluidbelasting en slagschaduwduur als functie van de afstand tot een windpark afneemt. Door door de vele factoren die een rol spelen is er echter een zeer grote spreiding in de geluid- of slagschaduwbelasting die op een specifieke afstand optreedt. De belasting is namelijk niet alleen afhankelijk van de afstand, maar ook van factoren zoals de omvang en de lay-out van het windpark, het precieze type windturbine, de ashoogte, de oriëntatie tot het windpark en voor geluid het windklimaat, het geluidspectrum en het type omgeving. In de praktijk wordt in Nederland vrijwel altijd een mitigerende maatregel in de vorm van automatische stilstandsvoorziening toegepast waarmee de slagschaduw sterk wordt beperkt. Hierdoor is in de praktijk niet de afstand tot een windpark bepalend voor de hinder die vanwege slagschaduw wordt ondervonden, maar de gekozen uitgangspunten voor de stilstandsregeling. Door de spreiding in de geluidbelasting die op een bepaalde afstand optreedt, treedt er ook een grote spreiding op in het percentage ernstig gehinderden als functie van de afstand tot een windpark.
Een afstandsnorm heeft voor- en nadelen ten opzichte van specifieke normen voor geluid en slagschaduw. De belangrijkste voordelen zijn dat het makkelijk communiceerbaar, heel transparant en nauwkeurig handhaafbaar is. Ook is het een goede maat om visuele impact te reguleren. Belangrijke nadelen van alleen een afstandsnorm zijn dat er op een vaste afstand een grote spreiding is in het beschermingsniveau. Relatief lawaaiige turbines kunnen op dezelfde afstand van woningen komen als relatief stille turbines. Er wordt geen rekening gehouden met het gezamenlijke effect van meerdere turbines of windparken in de buurt en er is geen mogelijkheid tot maatwerk bijvoorbeeld in geval van tonale geluiden. Er is ook geen reden meer om een automatische stilstandsvoorziening toe te passen, wat tot meer slagschaduweffecten dan in de huidige praktijk kan leiden. Vijf van de acht onderzochte landen hanteren (deels) een afstandsnorm en een zesde land is voornemens om een afstandsnorm in te voeren. Er is geen enkel land dat de hinder van windturbines alleen door middel van een afstandsnorm reguleert. Alle onderzochte Europese landen hanteren voor windturbines een geluidnorm. Naast Nederland hanteren vijf andere onderzochte landen een slagschaduwnorm.
De effecten op de leefomgeving zijn vooral afhankelijk van het gekozen beschermingsniveau en niet zozeer van de wijze waarop dit beschermingsniveau wordt geregeld. In het coalitieakkoord 2021-2025 is uitgesproken dat er heldere afstandsnormen voor de bouw van windmolens op land komen. Zoals hiervoor beschreven biedt een afstandsnorm een aantal voordelen. Het hanteren van alleen een afstandsnorm kent echter ook belangrijke nadelen. Deze nadelen kunnen worden voorkomen door net als andere landen naast een afstandsnorm ook specifieke geluid- en slagschaduwnormen te hanteren. De afstandsnorm kan dan net als in andere Europese landen vooral worden gericht op het beperken van de visuele impact en een basisbescherming voor geluid en slagschaduw bieden. De specifieke bescherming voor geluid en slagschaduw kan dan met geluid- en slagschaduwnormen worden geregeld.
80
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
8
Aandachtspunten voor nieuwe milieunormen voor windturbines
Uit het onderzoek blijkt dat het hanteren van alleen een afstandsnorm voor- en nadelen heeft ten opzichte van specifieke normen voor geluid en slagschaduw. De nadelen kunnen worden voorkomen door net als andere landen naast een afstandsnorm ook specifieke geluid- en slagschaduwnormen te hanteren. De afstandsnorm kan dan net als in andere Europese landen vooral worden gericht op het voorkomen van een te grote visuele impact en een heldere basisbescherming voor geluid en slagschaduw bieden. De specifieke bescherming voor geluid en slagschaduw kan dan met geluid- en slagschaduwnormen worden geregeld. Omwonenden van windparken hebben echter al jarenlang kritiek op de wijze waarop windturbinegeluid in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling is gereguleerd. Ook zijn er kanttekeningen te plaatsen bij de wijze waarop slagschaduw is gereguleerd. Dit zijn belangrijke aandachtspunten bij het komen tot nieuwe milieunormen voor windturbines. In dit hoofdstuk is op de belangrijkste kritiekpunten ingegaan. Geluidparameters Lden en Lnight Omwonenden achten de jaargemiddelde beoordelingsmaten Lden en Lnight niet geschikt om windturbinegeluid te beoordelen. In gebieden met weinig wind mogen op basis van de geluidparameters L den en Lnight hogere equivalente geluidniveaus optreden dan in gebieden met veel wind.
Ook biedt de beoordelingsmaat Lnight in het algemeen geen extra bescherming. Vanuit communicatief oogpunt heeft Lnight wel een toegevoegde waarde. Er worden door omwonenden vraagtekens geplaatst bij de handhaafbaarheid van normen in Lden en Lnight. Er wordt getwijfeld aan de betrouwbaarheid omdat de registratie van de geluidemissie gedurende het jaar niet transparant is en plaatsvindt op basis van productiegegevens van de exploitant die niet publiek zijn. De jaargemiddelde beoordelingsmaat Lden is voor leken moeilijk te begrijpen. Omwonenden hebben vaak geen idee wat dit in de praktijk betekent, zoals welke geluidniveaus ze kunnen verwachten als het hard waait en hoe vaak deze niveaus optreden. De jaargemiddelde beoordelingsmaat voor de nachtperiode Lnight is voor omwonenden beter te begrijpen en betreft de gevoeligste periode. Omwonenden willen echter duidelijkheid over de hoogste niveaus die optreden, mede omdat deze eenvoudiger gehandhaafd kunnen worden. Het equivalente geluidniveau LAeq onder specifieke omstandigheden, met name het hoogst optredende equivalente geluidniveau LAeq max, is voor omwonenden duidelijker en kan een deel van de zorgen wegnemen. De beoordelingsmaten Lden, Lnight en LAeq zijn echter sterk gecorreleerd. Het verschil tussen Lden en Lnight en het LAeq max niveau wordt namelijk bepaald door het lokale windklimaat op de ashoogte van de windturbines.
Voor het Nederlandse windklimaat is het hoogst optredende equivalente geluidniveau LAeq 2 tot 5 dB(A) hoger dan het Lnight niveau, maar meestal 2 tot 4 dB(A) hoger. Het hoogst optredende equivalente geluidniveau is meestal 2 tot 5 dB(A) lager dan het Lden-niveau. Een normering in Lden betekent dat voor een windturbine in het windrijke noordwesten van Nederland een grotere afstand tot woningen moet worden aangehouden dan voor eenzelfde windturbine in het windarmere zuidoosten van Nederland. Naarmate de ashoogte toeneemt moet ook een grotere afstand tot woningen worden aangehouden om aan de grenswaarde te voldoen, omdat de windsnelheid met de hoogte toeneemt. Een normering in LAeq zou betekenen dat voor een windturbine in het noordwesten van Nederland eenzelfde afstand tot woningen moet worden aangehouden als voor eenzelfde windturbine in het zuidoosten van Nederland. In het windrijke noordwesten treedt het hoogst optredende equivalente geluidniveau wel vaker op dan in het windarmere zuidoosten. Ook zal dit niveau vaker optreden naarmate de ashoogte groter wordt, omdat op een grotere hoogte vaker hoge windsnelheden voorkomen.
Uit het voorliggende onderzoek blijkt dat de meeste Europese landen windturbinegeluid reguleren op basis van het equivalente geluidniveau en dat naast Nederland alleen Noorwegen heeft gekozen voor de beoordeling van windturbinegeluid op basis van het Lden-niveau. Indien er aan een jaargemiddelde beoordelingsmaat zou worden vastgehouden, pleiten bepaalde omwonenden voor een registratie en controle van emissiegegevens zoals nu door de Provincie Noord-Brabant is vastgelegd voor het Energie A16 project. Andere omwonenden hebben hier weinig vertrouwen in. Voor het Energie A16 project dienen alle inrichtinghouders de emissiegegevens periodiek aan de Omgevingsdienst West Brabant toe te zenden of de gegevens in een digitaal systeem te registreren en de Omgevingsdienst hier toegang tot te verlenen. Hiermee kan op elk gewenst moment de stand van zaken worden bekeken. Met behulp van de geregistreerde gegevens kan gedurende het kalenderjaar worden gemonitord hoe de jaargemiddelde geluidbelastingen Lden en Lnight zich ontwikkelen. Periodiek wordt dan bepaald of er een risico op normoverschrijding bestaat, waarbij voor het resterende deel van het jaar wordt gerekend met het historisch gemiddelde windaanbod. Ook wordt door omwonenden gepleit voor een real-time en 81
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
continu monitoringssysteem dat immissiemetingen omvat, waarbij ruimte zou moeten zijn voor aanpassingen aan de windturbines indien de daadwerkelijke hinder ernstiger is dan verwacht. Onderzoek naar gezondheidseffecten van windturbines Door omwonenden wordt nader onderzoek gevraagd naar de gezondheidseffecten van moderne windturbines met hoogtes van 150 tot 250 meter. Momenteel loopt er een verkenning door het RIVM van de mogelijkheden voor een praktijkonderzoek dat de wetenschappelijke inzichten over de gezondheidseffecten van windturbines in Nederland met nieuwe empirische gegevens kan aanvullen. Gedifferentieerde geluidnorm Door omwonenden wordt gepleit voor landelijk geldende gedifferentieerde normen. Uit het voorliggende onderzoek blijkt dat er meerdere landen zijn die gedifferentieerde normen voor windturbines hanteren, Hierbij worden echter uiteenlopende keuzes gemaakt. In landen zoals Frankrijk, Ierland en het Verenigd Koninkrijk waar de normstelling gerelateerd is aan het achtergrondniveau geldt voor woningen in landelijk gebied een hoger beschermingsniveau dan voor woonwijken. In Vlaamse Gewest van België, Denemarken en Duitsland worden voor woningen in landelijk gebied juist hogere niveaus toegestaan dan voor woonwijken.
Rekenmethode Vanwege de grote bronhoogte van moderne windturbines wordt door omwonenden getwijfeld aan de juistheid van de rekenmethode zoals vastgelegd in het ‘Reken- en meetvoorschrift windturbines’, bijlage 4 van de Activiteitenregeling milieubeheer. Omwonenden achter het wenselijk om hier nader onderzoek naar te doen. Het voorliggende onderzoek laat zien dat naast Nederland ook Denemarken haar eigen rekenmethode voor windturbines heeft ontwikkeld. De andere onderzochte landen maken voor zover kon worden nagegaan gebruik van de internationale standaard ISO 9613-2:1996, maar de randvoorwaarden die in de berekeningen moeten worden aangehouden verschillen vaak weer per land. Het is niet bekend welke methode de beste benadering van de werkelijkheid geeft. Onvoldoende bescherming tegen bijzondere geluiden die als extra hinderlijk worden beschouwd Omwonenden geven aan dat de huidige normen onvoldoende bescherming bieden tegen tonaal en impulsachtig geluid en dat extra bescherming noodzakelijk is. Uit het onderhavige onderzoek blijkt dat in de meeste landen voor tonaal geluid van windturbines een toeslag op het geluidniveau wordt toegepast variërend van 1 tot 6 dB afhankelijk van de sterkte van het tonale karakter. In Nederland wordt voor windturbinegeluid met een tonaal karakter geen toeslag toegepast.
Hierdoor geldt voor windturbinegeluid met een tonaal karakter in veel landen een strengere norm dan in Nederland. Voor industriegeluid met een tonaal karakter wordt in Nederland wel een toeslag toegepast, te weten 5 dB. Van de onderzochte landen past alleen Duitsland een toeslag toe voor impulsachtig geluid, maar dat komt omdat het voor windturbinegeluid dezelfde norm hanteert als voor industriegeluid. Het is niet bekend of Duitsland ook daadwerkelijk een toeslag op windturbinegeluid toepast. De ritmische variaties in het geluidniveau van een windturbine met de frequentie waarmee een rotorblad een bepaald punt passeert worden als amplitudemodulatie aangeduid. Amplitudemodulatie is een karakteristiek aspect van windturbinegeluid en een belangrijke reden waarom het geluid van windturbines als hinderlijker wordt ervaren als eenzelfde geluidniveau van wegverkeer of industrie. In het Verenigd Koninkrijk is een methode ontwikkeld om de amplitudemodulatie van windturbines te beoordelen en om een eventuele toeslag toe te passen. Deze methode en het toeslagschema zijn echter niet in nationale regelgeving vastgelegd en worden voor zover kon worden nagegaan niet algemeen toegepast.
Ierland is voornemens om in de nieuwe regelgeving voor windturbines een toeslag op te nemen voor amplitudemodulatie met een modulatiediepte van 3 dB of meer, maar ruim twee jaar na het ter inzage leggen van het ontwerp is de nieuwe regelgeving nog niet steeds niet gepubliceerd. Van de onderzochte Europese landen zijn er geen landen met nationale regelgeving ten aanzien van amplitudemodulatie. Nieuw-Zeeland kent wel nationale regelgeving voor amplitudemodulatie van windturbines [105].
82
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Onvoldoende bescherming tegen laagfrequent geluid Omwonenden vinden dat de huidige normen onvoldoende bescherming tegen laagfrequent geluid. Er zou hiervoor een extra norm moeten worden opgenomen. Op dit moment kent van de acht onderzochte Europese landen alleen Denemarken een specifieke norm voor laagfrequent geluid van windturbines. Blijkens het ontwerp voor de nieuwe regelgeving is Ierland echter ook voornemens om een norm voor laagfrequent geluid in te voeren. Slagschaduw Nederland heeft de meest afwijkende norm voor slagschaduw, omdat de grenswaarde bestaat uit een combinatie van dagen per jaar en minuten per dag31. De grenswaarde van gemiddeld niet meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten slagschaduw per dag wordt meestal vereenvoudigd toegepast. Zo wordt in de praktijk veelal uitgegaan van een grenswaarde van 5 uur en 40 minuten (of afgerond 5 of 6 uur) slagschaduw per jaar. Dit is gebaseerd op 17 keer 20 minuten slagschaduw. De Activiteitenregeling stelt echter geen limiet als er niet meer dan 17 dagen per jaar, of minder dan 20 minuten per dag, slagschaduw optreedt. Als de grens van de regeling wordt opgezocht kan er aanzienlijk meer dan 6 uur per jaar slagschaduw optreden.
Uitgaande van 17 x 20 minuten zou Nederland de strengste slagschaduwnorm van de onderzochte landen hebben, maar door de vreemde definitie van de norm zou er bij het opzoeken van de maximale ruimte die de norm biedt juist veel meer slagschaduw kunnen optreden dan er in andere landen met een grenswaarde voor slagschaduw is toegestaan. Ook zijn de bij de slagschaduwberekeningen in acht te nemen randvoorwaarden onvoldoende vastgelegd. Het is wenselijk om op dit punt tot een duidelijkere, eenduidige regeling te komen.
31 Sinds de uitspraak van de Raad van State inzake het Windpark Delfzijl Zuid moeten de normen in het Activiteitenbesluit voor
windparken buiten beschouwing worden gelaten en geldt er feitelijk dus geen landelijk geldende grenswaarde meer voor de slagschaduw van windparken. 83
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Nawoord door Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW) Nawoord NLVOW Het Ministerie van EZK heeft de vertegenwoordigers van omwonenden uitgenodigd om in een nawoord hun visie op het voorliggende rapport en de vast te stellen afstandsnorm te geven. Het NLVOW heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Dat het nawoord in het voorliggende rapport is opgenomen wil niet zeggen dat Arcadis het eens is met de inhoud van het nawoord of met de stukken op de website van de NLVOW waarnaar verwezen wordt. Het nawoord is de verantwoordelijkheid van de NLVOW.
13-4-2022 Nawoord NLVOW Geachte lezer van dit rapport, Voor u ligt het rapport van Arcadis als gedeeltelijk antwoord op de motie Erkens-Leijten, die vraagt om meer duidelijkheid voor de Tweede Kamerleden ten aanzien van de effecten van verschillende afstandsnormen op de gezondheid en leefkwaliteit van omwonenden. Dit rapport geeft daar nog geen antwoord op. Dit rapport is een inventarisatie van toegepaste normering in het buitenland en gaat over de gevolgen van de gehanteerde afstanden en/of geluidsnormering ten aanzien van alleen geluidsbelasting en slagschaduw die ontstaat. Het geeft dus nog geen antwoord op de vraag wat de gevolgen zijn voor de gezondheid en leefkwaliteit van omwonenden. Als vereniging die opkomt voor de belangen van de omwonenden vinden wij dit natuurlijk een groot gemis. Ons meedoen aan de klankbordgroep en het schrijven van dit nawoord moet dan ook niet gezien worden als een volledig instemmen met de inhoud van dit rapport. Wij hebben in dank wel het nodige kunnen en mogen bijdragen, waardoor dit rapport uiteindelijk meer en juistere informatie bevat die noodzakelijk is voor het landelijke bestuur en onze volksvertegenwoordiging, om een betere keuze te maken ten aanzien van nieuwe normeringen. Er zijn echter diverse punten waar wij nog sterk van inzicht verschillen.
Onze twijfels ten aanzien van dit rapport liggen hoofdzakelijk in de conclusies die hieruit getrokken worden of kunnen worden. De bandbreedte van de gehanteerde normeringen in de diverse landen zou wat ons betreft niet mogen leiden tot “we doen het zo slecht nog niet” maar eerder tot een reflectie: “we willen toch niet het slechtste jongetje in de klas zijn”. Sterker nog, wat ons betreft zou de ambitie moeten zijn om nu eens te voldoen aan eisen van EU *), adviezen van de WHO en onze Zorgplicht in de milieuwetgeving over de bescherming van de omwonenden. In deze fase zeker, nu er nog geen onderzoek is ten aanzien van de gevolgen voor de gezondheid (als invulling van deze motie). Het voorzichtigheidsprincipe, prudent omgaan met wat het gevolg kan zijn voor de mensen die er mee geconfronteerd, worden lijkt ons hier op zijn plaats. Hierbij moet zeker ook in acht worden genomen dat er voldoende betere, minder gevolgen hebbende alternatieven beschikbaar zijn, zoals op zee, zodat plaatsingsmogelijkheden in het geheel niet onder de Zorgplicht hoeven te lijden. Wij willen wij u er nog op wijzen dat wij de laatste concept-versie van dit rapport onderworpen hebben aan een second-opinion van een ander geluidstechnisch bureau (DGMR).
Dit is gebeurd omdat wij het uiterst belangrijk vinden dat de Tweede Kamerleden goede en volledige informatie krijgen om later tot een goede beslissing te komen ten aanzien geluidsnormering voor Nederland. Onze analyse van dit rapport, het in onze opdracht opgestelde second-opinion rapport (van een onafhankelijk bureau) en wat dit naar onze mening zou moeten betekenen ten aanzien van de voorwaarden die aan Wind-op-Land zouden moeten worden gesteld, kunt u terugvinden op de website van de NLVOW via deze link. Hier hebben we de wirwar van getallen en geluids(..!..)normeringen in dit rapport geprobeerd te vertalen naar een grafiek met wat dit betekent ten aanzien van afstanden geteld in meters. Dit vanuit het voorzorgsprincipe: pak de strengste norm per land en laat die vanuit de Rechten van de Mens voor iedere woning op elk moment gelden! Daaruit blijkt dat Nederland de ruimste normen kende en dat vele ons omringende landen daarentegen hebben gekozen voor zeer ruime afstandsnormen, om daarmee vele effecten, ook anders dan geluid, op veilige afstand te houden van woningen. 84
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Wat dus echt ontbreekt om een juiste afweging te kunnen maken is een helder en objectief gezondheidsonderzoek, dat nog jaren op zich kan laten wachten. Laten we vooralsnog werken naar een prudente bescherming voor omwonenden met een veilige en heldere afstandsnorm en kiezen voor een normering met voldoende afstand, gedifferentieerd en met een passende aanvullende geluidsnorm. Een heldere afstandsnorm van 1000m lijkt ons minimaal noodzakelijk, er is van landen die hier al mee werken wel degelijk een wetenschappelijke motivatie voor >2000m. Onderbelicht blijft in het rapport dat voor slagschaduw een aparte norm van volledige stilstandsregeling (0% hinder) betaalbaar is en dus tot de BBT behoort, evenzo een aparte norm voor het maximaal uitschakelen van obstakelverlichting middels al lang goedgekeurde naderingsdetectie. Bestuur NLVOW, de belangenvereniging voor omwonenden windturbines
*) in artikel 130 R, lid 2, van het Verdrag (VWEU) is bepaald dat het milieubeleid van de Gemeenschap met name berust op het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, alsmede op de beginselen dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en dat de vervuiler betaalt.
85
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Referenties [1]
S. Erkens en R. Leijten, „Kamerstuk 32813, nr. 713,” Tweede Kamer der Staten-Generaal, 15 juni 2021.
[2]
Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, „Uitspraak 202003882/1/R3,” 30 juni 2021.
[3]
Windpark Krammer, „Windpark Krammer neemt detectiesysteem in gebruik,” 21 december 2021. [Online]. Available: https://www.windparkkrammer.nl/windpark-krammer-neemt-detectiesysteem-gebruik/. [Geopend 3 maart 2022].
[4]
E. Nieuwenhuizen en M. Köhl, „Differences in noise regulations for wind turbines in four European countries,” in EuroNoise 2015, Maastricht, 2015.
[5]
Europese Unie, „Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai,” Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, L 189/12-25, 18 juli 2002.
[6]
E. Koppen en K. Fowler, „International Legislation for Wind Turbine Noise,” in EuroNoise 2015, Maastricht, 2015.
[7]
Ierse Overheid, Department of Housing, Local Government and Heritage, „Draft Revised Wind Energy Development Guidelines December 2019,” 12 december 2019.
[8]
E. Nieuwenhuizen, „De emissieterm uit het reken- en meetvoorschrift windturbines,” in NSG Themabijeenkomst Geluid(shinder) van windturbines, Arnhem, 2013.
[9]
ETSU, Working Group on Wind Turbine Noise, „The assessment and rating of noise from wind farms,” ETSU-R97, 09 1996.
[10]
B. Peeters en R. Nusselder, „Overview of critical noise values in the European Region,” European Network of the Heads of Environment Protection Agencies, M+P rapport M+P.BAFU.18.01.1, 9 oktober 2019.
[11]
World Health Organization (WHO), „Environmental Noise Guidelines for the European Region,” 2018.
[12]
J. Pohl, F. Faul en R. Mausfeld, „Belästigung durch periodischen Schattenwurf von Windenergieanlagen,” Institut für Psychologie der Christian-Albrechts-Universität, Kiel, 1999.
[13]
J. Pohl, F. Faul en R. Mausfeld, „Belästigung durch periodischen Schattenwurf von Windenergieanlagen Laborpilotstudie,” Institut für Psychologie der Christian-Albrechts-Universität, Kiel, 2000.
[14]
Länderausschuss für Immissionsschutz, „Hinweise zur Ermittlung und Beurteilung der optischen Immissionen von Windenergieanlagen (WEA-Schattenwurf-Hinweise),” 2002.
[15]
E. Koppen, M. Gunuru en A. Chester, „International Legislation and Regulations for Wind Turbine Shadow Flicker Impact,” in 7th International Conference on Wind Turbine Noise, Rotterdam, 2017.
[16]
Nederlandse overheid, „Besluit van 19 oktober 2007, houdende algemene regels voor inrichtingen (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer),” [Online]. Available: https://wetten.overheid.nl/BWBR0022762/2021-07-01. [Geopend 18 november 2021].
[17]
Nederlandse overheid, „Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 november 2007, nr. DJZ2007104180, houdende algemene regels voor inrichtingen (Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer),” [Online]. Available: https://wetten.overheid.nl/BWBR0022830/2018-0405. [Geopend 18 november 2021].
[18]
Europese Unie, „Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's,” Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen L 197/30, 21 juli 2001.
86
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
[19]
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Minister van Justitie, „Besluit van 4 juli 1994, houdende uitvoering van het hoofdstuk Milieu-effectrapportage van de Wet milieubeheer,” [Online]. Available: https://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/2020-12-18. [Geopend 6 januari 2022].
[20]
Provincie Noord-Holland, „Omgevingsverordening NH2020,” 22 oktober 2020.
[21]
Gemeente Emmen, „Structuurvisie Emmen, Windenergie NL.IMRO.0114.2015003-S701,” 28 juni 2016.
[22]
Minister van VROM, „Besluit van 14 oktober 2010 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht (wijziging milieuregels windturbines),” Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden nr. 749, 2010.
[23]
Minister van VROM, „Besluit van 19 oktober 2007, houdende algemene regels voor inrichtingen (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer),” Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden nr. 415, 2007.
[24]
Minister van VROM, „Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer,” Staatscourant nr. 223, 16 november 2007.
[25]
Ministerie van VROM, „Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening,” oktober 1998.
[26]
Minister van VROM, „Besluit van 18 oktober 2001, houdende regels voor voorzieningen en installaties (Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer),” Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden nr. 487, 2001.
[27]
G. v. d. Berg, „The sound of high winds: The effect of atmospheric stability on wind turbine sound and microphone noise,” University of Groningen, 2006.
[28]
W. Palmer, „Uncloaking the Nature of Wind Turbines – Using the Science,” in Second International Meeting on Wind Turbine Noise, Lyon, 2007.
[29]
S. A. Janssen, H. Vos en A. R. Eisses, „Hinder door geluid van windturbines. Dosis-effectrelaties op basis van Nederlandse en Zweedse gegevens,” TNO 2008-D-R1051/B, 2008.
[30]
E. Verheijen, J. Jabben, E. Schreurs, R. Koeman, R. v. Poll en B. d. Pon, „Evaluatie nieuwe normstelling windturbinegeluid. Invloed van verschillende grenswaarden op blootstelling, hinder en mogelijkheden ontwikkelingslocaties,” RIVM 680300007, 2009.
[31]
Minister van VROM, „Lijst van vragen – Wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht (wijziging milieuregels windturbines),” Kamerstuk 31209, nr. 97, 21 augustus 2009.
[32]
Ministerie van VROM, „Handreiking industrielawaai en vergunningverlening,” 1998.
[33]
Minister van VROM, „Beantwoording Vragen van de leden Zijlstra (VVD) en Jansen (SP) aan de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over de geluids- en veiligheidsnormering voor windmolens. (Ingezonden 22 juli 2009),” Kamervragen nr. 14196, 21 augustus 2009.
[34]
Minister van VROM, „Beantwoording schriftelijke vragen en opmerkingen over het Ontwerp-besluit Wijziging milieuregels windturbines,” 8 december 2009.
[35]
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, „Handhaving norm geluiden en slagschaduw. Toezichts- en handhavingsstrategie project Windenergie A16,” 1 maart 2019. [Online]. Available: https://www.brabant.nl/subsites/windenergiea16/actueel-windenergie-a16/2019/handhaving-norm-geluid-enslagschaduw. [Geopend 1 december 2021].
[36]
Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, „Uitspraak 201608423/1/R6 en 201703826/1/R6,” 21 februari 2018.
[37]
Europese Hof van Justitie, „Arrest van het Hof (Grote kamer) in zaak C-24/19,” 25 juni 2020.
[38]
Belgisch Staatsblad nr. 211, „Decreet tot validering van de sectorale milieuvoorwaarden voor windturbines - 17 juli 2020,” 24 juli 2020.
87
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
[39]
Grondwettelijk hof, „Arrest nr. 142/2021,” 14 oktober 2021.
[40]
Waalse overheid, „ Arrêté du Gouvernement wallon portant conditions sectorielles relatives aux parcs d'éoliennes d'une puissance totale supérieure ou égale à 0,5 MW, modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002,” 13 februari 2014.
[41]
Modyva, Sertius, Pissaet ae, „Evaluation des incidences sur l’environnement de deux projets de plan. Conditions sectorielles s’appliquant aux parcs d’éoliennes,” 2020.
[42]
Waalse overheid, „Arrêté du Gouvernement wallon portant conditions sectorielles relatives aux parcs d'éoliennes d'une puissance totale supérieure ou égale à 0,5 MW et modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d,” 25 februari 2021.
[43]
Vlaamse overheid, "VLAREM II, Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne," [Online]. Available: https://navigator.emis.vito.be/mijnnavigator?woId=40985. [Accessed 6 januari 2021].
[44]
Waalse overheid, „Cadre de référence pour l'implantation d'éoliennes en région Wallonne,” 11 juli 2013.
[45]
Vlaamse overheid, „VLAREM II - Bijlagen, Bijlage 5.20.6.1. Richtwaarden voor windturbinegeluid,” [Online]. Available: https://navigator.emis.vito.be/mijn-navigator?woId=42564. [Geopend 6 januari 2022].
[46]
Waalse overheid, „Arrêté du Gouvernement wallon fixant les conditions générales d'exploitation des établissements visés par le décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement (M.B. 21.09.2002 - err. 01.10.2002),” 4 juli 2002.
[47]
Sertius, Modyva, Pissart AE, „Evaluation des incidences sur l'environnement de deux projects de plan,” Projet d’Arrêté ministériel relatif aux études acoustiques des parcs éoliens, pp. 187-193, 3 februari 2020.
[48]
Vlaamse overheid, Departement Leefmililieu, Natuur en Energie, Afdeling Milieuvergunningen, „Toelichtingsnota nieuwe milieuvoorwaarden voor windturbines,” 27 juli 2011.
[49]
Deense overheid, Erhvervsstyrelsen, „Bekendtgørelse om planlægning for og tilladelse til opstilling af vindmøller,” BEK nr. 923, 6 september 2019.
[50]
Deense overheid, Naturstyrelsen, Miljøministeriet, „Vejledning om planlægning for og tilladelse til opstilling af,” 2015.
[51]
Deense Overheid, Miljø- og Fødevareministeriet, „Bekendtgørelse om støj fra vindmøller,” BEK nr. 135, 07 Februari 2019.
[52]
Persoonlijke correspondentie J. Mogensen, Deense Ministerie van Milieu, 17 november 2021.
[53]
Deense overheid, Miljø- og Fødevareministeriet, „Bekendtgørelse om støj fra vindmøller,” BEK nr 304, 14 mei 1991.
[54]
Deense overheid, Miljø- og Fødevareministeriet, „Bekendtgørelse om støj fra vindmøller,” BEK nr 1518, 14 December 2006.
[55]
Deense overheid, Miljø- og Fødevareministeriet, „Bekendtgørelse om støj fra vindmøller,” BEK nr 1284, 15 December 2011.
[56]
Deense overheid, Miljø- og Fødevareministeriet, „Bekendtgørelse om støj fra vindmøller,” BEK nr 1736, 21 December 2015.
[57]
J. S. Thers en A. Jensen, „Støj fra vindmøller, Vejledning fra Miljøstyrelsen,” Het Deense Agentschap voor Milieubescherming, Miljøstyrelsen, 2021.
[58]
J. Jakobsen, „Danish regulation of low frequency noise from wind turbines,” in 15th International Meeting on Low Frequency Noise and Vibration and its Control, Stratford upon Avon, 2012.
88
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
[59]
L. S. Sondergaard en C. Backalarz, „Støj fra store, nyere danske vindmøller som funktion af vindhastigheden,” Het Deense Agentschap voor Milieubescherming (Miljøstyrelsen), 2016.
[60]
Bundesministerium der Justiz und für Verbraucherschutz, „Baugesetzbuch (BauGB) § 249 Sonderregelungen zur Windenergie,” in § 249 Sonderregelungen zur Windenergie, 2021.
[61]
Fachagentur Windenergie an Land, „Überblick zu den Abstandsempfehlungen zur Ausweisung von Windenergiegebieten in den Bundesländern,” oktober 2021.
[62]
Bayerische Staatskanzlei, „Art. 82 Windenergie und Nutzungsänderung ehemaliger landwirtschaftlicher Gebäude,” Bayerische Bauordnung (BayBO), 1 juni 2021.
[63]
Staatskanselarij van Nedersaksen, „Planung und Genehmigung von Windenergieanlagen an Land in Niedersachsen (Windenergieerlass),” in RdErl.D. MU, ged. ML, ged. MI, ged. MW - MU-52-29211/1/305, 2021.
[64]
Noordrijn-Westfalen, „Geltende Gesetze und Verordnungen (SGV. NRW.) mit Stand vom 2.12.2021 § 2 (Fn 2) Mindestabstand für privilegierte Windenergieanlagen,” 2 December 2021. [Online]. Available: https://recht.nrw.de/lmi/owa/br_bes_detail?sg=0&menu=1&bes_id=29504&anw_nr=2&aufgehoben=N&det_id=5 17851. [Geopend 3 December 2021].
[65]
Sechste Allgemeine Verwaltungsvorschrift zum Bundes-Immissionsschutzgesetz (Technische Anleitung zum Schutz gegen Lärm - TA Lärm) vom 26. August 1998 (GMBl Nr. 26/1998 S. 503), 1998.
[66]
A. Bauerdorff, „Current regulations for the protection against noise from wind turbines in Germany,” in 8th International Conference on Wind Turbine Noise 2019, Lissabon, 2019.
[67]
Deutsches Institut für Normung, „Messung und Bewertung tieffrequenter Geräuschimmissionen in der Nachbarschaft (Measurement and assessment of low-frequency noise immissions in the neighborhood),” DIN 45680, maart 1997.
[68]
Deutsches Institut für Normung, „Beiblatt 1: Messung und Bewertung tieffrequenter Geräuschimmissionen in der Nachbarschaft,” DIN 45680, maart 1997.
[69]
DIN Deutsches Institut für Normung e. V., „Dokumentation zur Schallausbreitung, Interimsverfahren zur Prognose der Geräuschimmissionen von Windkraftanlagen, Fassung 2015-05.1,” 28 september 2015.
[70]
Bund-/Länder-Arbeitsgemeinschaft für Immissionsschutz (LAI), „Hinweise zur Ermittlung und Beurteilung der optischen Immissionen von Windkraftanlagen – Aktualisierung 2019,” 23 januari 2020.
[71]
Persoonlijke correspondentie A. Bauerdorff, Duitse Umweltbundesamt, 23 november 2021.
[72]
Bayerischer Landtag, 17. Wahlperiode, „Gesetzentwurf der Staatsregierung zur Änderung der Bayerischen Bauordnung und des Gesetzes über die behördliche Organisation des Bauwesens, des Wohnungswesens und der Wasserwirtschaft,” Drucksache 17/2137, 27 mei 2014.
[73]
Beierse Staatskanselarij, „Höhenbezogener Mindestabstand für Windkraftanlagen als Voraussetzung für deren bauplanungsrechtliche Privilegierung,” Bayern.Recht, nr. VerfGH München, besluit van 9 mei 2016 - Vf. 14-VII / 14, Vf. 3-VIII / 15, Vf. 4-VIII/15.
[74]
ntv, „Habeck: Windrad-Abstände könnten kippen,” 27 november 2021. [Online]. Available: https://www.ntv.de/politik/Habeck-Windrad-Abstaende-koennten-kippen-article22960817.html. [Geopend 29 november 2021].
[75]
Landtag Nordrhein-Westfalen, 17. Wahlperiode, „Gesetzentwurf der Landesregierung. Zweites Gesetz zur Änderung des Gesetzes zur Ausführung des Baugesetzbuches in Nordrhein-Westfalen,” Drucksache 17/13426, 21 april 2021.
[76]
Franse Overheid, „Code de l'environnement, Section 11: Eoliennes,” 1 maart 2017. [Online]. Available: https://www.legifrance.gouv.fr/codes/article_lc/LEGIARTI000033933299/. [Geopend 17 januari 2022].
[77]
Franse Overheid, „Arrêté du 26 août 2011 relatif aux installations de production d'électricité utilisant l'énergie mécanique du vent au sein d'une installation soumise à autorisation au titre de la rubrique 2980 de la législation
89
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
des installations classées pour la prot....,” 10 december 2021. [Online]. Available: https://www.legifrance.gouv.fr/loda/id/JORFTEXT000024507365/. [Geopend 17 januari 2022]. [78]
P. Dutilleux, „France - Germany: A Comparison of the Acoustic Assessment Procedures,” in 8th International Conference on Wind Turbine Noise, Lisbon, 2019.
[79]
Ierse Overheid, Department of Housing, Local Government and Heritage , „Wind Energy Development Guidelines,” 2006.
[80]
Ierse Overheid, Department of the Environment, Community and Local Government, „Proposed Revisions to Wind Energy Development Guidelines 2006, Targeted Review in relation to Noise, Proximity and Shadow Flicker,” 11 december 2013.
[81]
Ierse Overheid, „Wind Energy Guidelines, Dáil Éireann Debate,” 5 mei 2021. [Online]. Available: https://www.oireachtas.ie/en/debates/question/2021-05-05/39/. [Geopend 13 januari 2022].
[82]
Institute of Acoustics, Amplitude Modulation Working Group, „A Method for Rating Amplitude Modulation in Wind Turbine Noise,” 9 augustus 2016.
[83]
Institute of Acoustics, „A Good Practice Guide to the Application of ETSU-R-97 for the Assessment and Rating of Wind Turbine Noise,” mei 2013.
[84]
Poolse Overheid, „Ustawy o inwestycjach w zakresie elektrowni,” Druk nr 315, 19 februari 2016.
[85]
Poolse Overheid, „Rozporządzenie Ministra Środowiska z dnia 1 października 2012 r. zmieniające rozporządzenie w sprawie dopuszczalnych poziomów hałasu w środowisku,” Poz. 1109, 1 10 2012.
[86]
P. G. Pojmański, „Opinia dotycząca zagrożeń związanych z eksploatacją i awariami turbin wiatrowych,” [Online]. Available: http://gminagolcza.pl/wp-content/uploads/2013/04/opinia-bezpieczenstwo-a-wiatraki-g-pojmanski.pdf. [Geopend 2 12 2021].
[87]
WSP | Parsons Brinckerhoff, „Wind Turbine AM Review. Phase 2 Report. Department of Energy & Climate Change,” Report No 3514482A, Augustus 2016.
[88]
UK Department of Energy & Climate Change, „National Policy Statement for Renewable Energy Infrastructure (EN-3),” juli 2011.
[89]
Noord-Ierse Overheid, Department of the Environment, „Best Practice Guidance to Planning Policy Statement 18 ‘Renewable Energy’,” augustus 2009.
[90]
WHO, „Enironmental Health Criteria,” 12-Noise, 1980.
[91]
E. Nieuwenhuizen, „Consequenties van het verlagen van de norm voor windturbinegeluid voor plaatsbaarheid en energieopbrengst. Quick scan,” Presentatie M+P i.o.v. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/10/Consequenties_verlagen_norm_WTgeluid.pdf), 2020.
[92]
S. Janssen, H. Vos, A. Eisses en E. Pedersen, „A comparison between exposure–response relationships for wind turbine annoyance and annoyance due to other noise sources.,” The Journal of the Acoustical Society of America 130(6), p. 3746–53, 2011.
[93]
S. Kuwano, T. Yano, T. Kageyama, S. Sueoka en H. Tachibanae, „Social survey on wind turbine noise in Japan,” Noise Control Engineering Journal 62(6), pp. 503-20, 2014.
[94]
E. Geertsema, M. Scheele en H. van den Brink, „Windgegevens voor het berekenen van de geluidsbelasting door windturbines, TR-370,” KNMI, 2018.
[95]
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, „Gezondheidseffecten van windturbinegeluid, rapport 2020-0214,” RIVM, 2021.
[96]
D. Bijl, „Gezondheidseffecten van windturbinegeluid, Analyse van het RIVM-rapport 2020-0214,” Wind Wiki, Utrecht, 2021.
90
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
[97]
W. e. S. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu - Ministerie van Volksgezondheid, Reactie RIVM op het evaluatierapport van Bijl 03-11-2021, Bilthoven, 2021.
[98]
D. S. Michaud, L. Marro en J. McNamee, „Derivation and application of a composite annoyance reaction construct based on multiple wind turbine features,” Canadian Journal of Public Health, Ottawa, Canada, 2017.
[99]
D. S. Michaud, L. Marro en J. McNamee, „The association between self-reported and objective measures of health and aggregate annoyance scores toward wind turbine installations,” Canadian Journal of Public Health, Canada, 2018.
[100] G. Hübner, J. Pohl, B. Hoen, J. Firestone, J. Rand, D. Elliott en R. Haac, „Monitoring annoyance and stress effects of wind turbines on nearby residents: A comparison of U.S. and European samples,” Elsevier, 2019. [101] J. Pohl, J. Gabriel en G. Hübner, „Understanding stress effects of wind turbine noise – The integrated approach,” Elsevier, 2018. [102] R. T. Haac, K. Kaliski, M. Landis, B. Hoen, J. Rand, J. Firestone, D. Elliott, J. Pohl en G. Hübner, „Wind turbine audibility and noise annoyance in a national U.S. survey: Individual perception and influencing factors,” Acousstical Society of America, U.S., 2018. [103] D. S. Michaud, S. E. Keith, K. Feder, S. A. Voicescu en et al., „Personal and situational variables associated with wind turbine noise annoyance,” The Journal of the Acoustical Society of America, 2016. [104] K. Feder, D. S. Michaud, S. E. Keith, S. A. Voicescu en et al., „An assessment of quality of life using the WHOQOL-BREF among participants living in the vicinity of wind turbines,” Environmental Research, pp. 227238, 2015. [105] New Zealand Standard, „NZS 6808:2010 Acoustics - Wind farm noise,” 2010. [106] Kenniscentrum InfoMil, „Bepaling windsnelheidsverdeling bij windturbine,” [Online]. Available: https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/activiteitenbesluit/activiteiten/installaties/windturbine/windturbines/w indturbinetool/.
[Geopend 22 november 2021]. [107] Nederlandse overheid, „Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 november 2007, nr. DJZ2007104180, houdende algemene regels voor inrichtingen (Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer),” 2011. [108] E. Verheijen en J. Jabben, „Sanering windturbinegeluid. Een indicatieve raming van kosten,” RIVM Briefrapport 680375001/2011, 2011. [109] Provincie Noord-Holland, „Ontwerp-omgevingsverordening NH2022”. [110] Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, „Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMER Windturbinebepalingen Leefomgeving,” 21 december 2021.
91
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Bijlage 1 Geluidbelasting op verschillende afstanden tot een windpark uitgaande van een specifiek type windturbine per windturbineklasse Uitgangspunten berekeningen Om de effecten van de geluidbelasting op verschillende afstanden tot een windpark in beeld te brengen zijn twee fictieve windparken gemodelleerd. Hierbij is uitgegaan van de opstellingsvarianten zoals beschreven in paragraaf 3.1. De berekeningen zijn verricht voor een specifiek type windturbine in de klassen 2 MW, 4 MW en 6 MW. De kenmerken van deze typen turbines zoals gehanteerd in de berekeningen zijn vermeld in Tabel 22. Deze typen windturbines betreft in principe een willekeurige keuze. Wel is gekozen voor windturbines van drie verschillende fabrikanten en voor windturbines met relatief grote verschillen in rotordiameter. Daarnaast is ervoor gekozen om voor de 2 MW klasse windturbines de laagste ashoogte te hanteren, voor de 6 MW klasse de hoogste ashoogte en voor de 4 MW klasse een tussenliggende ashoogte. In de praktijk zijn echter voor alle windturbineklassen meerdere ashoogtes beschikbaar. Zo is bijvoorbeeld de Type A-2.4 MW turbine ook met een ashoogte van 141 meter beschikbaar.
De klasse 2 MW is het meest representatief voor turbines die tot enkele jaren geleden zijn geplaatst, de klasse 4 MW is het meest representatief voor turbines die heden ten dage worden geplaatst en de klasse 6 MW voor turbines die de komende jaren worden geplaatst. Tabel 22. Onderzochte klassen windturbines en de hiervoor beschouwde typen windturbines en turbinekenmerken
Klasse Beschouwd type windturbine windturbine
Vermogen RotorAshoogte [MW] diameter [m] [m]
2 MW Type A - 2,4 MW 2,4 4 MW Type B - 4,3 MW 4,3 6 MW Type C - 6,2 MW 6,2 * Maximaal bronvermogen ** Gewogen jaargemiddelde geluidemissie
117 138 162
91 131 166
Tiphoogte [m] 149,5 200 247
Geluidemissie LWA max* LE den** [dB] [dB(A)] 105,0 109,2 106,0 110,2 104,8 109,0
In de berekeningen is uitgegaan van de bronvermogens als functie van de windsnelheid en de geluidspectra van de beschouwde typen windturbines conform de specificaties van de turbinefabrikanten. Het bronvermogen bij het nominale vermogen van de windturbines – het maximale bronvermogen - per frequentieband is weergegeven in Afbeelding 14 in paragraaf 3.1. Voor de berekening van de geluidbelasting is ervan uitgegaan dat het voornoemde fictieve windpark in een landelijke omgeving in het midden van Nederland wordt gerealiseerd. Dit houdt in dat er wordt uitgegaan van een omgeving met overwegend gras- en akkerland – een overwegend absorberende bodem - en de KNMI-windstatistieken voor midden Nederland [106]. De berekeningen zijn verricht conform het Reken- en meetvoorschrift windturbines [107].