04_02_04_Bijlage 4 onderbouwing - Rapport verkennend (asbest)bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740, NEN5707 en NEN5897 IJzevoordseweg 7 - Doetinchem
Opdrachtgever: Ad Fontem Locatie: IJzevoordseweg 7 7004 HV Doetinchem Juli 2023
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 Bankgegevens: KvK: 06068751 ABN AMRO: BTW-nr: NL 8019.25.125.B01 NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend (asbest)Bodemonderzoek conform NEN5740, NEN5707 en NEN5897 IJzevoordseweg 7 - Doetinchem
Opdrachtgever: Ad Fontem Stationsstraat 37 7622 LW Borne Locatie: IJzevoordseweg 7 7004 HV Doetinchem Projectcode: 23039016 Rapportagedatum: 18 juli 2023 Projectleider: De heer ing. J. Lammers Auteur: Mevrouw E. Koppelman Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
3 3 3 5
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
6 6 8 8 9 10
4
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses
11 11 11 14 15 15 16
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
17
6
Literatuur en bronvermelding
20
Bijlagen I
Regionale ligging locatie Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juli 2023 II Boorstaten en legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses en toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 23039016
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Ad Fontem op een terreindeel op aan IJzevoordseweg 7 in Doetinchem door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is een bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een compensatiewoning in het kader van een rood voor rood regeling. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de nieuwbouwplannen. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er 2 (voormalige) tanklocaties, 2 (voormalige) asbestverdachte druppelzones en een puinverharding aanwezig zijn. De tanklocaties, druppelzones en puinverharding worden beschouwd als verdachte deellocaties. De bovengrond van de onderzoekslocatie wordt, vanwege de ligging op een voormalig agrarisch erf, als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van asbest. Verder wordt de onderzoekslocatie beschouwd als onverdacht voor chemische componenten uit het NEN5740-standaardpakket. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem.
Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN5897+C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op verdachte (deel)locaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern(en) ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater.
De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre asbest in grond of puin de normwaarde overschrijdt. Het veldwerk is uitgevoerd in juni 2023 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.
Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 1 van 20
In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 2 van 20
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de IJzevoordseweg 7 in Doetinchem, op circa 2.0 kilometer ten oosten van de bebouwde kom van Doetinchem. Het centrale punt binnen het te onderzoeken terrein heeft de coördinaten x = 221.221 en y = 443.141. Het terrein is kadastraal bekend als: gemeente Ambt-Doetinchem, sectie D, nummers 2245, 2482 en 2483. De IJzevoordseweg bevindt zich ten zuiden van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is een voormalig agrarisch erf. De locatie is deels bebouwd met een bestaande, te slopen woning, een fietsenberging (voormalig kookhuis) en 2 te slopen schuren. Inpandig zijn er betonvloeren en mestkelders aanwezig. De asbesthoudende golfplaten van de (westelijk gelegen) varkensschuur zijn recent gesaneerd, aan de zuidzijde was sprake van een druppelzone. Op de oostelijk gelegen schuur liggen asbesthoudende golfplaten. De dakgoot is aan de oostzijde beschadigd, waardoor hemelwater afwatert op onverhard terrein. Hier is eveneens sprake van een druppelzone. De oprit en het onbebouwde deel tussen de bestaande woning en de oostelijk gelegen te slopen schuur is verhard met puingranulaat. Het overige onbebouwde deel van de onderzoekslocatie is deels verhard met klinkers en tegels. De rest van het te onderzoeken terrein is onverhard en begroeid met gras, bomen en struiken.
Tot circa 2000 waren er op het noordelijk terreindeel 2 varkensschuren gelegen die inmiddels gesloopt zijn (bron: milieutekening november 1998 en www.topotijdreis.nl). De nieuwe compensatiewoning is ter plekke van de oostelijk gelegen schuur gepland. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning vanwege de nieuwbouw van een compensatiewoning (rood-voor-rood regeling), en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem. De onderzoekslocatie is deels bebouwd, deels verhard en omvat circa 4925 m² en bestaat uit: - voormalig agrarisch erf (circa 4660 m2); - verdachte deellocatie A: 2 voormalige tanklocaties (circa 65 m2); - verdachte deellocatie B: voormalige asbestverdachte druppelzone (circa 30 m2); - verdachte deellocatie C: asbestverdachte druppelzone ter plekke van beschadigde dakgoot (circa 2 m2); - verdachte deellocatie D: puinverharding (circa 200 m2). In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en is het boorplan van dit verkennend bodemonderzoek opgenomen. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein.
Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft een woonbestemming. De bestaande woning en schuren dateren van circa 1910; Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 3 van 20
- de onderzoekslocatie betreft een voormalig agrarisch erf. In 1978 is een Hinderwetvergunning afgegeven voor een landbouwbedrijf (varkens- en rundveehouderij); - direct ten westen van de bestaande woning bevindt zich een ondergrondse huisbrandolietank met een inhoud van 3000 liter. De tank is niet meer in gebruik en gevuld met zand. Direct ten oosten van de overkapping bevond zich in het verleden een bovengrondse dieseltank met een inhoud van 1200 liter. Er zijn bij de gemeente Doetinchem geen gegevens over de sanering van beide tanks bekend. In overleg met de gemeente Doetinchem worden de ondergrondse tanklocatie en de voormalige bovengrondse tanklocatie gezamenlijk als 1 verdachte deellocatie onderzocht (verdachte deellocatie A: 2 voormalige tanklocaties, zie boorplan); - voor zover bekend is de onderzoekslocatie verder nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend is de onderzoekslocatie verder in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - de asbestverdachte golfplaten op de (westelijk gelegen) varkensschuur zijn recent gesaneerd. Aan de zuidzijde van deze schuur was sprake van een druppelzone (verdachte deellocatie B); - op het dak van de oostelijk gelegen schuur bevinden zich asbesthoudende golfplaten.
Aan de westzijde water hemelwater af op verhard terrein (geen druppelzone). De dakgoot aan de oostzijde is op twee plekken beschadigd waardoor het water alsnog op de onverharde bodem stroomt, en er sprake is van een druppelzone (verdachte deellocatie C); - het erf tussen de bestaande woning en oostelijk gelegen schuur is verhard met puin. Deze verhardingslaag is verdacht voor de aanwezigheid van asbest (verdachte deellocatie D, zie boorplan); - er bevinden zich, voor zover bekend, geen asbesthoudende beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg; - de bovengrond ter plekke de onderzoekslocatie wordt vanwege het gebruik als agrarisch erf beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van asbest; - volgens de Bodemkwaliteitskaart Regio Achterhoek (Lievense Milieu BV, d.d. 15 december 2020) vallen de boven- en ondergrond in functieklasse “functieklasse “Landbouw/natuur”; - in september 2004 is er door Tebodin een historisch onderzoek op het perceel uitgevoerd. Het rapport en de resultaten hiervan zijn bij de opdrachtgever, de gemeente Dalfsen en bij ons bureau niet bekend. Verder hebben er, voor zover bekend, niet eerder bodemonderzoeken op of nabij de huidige onderzoekslocatie (< 50 meter) plaatsgevonden. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Bron
Specificatie
Opdrachtgever
Huidig en voormalig gebruik
Ja
Gemeente Doetinchem
Milieuhygiënische en historische bodeminformatie
Ja
Omgevingsrapportage
https://www.gelderland.omghevingsrapportage.nl/
Ja
Archief Kruse Milieu BV
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken
Nee
Google Maps
https://www.google.nl/maps
Ja
Topotijdreis
https://www.topotijdreis.nl/
Ja
BAG-viewer
https://bagviewer.kadaster.nl/
Ja
Perceelloep
https://perceelloep.nl/
Ja
Ruimtelijke plannen
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/
Ja
Grondwatertools
https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/
Ja
Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Relevante informatie
Pagina 4 van 20
Vervolg tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Relevante informatie
Bron
Specificatie
DINO-loket
https://www.dinoloket.nl/
Ja
AHN-viewer
https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/
Ja
Bodemkwaliteitskaart
Bodemkwaliteitskaart Regio Achterhoek, Lievense Milieu BV, d.d. 15 december 2020
Ja
Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 17 meter boven NAP; - de deklaag bestaat tot circa 2.0 meter minus maaiveld (m-mv) uit zandige eenheden (Formatie van Boxtel). Het doorlatend vermogen bedraagt maximaal 5 m2/dag. Daaronder bevinden zich tot circa 52 m-mv zandige eenheden van de Formaties van Boxtel, Kreftenheye, Peize, Waalre en Oosterhout. met een maximaal doorlatend vermogen van circa 1000 m2/dag. Onder het zand bevindt zich tot circa 53.5 m-mv klei van de Formatie van Oosterhout; - de grondwaterspiegel bevindt zich circa 1.5 meter onder het maaiveld. Het grondwater stroomt vermoedelijk in noordwestelijke richting; - de onderzoekslocatie is niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied gelegen; - op circa 700 meter ten noordwesten van de onderzoekslocatie stroomt de Zelhemse Beek. De invloed hiervan op de freatische grondwaterstand en grondwaterstromingsrichting is bij ons bureau niet bekend.
Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 5 van 20
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN5897 + C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017 In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Voormalig agrarisch erf (circa 4660 m2) De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de norm NEN5740 (onverdachte, niet-lijnvormige locatie, ONV-NL) en de norm NEN5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE). Beide strategieën worden met elkaar gecombineerd.
Er worden op een terreindeel met een oppervlakte van circa 4660 m² in totaal 15 inspectiegaten gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter. Er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 m-mv. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Er worden 4 inspectiegaten doorgezet in de diepere ondergrond. Er wordt 1 diepe boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt met een peilbuis voor het meten van de grondwatergegevens en het nemen van een grondwatermonsters (PB 1). De inspectiegaten worden gecodeerd als inspectiegat 1 tot en met 15 Deellocatie A: 2 voormalige tanklocaties (circa 65 m2) De 2 voormalige tanklocaties worden, in overleg met de gemeente Doetinchem, gezamenlijk onderzocht. De voormalige tanklocaties worden beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van minerale olie in de grond en van minerale olie en BTEXN in het grondwater. De hypothese “verdachte locatie” uit NEN5740 wordt voor deze deellocatie gebruikt. De onderzoeksstrategie op deze deellocatie is gebaseerd op de NEN5740, paragraaf 5.3: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP).
Er worden 4 boringen uitgevoerd, waarvan 2 tot 1.0 meter diepte en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er wordt 1 diepe boring afgewerkt met een peilbuis (PB A1). Vooralsnog wordt aangenomen dat zintuiglijk geen verontreiniging wordt waargenomen. De boringen worden gecodeerd als A1, A2, A3 en A4. Deellocatie B: voormalige asbestverdachte druppelzone (circa 30 m2) De druppelzone wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. De hypothese “verdachte locatie" uit NEN5707 wordt voor de druppelzone gebruikt. De onderzoeksstrategie op deze deellocaties is gebaseerd op de NEN5707, paragraaf 6.4.5: “verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)”. Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 6 van 20
Bij een druppelzone van 10 - 100 m2 dienen 3 inspectiegaten gegraven te worden. De inspectiegaten hebben een lengte en breedte van minimaal 0.3 x 0.3 meter. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Alleen de toplaag (0 tot 0.1 mmv) wordt bemonsterd. De gaten in de druppelzone worden gecodeerd als B1, B2 en B3 Deellocatie C: asbestverdachte druppelzone ter plekke van beschadigde dakgoot (circa 2 m2) De dakgoot is op twee plaatsen beschadigd, waardoor hemelwater alsnog op de onverharde bodem stroomt. De druppelzone wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. De hypothese “verdachte locatie" uit NEN5707 wordt voor de druppelzones gebruikt. De onderzoeksstrategie op deze deellocaties is gebaseerd op de NEN5707, paragraaf 6.4.5: “verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)”. Er worden 2 inspectiegaten gegraven met een lengte en breedte van minimaal 0.3 x 0.3 meter. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Alleen de toplaag (0 tot 0.1 m-mv) wordt bemonsterd. De gaten in de druppelzone worden gecodeerd als C1 en C2.
Deellocatie D: Puinverharding (circa 200 m2) De ouderdom, herkomst en kwaliteit van het puin in de puinweg zijn onbekend. De puinweg is verdacht voor de aanwezigheid van asbest en wordt onderzocht conform norm NEN5897, asbestonderzoek van halfverhardingslagen. Ter plekke van de puinweg worden in totaal 4 inspectiegaten gegraven met een minimale lengte en breedte van minimaal 0.3 meter, tot de onderzijde van de puinlaag. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. De gaten worden gecodeerd als inspectiegat D1, D2, D3 en D4. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017.
Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan.
Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 7 van 20
Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door AL-West BV te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door AL-West BV in Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 2: Analysepakket per (meng)monster. Monster
Analysepakket Voormalig agrarisch erf (4660 m2)
Bovengrond (2x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Bovengrond (3x)
Asbest en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Deellocatie A: 2 voormalige tanklocaties (circa 65 m2)
Bovengrond (1x) ondergrond (1x)
Grondwater (1x)
Minerale olie, organische stof en droge stof
Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Deellocatie B: voormalige asbestverdachte druppelzone (circa 30 m2)
Bovengrond (1x)
Asbest en droge stof
Deellocatie C: asbestverdachte druppelzone ter plekke van beschadigde dakgoot (circa 2 m2)
Bovengrond (1x)
Asbest en droge stof
Deellocatie D: puinverharding (circa 200 m2)
Bovengrond (1)
Kruse Milieu BV
Asbest en droge stof
Project: 23039016
Pagina 8 van 20
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.
Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging;
interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig.
Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde.
Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 9 van 20
De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de 20 juli 2021 (aangepaste) door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. Toetsing asbestanalyses De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS).
Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen <0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 10 van 20
4
Resultaten Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven en besproken in paragraaf 4.3 en 4.4. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven en besproken in paragraaf 4.5 en 4.6. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in juni 2023 uitgevoerd door de heren J. Hartman en N. Pepping. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaat-nummer K44441/09). De veldwerkers zijn geassisteerd door de heren B. Oude Hengel en M. Döbber. Voormalig agrarisch erf Op 14 juni 2023 is er 1 inspectiegat gegraven (handmatig met een schop). De boring is met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor doorgezet tot circa 3.30 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (PB 1). Er zijn geen grondmonsters genomen uit monsterpunt 1 vanwege de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Monsterpunt 1 is op een later moment opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (boring 1A). Op 27 juni 2023 is er 1 boring (boring 4) verricht en zijn er, na maaiveldinspectie, in totaal 14 inspectiegaten gegraven, waarvan 1 naast de peilbuis. De gaten zijn handmatig met een schop gegraven.
Ter plekke van inspectiegat 7 is onder de klinkerverharding vanaf 0.08 een laag puingranulaat met een dikte van circa 0.35 aangetroffen. Ter plekke van (inpandig) inspectiegat 13 is onder de betonverharding vanaf 0.05 een laag volledig puin aangetroffen met een dikte van circa 0.25 meter. Er zijn, met behulp van een Edelmanboor, 4 inspectiegaten doorgezet in de diepere ondergrond. De laag puingranulaat uit inspectiegat 7 en de laag volledig puin uit inspectiegat 13 bestaan uit meer dan 50% uit bodemvreemd materiaal en voldoen niet aan de definitie voor bodem. Deze lagen vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het puingranulaat ter plekke van inspectiegat 7 is recent aangebracht en geleverd met certificaat. Het puingranulaat wordt als onverdacht beschouwd voor asbest. In de puinlaag zijn visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Na de sloop dient men alert te zijn op asbestnesten. In de huidige situatie is dit niet goed te onderzoeken. Deellocatie A: 2 voormalige tanklocaties Er zijn op 14 juni 2023 in totaal 4 boringen met behulp van een Edelmanboor verricht. Er zijn 2 boringen met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de diepere ondergrond. Er is 1 diepe boring met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor doorgezet tot 3.5 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (PB A1).
Er is zintuiglijk geen minerale olie in de grond of in het grondwater (geen oliegeur, geen olie/water-reactie) ter plekke van de voormalige tanklocaties waargenomen. Deellocatie B voormalige asbestverdachte druppelzone Op 14 juni 2023 zijn er 3 inspectiegaten tot 0.5 m-mv in de druppelzone gegraven. Er zijn visueel geen asbestverdachte materialen opgemerkt. Deellocatie C: asbestverdachte druppelzone ter plekke van beschadigde dakgoot Op 14 juni 2023 zijn er 2 inspectiegaten (ter plekke van de beschadigde dakgoot) tot 0.5 m-mv gegraven. Er zijn visueel geen asbestverdachte materialen opgemerkt.
Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 11 van 20
Deellocatie D: puinverharding Op 14 juni 2023 zijn er, na maaiveldinspectie, in totaal 4 inspectiegaten gegraven tot maximaal 1.0 m-mv. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op en in de puinweg waargenomen. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van klinkers, tegels, beton en gras, niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw bestaat globaal uit matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus zand. In de ondergrond van monsterpunt 1, 1A en A1 zijn sterk zandige leemlagen aangetroffen met een dikte van maximaal 0.4 meter. Ter plekke van de puinverharding (deellocatie D) is de bodem sterk leisteenhoudend. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen (plaatselijk sterk oerhoudend) aangetroffen.
Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen aangetroffen. Deze zijn in tabel 3 weergegeven. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld, in het puingranulaat en in de bodem. Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt
Diepte (m-mv)
Waarneming Voormalig agrarisch erf
1
0.10 - 0.20
Zwak puinhoudend
1A
0.10 - 0.20
Zwak puinhoudend
6
0 - 0.50
Sporen puin
7
0.08 - 0.43
Puingranulaat
8
0 - 0.40
Sporen puin
9
0 - 0.50
Sporen puin
10
0 - 0.25
Sporen puin
11
0 - 0.50
Sporen puin
12
0.04 - 0.35
Sporen puin
13
0.05 - 0.30
Volledig puin
14
0 - 0.50
Sporen puin
15
0 - 0.30
Uiterst puinhoudend
Deellocatie A: 2 voormalige tanklocaties
A4
0 - 0.95
Sporen baksteen
Deellocatie B: voormalige asbestverdachte druppelzone
B1
0 - 0.10
Sporen puin
B2
0 - 0.10
Sporen puin
Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 12 van 20
Vervolg tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt
Diepte (m-mv)
Waarneming
Deellocatie C:asbestverdachte druppelzone ter plekke van beschadigde dakgoot
C1
0 - 10
Sporen puin
C2
0 - 0.25
Sporen puin
Deellocatie D: puinverharding
D1
0 - 0.55
Sterk slakkenhoudend, zwak puinhoudend, sterk asfalthoudend
D2
0 - 0.25
Matig slakkenhoudend, sporen puin, zwak asfalthoudend
D3
0 - 0.15
Volledig slakkenhoudend, sporen puin, zwak asfalthoudend
D4
0 - 0.25
Volledig slakkenhoudend, sporen puin, zwak asfalthoudend
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 4 staat omschreven. Tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m-mv)
Analyse
Voormalig agrarisch erf
BG I (puinhoudend)
6, 9, 11 en 14 8 10 13
0 - 0.50 0 - 0.40 0 - 0.25 0.30 - 0.60
NEN5740standaardpakket
BG II (zintuiglijk schoon)
1A 2 3 en 5 4 7
0.20 - 0.60 0.06 - 0.35 0 - 0.50 0.07 - 0.55 0.43 - 0.75
NEN5740standaardpakket
OG (zintuiglijk schoon)
1A 2 2 3 3 4 4
1.20 - 1.70 0.75 - 1.20 1.70 - 2.00 1.00 - 1.50 1.50 - 2.00 0.65 - 1.00 1.00 - 1.65
NEN5740standaardpakket
MM FF - 01
1A 11 13 14
0.10 - 0.20 0 - 0.50 0.05 - 0.30 0 - 0.50
Asbest
MM FF - 02
8 9 10 12
0 - 0.40 0 - 0.50 0 - 0.25 0.04 - 0.35
Asbest
FF - Gat 15
15
0 - 0.30
Asbest
Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 13 van 20
Vervolg tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m-mv)
Analyse
Deellocatie A: 2 voormalige tanklocaties
A - BG
A3 en A4
0 - 0.50
Minerale olie
A - OG
A1 en A2
1.50 - 2.00
Minerale olie
Deellocatie B: voormalige asbestverdachte druppelzone
MM FF - B
B1, B2 en B3
0 - 0.10
Asbest
Deellocatie C: asbestverdachte druppelzone ter plekke van beschadigde dakgoot
MM FF - C
C1 en C2
0 - 0.10
Asbest
Boring 1 en A1 zijn doorgezet tot circa 3.30 m-mv en 3.50 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om de PVC-peilbuizen te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van de filters, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in de boorgaten gestort. Rondom de filters is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in de boorgaten gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van de boorgaten is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 27 juni 2023 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
PB 1
2.30 - 3.30
1.50
7.1
767
8.9
Goed
PB A1
2.50 - 3.50
1.80
7.8
521
9.5
Goed
pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde <10 worden als normaal beschouwd. Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 14 van 20
Ter plekke van het voormalig agrarisch erf zijn in de bovengrond (BG I) en in het grondwater (PB 1) enkele (zeer) licht verhoogde concentraties aangetoond. In de bovengrond (BG II) en in de ondergrond (OG) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Ter plekke van deellocatie A (2 voormalige tanklocaties) zijn zowel in de boven- en ondergrond (A - BG en A - OG) als in het grondwater (PB A1) geen verontreinigingen aangetoond. De gemeten waarden liggen onder de achtergrond- en streefwaarden. De verhoogde concentraties worden weergegeven in tabel 6. Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l). Monster
Component
Gemeten concentratie
GSSD
Achtergrond1- of streefwaarde
Interventiewaarde
Voormalig agrarisch erf
1
BG I
Zink PCB PAK
87 0.022 1.5
155 * 0.062 * 1.51 *
140 0.02 1.5
720 1.0 40
PB 1
Barium
260
260 *
50
625
AW2000
In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner dan of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner dan of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner dan of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond BG I - Zink, PCB en PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen (zoals zink) en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Het licht verhoogde PCB-gehalte kan mogelijk verklaard worden door de aangetroffen bodemvreemde materialen (puin). Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater PB 1 - Barium Het licht verhoogde bariumgehalte in het grondwater van peilbuis 1 is waarschijnlijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem.
Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Resultaten asbestanalyses In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In enkele (meng)monsters van de fijne fractie is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten zijn in tabel 7 weergegeven. Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 15 van 20
Tabel 7: Gewogen asbestconcentraties verkennend asbestonderzoek (mg/kg droge stof). Monster
Component
Gewogen asbestconcentratie
Toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek
Voormalig agrarisch erf
MM FF - 01
Asbest
< 2.0
50
MM FF - 02
Asbest
< 2.0
50
FF - Gat 15
Asbest
< 2.0
50
Deellocatie B: voormalige asbestverdachte druppelzone
MM FF - B
Asbest
7.4
50
Deellocatie C: asbestverdachte druppelzone ter plekke van beschadigde dakgoot
MM FF - C
Asbest
190
50
Deellocatie D: puinverharding
MM FF - Puin
Asbest
3.0
50
In de derde kolom van tabel 7 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.
Bespreking resultaten asbestanalyses Voormalig agrarisch erf Zoals in paragraaf 4.5 is weergegeven, is er in de mengmonsters van de fijne fractie MM FF 01, MM FF - 02 en FF - Gat 15 geen asbest aangetoond. Deellocatie B : voormalige asbestverdachte druppelzone In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - B is asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Deellocatie C: asbestverdachte druppelzone ter plekke van beschadigde dakgoot In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - C is asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte is hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek en hoger dan de interventiewaarde (100 mg/kg). In het kader van de voorgenomen herontwikkeling van het terrein is sanering van de sterke verontreiniging noodzakelijk. De omvang van de sterk met asbest verontreinigde bodem is circa 1 m2 x 0.5 meter diepte = circa 0.5 m3 per deellocatie, ofwel circa 1 m3 in totaal. Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. De sterk verontreinigde grond mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag (provincie Gelderland). Voorafgaande aan de sanering dient een grondsaneringsplan opgesteld te worden en goedgekeurd te worden door het bevoegd gezag. Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd.
Deellocatie D: puinverharding In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - Puin is asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 16 van 20
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van Ad Fontem is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terrein ter grootte van circa 4925 m², aan de IJzevoordseweg 7 in Doetinchem. De onderzoekslocatie is deels bebouwd met bestaande, te slopen woning, een fietsenberging (voormalig kookhuis) en 2 te slopen schuren. Inpandig zijn er betonvloeren en mestkelders aanwezig. Het onbebouwde deel is deels verhard met klinkers, tegels en puingranulaat en deels onverhard en begroeid met gras, struiken en bomen. De aanleiding van dit onderzoek is een bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een compensatiewoning in het kader van een rood voor rood regeling. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er 2 (voormalige) tanklocaties, 2 (voormalige) asbestverdachte druppelzones en een puinverharding aanwezig zijn. De tanklocaties, druppelzones en puinverharding worden beschouwd als verdachte deellocaties. De bovengrond van de onderzoekslocatie wordt, vanwege de ligging op een voormalig agrarisch erf, als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van asbest.
Verder wordt de onderzoekslocatie beschouwd als onverdacht voor chemische componenten uit het NEN5740-standaardpakket. Resultaten veldwerk In totaal zijn er in totaal 24 inspectiegaten gegraven en 5 boringen verricht. Er zijn 2 monsterpunten afgewerkt met een peilbuis (PB 1 en PB A1). Ter plekke van inspectiegat 7 is onder de klinkerverharding vanaf 0.08 een laag puingranulaat met een dikte van circa 0.35 aangetroffen. Ter plekke van (inpandig) inspectiegat 13 is onder de betonverharding vanaf 0.05 een laag volledig puin aangetroffen met een dikte van circa 0.25 meter. De laag puingranulaat uit inspectiegat 7 en de laag volledig puin uit inspectiegat 13 bestaan uit meer dan 50% uit bodemvreemd materiaal en voldoen niet aan de definitie voor bodem. Deze lagen vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het puingranulaat ter plekke van inspectiegat 7 is recent aangebracht en geleverd met certificaat. Het puingranulaat wordt als onverdacht beschouwd voor asbest. In de puinlaag zijn visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus zand. In de ondergrond van monsterpunt 1, 1A en A1 zijn sterk zandige leemlagen aangetroffen met een dikte van maximaal 0.4 meter. Ter plekke van de puinverharding (deellocatie D) is de bodem sterk leisteenhoudend.
In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen (plaatselijk sterk oerhoudend) aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen aangetroffen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld, in het puingranulaat en in de bodem. Het freatische grondwater in de peilbuizen is aangetroffen op gemiddeld 1.66 m-mv. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Voormalig agrarisch erf (circa 4660 m2) - de bovengrond (BG I) is (zeer) licht verontreinigd met zink, PCB en PAK; - de bovengrond (BG II) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd met barium; - mengmonsters MM FF - 01, MM FF - 02 en FF - Gat 15 zijn niet verontreinigd met asbest. Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 17 van 20
Deellocatie A: 2 voormalige tanklocaties (circa 65 m2) - de bovengrond (A - BG) is niet verontreinigd met minerale olie; - de ondergrond (A - OG) is niet verontreinigd met minerale olie; - het grondwater (PB A1) is niet verontreinigd met minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX) of naftaleen. Deellocatie B: voormalige asbestverdachte druppelzone (circa 30 m2) - mengmonster MM FF - B is asbesthoudend. Het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.
Deellocatie C: asbestverdachte druppelzone ter plekke van beschadigde dakgoot (circa 2 m2) - mengmonster MM FF - C is asbesthoudend. Het gewogen asbestgehalte is hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek en hoger dan de interventiewaarde (100 mg/kg). Deellocatie D: puinverharding (circa 200 m2) - mengmonster MM FF - Puin is asbesthoudend. Het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek
Hypothese De hypothese “onverdachte locatie” dient, met betrekking tot het voormalig agrarisch erf, formeel gezien te worden verworpen aangezien er enkele overschrijdingen van de achtergronden streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese “verdachte locatie” kan, met betrekking tot deellocatie A (2 voormalige tanklocaties) worden verworpen aangezien er geen overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "verdacht voor de aanwezigheid van asbest” kan, met betrekking tot het voormalig agrarisch erf worden verworpen, aangezien er geen asbest is aangetoond. De hypothese "verdacht voor de aanwezigheid van asbest” dient, met betrekking tot deellocatie B (voormalige asbestverdachte druppelzone), deellocatie C (asbestverdachte druppelzone ter plekke van beschadigede dakgoot) en deellocatie D (puinverharding) te worden aangenomen, aangezien er asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I) en in het grondwater (PB 1) zijn enkele (zeer) licht verhoogde concentraties aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de boven- en ondergrond (BG II, OG, A - BG en A - OG) en in het grondwater (PB A1) zijn geen gehalten boven de achtergrond- en streefwaarden gemeten.
Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MMM FF - 02 en FF - Gat 15 is geen asbest aangetoond. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - B en MM FF - Puin is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten liggen ruim onder de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek (50 mg/kg droge stof). In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - C is asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte is hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek en hoger dan de interventiewaarde (100 mg/kg droge stof). Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 18 van 20
In het kader van de voorgenomen herontwikkeling van het terrein is sanering van de sterke asbestverontreiniging noodzakelijk. De omvang van de sterk met asbest verontreinigde bodem is circa 1 m2 x 0.5 meter diepte = circa 0.5 m3 per deellocatie, ofwel circa 1 m3 in totaal. Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. De sterk verontreinigde grond mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag (provincie Gelderland). Voorafgaande aan de sanering dient een grondsaneringsplan opgesteld te worden en goedgekeurd te worden door het bevoegd gezag. Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd. Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen.
Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 19 van 20
6
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de gemeente Doetinchem NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 NEN5897+C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017 “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, versie december 2021 Notitie Risicogrenzen ten behoeve van vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX (INEV’s), RIVM 20 juli 2021 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 41 A, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Gelderland www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl
Kruse Milieu BV
Project: 23039016
Pagina 20 van 20
Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juli 2023
IJzevoordseweg 7 in Doetinchem
Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster
Topografische kaart Projectnummer: 23039016 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 41 A
Ad Fontem IJzevoordseweg 7 7004 HV Doetinchem
Verkennend bodemonderzoek
weiland
tuin
10
8
11
weiland
tuin
9
tuin
1
2
6
D4 puin
C1
7
A4 B1
4
A3 A1 A2 B3
B2
13
D3
12
Beschadigde dakgoot
beton
weiland
C2
gras
14
D2
5 3
puin
gras
D1
15
gras
weiland
= Onderzoekslocatie = Toekomstige situatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
25
0
Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Veldwerker: JH/NP
Projectcode Schaal Datum
Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl Tekenaar: JL
: 23039016 : 1:500 (A3-formaat) : Juli 2023
Bijlage II Boorstaten
1
0
1
bet on / cm t ov m aaiveld
50
30x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, zwak puin, gf1,9kg. ff11,3kg
100
31x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin
150
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker zwart , beige, sporen oer leem , st erk zandig, neut raal grijs, sporen roest
200 230
zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, sporen roest
0
-20
0
1A
-120
-330
bet on / cm t ov m aaiveld 1 2
50
3 100
4 5
150
30x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, zwak puin, gf1,9kg. ff11,3kg 31x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker zwart , beige, sporen oer leem , st erk zandig, neut raal grijs, sporen roest
200
zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, sporen roest
300
4
5
150
200 t ype dat um boorm eest er
6
0 -10
3
1
-60
-90 -120
0
-300
3
1 2 3
0
onderzoek project code get ekend conform project leider
IJze voor d se w e g 7 - D oe t in ch e m 23039016 N EN 5 1 0 4 Je r oe n La m m e r s
bet on / cm t ov m aaiveld
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, licht grijs, geel, sporen roest , edelm an zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, geel, sporen oer, edelm an
5
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest , edelm an
5
in sp e ct ie g a t 2 7 -0 6 -2 0 2 3 J. H a r t m a n
0 -6 -35
-55
-75 -120 -170 -200
0
-50
-100
-150
-200
0 -7
-55
-65
-100
-200
g r on d b or in g 2 7 -0 6 -2 0 2 3 J. H a r t m a n
50
bodem profielen sch a a l 1 :5 0
edelm an
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, m at ig roest , edelm an
gras / cm t ov m aaiveld
1
t ype dat um boorm eest er
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, geel, st erk roest , edelm an
4 150
200
31x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, zwak roest , edelm an
4
50
t ype dat um boorm eest er
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, licht grijs, geel, st erk roest
in sp e ct ie g a t 2 7 -0 6 -2 0 2 3 J. H a r t m a n
100
in sp e ct ie g a t 2 7 -0 6 -2 0 2 3 J. H a r t m a n
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, st erk oer
2
150
t ype dat um boorm eest er
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, sporen roest , edelm an
4 -20
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht geel, bruin, sporen oer, zwak t eelaarde
t uin / cm t ov m aaiveld
50
200
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal wit
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest
in sp e ct ie g a t 2 7 -0 6 -2 0 2 3 J. H a r t m a n
100
250
t ype dat um boorm eest er
3
100
0
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 4 -0 6 -2 0 2 3 N . Pe p p in g
2
-60
-90
t egel / cm t ov m aaiveld 1
50
300
t ype dat um boorm eest er
2
-10
250
330
0
30x31cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer, sporen wort els
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer, sporen wort els, edelm an zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, rood, uit erst oer, edelm an
0
-50
-70
-75
0
6
gras / cm t ov m aaiveld
1 50
t ype dat um boorm eest er 0
t ype dat um boorm eest er 0
50 t ype dat um boorm eest er 0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, geel, edelm an
in sp e ct ie g a t 2 7 -0 6 -2 0 2 3 J. H a r t m a n
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, st erk oer, edelm an
7
50
bet ongrasklinker
klinker / cm t ov m aaiveld
1
in sp e ct ie g a t 2 7 -0 6 -2 0 2 3 J. H a r t m a n
0
50 t ype dat um boorm eest er 0
1
9
gras / cm t ov m aaiveld
2
in sp e ct ie g a t 2 7 -0 6 -2 0 2 3 J. H a r t m a n
10
1
11
in sp e ct ie g a t 2 7 -0 6 -2 0 2 3 J. H a r t m a n
31x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen puin, sporen zand, edelm an
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an gras / cm t ov m aaiveld
31x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen puin zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, rood, zwak oer, edelm an
in sp e ct ie g a t 2 7 -0 6 -2 0 2 3 J. H a r t m a n
gras / cm t ov m aaiveld
1
t ype dat um boorm eest er
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen puin, edelm an zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht bruin, geel, zwak roest , edelm an
in sp e ct ie g a t 2 7 -0 6 -2 0 2 3 J. H a r t m a n
50
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer
gras / cm t ov m aaiveld
1
t ype dat um boorm eest er
35x30cm , ext reem hard, puingranulaat
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, uit erst oer
8
50
31x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen puin
32x31cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen puin, zwak wort els zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , grijs, edelm an
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform project leider
0
-50
-70 -75 0
0
12
50 t ype dat um boorm eest er 0
2
-75
t ype dat um boorm eest er
-80 0
-40
-50
0
0
-70
0
-25 -50
0
-50
-60
IJze voor d se w e g 7 - D oe t in ch e m 23039016 N EN 5 1 0 4 Je r oe n La m m e r s
1
2
in sp e ct ie g a t 2 7 -0 6 -2 0 2 3 J. H a r t m a n
50 t ype dat um boorm eest er
14
30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen puin
gras / cm t ov m aaiveld
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen puin, edelm an zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, edelm an
in sp e ct ie g a t 2 7 -0 6 -2 0 2 3 J. H a r t m a n
15
cm t ov m aaiveld
1 2
in sp e ct ie g a t 2 7 -0 6 -2 0 2 3 J. H a r t m a n
31x30cm , volledig puin geen asbest
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, st erk oer, edelm an
50
0 -50
bet on / cm t ov m aaiveld
1
t ype dat um boorm eest er
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht geel, bruin, sporen oer, zwak t eelaarde, sporen puin