04_03_10_Bijlage 9 - Beoordeling nader onderzoek flora en fauna.pdf
Tekst van het document
Gemeente Doetinchem T.a.v. De heer C. de Rooi Postbus 9020 7000 HA Doetinchem
Doetinchem, 10 oktober 2023
Betreft: Project:
beoordeling aanvullend natuuronderzoek 23717.001
Inleiding Econsultancy heeft van de gemeente Doetinchem het verzoek gekregen voor het uitvoeren van een beoordeling van een aanvullend natuuronderzoek aan de Terborgseweg (ong.) te Doetinchem (Staring Advies, 18 september 2023). Het aanvullend natuuronderzoek is door Staring Advies uitgevoerd in opdracht van WBC Bouwgroep in verband de voorgenomen nieuwbouw op de locatie. Het veldonderzoek betrof kleine marterachtigen en de teunisbloempijlstaart. Voor de eerstgenoemde soortgroep zijn richtlijnen geformuleerd die door de Provincie Gelderland worden gehanteerd bij het beoordelen van ontheffingsaanvragen. Aan deze richtlijn is voor wat betreft de inzet van het type onderzoeksmateriaal, het aantal camera’s en de duur van het onderzoek voldaan. Dit geeft de (juridische) zekerheid dat bij het niet aantreffen van kleine marters mag worden geconcludeerd dat deze niet op de locatie voorkomen. Voor de teunisbloempijlstaart is een dergelijke richtlijn of een te volgen onderzoeksprotocol niet opgesteld. Het is daarmee aan de individuele onderzoeksbureaus om te bepalen welke onderzoeksinspanning ze verrichten om de soort te kunnen aantonen of uit te sluiten. Staring Advies heeft op voorhand bepaald dat ze middels twee waarnemingsrondes de soort zouden onderzoeken.
In hun rapportage geven ze aan dat de tweede ronde, die was voorzien op 3 augustus 2023 niet compleet was, aangezien een deel van de teunisbloemen als gevolg van maaiwerkzaamheden (middels klepelen) niet meer te beoordelen was. De conclusie was evenwel dat op grond van het ontbreken van waarnemingen tijdens de eerste ronde en het zoeken naar rupsen op de overgebleven teunisbloemen, er geen sprake is van leefgebied.
Is de onderzoeksinspanning van Staring Advies voldoende ? De onderzoeksinspanning die wordt verricht door de verschillende adviesbureaus gaat vrijwel altijd uit van het zoeken naar rupsen. Eenmaal in de strooisellaag zijn de rupsen of poppen niet meer te vinden. De trefkans voor het vinden van rupsen is vanwege de grootte van het dier vrij hoog. Het betekent wel dat iedere plant individueel wordt afgezocht. Imago’s worden vrijwel nooit waargenomen vanwege de nachtelijke levenswijze. Het betreft een pionierssoort die grote afstanden aflegt, zodat de vondst van een imago ook geen bewijs levert van voortplanting op een locatie. Op basis van onderzoeken die op het internet te vinden zijn lijken de meeste onderzoeksbureaus één tot drie veldbezoeken te hanteren. Dit hangt ook af van de omvang van de locatie en het aantal planten. De waarnemingen van teunisbloempijlstaarten zijn sterk gepiekt: verreweg de meeste worden gezien in juli. Vanaf augustus neemt het aantal waargenomen exemplaren snel af. Deels is dat een waarnemerseffect omdat vooral in de beste tijd wordt gezocht. Staring Advies heeft de eerste ronde uitgevoerd op 13 juli 2023, wat midden in de piek van de activiteit van de rupsen ligt. De oppervlakte van het gebied is relatief gering en op basis van de foto’s in de rapportage is het aantal planten te overzien.
Gelet op de geleverde onderzoeksinspanning kan daarom redelijkerwijs verwacht worden dat een aanvullende ronde in augustus niet tot een geheel andere uitkomst geleid zal hebben. De optimale periode is benut om de rupsen te zoeken. Is de conclusie van Staring Advies terecht ? De conclusie van Staring Advies is dat er geen leefgebied van de teunisbloempijlstaart is vastgesteld. Wat echter is vastgesteld dat de teunisbloempijlstaart zich niet voortplant op de locatie. Braakliggende percelen met pioniersvegetaties vormen het leefgebied van de teunisbloempijlstaart. Voor pionierssoorten is er per definitie sprake van tijdelijk aanwezig leefgebied. Het is niet mogelijk om een leefgebied voor een pionierssoort als de teunisbloempijlstaart duurzaam in stand te houden, of als zodanig te beschermen. De bescherming van de soort richt zich dan ook vooral op het voorkomen van het doden van individuen (waaronder rupsen en poppen). De tijdelijke omstandigheden waar de soort van afhankelijk is maken het dat de soort onverwacht kan opduiken, juist op braakliggende percelen waar ontwikkelingen zijn gepland. Het dilemma van bescherming van soorten die afhankelijk zijn pioniersvegetatie is uitgebreid beschreven door S. Hunink in de NBR column 289 in het tijdschrift natuurbeschermingsrecht (nummer 4, augustus 2021).
De conclusie van Staring Advies is terecht dat het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming en/of het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen niet noodzakelijk is voor de teunisbloempijlstaart.
Aanbeveling Er is voldoende juridische zekerheid over de afwezigheid van de soort op de locatie. In de directe omgeving van het plangebied zijn verscheidene plekken met groeiplaatsen van teunisbloemen. De braakliggende percelen op het bedrijventerrein, de bermen waar geregeld graafwerkzaamheden plaatsvinden en tijdelijke gronddepots maken dat er voor soort geen gebrek aan voorplantingsmogelijkheden zijn. De teunisbloempijlstaart komt in de directe omgeving wel voor, blijkens uit eigen waarnemingen (2022 en 2023) van Econsultancy, op ongeveer 350 meter van de onderzoekslocatie. Dit zijn overigens de enige waarnemingen binnen de bebouwde kom van Doetinchem. Mochten er op ecologische gronden zorgen zijn omtrent het doden van rupsen of poppen van de soort, dan kan in het kader van de zorgplicht gekozen worden om de strooisellaag en waardplanten in de actieve periode van de soort (dit betreft de periode mei tot september) te verplaatsen naar een plek in de directe omgeving of in een hoekje van het perceel. Dit geeft poppen de gelegenheid uit te komen en als imago op zoek te gaan naar nieuwe braakliggende percelen met pioniersvegetatie.
Met vriendelijke groeten, Econsultancy
De heer ing. E.R. Witter
De heer G.J. Sieperda, MSc
Projectleider
Kwaliteitscontroleur