CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

04_03_17_Bijlage 15 - Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling.pdf

gemeenteraad 24 oktober 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.2: Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Doetinchem 2024 - 1G3.817 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Doetinchem, Terborgseweg

December 2023

Status: Definitief

Aanmeldnotitie vomvrije m.e.r.-beoordeling Doetinchem, Terborgseweg BJZ.nu

AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING DOETINCHEM, TERBORGSEWEG

Naam: Datum: Versie: Opsteller:

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Doetinchem, Terborgseweg December 2023 Definitief BJZ.nu

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Aanmeldnotitie vomvrije m.e.r.-beoordeling Doetinchem, Terborgseweg BJZ.nu

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2 KENMERKEN VAN HET VOORGENOMEN PROJECT.................................... 5 HOOFDSTUK 3 BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN .............................................. 7 HOOFDSTUK 4 CONCLUSIE ................................................................................ 11

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Aanmeldnotitie vomvrije m.e.r.-beoordeling Doetinchem, Terborgseweg BJZ.nu

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Voorliggende aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling is opgesteld voor de realisatie van 54 woningen aan de Terborgseweg in Doetinchem. De ligging van het plangebied in Doetinchem en ten opzichte van de directe omgeving wordt in afbeelding 1 weergegeven. De rode ster en de rode omlijning geven respectievelijk de locatie en de begrenzing van het plangebied weer.

Afbeelding 1

Ligging plangebied (Bron: plattekaart.nl)

Aan de Terborgseweg in Doetinchem bevindt zich een braakliggend perceel. Initiatiefnemer is voornemens om op dit perceel 54 woningen te realiseren, bestaande uit 2 grondgebonden woningen en 52 appartementen. Het initiatief is niet in overeenstemming met het geldende planologisch regime. Daarom dient het geldende omgevingsplan te worden gewijzigd. In dit document worden de milieueffecten van deze ontwikkeling beschouwd. Eerst wordt een nadere toelichting op de M.e.r.-beoordeling gegeven. M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. De wetgeving over de milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (hierna: Ob). Onder de Omgevingswet geldt de plan-m.e.r.-plicht voor een plan: • •

Dat een kader vormt voor een te nemen project-m.e.r.-plichtig of project-m.e.r.beoordelingsplichtig besluit of; Waarvoor een passende beoordeling vanwege Natura 2000-gebieden nodig is.

In bijlage V van het Ob zijn de projecten genoemd met mogelijk aanzienlijke milieueffecten. Deze lijst is niet limitatief, zodat ook voor andere dan de hierin genoemde projecten moet worden bezien of sprake is van mogelijk aanzienlijke milieueffecten. Daarnaast is er de figuur van de plan-m.e.r-beoordeling voor kleine gebieden op lokaal niveau of voor kleine wijzigingen. Deze beoordeling is alleen verplicht als het plan leidt tot mogelijk aanzienlijke milieueffecten en significant negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden optreden. Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma’s die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Ob zijn genoemd. Voorliggende ontwikkeling is opgenomen in de lijst van bijlage V van het Ob onder J11. Hier wordt het stedelijk ontwikkelingsproject genoemd: ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Aanmeldnotitie vomvrije m.e.r.-beoordeling Doetinchem, Terborgseweg BJZ.nu In dit geval is sprake van de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding’ van een stedelijk ontwikkelingsproject, waardoor de m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Beoordeeld moet worden of het project aanzienlijke milieueffecten zou kunnen hebben en, als dat het geval is, waarvoor bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Inhoud en doel van de plan-m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk gaat de plan-m.e.r.-beoordeling in op de mogelijke aanzienlijke milieueffecten als gevolg van het initiatief. Deze aanzienlijke milieueffecten worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in artikel 11.10 van het Ob. • • •

De kenmerken van het project en de locatie; De mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; Wanneer die informatie beschikbaar is, de mogelijk aanzienlijke effecten door verwachte residuen, emissies en productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren. Betrokken partijen Bij het project zijn diverse partijen betrokken, waaronder initiatiefnemer, de gemeente Doetinchem, provincie Gelderland en waterschap Rijn en IJssel. Voor het vaststellen van het omgevingsplan is de gemeenteraad van Doetinchem het bevoegd gezag. Daarnaast worden de provincie Gelderland, het waterschap Rijn en IJssel en eventueel andere partners bij het project betrokken. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het voorgenomen project beschreven. Daarbij komen aanleiding, achtergronden en uitgangspunten aan bod. Hoofdstuk 3 gaat in op de mogelijke milieueffecten van het project. In hoofdstuk 4 wordt bij wijze van samenvatting de beoordeling gedaan van de omstandigheden van het voorgenomen project. Hierin wordt tevens de conclusie van de m.e.r.-beoordeling beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Aanmeldnotitie vomvrije m.e.r.-beoordeling Doetinchem, Terborgseweg BJZ.nu

HOOFDSTUK 2

KENMERKEN VAN HET VOORGENOMEN PROJECT

Dit hoofdstuk gaat in op de voorgenomen ontwikkeling, de projectlocatie en eventuele (samenhangende) ontwikkelingen in de omgeving waarmee rekening dient te worden gehouden. Voorgenomen ontwikkeling Aan de Terborgseweg te Doetinchem worden op een onbebouwd terrein 54 woningen gerealiseerd. Concreet gaat het om 2 twee-onder-één-kapwoningen en 52 appartementen. De woningen zullen gasloos worden gebouwd. De 52 appartementen worden verdeeld over 3 appartementengebouwen. Appartementengebouw II bestaat uit vier verdiepingen met in totaal 18 appartementen. Appartementengebouw III/IV bestaat uit 27 appartementen verdeeld over vijf verdiepingen. Appartementengebouw V bestaat uit drie verdiepingen met in totaal 7 appartementen. Daarnaast zijn de appartementengebouwen voorzien van een kelder met een parkeergarage. Ook op het terrein op de begane grond worden parkeerplaatsen gerealiseerd. In afbeelding 2 is ter impressie een plattegrond van de gewenste situatie weergegeven. In afbeelding 3 is een 3D-impressie van de gewenste situatie weergegeven.

Afbeelding 2

Plattegrond gewenste ontwikkeling (bron: LKSVDD Architecten)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Aanmeldnotitie vomvrije m.e.r.-beoordeling Doetinchem, Terborgseweg BJZ.nu

Afbeelding 3

3D-impressie gewenste situatie (bron: LKSVDD Architecten)

Locatiekenmerken Het plangebied bevindt zich in aan de rand van de bebouwde kom van Doetinchem. De functionele structuur van het plangebied wordt gekenmerkt door voornamelijk woningen, een bedrijventerrein, kantoren en groen. Nabij het plangebied liggen twee drukke doorgaande wegen, de Oostelijke Randweg en de Terborgseweg. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen De ontwikkeling van het voorziene project legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens het bouw- en woonrijp maken is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zullen elektriciteit en water nodig zijn. De woningen zullen gasloos gebouwd worden, conform de Wet Voortgang Energietransitie. In zowel de huidige als de toekomstige situatie is geen sprake van de productie van gevaarlijk afval. De afvalstoffen die er zijn worden zoveel mogelijk gescheiden om nuttige afvalstoffen op een eenvoudige wijze te kunnen inzamelen en vervolgens verwerken/recyclen. Verontreiniging en hinder In de aanlegfase kan sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het plangebied. Vanwege de ligging, de omvang van de ontwikkeling en de geschatte tijdsduur, is er geen noodzaak om verkeer tijdelijk om te leiden, met de daarbij behorende effecten.

Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen. In de gebruiksfase zullen ten gevolge van de woonfunctie geen nadelige effecten op het milieu en de omgeving plaatsvinden. Woningen worden namelijk niet gezien als milieubelastende functies. Zoals in hoofdstuk 3 wordt geconstateerd is er geen sprake van een onevenredige aantasting van beschermende natuurgebieden en/of het woon- en leefklimaat ter plaatse. Risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Aanmeldnotitie vomvrije m.e.r.-beoordeling Doetinchem, Terborgseweg BJZ.nu

HOOFDSTUK 3

BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN

Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het voorgenomen project relevant. Relevante milieuaspecten zijn verkeer, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, water, bodem en ecologie waaronder ook specifiek de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In dit hoofdstuk worden de te verwachten (tijdelijke) effecten per aspect beschreven. Verder wordt ingegaan op tijdelijke hinder als gevolg van de ontwikkeling. Voor een aantal van deze aspecten zijn onderzoeken uitgevoerd. De conclusies van deze onderzoeken zijn samengevat in onderstaande alinea’s. Verkeer Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de verkeersgeneratie die hierdoor ontstaat. Op basis van de kencijfers zoals opgenomen in de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW kan de verkeersgeneratie worden berekend. Voor elk soort gebied wordt door voornoemde CROW-publicatie per functie een bandbreedte gegeven voor de hanteren parkeernorm. In voorliggend geval wordt uitgegaan van het gemiddelde. Op basis van CBS Statline wordt voor de gemeente Doetinchem uitgegaan van een stedelijkheidsgraad ‘matig stedelijk’. Gezien de ligging van het plangebied wordt het plangebied aangemerkt als ‘rest bebouwde kom’.

Op basis van de CROW-uitgave ‘Toekomstbestendig parkeren’ publicatie 381 (december 2018) zal als gevolg van de ontwikkeling sprake zijn van een toename van afgerond 302 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. In onderstaande tabel is dit weergegeven. Woningtype

Verkeersgeneratie er woning

Aantal

Verkeersgeneratie

Koop, huis, twee-onder-een-kap

7,8

2

15,6

Koop, appartement, duur

7,1

3

21,3

Koop, appartement, midden

5,6

31

173,6

Koop, appartement, goedkoop

4,9

18

88,2

Totaal

298,7

De verkeersgeneratie voorkomend uit het plan past binnen de maximale capaciteit van de omliggende wegen. De capaciteit van omliggende wegenstructuur is voldoende voor het afwikkelen van de toekomstige verkeersbewegingen. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de verkeerssituatie wordt ingeschaald op neutraal. Geluid Woningen zijn niet opgenomen in de VNG-uitgave, omdat ze in beginsel niet aan te merken zijn als milieubelastende objecten. Echter zal wel sprake zijn van enig geluid als gevolg van de woonfuncties (leefgeluiden). Voor dergelijke geluiden gelden echter geen normen. Daarnaast zal de aanlegfase gepaard gaan met de productie van geluid. Het geluid ten aanzien van de aanlegfase is tijdelijk en zal zoveel mogelijk beperkt worden. Het aspect geluid leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten. Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5).

Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • •

Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Aanmeldnotitie vomvrije m.e.r.-beoordeling Doetinchem, Terborgseweg BJZ.nu •

Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.

Niet in betekenende mate bijdragen De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.

2.

Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden; Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool.

Beoordeling Ten behoeve van het voorgenomen project is met de NIBM-tool berekend of het voorgenomen project niet-inbetekenende-mate bijdraagt aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. In de tool is enkel het extra aantal voertuigbewegingen en het aandeel vrachtverkeer ingevoerd. Voor de overige invoergegevens wordt in de NIBM-tool uitgegaan van worst-case omstandigheden. Het aandeel vrachtverkeer is op 1% gezet. Het aandeel van vrachtverkeer in de aanlegfase is buiten beschouwing gelaten, omdat dit tijdelijk van aard is. In afbeelding 3 zijn de resultaten van deze berekening opgenomen.

Afbeelding 3: Bijdrage verkeer aan luchtkwaliteit (Bron: InfoMil)

Uit de berekening is gebleken dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate bijdraagt. Er is dan ook geen nader onderzoek noodzakelijk. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de luchtkwaliteit is neutraal als gevolg van de bijdrage. Externe veiligheid Binnen het plangebied wordt geen gebruik gemaakt van gevaarlijke stoffen. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van externe veiligheid is neutraal.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Aanmeldnotitie vomvrije m.e.r.-beoordeling Doetinchem, Terborgseweg BJZ.nu Water Algemeen Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Doetinchem. De locatie bevindt zich niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied, -intrek of waterwingebied. Grondwater Binnen het plangebied zijn geen gevallen van grondwateroverlast bekend. Oppervlaktewater Naar aanleiding van het plan zal geen extra oppervlaktewater gecreëerd worden. Er kan gesteld word dat het plan geen nadelige gevolgen veroorzaakt voor het oppervlaktewatersysteem in de omgeving. Afvalwater Het afvalwater wordt via een nieuwe rioolwateraansluiting afgevoerd richting het gemeentelijk riool. Er is sprake van een toename van het aantal vervuilingseenheden. Hemelwater De voorgenomen ontwikkeling leidt tot een toename van verharding. Op het eigen terrein wordt voorzien in voldoende infiltratiemogelijkheden door middel van wadi’s en het realiseren van groen. Het regenwater wordt geïnfiltreerd. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van het aspect water wordt op neutraal ingeschaald. Bodem Het voorgenomen project gaat niet gepaard met mogelijke bodemverontreinigende activiteiten. Geconcludeerd wordt dat het aspect bodem niet leidt tot aanzienlijke milieueffecten. Ecologie Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen.

Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten en diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden (buiten bebouwingscontour en erven). Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Gebiedsbescherming Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Het plangebied ligt op circa 12,2 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’. Gelet op de deze afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Daarom is in voorliggend geval een stikstofberekening voor de aanlegfase en de gebruiksfase uitgevoerd door BJZ.nu. 1 Hierna wordt kort op de bevindingen ingegaan.

Uit de berekening aangaande de aanlegfase blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Uit de berekening aangaande de gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Mogelijk significant negatieve effecten op Natura 2000-gebied is op basis van deze

1

AERIUS-berekening Doetinchem, Terborgseweg (12-12-2023)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Aanmeldnotitie vomvrije m.e.r.-beoordeling Doetinchem, Terborgseweg BJZ.nu AERIUS-berekening uit te sluiten. De voortoets voor het plan voldoet, ten aanzien van de effecten van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan artikel 10.24, lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Soortenbescherming In dit geval is er door Staring Advies een Quickscan flora en fauna uitgevoerd. 2 Op basis van deze quickscan wordt het volgende geconcludeerd: Er zijn geen beschermde soorten aangetroffen binnen het plangebied uit de soortgroepen flora, amfibieën, reptielen en vissen. Wel is er kans op aanwezigheid van insecten, namelijk de teunisbloempijlstaart, en zoogdieren, namelijk de wezel. Voor deze twee soorten is aanvullend onderzoek uitgevoerd. 3 Uit het nader onderzoek blijkt dat de geplande ontwikkeling geen negatief effect heeft op de beschermde wezel. Het aanvragen van een ontheffing en/of het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen is niet noodzakelijk voor deze soort. Binnen het plangebied is geen leefgebied van de beschermde teunisbloempijlstaart vastgesteld. Het tweede veldbezoek kon niet uitgevoerd worden, maar de inschatting is dat de soort geen leefgebied heeft in het plangebied.

Het aanvragen van een ontheffing en/of het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen wordt dan ook niet noodzakelijk geacht Verstoring van broedvogels moet worden voorkomen. Daarvoor moeten de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal tussen 15 maart 15 juli) worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden en/of er dient te worden voorkomen dat broedvogels zich lokaal vestigen. Het onderzoek is beoordeeld door een derde partij. Zij concluderen dat de conclusie van Staring Advies terecht is en dat het aanvragen van een ontheffing en/of het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen niet noodzakelijk is voor de teunisbloempijlstaart. Wat betreft het nader onderzoek naar de wezel zijn de richtlijnen gevolgd die door de Provincie Gelderland worden gehanteerd bij het beoordelen van ontheffingsaanvragen. Aan deze richtlijn is voor wat betreft de inzet van het type onderzoeksmateriaal, het aantal camera’s en de duur van het onderzoek voldaan. Dit geeft de (juridische) zekerheid dat bij het niet aantreffen van kleine marters mag worden geconcludeerd dat deze niet op de locatie voorkomen. Voor de teunisbloempijlstaart is een dergelijke richtlijn of een te volgen onderzoeksprotocol niet opgesteld.

Het is daarmee aan de individuele onderzoeksbureaus om te bepalen welke onderzoeksinspanning ze verrichten om de soort te kunnen aantonen of uit te sluiten. Staring Advies heeft op voorhand bepaald dat ze middels twee waarnemingsrondes de soort zouden onderzoeken. In hun rapportage geven ze aan dat de tweede ronde, die was voorzien op 3 augustus 2023 niet compleet was, aangezien een deel van de teunisbloemen als gevolg van maaiwerkzaamheden (middels klepelen) niet meer te beoordelen was. De conclusie was evenwel dat op grond van het ontbreken van waarnemingen tijdens de eerste ronde en het zoeken naar rupsen op de overgebleven teunisbloemen, er geen sprake is van leefgebied. Staring Advies heeft de eerste ronde uitgevoerd op 13 juli 2023, wat midden in de piek van de activiteit van de rupsen ligt. De oppervlakte van het gebied is relatief gering en op basis van de foto’s in de rapportage is het aantal planten te overzien. Gelet op de geleverde onderzoeksinspanning kan daarom redelijkerwijs verwacht worden dat een aanvullende ronde in augustus niet tot een geheel andere uitkomst geleid zal hebben. De optimale periode is benut om de rupsen te zoeken. De conclusie van Staring Advies is dan ook terecht. Het voorgenomen project heeft geen negatieve gevolgen voor beschermde soorten.

Cumulatie Cumulatie van effecten treedt op wanneer werkzaamheden in direct omliggende gebieden vergelijkbare effecten veroorzaken met de hierboven beschreven effecten en in dezelfde periode worden uitgevoerd. In voorliggend geval zijn in de directe omgeving geen ruimtelijke ontwikkelingen gaande die belangrijke milieueffecten met zich meebrengen. Cumulatie is daarom niet aan de orde.

2

Quickscan flora en fauna Doetinchem, Terborgseweg (7-10-2022)

3

Aanvullend natuuronderzoek Doetinchem, Terborgseweg (20-09-2023)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Aanmeldnotitie vomvrije m.e.r.-beoordeling Doetinchem, Terborgseweg BJZ.nu

HOOFDSTUK 4

CONCLUSIE

Dit hoofdstuk dient als samenvatting van de conclusies van de hoofdstukken 2 en 3. In dit hoofdstuk wordt het voorgenomen project aan onderstaande criteria getoetst en een eindafweging gemaakt. 1. De kenmerken van het project; 2. De plaats van het project; 3. De samenhang met andere projecten (cumulatie); 4. De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die het project kan hebben. Kenmerken van het project Het voorgenomen project gaat uit van de realisatie van 54 woningen op een onbebouwd perceel aan de Terborgseweg in Doetinchem. Bij de woningen zullen parkeerplaatsen en groen worden gerealiseerd. Bij de kenmerken van het project dient in het bijzonder in overweging te worden genoemd: • De omvang van het project; • Hinder. Omvang De ontwikkeling is gelet op de schaal van het project gering van omvang. De ontwikkeling gaat uit van de realisatie van 54 woningen, op een perceel van circa 3.900 m2. Hinder Tijdens de uitvoering van het voorgenomen project kunnen omwonenden en flora en fauna hinder ondervinden. Geconstateerd is dat de hinder voor omwonenden en de effecten op flora fauna beperkt en slechts tijdelijk is. Tevens is uit het nader ecologisch onderzoek gebleken dat zich in het plangebied geen beschermde soorten bevinden. De voorgenomen ontwikkeling heeft daarmee geen negatieve gevolgen voor beschermde soorten.

Plaats van het project Het plangebied is geheel binnen grondgebied van de gemeente Doetinchem gelegen. Het gaat om een locatie die gelet op de reeds aanwezig bebouwing in de omgeving al onderdeel is van het bestaand bebouwd gebied. Het voorgenomen project is niet gelegen in beschermd gebied in het kader van waterhuishouding of natuur. Samenhang met andere activiteiten ter plaatse Er vinden in de directe omgeving van het plangebied geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats met vergelijkbare milieueffecten waarmee rekening dient te worden gehouden. Kenmerken van de aanzienlijke milieueffecten Voor de beoordeling van eventuele aanzienlijke milieueffecten van het voorgenomen project moet, daar waar opportuun, rekenschap worden gegeven aan de volgende zaken: • • • •

Het bereik van het effect (geografische zone en de grootte van de getroffen bevolking); Het grensoverschrijdende karakter van het effect; De waarschijnlijkheid van het effect; De duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect.

Uit hoofdstuk 3 is gebleken dat de ontwikkeling op de relevante milieuaspecten verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water, bodem, ecologie en stikstof geen belangrijke structurele nadelige en onomkeerbare milieugevolgen met zich meebrengt. De ontwikkeling gaat wel gepaard met tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden, maar deze zullen na afronding volledig vervallen. Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een plan-m.e.r. noodzakelijk maakt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8094/documents/48155