1 Ruimtelijke onderbouwing Functiewijziging Kerkstraat 8 en 8a Gaanderen.pdf
Tekst van het document
Foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vermoedelijk foerageren verschillende vleermuissoorten rond de schuur. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer en de kleine oppervlakte, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Door het verwijderen van beplanting neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af. Echter wordt er geen essentieel foerageergebied van vleermuizen aangetast. Vliegroute 74
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij gevels van woningen. Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Er zijn in het plangebied geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen, maar het plangebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende algemene- en weinig kritische grondgebonden zoogdiersoorten als huisspitsmuis, bosmuis, aardmuis, egel, steenmarter, haas, ree en mogelijk otter en bever. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten bosmuizen, aardmuizen en huisspitsmuizen er ook een vaste rust- en voortplantingsplaats. Deze soorten kunnen een rust- en voortplantingsplaats bezetten in holen en gaten in de grond en langs de oever van de beek (aardmuis).
De werktuigenberging is weliswaar voor grondgebonden zoogdieren toegankelijk maar is op enkele agrarische voertuigen na helemaal leeg en vormt daardoor geen geschikte rust- en voortplantingsplaats. De overige bebouwing is voor grondgebonden zoogdieren niet toegankelijk en daardoor niet geschikt om een rusten voortplantingsplaats in te bezetten. De aanwezige heesters zijn te open aan de onderzijde en er ontbreekt een strooisel laag waardoor deze niet geschikt zijn voor egel om er een vaste rust- of voortplantingsplaats in te bezetten. Een geschikte plek voor steenmarter om een vaste rust- of voortplantingsplaats te bezetten, ontbreekt in het plangebied. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat otters en bevers het plangebied benutten als foerageergebied, maar otter en bevers komen voor in de omgeving (NDFF, 2022). Het plangebied vormt een weinig tot geen geschikt foerageergebied voor deze soorten waardoor het erg onwaarschijnlijk is dat ze in het plangebied opduiken. Door het uitvoeren van grondverzet wordt mogelijk een grondgebonden zoogdier gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en/of voortplantingsplaats beschadigd en Toelichting
75
vernield. Als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren niet af. Voor het beschadigen/vernielen van de rust- en voortplantingsplaats geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen. Om te voorkomen dat er beschermde grondgebonden zoogdieren (opzettelijk) gedood worden, zullen ze weggevangen en elders weer losgelaten worden. Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen, maar gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als functioneel leefgebied voor sommige algemene en weinig kritische amfibieënsoorten beschouwd. Amfibieën als bruine kikker en gewone pad benutten het plangebied als foerageergebied en mogelijk bezetten ze er een (winter)rustplaats. Deze soorten kunnen een (winter)rustplaats bezetten in holen en gaten in de grond, onder strooisel en bladeren en langs de oever van de beek. De werktuigenberging is weliswaar voor amfibieën toegankelijk maar is op enkele agrarische voertuigen na helemaal leeg en vormt daardoor geen geschikte (winter)rustplaats voor amfibieën. De overige bebouwing is voor amfibieën niet toegankelijk en daardoor niet geschikt om een (winter)rustplaats in te bezetten. Het intensief beheerd agrarisch cultuurland vormt geen geschikt leefgebied voor amfibieën.
Het plangebied wordt niet als functioneel leefgebied van zeldzame amfibieënsoorten als kamsalamander, rugstreeppad of poelkikker beschouwd. Geschikt voortplantingsbiotoop ontbreekt in het plangebied. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een amfibie gedood en wordt mogelijk een (winter)rustplaats beschadigd of vernield. De in het plangebied voorkomende amfibieën mogen niet gedood worden. Voor het beschadigen/vernielen van de (winter)rust- en voortplantingsplaats geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen. Om te voorkomen dat deze dieren (opzettelijk) gedood worden, dienen weggevangen te worden en elders weer losgelaten te worden (zie tabel boven voor toepasbare vangmiddelen). Vissen De smal stromende beek (gedeelte van de Beneden Slinge) is erg ondiep en vormt weinig geschikt leefgebied voor beschermde vissoorten. De beek staat in verbinding met de zuidelijk gelegen Bielheimerbeek, maar er zijn in de NDFF geen 76
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
waarnemingen opgenomen van beschermde vissoorten in de omgeving van het plangebied. Overige soorten Het plangebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk. Conclusie De planning is om werkzaamheden, die mogelijk verstoring/vernieling van vogelnesten tot gevolg kunnen hebben, buiten het broedseizoen uit te voeren. Lukt dat niet, dan zal voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelscan worden uitgevoerd. Tevens zal bij aanvang van werkzaamheden eventueel aanwezige grondgebonden zoogdieren worden weggevangen en elders weer losgelaten met behulp van de toegelaten vangmiddelen. Rekening houdend met het voorgaande is het plan uitvoerbaar voor zowel de gebieds- als de soortenbescherming. 6.9
Water
6.9.1
Waterbeheerprogramma 2022-2027
Het waterschap Rijn en IJssel laat in het waterbeheerprogramma 2022-2027 zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn. In het waterbeheerprogramma zijn de contouren van de ambities van het waterschap aangegeven. Vanuit de primaire taakgebieden zijn de volgende ambities geformuleerd: Het beheren en onderhouden van het grondwater en het water in beken, sloten en riviertjes. Gezorgd wordt voor schoon water en we zuiveren rioolwater. Daarnaast wil het waterschap het gebied zo inrichten dat het beter tegen de klimaatverandering kan. Gekeken wordt naar hoe de omgeving gebruikt wordt en hoe deze het beste ingericht kan worden. Het waterschap wil dat het gebied beter tegen te nat maar ook tegen te droog weer kan. Ook wil het waterschap dat inwoners, bedrijven en andere overheden beter kunnen omgaan met de gevolgen van extreem weer. Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Geprobeerd Toelichting
77
wordt de dijken zo te onderhouden dat er ruimte is voor meer verschillende soorten planten en dieren. In 2025 wordt alle energie die het waterschap gebruikt zelf opgewekt en gebruikt en verspilt het waterschap zo min mogelijk grondstoffen. En we stoten veel minder broeikasgassen uit. Hiervoor veranderen we sommige werkwijzen en gebruiken we steeds meer nieuwe technieken. Het waterschap zorgt voor schoon water in beken en sloten. Voor mensen en voor dieren en planten. Ze moedigen ook anderen aan om te helpen het water schoner te maken. 6.9.2
Watersysteem
Het plangebied bestaat is grotendeels bebouwd en verhard. In het plangebied is geen oppervlakte water aanwezig. Met de sloop van de stallen en overige bebouwing is er meer ruimte voor regenwater om in de bodem te infiltreren. Het plan heeft daarom een positief effect op het watersysteem. 6.9.3
Waterplan
In paragraaf 5.5.5 is het Waterplan Doetinchem behandeld. Het beleid dat daarin is verwoord komt terug in deze waterparagraaf. 6.9.4
Watertoets
Eind 2000 heeft het kabinet het standpunt “Anders omgaan met water” vastgesteld. Het op een andere manier omgaan met water én ruimte is nodig om in de toekomst bescherming te bieden tegen overstromingen en wateroverlast. De watertoets is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. De watertoets heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. De toets heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis zijn voor het gebruik en de functie van het plangebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit. Deze toets is in de navolgende tabel opgenomen. Thema
Toetsvraag
Intensiteit en relevantie
Hoofdthema's 78
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
Veiligheid
1. Ligt in of nabij het plangebied een
2. Nee
primaire of regionale waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een
2. Nee
kade? Riolering en
1. Is er een toename van het
afvalwaterketen
afvalwater (DWA)?
2. Nee
2. Ligt in het plangebied een
1. Nee
persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een
1. Nee
RWZI van waterschap? Wateroverlast
1. Is er sprake van toename van het
(oppervlaktewater)
verhard oppervlak? 2. Zijn er kansen voor het afkoppelen
2. Nee 1. Ja
van bestaand verhard oppervlak? 3. In of nabij het plangebied bevinden 1. Nee zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? Grondwateroverlast
1. Is in het plangebied sprake van
1. Nee
slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de
1. Nee
invloedzone van de Rijn of IJssel? 3. Is in het plangebied sprake van
1. Nee
kwel? 4. Beoogt het plan dempen van
1. Nee
slootjes of andere wateren? Oppervlaktewater-
1. Wordt vanuit het plangebied water
kwaliteit
op oppervlaktewater geloosd? 2. Ligt in of nabij het plangebied een
1. Nee 1. Nee
HEN of SED water? 3. Ligt het plangebied geheel of
1. Nee
gedeeltelijk in een Strategisch actiegebied?
Toelichting
79
Grondwaterkwaliteit
Ligt het plangebied in de
1. Nee
beschermingszone van een drinkwateronttrekking? Volksgezondheid
1. In of nabij het plangebied bevinden 1. Nee zich overstorten uit het gemengde of verbeterde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, 1. Nee in of nabij het plangebied die milieu hygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?
Verdroging
Bevindt het plangebied zich in of nabij 1. Nee beschermingszones voor natte natuur?
Natte natuur
1. Bevindt het plangebied zich in of
2. Nee
nabij een natte EVZ? 2. Bevindt het plangebied zich in of
1. Nee
nabij beschermingszones voor natte natuur? 3. Bevindt het plangebied zich in een
1. Nee
Natura 2000-gebied? Inrichting en beheer
1. Bevinden zich in of nabij het
1. Nee
plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van
2. Nee
watergangen tot doel? Aandachtsthema's Recreatie
Bevinden zich in het plangebied
2. Nee
watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? Cultuurhistorie
Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?
80
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
1. Nee
Wateroverlast(oppervlaktewater) Er is geen sprake van een toename van de oppervlakte aan verharding of bebouwing. De oppervlakte van de huidige bebouwing bedraagt circa 2.612 m2 terwijl de bebouwde oppervlakte in de nieuwe situatie afneemt naar circa 1.018 m2. Zie voor de onderbouwing van deze oppervlakten paragraaf 4.3. Door de afname van de oppervlakteverharding zal hemelwater meer kans krijgen te infiltreren in de bodem waardoor de afspoeling naar het oppervlaktewater zal verminderen. Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied ligt binnen het grondwaterbeschermingsgebied. Grondwaterbeschermingsgebieden zijn aangewezen door de provincie. In paragraaf 5.3.2 is ingegaan op de gevolgen van de ligging van het plan binnen dit gebied. In het kort komt het erop neer dat het niet is toegestaan om binnen dit gebied plannen te ontwikkelen die een groter risico kan vormen voor de kwaliteit van het grondwater dan de vigerende bestemming. De functiewijziging van agrarisch naar veehouderij levert juist een vermindering op van de risico's voor het grondwater. Op 28 juni 2022 is de digitale watertoets uitgevoerd. De resultaten van de watertoets zijn als bijlage 10 toegevoegd. De uitkomst is dat de normale procedure doorlopen moet worden. Aanvrager treedt in overleg met het waterschap Rijn en IJssel over het aanvrager van de watervergunning.
Conclusie Voor wat betreft het aspect water kan het plan uitvoerbaar worden geacht. 6.10
Archeologie en cultuurhistorie
Het gemeentelijke beleid van archeologie en cultuurhistorie sluit aan bij het provinciale beleid van deze aspecten. In de volgende twee paragrafen wordt nader ingegaan op archeologie en cultuurhistorie.
Toelichting
81
6.10.1 Archeologisch erfgoed Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden moeten als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Met het in werking treden van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in september 2007 is het verdrag wettelijk verankerd en is de Monumentenwet 1988 herzien. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht, die de Wamz en de Monumentenwet 1988 heeft vervangen. Een belangrijk archeologisch doel van de Erfgoedwet is om het archeologisch erfgoed ter plekke te behouden. Daarom is het verplicht om vroegtijdig in het proces van de ruimtelijke ordening rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en hierin een afweging te maken. Vroegtijdig onderzoek maakt namelijk ruimte om te overwegen om archeologievriendelijke alternatieven toe te passen. Als het archeologisch bodemarchief niet kan worden ontzien, kan voorafgaande aan de bodemverstoring een archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Of een onderzoek nodig is en welk onderzoek dit moet zijn, wordt bepaald op basis van de aanwezige archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingreep.
De kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die ook als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. Een betere bescherming van de archeologie en het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om goed inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het archeologisch bodemarchief. Daarom heeft de gemeente Doetinchem een archeologische beleidskaart laten opstellen door adviesbureau RAAP, waarop de archeologische vindplaatsen en verwachtingszones zijn aangegeven. Afhankelijk van de (verwachtings)waarde in een gebied zal het beschermingsregime meer of minder streng zijn. De archeologische beleidskaarten zijn op 30 maart 2020 door de gemeenteraad van Doetinchem vastgesteld. De archeologische beleidskaarten worden periodiek 82
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
geactualiseerd aan de hand van uitgevoerd archeologisch onderzoek. Toets archeologie Op 27 mei 2021 is door de gemeenteraad het bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie - 2020' vastgesteld. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied twee verschillende archeologische regimes. Zie ook afbeelding 17.
Afbeelding 17: uitsnede bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie - 2020 Het westelijk deel van het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie'. Dit betreft een hoge archeologische verwachting. Binnen deze dubbelbestemming geldt voor het oprichten van bebouwing de plicht tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek bij het oprichten van een bouwwerk groter dan 50 m² en met een bodemverstoring dieper dan 0,3 m. In het gebied waar de hoge archeologische verwachting geldt worden geen nieuwe bouwwerken opgericht. Wél worden binnen deze dubbelbestemming bouwwerken gesloopt. Hiervoor geldt op basis van het parapluplan dat voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden, binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk, geen verplichting voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek. De reden hiervan is dat met het aanbrengen van de fundering voor deze bouwwerken de bodem in het verleden al is verstoord. Bij het slopen van de bouwwerken wordt geen bodem verstoord buiten een afstand van 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk. Om die reden is voor het slopen van de bouwwerken ook geen onderzoek vereist. Vanwege de Toelichting
83
historische locatie zal het slopen zo voorzichtig mogelijk gebeuren waarbij waarschijnlijk niet de volle 2,5 meteruit de fundering verstoord zal worden. Mocht bij de sloop een toevalsvondst worden gedaan, dan zal initiatiefnemer op grond van art. 5.10 van de Erfgoedwet, deze te melden bij het bevoegde gezag. Aan de oostzijde van het plangebied, waar de nieuwe woning met bijgebouw wordt gerealiseerd, is de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologische verwachting 5' van toepassing. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 1.000 m2 en met een bodemverstoring dieper dan 0,3 m dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. De bouwwerken die worden opgericht bestaan uit een woning en een schuur. Ook zal er enige erfverharding wordt aangelegd en zullen nutsvoorzieningen naar de woning gebracht moeten worden. De totale verstoring van de bodem zal minder zijn dan 1.000 m2. Bovendien zal bij het aanleggen van erfverharding de verstoring niet dieper dan 0,3 m beneden maaiveld zijn. 6.10.2 Cultuurhistorisch erfgoed De cultuurhistorie is in Doetinchem vastgelegd in de nota cultuurhistorie 'Continuïteit in Karakter' (vastgesteld 21 september 2017) en de Erfgoedverordening gemeente Doetinchem 2013 (vastgesteld 30 mei 2013).
In het plangebied zijn de boerderij Kerkstraat 8 en het bijgebouw Kerkstraat 8a geïnventariseerd alszijnde cultuurhistorisch waardevol. Omdat de cultuurhistorische waarden alleen de gebouwen betreffen, ligt de aanduiding 'cultuurhistorisch waardevol' alleen op het gebouw. Zie ook de afbeelding in paragraaf 1.2. Aan deze aanduiding wordt een sloopvergunningstelsel gekoppeld. Dit houdt in dat zonder vergunning van de gemeente geen sloopwerkzaamheden mogen plaatsvinden. De voornaamste doelen van de sloopvergunning zijn bescherming tegen ernstige aantasting en voorkomen van sloop van de cultuurhistorisch waardevolle panden. Een sloopvergunning is geen sloopverbod. Er kunnen redenen zijn dat er toch tot 84
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
geheel of gedeeltelijk sloop moet worden overgegaan. In dat geval moet die eventuele sloop in goede orde gebeuren met behoud van de cultuurhistorische waarden. De commissie Welstand en Monumenten of vergelijkbaar orgaan zal bij een aanvraag om een sloopvergunning eerst nagaan of de gewenste aanpassing aan het pand geen afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde. Als de aanduiding geldt voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken, dan is ruimer gebruik mogelijk. De regeling voor ander gebruik (onder andere beroep en/of bedrijf aan huis) die normaal alleen voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken bij woningen geldt, is hier ook toegestaan in vrijstaande bijbehorende bouwwerken. Voor de woning zelf die de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' heeft, is het mogelijk een andere bouwaanduiding te krijgen. Dit wil zeggen dat een woning bijvoorbeeld van vrijstaand mogelijk een twee-aaneen (twee-onder-een-kap) woning wordt. De genoemde ruimere mogelijkheden zijn alleen mogelijk als duidelijk vaststaat dat dit bijdraagt aan het behoud van het cultuurhistorisch waardevolle pand. Het voorliggende plan houdt rekening met het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle panden. De karakteristieken van de woning Kerkstraat 8 en het bijgebouw Kerkstraat 8a blijven behouden. Het plan voor de functiewijziging van beide gebouwen zal de cultuurhistorische waarde ervan niet aantasten.
Juist door bezoekers naar de locatie te trekken wordt bewerkstelligd dat meer mensen kunnen genieten van deze plek en de waardevolle bebouwing. De cultuurhistorisch waardevolle gebouwen zullen hersteld en aangepast worden. Ter goedkeuring daarvan zal een plan voorgelegd worden aan de welstandscommissie/ monumentendeskundige. Conclusie Vanuit het oogpunt van zowel archeologie als cultuurhistorie is het planvoornemen uitvoerbaar. Eventuele toevalsvondsten bij de sloop en/of graafwerkzaamneden zullen bij de gemeente worden gemeld. 6.11
Parkeren en verkeer
Parkeren De normering uit de Nota Parkeernormen Auto- en Fiets, vastgesteld op 8 juni 2017 Toelichting
85
door gemeenteraad Doetinchem, is aangehouden. Het beleid van de gemeente is erop gericht dat parkeeroplossingen bij woningen meer worden gezocht op eigen terrein of in clusters. Voorwaarde is wel dat de kwaliteit van de openbare ruimte gewaarborgd blijft. De parkeerbehoefte van het plan bestaat uit: 1. Parkeren bij de nieuwe woning; 2. Parkeren door gasten (logies); 3. Parkeren door bezoekers aan het museum, activiteiten en educatie. Ad 1. Wonen De parkeernorm voor een vrijstaande woning bedraagt 2,4 parkeerplaatsen in het buitengebied. In afbeelding 18 is te zien dat voor de berging ruimte is gereserveerd voor de aanleg van 3 parkeerplaatsen.
Afbeelding 18: parkeren op de oprit van de nieuwe woning en nabij de monumentale boerderij Ad 2. Logies Voor logies zijn geen normen opgenomen in de Nota van de gemeente. Voor een twee sterren hotel met 10 kamers in het buitengebied wordt uitgegaan van minimaal 6,2 parkeerplaatsen. Een hotel met 10 kamers biedt ruimte aan 20 gasten. Dit is vergelijkbaar met de capaciteit van de twee groepsaccommodaties in de voormalige 86
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
boerderij. De groepsaccommodaties zullen vallen in de caterogie 1 of 2 sterren. De parkeerbehoefte van de groepsaccommatie is maximaal 6,2 parkeerplaatsen. In afbeelding 18 zijn de 7 parkeerplaatsen ingetekend achter de monumentale schuur. Er vindt geen afwenteling plaats van het parkeren op de openbare ruimte. Ad 3. Recreatie en educatie Het Onland is de initiator van de de recreatieve / educatieve activiteiten op de locatie aan de Kerkstraat 8/8a. Het Onland aan de Rekhemseweg 175 in Doetinchem heeft de beschikking over circa 118 parkeerplaatsen. Op de parkeerplaats aan de westzijde van de bebouwing van Het Onland is tevens het Toeristisch OverstapPunt (TOP) aanwezig. Zie ook afbeelding 19
Afbeelding 19: parkeerplaatsen bij Het Onland Het Onland laat de bezoekers aan het museum en de educatieve activiteiten op de parkeerplaatsen aan de Rekhemseweg 175 parkeren. De grootste parkeerdrukte bij Het Onland is 's avonds bij feesten en partijen. Voor de dagrecreanten en educatieve activiteiten is met name overdag behoefte aan parkeerruimte. Er kan daarom gecombineerd gebruik worden gemaakt van de circa 118 parkeerplaatsen bij Het Onland. De afstand van de parkeerplaatsen aan bij Het Onland tot de Kerkstraat 8 is net iets langer dan 200 meter. Echter omdat de wandeling via het aan te leggen wandelpad, vanaf Het Onland met een voetgangersbrug over de beek, ook een recreatieve Toelichting
87
belevenis is, zal een net iets langere afstand niet als bezwaarlijk worden gezien. Voor een museum in het buitengebied is volgens parkeernormen van de gemeente het hebben van parkeerplaatsen niet van toepassing. Voor de educatieve activiteiten zijn geen parkeernormen vastgesteld. Gezien de totaal aantal parkeerplaatsen bij Het Onland, de mogelijkheden van het gecomineerde gebruik en de relatief lage parkeerbehoefte van het museum en de educatieve activiteiten, kan worden geconcludeerd dat er voldoende ruimte is om te voorzien in de parkeerbehoefte. Initiatiefnemer zal eenvoudige maatregelen, zoals bijvoorbeeld attentieverhogende bebording en markering aanbrengen, om bezoekers naar de locatie aan de Kerkstaart 8/8a te geleiden. Op de locatie aan de Kerkstraat worden ten behoeve van deze activiteiten dan ook geen parkeerplaatsen aangelegd.
Verkeer In het wegcategoriseringsprogramma zijn de verschillende wegen (binnen en buiten de bebouwde kom) in Doetinchem ingedeeld in een drietal categorieën: Stroomwegen (autosnelweg A18) Gebied ontsluitingswegen (50 km wegen) Erftoegangswegen 30 km wegen) Uitgangspunten bij de inrichting van de wegen binnen de gemeente Doetinchem zijn bepaald in het Wegcategoriseringsplan: de inrichting van de weg (het wegbeeld) moet het gewenste rijgedrag en de rijsnelheid 'afdwingen'; herkenbare inrichting van de verschillende verkeersruimtes door materiaal/kleur; de (kwaliteit van de) leefomgeving staat centraal; de weg moet na realisatie goed te beheren zijn (beheerbewust ontwerpen); snelheidsremmende maatregelen worden getroffen in erftoegangsstraten en op gebiedsontsluitingswegen waar kwetsbare verkeersdeelnemers de weg moeten kruisen. Het voorliggende plan heeft tot gevolg dat vanwege de beëindiging van de pluimveehouderij een groot deel van het zware verkeer komt te vervallen. De nieuwe activiteiten op het voormalig agrarisch erf zullen een beperkte 88
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
verkeersaantrekkende werking hebben. De functiewijziging zal naar verwachting daarom geen grote invloed hebben op het gebruik van de weg door gemotoriseerd verkeer. Ook omdat een aanzienlijk deel van de bezoekers de locatie per voet of per fiets zullen bereiken. De beperkte toename van het lichte verkeer kan naar verwachting worden opgenomen in het heersende verkeersbeeld op de Kerkstraat. 6.12
Economische uitvoerbaarheid
Op basis van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een plan onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid. De ontwikkelingen die concreet mogelijk worden gemaakt door het plan moeten (economisch) uitvoerbaar zijn, omdat er anders sprake is van een oneigenlijke bestemming. Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De gemeente en de initiatiefnemer sluiten een anterieure overeenkomst af waarin de rechten en plichten van zowel de initiatiefnemer als de gemeente zijn aangegeven, alsmede de definitieve regeling van kostenverhaal. Met deze overeenkomst is het plan verzekerd van kostendekking, het opstellen van een exploitatieplan is daarom overeenkomstig artikel 6.12, lid 2 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening niet nodig. Gesteld kan worden dat er geen verplichting is om tegelijkertijd met de ruimtelijke procedure een exploitatieplan op te stellen. De economische uitvoerbaarheid van dit wijzigingsplan is hiermee aangetoond. 6.13
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Het ruimtelijk plan doorloopt de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen procedure. Het (voorontwerp) bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg toegezonden aan de overlegpartners van de gemeente. Eventuele reacties worden te zijner tijd in het plan verwerkt. Participatie Inzake de herontwikkeling van de locatie Kerkstraat 8-8a te Gaanderen is op 17 november 2021 een informatiebijeenkomst georganiseerd bij 't Onland met de directe omgeving in het kader van de participatie c.q. omgevingsdialoog. Er waren Toelichting
89
circa 20 aanwezigen. De reacties op het plan waren positief. Oude stallen gaan weg en er komt een nieuwe functie voor de rest. Ook dat initiatiefnemers naast de locatie kunnen blijven wonen wordt als positief ervaren. Er worden geen bezwaren geuit tegen het voorgenomen plan. Het participatieverslag als opgenomen als bijlage 11 aan deze onderbouwing toegevoegd. Zienswijze Het ontwerpwijzigingsplan zal gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd. Indien zienswijzen worden ingediend dan zullen deze in de bijlage samengevat worden weergegeven en van beantwoording worden voorzien
90
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
Jufferenwal 30, 8011 LE Zwolle Postbus 432 8000 AK Zwolle
t 08 8236 8236 e info@rombou.nl i www.rombou.nl