05 04 Rapport bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 en NEN5707 Bultensweg 14 - Doetichem
Opdrachtgever Eelerwoude Locatie: Bultensweg 14 7004 HR Doetichem
September 2023
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 Bankgegevens: KvK: 06068751 ABN AMRO: BTW-nr: NL 8019.25.125.B01 NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend (asbest)Bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Bultensweg 14 - Doetichem
Opdrachtgever: Eelerwoude Locatie: Bultensweg 14 7004 HR Doetichem
Projectcode: 23043316 Rapportagedatum: 4 september 2023 Projectleider: De heer ing. J. Lammers Auteur: Mevrouw ing. H. Stevelink
Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 4
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
5 5 6 6 7 8
4
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses
9 9 9 11 12 12
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
13
6
Literatuur en bronvermelding
15
Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, september 2023 II Boorstaten en legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses en toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 230043316
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Eelerwoude op een terreindeel aan de Bultensweg 14 in Doetinchem door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande bestemmingsplan wijziging en de nieuwbouw van een woning. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de bovengrond van de onderzoekslocatie wordt beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater op de locatie wordt beschouwd als onverdacht voor chemische componenten. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem.
Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op verdachte (deel)locaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern(en) ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte (deel)locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern(en) ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre asbest in de grond de normwaarden overschrijdt. Het veldwerk is uitgevoerd in juni en augustus 2023 conform BRL SIKB2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd.
Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 23043316
Pagina 1 van 15
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Bultensweg 14, op circa 4 kilometer ten noordwesten van de bebouwde kom van Hellendoorn en op circa 600 meter ten oosten van de bebouwde kom van Doetinchem. Het centrale punt binnen het te onderzoeken terrein heeft de coördinaten x = 220.091 en y = 443.199. Het terrein is kadastraal bekend als: gemeente Ambt-Doetinchem, sectie D, nummer 2636 (gedeeltelijk). De Bultensweg bevindt zich ten noorden en ten oosten van de onderzoekslocatie. De Turfweg is ten zuiden van de onderzoekslocatie gelegen. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is deels bebouwd met enkele (deels gesloopte/vervallen) schuren en een woning. Inpandig zijn/waren betonvloeren deels met (mest)kelders aanwezig. De funderingen en (mest)kelders van de stal zijn recent gesloopt. De bouwput is aangevuld met schone grond. Het onbebouwde terreindeel is verhard met klinkers en beton. Het overige terrein is deels braakliggend en deels begroeid met gras, bomen en struiken. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en grotendeels verhard en omvat circa 2700 m².
In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en is het boorplan van Kruse Milieu BV van juli 2023 opgenomen: Vooronderzoek In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft momenteel de bestemming agrarisch. De deels gesloopte schuren en woning dateren oorspronkelijk van circa 1920, 1970 en 2020 (BAG-viewer). Voordien was het terrein in gebruik voor landbouwkundige doeleinden; - voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. Op het adres aan de Bultensweg 12 staat een ondergrondse dieseltank genoteerd (bron: Historisch Bodem Bestand HBB Tankbestand).
Uit de informatie van de gemeente en uit de Actie Tankslag uit 1998 blijkt dat de eigenaar aangeeft dat desbetreffende tank nooit aanwezig is geweest; - de onderzoekslocatie is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - na het verwijderen van de funderingen en (mest)kelders van de deels gesloopte schuur is de bouwput aangevuld met schoon gecertificeerd zand afkomstig van de Houtsmastraat te Doetinchem (Eemnes BV, Partijkeuring Houtsmastraat t.o. 11 te Doetinchem van 26 juni 2023 met projectnummer PK4237004-009); - voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel, met uitzondering van het aanvullen van de bouwput ter plekke van de gesloopte schuur, in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - volgens de Bodemkwaliteitskaart Regio Achterhoek (Lievense Milieu BV, d.d. 15 december 2020) vallen de boven- en ondergrond in de functieklasse “Landbouw/Natuur”; - de daken van de schuren waren waarschijnlijk deels voorzien van asbestverdachte golfplaten. Kruse Milieu BV
Project: 23043316
Pagina 2 van 15
Er is sprake van een druppelzone wanneer hemelwater via asbestverdachte dakplaten afwatert op onverhard terrein. De druppelzones zijn of nooit aanwezig geweest, doordat hemelwater afstroomt op verhard oppervlak, of door het onlangs uitgevoerde grondtransport (en egalisatie na sloop) verdwenen. Voor zover bekend bevindt zich verder geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbest-weg; - voor zover bekend zijn er op de onderzoekslocatie en in de nabije omgeving niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Bron
Relevante informatie
Specificatie Huidig en voormalig gebruik en ontwikkelingsplannen
Ja
Gemeente Doetinchem Milieuhygiënische en historische Omgevingsdienst Achterhoek bodeminformatie
Ja
Omgevingsrapportage
https://www.gelderland.omgevingsrapportage.nl/
Ja
Archief Kruse Milieu BV
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken
Nee
Google Maps
https://www.google.nl/maps
Ja
Topotijdreis
https://www.topotijdreis.nl/
Ja
BAG-viewer
https://bagviewer.kadaster.nl/
Ja
Perceelloep
https://perceelloep.nl/
Ja
Ruimtelijke plannen
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/
Ja
Grondwatertools
https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/
Ja
DINO-loket
https://www.dinoloket.nl/
Ja
AHN-viewer
https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/
Ja
Bodemkwaliteitskaart
Bodemkwaliteitskaart Regio Achterhoek, Lievense Milieu BV, d.d. 15 december 2020
Ja
Opdrachtgever
Kruse Milieu BV
Project: 23043316
Pagina 3 van 15
Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 15 meter boven NAP; - de deklaag bestaat tot circa 2.0 meter minus maaiveld (m-mv) uit zandige eenheden (Formatie van Boxtel). Het doorlatend vermogen bedraagt maximaal 5 m2/dag. Daaronder bevinden zich tot circa 140 m-mv zandige eenheden van de Formaties van Boxtel, Kreftenheye, Peize, Waalre, Oosterhout en Breda, afgewisseld met een complexe eenheid van 20 tot 25 meter diepte en een 1 meter dikke kleilaag rond 48 meter diepte. Van 5 tot circa 15 meter diepte is het doorlatend vermogen circa 500 tot 1000 m2/dag; - vanaf circa 140 meter diepte is een ondoorlatende kleilaag van de Formatie van Breda aanwezig; - de grondwaterspiegel bevindt zich circa 1.5 meter onder het maaiveld. Het grondwater stroomt vermoedelijk in noordwestelijke richting; - de onderzoekslocatie is niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied gelegen; - op circa 450 meter ten noorden van de onderzoekslocatie stroomt de Zelhemse Beek. De invloed hiervan op de freatische grondwaterstand en grondwaterstromingsrichting is bij ons bureau niet bekend.
Kruse Milieu BV
Project: 23043316
Pagina 4 van 15
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor niet verdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch gebruik van de locatie, wordt de bovengrond van de onderzoekslocatie als verdacht voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest beschouwd. De hypothese "verdacht" uit NEN5740 en NEN5707 (VED-HE) wordt voor de bovengrond van de locatie gebruikt. De hypothese "onverdacht" uit NEN5740 (ONV-NL) wordt voor de ondergrond en het grondwater op de locatie gebruikt. De laatste hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten.
Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 2700 m² worden in totaal 14 inspectiegaten gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter. Er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Drie inspectiegaten worden met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters op de locatie wordt één diepe boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuis (PB 1). De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld en worden gecodeerd als 1 tot en met 14. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; Kruse Milieu BV
Project: 23043316
Pagina 5 van 15
- in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door AL-West te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins ACMAA in Deurningen of AL-West BV te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek.
De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 2: Analysepakket per (meng) monster. Monster
Analysepakket
Bovengrond (3x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Bovengrond (3x)
Asbest en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Indien visueel asbestverdachte materialen worden waargenomen, wordt per gat een materiaal(verzamel)monster samengesteld. Kruse Milieu BV
Project: 23043316
Pagina 6 van 15
Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.
Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.
Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de 20 juli 2021 (aangepaste) door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.
Kruse Milieu BV
Project: 23043316
Pagina 7 van 15
Toetsing asbestanalyses De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen <0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is bij een verkennend asbestonderzoek een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 23043316
Pagina 8 van 15
4
Resultaten Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en de resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.4. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in juni en augustus 2023 uitgevoerd door de heren J. Hartman en N. Pepping. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/09) en geassisteerd door de heer M. Döbber. Er is op 27 juni 2023, ten behoeve van het plaatsen van de peilbuis, een boring verricht met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor (peilbuis 1). Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring 1 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Boring 1 is op een later tijdstip opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (1A). Op 1 augustus 2023 is een inspectiegat verricht naast boring 1 (1A) en zijn er in totaal 14 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop: inspectiegaten 1A tot en met 14). De inspectiegaten 1A, 2 en 3 zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot circa 2.0 m-mv.
Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van klinkers, tegels, beton, gras, bomen en struiken, niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, weinig neerslag). Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw bestaat globaal uit uiterst fijn tot zeer grof, zwak tot matig siltig zand met rond 1.00 m-mv een sterk zandige leemlaag. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen aangetroffen. Deze zijn in tabel 3 weergegeven. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem. Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt
Diepte (m-mv)
Waarneming
5
0.20 - 0.60
Sporen puin
11
0 - 0.50
Sporen puin
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 4 staat omschreven. Vanwege de aangetroffen licht tot sterk oerhoudende lagen zijn de boven- en ondergrondmengmonsters aanvullend op arseen geanalyseerd. Kruse Milieu BV
Project: 23043316
Pagina 9 van 15
Tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m-mv)
Analyse
BG I (zintuiglijk schoon)
1A 2 en 14 10
0 - 0.35 0 - 0.50 0.07 - 0.30
NEN5740-standaardpakket + arseen
BG II (zintuiglijk schoon)
3 4 7 9
0.07 - 0.25 0.07 - 0.40 0.25 - 0.55 0.07 - 0.20
NEN5740-standaardpakket + arseen
BG III (sporen puin)
5 11
0.20 - 0.60 0 - 0.50
NEN5740-standaardpakket + arseen
OG (zintuiglijk schoon)
1A 1A 2 2 3 3 12 13
0.60 - 0.90 0.90 - 1.40 0.55 - 0.80 1.10 - 1.60 0.55 - 1.05 1.10 - 1.35 0.75 - 1.00 0.35 - 0.80
NEN5740-standaardpakket + arseen
MM FF - 01
1A 2, 12, 13 en 14 10
0 - 0.35 0 - 0.50 0.07 - 0.30
Asbest
MM FF - 02
3 4 6 7 8 9
0.07 - 0.25 0.07 - 0.40 0 - 0.50 0.25 - 0.55 0.06 - 0.50 0.07 - 0.20
Asbest
MM FF - 03
5 11
0.20 - 0.60 0 - 0.50
Asbest
Boring 1 is doorgezet tot circa 2.90 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 1 augustus 2023 is de peilbuis bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5.
Kruse Milieu BV
Project: 23043316
Pagina 10 van 15
Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
PB 1
1.90 - 2.90
1.35
6.7
795
9.8
Goed
pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde <10 worden als normaal beschouwd. Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG I en BG III), de ondergrond (OG) en in het grondwater (PB 1) zijn enkele licht verhoogde concentraties aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 6. In de bovengrond (BG II) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l).
1
Gemeten concentratie
GSSD
Achtergrond-1 of streefwaarde
Interventiewaarde
Arseen Kobalt
14 5.1
23.5 * 15.3 *
20 15
76 190
BG III
Kobalt Nikkel Zink PAK
9.6 19 140 2.9
30.4 * 51.2 * 310 * 2.88 *
15 35 140 1.5
190 100 720 40
OG
Arseen Kobalt
25 6.5
39.7 * 15.7 *
20 15
76 190
PB 1
Barium
170
170 *
50
625
Monster
Component
BG I
AW2000
In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I.
Kruse Milieu BV
Project: 23043316
Pagina 11 van 15
Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond - BG I en OG - Arseen en kobalt Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Het zeer licht verhoogde arseengehalte wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de licht tot sterk oerhoudende lagen in de boven- en ondergrond. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn de zeer licht verhoogde kobaltgehalten niet direct verklaarbaar. Aangezien de tussenwaarden niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Bovengrond - BG III - Kobalt, nikkel, zink en PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning) Oorzaak voor de (zeer) licht verhoogde gehalten wordt gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen (puin) Aangezien de tussenwaarden niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk.
Grondwater - PB 1 - Barium Het licht verhoogde gehalte aan barium in het grondwater is waarschijnlijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Resultaten van de asbestanalyses In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - 03 is geen asbest aangetoond. In MM FF - 01 zijn losse asbestvezels aangetroffen in de fijne fractie kleiner dan 0.5 mm. In theorie zou er sprake kunnen zijn van een verontreiniging met meer dan 10 mg/kg d.s. aan respirabele asbestvezels, terwijl de totaalconcentratie aan asbest onder de interventiewaarde ligt. Uit onderzoek dat TNO heeft uitgevoerd blijkt echter dat zelfs voor het meest ‘losse’ niethechtgebonden asbest (vrijwel ongebonden asbest) het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5–10% (zie RIVM-rapport 711701034/2003). Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5–10 mg/kg d.s. (bron: circulaire bodemsanering 1 juli 2013).
Met in acht neming van het bovenstaande wordt aanvullend asbestonderzoek (SEM-analyse) van MM FF - 01 niet noodzakelijk geacht.
Kruse Milieu BV
Project: 23043316
Pagina 12 van 15
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van Eelerwoude is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 2700 m² aan de Bultensweg 14 in Doetinchem. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en verhard. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouw van een woning. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de bovengrond van de onderzoekslocatie wordt beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater op de locatie wordt beschouwd als onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk In totaal zijn er in totaal 14 inspectiegaten gegraven en is er 1 boring verricht, welke is afgewerkt met een peilbuis (PB 1). Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit uiterst fijn tot zeer grof, zwak tot matig siltig zand met rond 1.00 m-mv een sterk zandige leemlaag. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen aangetroffen (puin). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem.
Het freatische grondwater is aangetroffen op 1.35 meter min maaiveld. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG I) is zeer licht verontreinigd met arseen en kobalt; - de bovengrond (BG II) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG III) is (zeer) licht verontreinigd met kobalt, nikkel, zink en PAK; - de ondergrond (OG) is zeer licht verontreinigd met arseen en kobalt; - het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd met barium; - MM FF - 01 bevat geen asbest; - MM FF - 02 bevat geen asbest; - MM FF - 03 bevat geen asbest. Hypothese De hypothese "verdacht" dient te worden aangenomen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I en BG III), de ondergrond (OG) en in het grondwater (PB 1) zijn lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG II) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - 03 is geen asbest aangetoond.
Kruse Milieu BV
Project: 23043316
Pagina 13 van 15
Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de bestemmingsplanwijziging en de voorgenomen nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Kruse Milieu BV
Project: 23043316
Pagina 14 van 15
6
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de gemeente Doetinchem Aannemingsmaatschappij ZVS Eemnes BV, rapportage partijkeuring Houtsmastraat t.o. 11 te Doetinchem van 26 juni 2023 met projectnummer PK4237004-009 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, versie december 2021 Notitie Risicogrenzen ten behoeve van vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX (INEV’s), RIVM 20 juli 2021 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 41 A, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl
Kruse Milieu BV
Project: 23043316
Pagina 15 van 15
Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, september 2023
Bultensweg 14 in Doetichem
Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster
Topografische kaart Projectnummer: 23043316 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 41 A
Eelerwoude Bultensweg 14 7004 HR Doetinchem Verkennend bodemonderzoek
8
9 3
7 schuur
10
5 14 braak
4
1A
1 12
voormalige schuur
6 gras
2 13
braak 11
25
0 = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Veldwerker: JH/NP
Projectcode Schaal Datum
Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl Tekenaar: KL
: 23043316 : 1:500 (A3-formaat) : September 2023
Bijlage II Boorstaten
1
1
cm t ov m aaiveld
0
3 140
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, rood, zwak oer, ophoogzand
1 105
50
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
31x31cm , zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, beige, sporen oer
3
31x31cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, neut raal oranje, st erk roest
4
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, licht blauw, oranje, zwak roest
-25
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an
100
-55
65
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht bruin, rood, st erk oer, edelm an
150
-110 150 35
5
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, geel, sporen roest , edelm an
-135
0
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, edelm an
200 t ype dat um boorm eest er
250
-200
in sp e ct ie g a t 0 1 -0 8 -2 0 2 3 N . Pe p p in g
4 290
-150 t ype dat um boorm eest er
braak / cm t ov m aaiveld 1 2 3
100 4
0
31x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, oranje, zwak oer -35
31x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker grijs, bruin, sporen oer
t ype dat um boorm eest er
-40
30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht grijs
-80
klinker / cm t ov m aaiveld
-60
1
-90
2 50
-7
31x30cm , zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, beige, sporen oer -20
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs -200
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 0 1 -0 8 -2 0 2 3 N . Pe p p in g
-60
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, zwak oer
in sp e ct ie g a t 0 1 -0 8 -2 0 2 3 N . Pe p p in g
-75
2
braak / cm t ov m aaiveld
0 1
6 0
1
-55 2
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, beige, sporen oer
3
leem , st erk zandig, neut raal oranje, st erk oer
braak / cm t ov m aaiveld
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, oranje, zwak oer
50
-110 4
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs, sporen roest
50
-50
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, sporen oer t ype dat um boorm eest er
-65
in sp e ct ie g a t 0 1 -0 8 -2 0 2 3 N . Pe p p in g
leem , st erk zandig, neut raal oranje, st erk oer -80
7
150
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1 200 t ype dat um boorm eest er
-200
2 50
in sp e ct ie g a t 0 1 -0 8 -2 0 2 3 N . Pe p p in g
0
30x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, sporen oer
-80 100
0
31x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, groen, sporen puin, zwak zand
-140
200
-7
30x30cm , zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, beige, sporen oer
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal groen, beige, zwak oer
5
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen oer
0
-55
in sp e ct ie g a t 0 1 -0 8 -2 0 2 3 N . Pe p p in g
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, sporen roest 150
t ype dat um boorm eest er
2
50
3
0
50
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 7 -0 6 -2 0 2 3 J. H a r t m a n
1A
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal oranje, beige, m at ig roest zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs
190 200
0 -7
2 50
80 100
klinker / cm t ov m aaiveld
0
0 -7
30x30cm , zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, beige, sporen oer -25
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 0 1 -0 8 -2 0 2 3 N . Pe p p in g
30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, donker grijs, bruin -55
zand, zeer fijn, zwak silt ig, donker geel, oranje, zwak oer -70
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform project leider
Bu lt e n sw e g 1 4 - D oe t in ch e m 23043316 N EN 5 1 0 4 Je r oe n La m m e r s
8
t egel / cm t ov m aaiveld
0
14 0
braak / cm t ov m aaiveld
0
1 -6 2 50 t ype dat um boorm eest er
31x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, geel, sporen oer
50
31x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, brokken oer
2 100
9
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1 2 50
-7
32x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, beige, zwak oer -20
in sp e ct ie g a t 0 1 -0 8 -2 0 2 3 N . Pe p p in g
32x30cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, donker grijs, groen -50
10
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1 2
50
0
0 -7
30x30cm , zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, beige, sporen oer -30
t ype dat um boorm eest er
30x30cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal groen, sporen oer
in sp e ct ie g a t 0 1 -0 8 -2 0 2 3 N . Pe p p in g
-60
11
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen puin -50
in sp e ct ie g a t 0 1 -0 8 -2 0 2 3 N . Pe p p in g
12
braak / cm t ov m aaiveld
0 1
50
0
31x31cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen oer, opgebracht e grond
2
-30
31x31cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, donker beige, oranje, zwak oer 3 100 t ype dat um boorm eest er
-75
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, sporen roest -100
13
braak / cm t ov m aaiveld
0 1
50
-50
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, donker beige, oranje, zwak oer
in sp e ct ie g a t 0 1 -0 8 -2 0 2 3 N . Pe p p in g
2
-35
32x31cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, donker oranje, beige, m at ig oer
3 100 t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 0 1 -0 8 -2 0 2 3 N . Pe p p in g
0
32x31cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker grijs, beige, sporen oer, opgebracht e grond
-50
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, donker oranje, beige, m at ig oer -80
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, beige, zwak roest -100
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform project leider
Bu lt e n sw e g 1 4 - D oe t in ch e m 23043316 N EN 5 1 0 4 Je r oe n La m m e r s
t ype dat um boorm eest er
0
-50
-12
in sp e ct ie g a t 0 1 -0 8 -2 0 2 3 N . Pe p p in g
-50
t ype dat um boorm eest er
1
30x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, donker grijs, beige zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, donker grijs, beige -100
in sp e ct ie g a t 0 1 -0 8 -2 0 2 3 N . Pe p p in g
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN SITEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
Bijlage III Resultaten chemische analyses
¡¢¡ £¤¥¦§¨©ª«¦¥¬¬¦®¯°±²³®´°µ£¶·¶©¦¶¥±¦¸¶¹¶¦¸¶¥º¬©ª« »¶ º¼½Åº¾Æ®Å©¿ÀǤÁÂȬ ²ÀºÃ²É¶ ´´«®¦®¼©Àº±ÉÉɼ¬ºÃɶ«¦¼©º ¶ÃĬ
DE6F64G6 VWENO6 6XY6ZE
Ö¬¥¬§¶¦¶¥«¨Å¦×¶·¤¶¥ªª¤¤¥ÎÒÃ櫦°ÍØÅÙ©×¶¬ÔÔ¥¶ªÅ¦¶¶¥ª·¤º×¶©«Ú¹ÑÛÜÏÑÚÝ®²ÀÓÂÆÓÀ®²¼Îºº¶¶©©Å¶¦Ã×¶¬ÔÔ¥¶ªÅ¦¶¶¥ª¶¶©Ï¤Ç¨Å¦Þ¶«¦¶ª¶Ë¬¥¬§¶¦¶¥«ØÅÙ©×¶§¬¥ß¶¶¥ª§¶¦¸¶¦«à§Þ¤¤ºáâÁá¼
!"#
01023456077869
$%&'()*+,,,-./-012345!6768 9:;<=>?@ABCB< 6DE6F64G 64ENO66P65"# HIJ<BKB<BL@MB 9:;<=>?@=>>B:@=@MB QRLS@B<LBTB< !"#OU
Z"#6#_6U5N_ V[\6]!6N\66!6E6U6#6!5566OUO!6[555!]5^6 6WEE6]\_6]\6!E6U!_6OU5!65U^5EO65]6^O6U556!6N^]#!6 `aWE6U556#WObE"#6[5!5!]5^`6U6#64E645!^N6 6 56O666]\6O#6N5!6O 5!"!68U6[\O6]\65!!6U6#6 5 c65 d66!6O6U55N!6U6acPeE6O! 5!6[\6!6DUD66U_6]\6U65 EEO f!665O6UO6#g65g6U!6g56NE_6U]5^6N\6656"5"65 6666 DEU" e\6U5N65 666!65O]5!6g56U6!E66]\ F6U!\^6O5_
02hijkl3mnon3pqrn36stuj32jsvjruwxy39jzn3{.-|21/1}}--~ zwljwkjrvuj
¦¶¨¥¥Ô·¬©Õ¶ºª¶¥ ʬ ËË¥¬¶¼ÔĬ ¹¥¼§¶ À´¥®·®¬À©´Ìʤ ´¤Ë¸¬©ª¶º £Å £¥¼Ö¬¨ºÐŧ§¶¥ Íλϰ»ÐÃѣù¥¼Æ ¹Ò´®®®¾ÓÂÂ̰À®
¹º» ¼½¾¿ÀÁÂàÄÅÆÇÈÉÊËÌÇÆÍÍÇÎÏÐÑÒÎÓÔÏÕÎÑÖÎÄר×ÊÇׯÒÎÇÙ×ÎÚ×ÇÙׯÛÍÊËÌ Ü× ÛÝÎÞæÛßçÎÏæÊàáèÅâãéÍ ÓáÛÎäÓê× ÕÕÌÏÇÏÝÊáÛÒÎêêêÝÍÛäê×ÌÇÝÊÛ ×äåÍ
:;<=>?@ABBB44-7,CDEF&#(#GHIJJK tklqnkn¢ tklqnkoq tklqnqpmn{¡{kz VZZWV WWZWZV C##T#W.V#Z#W.W#W#.VW##W.W VZZW WWZWZV C##V#.Z##.W##Z.##.ZW VZZWV WWZWZV C###ZW.W##W.W \ #T#W.W#T#W.W#Z#.W#Z#W.W#V#.W#V#W.V#Z#.WW#V#V.W VZZW WWZWZV
÷ÍÆÍÈ×ÇׯÌÎÉæÇø×ØÅׯËÎËÅÅÆÎïóäñ×ÌÇÎÑîÎùæúÊÎø×ÍõõÆ×ËæÇ×ׯËÎØÅÛø×ÊÌÎûÚÎòüýðòûþÎÏÓáôãçôáÏÓÝÎïÛÛ××ÊÎÊæ×Çäø×ÍõõÆ×ËæÇ×ׯË×Î×ÊðÅèÎÉæÇÿ×ÌÇ×Ë×ÎìÍÆÍÈ×ÇׯÌÎùæúÊÎø×ÈÍÆ0×ׯËÎÈ×ÇÎÙ×ÇÎÌ1ÈÿÅÅÛÎ2Î3âÎ2Ý
¬®¯°±¯¨°±²³¨´µ¯¶·¯¸¨
/35 3 01234056,3!56!,3!457*6301223576!,3*576*!375!!,6,*,38+5 01234353475893 77 3 53152 U LDDMNFOJPEFHQP'#RDPSDM&#TUVWWW " U $MD'F#%KDS 938832 "#$% U XMJRKQF#Y#Z#[& 1883 348 3051838 "#$% U \M'JPQ%ROF#%KDS 77 3 531524391355183 U ]DPQP'%^JKFM#DPK%HIQKQP' 391350 &'()'#$% U TM%FFP#_T%` &'()'#$% U CJMQI&#_CJ` &'()'#$% U aJE&QI&#_aE` &'()'#$% U ]DNJHK#_aD` &'()'#$% U ]DbFM#_aI` &'()'#$% U ]^Q)#_c'` &'()'#$% U dDDE#_eN` &'()'#$% U fDHgNEFFP#_fD` &'()'#$% U hQ))FH#_hQ̀ &'()'#$% U iQP)#_iP` 00 &'()'#$% U jklmnopqqk &'()'#$% U rqkstuovoklmnopqqk &'()'#$% U rqkstwuovwxynqqk &'()'#$% U rqkstuzm{v|qny}qqk &'()'#$% U rqkstu~v}tnoklmqqk &'()'#$% U mnyqqk &'()'#$% U qkoklmnqqk &'()'#$% U }tnoklmqqk &'()'#$% U k qktwuwpv|ynqqk &'()'#$% U olo}qqk U 74099737 &'()'#$% 531371300! U ]DDH^JKFM%KDSSMJRKQF#aW.aW &'()'#$% ]DDH^JKFM%KDSSMJRKQF#aW.aZ &'()'#$% Ç×ÉÆÆõÎØÍÊÎö×ÛËׯ ëÍ ììÆÍ×ÝõÎåÍ ÚÆÝÈ× ÎáÕÆÏÎØÏÍáÊÕÎíëÅ ÕÅìÙÍÊË×Û Äæ ÄÆÝÎ÷ÍÉÛÎñæÈÈׯ îïÜðÑÜñäòÄäÚÆÝç ÚóÎÕÏÏÏßôããíÎÑáÏ
4*56,
76!
!!,
!!,-
012223,5!6-34456, 913405-683405864*3!5,,6+3!5446 4-35,,64,354464,34!57,64345,6 +
.. ++3.*.
.. ++3.,.
.. +83..
.. +3.8.
3.-.
43.,.
3..
-3.!.
43.7.
3.8.
!3.+.
3.-.
..
..
..
..
4.*. +.,. 3!.. ,3.4. ,3.. 3.,. 4.4. 43.,. 4.4. !.7.
*3.. !.. 3!.. 3.*. ,3.. 3.,. 4.. 43.,. 83.. !.4.
*3.. .,. 3!.. 83.-. 83.7. 3.,. !.!. 43.,. 4.8. 4*..
!.,. 48.. 3!.. -3.,. ,3.. 3.,. 4.. 43.,. 4.. !.*.
3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,. .###`
3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,. .###`
3-.8. 3.+. 3.. 3!.!. 34.7. 3*.,. 3!.-. 37.. 3!.*. 3,.. !38. .###`
3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,.. 3,. .###`
.,. .. `
.,. .. `
*.,. .. `
.,. .. `
£¤¥¦§¨§©¥ª§«
¼½¾ ¿ÀÁÂÃÄÅÆÅ ÇÈÉÊËÌÍÎÏÊÉÐÐÊÑÒÓÔÕÑÖ×ÒØÑÔÙÑÇÚÛÚÍÊÚÉÕÑÊÜÚÑÝÚÊÜÚÉÞÐÍÎÏ ßÚ ÞàÑáéÞâêÑÒéÍãäëÈåæìÐ ÖäÞÑçÖíÚ ØØÏÒÊÒàÍäÞÕÑíííàÐÞçíÚÏÊàÍÞ ÚçèÐ
\]^_`abcdddV V!Y efghijkllm #3231$ RSTUV WX UWXUVWYX URSTTUWYXUWYXUYWXUZW
úÐÉÐËÚÊÚÉÏÑÌéÊûÚÛÈÚÉÎÑÎÈÈÉÑòöçôÚÏÊÑÔñÑüéýÍÑûÚÐøøÉÚÎéÊÚÚÉÎÑÛÈÞûÚÍÏÑþÝÑõÿ0óõþ1ÑÒÖä÷æê÷äÒÖàÑòÞÞÚÚÍÑÍéÚÊçûÚÐøøÉÚÎéÊÚÚÉÎÚÑÚÍóÈëÑÌéÊ2ÚÏÊÚÎÚÑïÐÉÐËÚÊÚÉÏÑüéýÍÑûÚËÐÉ3ÚÚÉÎÑËÚÊÑÜÚÊÑÏ4Ë2ÈÈÞÑ5Ñ6åÑ5à
¯°±²³«²´³«µ¶´·¸²¹º²»«
0123456386139
tffjulmhvmfwwvlxmyhz{|"z{} tffjulmhvmfwwvlxmyhz{}"z|~ tffjulmhvmfwwvlxmyhz|~"z| tffjulmhvmfwwvlxmyhz|"z| tffjulmhvmfwwvlxmyhz|"z| tffjulmhvmfwwvlxmyhz|"z} tffjulmhvmfwwvlxmyhz}"z~
8668841326329 s('IJ s('KI s('< s('J s('FJ s('KF s('J< 8 R9YR5661349584UY
%&'()*'+,-,'./0'-)*1'2,.34565,1'782699/256:,:2,1.7';,20,1):;34+):+'0,5'<=>? @&'A2B,1+';/4:,1.'C@'@DE('F<<<
RSTTTUW X! UVVWX
!
[SUV W! XZ UV WZ XV UW X UWVV X V! UW XV UWVV XV UVWY XV UV W X
VWX
YX
"" "" "" "" "" "" ""
"" "" "" "" "" "" ""
"" "" "!" V"" V"" "Y" ""
"" "" "" "" "" "" ""
U V"" U V"" U V"" U V"" U V"" U V"" U V"" U Z""
U V"" U V"" U V"" U V"" U V"" U V"" U V"" U Z""
U V"" U V"" U V"" U V"" U V"" U V"" U V"" U Z""
U V"" U V"" U V"" U V"" U V"" U V"" U V"" U Z""
n,2B462)1:H787'/Q'1?6?'N,5,B,15'+65'M,5':,M645,';61'+,'96260,5,2'46:,2').'+61'+,'2699/256:,:2,1.? +,'96260,5,2.9,P)Q),B,'6164G5).PM,'0,,5/1-,B,2M,+,1',1')1Q/2065),'/;,2'+,'N,2,B,1)1:.0,5M/+,'-)*1'/9';,2-/,B';,2B2)*:N662=')1+),1'+,' :,2699/25,,2+,'2,.34565,1'N/;,1'+,'96260,5,2.9,P)Q),B,'2699/256:,:2,1.'4)::,1?'L,'0)1)064,'92,.565),P2)5,2)6';61'+,'5/,:,96.5,'0,5M/+,1' 0,5'N,52,BB)1:'5/5'+,'0,,5/1-,B,2M,)+'-)*1')1'M,5'64:,0,,1':,N6.,,2+'/9'o)PM54)*1'I<<pqp<qAr';61'+,'A32/9,.,'s/00)..),?
[£34¤12¥82349 ||~e{~"|~"~{~"~{~"~ ||~e"|"~|"¡"|~ ||~e|~"}~{{~"~ ||~}¢{}~"¡~{¡~"{~|"~|{{~"{}~"{~{{~"{{|"{~~{"~ hmlljhvhkjmllmlze{yfhjyfhvxlmluhhxf"hjkmyhhmze{} [£34¤12¥82349 ||~e{~"|~"~{~"~{~"~ ||~e"|"~|"¡"|~ ||~e|~"}~{{~"~ ||~}¢{}~"¡~{¡~"{~|"~|{{~"{}~"{~{{~"{{|"{~~{"~ hmfvlyxhmfwhljmhyhxfvvyhhvghmhmjkmkhljmhygyhhhjkmkyhlljgglyhxfvvyhhvghmhhjkmkhljmhl hmfvlyxhmfwhljmhyyhmhxfvvyhhvgffvhmvyyhvhljmhmhygymhlljgy (,:)1';61'+,'6164G.,.H'<I?<J?I<IF A)1+,';61'+,'6164G.,.H''<K?<J?I<IF L,'2,.34565,1'M,NN,1'3)5.43)5,1+'N,52,BB)1:'/9'+,':,6164G.,,2+,'0/1.5,2.?'C44,':,:,;,1.'0,5'N,52,BB)1:'5/5'+,'N,0/1.5,2)1: O0/1.5,2N,.PM2)*;)1:='N,0/1.5,2)1:',1'N,0/1.5,2)1:.9315???&'-)*1';,2.52,B5'+//2'+,'/9+26PM5:,;,2'/Q'0/1.5,21,0,2?'?
ÊÚÌÉÉøÑÛÐÍÑùÚÞÎÚÉ îÐ ïïÉÐÚàøÑèÐ ÝÉàËÚ ÑäØÉÒÑÛÒÐäÍØÑðîÈ ØÈïÜÐÍÎÚÞ Çé ÇÉàÑúÐÌÞÑôéËËÚÉ ñòßóÔßôçõÇçÝÉàê ÝöÑØÒÒÒâ÷ææðÑÔäÒ
¦§¨©ª«ª¬¨ª®
¡¢£¤¥¦¡§£¨©ª©©¤«©¬©«© ®© ¯°¸±¹¡¸²³º´µ» ¥³¶¥¼© §§¡¡¯³¤¼¼¼¯¶¼©¯ ©¶·
É©©¸Ê©ª©ÁŶé£ÀËÌ̧Ê©ÇÇ©¸©©ªÊ©Í¬ÄÎÏÂÄÍС¥³Æµ¹Æ³¡¥¯Á©©¸©¶Ê©ÇÇ©¸©©©©Âº¸Ñ©©©¾©©ËÌ̧ʩҩ©©«©ÓÑÔÕ´Ô¯
}~ z
ghijklmnooopI<@9B:q:rAJ33;
0123456899 9414449 !"6454#4 $4%4&"564'46$4
#$($')$6$#$40* t 0123456789:6;<= ><<1?9834@9A542:7<4=<1B:CDEFFF C16994:GC6H I315JB:GI3H K3@B5JB:GK@H L<?3A;:GK<H L<M91:GKJH LN5O:GP2H Q<<@:GR?H S<AT?@994:GS<H U5OO9A:GU5H V54O:GV4H L<<AN3;916;<==137;59:KWFXKYF C4;8137994 I94Z<G3H34;8137994 I94Z<XG3HXRT1994 I94Z<G285HM91TA994 I94Z<GOH=AJ<134;8994 K81T6994 [9434;81994 [AJ<134;8994 \4@94<XGW]^]EX7]@HMT1994 U3=;3A994 D<B:RCL:G>_0SH:G[37;<1:F]`H RKI:^a RKI:b^ RKI:WFW RKI:WWa RKI:WEa RKI:WbE RKI:WaF D<B:RKI:G`:I3AA678B5;91H:G[37;<1:F]`H #$($'+,+2,+ -0*0* -+,+2,+./ t c1<29:6;<= 4%4'46$4 sHt L<<AN3;916;<==137;59:KWFXKW^ L<<AN3;916;<==137;59:KW^XKWd L<<AN3;916;<==137;59:KWdXK^F L<<AN3;916;<==137;59:K^FXK^Y L<<AN3;916;<==137;59:K^YXK^a L<<AN3;916;<==137;59:K^aXKE^ L<<AN3;916;<==137;59:KE^XKEd L<<AN3;916;<==137;59:KEdXKYF )$6$#$40*)$6$#$40* t L<45426N3;91:<4;6AJ5;542 [137;59:e:^:fB
©ÇªÈ©© ½ ¾¾©¯Ç· ¬¯© ³§¡ª¡³§¿½ §¾«© ¸ ¯Éø© ÀÁ®Â£®Ã¶Ä¶¬¹̄ ¬Å§¡¡¡±Æµµ¿£³¡
uvwxyzy{w|yz
]^_ `abcdefgf hijklmnopkjqqkrstuvrwxsyruzrh{|{nk{jvrk}{r~{k}{jqnop { rrsniq wrw{ yypsksnvrq{pkn {q
0123456372549 3 5 !"" #$%&'()*+(&,-)./0.%12*34*56*782*9:;<6*=2*9:<96*792*>:;96*7?2*9:<9
QRSTMUTVMUWXUYPTZ[T\M
@A55BC2DE6526FG
k{mjjr|qnr{o{j q jq{rq ~jl{ ryjsr|sqnyri yi}qno{ h hjrqmrll{j uh~j ~rysssru s
HIJKLMLNJOLP
\]^ _`abcdefe ghijklmnojippjqrstuqvwrxqtyqgz{zmjziuqj|zq}zj|zi~pmno z ~q~qrmhp v~qvz xxorjrm~uqp~zojm~ zp ?@55AB2CD6526EF
PQRSTUSLTUVWUXOSYZS[L
0123456372549 3 5 ! !"" #$%&'()*+(&,-)./0.%12*34*556*72*89:;6*<2*89<=6*82*:;9;;6*>2*89:=
jzliiq{pmqz~nzi p ipzqp }ikz qxirq{rpmxqh xh|pmnz~ g giqpl~qkkzi tg}i }qxrrrqtr
GHIJKLKMINKO
Z[\ ]^_`abcdc efghijklmhgnnhopqrsotupvorwoexyxkhxgsohzxo{xhzxg|nklm }x |~o|opkfn t|otx vvmphp~k|so~n|xmh~k| xn =>55?@2AB6526CD
NOPQRJQSRJTUJVMQWXQYJ
0123456372549 3 5 !!"" #$%&'()*+(&,-)./0.%12*34*5556*72*89:;96*<<2*9:79
hxjggoynkox|lxg n gnx~on {g~ix ovgpoypnkvof vfznklx| e eg~onj|oiixg }r} e{g~ {ovppporp
EFGHIJIKGLIM
_`a bcdefghih jklmnopqrmlssmtuvwxtyzu{tw|tj}~}pm}lxtm}t}m}lspqr } ttupks yty} {{rumupxts}rmp }s BC55DE2FG6526HI
RSTUVWUXVWYZW[OU\]U^O
0123456372549 3 5 !"! #$%&'()*+(&,-)./0.%12*345*672*89:;95*672*;9:6<95*=2*>>:?95*=2*669:6895*@2*>>:69>5*@2*669:6@>5*6=2*A>:6995*6@2*@>: ?9
m}ollt~spt}q}l s ls}ts ln} t{lut~usp{tk {kspq} j jltsotnn}l wjl t{uuu twu
JKLMNONPLQNO
Toetsingsinstellingen Versie Toetsingsmethode
Monster Projectnummer van klant
Monsteromschrijving Gehanteerde waarden (gemeten of ingevoerd ) Humus (%) Lutum (%)
3.1.0 Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb [T.12]
23043316 23043316 23043316 23043316 OG, 1A: 6090, 1A: 90140, 2: 5580, 2: 110160, 3: 55105, 3: 110BG I, 1A: 0- BG II, 3: 735, 2: 0-50, 25, 4: 7-40, BG III, 5: 135, 12: 7510: 7-30, 7: 25-55, 9: 20-60, 11: 100, 13: 3514: 0-50 7-20 0-50 80
1,7 3,6
Parameter Eenheid Algemene monstervoorbehandeling Droge stof % 88,4 Fracties (sedigraaf) Fractie < 2 µm % 3,6 Metalen (AS3000) Arseen (As) mg/kg 23,5 Barium (Ba) mg/kg 274 Lood (Pb) mg/kg 16,8 Cadmium (Cd) mg/kg 0,24 Kobalt (Co) mg/kg 15,3 Koper (Cu) mg/kg 6,86 Molybdeen (Mo) mg/kg 1,05 Nikkel (Ni) mg/kg 28,3 Kwik (Hg) mg/kg 0,049 Zink (Zn) mg/kg 59,2 PAK (AS3000) Anthraceen mg/kg 0,035 Benzo(a)anthraceen mg/kg 0,035 Benzo-(a)-Pyreen mg/kg 0,035 Benzo(ghi)peryleen mg/kg 0,035 Benzo(k)fluorantheen mg/kg 0,035 Chryseen mg/kg 0,035 Fluorantheen mg/kg 0,035 Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen mg/kg 0,035 Naftaleen mg/kg 0,035 Fenanthreen mg/kg 0,035 Minerale olie (AS3000/AS3200) Koolwaterstoffractie C10-C40 mg/kg 122 Koolwaterstoffractie C10-C12 mg/kg 10,5 Koolwaterstoffractie C12-C16 mg/kg 10,5 Koolwaterstoffractie C16-C20 mg/kg 14 Koolwaterstoffractie C20-C24 mg/kg 17,5 Koolwaterstoffractie C24-C28 mg/kg 17,5 Koolwaterstoffractie C28-C32 mg/kg 17,5 Koolwaterstoffractie C32-C36 mg/kg 17,5 Koolwaterstoffractie C36-C40 mg/kg 17,5 Polychloorbifenylen (AS3000) PCB 28 ug/kg 3,5 PCB 52 ug/kg 3,5 PCB 101 ug/kg 3,5 PCB 118 ug/kg 3,5 PCB 138 ug/kg 3,5 PCB 153 ug/kg 3,5 PCB 180 ug/kg 3,5 Overig onderzoek som 7 polychloorbifenylen PCB28, 52, 101, 118,ug/kg 138, 153, 18024,5 som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM) mg/kg 0,35 Resultaat voor dit monster Toetsoordeel: Wonen Toetsoordeel: Industrie
Toetsoordeel: Niet toepasbaar Toetsoordeel: Niet toepasbaar > Interventiewaarde
Disclaimer: resultaten en eenheden uit BOTOVA
<AW
0,9 1,5
2,8 3
0,6 6,2 AW
88,5
89
83,9
1,5
3
6,2
4,89 54,2 11 0,24 12 7,24 1,05 26,2 0,05 49,8
4,69 121 33,5 0,23 30,4 18,9 1,05 51,2 0,049 310
39,7 483 10,2 0,23 15,7 6,33 1,05 28,1 0,047 46,9
0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035
0,069 0,38 0,33 0,22 0,17 0,45 0,73 0,24 0,035 0,26
0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035
122 10,5 10,5 14 17,5 17,5 17,5 17,5 17,5
161 7,5 7,5 10 21,4 42,9 42,9 25 12,5
122 10,5 10,5 14 17,5 17,5 17,5 17,5 17,5
3,5 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5
2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5
3,5 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5
24,5 0,35
17,5 2,88
24,5 0,35
<AW
>AW
>AW
W
IND
IW
20
27
76
76
50 0,6 15 40 1,5 35 0,15 140
210 1,2 35 54 88 39 0,83 200
530 4,3 190 190 190 100 4,8 720
530 13 190 190 190 100 36 720
190
190
500
5000
20 1,5
40 6,8
500 40
1000 40
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl