1 Ruimtelijke onderbouwing Functiewijziging Kerkstraat 8 en 8a Gaanderen.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke Onderbouwing "Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen"
Bezoekadres Postadres
Rombou : Jufferenwal 30, 8011 LE Zwolle : Postbus 432, 8000 AK Zwolle
Datum
: 23 januari 2023
Projectleider Telefoon E-mail
: E.W. Lamberts : 08 8236 8236 : info@rombou.nl
Inhoudsopgave Toelichting
Hoofdstuk 1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding en doel
5
1.2
Planologische situatie
5
1.3
Conclusie
7
1.4
Leeswijzer
7
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
8
2.1
Huidige situatie
8
2.2
Toekomstige situatie
10
Hoofdstuk 3
Conclusie
15
Hoofdstuk 4
Ruimtelijke analyse
17
4.1
Landschap
17
4.2
Erf
19
4.3
Bebouwing
20
Hoofdstuk 5
Beleidskaders
24
5.1
Inleiding
24
5.2
Rijksbeleid
25
5.3
Provinciaal beleid
28
5.4
Regionaal beleid
37
5.5
Gemeentelijk beleid
41
Hoofdstuk 6
Haalbaarheid
53
6.1
Algemeen
53
6.2
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
53 3
6.3
Bodem
55
6.4
Akoestiek
58
6.5
Luchtkwaliteit
59
6.6
Externe veiligheid
61
6.7
Bedrijven en milieuzonering
64
6.8
Flora en Fauna
67
6.9
Water
77
6.10
Archeologie en cultuurhistorie
81
6.11
Parkeren en verkeer
85
6.12
Economische uitvoerbaarheid
89
6.13
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
89
4
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel
Aan de Kerkstraat 8/8a in Gaanderen is een intensief veehouderijbedrijf gevestigd met een vergunning voor het houden van 6.600 ouderdieren van vleeskuikens, 30 zoogkoeien en 10 stuks vrouwelijk jongvee. Op 16 september 2021 heeft initiatiefnemer bij de gemeente Doetinchem een vooroverleg verzoek ingediend voor de herontwikkeling van de agrarische bedrijfslocatie. Initiatiefnemer is voornemens om een groot deel van de niet-cultuurhistorische bebouwing te slopen en de bestemming van de locatie te wijzigen in 'recreatie' en 'wonen'. De te handhaven bebouwing, waaronder de bedrijfswoning, zal worden ingericht voor recreatieve doeleinden. Aan de oostzijde van het perceel wordt een nieuwe burgerwoning met bijgebouw gerealiseerd. De gemeente heeft door middel van de brief 12 november 2021 laten weten onder voorwaarden in de stemmen met de herontwikkeling. Belangrijke voorwaarden die de gemeente stelt is dat de cultuurhistorisch waardevolle gebouwen hersteld en aangepast zullen worden en dat het plan blijvend landschappelijk en natuurinclusief wordt ingepast. Verder dienen alle niet-cultuurhistorisch waardevolle agrarische bedrijfsbebouwing, behalve de potstal, geheel verwijderd te worden. De definitieve medewerking van de gemeente aan de planologische procedure wordt pas in gang gezet als initiatiefnemer een goedgekeurde ruimtelijke onderbouwing indient.
Hiertoe is de voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld. 1.2
Planologische situatie
Voor de gronden van het plangebied geldt de beheersverordening Landelijk gebied -2020, reparatie 2022, vastgesteld op 7 juli 2022.
Toelichting
5
Ligging planlocatie De locatie heeft volgens de beheersverordening de hoofdfunctie ‘Agrarisch met waarden (AW)’ en heeft een bouwvlak met de functieaanduiding 'niet-grondgebonden (ng)’. De gebouwen die zijn voorzien van de letteraanduiding 'chw' zijn cultuurhistorisch waardevol. Dit zijn de woning en een stenen opslagruimte/berging. De berging heeft momenteel huisnummer 8a (voorheen nummer 6) en was vroeger de woning op de locatie. Voor de locatie is tevens het Parapluherziening Archeologie - 2020 vigerend, waarin voor het plangebied gedeeltelijk hoge en gedeeltelijk lage archeologische verwachtingswaarde geldt. Verder geldt voor het plangebied de Parapluherziening Externe veiligheid - 2020. Het plangebied is in dit plan aangeduid als 'overige zone nieuwe risicobronnen uitgesloten'. Het plan is niet in strijd met deze beschermingsregel omdat er geen nieuwe risicobronnen worden gevestigd. Verder zijn de gebiedsaanduiding zone GO (Groene Ontwikkelzone), gebiedsaanduiding reliëf, gebiedsaanduiding waardevol landschap en gebiedsaanduiding verwevingsgebied van toepassing op de planlocatie. 6
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
1.3
Conclusie
De gemeente Doetinchem heeft besloten onder voorwaarden in te stemmen met de functiewijziging van de agrarische bestemming naar een recreatieve bestemming en het bouwen van een woning met bijgebouw. Om dit plan in procedure te nemen is een verder uitwerken vereist. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt het plan getoetst aan het ruimtelijke beleidskader en milieu- en omgevingsaspecten, waarvoor in een aantal gevallen extern onderzoek is uitgevoerd. Aan de hand van de toetsing van het plan aan het ruimtelijke beleid en de uitgevoerde milieutoesten blijkt dat het plan uitvoerbaar is. 1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 Planbeschrijving is een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie weergegeven. In hoofdstuk 3 zijn de beleidskaders van de verschillende overheden beschreven en de doorwerking hiervan in het voorliggende plan. In hoofdstuk 4 worden de milieu- en omgevingsaspecten beschreven en hoofdstuk 5 geeft een samenvatting en bevat een conclusie.
Toelichting
7
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen aan de Kerkstraat 8/8a te Gaanderen, in het buitengebied van de gemeente Doetinchem. De locatie Kerkstraat 8/8a te Gaanderen is een pluimvee- en rundveebedrijf. Momenteel wordt er alleen rundvee (zoogkoeien met kalveren) gehouden. Op het erf bevinden zich de oorspronkelijke boerderij, een bijgebouw (8a), twee pluimveestallen, een werktuigenberging en een rundveestal (potstal). Verder zijn er enkele kleine bergingen en een mestsilo aanwezig. Zowel de oorspronkelijke boerderij als de naastgelegen schuur (8a) staan op de lijst van karakteristieke en cultuurhistorische waardevolle panden. In afbeelding 1 is de locatie met de bebouwing weergegeven. De potstal ligt aan de oostzijde op het erf.
8
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
Afbeelding 1: Luchtfoto huidige situatie (bron www.pdok.nl) Aan de noordzijde van de locatie zijn enkele burgerwoningen aanwezig. Verder ligt Café Restaurant 't Onland in noordwestelijke richting op korte afstand. De directe omgeving kenmerkt zich door de historie van klooster Bethlehem en een oude ijzermolen. Deze zijn beide niet meer aanwezig. In afbeelding 2 is de cultuurhistorisch waardevolle boerderij Kerkstraat 8 en de naastgelegen schuur Kerkstraat 8a te zien.
Toelichting
9
Afbeelding 2: Foto boerderij (linker foto) en naastgelegen schuur (rechter foto) De locatie Kerkstraat 8/8a in Gaanderen gemeente Doetinchem ligt op de grens van het kampenlandschap aan de noordzijde en het jonge heideontginningslandschap aan de zuidzijde. De planlocatie en de omringende gronden hebben meer de karakteristiek van het kampenlandschap door de kronkelende loop van de beek, de kronkelende Kerkstraat en de oude bebouwing. Bebouwing van de planlocatie is al te vinden op het kaartmateriaal van rond 1900. Herberg Het onland bestaat al sinds eind 18e eeuw. Het achterliggende land ten zuiden van Kerkstraat 8/8a is rond 1900 nog kleinschalig verkaveld en bestaat uit gras- en akkerland. Op de kavelgrenzen stonden houtopstanden en ten noorden van wat op de oude kaarten is aangegeven als de Hunthorst lag een groensingel van oost naar west. De schaal van de verkaveling is na de Tweede Wereldoorlog sterk vergroot. Waarbij ook de bebouwing op de boerenerven is uitgebreid met stallen. 2.2
Toekomstige situatie
Initiatiefnemer wil het pluimveebedrijf beëindigen en de locatie herontwikkelen in samenwerking met de eigenaar van café-restaurant-zalencentrum 't Onland. 't Onland wil uitbreiden met een recreatieve / educatieve locatie. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de bestaande gebouwen op de locatie Kerkstraat 8 (boerderij met naastgelegen schuur, beide cultuurhistorisch waardevol en de potstal). De potstal krijgt een dubbelfunctie. Hier zullen in de winter de hobbymatig gehouden natuurgrazers worden gehuisvest en tevens krijgt de potstal een rol voor de beleving op het erf en educatief. Verder zal deze dienst doen als werktuigenberging. Alle niet-cultuurhistorisch waardevolle bebouwing (met uitzondering van de potstal) wordt gesloopt. Er zal in totaal 818 m2 hergebruikt worden voor de nieuwe functie. De bestaande 10
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
boerderij zal verbouwd worden tot twee groepsaccommodaties voor maximaal 20 gasten (voorhuis 10 gasten en achterhuis 10 gasten). De bestaande schuur wordt verbouwd tot educatieruimte (museum). In afbeelding 3 zijn deze gebouwen aangegeven. Dit deel van de locatie aan Kerkstraat 8 krijgt een recreatieve bestemming. Vanwege de karakteristieke en cultuurhistorische waarde van deze panden zal het verbouwplan van beide panden aan de commissie welstand en monumenten worden voorgelegd. De directe omgeving profiteert van deze ontwikkeling omdat een intensieve veehouderij wordt beëindigd.
Afbeelding 3: Gewenste situatie met nieuwe woning en logiesaccommodatie in bestaande boerderij (bron: Buro Collou) De bestaande woning (Kerkstraat 8) wordt aan de woonfunctie onttrokken vanwege de verbouwing tot logiesruimte. In de toekomstige situatie ligt het logiesgebouw binnen de recreatieve bestemming. Binnen deze bestemming is geen nieuwe Toelichting
11
bedrijfswoning toegestaan. Permanente bewoning of tijdelijke bewoning van de recreatieve verblijven is uitgesloten. Alleen toeristisch verblijf is toegestaan. De woonfunctie wordt verplaatst en ten oosten van de recreatiekavel wordt een nieuwe woning met bijgebouw gerealiseerd. Deze nieuwe woning krijgt een woonbestemming. Het (voorlopig) ontwerp van de woning en het bijgebouw is weergegeven in afbeelding 4. De gemeente geeft aan dat geen welstandstoets voor de ontwikkeling op deze plek nodig is aangezien dit niet in beleid is vastgelegd.
Afbeelding 4: voorlopig ontwerp woning met bijgebouw (bron: ERS architecten) Recreatie en educatie Het algemene doel van het plan is het versterken van toerisme door het bieden van recreatieve mogelijkheden en educatie. Vanaf Het Onland, waar een recreatief Toppunt gevestigd is, kan men richting het noorden naar de A18 lopen over een wandelroute die aan gaat sluiten op het Pieterpad. Als men in het gebied bezienswaardigheden wil bekijken loopt men in zuidelijke richting. Er is daar ook een wandelpad langs de beneden Slinge. Dit zogenaamde klompenpad (Ganderpad) leidt langs een historisch bloemrijklandschap met weiden met koeien en akkers met oude gewassen en wuivende graanveldjes. Het landschap is een walhalla voor vogels, vlinders, bijen en vele andere insecten. Vanaf hier loopt men door naar de locatie aan de Kerkstraat 8. In de monumentale schuur (Kerkstraat 8a) zal een museum worden ingericht waar men kan zien en beleven hoe in het gebied werd geleefd. In het museum kan men kennis maken met de geschiedenis van het gebied op agrarisch niveau en hoe het boerenleven er vroeger uitzag. De allerkleinsten kunnen in het museum en (in de zomerperiode) in de potstal spelenderwijs kennis maken met het boerenbedrijf. Dit 12
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
toeristische educatieve karakter kan doorgezet worden tot en met de inzichten die er nu zijn in de landbouw en het natuurbeheer van de toekomst. Als recreatieve buitenruimte wordt maximaal 300 m2 in gebruik genomen. In afbeelding 5 is deze buitenruimte aangegeven. Hoewel de plannen hieromtrent nog niet zijn uitgekristalliseerd, zal deze ruimte bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden als speelgebied gerelateerd aan het agrarisch thema. Niet passende activiteiten, zoals paintballen en escaperooms, worden niet aangeboden.
Afbeelding 5: locatie recreatieve buitenruimte Het is niet de bedoeling om eten en/of alcoholische dranken op de locatie aan de kerkstraat 8 aan te bieden. Eten doet men bij Het Onland. Vanzelfsprekend wordt er wel een kop koffie, thee of een andere niet alcohol houdende drank aangeboden. De aanvoer hiervan vindt plaats vanuit het Onland. De bestaande potstal krijgt een dubbelfunctie. In de winter staan hier maximaal 15 natuurgrazers (zoogkoeien) op stal. Gezien de aard, intensiteit en omvang van deze dierenhouderij is er sprake van een hobbymatige nevenactiviteit. Ook omdat de zoogkoeien met jongvee niet zullen voorzien in een inkomen. Hooguit zullen de Toelichting
13
kosten van deze nevenactiviteit worden gedekt als af en toe een dier wordt verkocht. Zodra het mogelijk is gaan de koeien de weide in. De potstal wordt dan voor educatieve doeleinden gebruikt. Het idee is om in de potstal bijvoorbeeld een doolhof met strobalen en hooibalen te maken en kinderen kinderen van dichtbij kennis te laten maken met kalfjes. Door deze dubbelfunctie zal de stal jaarrond goed ingezet kunnen worden, maar zeker dus niet meer alleen voor agrarische doeleinden. Verder wordt een deel van de potstal gebruikt worden als werktuigenberging. Het behoud van de potstal is verder essentieel voor het landschap. De mest uit de potstal (stromest) is zeer goed voor de natuur en insecten en dit sluit goed aan op de beheersdoelstellingen voor dit gebied (minder intensief, grondgebonden e.d.). Met de natuurgrazers wordt het landschap onderhouden en beheert. In de directe omgeving liggen meerdere recreatieve paden. Toeristen en recreanten waarderen de aanwezigheid van vee in de wei in dit gebied. Zoals aangeven zorgt het vee voor een fraai landschap en wordt het landschap in stand gehouden door de aanwezigheid van vee. De natuurgrazers lopen op grasland. Het landschap blijft daarmee open. Het onderwerp is actueler dan ooit.
De landbouw staat onder druk en hier kan uitgelegd worden hoe het de landbouw zich door de jaren heen ontwikkeld heeft en waar het naar toe zou kunnen gaan.
14
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
Hoofdstuk 3 Conclusie In dit hoofdstuk komen de conclusies naar voren van hoofdstuk 4 Ruimtelijke analyse, hoofdstuk 5 Beleidskader en hoofdstuk 6 Haalbaarheid. Ruimtelijke analyse De locatie aan de Kerkstraat 8/8a maakt deel uit van de Groene Ontwikkelzone (GO). Bij nieuwe ontwikkelingen in de GO dient vastgesteld te worden dat kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt en daarbij de samenhang niet verloren gaat. Om deze opgave een plek te geven in de voorgestane ontwikkeling is een op maat gesneden tuin- en landschapsontwerp gemaakt. Met de uitvoering van het groenplan en de daarmee gepaarde investeringen in het landschap wordt aan de ontwikkelingsdoelen voldaan. Door middel van een voorwaardelijke verplichting wordt zekergesteld dat het plan blijvend landschappelijk en natuurinclusief wordt ingepast. Onderdeel van de functieverandering van agrarisch naar recreatie is de sloop van vijf gebouwen / bouwwerken met een gezamenlijke oppervlakte van 1.794 m2. De cultuurhistorisch waardevolle bebouwing (Kerkstraat 8 / 8a) blijft behouden en de potstal. De nieuwbouw bestaat uit een (particuliere) woning met bijgebouw.
Qua positionering van de woning is rekening gehouden met de potstal, waar enkele natuurgrazers (zoogkoeien met jongvee) als ondergeschikte nevenactiviteit worden gehouden. De afstand tussen de nieuwe woning en deze bestaande stal is minimaal 50 meter. Deze geurafstand is in het buitengebied minimaal noodzakelijk om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning te kunnen garanderen. Dit zal ook worden vastgelegd in een voorwaardelijke verplichting bij de woonbestemming. Tot slot wordt het agrarisch bouwvlak verwijderd en de bestemming gewijzigd in 'recreatie' en 'wonen'. Bij de woonbestemming zal een bouwvlak worden toegevoegd. Beleidskader De voorliggende ontwikkeling sluit aan bij het beleid van de verschillende Toelichting
15
overheden. Bij de uitvoering van het plan moet rekening gehouden worden met het provinciaal beleid voor de Groene Ontwikkelingszone. Vanuit het gemeentelijk beleid is de Beleidsregel 'Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021' onder andere van belang waarin de voorwaarden zijn geformuleerd bij de herontwikkeling van de locatie. Op grond van deze beleidsregels dient minimaal 50% van de bebouwing gesloopt te worden. Haalbaarheid Het plan levert geen problemen op ten aanzien van de onderzochte milieukundige en ruimtelijke aandachtspunten (archeologie en cultuurhistorie, bodem, geluid, luchtkwaliteit, verkeer en parkeren, externe veiligheid, milieuzonering, flora en fauna, water) mits voldaan wordt aan de voorwaarden uit de onderzoeken. 1. Om de Wet natuurbescherming niet te overtreden dienen werkzaamheden, die mogelijk verstoring/vernieling van vogelnesten tot gevolg kunnen hebben, buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Als dat niet lukt, dan wordt voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelscan uitgevoerd. Tevens zal bij aanvang van werkzaamheden eventueel aanwezige grondgebonden zoogdieren worden weggevangen en elders weer losgelaten met behulp van de toegelaten vangmiddelen. 2. Ten aanzien van de bodemkwaliteit zal de asbestverontreiniging worden gesaneerd. Hiertoe zal een BUS-melding ingediend worden bij de provincie Gelderland. 3.
Bij het waterschap zal een watervergunning worden aangevraagd omdat voor de nieuwbouw sprake is van een waterschapsbelang. De reden hiervan is dat de locatie ligt binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
16
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
Hoofdstuk 4 Ruimtelijke analyse 4.1
Landschap
Door Buro Collou is een tuin- en landschapsontwerp gemaakt van de gewenste ontwikkelingen aansluitend bij de karakteristieken van het landschap. Het plan van Buro Collou is als bijlage 1 toegevoegd. In deze paragraaf wordt uiteengezet op welke wijze de ontwikkeling een bijdrage levert aan de kwaliteit van het landschap en de kernkwaliteit van de Groene Ontwikkelingszone. Kwaliteit van het landschap De locatie Kerkstraat 8 in Gaanderen ligt op de grens van het kampenlandschap aan de noordzijde en het jonge heideontginningslandschap aan de zuidzijde. De planlocatie en de omringende gronden hebben meer de karakteristiek van het kampenlandschap door de kronkelende loop van de beek, de kronkelende Kerkstraat en de oude bebouwing. Ten westen van de planlocatie stroomt de Beneden-Slinge. De landschappelijke kwaliteistwinst treedt enerzijds op door de sloop van de vrijkomende agrarische bebouwing. Hierdoor treedt een vermindering van de verstening van het landschap op (vergroening). Anderzijde wordt geinvesteerd in de aanplant van (nieuw) groen. Rond het oude erf staan restanten van meidoornhagen. Onder andere in de noordoosthoek van het terrein. Daar heeft een boomgaard gestaan. Deze is verdwenen, maar wordt weer aangeplant en deze wordt omringd door een meidoornhaag.
Het achterland zal van intensief agrarisch gebruik (onder andere maïsteelt) worden omgevormd tot voedselrijk grasland met extensief beheer. De extensieve beweiding zal plaatsvinden door de eigen natuurgrazers. De mest van de koeien uit de potstal (stromest) wordt over het grasland uitgereden en is zeer goed voor de natuur en insecten. Door het extensieve beheer zal naar verwachting een aantrekkelijke kruidenvegetatie ontstaan. Voorgaande sluit goed aan op de beheersdoelstellingen voor dit gebied (minder intensief, grondgebonden e.d.). Verder wordt de kwaliteit van het landschap versterkt door over de totale lengte van de perceelsgrens aan de oostzijde een hout/struweelsingel aan te planten, bestaande uit inheems bloeiende en besdragende soorten. Tot slot worden rond het erf enkele solitaire bomen, fruitbomen, een vogelbosje en hagen aangeplant wat de landschappelijke uitstraling van het erf ten goede komt. Toelichting
17
Kernkwaliteit van de GO De locatie ligt in de Groene Ontwikkelzone (GO). Hierbij worden de kleinschaligheid en de cultuurhistorische waarden rond beken met de bijbehorende landschapselementen gezien als kernkwaliteit. Met name de kleinschaligheid en bijbehorende landschapselementen zijn hier voor een deel verdwenen. In verband met de ligging in de GO is verevening noodzakelijk. De verevening in het gehele plan bestaat uit sloop, hergebruik/herstel van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, landschappelijke inpassing, extensief beheer landschap en de versterking van de kernkwaliteiten van de GO. De bijdrage aan de kernkwaliteit van de GO vindt plaats door deze weer toe te voegen en ook grootschalige maïsakkers om te vormen naar flora en faunarijk grasland. Met een meer biodiverse beheersvorm (waaronder het uitrijden van de ruige mest) ontstaat er een duidelijke versterking van de kernkwaliteiten. In afbeelding 6 is de singel langs de oostelijke perceelsgrens weergegeven en de ligging van het agrarisch perceel dat wordt omgevormd in faunarijk grasland.
Afbeelding 6: landschappelijke inpassing (bron: Buro Collou) Een nadere toetsing van het plan aan de doelstellingen van de GO vindt plaats in 18
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
paragraaf 5.3 4.2
Erf
Het bestaande erf van het agrarisch bedrijf van initiatiefnemer werd gebuikt voor intensieve veehouderij. De aanduiding 'niet-grondgebonden' maakte dit gebruik mogelijk. In de nieuwe situatie wordt de aanduiding ‘niet-grondgebonden’ verwijderd. In het plan worden de cultuurhistorisch waardevolle gebouwen in stand gelaten en krijgen een nieuwe recreatieve functie. Voor de ontwikkelingen is gekeken of uitgegaan kon worden van het één erfprincipe. Omdat het plan zowel voorziet in het aanhouden van enig vee binnen de recreatieve bestemming en de realisatie van een nieuwe geurgevoelig object (lees woning) binnen de woonbestemming, bleek dit uitgangspunt mileutechnisch niet haalbaar te zijn. Er moet immers rekening worden gehouden met een afstand van 50 meter vanaf het emissiepunt van de potstal tot de nieuwe woning. Om die reden wordt de nieuwe woning op een zelfstandig erf op voldoende afstand uit de potstal gerealiseerd. Door de nieuwe woning wat verder uit de weg te bouwen, blijft de oorspronkelijke boerderij hiërarchisch gezien het belangrijkste gebouw. In afbeelding 7 is de erfindeling in de nieuwe situatie weergegeven. Gebouw 1 is de bestaande cultuurhistorisch waardevolle boerderij Kerkstraat 8 met daarnaast de schuur Kerkstraat 8a (nr. 2). De monumentale schuur wordt ingericht als museum. Het idee is om daar te laten zien hoe in het gebied geleefd werd.
De cultuurhistorische boerderij zal in de nieuwe situatie worden verbouwd als logiesgebouw (groepsaccommodatie). De te handhaven potstal met de dubbelfunctie (stallen zoogkoeien en educatieve ruimte) is aangegeven met nummer 3. De educatieve activiteiten in deze ruimte zijn gerelateerd aan het boerenleven. De nieuwbouw betreft een particuliere woning (nr. 4) met bijgebouw (nr. 5). De woning ligt buiten de geurcirkel van 50 meter van de potstal. De nieuwe woning en het bijgebouw op het zelfstandig erf worden landschappelijk ingepast.
Toelichting
19
Afbeelding 7: erfindeling recreatie en wonen (geel gemarkeerd) 4.3
Bebouwing
Voor het bedrijf aan de Kerkstraat 8 te Gaanderen is vergunning voor het houden van 6.600 ouderdieren van vleeskuikens, 30 zoogkoeien en 10 stuks vrouwelijk jongvee. Op de locatie zijn voor de bedrijfsvoering van het niet-grondgebonden agrarische bedrijf diverse stallen, bedrijfsruimten en voorzieningen aanwezig. Zie de onderstaande afbeelding voor de bestaande situatie.
20
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
Afbeelding 8: bestaande bebouwing Belangrijk onderdeel van het plan is de sloop van een groot aandeel van de bebouwing op de locatie (pluimveestallen, bergingen, betonnen mestsilo met dak). In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de vierkante meters aan bebouwing in de bestaande situatie en de toekomstige situatie. gebouw / bouwwerk
bestaande m2
nieuwe situatie in m2
Woning nr. 8
233
233 (chw)
Bijgebouw 8a
157
157 (chw)
machineberging
160
0
Potstal koeien
428
428
kapschuur bij woning nr. 8
65
0
Schuurtje bij woning nr. 8
17
0 Toelichting
21
Kippenschuur 1 en 2 met corridor
1.392
0
Mestsilo met dak
160
0
Nieuwe woning
0
100
Nieuw bijgebouw bij woning
0
100
Totaal
2.612
1.018
In totaal wordt circa 1.794 m2 aan bebouwing gesloopt. In afbeelding 9 zijn de te slopen gebouwen met een rode stippellijn aangegeven. Met de sloop van deze hoeveelheid vierkante meters wordt voldaan aan de beleidsregel uit het 'Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021' dat zegt dat voor een herontwikkeling minimaal 50% van de bebouwing gesloopt moet worden. De gebouwen die niet gesloopt worden, maken onderdeel uit van het plan voor de recreatieve doeleinden.
Afbeelding 9: te slopen bebouwing (rood omlijnd) Tijdens de bouwfase is het wenselijk om 1 schuur te laten staan. In de te sluiten anterieure overeenkomst wordt dit vastgelegd. Nadat het plan volledig is 22
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
gerealiseerd zal ook deze laatste schuur worden gesloopt. In afbeelding 5 is het (voorlopig) ontwerp van de nieuwe woning met bijgebouw weergegeven. De gemaatvoerde tekeningen van het ontwerp zijn als bijlage 2 aan deze onderbouwing toegevoegd.
Toelichting
23
Hoofdstuk 5 Beleidskaders 5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk komt het overheidsbeleid aan de orde dat van invloed is op de specifieke ontwikkeling. Uit onderzoek blijkt dat de volgende beleidsstukken niet van invloed zijn: regionale Structuurvisie Achterhoek 2012, Regio Achterhoek, vastgesteld 26 april 2012; regionale woonagenda Achterhoek, Regio Achterhoek, vastgesteld 25 juni 2015; afsprakenkader detailhandel, Regio Achterhoek, 24 september 2015; doetinchem natuurlijk Duurzaam, gemeente Doetinchem, vastgesteld 16 februari 2016; beleidskader Duurzame energieopwekking in Doetinchem, vastgesteld 25 april 2019; lokale woonagenda gemeente Doetinchem 2016-2025, vastgesteld 22 september 2016; planologisch beleid 2011, gemeente Doetinchem, vastgesteld op 30 juni 2011 en onherroepelijk op 5 september 2011; masterplan Schil, gemeente Doetinchem, d.d. 13 december 2007; groenstructuurplan Doetinchem 2017, gemeente Doetinchem, vastgesteld 27 juni 2017; cultuurnota Dossier Cultuur 2003, gemeente Doetinchem, vastgesteld d.d.
18 december 2003; detailhandelsbeleid Doetinchem, gemeente Doetinchem, 18 juli 2013; visie boodschappenstructuur, gemeente Doetinchem, vastgesteld 22 februari 2018; kantorennota 'Ruimte voor kantoren', gemeente Doetinchem, vastgesteld op 7 februari 2008; beleidskader Bedrijventerreinen In Verandering (BIVA), vastgesteld 27 juni 2019; continuïteit in Karakter, Cultuurhistorie Doetinchem, vastgesteld 21 september 2017; mobiliteitsvisie 2016-2026, gemeente Doetinchem, vastgesteld 3 november 2016. Deze plannen zijn daarom ook niet verder toegelicht in dit plan. 24
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
Het beleid wat wel van invloed is op de ontwikkeling is in dit hoofdstuk verwoord en afgewogen. 5.2
Rijksbeleid
5.2.1
Nationale Omgevingsvisie (Novi)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland in 2050. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Het Rijk wil sturen en richting geven op vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De voorgenomen ontwikkeling heeft met name een relatie met de prioriteit 4. Bij prioriteit 4 wordt ingegaan op het belang van natuurlijke systemen en het landschap. In sommige regio’s staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is daar sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Als we het waterpeil omhoog brengen, kan dat gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt. In sommige gebieden wordt het dan misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel.
Tegelijkertijd wil de overheid de kwaliteiten van het landschap graag behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege ons cultureel erfgoed. Onderzoek en conclusie De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Het onderhavige plan omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen en waar de NOVI op van invloed is.
Toelichting
25
5.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Rijk legt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Ter bescherming van deze belangen zijn reserveringsgebieden, begrenzingen en vrijwaringszones opgenomen. In het besluit is aangegeven op welke wijze bestemmingsplannen voor deze gebieden moeten zijn ingericht. Indien geldende bestemmingsplannen niet voldoen aan het Barro dan moeten deze binnen drie jaar na inwerkingtreding van het besluit zijn aangepast.
Bij besluit van 28 augustus 2012 (inwerking getreden op 1 oktober 2012) is het Barro aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen hoofdinfrastructuur (reserveringen voor hoofdwegen en landelijke spoorwegen en vrijwaring rond Rijksvaarwegen), de elektriciteitsvoorziening, het regime van de herijkte ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). Onderzoek en conclusie Het Barro doet geen specifieke uitspraken over zaken die in dit plan worden geregeld. 5.2.3
De Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking (verder: 'de Ladder') is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De uitgangspunten hierbij zijn dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte, en dat de ontwikkeling in eerste instantie in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Artikel 3.1.6 lid twee Bro omschrijft de ladder als volgt: 26
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Voor de Ladder is dus een onderzoek nodig dat uit drie stappen bestaat: 1. Is sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'? 2. Vindt de ontwikkeling plaats buiten bestaand stedelijk gebied? 3. Als hier sprake van is, dan moet motivering plaats vinden volgens de Ladder: waarom kan niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte worden voorzien? De toepassing van de Ladder is mede bepaald door uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS). De ABRS heeft in een 'overzichtsuitspraak' op 28 juni 2017 op een rij gezet hoe de Ladder gebruikt moet worden. Hiermee wordt houvast geboden aan de rechtspraktijk. Onderzoek en conclusie 1. Is sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Artikel 1.1.1 Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.
Het voorliggende plan voorziet in een functiewijziging van een agrarische bestemming naar een recreatieve bestemming, waarbij in totaal een afname van het bebouwde oppervlakte optreedt van circa 1.500 m2. Verder ziet het plan toe op het bouwen van een woning met bijgebouw. Voor woningbouwlocaties geldt vanaf 12 woningen dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling die "ladderplichtig" is. Het plan is daarom geen nieuwe stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder. Bovendien wordt ook een woonfunctie onttrokken. Omdat er bij dit plan geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, is een motivering van het plan volgens de Ladder niet nodig.
Toelichting
27
5.3
Provinciaal beleid
5.3.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. Samen met de Omgevingsverordening heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie; 4. Biodiversiteit; 5. Bereikbaarheid; 6. Vestigingsklimaat; 7. Woon- en leefklimaat. Met vier 'spelregels' of 'doe-principes' - doen, laten, zelf en samen - wordt er werking aan gegeven. Dit is het kader waarbinnen de provincie wil werken en afwegingen wil maken. Energietransitie Gelderland is in 2050 klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Innovatie en het uitrollen van bewezen technieken wordt gestimuleerd.
Als tussendoel realiseert Gelderland in 2030 55% broeikasgasreductie. Klimaatadaptatie Gelderland is in 2050 klimaatbestendig. We zijn goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en 28
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
overstromingsgevaar. In 2020 heeft de provincie, samen met partners, de risico's en kansen van het veranderen klimaat in beeld gebracht en strategieën opgesteld die leidraad zijn voor ons handelen. Circulaire economie Gelderland wordt de eerste afval-loze provincie in Nederland. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden in de schone industrie. Om dit te bereiken is in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen in Gelderland met 50% teruggebracht. Biodiversiteit In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. Er wordt natuur-inclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overals waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald. Bereikbaarheid In 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimme manier opgevangen en verplaatsen mensen in Gelderland zich veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal. Snel en veilig internet fungeert daarbij als alternatief voor fysieke verplaatsingen. In 2050 is het netwerk voor goederenvervoer in Gelderland toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal. In 2030 is al ons busvervoer zonder uitstoot en is 35% van het totaal aantal verplaatsingen met de fiets.
Vestigingsklimaat De concurreerde positie van Gelderland binnen het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen wordt verder versterkt. Om onderscheidend te blijven, halen we in 2050 maximaal profijt uit de unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten. In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. Gelderland is hierin koploper van Nederland. Toelichting
29
Woon- en leefomgeving Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Themakaarten Bij de visie zijn een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: ruimtelijk beleid; waterbeleid; milieubeleid; natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Doetinchem. Bij 'onderzoek en conclusie' is de verdere toetsing aan deze themakaarten verwoord. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: Regionaal waterprogramma; Handreiking plussenbeleid; Beleidslijn windenergie. Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de bouw van een nieuwe woning. Deze woning zal aardgasloos worden gebouwd in overeenstemming met het provinciaal beleid.
Onderzoek en conclusie Vanuit de raadpleging van de themakaarten behorend bij de omgevingsvisie, is de themakaart natuur- en landschapsbeleid van belang. Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de Groene Ontwikkelingszone (GO). 30
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
Binnen deze zone geldt als voorwaarde dat alleen nieuwe activiteiten of ontwikkelingen zijn toegelaten, mits uit onderzoek blijkt dat: de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en de samenhang niet verloren gaat. In het tuin- en landschapsontwerp zijn de kernkwaliteiten en de ontwikkelingsdoelen van het deelgebied Boven Slinge en Slangenburg beschreven. Ook is uiteengezet op welke wijze het plan een bijdrage levert aan de doelen en welke versterkingsmaatregelen worden uitgevoerd. Het tuin- en landschapsontwerp is als bijlage 1 toegevoegd en de versterkingsmaatregelen zijn uitgewerkt in bijlage 3. De omvorming van de 6 hectare maïsakker tot kruiden- en faunarijk grasland wordt direct toegerekend als maatregel ter versterking van kernkwaliteiten van de GO. Deze investering bedraagt €6.036,68. Geconcludeerd kan worden dat de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen per saldo en naar rato worden versterkt en de samenhang niet verloren gaat. Het plangebied ligt buiten het grondwaterbeschermingsgebied. Dit aspect en de overige onderwerpen van de themakaarten van de omgevingsvisie zijn niet relevant voor het planvoornemen. 5.3.2
Omgevingsverordening Gelderland
De Omgevingsverordening is op 15 december 2021 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 februari 2022. Hierin zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Samen met de Omgevingsvisie heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. De verordening bevat regels op het gebied van: Ruimte (hoofdstuk 2); Milieu, ontgrondingen en natuur (hoofdstuk 3); Water (hoofdstuk 4); Provinciale wegen (hoofdstuk 5). Onderzoek en conclusie
Toelichting
31
Uit toetsing aan de omgevingsverordening komt het volgende relevante thema naar voren: Natuur en landschap De bescherming van bos en natuur buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelzone (GO) is een verantwoordelijkheid van gemeenten. Het GNN bevat alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige ecologische hoofdstructuur (EHS) en een zoekgebied van 7.300 hectare voor 5.300 hectare nog te realiseren natuur (doel: 2025). De GO bestaat uit gebieden met andere bestemmingen dan natuur binnen de begrenzing van de EHS uit 2009. De GO heeft een dubbele doelstelling: er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk. Het gaat vooral om landbouwgrond, maar ook om terreinen voor verblijfs- en dagrecreatie, infrastructuur, woningen en bedrijven. De planlocatie maakt deel uit van de Groene Ontwikkelzone deel 36 Boven Slinge en Slangenburg.
De voor dit plan van toepassing zijnde kernkwaliteiten, zijn: Overwegend kleinschalig kampenlandschap en wat grootschaliger heideontginnings- en ruilverkavelingslandschap met de Boven-Slinge; leefgebied steenuil, kamsalamander, ijsvogelvlinder en winde; cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de landgoederen, beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen; Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir. Van toepassing zijnde ontwikkelingsdoelen natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone: ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden; ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden; ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. ontginningen, houtwallen, kavelpatronen, boerderijen) en beheersvormen. In artikel 2.52 en 2.53a van de Omgevingsverordening zijn de regels geformuleerd voor het toestaan van een nieuwe activiteit of ontwikkeling op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone. 32
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
Artikel 2.52 (beschermen Groene ontwikkelingszone) 1. Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat: a. de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en b. de samenhang niet verloren gaat. 2. Gedeputeerde Staten stellen regels vast om de versterking uit te werken Artikel 2.53a (onderzoek kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone) 1. Bij toepassing van artikel 2.52 bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de resultaten van het onderzoek naar de te verwachten effecten van die activiteit of ontwikkeling op de oppervlakte, samenhang en kwaliteit van de Groene ontwikkelingszone. 2. In de beschrijving van de onderzoeksresultaten worden in ieder geval betrokken de in het gebied aanwezige: a. actuele en potentiële natuurwaarden; b. in de bij of krachtens de Wet natuurbescherming aangewezen beschermde soorten en soorten van nationale Rode Lijsten; en c. ecologische samenhang. 3. Voor zover de ontwikkeling of activiteit daar effect op kan hebben, wordt in de beschrijving van de onderzoeksresultaten betrokken de in het gebied aanwezige: a. kwaliteit van water, bodem en lucht; b.
stilte, rust en duisternis; en c. landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische, bodemkundige waarden en het reliëf. Versterkingsplan In het tuin- en landschapsontwerp zijn de investeringen beschreven die gedaan zullen worden in de versterking van het landschap, aansluitend op de versterkingsdoelen van het gebied Boven Slinge en Slangenburg. De maatregelen ter versterking van de kernkwaliteiten in de GO bestaan uit het omvormen van circa 6 hectare akkerland in kruiden en faunarijk grasland. Dit is een forse versterking voor zowel de landschappelijke waarden als de biodiversiteit. De aanplant van 410 strekkende meter singel met inheems bloeiende en besdragende Toelichting
33
struweel met een breedte van 5 meter is de extra verevening voor het feit dat er 68 m2 meer bebouwing blijft staan. In bijlage 3 is een berekening opgenomen van de investeringen met betrekking tot de landschappelijke inpassing en de versterking van de kernkwaliteiten van de GO. Dit is afgezet tegen de impactfactor van het plan vanwege de bouw van 1 nieuwe woning en de sloop van 1.794 m2 aan bebouwing. Gesteld kan worden dat met de beschreven investeringen in het landschap het plan per saldo en naar rato de kernkwaliteiten en/of ontwikkelingsdoelen worden versterkt en de samenhang van het gebied niet verloren gaat. Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied valt binnen een grondwaterbescherminggebied, maar buiten het waterwingebied. In artikel 2.37 van de Omgevingsverordening is bepaald dat een bestemmingsplan voor gronden binnen een grondwaterbeschermingsgebied geen bestemming mogelijk maakt die een groter risico kan vormen voor de kwaliteit van het grondwater dan de vigerende bestemming, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat een groter risico niet kan worden voorkomen en compensatie van het mogelijk grotere risico wordt verankerd in hetzelfde of een ander, gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan.
In het voorliggende plan is het verdedigbaar dat de functiewijziging van agrarisch naar recreatie een risicoverkleining inhoud voor de kwaliteit van het grondwater. Immers er worden in de toekomstige situatie veel minder dieren gehouden op de locatie. De pluimveehouderij verdwijnt zelfs helemaal. Het risico op bodemverontreiniging vanwege bijvoorbeeld de opslag van pluimveemest verdwijnt daarmee. De recreatieve activiteiten en de realisatie van de nieuwe woning vormen geen risico's voor de kwaliteit van het drinkwater. De woning zal worden gebouwd zonder gebruik te maken van uitlogende materialen. Boringsvrije zone Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de Boringsvrije zone. Ingevolge artikel 3.25 van de Omgevingsverordening is het verboden binnen een inrichting in een Boringsvrije zone werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten waardoor direct of indirect warmte aan de bodem of het grondwater wordt onttrokken of toegevoegd. Onder voorwaarden kan hiervan met een omgevingsvergunning van worden afgeweken. 34
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
Initiatiefnemer heeft geen plannen om werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten waardoor direct of indirect warmte aan de bodem of het grondwater wordt onttrokken of toegevoegd. Intrekgebied Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het Intrekgebied. Ingevolge artikel 2.38 van de Omgevingsverordening is winning van fossiele energie niet mogelijk in dit gebied. Hier is in het voorliggende plan geen sprake van. klimaatadaptie De provincie zet in op een klimaatneutraal Gelderland per 2050. In artikel 2.65b is hierover bepaald dat, als een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevat van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: - waterveiligheid; - wateroverlast; - droogte; en - hitte. De nieuwe woning wordt aardgasloos gebouwd. Door een goede isolatie van de woning is de energievraag om de woning te verwarming minimaal. De tuin zal groen worden aangelegd, zodat regenwater goed kan infiltreren. Bovendien wordt verstening van de onbebouwde grond hierdoor zoveel mogelijk voorkomen. Dit heeft een positief effect op het voorkomen van wateroverlast en het voorkomen van hittestress.
Instructieregel bestemmingsplan solitaire recreatiewoningen In artikel 2.3 is bepaald dat een bestemmingsplan een solitaire recreatiewoning alleen mogelijk maakt op een reguliere woningbouwlocatie. De twee groepsaccommodaties worden gerealiseerd in een bestaande boerderij en daarmee op een reguliere woningbouwlocatie. Permanente bewoning Op grond van artikel 2.4 is het niet toegestaan dat een bestemmingsplan Toelichting
35
permanente bewoning van een recreatiewoning mogelijk maakt. De twee groepsaccommodaties zullen niet voor permanente bewoning en/of voor de huisvesting van arbeidsmigranten worden gebruikt. 5.3.3
Cultuur en Erfgoed 2017-2022beleef met mee!
Gelderland is rijk aan cultuur en erfgoed: onder andere musea, theater, dans, festivals, monumenten, archeologie en het historische landschap. Het stimuleren van toegankelijkheid van cultuur en erfgoed voor de inwoners van Gelderland is een belangrijke provinciale kerntaak. Vanuit het programma Cultuur en Erfgoed worden verbindingen gezocht met overige provinciale kerntaken en de gebiedsopgaven. De duidelijkste verbindingen liggen bij de programma's Leefbaarheid, SteenGoed Benutten, Energietransitie, Gebiedsopgaven en Toerisme en Recreatie. Inwoners en bezoekers van Gelderland moeten de mogelijkheid hebben om cultuur en erfgoed te beleven en ervan te genieten. De provincie faciliteert dat hiertoe in alle regio's initiatieven ontplooid kunnen worden. Versterking van de regionale identiteit door middel van cultuur en erfgoed is hierbij het uitgangspunt. De provincie wil hierbij een verbindende en inspirerende rol vervullen, en investeren in de verdere ontwikkeling van kennis en onderzoek. Ondernemerschap en innovatie van de culturele sector worden gestimuleerd. Erfgoed ontwikkelen en beleven Erfgoed is om te beleven en om van te genieten. Toeristen en inwoners genieten van kastelen, historische steden en oude bossen. Erfgoed ontleent zijn bestaansrecht aan de waardering van mensen. Er is een onderscheid tussen materieel en immaterieel erfgoed.
Materieel erfgoed bestaat uit historische bebouwing, historisch landschap en archeologie. Immaterieel erfgoed bestaat uit verhalen, tradities, gewoonten en gebruiken. Op het gebied van materieel erfgoed worden drie hoofddoelen onderscheiden. A. Versterken van de functionaliteit van erfgoed. Dit doet de provincie door het stimuleren van restauratie en herbestemming van monumenten en het tegengaan van leegstand. Extra aandacht is er voor duurzaamheid van monumenten door het stimuleren van energiebesparende maatregelen, en het ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan duurzaam 36
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
onderhoud van groen erfgoed. B. Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk. Bundeling van kennis en capaciteit bij het uitvoeren van restauraties, het opstellen van uitvoeringsvoorschriften en een kwaliteitsborgingssysteem de zogenaamde Gelderse Voet en de Groene Voet voor erfgoedhoveniers, en voorzetten van het beleid op het gebied van regioarcheologie. C. Stimulering van innovatie en nieuwe ontwikkelingen. Samen met de erfgoedsector wordt gewerkt aan de onderwerpen: klimaat en duurzaamheid, kennis en innovatie in de praktijk, nieuwe opgaven (bijv. leegstand van monumentaal vastgoed), toegankelijk maken van cultuurhistorische en archeologische waardenkaarten en een kennisagenda Archeologie van Gelderland. Onderzoek en conclusie De ontwikkeling betreft een functiewijziging van een agrarische bestemming naar een recreatieve bestemming, waarbij in totaal een afname van het bebouwde oppervlakte optreedt van circa 1.500 m2. Verder ziet het plan toe op het bouwen van een woning met bijgebouw. Een deel van de bebouwing op het perceel is cultuurhistorisch waardevol. Deze bebouwing wordt niet gesloopt. In paragraaf 6.11 wordt nader ingegaan op de aanwezige cultuurhistorie in het ontwikkelingsgebied. 5.4
Regionaal beleid
5.4.1
Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012
Op 26 april 2012 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 vastgesteld. Dit is een actualisatie van de Regionale structuurvisie uit 2004. In afbeelding 10 is de Visiekaart Achterhoek weergegeven. Als basis voor ruimtelijk beleid zijn er een aantal speerpunten voor de regio benoemd. Dat zijn: omgaan met de krimp; externe relaties; veranderingen in het landelijk gebied; overstap naar duurzame energie. Toelichting
37
Afbeelding 10: Visiekaart Achterhoek Huidige kwaliteit als basis voor de toekomst De kaart geeft de regionale structuren en kwaliteiten weer. Landschap: De verschillen in landschaptypen zijn een belangrijkste identiteitsdrager van de Achterhoek. De Achterhoekse gemeenten willen die kenmerken en landschappelijke verschillen in de toekomst behouden, versterken of herstellen. Het gaat er daarbij niet om terug te keren naar het verleden, maar om het opdoen van inspiratie uit het verleden bij de toekomstige inpassing van nieuwe ontwikkelingen. De karakteristieken van deze landschapstypen bieden aanknopingspunten voor de inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Het Achterhoekse landschap kan veel functies absorberen. De 'landschapstypekaart' (bijlage 5 van de structuurvisie) geeft het regionale kader weer. De aanbevelingen met betrekking tot lokale wijze van inpassing staat hier ook verder beschreven. De locatie Kerkstraat 8 in Gaanderen gemeente Doetinchem ligt op de grens van het 38
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
kampenlandschap aan de noordzijde en het jonge heideontginningslandschap aan de zuidzijde. Kampenlandschap Het kampenlandschap wordt gekenmerkt als een coulisselandschap met een voortdurende afwisseling van essen, houtwallen, bosjes, laantjes, beken, boerderijen, met een bijzondere beslotenheid en kleinschaligheid als gevolg. Bebouwing is in kleine clusters gelegen, niet per definitie direct langs de weg. Het kavel- en wegenpatroon heeft een kronkelig karakter. Deels zijn de wegen onverhard. De aanwezige essen zijn herkenbaar aan het hoogteverschil. Beken slingeren zich als een van de weinige doorgaande structuren door het landschap. Het streven is gericht op het versterken van de aanwezige kwaliteiten door aandacht voor beekbegeleidende beplanting, de locale aanleg van kleine landschapselementen zoals houtwallen en poelen. Ten westen van de planlocatie stroomt de Beneden-Slinge. Deze Beneden Slinge was de oorspronkelijke hoofdloop en was verbonden met de Boven-Slinge. De beek ten oosten van de locatie is de Bielheimerbeek, deze stond vroeger in verbinding met de Groenlose Slinge en liep langs Winterswijk, via Groenlo en Borculo richting de Berkel.
De voorgenomen ontwikkeling zal een bijdrage leveren aan de kwaliteit van het landschap door onder andere het omzetten van intensief beheerde landbouwgrond in kruidenrijk grasland en de aanplant van hout/struweelsingel langs de perceelsgrens aan de oostzijde. Naast de landschappelijke kwaliteit zal ook de belevingswaarde van het gebied worden vergroot door de aanleg van een wandelpad. Dit wandelpad loopt vanaf Het Onland met een voetgangersbrug over de beek. In het tuin- en landschapsontwerp (zie bijlage 1) is op pagina 8 de ligging van het wandelpad weergegeven. Heideontginningen De heideontginning wordt gekenmerkt door een grote mate van openheid en lange lijnvormige structuren. Incidenteel komen lijnvormige landschapselementen voor. De verkaveling wordt gekenmerkt door een rationeel rechthoekig patroon. De boerderijen zijn volgens een regelmatige spreiding direct langs de wegen gelegen. Erfbeplanting is grotendeels afwezig. Indien aanwezig bestaat het uit een enkel Toelichting
39
lijnelement. Vrij scherpe overgang tussen kernen en landelijk gebied. Het landschap in dit gebied is in hoge mate in evenwicht. Het streven is gericht op het behouden van het totale beeld. Nieuwe ontwikkelingen worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid ingepast, op basis van een landschappelijke visie op het Heide-ontginningslandschap als geheel. In de structuurvisie is aangegeven dat functieverandering van VAB of andere vrijgekomen/vrijkomende complexen naar woon-, werk- of recreatiefuncties kan worden toegestaan buiten het hervestigingsgebied intensieve veehouderij. Indien er aantoonbaar geen behoefte aan hervestiging is, kan functieverandering ook binnen het hervestigingsgebied worden toegestaan De gewenste functieverandering van het agrarisch bedrijf van initiatiefnemer is in lijn met de mogelijkheden die de structuurvisie biedt. Door een zorgvuldige tuin- en landschapsontwerp worden de landschappelijke kwaliteiten gerespecteerd en waar mogelijk versterkt. 5.4.2
Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025
Op 25 juni 2015 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 vastgesteld als opvolger van de Regionale Woonvisie 2010-2020. De Regionale woonagenda schets de kaders en geeft ruimte om de inhoud mede door andere partijen te laten invullen. Daarmee verschuift de rol van de overheid van inhoudelijk bepalend naar procesbegeleidend. Kernbegrippen zijn kaders stellen, faciliteren en ruimte geven. De kernboodschap voor de komende jaren luidt dan ook: er zijn (bijna) voldoende woningen (in aantallen) om te voorzien in de vraag. Het is noodzakelijk om de regionale ambitie (5.900 woningen toevoegen tussen 2010 en 2025) verder te verlagen met 10%. Het nieuwe regionale aantal is 3.145 woningen tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2025; een integrale aanpak is nodig om de bestaande woningen toekomstbestendig te maken (kwalitatief), waarbij de eigenaar een persoonlijke mix kiest van onderhoud, isolatie, energieopwekking en levensloopbestendig maken. Sloop/nieuwbouw kan een optie zijn; voor leegstaand en leegkomend vastgoed is een gezamenlijke beeldvorming met een lokale aanpak nodig. Naast herbestemmen zal in toenemende mate ook sloop aan de orde zijn; 40
Functiewijziging Kerkstraat 8/8a Gaanderen
Wonen en zorg vormt een belangrijk aandachtspunt bij al deze genoemde ontwikkelingen. De zeven gemeenten uit de regio zijn na vaststelling van de Regionale woonagenda begonnen om deze lokaal uit te werken. Doetinchem heeft daartoe een herziene woningbouwstrategie en een lokale woonagenda opgesteld. Op 5 november 2015 is de Herziene woningbouwstrategie 2015 door de gemeenteraad vastgesteld (zie paragraaf 5.5) en deze is opgevolgd door woningbouwstrategie 2019. 5.5
Gemeentelijk beleid
In deze paragraaf wordt het plan getoetst aan het relevante gemeentelijk beleid. 5.5.1
Structuurvisie Doetinchem 2035
Op 26 september 2013 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Structuurvisie Doetinchem 2035 vastgesteld. Deze structuurvisie schetst een beeld van de huidige ruimtelijke situatie en gaat zowel in op de kwaliteiten als op onderdelen waar verbeteringen denkbaar zijn. Er worden ruimtelijke kaders geschetst waarbinnen de gemeente Doetinchem de komende jaren wil werken. Daarbij gelden vier thema's, waarvan drie voor de ontwikkelingen in het plangebied van belang zijn. Dit zijn: beherend ontwikkelen van stad en land; kwaliteit en beleving; economische kansen; Doetinchem en haar omgeving. Beherend ontwikkelen van stad en land Het accent verschuift van ontwikkeling naar beheer als gevolg van de te verwachten vergrijzing van de bevolking en daling van het aantal inwoners. De focus komt te liggen op het verbeteren van bestaande gebieden en functies. Wat goed is vraagt om goed beheer en behoud. Wat niet langer voldoet vraagt om aanpassing of, in het uiterste geval, om vervanging door iets anders. Denkbaar is de sloop van bebouwing en het transformeren van stukken stad naar natuur of stadspark. Kwaliteit en beleving De verschuiving van het accent naar beheer biedt kansen voor kwalitatieve ontwikkeling. Doetinchem moet aantrekkelijk zijn voor bewoners, bezoekers en bedrijven. In de structuurvisie ligt de focus op de beleving en ruimtelijke kwaliteit.
De structuurvisie streeft een hoge ruimtelijke kwaliteit na. De kwaliteit zal er overal Toelichting
41
weer anders uitzien en is op verschillende manieren te realiseren. Economische kansen De gemeente Doetinchem wil aantrekkelijk blijven door bestaande kwaliteiten te versterken en nieuwe kwaliteiten aan te boren. Inzet is het behoud van werkgelegenheid en het redden van de traditioneel sterke sectoren, zoals de maakindustrie en de zorg. Daarnaast zet de gemeente in op onverwachte kansen die zich voordoen en het anticiperen daarop. De stad moet vernieuwend zijn zonder de bestaande kwaliteiten te verwaarlozen. Doetinchem en haar omgeving Als centrumgemeente zal Doetinchem de komende jaren een steeds belangrijkere rol vervullen. Als gevolg van bevolkingsontwikkeling zullen omliggende dorpen steeds vaker gebruik maken van de Doetinchemse voorzieningen. Goede verbindingen met de buurgemeenten zijn noodzakelijk. Er zijn verschillende samenwerkingsvormen, ook met buurland Duitsland. Belangrijke aandachtsgebieden zijn momenteel de infrastructuur, de zorg, het onderwijs, de werkgelegenheid en de cultuur. Onderzoek en conclusie Een belangrijk onderdeel van het plan van initiatiefnemer is investeren in de ruimtelijke kwaliteit. De intentie is om het terrein van het Onland en de omliggende terreinen aantrekkelijk te maken voor bezoekers / wandelaars. Hiervoor is een evenwichtig tuin- en landschapsontwerp gemaakt.