CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

04 - Bestemmingsplan wijzigingen gemarkeerd.pdf

gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 6.2: Herstelbesluit bestemmingsplan Hertelerweg 3-20224.671 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

versie gewijzigde tekstdelen geel gemarkeerd - alleen relevante pagina's zijn opgenomen

HERTELERWEG 3 - 2022 gemeente Doetinchem

hoofdstuk 2 Bestemmingsregels artikel 3 Agrarisch met waarden 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische bedrijvigheid; b. instandhouding van aanwezige voorkomende dan wel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden, waaronder in ieder geval de instandhouding en versterking van de kenmerkende hoogteverschillen van het landschap ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - reliëf', waarbij als richtlijn geldt de laatste tabel van bijlage 1 Richtlijn 'Verrekening bij landschappelijke inpassing', gebaseerd op de landschapstypen als weergegeven in bijlage 2 Landschapstypen; c. extensieve dagrecreatie; d. het hobbymatig houden van dieren en telen van gewassen; e. zandwegen, fiets- en wandelpaden en verhardingen, niet zijnde parkeervoorzieningen f. waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen; g. groen- natuur- en nutsvoorzieningen; h. ontsluiting van anders dan voor agrarisch aangewezen gronden en bouwwerken die enkel via ' ' te bereiken zijn; en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen.

Agrarisch met waarden

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming ' ' worden gebouwd.

Agrarisch met waarden

3.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. het oprichten van kuilvoerplaatsen, teeltondersteunende voorzieningen, mestopslagen, silo's en trainingsmolens is niet toegestaan; b. de bouwhoogte mag maximaal 1,2 m bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in sub b, mag de bouwhoogte van: 1. erf- en terreinafscheidingen maximaal 1,2 m bedragen; 2. terreinafscheidingen voor paardrijbakken maximaal 2 m bedragen; 3. antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 10 m bedragen; 4. kleine windturbines maximaal 15 m bedragen.

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 3.2, nadere eisen stellen met betrekking tot: a. de bouwhoogte van bouwwerken; b. de afmetingen van bouwwerken; c. het aantal en de situering van bouwwerken; onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

12

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Agrarisch met waarden 3.4.1 Algemeen Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op gronden met de bestemming ' ' de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren of uit te doen voeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden en het aanleggen en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het scheuren van grasland; c. het aanleggen van - niet als bouwwerk aan te merken - mestbassins en silo's.

3.4.2 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning is vereist als: a. de werken c.q. werkzaamheden het normale onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoudswerkzaamheden aan en vervangingswerkzaamheden van verhardingen, beplantingen en (tracés van) kabels en leidingen; b. het werken en werkzaamheden betreft die: 1. al in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 2. mogen worden uitgevoerd op basis van een verleende vergunning, waarin de te beschermen waarden al zijn meegewogen.

3.4.3 Advies deskundige Alvorens te beslissen op een verzoek om een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies bij een deskundige op het gebied van landschap.

artikel 4 Bedrijf 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven met bijbehorende bedrijfsactiviteiten in de categorieën 1 en 2, zoals opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijven (bijlage 4) tenzij dit uitdrukkelijk is uitgesloten; b. een bedrijf met bijbehorende bedrijfsactiviteiten in de vorm van een agrarisch loon- en grondverzetbedrijf; c. kantoor, alleen ten dienste van en voor maximaal 50% van de bruto vloeroppervlakte van de in sub a en b genoemde bedrijven; d. detailhandel in ter plaatse geproduceerde goederen voor maximaal 10% van de bruto vloeroppervlakte; e. horeca, alleen in de vorm van een bedrijfsrestaurant/kantine en alleen ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a en b genoemde bedrijven; f. waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen; en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen

Bedrijf

Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming ' ' worden gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gebouwen uitgesloten' geen gebouwen zijn toegestaan.

13

4.2.2 Bedrijfsgebouwen en bijbehorende gebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bijbehorende gebouwen gelden de navolgende regels: a. realisatie is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' geldt de weergegeven maat; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande goothoogte; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande bouwhoogte.

4.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 2 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van: 1. erf- en terreinafscheidingen maximaal 2,5 m bedragen; 2. reclamemasten maximaal 10 m bedragen, met dien verstande dat er maximaal 1 reclamemast per bedrijf is toegelaten; 3. antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 12 m bedragen.

4.3 Nadere eisen

4.2

Bedrijf

Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid , op gronden met de bestemming ' ' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; b. de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; c. de afmetingen van bouwwerken; d. het aantal en de situering van bouwwerken; e. het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein; onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Algemeen Per bouwperceel is maximaal één bedrijf toegestaan.

4.4.2 Parkeren In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 5 Nota 'Parkeernormen Auto en Fiets gemeente Doetinchem'), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

4.4.3 Silo's Bouwwerken geen gebouwen zijnde in de vorm van verzamelvakken zijn alleen ter plaatse van de aanduiding 'silo' toegestaan.

14

4.4.4 Strijdig gebruik Onverminderd het bepaalde in artikel 8.1 wordt onder strijdig gebruik in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of het laten gebruiken van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding gebouwen uitgesloten' voor het opslaan van materiaal; b. het reinigen van materieel op gronden niet voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - wasplaats'; c. het gebruik of het laten gebruiken van de gronden voor een agrarisch loon- en grondverzetbedrijf als dit in strijd is met de geluidbelasting op de woninggevels door de bij de bedrijfsactiviteiten behorende geluidbronnen zoals vermeld in het akoestisch onderzoek, opgenomen in Bijlage 8 Akoestisch onderzoek.

4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Andere bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 sub a voor het toestaan van een bedrijf met bijbehorende bedrijfsactiviteiten, dat niet is vermeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten voor bedrijven (Bijlage 4 Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijven), onder voorwaarden dat: a. de maximaal toelaatbare categorie niet wordt overschreden; b. het bedrijf met bijbehorende bedrijfsactiviteiten naar aard, omvang en hinder gelijk te stellen is met de op grond van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegelaten bedrijven en dat dit indien nodig middels een milieuhygiënisch onderzoek door de aanvrager is aangetoond; c. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; d. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is; e. wordt voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 5 Nota 'Parkeernormen Auto en Fiets gemeente Doetinchem'), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

4.6 Wijzigingsbevoegdheid 4.6.1 Veranderen vorm bestemmingsvlak

Bedrijf

Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bij de bestemming ' ' de vorm van het bestemmingsvlak veranderen. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte van het bestemmingsvlak niet wordt vergroot; b. het bestemmingsvlak na wijziging voor minstens 50% het oorspronkelijke bestemmingsvlak overlapt; c. geen bouwwerk na wijziging buiten het bestemmingsvlak komt te liggen, dat vóór de wijziging wel binnen het bestemmingsvlak lag; Agrarisch met waarden d. de gronden die door de wijziging niet meer voorzien zijn van de bestemming ' ' voorzien worden van de

Bedrijf

bestemming ' ', zonder bouwvlak; e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast en het woon- en leefklimaat niet verslechtert; f. de inrichting van het bestemmingsvlak moet landschappelijk worden ingepast, hiertoe moet van te voren een landschappelijk inpassingsplan worden overlegd dat voldoet aan het bepaalde in bijlage 1 Richtlijn 'Verrekening bij landschappelijke inpassing', bijlage 2 Landschapstypen, en bijlage 3 Leidraad toetsingskader landschapelementen. Een inpassingsplan hoeft niet te worden overlegd als landschappelijke inpassing niet nodig is bijvoorbeeld vanwege de reeds aanwezige beplanting, een en ander ter beoordeling van een deskundige op het gebied van landschap; g. de ruimtelijke uitwerking van het wijzigingsplan aanvaardbaar is; h. de overige bij de bestemming behorende aanduidingen en regels in acht worden genomen; i. de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan gewaarborgd is.

15

5.4.3 Beoordelingscriteria Ten aanzien van de in lid 5.4.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de vergunning kan uitsluitend worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, dat zal moeten blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag om een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate zijn vastgesteld. Als het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de archeologisch deskundige zo nodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig als de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, die is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld.

5.4.4 Voorschriften Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning voorschriften verbinden, waaronder: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; d. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan.

5.4.5 Advies archeologisch deskundige Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunningaanvraag als bedoeld in lid 5.4.1 wint het advies in bij een archeologisch deskundige.

5.5 Wijzigingsbevoegdheid

Waarde - Archeologische verwachting 6

Burgemeester en wethouders kunnen, op grond van artikel 3.6 van Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen door: a. de dubbelbestemming ' ' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, als op basis van ander archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming ' ' te wijzigen in 'Waarde - Archeologie' als uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, met dien verstande dat de nieuwe dubbelbestemming de regeling bevat zoals opgenomen in Bijlage 6 Bestemming 'Waarde - Archeologie' van deze regels.

Waarde - Archeologische verwachting 6

18

1. de hoogte van de weg, voorzover de bouwwerken in de weg zijn gelegen; 2. de terreinhoogte bij voltooiing van de bouw, voorzover de bouwwerken niet in de weg gelegen zijn.

7.3 Bestaande maten Voor een legaal bouwwerk dat op grond van de geldende bestemming is toegestaan, maar waarvan de bestaande situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud afwijken van de bouwregels in dit plan: a. is de bestaande situering, goot- en/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud maatgevend; b. is herbouw uitsluitend mogelijk op dezelfde plaats; c. is het overgangsrecht in dit bestemmingsplan niet van toepassing.

7.4 Bouwen langs wegen a. Onverminderd het elders in deze regels met betrekking tot het bouwen bepaalde, mag of mogen op en in gronden die grenzen aan openbaar toegankelijk gebied uitsluitend bouwwerken geen gebouwen worden gebouwd binnen 30 meter van de weg*, loodrecht gemeten vanuit de as van de weg; b. als de afstand van de bestaande bebouwing tot aan de onder a bedoelde gronden minder bedraagt dan is aangegeven, is overeenkomstig 7.3 de bestaande afstand toegestaan; c. het bevoegd gezag kan, na schriftelijk advies te hebben ingewonnen bij de desbetreffende wegbeheerder omtrent de aanvaardbaarheid daarvan uit oogpunt van wegbeheer en verkeersveiligheid, bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in a.1 voor het bouwen op een kleinere afstand tot de as van de weg of van de op- of afrit; d. het bevoegd gezag kan, na schriftelijk advies te hebben ingewonnen van de beheerder van de betreffende watergang omtrent de waterstaatkundige aanvaardbaarheid daarvan, bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sub a.2 voor het bouwen tot aan de hoofdfunctiegrens van die gronden. * gebiedsontsluitingsweg buiten de kom als genoemd in het uit juni 2009.

7.5 Ondergronds bouwen

Categoriseringsplan gemeente Doetinchem

In dit plan gelden de bouwregels uitsluitend voor het bovengronds bouwen; niet voor het ondergronds bouwen.

artikel 8 Algemene gebruiksregels 8.1 Verboden gebruik Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken in strijd met het plan. a. Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan (het gebruik als): 1. staan- en/of ligplaats voor wagens en/of onderkomens; 2. opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en/of vaartuigen en/of onderdelen daarvan; 3. opslagplaats voor gerede en/of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines en/of onderdelen daarvan; 4. stortplaats voor puin, mest- en/of afvalstoffen; 5. voorziening voor een 24 uurs begeleidwonenvoorziening met zorgplekken voor dak- of thuislozen met een verslavingsproblematiek of justitieel verleden; 6. het gebruiken van één of meer bouwwerken in een volkstuin ten behoeve van permanente bewoning; 7. seksinrichting, tenzij het 'thuisprostitutie' betreft; 8. verblijfsrecreatie en intensieve dagrecreatie; 9. het racen en/of crossen met gemotoriseerde voertuigen of fietsen; 10. het geheel of gedeeltelijk verwijderen of het niet in stand houden van de beplanting die is aangebracht inhet kader van de landschappelijke inpassing van het perceel Hertelerweg 3 (kadastraal perceel ambt

20

hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

13.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.

13.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

13.4 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

13.5 Persoonsgebonden overgangsrecht Indien toepassing van het in het in lid 13.4 opgenomen overgangsrecht gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kunnen burgemeester en wethouders met het oog op beëindiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie, voor die persoon of personen dat overgangsrecht buiten toepassing laten. . . . . .

24

artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Hertelerweg 3 - 2022'. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Doetinchem in de openbare raadsvergadering d.d. 24 november 2022 30 januari 2025 de griffier,

de voorzitter,

25

Bijlage 8 Akoestisch onderzoek Bijlage 8 Akoestisch onderzoek

34

Topografische kaart 1888 (bron: www.topotijdreis.nl van Kadaster)

Topografische kaart 1950 (bron: www.topotijdreis.nl van Kadaster)

Topografische kaart 2000 (bron: www.topotijdreis.nl van Kadaster)

2.3 Ontwikkelingen Naast het vastleggen van de bestaande situatie van de loods met wasplaats en buitenterrein, is het gewenst om de opslag van materiaal in sleufsilo's mogelijk te maken op de gewenste locatie. Aan de melding Activiteitenbesluit die hiervoor gedaan is, is een maatwerkvoorschrift verbonden. Deze melding met maatwerkvoorschrift is ruimtelijk vertaald in het voorliggende bestemmingsplan.

40

moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is. Onderzoek en conclusie In het plangebied is één bedrijf gevestigd.

Met dit bestemmingsplan worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden vastgelegd op de bestaande activiteiten, waarbij de opslag op het buitenterrein nog voorzien kan worden van sleufsilo's. Door middel van het opnemen van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch loon- en grondverzetbedrijf' binnen de bestemming 'Bedrijf' is alleen een loon- en grondverzetbedrijf toegestaan (categorie 3.1, bedrijfsoppervlak > 500 m2) of een bedrijf met een milieucategorie 1 of 2. De richtafstand tot milieugevoelige functies behorend bij dit type bedrijvigheid is voor geluid 50 meter, voor geur 30 meter en voor stof en gevaar 10 meter. De dichtstbijzijnd gelegen milieugevoelige functie is een woning op ca. 25 meter afstand van de bedrijfsbestemming. Aan de richtafstanden voor stof en gevaar wordt voldaan. Aan de richtafstand voor geur wordt net niet voldaan, maar gezien de materialen die buiten opgeslagen worden, is geurhinder niet te verwachten. Het aspect geluid is nader onderzocht. Verwezen wordt naar het akoestische onderzoek die bij de regels gevoegd is (Bijlage 8 Akoestisch onderzoek). Uit de rekenresultaten blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) op de woningen voldoet aan de beoordelingsniveaus van het Activiteitenbesluit.

Uit de rekenresultaten blijkt dat het maximale geluidsniveau (LAmax) op de woningen in de dagperiode voldoet aan de beoordelingsniveaus van het Activiteitenbesluit. De LAmax in de dagperiode van het laden/lossen (in dit geval maximaal vier keer per dag) worden in de toetsing van het Activiteitenbesluit buiten beschouwing gelaten. Zonder de pieken van de zware voertuigen kan overdag aan de eisen worden voldaan met pieken tot hooguit 54 dB(A). Uit de rekenresultaten blijkt dat de LAmax op de woningen in de avond- en nachtperiode niet voldoet aan de beoordelingsniveaus van het Activiteitenbesluit. In de avond en nacht wordt de LAmax als gevolg van de zware voertuigen ten behoeve van het laden/lossen niet uitgezonderd. De LAmax als het gevolg van de zware voertuigen ten behoeve van het laden/lossen bedragen op de woning Hertelerweg 6 hooguit 74 dB(A) in de avond- en nachtperiode. Op de woningen aan de Hertelerweg 5 en Steverinkstraat 7 bedraagt dit hooguit 61 dB(A) in de nachtperiode. Op de woning aan de Hertelerweg 4 bedraagt dit hooguit 62 dB(A) in de nachtperiode. De overschrijding wordt veroorzaakt door hooguit 1 tractor/vrachtwagen die in de nacht vertrekt (specifiek tussen 5:00 en 7:00 uur) of die in de avond (tussen 19:00 en 23:00 uur) aankomt.

De indirecte hinder veroorzaakt door verkeersaantrekkende werking voldoet aan de streefwaarde van 50 dB(A) van de zogenaamde schrikkelcirculaire. De activiteiten in de avond- en nachtperiode vinden niet dagelijks plaats. Over het jaar zal dit overeenkomen met gemiddeld drie dagen in de week. Met name in de winterperiode zullen de vervoersbewegingen in de avond- en nachtperiode minimaal voorkomen. De vervoersbewegingen komen hoofdzakelijk voor gedurende de werkweek. In het weekend zal dit minimaal voorkomen, met name dan op de zaterdag. Een deel van de opdrachtgevers van het bedrijf

50

Verder wordt niet voldaan aan de richtafstanden voor geluid. Maar gezien de omvang van het bedrijf is grote geluidhinder niet aan de orde. De standaardzonering gaat voor deze categorie uit van alle mogelijke vormen van loonen grondverzetbedrijven die een bedrijfsoppervlak hebben van meer dan 500 m2. In het onderhavige geval is sprake van een eenmanszaak. Dit is niet te vergelijken met een groot loon- en grondverzetbedrijf, die ook in deze categorie valt. De bedrijfsruimte op de locatie is verder ook beperkt. Zowel qua bebouwing als gebruik van de buitenruimte. Er is geen uitbreiding van de bebouwing meer mogelijk, de opslag is beperkt tot een klein deel van de buitenruimte en het reinigen van voertuigen gebeurt alleen op een aangewezen locatie. Ook de bedrijfsactiviteiten zijn beperkt in omvang. Er rijden personenauto's en bestelwagens (10 voertuigbewegingen per dag) en vrachtwagens en tractoren (4 voertuigbewegingen per dag) op het terrein van de inrichting. Het laden en lossen van zand en grond gebeurt met een kraan (20 minuten per dag). Verder worden voertuigen gereinigd op de wasplaats met een hogedrukspuit (1 uur per dag). En worden voertuigen getankt (5 minuten per dag). Deze bedrijfsactiviteiten vinden alleen in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur) plaats.

Uitgaande van de hierboven genoemde bedrijfsactiviteiten kan gesteld worden dat voldaan kan worden aan de geluidnormen die gelden voor het bedrijf. Dit komt vooral door het feit dat het geluid van laad- en losactiviteiten en de hieraan verwante activiteiten zoals het aan- en afrijden van vrachtwagens en tractoren uitgesloten zijn van toetsing aan de grenswaarden voor het maximale geluidsniveau. Verder kan, uitgaande van de hierboven genoemde voertuigbewegingen, gesteld worden dat er geen sprake is van overschrijding van de streefwaarde voor de indirecte hinder van het verkeer van en naar de inrichting (van de zogenaamde schrikkelcirculaire (https://wetten.overheid.nl/BWBR0007921/1996-03-01)). Voor het aspect geluid is hiermee aangetoond en onderbouwd dat de bedrijfsactiviteiten passend zijn op deze locatie en dat het akoestische klimaat bij de woningen voldoende beschermd is. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Voor het voorliggende bestemmingsplan vormt het aspect bedrijven en milieuzonering dan ook geen belemmering.

zijn werkzaam in de weg- en waterbouw. Voor deze projecten is het noodzaak dat de gevraagde bouwstoffen tijdig op de locatie aanwezig zijn. Om aan deze eis te kunnen voldoen is het dan noodzakelijk dat voor 7.00 uur het transport vertrekt van de locatie. Ook vanwege de afstand tot de locatie van de opdrachtgever kan het noodzakelijk zijn dat het transport voor 7.00 uur vertrekt. Vanwege de werkzaamheden op een werkdag, het verkeer en/of de afstand tot de locatie van de opdrachtgever kan het transport na 19.00 uur terugkeren op het bedrijfsterrein van het bedrijf. Omdat de overschrijding hooguit 1 keer in de avondperiode en hooguit 1 keer in de nachtperiode plaatsvindt en deze worden veroorzaakt door vrachtwagenbewegingen die bij de bedrijfsvoering horen en redelijkerwijs niet kunnen worden voorkomen, worden de overschrijdingen toegestaan. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Ondanks dat er maximaal 1 overschrijding in de avondperiode en 1 overschrijding in de nachtperiode van de geluidbelasting plaats vindt. De etmaalwaarde wordt niet overschreden. Voor het aspect geluid is hiermee aangetoond en onderbouwd dat de bedrijfsactiviteiten passend zijn op deze locatie en dat het akoestische klimaat bij de woningen voldoende beschermd is. Voor het voorliggende bestemmingsplan vormt het aspect bedrijven en milieuzonering dan ook geen belemmering.

4.8 Flora en fauna De bescherming van natuur is geregeld in de Wet natuurbescherming (van kracht sinds 1 januari 2017). De wet beschermd dier- en plantensoorten en natuurgebieden (Natura 2000-gebieden). Daarnaast stelt de wet de regels voor de bescherming van houtopstanden en jacht. De Wet natuurbescherming neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Waar dat noodzakelijk is voor een adequate bescherming van natuurwaarden waarvoor geen specifieke bescherming is voorzien in Europese regelgeving zijn op formeel wetsniveau aanvullende, als zodanig kenbare 'nationale' beschermingsvoorschriften verankerd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen en planologische procedures zal getoetst moeten worden aan de Wet natuurbescherming. De provincies zijn het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming. In de Wet natuurbescherming is geregeld dat er voldoende zorg in acht moet worden genomen voor de in het wild levende dieren en planten, inclusief de leefomgeving. Bij het verlenen van een vergunning op grond van het bestemmingsplan, moeten de verbodsbepalingen in acht worden genomen. Dat houdt in dat, voorafgaand aan de verlening van een vergunning, onderzoek moet worden uitgevoerd naar het voorkomen van dier- en plantsoorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd zijn.

Ook moet worden onderzocht in hoeverre de verstoring, vernieling of verontrusting van de beschermde soorten en hun leefgebied plaatsvindt. Als inbreuk wordt gepleegd op de verbodsbepalingen die op grond van de bepalingen van de Wet natuurbescherming gelden, kan in het kader van de Wet natuurbescherming een verzoek tot ontheffing van de verbodsbepalingen worden aangevraagd. Uit een verleende ontheffing kunnen aanvullende mitigerende en/of compenserende maatregelen voortkomen die van invloed zijn op de (her)inrichting van een gebied. Het niet verkrijgen van een ontheffing is van invloed op de haalbaarheid van een project.

Bijlage 3 Quickscan natuurtoets

Onderzoek en conclusie

Voor het plangebied is een quickscan naar de gevolgen voor de flora en fauna uitgevoerd, zie . Uit deze quickscan blijkt dat er geen nadelige gevolgen verwacht worden voor de natuur. Verder onderzoek is niet nodig. Het toevoegen van de bestemming 'Bedrijf' op een deel van het terrein is niet van invloed op de flora en fauna. Wel dient bij werkzaamheden en activiteiten altijd rekening gehouden te worden met broedvogels. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart t/m 15 juli, maar de wet kent geen datumgrenzen, en alle broedgevallen daarbuiten zijn ook beschermd. In het kader van de Wet natuurbescherming is ook het effect van stikstofdepositie onderzocht, zie . Dit is gebeurd met de meest recente versie van de AERIUS-calculator. Er is geen toename van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol ha/jr. berekend. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen door stikstofdepositie zijn derhalve op voorhand uitgesloten.

Bijlage 4 Stikstofberekening

51

Bijlage 3 Stikstof berekening Bijlage 3 Stikstof berekening

bijlage vervangen door actuele berekening

68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8201/documents/48961