04_02_01_Bijlage 1 onderbouwing - Landschapsplan.pdf
Tekst van het document
Erf en bebouwing a= bestaande woning b= bestaande schuur c= nieuwe woning d= centrale erfruimte e= bijgebouw (indicatief) Landschapselementen Bestaand (donker groen) Aanplant (licht groen) Maatregelen 1=
Knipheg, 50 meter aanplant in rij, 4 stuks aanplant per meter, de soort meidoorn (Crataegus monogyna), haagbeuk (Carpinus betulus) of veldesdoorn (Acer campestre), maatvoering 80-100.
2=
Hoogstamfruitboomgaard, aanplant hoogstam fruitbomen, soorten appel (Malus), peer (Pyrus), pruim (Prunus), maatvoering 10-12 met een plantafstand van 6-8 meter, 9 stuks aanplant.
3=
Knotbomen, aanplant lijnelement van knotwilgen (Salix Alba), maatvoering 10-12, plantafstand minimaal 6 meter, 7 stuks aanplant.
4=
Erfboom, aanplant bijvoorbeeld met de soort winterlinde (Tilia cordata) of
5=
Struweelhaag, 15 meter aanplant aansluitend aan bestaande haag,
fladderiep (Ulmus laevis), maatvoering 16-18, 2 stuks aanplant aanplant in dubbele rij, 7 stuks per meter, de soorten meidoorn (Crataegus monogyna), haagbeuk (Carpinus betulus), veldesdoorn (Acer campestre) en sleedoorn (Prunus spinosa).
Landschap op locatie Het erf gelegen aan de Ijzevoordseweg 7 te Doetinchem is gelegen in een zandlandschap. Het kleinschalige cultuurlandschap van graslanden en akkers tussen Doetinchem, IJzevoorde en Gaanderen heeft een afwisselend landschap met ter plaatse van het plangebied een wat rationeel karakter. Conform de landschapstypenkaart van de gemeente Doetinchem ook wel het broek- en heideontginningenlandschap genoemd. Het landschapstype kenmerkt zich met een vlak, open en relatief grootschalig landschap. Groene erven in een rationele verkaveling bevinden langs rechte wegen. In afwisselend drogere en nattere delen vinden we elzensingels, heggen, eiken, kleine bosjes in een rechtloijnige structuur. Op de topografische kaart uit 1850 is te zien dat de omgeving van de planlocatie uit een broeklandschap bestond: een drassig gebied met heide en moerasbossen. Het erf is vanaf ca. 1900 waar te nemen op historische topografische kaarten. Na 1900 neemt het areaal bos en moeras af en wordt de inrichting van het cultuurlandschap grootschaliger. De inrichting van het erf sluit aan bij het landschapstype ter plaatse. Het erf heeft een rationeel karakter met diverse landschapselementen als kniphagen, diverse fruitbomen en erfbomen. De bestaande beplanting wordt gehandhaafd. Er is geen sprake van grootschalige aanwezigheid van uitheemse soorten.
De landschappelijke inpassing bestaat uit het toevoegen van landschapselementen. Knipheggen op het voorerf en struweelhagen met erfbomen op het achtererf zorgen voor wat rugdekking, een groene uitstraling van het erf en een overgang naar het aangrenzende landschap. Er wordt plantmateriaal van streekeigen, autochtone herkomst gebruikt, welke passend zijn op de zandgronden (laarpodzolgrond).