05-07-2021 Beantwoording vragen GroenLinks beeldvormende raad 30 juni.pdf
Tekst van het document
Vragen GroenLinks
Beeldvormende raad 30 juni 2021 1. Klopt het dat tijdens de zitting bij de RvS appellant heeft ingebracht dat het gaat om een in hoofdzaak agrarisch gebruikt gebied, waarin het gezien de eigendomsverhoudingen niet mogelijk is het natuurgebied uit te breiden tot in de directe omgeving van de nieuwe locatie? (Dit is namelijk exact wat tijdens de zitting bij de RvS door appellant te berde is gebracht; zie de uitspraak bij 9.1) Antwoord: De appellant (dat is de heer Wenting bijgestaan door rechtsbijstandverlener en advocaat) heeft inderdaad aangegeven dat de gronden rondom de beoogde locatie van het tankstation aan de Oostelijke Randweg voornamelijk als agrarische gronden worden gebruikt. 2. Bent u het met ons eens dat appellant met deze opmerking niet alleen buiten het boekje is gegaan, maar zelfs de waarheid verdraaid heeft? Antwoord: Nee. De gronden rondom de beoogde locatie van het tankstation hebben momenteel de bestemming ‘Agrarisch’. 3. Hebben we het goed begrepen dat de Raad van State de onderbouwing van redenen ter bescherming van natuur bij het raadsbesluit mist en daarnaast aangeeft dat we rekening moeten houden met de belangen van Wenting, maar dat men geen voorkeur uitspreekt over wel of geen tankstation langs de Oostelijke Randweg? Antwoord: De Raad van State spreekt zich niet uit of er wel of geen tankstation mag komen langs de Oostelijke Randweg.
Volgens de Raad van State berust het besluit om het bestemmingsplan op 5 maart 2020 niet vast te stellen niet op een deugdelijke motivering. Mocht het bestemmingsplan weer niet vastgesteld worden dan moet dat besluit beter gemotiveerd worden. De Raad van State heeft al aangegeven dat de verwachte behoefte aan fossiele brandstoffen en de ingebrachte petities op zich beschouwd geen ruimtelijke relevante motivering zijn voor een weigering. Tevens moet van de Raad van State er inderdaad rekening worden gehouden met de belangen van de heer Wenting.