04_03_05_Bijlage 4 - Bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl
mei ’23
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
Projectnummer:
23-M10721
Opdrachtgever:
BJZ.nu
Datum:
23 mei 2023
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
datum
23 mei 2023
projectnummer
23-M10768
in opdracht van
BJZ.nu Twentepoort Oost 16 7609 RG Almelo
uitgevoerd door
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.
mei ’23
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 14
3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ............................................................................................. 15 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ............................................................................................ 16 4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 19 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 19
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 20
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 21
4.3.1
Grond en grondwater ......................................................................................................... 21
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 27
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 31
7
COLOFON ...................................................................................................................................... 32
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
mei ’23
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BZJ.nu is in april 2023 door Sigma Geo- & Milieutechniek een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op de locatie Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210 te Doetinchem (gemeente Doetinchem). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt geplande woningbouw op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
mei ’23
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
mei ’23
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek
Eigendomssituatie
B 0
C
D
✓
✓
✓
✓
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
G
A 0
✓ ✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
mei ’23
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Doetinchem (via email d.d. 04-04-2023); • informatie van Bodemloket.nl; • informatie van de bodeminformatiekaart van de provincie Gelderland; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
mei ’23
Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, naast nr. 119 Doetinchem Doetinchem Zie bijlage 1 X = 258,693 Y= 524,232 Gemeente Doetinchem, perceel sectie M nr. 5210 Niet nagegaan. Ca. 4.021 m2 De onderzoekslocatie betreft het kadastrale perceel gemeente Doetinchem, sectie M nr. 5210 te Doetinchem. De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd en braakliggend perceel. Het zuidoostelijk deel van de locatie is sterk begroeid met struiken en bomen. Een deel van de locatie is, onder de begroeiing, verhard met beton. De opdrachtgever is voornemens om op de onderzoekslocatie woningbouw te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie is onbebouwd. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is deels verhard met beton (vanwege begroeiing is dit deel moeilijk in te schatten. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "hoge trefkans". Woningbouw.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op basis van de topografische kaarten vanaf rond 1850 tot 2005 is op de onderzoekslocatie bebouwing te herkennen. Op topografische kaarten vanaf 2006 tot heden is op de locatie geen bebouwing te herkennen.
De onderzoekslocatie betreft het kadastrale perceel Geen. gemeente Doetinchem, sectie M nr. 5210 te Doetinchem. De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd en braakliggend perceel. Het zuidoostelijk deel van de locatie is sterk begroeid met struiken en bomen. Een deel van de locatie is, onder de begroeiing, verhard met beton.
Toekomstig
De opdrachtgever is voornemens om op de onderzoekslocatie woningbouw te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf eind 1800 is in basis van de omgeving van de locatie reeds enige bebouwing te topografische herkennen. kaarten, Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid / Topotijdreis) gewijzigd. Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich voornamelijk woningen. Noordzijde: woningen; Oostzijde: Oostelijke Randweg; Zuidzijde: Terborgseweg; Westzijde: woning.
mei ’23
Geen.
Geen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie betreft het kadastrale perceel gemeente Doetinchem, sectie M nr. 5210 te Doetinchem. De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd en braakliggend perceel. Het zuidoostelijk deel van de locatie is sterk begroeid met struiken en bomen. Een deel van de locatie is, onder de begroeiing, verhard met beton. De opdrachtgever is voornemens om op de onderzoekslocatie woningbouw te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Op basis van historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie, aan de oostkant, geruime tijd, vanaf rond 1850 tot rond 2005, bebouwd is geweest. In het verre verleden bevond zich op de locatie een boerderij. Later was hier herberg De Roskam gevestigd.
Bouwvergunning Milieuvergunning Handelsregister Aanwezigheid brandstoftanks
mei ’23
Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Ten behoeve van de vm. bebouwing zijn bouwvergunningen verleend. Niet bekend. De onderzoekslocatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie (binnen het te bebouwen deel). Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie.
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
Aanwezigheid asbest
De daken van de bestaande bebouwing nabij de onderzoekslocatie zijn niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest (zie figuur 1).
figuur 1: asbestdakenkaart Provincie Gelderland
Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
mei ’23
De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (in dit onderzoek niet onderzocht). Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel, zie figuur 1). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten
Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Op vrijdag 8 juni 2018 omstreeks 10:00 uur heeft een calamiteit plaatsgevonden. Ter plaatse van de Terborgseweg is een vrachtwagen met groenafval gekanteld en terecht gekomen in de berm, waarbij de vrachtwagen dieselolie heeft gelekt. Na het voorval is de weg schoongemaakt en ook is de berm zo goed als mogelijk ontgraven.
In figuur 2 is de locatie waar de calamiteit heeft plaatsgevonden weergegeven.
figuur 2: locatie calamiteit
Verdachte activiteiten < 25 m
mei ’23
Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich voornamelijk woningen. Op de locatie Fabriekstraat 10 wordt melding gemaakt van houtwarenindustrie met ondergrondse brandstoftank. Op de locatie Terborgseweg 116 wordt melding gemaakt van lederwarenindustrie tussen 1946 en 1955 en een timmerwerkplaats tussen 1955 en 1962. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
► WBC Doetinchem verkennend bodemonderzoek d.d. 03-10-2001, ref. Ecopart, 1647-VO beoordeling: onverdacht niet verontreinigd ► calamiteit nader bodemonderzoek d.d. 17-07-2018, ref. Ecosultancy, 7269.001 conclusies: Op basis van de analyseresultaten na ontgraving is gebleken dat ter plaatse van de putbodem (tot 70 cm ontgraven) nog een sterke verontreiniging met minerale olie aanwezig is. In verband met de aanwezigheid van kabels en leidingen is het niet mogelijk gebleken om hier verder te ontgraven. Het wandmonster bleek nog licht verontreinigd met minerale olie te zijn. Het nader bodemonderzoek heeft tot doel de aard en omvang van het geval van bodemverontreiniging vast te stellen. Aangezien de Terborgseweg in de bouwvak van 2018 opnieuw wordt ingericht, is het de wens om de verdere sanering van de berm tegelijkertijd met de werkzaamheden aan de Terborgseweg op te pakken (conventionele bodemsanering). De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De bovenste 1,0 à 1,5 meter is bovendien zwak tot matig humeus. In de bovengrond zijn sporadisch zwakke bijmengingen met baksteen, asfalt of beton en plaatselijk een matige bijmenging met baksteen waargenomen (zie bijlage 3 bodemprofielen). Ter plaatse van boring 05 (kern verontreiniging) is op een diepte van 0,5 tot 1,0 m -mv en 2,5 tot 3,5 m -mv een matige dieselgeur waargenomen.
In het tussenliggende traject van 1,0 tot 2,5 m -mv is een zwakke dieselgeur waargenomen. Aan het opgeboorde bodemmateriaal zijn geen olie-water reacties waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat er analytisch geen verontreiniging met asbest in de fractie < 20 mm op de onderzoekslocatie aanwezig is. Boring 05, ter plaatse van de kern van de verontreiniging is in het bodemtraject 0,6 tot 1,0 m -mv (matige dieselgeur) sterk verontreinigd met minerale olie. In het traject 2,5 tot 3,5 m -mv (matige dieselgeur) is een lichte verontreiniging met minerale olie aangetoond die de gebiedseigen referentiewaarde overschrijdt. In de zintuiglijk schone ondergrond van 3,0 tot 3,5 m -mv is analytisch geen verontreiniging met minerale olie aangetoond. In horizontale richting is de sterke verontreiniging met minerale olie minimaal afgeperkt tot onder de gebiedseigen referentiewaarde. Het grondwater ter plaatse van de kern is (op het snijdend vlak) licht verontreinigd met minerale olie en aromaten. Circa 3 meter stroomafwaarts is het grondwater niet verontreinigd. De sterke verontreiniging bevindt zich in de kern van de verontreiniging in het bodemtraject van 0,6 tot 1,0 m -mv.
De ingeschatte maximale oppervlakte van de sterke restverontreiniging met minerale olie bedraagt circa 3 m², waardoor ingeschat wordt dat maximaal een in-situ bodemvolume van circa 1,2 m³ grond gemiddeld tot boven de interventiewaarde verontreinigd is met minerale olie. Geschat wordt dat een grondwatervolume van maximaal circa 1,5 m³ licht verontreinigd is met aromaten en minerale olie. Naar verwachting is een in-situ volume van circa 6 m³ grond verontreinigd met minerale olie > referentiewaarde. Hierbij is uitgegaan van een gemiddelde laagdikte van 2,0 m ter plaatse van boring 05 (traject 1,0 - 3,0 m -mv). ► sanering calamiteit Econsultancy, Evaluatie bodemsanering Terborgseweg te Doetinchem, 7269.002, 13 dec 2018 conclusies: De saneringswerkzaamheden zijn op 29 t/m 31 oktober 2018 uitgevoerd. Een dag voor de grondwerkzaamheden is de bronnering gestart. Het onttrokken grondwater is geloosd op de gemeentelijke riolering. Er is ontgraven tot een maximale diepte van 3,3 m-mv. Alle ontgraven grond (21,78 ton) is afgevoerd naar een erkend verwerker. De begeleidingsbrief is in de rapportage opgenomen. Er is geen ontgraven grond teruggeplaatst. Uit de uitkeuring blijkt dat alleen in de toplaag van de zuidwand – net onder de asfaltverharding – nog een licht verhoogde oliegehalte is achtergebleven. In de kern is een peilbuis geplaatst met een filter van 3,6 tot 4,6 m-mv.
In het bemonsterde grondwater (11 nov 2018) is nog een licht verhoogd gehalte aan naftaleen gemeten. De put is aangevuld met gecertificeerd zand afkomstig van de Netterden zandwinning. De in het Plan van Aanpak aangegeven saneringsdoelstelling is niet behaald. In één van de wanden en in het grondwater is – ondanks de verrichte inspanningen – nog een lichte verontreiniging achtergebleven. De ODA stemt in met de onderbouwing dat te maken kosten voor aanvullende saneringsmaatregelen niet in verhouding staan tot de te behalen milieuwinst. Een deel van de huidige infrastructuur (doorgaande weg) zou tijdelijk verwijderd moeten worden en daarna weer hersteld. De restverontreiniging vormt ook geen belemmering voor het huidig gebruik.
mei ’23
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
De restverontreiniging wordt aangetekend in het bodeminformatiesysteem van de gemeente Doetinchem. Wijzigingen naar een kritischer gebruik of grondingrepen ter plaatse moeten gemeld worden bij de gemeente. De gemeente kan dan toetsen of voor de restverontreiniging aanvullende maatregelen nodig zijn.
Omgeving <25 m
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
mei ’23
► Niet bekend.
De onderzoekslocatie is gelegen in de zone wonen.
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 14-15 m+NAP. In figuur 3 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. figuur 3: geohydrologische opbouw
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
(financieel-) juridische situatie In tabel 6 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 6: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Doetinchem, perceel sectie M nr. 5210 Niet nagegaan.
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek. afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.
mei ’23
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat het oostelijk deel van de onderzoekslocatie geruime tijd, vanaf rond 1850 tot rond 2005, bebouwd is geweest. In het verre verleden bevond zich op de locatie een boerderij. Later was hier herberg De Roskam gevestigd. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Nabij de zuidgrens van de locatie, in de berm naast de Terborgseweg, heeft zich in 2018 een calamiteit voorgedaan waarbij brandstof is gelet. Na sanering is aan de wegzijde een lichte restverontreiniging achtergebleven. Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied).
De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). Aan de zijde waar de calamiteit heeft plaatsgevonden is ter controle een extra grondmonster onderzocht. In tabel 7 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 7: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 4.021 m2)
mogelijke verontreiniging grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL+maatwerk
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht. mei ’23
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 8 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 8: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001)
dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 04-04-2023 (erkend en geregistreerd) dhr. R. Dob (in opleiding)
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) locatie-inspectie
dhr. H. van Kuik 13-04-2023 (erkend en geregistreerd) dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 04-04-2023 (erkend en geregistreerd)
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering ● het oostelijk deel van de locatie is begroeid met dichte braamstruiken en bomen, het maaiveld is hier niet zichtbaar ● op het oostelijk deel zijn plaatselijk afvalresten op het maaiveld waargenomen ● op het zuidoostelijk deel is sprake van enige betonverharding, de exacte omvang hiervan is vanwege begroeiing niet in te schatten
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. tabel 9: veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
5
ca.0.5
5 t/m 15
3
ca.1.0
16 t/m 18
3
ca.2.0
2 t/m 4
1
ca.3.8
1
Onderzoekslocatie (ca. 4.021 m2)
Boringen
Peilbuis
mei ’23
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich een blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuizen zijn geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om representatieve grondwatermonsters te verkrijgen zijn de peilbuizen, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. De grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11).
Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2 Resultaten van het veldonderzoek bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 10: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-2.0 2.0-3.8
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand zand zand
zwak siltig, plaatselijk veenlagen zwak siltig matig siltig
donkerbruin/grijs grijs/beige/geel/bruin creme/beige
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 11. tabel 11: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1
2.8-3.8
2.18
5
6.9
EGV geleidingsvermogen µS/cm 310
troebelheid (NTU) 32
In de genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt, zodat de grondwaterstand in de peilbuizen slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waardes voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. mei ’23
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 12 weergegeven. tabel 12: afwijkende waarnemingen boring
diepte m-mv.
zintuiglijke waarnemingen
2+3 10 11 12 13 t/m 16 16+17
0.0-0.5 0.0-0.5 0.1-0.5 0.0-0.5 0.0-0.5 0.0-0.5
baksteensporen resten baksteen resten baksteen resten baksteen baksteensporen baksteensporen
grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. In het opgeboorde monstermateriaal uit de bovengrond zijn baksteensporen waargenomen. In bijlage A van de NEN-5725 wordt gesteld dat vooral bij ongedefinieerd gemengd bouw‐ en sloopafval de kans groot is dat dit asbestcementplaatmateriaal bevat (stukjes golfplaat, vlakke plaat, daklei en buis). Ook in betonpuin, vooral funderingspuin, komt incidenteel asbestcement voor in de vorm van asbestcementbuizen, verloren bekisting en stelplaatjes. In de overige soorten puin (puin van asfalt, asfalt, bakstenen, dakpannen, cement, klinkers en/of straatstenen, trottoirbanden en historisch puin) zit in de regel geen asbesthoudend materiaal en de aanwezigheid daarvan maakt een locatie niet verdacht. Indien het (puin)granulaat duidelijk visueel herkenbaar is als eenduidig materiaal en voldoende kan worden onderbouwd dat dit materiaal niet vermengd kan zijn met asbesthoudend materiaal, is de (deel)locatie niet verdacht. De waargenomen baksteensporen zijn in dit geval visueel beoordeeld als eenduidig materiaal, nl.
baksteen. Op basis van het gestelde in bijlage A van de NEN-5725 kan gesteld worden dat de grond, vanwege de aanwezigheid van baksteenresten, niet direct verdacht is voor de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
mei ’23
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
mei ’23
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 13 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonster, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 13: analyseschema Monstercode grond
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
MM1
1+4 t/m 9
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM2
2+3+10 t/m 15
0.0-0.5
baksteen
NEN-grond(*)+AS3000
MM3
1+2+3+4
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM4
16
0.5-1.0
-
minerale olie/BTEXN
1
2.8-3.8
-
NEN-grondwater(**) +AS3000
grondwater 1 (peilbuis)
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
mei ’23
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
mei ’23
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na de tabellen worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. 4.3.1
Grond en grondwater
In de tabellen 14 t/m 16 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarden. tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M10721-Terborgsew eg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
Certificaat
13847399
Toetsing
12-Beoordeling kw aliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum : 22-05-2023 - 20:47
Parameters
Toetsing
13847399-001
13847399-002
13847399-003
MM1MM1, 01: 0-50, 04: 0-40, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: MM2MM2, 0-50, 09:02: 0-50 0-50, 03: 0-50, 10: 0-50, 11: 10-50, 12: 0-50, 13: MM3MM3, 0-50, 15: 01:0-50, 100-150, 14: 0-50 01: 150-200, 02: 150-200, 03: 50-100, 03: 100-130, 03: 160-200, 04: 50-100 Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Voldoet aan Achtergrondw aarde Analyse
Eenheid
AW
T
I
SR
monster voorbehandeling
Ja
droge stof
88.9
%
BT
BC
Grond (AS3000)
Overschrijding Achtergrondw aarde BI
SR
BT
BC
Voldoet aan Achtergrondw aarde BI
Ja 88.9
90.5
SR
BT
BC
BI
Ja 90.5
91.1
91.1
gew icht artefacten g
<1
<1
<1
aard van de artefacten -
Geen
Geen
Geen
organische stof%(gloeiverlies)
2.9
2.9
2.2
2.2
1.0
1
2.0
2.0
<2
<2
<2
<2
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
METALEN +
barium
mg/kg
920
34
132
--
24
93
--
<20
54.2
--
cadmium
mg/kg
0.6
6.8
13
0.27
0.446
<=AW
0
<0.2
0.239
<=AW
0
<0.2
0.241
<=AW
0
kobalt
mg/kg
15
102
190
2.2
7.73
<=AW
0
1.9
6.68
<=AW
0
2.2
7.73
<=AW
0
koper
mg/kg
40
115
190
9.2
18.5
<=AW
0
6.5
13.4
<=AW
0
<5
7.24
<=AW
0
kw ik°
mg/kg
0.15
18
36
<0.05
0.0499
<=AW
0
<0.05
0.0502
<=AW
0
<0.05
0.0503
<=AW
0
lood
mg/kg
50
290
530
30
46.4
<=AW
0
34
53.3
WO
0.01
<10
11
<=AW
0
molybdeen
mg/kg
1.5
96
190
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
nikkel
mg/kg
35
68
100
5.6
16.3
<=AW
0
5.3
15.5
<=AW
0
6.3
18.4
<=AW
0
zink
mg/kg
140
430
720
37
85.8
<=AW
0
36
85
<=AW
0
<20
33.2
<=AW
0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
mg/kg
<0.01
0.007
<0.01
0.007
<0.01
0.007
21
40
1.487
1.49
<=AW
0
1.817
1.82
WO
0.01
0.161
0.161
<=AW
0
20
510
1000
4.9
16.9
<=AW
-
7.2
32.7
WO
0.01
4.9
24.5
<=AW
-
190
2595
5000
<20
48.3
<=AW
0
<20
63.6
<=AW
0
<20
70
<=AW
0
pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.71.5 factor)
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg factor)
MINERALE OLIE totaal olie C10 -mg/kg C40
Ve rk laring k olom m e n SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS b eheerd)
BI
SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Industrie
>I
Groter dan interventiewaarde
>IND
Groter dan industrie
Kle ur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
mei ’23
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
tabel 15: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M10721-Terborgsew eg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
Certificaat
13852415
Toetsing
12-Beoordeling kw aliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum : 22-05-2023 - 20:48
Parameters
Toetsing
13852415-001 MM4MM4, 16: 50-100 Grond (AS3000)-1 Voldoet aan Achtergrondw aarde
Analyse
Eenheid
AW
T
I
SR
monster voorbehandeling
Ja
droge stof
90.4
%
BT
BC
BI
90.4
gew icht artefacten g
<1
aard van de artefacten -
Geen
organische stof%(gloeiverlies)
2.2
2.2
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen
mg/kg
0.2
0.65
1.1
<0.05
0.159
<=AW
0
tolueen
mg/kg
0.2
16
32
<0.05
0.159
<=AW
0
ethylbenzeen mg/kg
0.2
55
110
<0.05
0.159
<=AW
0
xylenen (0.7 factor) mg/kg
0.45
8.7
17
0.07
0.318
<=AW
0
<=AW
0
totaal BTEX (0.7 factor)
0.18
naftaleen
<0.05
0.035
<20
63.6
mg/kg
MINERALE OLIE totaal olie C10 -mg/kg C40
190
2595
5000
Ve rk laring k olom m e n SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS b eheerd)
BI
SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Industrie
>I
Groter dan interventiewaarde
>IND
Groter dan industrie
Kle ur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
mei ’23
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
tabel 16: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M 10721-Te rborgs e w e g pe rce e l s e ctie M nr. 5210, Doe tinche m
Certif icaat
13852410
Toetsing
13-Be oorde ling k w alite it van grondw ate r volge ns Wbb
Toetsversie
Toe ts ve rs ie 2.0.0, toe ts k ade r WBB, SIKB ve rs ie 13.3.0, toe ts ings datum : 22-05-2023 - 20:50
Parameters
Toetsing
13852410-001 Pb1Pb1, 01-1: 280-380 Grondw ater (AS3000) Ove rs chrijding Stre e fw aarde
Analys e
Ee nhe id
S
T
I
SR
BT
BC
BI
barium
ug/l
50
338
625
57
57
>S
0.01
cadmium
ug/l
0.4
3.2
6
<0.2
0.14
<=S
-
kobalt
ug/l
20
60
100
<2
1.4
<=S
-
koper
ug/l
15
45
75
8.9
8.9
<=S
-
kw ik
ug/l
0.05
0.18
0.3
<0.05
0.035
<=S
-
lood
ug/l
15
45
75
<2
1.4
<=S
-
molybdeen
ug/l
5
152
300
<2
1.4
<=S
-
nikkel
ug/l
15
45
75
3.4
3.4
<=S
-
zink
ug/l
65
432
800
<10
7
<=S
-
M ETALEN
VLUCHTIGE AROM ATEN benzeen
ug/l
0.2
15
30
<0.2
0.14
<=S
-
tolueen
ug/l
7
504
1000
<0.2
0.14
<=S
-
ethylbenzeen ug/l
4
77
150
<0.2
0.14
<=S
-
xylenen (0.7 f actor) ug/l
0.2
35
70
0.21
0.21
<=S
-
styreen
ug/l
6
153
300
<0.2
0.14
<=S
-
naf taleen
ug/l
0.01
35
70
<0.02
0.014
<=S
-
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ug/l
7
454
900
<0.2
0.14
<=S
-
1,2-dichloorethaan ug/l
7
204
400
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichlooretheen ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
trans-1,2-dichlooretheen ug/l som (cis,trans)ug/l 1,2- dichloorethenen 0.01 (0.7 f actor) 10
20
0.14
0.14
<=S
-
dichloormethaan ug/l
1000
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
1,2-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
1,3-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
0.01
500
som dichloorpropanen ug/l (0.7 f actor) 0.8
40
80
0.42
0.42
<=S
-
tetrachlooretheen ug/l
0.01
20
40
<0.1
0.07
<=S
-
tetrachloormethaan ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,1-trichloorethaan ug/l
0.01
150
300
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,2-trichloorethaan ug/l
0.01
65
130
<0.1
0.07
<=S
-
trichlooretheenug/l
24
262
500
<0.2
0.14
<=S
-
chlorof orm
ug/l
6
203
400
<0.2
0.14
<=S
-
vinylchloride
ug/l
0.01
2.5
5
<0.2
0.14
<=S
-
630
<0.2
0.14
---
600
<50
35
<=S
tribroommethaan ug/l
M INERALE OLIE totaal olie C10 -ug/l C40
50
325
-
Ve rk laring k olom m e n SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS b eheerd)
BI
SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Industrie
>I
Groter dan interventiewaarde
>IND
Groter dan industrie
Kle ur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
mei ’23
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
interpretatie onderzoeksresultaten grond en grondwater In tabel 17 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 17: samenvatting toetsresultaten Mengmonster grond
Boringen
Diepte
Zintuiglijk
>AW / S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
MM1
1+4 t/m 9
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM2
2+3+ 10 t/m 15
0.0-0.5
baksteen
-
-
Wonen*
MM3
1+2+3+4
0.5-2.0
-
lood, PAK’s (som 10), PCB’s (som 7) -
-
-
Achtergrondwaarde*
MM4 16 grondwater
0.5-1.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
Pb1
1
2.8-3.8
-
barium
-
-
n.v.t.
>AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte kwik (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) en PCB’s (som 7) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten kwik (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) en PCB’s (som 7) in het bovengrondmengmonster MM2 zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen mogelijk deels te relateren aan de waargenomen baksteenresten in het monstermateriaal. In algemene zin geldt dat in gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. PAK’s, zware metalen en/of PCB’s in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Zware metalen, zoals cadmium, koper, kwik, lood, nikkel en zink, bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu.
De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.
mei ’23
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Terborgseweg perceel sectie M nr. 5210, Doetinchem
Zware metalen bezitten veelal een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan sliben kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) omvat een groep van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen, die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. Ze kunnen zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s kunnen ook worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten.
In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. Ten aanzien van de gemeten gehalten aan PCB’s (som) wordt vermeld dat PCB's polychloorbifenylen) al tientallen jaren in de belangstelling staan als bedreiging voor de volksgezondheid. Dat danken ze aan een slechte afbreekbaarheid, een neiging tot stapelen in dierlijk (en dus ook humaan) vetweefsel en uiteenlopende toxische eigenschappen. Verspreiding van persistente verontreinigingen gaat hoofdzakelijk via de lucht, ze komen vervolgens terecht op gewassen, de bodem en in water. Door hun lipofiele eigenschappen (vetoplosbaar) treedt vervolgens stapeling op in met name dierlijk vetweefsel. PCB’s zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB's in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB's van ongeveer 1930 tot 1980. Polychloorbifenylen (PCB’s) zijn op zeer uiteenlopende manieren toegepast: als isolatie vloeistof in transformatoren en condensatoren, als hydraulische- of warmtegeleidingsvloeistoffen, koelvloeistof, smeermiddel en weekmaker in kunststoffen, en verder in verf, inkt, lak, kit, lijm, koolstofvrij kopieerpapier en bestrijdingsmiddelen.
Aangezien productie en gebruik van PCB's sinds 1985 volledig zijn verboden, zijn dit soort PCB-houdende producten al lange tijd niet meer in de handel. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonsters MM3 en MM4 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.