CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Regels en toelichting.pdf

gemeenteraad 23 december 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.4: Bestemmingsplan Doetinchemseweg naast 19 Doetinchem - 202115.168 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

hijsinrichtingen, laadbruggen, stortgoten, stort- en zuigbuizen die in enige stand de naar de weg gekeerde bouwgrens met ten hoogste 1,50 m overschrijden, mits zij niet lager zijn geplaatst dan 4,20 m boven de rijbaan; h. toegangen van bouwwerken, voor wat de hoogte boven de weg betreft, die de grens van de weg niet overschrijden; i. kelderingangen en kelderkoekoeken; j. bouwwerken waarvan de bovenzijde niet hoger is gelegen dan:

26

1. de hoogte van de weg, voorzover de bouwwerken in de weg zijn gelegen; 2. de terreinhoogte bij voltooiing van de bouw, voorzover de bouwwerken niet in de weg gelegen zijn.

8.3 Bestaande maten Voor een legaal bouwwerk dat op grond van de geldende bestemming is toegestaan, maar waarvan de bestaande situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud afwijken van de bouwregels in dit plan: a. is de bestaande situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud maatgevend; b. is herbouw uitsluitend mogelijk op dezelfde plaats; c. is het overgangsrecht in dit bestemmingsplan niet van toepassing.

8.4 Ondergronds bouwen In dit plan gelden de bouwregels uitsluitend voor het bovengronds bouwen; niet voor het ondergronds bouwen.

artikel 9 Algemene gebruiksregels 9.1 Verboden gebruik a. Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken in strijd met het plan. Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan gebruik als: 1. staan- en/of ligplaats voor wagens en/of onderkomens 2. opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en/of vaartuigen en/of onderdelen daarvan 3. opslagplaats voor gerede en/of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines en/of oénderdelen daarvan; 4. stortplaats voor puin, mest- en/of afvalstoffen 5. voorziening voor een 24 uurs begeleidwonenvoorziening met zorgplekken voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden 6. het gebruik van één of meer bouwerken in een volkstuin ten behoeve van pernamente bewoning; 7. seksinrichting, tenzij het “thuisprostitutie” betreft; 8. verblijfsrecreatie en intensieve dagrecreatie; 9. het racen en/of crossen met gemotoriseerde voertuigen of fietsen. b. Het bepaalde onder sub a 1 t/m 4 is niet van toepassing op (tijdelijk) gebruik voor de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud, gebruik en/of beheer van gronden en/of bouwwerken. c.

Het is verboden de in het plangebied rondom het perceel kadastraal bekend gemeente Ambt Doetinchem sectie P, NUMMER 499, PLAATSELIJK BEKEND Doetinchemseweg naast 19 te Doetinchem aanwezige esdoornhaag te verwijderen dan wel onherstelbare schade toe te brengen, met uitzondering van het deel van de haag dat noodzakelijkerwijs doch zo beperkt als mogelijk verwijderd moet worden om vanaf de openbare weg toegang te krijgen tot het perceel in kwestie. De exacte ligging en hoogte zijn weergegeven op de situatieschets, die als bijlage 7 bij de regels is gevoegd.

9.2 Toegestaan gebruik - opwekken duurzame energie Het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen of andere- op grond van de bestemmingsregels geoorloofde- voorzieningen op het dak is toegestaan.

artikel 10 Algemene aanduidingsregels In dit bestemmingsplan komen geen gebiedsaanduidingen voor.

artikel 11 Algemene afwijkingsregels 27

11.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan, in uitzonderlijke gevallen, gemotiveerd bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor: a. het oprichten van bouwwerken van algemeen nut (zoals abri's, telefooncellen, transformatorhuisjes, gasregelstations en gasdrukstations en conmatics), mits de inhoud van elk van deze bouwwerken niet meer bedraagt dan 75 m3 en de bouwhoogte ervan niet meer bedraagt dan 4 m; b. het overschrijden van de bouwregels inzake de goothoogte, de bouwhoogte en de (vloer)oppervlakte van gebouwen, met niet meer dan 10% voor alle bestemmingen, behalve de bestemming Wonen, 'Wonen'- 1', 'Wonen - 2', 'Wonen - 3',''Wonen - 4', 'Wonen - 5'; c. het overschrijden van de bouwregels inzake de bouwhoogte en de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met niet meer dan 10%; d. het in geringe mate aanpassen van het plan, teneinde enig onderdeel van het plan, zoals een bestemmingsgrens of een bouwgrens, te veranderen, als bij definitieve uitmeting en verkaveling blijkt, dat deze aanpassing in het belang van een juiste verwerkelijking van het plan gewenst of noodzakelijk is, en waarbij de grenzen met niet meer dan 3 m worden verschoven; e. het oprichten van masten voor mobiele (beeld)telefonie en zendmasten tot een bouwhoogte van maximaal 15 m; f. het oprichten van kunstobjecten tot een bouwhoogte van maximaal 10 m.

11.2 Kleinschalige duurzame energie

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor: a .Het oprichten van zonnepanelen op de grond onder voorwaarde dat: 1. de zonnepanelen worden geplaatst op eigen grond, op het perceel dat als erf gebruikt wordt; 2. de hoogte maximaal 1,5 m is; 3. de totale oppervlakte van de op de grond geplaatste zonnepanelen maximaal 100 m2 bedraagt; 4. de zonnepanelen landschappelijk zijn/worden ingepast en hiervoor vooraf advies is ingewonnen bij ter zake deskundigen op het gebied van ecologie en landschap; b. het oprichten van een mini windturbine op het dak van een bouwwerk onder voorwaarde dat:

1. de as van de mini windturbine maximaal 5 m uitsteekt boven het hoogste punt van het bouwwerk waarop de turbine geplaatst wordt; 2. de mini windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving; 3. voor de mini windturbine geen vergunningplichtige beplanting verwijderd hoeft te worden;

c. het oprichten van een kleine windturbine, onder voorwaarde dat:

1. de kleine windturbine een maximale as-hoogte heeft van 30 m; 2. de kleine windturbine niet mag staan in het gebiedstype 'woongebieden', zoals weergegeven op de kaart 'Gebiedstypen' (Bijlage 5) mag staan; 3. in het landelijk gebied op het erf gerealiseerd moet worden, op maximaal 100 m afstand van het op dat erf aanwezige hoofdgebouw; 4. de kleine windturbine moet minimaal (A) m van de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' af liggen, zoals berekend

28

uit de volgende formule: A = H + 1/3 W; Waarin: A= minimale afstand H = ashoogte W = Wieklengte De wieklengte = 1/2 ashoogte 5. de kleine windturbine ruimtelijk en milieuhygiënisch aantoonbaar geen overlast veroorzaakt voor de omgeving; 6. voor de kleine windturbine geen vergunningplichtige beplanting verwijderd hoeft te worden.

artikel 12 Algemene wijzigingsregels 12.1 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen, op grond van artikel 3.6 van Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen voor: a. het in geringe mate aanpassen van het plan, teneinde enig onderdeel van het plan, zoals een bestemmingsgrens of een bouwgrens, te veranderen, als bij definitieve uitmeting of verkaveling blijkt, dat deze aanpassing in het belang van een juiste verwezenlijking van het plan gewenst of noodzakelijk is en de bestemmingsgrens niet meer dan 5 m en de bouwgrens niet meer dan 10 m worden verschoven; b. het oprichten van gebouwen van openbaar nut (zoals transformatorhuisjes en gemaalgebouwtjes) met een inhoud van maximaal 100 m3 en een goothoogte van maximaal 4 m; c. het enigszins anders situeren en/of begrenzen van bouwvlakken, als dit voor de uitvoering van een bouwplan nodig mocht blijken, een en ander, mits de oppervlakte van het desbetreffende bouwvlak met niet meer dan 20% van het in het plan vastgelegde afwijkt.

artikel 13 Overige regels Waar in dit plan wordt verwezen naar wettelijke regelingen wordt geduid op die regelingen, zoals zij luidden op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan.

29

hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels artikel 14 Overgangsrecht 14.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

14.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.

14.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

14.4 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

artikel 15 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Doetinchemseweg naast 19 Doetinchem - 2021'. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Doetinchem in de openbare raadsvergadering d.d. 23 december 2021 de griffier, de voorzitter,

30

TOELICHTING

31

1 2 Inleiding 2.1.1 Aanleiding en doel De eigenaar van het betreffende perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, 499 aan de Doetinchemseweg nabij nummer 19 wil, nadat eerder de mogelijkheid daarvoor door de gemeente was geschrapt, ter plaatste opnieuw de mogelijkheid creëren om een nieuwe woning te realiseren. Deze ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Een herziening van dat plan is daarom noodzakelijk. Daarom is het voorliggende bestemmingsplan 'Doetinchemseweg naast 19 Doetinchem - 2021' opgesteld. Vooruitlopend op de herziening van het bestemmingsplan is een ruimtelijke onderbouwing, rapportnummer PBO 20042801.6 van 19 november 2020 (ROB) opgesteld welke als Bijlage 1 bij deze toelichting is opgenomen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen voor het grondgebied van de gemeente Doetinchem wordt in principe overal dezelfde plansystematiek gehanteerd. De bestemmingen en regels uit het voorliggende bestemmingsplan sluiten daardoor grotendeels aan op de bestemmingen en regels uit andere actuele bestemmingsplannen. Daarmee wordt de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid van de burgers vergroot.

2.1.2 Plangebied Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door de Doetinchemseweg. Voor het overige wordt het plangebied begrensd door de eigendomsgrenzen behorend bij het perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, 499. In paragraaf 2.1 van de ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1) is de ligging van het plangebied opgenomen.

2.1.3 Geldende bestemmingsplannen 2.1.3.1 Bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - voorjaar 2020' Het bestemmingsplan 'Doetinchemseweg naast 19 Doetinchem -2021' betreft een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - voorjaar - 2020', GML-bestand NL.IMRO.0222.SgB002-0002. Dit bestemmingsplan, 'Stedelijk gebied - voorjaar - 2020', is vastgesteld op 5 november 2020 door de gemeenteraad van Doetinchem en inmiddels van kracht. De werking van het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - voorjaar - 2020' zal voor het plangebied komen te vervallen.

2.2 Planbeschrijving 2.2.1 Huidige situatie Het plangebied ligt in Doetinchem (wijk/buurschap Wijnbergen) aan de Doetinchemseweg nabij Doetinchemseweg 19 tussen de Oude IJssel en de nieuwbouw wijk 'Wijnbergen De Kwekerij' aan het oude dorpslint en de oude interlokale weg tussen Doetinchem en Zeddam. Op dit moment is het plangebied passend ingericht bij de huidige bestemming 'Groen' (gras) en wordt het omzoomd door een veldesdoornhaag.

2.2.2 Ruimtelijke analyse Voor de ruimtelijke analyse wordt verwezen naar hoofdstuk 4 Ruimtelijke analyse van de ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1).

2.2.3 Toekomstige situatie Voor het plangebied van onderhavig bestemmingsplan is een bouwplan ontwikkeld door een extern bureau. Het plan voorziet in een vrijstaande woning gericht op de Doetinchemseweg en met een aangebouwde garage gericht op de doodlopende zijweg. Dit plan voegt zich in de stedenbouwkundige structuur zoals ingezet bij de ontwikkeling van de bouwplannen op het voormalige schoolterrein met een doodlopende zijweg vanaf de Doetinchemseweg. Onderhavig bestemmingsplan 'Doetinchemseweg naast 19 Doetinchem - 2021' moet de gewenste toekomstige situatie

32

weergeven en daarmee de huidige bestemming 'Groen' herzien in de bestemming 'Wonen' en 'Tuin'.

2.3 Beleidskader Voor het relevante overheidsbeleid zie hoofdstuk 5 Beleidskader van de ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1).

2.4 Haalbaarheid In de ruimtelijke onderbouwing is de haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling van het plangebied onderbouwd. Verwezen wordt naar hoofdstuk 6 Haalbaarheid van de ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1). In dit hoofdstuk zijn ook de uitkomsten en conlusies terug te vinden van de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd (Bijlage 1 bij Ruimtelijke onderbouwing - Quickscan Flora en Fauna, Bijlage 2 bij Ruimtelijke onderbouwing - Actualisatie bodemonderzoek, Bijlage 3 bij Ruimtelijke onderbouwing - Stikstofdepositieberekening (Aerius) en Bijlage 4 bij Ruimtelijke onderbouwing Akoetisch onderzoek). Mede op basis daarvan is te concluderen dat de beoogde ontwikkeling geen problemen oplevert ten aanzien van de onderzochte milieukundige en ruimtelijke aandachtspunten (milieueffectrapportage, bodem, akoestiek, lucht, externe veiligheid, milieuzonering, flora en fauna, water, archeologie & cultuurhistorie en verkeer & parkeren) mits voldaan wordt aan de voorwaarden uit de onderzoeken. Daarbij gaat het om om de volgende zaken: • Wegverkeerslawaai Voor wat betreft het wegverkeerslawaai wordt door het bevoegd gezag een ontheffing hogere waarde geluid verleend om een hogere geluidsbelasting toe te staan dan de voorkeurswaarde.

Uit akoestische onderzoek (Bijlage 4 bij Ruimtelijke onderbouwing - Akoetisch onderzoek) blijkt namelijk dat de geluidbelasting ten gevolge van de Doetinchemseweg maximaal 51 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) bedraagt. Daarmee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De te verlenen ontheffing hogere waarde geluid sluit aan op de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. • Flora en fauna Op basis van de uitgevoerde quickscan flora en fauna (Bijlage 1 bij Ruimtelijke onderbouwing - Quickscan Flora en Fauna) is er geen aanleiding om direct een aanvullend flora- of faunaonderzoek uit te voeren. In de uitgevoerde quickscan wordt gesteld dat zonder voorziene problemen het bestemmingsplan kan worden herzien en de mogelijke bouw van de woning kan plaatsvinden, waarbij tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht van kracht blijft en bij een veranderende situatie te allen tijde een ecoloog ingeschakeld dient te worden. Het behoud van de bestaande veldesdoornhaag rondom het perceel, is in onderhavig bestemmingsplan verankerd middels de algemene gebruiksregels (verboden gebruik artikel 9.1, sub. c). De aanbevelingen in de quickscan flora en fauna zijn gedaan in het kader van natuurinclusief bouwen. Het gaat om het ophangen van nestkasten voor huismussen, mezen e.d.

het ophangen van 'vleermuiskasten' aan de gevel van de nieuwe woning en of het toepassen van vleermuispannen op het dak van de woning en het weglaten van vogelschroot onder de dakpannen van de woning. Al deze aanbevelingen zijn verwerkt in een voorwaardelijke verplichting. Dat wil zeggen dat de woning alleen mag worden gebouwd en gebruikt onder de voorwaarde dat deze voorzieningen worden getroffen en in stand worden gehouden. • Archeologie In paragraaf 6.10 van de ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1) is opgenomen dat het perceel/plangebied in een gebied ligt met een hoge verwachting. Op 30 maart 2020 heeft de gemeenteraad het voorstel Actualisatie archeologische beleidskaarten aangenomen. Op basis van dit voorstel is het bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie - 2020' opgesteld. Op basis van dit bestemmingsplan en bijbehorende verbeeldingen vertaaltabel dient het plangebied deels te worden voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde archeologische verwachting 4' en deels van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 6'. In onderhavig bestemmingsplan zijn de actuele regels verwerkt die bij deze dubbelbestemmingen horen conform het bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie - 2020'.

De benaming (archeologische verwachting) wijkt af van hetgeen in paragraaf 6.10 van de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen.Daar wordt nog gesproken over acheologische verwachtingswaarde 2 en 3 maar dat is achterhaald.

33

2.5 Wijze van bestemmen 2.5.1 Inleiding Met dit bestemmingsplan wordt de huidige bestemming 'Groen' herzien in de bestemming 'Tuin' en 'Wonen', waarmee de bouw van een vrijstaande woning mogelijk wordt gemaakt. Duidelijk is voor welke doeleinden de grond en de gebouwen mogen worden gebruikt en wat er in nieuwe bebouwing wordt toegestaan. Dit biedt rechtszekerheid aan de burger. Het plan is daarom opgezet als een gedetailleerd bestemmingsplan.

2.5.2 Toelichting op de regels De regels bestaan uit de volgende onderdelen: • hoofdstuk 1: Inleidende regels; • hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; • hoofdstuk 3: Algemene regels; • hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.

2.5.2.1 Inleidende regels De inleidende regels omvatten de in de planregels gebruikte begripsomschrijvingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). Hiemee is planspecifiek vastgelegd wat bedoeld wordt en hoe gemeten moet worden. Als een begrip niet omschreven is, dan geldt de algemeen gangbare uitleg van het begrip.

2.5.2.2 Bestemmingsregels In de bestemmingsregels zijn de regels voor de verschillende bestemmingen omschreven. Elke bestemmingsregel is, in overeenstemming met de RO-Standaarden 2012 waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (2012), in beginsel opgebouwd uit: • een bestemmingsomschrijving: een omschrijving van de doeleinden waarvoor de gronden zijn bestemd en de toegelaten bijbehorende bebouwing; • de bouwregels: deze bevatten de voorgeschreven maatvoering van de bouwwerken; • nadere eisen; • afwijken van de bouwregels; • specifieke gebruiksregels; • afwijken van de gebruiksregels; • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden; • wijzigingsbevoegdheid.

2.5.2.2.1 Tuin De gronden met de bestemming 'Tuin' maken juridisch en feitelijk deel uit van de bouwpercelen waarop woningen zijn gesitueerd. In de bestemmingsomschrijving is daartoe een koppeling aangebracht met de bestemming 'Wonen'. De bestemming 'Tuin' is toegekend aan de gronden aan de voorzijde van en tot 1 meter achter de naar de weg gekeerde bouwgrens van het bouwvlak waarbinnen de woning mag worden gesitueerd. Vanwege het behoud van het straatbeeld en het zicht op de woningen is binnen deze bestemming alleen een beperkte bebouwingsregeling opgenomen voor het bouwen van vlaggenmasten, speeltoestellen, en dergelijke. In het algemeen geldt dat gebouwen op deze gronden dan ook niet zijn toegestaan. Alleen de bouw van bijbehorende bouwwerken (een erker, toegangspartij en overkapping) is binnen deze bestemming mogelijk. .

34

2.5.2.2.2 Wonen De bestemming 'Wonen' omvat alle percelen waarop woningen en bijbehorende bouwwerken zijn toegelaten. De hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. In dit bestemmingsplan is een vrijstaande woning toegestaan, wat met een bouwaanduiding op het bouwvlak is opgenomen op de plankaart. Het bouwvlak heeft in principe een afstand tot de zijdelingse perceelsgrens van 3 meter. Bij de begrenzing aan openbaar gebied, bijvoorbeeld bij de functie natuur, water en verkeer kan een afstand van 2 meter worden aangehouden. De diepte van het bouwvlak is afhankelijk van het type woning. In dit bestemmingsplan is de bouwvlakdiepte gehanteerd passend bij een vrijstaande woning, namelijk een diepte van 15 meter. De maximaal toegestane goothoogte (6 m) en de maximaal toegestane bouwhoogte (10 m)van gebouwen zijn in een maatvoeringssymbool op de plankaart opgenomen. Vanwege het behoud van het karakter van de woning zijn bestaande legale afwijkende maten, via de bestaande maten regeling toegestaan. Hoofdgebouwen Ten behoeve van het bouwen van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak kan onder voorwaarden een afwijking worden verleend. Zo kan het hoofdgebouw gedeeltelijk tot op de zijdelingse bouwperceelsgrens gebouwd worden als het bouwperceel grenst aan openbaar gebied, waarop de bestemming 'Groen', 'Water', 'Verkeer' of vergelijkbare bestemming rust.

Ook kan een afwijking worden verleend voor het plaatsen en gebruiken van een tijdelijke woonunit als woonruimte voor mantelzorg. Zie hiervoor ook de algemene uitleg bij Afwijking voor mantelzorg Aan huis gebonden beroep en/of bedrijf Op gronden met de bestemming 'Wonen' is de uitoefening van een vrij beroep en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toegestaan in een aangebouwde bijbehorende bouwwerk. Voorwaarde daarvoor is dat de woonfunctie in alle gevallen de hoofdfunctie binnen de bestemming blijft. In beperkte mate mag bij de uitoefening van een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf ook detailhandel plaatsvinden. Overige detailhandel is binnen de bestemming 'Wonen' nadrukkelijk uitgesloten. Wanneer een aangebouwde oplossing niet mogelijk is vanwege architectuur of monumentale status van de woning, is het mogelijk om met een afwijking een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toe te staan in een vrijstaande bijbehorend bouwwerk. Hierbij moet het, als dat vanuit de bestemming noodzakelijk is, vrijstaande bouwwerk wel een ruimtelijke eenheid vormen met de woning. Een internetwinkel is onder voorwaarden toegestaan, zo mag de internetwinkel alleen online verkopen, geen winkeluitstraling hebben, geen showroom en geen opslag binnen of buiten. Alleen in geval van gastouderschap is een buitenactiviteit in de vorm van buitenspelende kinderen toegestaan.

Wijzigen (bouw)aanduiding In de bestemming 'Wonen' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het verschuiven van het bouwvlak. Wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken Aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt voor de uitbreiding van de woonfunctie, onder voorwaarde dat de afstand tussen dat bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 meter bedraagt. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen. In de navolgende afbeelding zijn schematisch de verschillende varianten weergegeven. W = wonen en B = bijbehorende bouwwerken.

35

Met een afwijking is het mogelijk om wonen en aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in aangebouwde bijbehorende bouwwerken op kortere afstand dan 8 meter (tot 3 meter) tot de achterste bouwperceelsgrens toe te staan. Hierbij moet voldaan worden aan een aantal voorwaarden bijvoorbeeld dat de achterste bouwperceelsgrens grenst aan (openbaar) gebied met bijvoorbeeld een groen- of verkeersbestemming. Voorgevelbreedte Om levensloopbestendige woningen te kunnen realiseren is er ruimte nodig in de woning. Daartoe moet de woning een minimale voorgevelbreedte van 6 meter hebben. Deze eis geldt voor zowel nieuwbouw als vervangende nieuwbouw. Het bevoegd gezag kan van deze eis afwijken als deze onredelijk is, de bouwkundige situatie daar aanleiding toe geeft en de woning desondanks levensloopbestendig blijft of wordt. Dakoverstekken Steeds meer gebouwen worden voorzien van royale dakoverstekken. Dat heeft soms met architectuur te maken, maar vaak is de overkapte ruimte gewoon functioneel. De ruimte wordt dan bijvoorbeeld gebruikt als veranda (overdekt terras) of carport. Volgens de Nederlandse Norm (NEN) is tot 75 centimeter sprake van een overstek. Bij een grotere afmeting is sprake van een overkapping en dan telt de overkapte ruimte mee bij de berekening van de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken. Dit is van belang omdat de oppervlakte is genormeerd.

Bouwwerken op daken Afscherming technische installatie op daken zoals airco's, warmtepompen, zonnepanelen, e.d. zijn mogelijk tot 0,5 m boven het dakvlak. Als het dak daarbij al de maximum bouwhoogte heeft bereikt. Deze maat komt dan extra bovenop de de maximum bouwhoogte. Zodat de afscherming van technische installaties ook op deze daken mogelijk zijn. Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan binnen de bestemming 'Wonen' en het daarin gelegen bouwvlak. Zij moeten op minimaal 1 meter achter de voorgevel van de woning worden gebouwd. In het bouwvlak geldt niet de 'terugspringregel' van 1 meter. Bijbehorende bouwwerken in het bouwvlak mogen dus in één lijn met de voorkant van de woning staan. Deze afstand sluit aan op de stedenbouwkundige opzet van een woonwijk en voorkomt brede gevelaanzichten. Overdekte eigen zwembaden (binnenbaden) zijn aan te merken als gebouwen. Op binnenbaden zijn daarom de bouwregels voor bijbehorende bouwwerken van toepassing. In de navolgende schematische weergave is de 'terugspringregel' van 1 meter weergegeven.

36

Tijdelijke woonunits ter overbrugging van de bouwperiode Op woningbouwlocaties wordt af en toe gebruik gemaakt van tijdelijke woonunits. Dit zijn veelal prefab gebouwen maar soms ook sta- of toercaravans. Deze gebouwen voorzien in een tijdelijke behoefte, namelijk een alternatieve huisvesting ter overbrugging van de bouwperiode. Een tijdelijke woonunit mag uitsluitend worden geplaatst op het perceel waar een woning wordt gebouwd of verbouwd. Het maakt niet uit of de bouw wordt uitgevoerd door de (toekomstige) bewoner zelf of door een aannemer. Voor een tijdelijke woonunit is een omgevingsvergunning met instandhoudingstermijn vereist. De instandhoudingstermijn wordt gekoppeld aan de daadwerkelijke start en duur van de bouw. Dit is om te voorkomen, dat een unit of caravan wordt geplaatst zonder dat er vergunning is verleend voor bouw of verbouw van een woning of nog geen begin is gemaakt met de bouw.

2.5.2.2.3 Waarde De dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 4' en 'Waarde - Archeologische verwachting 6', zijn eerder in de toelichting al uitgelegd. Zie hoofdstuk 4 Haalbaarheid.

2.5.2.2.4 Referentiekader nadere eisen- en afwijkingsbevoegdheden

Een aantal planregels geeft burgemeester en wethouders, , respectievelijk het bevoegd gezag, de bevoegdheid om nadere eisen te stellen of een afwijking te verlenen als bedoeld in artikel 3.6, lid 1, onder d, respectievelijk onder c, van de Wet ruimtelijke ordening. De nadere eisen kunnen betrekking hebben op de plaats en afmetingen van de bebouwing. Deze kunnen toegepast worden als het concrete bouwplan voor de genoemde onderdelen, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, een ongewenst gevolg voor de omgeving heeft. Binnen de afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden komen veelal de volgende voorwaarden voor: a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende de gebruiksmogelijkheden van die percelen; b. de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is; c. de uitvoerbaarheid gewaarborgd is;

37

Deze voorwaarden zijn als volgt uit te leggen: a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende de gebruiksmogelijkheden van die percelen: als een afwijking of wijziging op een aangrenzend perceel van zodanige invloed is dat deze grond, minder goed te gebruiken is dan het was, dan is het niet gewenst om aan de afwijking of wijziging mee te werken; b. de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is: ten aanzien van de binnen een regeling toegelaten gebruiksvormen moet rekening worden gehouden met de milieu- en andere aspecten, zoals hinder voor omwonenden en verkeersaantrekkende werking. Als hierdoor de omgeving nadelig belast wordt, dan is medewerking niet gewenst; c. de uitvoerbaarheid gewaarborgd is: de (met name) financiële uitvoerbaarheid van een plan moet hierbij onderbouwd worden. Aan een (financieel) niet haalbaar plan kan niet meegewerkt worden.

2.5.2.2.5 Specifieke gebruiksregel parkeren Daar waar het relevant is voor de bestemming, is een specifieke gebruiksregel voor parkeren opgenomen. Op grond van artikel 3.1.2. tweede lid Bro mogen parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel. In Doetinchem ligt het parkeerbeleid vast in de 'Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017 - 2020' en 'Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem', zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017. In het bestemmingsplan wordt tot uitdrukking gebracht, dat bij de toets op het onderdeel parkeren, deze beleidsregel betrokken moet worden bij bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State blijkt, dat een zogenoemde dynamische verwijzing in het bestemmingsplan acceptabel is. Daarom is aan de parkeerbepaling in het bestemmingsplan de zinsnede 'met dien verstande dat wanneer deze parkeerregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging'. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht, dat in principe te allen tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid. Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus gedurende de planperiode van het bestemmingsplan mogelijk.

2.5.2.2.6 Afwijking voor mantelzorg Bij alle woningen is een afwijking bij de bouw- en gebruiksregels opgenomen voor het toestaan van een mantelzorgwoning. De afwijking is bedoeld voor het plaatsen en gebruiken van een tijdelijke woonunit als woonruimte voor mantelzorg. Hier zijn wel voorwaarden aan verbonden, bijvoorbeeld dat de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is.

2.5.2.2.7 Afwijking voor bouwen buiten bouwvlak Bij veel bestemmingen is de afwijking opgenomen om te bouwen buiten het bouwvlak mits het bouwperceel aan de zijde waar de bouwgrens wordt overschreden grenst aan openbaar toegankelijk gebied, waarop een groen-, natuur-, water-, verkeers- of daarmee vergelijkbare bestemming rust. Ook wordt gezegd dat de naar de weg gekeerde bouwgrens niet mag worden overschreden. Hierbij wordt bedoeld de bouwgrens aan de wegzijde van het gebouw (meestal de voorkant van het gebouw). Deze mag dus niet overschreden worden. Veelal is hier ook een verkeersbestemming opgenomen. Aan de zijkant of achterkant van een gebouw kan ook een verkeersbestemming gelden. Als sprake is van een parkeerplaats, dan kan de bouwgrens wél worden overschreden. Voor hoeksituaties met twee keer een verkeersbestemming geldt maatwerk. Advies kan hiervoor ingewonnen worden bij de stedenbouwkundige.

2.5.2.3 Algemene regels 2.5.2.3.1 Anti-dubbeltelregel Deze standaardbepaling heeft als doel te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt.

38

2.5.2.3.2 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is onder andere omschreven wanneer er geen verbod geldt voor het overschrijden van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen voor bepaalde bouwdelen. Ook is omschreven wanneer het bevoegd gezag kan afwijken van bouw- en/of bestemmingsgrenzen. De regeling voor bestaande maten is bedoeld voor legale bouwwerken die afwijken van de vastgestelde situering, goot - en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud van de bouwregels in dit plan. De bestaande afwijking is daarmee toegestaan. In het artikel 'Ondergronds bouwen' is aangegeven dat de opgenomen bouwregels zijn bedoeld voor bouwwerken boven de grond.

2.5.2.3.3 Algemene gebruiksregels De algemene gebruiksregel luidt dat het verboden is om gronden en opstallen te gebruiken in strijd met de bestemming. Hierbij zijn een aantal gebruiksvormen specifiek benoemd. Gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemming of het normale onderhoud van de gronden en/of bouwwerken wordt toegelaten. In de algemene gebruiksregels is ook benadrukt welk gebruik sowieso is toegestaan. Namelijk het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen of andere - op grond van de bestemmingsregels geoorloofde - voorzieningen op het dak.

2.5.2.3.4 Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels kunnen zo nodig de regels met betrekking tot één of meer gebiedsaanduidingen een plaats krijgen. In dit bestemmingsplan komen geen algemene aanduidingsregels voor.

2.5.2.3.5 Algemene afwijkingsregels De algemene afwijkingsregel voorziet in de mogelijkheid om op ondergeschikte onderdelen af te wijken van de regels van het bestemmingsplan. Bijvoorbeeld voor kleine bouwwerken voor nutsvoorzieningen.

2.5.2.3.6 Algemene wijzigingsregels De in het plan opgenomen algemene wijzigingsbevoegdheden laat meer ingrijpende afwijkingen toe en wordt daarom gekoppeld aan een zwaardere procedure dan die voor het verlenen van een afwijking van de bouw- en gebruiksregels. De wijzigingsregels voorzien in de mogelijkheid om in voorkomende gevallen de bestemmingsgrens met maximaal 5 meter en de bouwgrens met maximaal 5 meter te verschuiven. Verder kan het plan gewijzigd worden om kleine gebouwen van openbaar nut op te richten en om bouwvlakken anders te situeren of uit te breiden. Voorwaarde daarbij is dat de oppervlakte van het gewijzigde bouwvlak met maximaal 20% van de oorspronkelijke oppervlakte toeneemt.

2.5.2.3.7 Overige regels Onder overige regels zijn die regels geplaatst die niet onder een andere regel zijn te vatten.

2.5.2.4 Overgangs- en slotregels In de loop van de tijd kan het gebruik van gronden of bouwwerken gaan afwijken van datgene wat mogelijk is op basis van het bestemmingsplan. In de overgangsregels wordt geregeld hoe met deze afwijking wordt omgegaan. Daar waar maten van bestaande legale bouwwerken op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan meer bedragen dan is voorgeschreven in het nieuwe bestemmingsplan, gelden deze maten als gevolg van het in het

39

bestemmingsplan neergelegde 'bestaande matenregeling' als maximum. De naam van het plan wordt in de slotregel aangehaald.

2.6 Economische uitvoerbaarheid De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is een particulier initiatief. De initiatiefnemer neemt dan ook alle bijbehorende uitvoeringskosten voor zijn rekening. Middels de gemeentelijke legesverordening zullen de kosten voor het opstellen van een herziening van het bestemmingsplan en de bijbehorende ruimtelijkjuridische procedure aan de initiatiefnemer worden doorberekend. Met de gemeente Doetinchem is een anterieure overeenkomst gesloten als bedoeld in artikel 6.4a Wet ruimtelijke ordening. Hierdoor zijn de kosten via de overeenkomst anderszins verzekerd waardoor een exploitatieplan niet nodig is. Planschade maakt onderdeel uit van de gesloten anterieure overeenkomst. Daarmee blijft eventueel uit het initiatief voortvloeiende planschade voor rekening van aanvragers. Voorts zijn er geen twijfels over de economische uitvoerbaarheid van het plan.

2.7 Procedure 2.7.1 Algemeen Dit bestemmingsplan doorloopt de procedure als bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Ook wordt het plan op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening overlegd met het waterschap. In dit hoofdstuk worden de resultaten van deze procedure en overleggen behandeld. De resultaten van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan worden niet toegevoegd aan dit hoofdstuk. Dit maakt onderdeel uit van het raadsvoorstel en -besluit omtrent de vaststelling.

2.7.2 Inspraak Het initiatief is een al langer bestaand voornemen voor de bouw van een woning op het perceel Ambt-Doetinchem, sectie P, 499. In een voorgaand bestemmingsplan was het perceel al eens bestemd als locatie om een woning te realiseren. Met de buren van de ten oosten van het plangebied gelegen woning is het voorliggende bouwplan besproken en het heeft hun instemming. De verdere omwonenden zijn middels een brief geïnformeerd dat het planvoornemen weer actueel is en in procedure komt.

2.7.3 Overleg Het plan is op basis van artikel 3.1.1. Bro overlegd met de volgende instantie: • waterschap Rijn en IJssel; Op basis van provinciale en rijksoverheidsrichtlijnen is vooroverleg met provincie en Rijk instanties niet nodig. uitkomst vooroverleg; enige opmerking Waterschap Rijn en IJssel; Er wordt op pagina 32, van de ruimtelijke onderbouwing, bijlage 1 van de toelichting (6.9.4. watertoets), gevraagd of er een waterkering in gebied is, dit moet beantwoord worden met nee i.p.v. ja en het woord waterkering op pagina 33 laatste alinea weglaten. Het waterschap kan instemmen met het plan en voorziet geen bezwaren.

40

BIJLAGEN BIJ REGELS

41

Bijlage 1 Lijst van vrije beroepen Bijlage 1 Lijst van vrije beroepen

42

Bijlage 2 Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven Bijlage 2 Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven

43

Bijlage 3 Nota van Parkeernormen Auto en Fiets Bijlage 3 Nota van Parkeernormen Auto en Fiets

44

Bijlage 4 Quicksan flora en fauna Bijlage 4 Quicksan flora en fauna

45

Bijlage 5 Gebiedstypen Bijlage 5 Gebiedstypen

46

Bijlage 6 Bestemming Waarde - Archeologie Bijlage 6 Bestemming Waarde - Archeologie

47

Bijlage 7 Esdoornhaag Bijlage 7 Esdoornhaag

48

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING

49

Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 1 bij Ruimtelijke onderbouwing - Quickscan Flora en Fauna Bijlage 1 bij Ruimtelijke onderbouwing - Quickscan Flora en Fauna

Bijlage 2 bij Ruimtelijke onderbouwing - Actualisatie bodemonderzoek Bijlage 2 bij Ruimtelijke onderbouwing - Actualisatie bodemonderzoek

Bijlage 3 bij Ruimtelijke onderbouwing - Stikstofdepositieberekening (Aerius) Bijlage 3 bij Ruimtelijke onderbouwing - Stikstofdepositieberekening (Aerius)

Bijlage 4 bij Ruimtelijke onderbouwing - Akoetisch onderzoek Bijlage 4 bij Ruimtelijke onderbouwing - Akoetisch onderzoek

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7543/documents/38919